← België

Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie e

5 DECEMBER 2008. - Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sport

Art. 25.§ 1.

Uiterlijk tegen 1 april dient elke sportfederatie het financiële verslag, overeenkomstig artikel 11, § 6, en het werkingsverslag als vermeld in artikel 5, 14°, artikel 14, § 2, en artikel 29, § 2, van het decreet, over het voorbije werkingsjaar bij het Bloso in. §

  1. Het financiële verslag wordt ingediend met de formulieren die het Bloso ter beschikking stelt. §
  2. Voor de gesubsidieerde sportfederatie bestaat het werkingsverslag uit een overzicht van de werking en de behaalde resultaten van de sportfederatie met het oog op de gestelde doelstellingen in het voorgaande jaar, alsmede de evaluatie van het beleidsplan op basis van effectmeting en, in voorkomend geval, de bijsturing van het beleidsplan. In het werkingsverslag wordt een onderscheid gemaakt tussen de basisopdrachten en zo nodig de facultatieve opdrachten, waarbij elke opdracht afzonderlijk behandeld wordt. Het werkingsverslag wordt opgesteld overeenkomstig het model dat het Bloso ter beschikking stelt. Art. 26.De inhoudelijke en financiële controles kunnen enerzijds tijdens het betreffende werkingsjaar, anderzijds op basis van het financiële verslag en het werkingsverslag uitgevoerd worden. Uit het financiële verslag moet duidelijk blijken welke kosten zijn gemaakt voor elke basisopdracht en zo nodig voor elke facultatieve opdracht. Als uit de inhoudelijke en financiële controles blijkt dat de sportfederatie een of meer van de subsidiëringsvoorwaarden, vermeld in hoofdstuk IV, niet naar behoren heeft vervuld, wordt de subsidie voor het betreffende werkingsjaar geheel of gedeeltelijk ingetrokken conform de procedure, vermeld in artikel 24, § 2 en §
  3. HOOFDSTUK VI. - Aard en wijze van subsidiëring Afdeling I. - Werkingssubsidies Art. 27.§
  4. De kosten die in het kader van de subsidiëring van de basisopdrachten van toepassing zijn, worden vermeld in bijlage II, die bij dit besluit is gevoegd. De wijze waarop de kosten voor de berekening van de subsidiëring per basisopdracht in het rekeningstelsel opgenomen moeten worden, wordt vastgesteld door het Bloso. §
  5. De bezoldiging van de occasionele sporttechnische en administratieve medewerkers, als subsidieerbare kosten opgenomen in de bijlage, vermeld in § 1, vindt plaats op basis van de bezoldigingstabel voor occasionele medewerkers in het kader van de subsidiëring van de basisopdrachten, opgenomen in bijlage III, die bij dit besluit is gevoegd. De uurlonen tegen 100 percent, vermeld in die bezoldigingstabel, zijn gekoppeld aan het spilindexcijfer 138,01 van 1 januari
  6. Die uurlonen worden jaarlijks op 1 januari van het kalenderjaar aangepast aan het spilindexcijfer. §
  7. Occasionele medewerkers die beschikken over diploma's en titels die niet binnen de Vlaamse Gemeenschap zijn verworven, moeten bij de bevoegde diensten van de Vlaamse overheid de gelijkwaardigheid daarvan laten vaststellen. De gelijkwaardigheid kan worden vastgesteld uit een vergelijking van de bekwaamheden die blijken uit de diploma's, certificaten en andere titels en de relevante ervaring. Afdeling II. - Personeelssubsidies Art. 28.§
  8. De salarisschaal die voor de berekening van de subsidiëring van een personeelslid in aanmerking komt, wordt bepaald op basis van het diploma waarvan het betrokken personeelslid houder is. De volgende salarisschaal komt in aanmerking voor de houders van het volgende diploma : 1° universitair onderwijs en hoger onderwijs van twee cycli met volledig leerplan/master = salarisschaal A111;2° hoger onderwijs van één cyclus met volledig leerplan/bachelor of kandidaatsdiploma of getuigschrift van hoger onderwijs, uitgereikt na een cyclus van ten minste twee studiejaren = salarisschaal B111;3° hoger secundair onderwijs = salarisschaal C
  9. §
  10. De salarisschalen, vermeld in paragraaf 1, zijn opgenomen in het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 13/01/2006 pub. 27/03/2006 numac 2006035334 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van de rechtspositie van het personeel van de diensten van de Vlaamse overheid sluiten houdende vaststelling van de rechtspositie van het personeel van de diensten van de Vlaamse overheid. Voor de berekening van de personeelssubsidie gebeurt de aanpassing aan het spilindexcijfer jaarlijks op 1 januari van het kalenderjaar. Deeltijdse prestaties worden slechts in evenredigheid in aanmerking genomen. §
  11. De gesubsidieerde personeelsleden worden door de sportfederatie minimaal betaald overeenkomstig hun diploma, de daaraan verbonden salarisschaal, vermeld in paragraaf 1, en overeenkomstig de geldelijke anciënniteit, vermeld in artikel
  12. Art. 29.§
  13. Voor de berekening van de geldelijke anciënniteit van de sporttechnische coördinator, de administratieve coördinator en de sporttechnische coördinator voor recreatieve sportbeoefening, wordt de door de sportfederatie aan het personeelslid toegekende geldelijke anciënniteit op basis van effectieve en aantoonbare functierelevante ervaring, gepresteerd in zowel de openbare als de privésector, in aanmerking genomen, voor zover het werkelijke bezoldigde arbeidsprestaties betreft, uitgedrukt in volledige maanden. §
  14. Voor de berekening van de geldelijke anciënniteit van de andere personeelsleden dan de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, die na de inwerkingtreding van dit decreet in dienst treden, worden de bezoldigde arbeidsprestaties in aanmerking genomen, tot maximaal vier jaar, uitgedrukt in volledige maanden, als : 1° leerkracht Lichamelijke Opvoeding in het onderwijs;2° ambtenaar of contractueel personeelslid bij het Bloso of de cel Sport binnen het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media van de Vlaamse overheid;3° personeelslid bij een sportdienst als vermeld in het decreet van 9 maart 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 09/03/2007 pub. 04/05/2007 numac 2007035594 bron vlaamse overheid Decreet houdende de subsidiëring van gemeente- en provinciebesturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor het voeren van een Sport voor Allen-beleid sluiten houdende de subsidiëring van gemeente- en provinciebesturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor het voeren van een Sport voor Allen-beleid;4° personeelslid bij de Stichting Vlaamse Schoolsport, het Vlaams Instituut voor Sportbeheer en Recreatiebeleid, het Vlaams Bureau voor Sportbegeleiding. §
  15. Voor de berekening van de geldelijke anciënniteit van de andere personeelsleden dan de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, die na de inwerkingtreding van dit decreet in dienst treden, wordt de door de sportfederatie aan het personeelslid toegekende effectieve en aantoonbare ervaring, gepresteerd als gesubsidieerd personeelslid bij een andere erkende Vlaamse sportfederatie of bij de koepelorganisatie, in aanmerking genomen, voor zover het bezoldigde arbeidsprestaties betreft, uitgedrukt in volledige maanden. De ervaring, opgedaan sinds 1 januari 2002 als niet-gesubsidieerd personeelslid bij een erkende Vlaamse sportfederatie, bij de koepelorganisatie of bij een erkende organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding, komt in aanmerking. §
  16. Het sporttechnische personeelslid dat houder is van het getuigschrift Trainer A in de sporttak of sporttakken van de sportfederatie, uitgevaardigd door de VTS of daarmee geassimileerd, krijgt voor de berekening van de subsidiëring een aanvullende geldelijke anciënniteit van twee jaar. §
  17. Het administratieve personeelslid dat houder is van het diploma sportfunctionaris, uitgevaardigd door de VTS of daarmee geassimileerd, krijgt voor de berekening van de subsidiëring een aanvullende geldelijke anciënniteit van twee jaar. §
  18. De aanvullende geldelijke anciënniteit, vermeld in paragraaf 4 en paragraaf 5, wordt alleen toegekend voor zover het personeelslid nog geen aanvullende geldelijke anciënniteit van vier jaar genoten heeft in het kader van het decreet van 2 maart 1977 houdende de regeling van de erkenning en subsidiëring van de landelijk georganiseerde sportverenigingen. §
  19. De sportfederatie is verplicht de collectieve arbeidsovereenkomsten na te leven die in het Paritair Comité voor de socio-culturele sector zijn gesloten. §
  20. Een personeelslid moet zijn betrekking ofwel volledig als sporttechnisch personeelslid ofwel volledig als administratief personeelslid invullen. Art. 30.§
  21. Bij indiensttreding, schorsing van de arbeidsovereenkomst of uitdiensttreding van een gesubsidieerd personeelslid wordt het Bloso onverwijld op de hoogte gebracht. De sportfederatie deelt in voorkomend geval aan het Bloso de volgende gegevens mee : 1° de datum van indiensttreding, schorsing van de arbeidsovereenkomst of uitdiensttreding van het personeelslid;2° de persoonlijke gegevens, gegevens van de diensten die het personeelslid gepresteerd heeft, met bijgevoegd een kopie van het diploma of getuigschrift en een kopie van de arbeidsovereenkomst van het personeelslid. §
  22. De sportfederatie moet bij uitdiensttreding van een personeelslid als vermeld in artikel 23, § 1, en artikel 37, § 1, van het decreet, dat personeelslid vervangen binnen vier maanden. §
  23. De sportfederatie moet bij schorsing van de arbeidsovereenkomst van een personeelslid als vermeld in artikel 23, § 1, en artikel 37, § 1, van het decreet, in de functie van dat personeelslid binnen vier maanden een personeelslid aanstellen dat aan de diplomavereisten voldoet. HOOFDSTUK VII. - Erkenning en subsidiëring van een koepelorganisatie Art. 31.In dit hoofdstuk worden in de artikelen waarnaar verwezen wordt, de woorden sportfederaties of sportfederatie gelezen als koepelorganisatie. Afdeling I. - Erkenningsvoorwaarden Art. 32.Om voor erkenning in aanmerking te komen overeenkomstig artikel 41 van het decreet, moeten de eerste twee voltijdse equivalenten die aan 90 percent gesubsidieerd worden, jaarlijks een administratieve bijscholing volgen van minstens zes uur die door het Bloso georganiseerd of erkend wordt. Een deelnameattest wordt door het Bloso uitgereikt. Art. 33.De bepalingen van artikel 2 inzake de zelfstandigheid zijn van toepassing op de koepelorganisatie. Art. 34.De bepalingen van artikel 11 inzake de te voeren boekhouding zijn van toepassing op de koepelorganisatie. Art. 35.De bepalingen van artikel 4, 1° tot en met 7°, inzake het opstellen van het beleidsplan zijn van toepassing op de koepelorganisatie. Art. 36.§
  24. Jaarlijks stuurt de koepelorganisatie, overeenkomstig artikel 41 van het decreet, uiterlijk tegen 1 april van het daaropvolgende jaar een financieel verslag naar het Bloso in de vorm, vermeld in artikel 11, §
  25. §
  26. Jaarlijks stuurt de koepelorganisatie, overeenkomstig artikel 41 van het decreet, uiterlijk tegen 1 april van het daaropvolgende jaar een werkingsverslag naar het Bloso. Voor de koepelorganisatie bestaat dat werkingsverslag uit een overzicht van de werking en de behaalde resultaten van de koepelorganisatie in het voorgaande jaar, alsmede de resultaten van de evaluatie van het beleidsplan op basis van effectmeting en in voorkomend geval de bijsturing van het beleidsplan. §
  27. Jaarlijks stuurt de koepelorganisatie, overeenkomstig artikel 41 van het decreet, uiterlijk tegen 1 december de begroting van het volgende werkingsjaar naar het Bloso. Afdeling II. - Erkenningsprocedure Art. 37.Overeenkomstig artikel 45 van het decreet, zijn de bepalingen van hoofdstuk III met betrekking tot de erkenningsprocedure van toepassing op de koepelorganisatie. De erkenning van een koepelorganisatie wordt toegekend door de minister voor de duur van de olympiade. Afdeling III. - Subsidiëringsvoorwaarden Art. 38.Om in aanmerking te komen voor subsidiëring, moet de koepelorganisatie overeenkomstig artikel 40, § 1, 9°, van het decreet, in het vierjaarlijkse beleidsplan de opdrachten, vermeld in artikel 42 van het decreet, afzonderlijk aan bod laten komen. Het vierjaarlijkse beleidsplan moet aangevuld worden met een jaarlijks actieplan met de concrete activiteiten en timing en een daaraan gekoppelde jaarlijkse begroting waarin alle opdrachten, vermeld in artikel 42 van het decreet, aan bod komen. Dat jaarlijkse actieplan moet bij het Bloso worden ingediend uiterlijk op 1 september, voorafgaand aan het desbetreffende werkingsjaar. Art. 39.Om in aanmerking te komen voor subsidiëring, moet de koepelorganisatie beschikken over personeelsleden met een diploma van hoger onderwijs van twee cycli met volledig leerplan/master om de eerste twee voltijdse equivalenten vermeld in artikel 43, § 2, van het decreet, te vervullen. Een van beiden moet houder zijn van een diploma van licentiaat lichamelijke opvoeding/master in de lichamelijke opvoeding en de bewegingswetenschappen. De personeelsleden die aangeworven worden voor het derde en vierde equivalent, moeten minstens beschikken over het diploma van hoger secundair onderwijs. De bepalingen van artikel 21, § 2, over de subsidiëringsvoorwaarden met betrekking tot het personeel, zijn van toepassing op de koepelorganisatie. Afdeling IV. - Subsidiëringsprocedure Art. 40.Overeenkomstig artikel 45 van het decreet, zijn de bepalingen van hoofdstuk V, afdeling I, II en III, over de subsidiëringsprocedure van toepassing op de koepelorganisatie. Afdeling V. -

Art. 41

.Uiterlijk tegen 1 april dient de koepelorganisatie het financiële verslag overeenkomstig artikel 11, § 6, en het werkingsverslag als vermeld in artikel 40, § 1, 8°, van het decreet, over het voorbije werkingsjaar bij het Bloso in. Het financiële verslag wordt ingediend met de formulieren die het Bloso daartoe ter beschikking stelt. Het werkingsverslag wordt opgesteld overeenkomstig het model dat het Bloso ter beschikking stelt. Art. 42.De inhoudelijke en financiële controles kunnen enerzijds tijdens het betreffende werkingsjaar, anderzijds op basis van het financiële verslag en het werkingsverslag plaatsvinden. In het werkingsverslag wordt elke opdracht als vermeld in artikel 42 van het decreet, afzonderlijk behandeld. Uit het financiële verslag moet duidelijk blijken welke kosten zijn gemaakt voor elke opdracht. Als uit de inhoudelijke en financiële controles blijkt dat de koepelorganisatie een of meer van de subsidiëringsvoorwaarden, vermeld in afdeling III, niet naar behoren heeft vervuld, wordt de subsidie voor het betreffende werkingsjaar geheel of gedeeltelijk ingetrokken conform de procedure, vermeld in artikel 24, § 2 en §

  1. Afdeling VI. - Aard en wijze van subsidiëring Art. 43.De bepalingen van hoofdstuk VI over de aard en de wijze van subsidiëring zijn van toepassing op de koepelorganisatie, met uitzondering van artikel 27 en artikel 29, § 1, § 4, § 5, § 6 en §
  2. Voor de berekening van de geldelijke anciënniteit van de eerste twee voltijdse equivalenten die voor 90 percent gesubsidieerd worden, wordt de door de koepelorganisatie aan het personeelslid toegekende geldelijke anciënniteit op basis van effectieve en aantoonbare functierelevante ervaring, gepresteerd in zowel de openbare als de privésector, in aanmerking genomen, voor zover het werkelijke, bezoldigde arbeidsprestaties betreft, uitgedrukt in volledige maanden. De kosten die in het kader van de subsidiëring van toepassing zijn, worden vermeld in bijlage IV, die bij dit besluit is gevoegd. De wijze waarop die kosten voor de berekening van de subsidiëring per opdracht in het rekeningstelsel opgenomen moeten worden, wordt vastgesteld door het Bloso. De bezoldiging van de occasionele medewerkers, als subsidieerbare kosten opgenomen in bijlage IV, die bij dit besluit is gevoegd, vindt plaats op basis van de bezoldigingstabel voor occasionele medewerkers in het kader van de subsidiëring van de basisopdrachten, opgenomen in bijlage III, die bij dit besluit is gevoegd. De uurlonen tegen 100 percent, vermeld in de bezoldigingstabel, zijn gekoppeld aan het spilindexcijfer 138,01 van 1 januari
  3. Die uurlonen worden jaarlijks op 1 januari van het kalenderjaar aangepast aan het spilindexcijfer. HOOFDSTUK VIII. - Erkenning en subsidiëring van organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding Afdeling I. - Erkenningsvoorwaarden Art. 44.In dit hoofdstuk worden in de artikelen waarnaar verwezen wordt, de woorden sportfederaties of sportfederatie gelezen als organisaties of organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding. Art. 45.De bepalingen van artikel 2 inzake de zelfstandigheid zijn van toepassing op de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding. Art. 46.De bepalingen van hoofdstuk II, afdeling II, met betrekking tot de af te sluiten verzekeringen zijn van toepassing op de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding. In deze bepalingen worden de woorden leden en niet-leden gelezen als sportieve vrijetijdsbeoefenaars die de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding vertegenwoordigen, respectievelijk sportieve vrijetijdsbeoefenaars die deelnemen aan sportpromotionele acties, en wordt het woord sportclubs gelezen als aangesloten verenigingen en haar clubs. Als een erkende sportfederatie deel uitmaakt van een organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding, kunnen ze een gezamenlijke polis afsluiten voor : 1° de verzekering van de leden van de erkende sportfederatie en van de sportieve vrijetijdsbeoefenaars die de organisatie vertegenwoordigt;2° de verzekering van de niet-leden en de sportieve vrijetijdsbeoefenaars die deelnemen aan sportpromotionele acties. Afdeling II. - Erkenningsprocedure Art. 47.Overeenkomstig artikel 52 van het decreet zijn de bepalingen van hoofdstuk III met betrekking tot de erkenningsprocedure van toepassing op de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding. De erkenning van een organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding wordt toegekend door de minister voor de duur van de olympiade. Afdeling III. - Subsidiëringsvoorwaarden Art. 48.De bepalingen van artikel 4 inzake het opstellen van het beleidsplan zijn van toepassing op de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding. Om in aanmerking te komen voor subsidiëring, moeten de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding overeenkomstig artikel 49, 2°, van het decreet, in het vierjaarlijkse beleidsplan de functies, vermeld in artikel 49, 1°, van het decreet, afzonderlijk aan bod laten komen. Het vierjaarlijkse beleidsplan moet aangevuld worden met een jaarlijks actieplan met de concrete activiteiten en timing en een daaraan gekoppelde jaarlijkse begroting waarin alle functies, vermeld in artikel 49, 1°, van het decreet, afzonderlijk aan bod komen. Dat jaarlijkse actieplan moet bij het Bloso worden ingediend uiterlijk op 1 september, voorafgaand aan het desbetreffende werkingsjaar. Art. 49.Jaarlijks sturen de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding uiterlijk tegen 1 december de begroting van het volgende werkingsjaar naar het Bloso. Art. 50.Het personeelslid, vermeld in artikel 49, 3°, van het decreet, moet minstens beschikken over een diploma van hoger onderwijs van één cyclus met volledig leerplan/professionele bachelor of kandidaatsdiploma/ academische bachelor of getuigschrift van hoger onderwijs, uitgereikt na een cyclus van ten minste twee studiejaren. Als de organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding een personeelslid met een diploma of getuigschrift wil laten subsidiëren dat niet binnen de Vlaamse Gemeenschap is verworven, moet de organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding de gelijkwaardigheid van dit diploma of getuigschrift laten vaststellen door de daartoe bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap. De gelijkwaardigheid kan worden vastgesteld uit een vergelijking van de bekwaamheden die blijken uit de diploma's, certificaten en andere titels en de relevante ervaring. Art. 51.§
  4. Overeenkomstig artikel 49, 4°, van het decreet, moet de organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding op elektronische wijze een bestand met betrekking tot de aangesloten sportieve vrijetijdsbeoefenaars bijhouden waarin minimaal de gegevens geregistreerd worden die voorkomen in het model, opgenomen in bijlage VI, die bij dit besluit is gevoegd. Zowel met het oog op de controle en de inspectie voor de berekening van de subsidies als met het oog op statistische verwerking kan het Bloso op elk ogenblik de volledige bestanden, gedeeltelijke bestanden of geaggregeerde gegevens opvragen. De organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding moet die informatie bezorgen volgens het model, opgenomen in bijlage VI, die bij dit besluit is gevoegd. §
  5. De organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding moet in het kader van de opmaak van de sportdatabank Vlaanderen de gegevens met betrekking tot de organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding, de bij haar aangesloten verenigingen en clubs en aangesloten sportieve vrijetijdsbeoefenaars digitaal in de sportdatabank invoeren en up-to-date houden op de wijze die het Bloso bepaalt. Afdeling IV. - Subsidiëringsprocedure Art. 52.Overeenkomstig artikel 52 van het decreet, zijn de bepalingen van hoofdstuk V, afdeling I, II en III, over de subsidiëringsprocedure van toepassing op de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding. Afdeling V. -

Art. 53

.Uiterlijk tegen 1 april dienen de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding het financiële verslag en het werkingsverslag, vermeld in artikel 48, 12°, van het decreet, over het voorbije werkingsjaar bij het Bloso in. Art. 54.De inhoudelijke en financiële controles kunnen enerzijds tijdens het betreffende werkingsjaar, en anderzijds op basis van het financiële verslag en het werkingsverslag plaatsvinden. In het werkingsverslag wordt elke functie als vermeld in artikel 49, 1°, van het decreet, afzonderlijk behandeld. Uit het financiële verslag moet duidelijk blijken welke kosten zijn gemaakt voor elke functie. Als uit de inhoudelijke en financiële controles blijkt dat de organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding een of meer van de subsidiëringsvoorwaarden, vermeld in afdeling III, niet naar behoren heeft vervuld, wordt de subsidie voor het betreffende werkingsjaar geheel of gedeeltelijk ingetrokken conform de procedure, vermeld in artikel 24, § 2 en §

  1. HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen Art. 55.Het besluit van de Vlaamse Regering van 31 mei 2002Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 31/05/2002 pub. 05/09/2002 numac 2002036083 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling van de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding sluiten tot vaststelling van de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding wordt opgeheven, met uitzondering van artikel 11 en 12, die voor de op uiterlijk 1 september 2008 ingediende aanvragen van toepassing blijven tot 1 februari
  2. Art. 56.§
  3. Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 21, § 1, en overeenkomstig artikel 60 van het decreet, worden de personeelsleden, die gesubsidieerd zijn op basis van het decreet van 13 april 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999035697 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties sluiten houdende erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties, met een diploma van lager onderwijs of lager secundair onderwijs nominatief verder gesubsidieerd en ingeschaald in salarisschaal D
  4. §
  5. Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 28 blijven de personeelsleden die in het kader van het decreet van 13 april 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999035697 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties sluiten, vermeld in paragraaf 1, gesubsidieerd werden op basis van de weddeschaal C113 en C211, verder in die weddeschaal gesubsidieerd. §
  6. Alle personeelsleden die in het kader van het decreet van 13 april 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999035697 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties sluiten, vermeld in paragraaf 1, gesubsidieerd werden, behouden naar aanleiding van de overgang naar het decreet minstens hun geldelijke anciënniteit die ze verworven hebben voor de inwerkingtreding ervan. Art. 57.Voor de sportfederaties die al erkend zijn of die uiterlijk op 1 september 2008 een erkenningsaanvraag hebben ingediend volgens de procedure, vermeld in artikel 11 en 12 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 mei 2002Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 31/05/2002 pub. 05/09/2002 numac 2002036083 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling van de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding sluiten, vermeld in artikel 55, en die in aanmerking willen komen voor subsidiëring voor het jaar 2009, gelden de volgende overgangsmaatregelen : 1° in afwijking van artikel 22, § 1, wordt de aanvraag tot subsidiëring voor het jaar 2009 ingediend uiterlijk op 20 december 2008;2° in afwijking van artikel 22, § 3, brengt het Bloso voor 5 januari de sportfederaties op de hoogte die een onontvankelijke aanvraag hebben ingediend;3° in afwijking van artikel 23, § 1, brengt het Bloso voor 15 januari advies uit bij de minister over de sportfederaties die gesubsidieerd kunnen worden;4° in afwijking van artikel 23, § 2, deelt de minister voor 15 februari zijn beslissing mee om de sportfederatie al dan niet te subsidiëren. Art. 58.Voor de sportfederaties die op 1 september 2008 geen erkennings- of subsidiëringsaanvraag hebben ingediend, maar in aanmerking willen komen voor erkenning en subsidiëring voor het jaar 2009, worden de volgende bepalingen toegepast : 1° in afwijking van artikel 6, § 1, en artikel 22, § 1, wordt de aanvraag tot erkenning en de aanvraag tot subsidiëring voor het jaar 2009 ingediend uiterlijk op 20 december 2008;2° in afwijking van artikel 6, § 3, en artikel 22, § 3, brengt het Bloso voor 5 januari de sportfederaties op de hoogte die een onontvankelijke aanvraag hebben ingediend;3° in afwijking van artikel 7, § 1, en artikel 23, § 1, brengt het Bloso voor 15 januari advies uit bij de minister over de sportfederaties die erkend en gesubsidieerd kunnen worden;4° in afwijking van artikel 7, § 2, en artikel 23, § 2, deelt de minister voor 15 februari zijn beslissing mee om de sportfederatie al dan niet te erkennen en te subsidiëren. Art. 59.Voor de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding die in aanmerking willen komen voor erkenning voor de duur van de olympiade 2009 - 2012 en voor subsidiëring voor het jaar 2009, worden de volgende bepalingen toegepast : 1° in afwijking van artikel 6, § 1, en artikel 22, § 1, wordt de aanvraag tot erkenning en de aanvraag tot subsidiëring voor het jaar 2009 ingediend uiterlijk op 20 december 2008;2° in afwijking van artikel 6, § 3, en artikel 22, § 3, brengt het Bloso voor 5 januari de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding op de hoogte die een onontvankelijke aanvraag hebben ingediend;3° in afwijking van artikel 7, § 1, en artikel 23, § 1, brengt het Bloso voor 15 januari advies uit bij de minister over de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding die erkend en gesubsidieerd kunnen worden;4° in afwijking van artikel 7, § 2, en artikel 23, § 2, deelt de minister voor 15 februari zijn beslissing mee om de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding al dan niet te erkennen en te subsidiëren. Art. 60.Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. Art. 61.De Vlaamse minister, bevoegd voor de lichamelijke opvoeding, de sport en het openluchtleven, is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 5 december
  7. De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel, B. ANCIAUX Bijlage I Model voor het bestand met betrekking tot de aangesloten sportclubs verplicht1 opmerking sportclub aansluitingsnummer V naam V Volledige benaming. juridisch statuut V Mogelijke waarden : - vzw - feitelijke vereniging - bvba Desgevallend kunnen andere waarden toegevoegd worden. straat en nummer V postnummer V gemeente V provincie V telefoonnummer T faxnummer T E-mail adres T website T URL bank- of postrekeningnummer V aansluitingsdatum V Aansluitingsdatum bij de sportfederatie. andere sportfederatie T Is de sportclub tevens lid van een andere sportfederatie? De mogelijke waarden worden beperkt tot : ja/nee. sporttak-discipline (1 sportclub kan meerdere sporttakken-disciplines aanbieden) V De mogelijke waarden zijn opgenomen in de sporttakkenlijst in bijlage V. Desgevallend kunnen andere waarden toegevoegd worden. bestuurlijke en sporttechnische omkadering (1 sportclub kan meerdere bestuursleden of trainers/lesgevers hebben) Is van toepassing op de voorzitter, de secretaris, de penningmeester, andere bestuursleden en trainers/lesgevers. naam V voornaam V geslacht V Mogelijke waarden : M/V nationaliteit V Nationaliteitsaanduiding op basis van ISO 3166-1-alpha-2 code (www.iso.org/iso/country_codes/ iso_3166_code_lists.htm) geboortedatum V straat en nummer V postnummer V gemeente V functie (een bestuurslid of trainer/lesgever kan meerdere functies uitoefenen, 1 functie kan door meerdere bestuursleden of trainers/lesgevers uitgeoefend worden) V Mogelijke waarden : - voorzitter - secretaris - penningmeester - bestuurslid - trainer/lesgever Desgevallend kunnen andere waarden toegevoegd worden. telefoonnummer T Enkel indien functie = voorzitter, secretaris of penningmeester. faxnummer T Enkel indien functie = voorzitter, secretaris of penningmeester. GSM nummer T Enkel indien functie = voorzitter, secretaris of penningmeester. E-mail adres T Enkel indien functie = voorzitter, secretaris of penningmeester. diploma of getuigschrift V Enkel indien functie = trainer/lesgever. Het hoogste sporttechnisch diploma of getuigschrift in de betrokken sporttak. De mogelijke waarden worden beperkt tot een lijst die opgemaakt is door het Bloso. Model voor het bestand met betrekking tot de aangesloten leden : verplicht

(1)Opmerking Lid naam V voornaam V straat en nummer V postnummer V gemeente V provincie V telefoonnummer F faxnummer F GSM nummer F e-mailadres F geboortedatum V geslacht V Mogelijke waarden : M/V nationaliteit V Nationaliteitsaanduiding op basis van ISO 3166-1-alpha-2 code (www.iso.org/iso/ country_codes/iso_3166_ code_lists.htm) aansluitingsnummer sportclub V Moet eenduidig gerelateerd worden aan het bestand met betrekking tot de aangesloten sportclubs. aansluitingsdatum V Aansluitingsdatum van het lid bij de sportclub. datum einde lidmaatschap T Datum van het einde van het lidmaatschap bij de sportclub. jaarlijks lidgeld betaald V Heeft het lid voor het huidige jaar zijn/haar lidgeld betaald? Mogelijke waarden : ja/nee. andere sportclub V Is het lid tevens lid van een andere sportclub die dezelfde sporttak(ken)aanbiedt? De mogelijke waarden worden beperkt tot : ja/nee. statuut (1 lid kan meerdere statuten hebben) statuut V Mogelijke waarden : - topsporter - competitief lid - recreatief lid - scheidsrechter/jury - trainer/lesgever - bestuurslid Desgevallend kunnen andere waarden toegevoegd worden. beoefende sporttak (1 lid kan meerdere sporttakken beoefenen) sporttak V De mogelijke waarden zijn opgenomen in de sporttakkenlijst in bijlage V. Desgevallend kunnen andere waarden toegevoegd worden. medisch getuigschrift T Mogelijke waarden : ja/nee. Voetnoot 1 : V = verplicht op te nemen T = op te nemen indien het gegeven van toepassing is (bijvoorbeeld : indien de sportclub over een E-mail adres beschikt, is het verplicht dit op te nemen) F = facultatief op te nemen Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2008 tot vaststelling van de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding. Brussel, 5 december
  1. De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel B. ANCIAUX Bijlage II Subsidieerbare kosten m.b.t. de basisopdrachten van de sportfederaties - brutosalaris occasionele sporttechnische en administratieve medewerkers - rsz/werkgeversbijdrage occasionele sporttechnische en administratieve medewerkers - eindejaarstoelage en vakantiegeld occasionele sporttechnische en administratieve medewerkers - kosten inzake dienstverlening door zelfstandigen in de functie van occasionele sporttechnische medewerker of occasionele administratieve medewerker - verplaatsingskosten sporttechnische medewerkers - verplaatsingskosten administratieve medewerkers en bestuursleden - verplaatsingskosten deelnemers - verblijfskosten sporttechnische medewerkers - verblijfskosten administratieve medewerkers en bestuursleden - verblijfskosten deelnemers - kosten voor vervoer van sportmateriaal - aankoop, huur of afschrijving van sportmateriaal - aankoop, huur of afschrijving van technologisch materiaal - aankoop, huur of afschrijving van didactisch materiaal - aankoop van bureelbenodigdheden - huur van sportaccommodaties, vergader- en leslokalen - huur van voertuigen, reddings- en volgboten - drukwerken - kosten voor informatie- en promotiemateriaal - verbruikskosten voor interne en externe communicatie - kosten voor kwaliteits- en effectmeting - bijdrage aan de erkende koepelorganisatie - kosten aangerekend door verenigingen ter bescherming van auteursrechten - kosten voor medische hulpposten - kosten voor financiële verslaggeving (opmaak, neerlegging en controle van de jaarrekening) - inschrijvingsgeld cursussen - andere kosten waarvoor Bloso voorafgaandelijk een schriftelijk akkoord heeft gegeven Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2008 tot vaststelling van de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding. Brussel, 5 december
  2. De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel, B. ANCIAUX Bijlage III Bezoldigingstabel voor de occasionele medewerkers in het kader van de subsidiëring van de basisopdrachten van de sportfederaties DEEL I : SPORTTECHNISCHE EN ADMINISTRATIEVE MEDEWERKERS Categorie I II III IV V Voor de occasionele medewerker met de specifieke functie van lesgever of trainer die in het bezit is van één van de volgende diploma's of getuigschriften : - VTS-Initiator in de betrokken sporttak (of geassimileerd*) - Student geslaagd voor 2e jaar regent/bachelor L.O. - Kandidaat L.O. - Gegradueerde L.O. - Bijkomend voor de gehandicaptensport : de Kandidaat Kinesitherapie - VTS-Instructeur B/Trainer B in de betrokken sporttak (of geassimileerd*) - Regent/bachelor L.O. - Bijkomend voor de gehandicaptensport : gegradueerde/ bachelor Kinesitherapie - VTS-Trainer A in de betrokken sporttak (of geassimileerd*) - Regent/bachelor L.O. met Instructeur B/Trainer B diploma in de betrokken sporttak (of geassimileerd*) - Licentiaat/master L.O. - Bijkomend voor de gehandicaptensport :gegradueerde/bachelor Kinesitherapie met Instructeur B/Trainer B diploma in de betrokken sporttak (of geassimileerd*) en de licentiaat/master Kinesitherapie - VTS-Toptrainer in de betrokken sporttak (of geassimileerd*) - Regent/bachelor L.O. met Trainer A diploma in de betrokken sporttak (of geassimileerd*) - Licentiaat/master L.O. met Instructeur B/Trainer B diploma in de betrokken sporttak (of geassimileerd*) - Bijkomend voor de gehandicaptensport : gegradueerde/ bachelor Kinesitherapie met Trainer A diploma in de betrokken sporttak (of geassimileerd*) en licentiaat/master Kinesitherapie met Instructeur B/Trainer B diploma in de betrokken sporttak (of geassimileerd*) - Licentiaat/Master L.O. met Trainer A diploma in de betrokken sporttak (of geassimileerd*) - Licentiaat/Master L.O. met sporttechnisch postgraduaat in de betrokken sporttak - Bijkomend voor de gehandicaptensport : licentiaat/master Kinesitherapie met Trainer A diploma in de betrokken sporttak (of geassimileerd*) Voor de occasionele medewerker met de specifieke functie van : - Administratieve medewerker Brutojaarloon aan 100 %** euro 14.900,00 euro 16.900,00 euro 19.100,00 euro 21.100,00 euro 23.150,00 Geïndexeerd bruto-uurloon*** (vanaf 1 oktober 2008) euro 11,2044 euro 12,7084 euro 14,3627 euro 15,8666 euro 17,4082 Reisvergoeding per km (d.d. 1 juli 2008) euro 0,3093 DEEL II : DOCENTEN IN BIJSCHOLINGEN Categorie VI VII VIII Voor de occasionele medewerker met de specifieke functie van docent in : - Door de VTS erkende bijscholingen voor VTS-Initiator en de eventueel andersbenoemde opleidingen van het eerste VTS-niveau* in de betrokken sporttak - Door de VTS erkende bijscholingen voor VTS-Trainer B / Instructeur B en de eventueel andersbenoemde opleidingen van het tweede VTS-niveau* in de betrokken sporttak - Door de VTS erkende bijscholingen voor VTS-Trainer A en de eventueel andersbenoemde opleidingen van het derde VTS-niveau* in de betrokken sporttak - Administratieve opleidingen voor clubbestuurders (Sportac) Brutojaarloon aan 100 %** euro 32.150,00 euro 36.200,00 euro 40.200,00 Geïndexeerd bruto-uurloon*** (vanaf 1 oktober 2008) euro 24,1760 euro 27,2214 euro 30,2293 Reisvergoeding per km (d.d. 1 juli 2008) euro 0,3093 * Zie de geactualiseerde assimilatietabel van de Vlaamse Trainersschool op de Bloso website. ** Het brutojaarloon tegen 100 % is gebaseerd op de categorieën en de salarisschalen, vermeld in bijlage 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006 houdende organisatie van het Commissariaat-generaal voor de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie en de instellingsspecifieke regeling van de rechtspositie van het personeel (Belgisch Staatsblad 23 maart 2006). Het brutojaarloon tegen 100 % is gekoppeld aan de spilindex 138,01 (1 januari 1990). Het brutojaarloon tegen 100 % wordt verhoogd met de lineaire loonsverhogingen die toegekend worden aan de ambtenaren van de Vlaamse overheid. *** Geïndexeerd bruto-uurloon = (Het brutojaarloon tegen 100 % + lineaire loonsverhogingen) x indexcoëfficiënt / 1976) Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2008 tot vaststelling van de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding. Brussel, 5 december
  3. De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel, B. ANCIAUX Bijlage IV Subsidieerbare kosten m.b.t. de opdrachten van de erkende koepelorganisatie - honorarium gastsprekers - brutosalaris occasionele medewerkers - rsz/werkgeversbijdrage occasionele medewerkers - eindejaarstoelage en vakantiegeld occasionele medewerkers - verplaatsingskosten bestuursleden - verplaatsingskosten gastsprekers - verplaatsingskosten personeelsleden in vaste dienst - verblijfskosten binnenland gastsprekers - kosten inzake dienstverlening door occasionele medewerkers in een zelfstandig statuut - kosten voor vervoer van materiaal - aankoop, huur of afschrijving van didactisch materiaal - aankoop, huur of afschrijving van technologisch materiaal - aankoop van bureelbenodigdheden - huur van voertuigen - huur van lokalen - drukwerken - kosten voor kwaliteits- en effectmeting - kosten aangerekend door verenigingen ter bescherming van auteursrechten - kosten voor informatie- en promotiemateriaal - kosten voor juridisch advies - kosten voor vorming - verbruikskosten voor interne en externe communicatie - kosten voor financiële verslaggeving (opmaak, neerlegging en controle van de jaarrekening) - andere kosten waarvoor Bloso voorafgaandelijk een schriftelijk akkoord heeft gegeven Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2008 tot vaststelling van de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding. Brussel, 5 december
  4. De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel, B. ANCIAUX Bijlage V Sporttakkenlijst : sporttakken met hun disciplines die voor subsidiëring in aanmerking komen in het kader van het sporttakkenbeleid zoals bepaald in artikel 2, 8° van het decreet
  5. Aikido 2.Atletiek : loop- en kampnummers, marathon, snelwandelen, veldloop, stratenloop, ultraloop, jogging, berglopen
  6. Badminton 4.Baseball - Softball : baseball, slowpitch softball, fastpitch softball
  7. Basketbal 6.Klim- en bergsport : sportklimmen (rots, muur, snelheid, lead, bouldering, drytool), bergwandelen en trekking, bergbeklimmen (alpinisme, rotsklimmen, off-piste skiën/boarden, toerskiën/boarden, ijsklimmen, ski-alpinisme, expedities), canyoning, speleologie
  8. Boksen : engels boksen (olympisch) 8.Boogschieten : doelschieten (olympisch), field, doelschieten compound
  9. Dansen : standaard (ballroom, latin), actuele dansen 10.Duiken : duiken, vinzwemmen, onderwaterhockey, vrijduiken, onderwatertechnieken
  10. Fitness : individuele fitness, groepsfitness, sports aerobics, fitness teams, hiphop 12.Gewichtheffen - Powerliften : trekken, stoten, bench press, squat, dead lifting
  11. Golf : golf, pitch&putt 14.Gymnastiek : artistieke gymnastiek, ritmische gymnastiek, ritmische gymnastiek per tuig, acrobatische gymnastiek, aerobic gymnastics, tumbling, trampoline, dubbele minitrampoline, synchroon trampoline, algemene gymnastiek
  12. Handbal : handbal, strandhandbal 16.Hockey
  13. Ijshockey 18.Ijsschaatsen : figuurschaatsen, snelschaatsen, shorttrack, synchroonschaatsen
  14. Ju-jitsu : duo-system, fighting systems 20.Judo
  15. Kaatsen 22.Kano-kajak : lijnvaren, slalom, polo, marathon, rivier, dragonboat, freestyle, rafting
  16. Karate : stijl, wedstrijd (non-contact) 24.Kendo
  17. Korfbal 26.Krachtbal
  18. Motorrijden : motorcross, trial 28.Oriëntatielopen : looporiëntatie, mountainbike oriëntatie, ski oriëntatie, trial oriëntatie
  19. Paardrijden : dressuur, jumping, eventing, voltige, mennen, endurance, reining, horseball 30.Parachutisme : formation skydive, freestyle skydive, style & accuracy landing, canopy formation, freeflying, paraski, skysurfing, canopy piloting
  20. Reddend zwemmen : pool, surf (beach) 32.Roeien : boordroeien, koppelroeien
  21. Rolschaatsen : skeeleren, kunstrolschaatsen, rink hockey, inline hockey, downhill, skateboarding, inlinefreestyle 34.Ropeskipping
  22. Rugby 36.Schermen : floret, degen, sabel
  23. Schieten (olympisch) : geweer, pistool, running target, kleischieten, bench, historische wapens, parcours, ordonnance 38.Skiën : snowboard, vrijestijl, alpine, langlauf, schansspringen, nordic combined, telemark, speed, gras, roller, firngleiten
  24. Squash 40.Taekwondo : stijl, sparring (olympisch)
  25. Tafeltennis 42.Tennis : tennis, beachtennis
  26. Triatlon-duatlon : triatlon, duatlon, aquatlon, wintertriatlon, crosstriatlon, winterduatlon 44.Voetbal : veldvoetbal, zaalvoetbal, strandvoetbal, minivoetbal
  27. Volleybal : zaalvolleybal, strandvolleybal, parkvolleybal 46.Wandelen : wandelen, nordic walking
  28. Waterskiën : tornooi (figuur, schans, slalom), blootsvoets, wakeboard, racing, kabelbaan 48.Wielrennen : weg, piste, mountainbike, veldrijden, BMX, trial, fietspolo, indoor (cyclobal, kunstwielrennen)
  29. Worstelen : grieks-romeins, vrijestijl 50.Wushu
  30. Zeilen : olympische klassen, windsurfing, zwaardboot, kielboot, multihull, erkende klassen, klassieke yachtklassen, kitesurfen, golfsurfen 52.Zeilwagenrijden : zeilwagenrijden, speedsailing
  31. Zwemmen : zwemmen, waterpolo, synchroonzwemmen, schoonspringen, open-waterzwemmen 54.Gehandicaptensporten : boccia, torbal, goalbal en de sporttakken en hun disciplines uit deze sporttakkenlijst Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2008 tot vaststelling van de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding. Brussel, 5 december
  32. De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel B. ANCIAUX Bijlage VI Model voor het bestand met betrekking tot de sportieve vrijetijdsbeoefenaars vertegenwoordigd door de erkende organisatie : verplicht1 opmerking Lid naam V voornaam V straat en nummer V postnummer V gemeente V provincie V telefoonnummer F faxnummer F GSM nummer F e-mailadres F geboortedatum V geslacht V Mogelijke waarden : M/V nationaliteit V Nationaliteitsaanduiding op basis van ISO 3166-1-alpha-2 code (www.iso.org/iso/country_codes/ iso_3166_code_lists.htm) aansluitingsnummer vereniging V aansluitingsdatum V Aansluitingsdatum van de sportieve vrijetijdsbeoefenaar bij de vereniging. Datum einde lidmaatschap T Datum van het einde van het lidmaatschap bij de vereniging jaarlijks lidgeld betaald T Heeft de sportieve vrijetijdsbeoefenaar voor het huidige jaar zijn/haar lidgeld betaald? De mogelijke waarden worden beperkt tot : ja/nee. voetnoot 1 : V = verplicht op te nemen T = op te nemen indien het gegeven van toepassing is F = facultatief op te nemen Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2008 tot vaststelling van de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding. Brussel, 5 december
  33. De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel B. ANCIAUX Bijlage VII Minimale voorwaarden waaraan de verzekeringen inzake lichamelijke ongevallen en burgerlijke aansprakelijkheid moeten voldoen Deel I. - Verzekering lichamelijke ongevallen Artikel 1.De verzekering lichamelijke ongevallen bevat de volgende minimale waarborgen : 1° een kapitaal van 8.500 euro (achtduizend vijfhonderd euro) bij overlijden, uiterlijk tot drie jaar na het ongeval, van aangesloten leden of niet-leden bij sportpromotionele acties, die de volle leeftijd van vijf jaar op datum van het ongeval hebben bereikt of ouder; 2° een kapitaal van 35.000 euro (vijf en dertigduizend euro) bij een blijvende arbeidsongeschiktheid van 100 percent, uiterlijk tot twee jaar na het ongeval, uitkeerbaar in verhouding tot de graad van blijvende arbeidsongeschiktheid krachtens de officiële Belgische Schaal ter bepaling van de graad van invaliditeit volgens het Regentsbesluit van 12 februari
  34. Alle aangesloten leden en niet-leden bij sportpromotionele acties, moeten de genoemde waarborg kunnen genieten tot de leeftijd van vijfenzestig jaar op de datum van het ongeval; 3° een dagvergoeding van 30 euro (dertig euro) gedurende twee jaar tijdelijke arbeidsongeschiktheid,indien wordt aangetoond dat er enerzijds een verlies van beroepsinkomsten bestaat en dat er anderzijds geen enkel recht op vergoedingen krachtens de wetgeving op de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering is.Geen dagvergoeding wordt uitbetaald aan aangesloten leden of niet-leden bij sportpromotionele acties, boven de vijfenzestig jaar; 4° de terugbetaling van alle door het RIZIV erkende prestaties voor medische verstrekkingen ten belope van het verschil tussen 100 percent van het RIZIV-tarief en het tarief voor de tegemoetkoming van het ziekenfonds gedurende een periode van twee jaar.Per ongeval mag in een vrijstelling tot ten hoogste 30 euro (dertig euro) worden voorzien. Onder medische verstrekkingen wordt onder andere verstaan : elke vorm van verzorging, zowel preventief als curatief, die voor het behoud of voor het herstel van de gezondheid nodig is, zoals geneeskundige hulp van geneesheren, chirurgen en apothekers, bloedtransfusies, radiografie, kinesitherapie, prothese, fysiotherapie, farmaceutische verstrekkingen, ziekenhuisverpleging, revalidatie en herscholing. Er dient geen uitkering betaald te worden voor brillen en contactlenzen. Tandprothesekosten dienen vergoed te worden tot 150 euro (honderd vijftig euro) per tand met een maximum van 600 euro (zeshonderd euro) per slachtoffer en per ongeval; 5° de vervoerskosten van het slachtoffer, die op dezelfde wijze vergoed worden als bepaald in de arbeidsongevallenwet; 6° de werkelijk gemaakte begrafeniskosten met een maximum van 8.500 euro (achtduizend vijfhonderd euro) bij overlijden, uiterlijk tot twee jaar na het ongeval, voor kinderen die de volle leeftijd van vijf jaar niet hebben bereikt op datum van het ongeval. Art. 2.Voor de aangesloten leden en de niet-leden bij sportpromotionele acties zijn de vergoedingen ingevolge elk lichamelijk ongeval begrepen in de verzekerde waarborgen, genoemd in artikel
  35. Onder lichamelijk ongeval dient te worden verstaan, een plotselinge gebeurtenis die een lichamelijk letsel veroorzaakt of het overlijden tot gevolg heeft en waarvan de oorzaak of één der oorzaken vreemd is aan het organisme van het slachtoffer. De dekking wordt verleend in de meest ruime zin van het woord. Uit de verzekering mag niet gesloten worden en worden met ongevallen gelijkgesteld : ziekten, besmettingen en infecties die rechtstreeks het gevolg zijn van een ongeval, bevriezing, zonnesteek, verdrinking, hydrocutie, vergiftiging, toevallige of misdadige verstikking, lichamelijke letsels opgelopen bij wettige zelfverdediging of ten gevolge van het redden van in gevaar verkerende personen, dieren of goederen, letsels voortspruitend uit aanslagen op of aanrandingen van een verzekerde, tetanus of miltvuur, beten van dieren of steken van insecten en hun gevolgen, de gevolgen van een lichamelijke inspanning voorzover ze zich onmiddellijk en plotseling manifesteren, inzonderheid hernia's en liesbreuken, gedeeltelijke of volledige spierscheuringen, verrekkingen, peesscheuringen, verstuikingen en ontwrichtingen, lichamelijke letsels die het gevolg zijn van een uiting die eigen is aan een ziekelijke toestand van het slachtoffer, waarbij echter de pathologische gevolgen voortspruitend uit deze ziekelijke toestand niet verzekerd zijn. Art. 3.De gerechtigden op uitkeringen krachtens de wettelijke arbeidsongevallenverzekering, kunnen geen aanspraak maken op de vergoedingen waarin wordt voorzien door de verzekering lichamelijke ongevallen. Deel II. - Verzekering burgerlijke aansprakelijkheid Art. 4.De verzekering dekt de burgerlijke aansprakelijkheid die luidens de ter zake geldende Belgische of buitenlandse wetgevingen of reglementeringen van toepassing is : 1° ingevolge aan een derde toegebrachte lichamelijke schade ten belope van een bedrag van ten minste 2.500.000 euro (twee miljoen vijfhonderdduizend euro) per slachtoffer en tot 5.000.000 euro (vijf miljoen euro) per schadegeval, zonder vrijstelling; 2° ingevolge aan een derde toegebrachte stoffelijke schade ten belope van een bedrag van ten minste 620.000 euro (zeshonderd twintigduizend euro) per schadegeval, zonder vrijstelling. Art. 5.De verzekering burgerlijke aansprakelijkheid moet iedere sportbeoefenaar dekken voor eventuele schade die aan derden, met uitsluiting van de sportfederatie en de aangesloten sportclubs, veroorzaakt wordt en waarin zijn aansprakelijkheid bewezen is. Met uitzondering voor de stoffelijke schade zijn sportbeoefenaars tegenover elkaar als derden te beschouwen. De verzekeraar mag van de vergoeding die hij aan het slachtoffer op grond van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid dient te betalen, het bedrag aftrekken dat hij reeds heeft uitbetaald aan dit slachtoffer uit hoofde van de verzekering lichamelijke ongevallen. Bij een gewaarborgd ongeval kan de verzekeraar tegenover derden in de rechten treden van het slachtoffer. Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2008 tot vaststelling van de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding. Brussel, 5 december
  36. De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel, B. ANCIAUX

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.