dien een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning samengevoegd wordt met een aanvraag voor een milieuvergunning conform artikel 4.7.3 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, dan gelden voor de toepassing van artikel 4.7.9, § 1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening volgende regelen : 1°artikel 3 blijft van toepassing om uit te maken of de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning al dan niet aan een openbaar onderzoek moet worden onderworpen; 2°
dien zowel de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning als de aanvraag tot milieuvergunning aan een openbaar onderzoek moet worden onderworpen, wordt dat openbaar onderzoek georganiseerd overeenkomstig de procedureregelen, bepaald
artikel 17 tot en met 19bis van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning. » Art. 3.
artikel 3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.De aanvragen die de Vlaamse Regering onderwerpt aan een milieu-effectrapportering, worden overeenkomstig artikel 4.7.15, § 1, tweede volzin, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening steeds aan een openbaar onderzoek onderworpen. »; 2° § 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 2.
dien voor het gebied waarin het goed gelegen is een bijzonder plan van aanleg of een niet-vervallen verkaveling bestaat, is een openbaar onderzoek niet vereist; § 3 is niet van toepassing. Hetzelfde geldt
dien voor het gebied een gemeentelijk of provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan bestaat, dat voor het goed niet enkel bestemmingsvoorschriften omvat, maar ook voorschriften
zake de
planting, de grootte en het uiterlijk van de constructies. Bij de toepassing van het eerste en het tweede lid geldt telkens dat de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning
overeenstemming moet zijn met de bepalingen van het bijzonder plan van aanleg, de niet-vervallen verkaveling of het gemeentelijk of provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan. »; 3°
wordt
5° tussen de woorden « wijzigen van recreatieve terreinen » en de woorden « met een grondoppervlakte » het woord « , telkens » gevoegd, en wordt aan datzelfde 5° volgende zinsnede toegevoegd : « ;de verplichting geldt ook niet
een
dustriegebied
de ruime zin, zoals gebied voor vervuilende
dustrie, gebied voor milieubelastende
dustrie, gebied voor ambachtelijke bedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen, regionaal bedrijventerrein of lokaal bedrijventerrein; »; 4°
wordt 8° vervangen door wat volgt : « 8° aanvragen waarvoor de toepassing is vereist van de artikelen 4.4.1, 4.4.3, 4.4.6, 4.4.7, 4.4.10 tot en met 4.4.23 en 4.4.26, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening; »; 5° § 3, 9° wordt opgeheven;6° § 3, 11° wordt opgeheven;7°
Art. 4.
artikel 4 van hetzelfde besluit worden 1°, 2° en 3° vervangen door wat volgt : « 1° het ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs
de zin van artikel 4.7.14, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening,
dien de aanvraag overeenkomstig dat artikel wordt behandeld; 2° het ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs
de zin van artikel 4.7.26, § 3, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening,
dien de aanvraag overeenkomstig dat artikel wordt behandeld. » Art. 5.
artikel 6, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : «
dien de Vlaamse Regering de aanvraag onderwerpt aan een milieu-effectrapportering en de aanvraag, overeenkomstig artikel 4.7.15, § 1, tweede volzin, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, samen met het milieu-effectrapport moet worden onderworpen aan een openbaar onderzoek, dan zorgt de aanvrager voor de aankondiging van het voorwerp en de plaats van het openbaar onderzoek
ten minste drie kranten. Deze verplichting geldt niet voor aanvragen die vergezeld gaan van een goedgekeurd verzoek tot ontheffing van de milieueffectrapportage. » Art. 6.
hetzelfde besluit wordt een artikel 6/1
gevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 6/1.§ 1. Wanneer om op het even welke wijze door de bevoegde vergunningverlenende overheid wordt vastgesteld dat de aanvraag negatieve en significante effecten op het milieu van een ander Gewest en/of van een andere EU-lidstaat en/of een Verdragspartij bij het Verdrag van Espoo zou kunnen hebben, of wanneer een ander Gewest en/of een EU-lidstaat en/of een Verdragspartij bij het Verdrag van Espoo die daardoor
belangrijke mate getroffen kan worden terzake een verzoek
dient, bezorgt deze bevoegde vergunningverlenende overheid een exemplaar van de aanvraag en de bijbehorende bijlagen aan de bevoegde autoriteit van het bedoelde Gewest en/of EU-lidstaat en/of een verdragspartij bij het Verdrag van Espoo. Daarbij worden de volgende gegevens meegedeeld : 1° het feit dat de aanvraag onderworpen is aan een milieueffectrapportage, of
voorkomend geval, het feit dat het voorgenomen project niet onderworpen is aan de milieueffectrapportage, of aan het hieronder vermelde overleg tussen lidstaten;2° nadere gegevens betreffende de bevoegde overheid voor de aanvraag;3° nadere gegevens betreffende de overheid waarbij relevante
formatie kan worden verkregen en waaraan opmerkingen of vragen kunnen worden voorgelegd;4° nadere gegevens betreffende de termijnen voor het toezenden van opmerkingen of vragen;5° tijd, plaats en wijze van verstrekking van de relevante
formatie;6° nadere gegevens
zake de regelingen betreffende
spraak en raadpleging van het publiek. Deze gegevens dienen als basis voor het nodige overleg
het kader van de bilaterale betrekkingen tussen de gewesten en/of EU-lidstaten en/of een Verdragspartij bij het Verdrag van Espoo volgens het beginsel van wederkerigheid en gelijke behandeling. § 2. Als het college van burgemeester en schepenen niet de bevoegde vergunningverlenende overheid is, dan gaat de vergunningverlenende overheid over tot de toezending, bedoeld
, op het tijdstip waarop zij het vergunningsaanvraagdossier toezendt aan de gemeente met opdracht tot het
stellen van het openbaar onderzoek. De gemeente maakt de tijd, plaats en wijze van verstrekking van relevante
formatie,
het bijzonder over het openbaar onderzoek, aan de bevoegde autoriteit van de andere lid-Staat bekend. § 3. Als het college van burgemeester en schepenen wel de bevoegde vergunningverlenende overheid is, dan gaat ze over tot de toezending, bedoeld
De gemeente maakt de tijd, plaats en wijze van verstrekking van relevante
formatie,
het bijzonder over het openbaar onderzoek, aan de bevoegde autoriteit van de andere lid-Staat bekend. § 4. De belanghebbende
woners van het betrokken Gewest en/of EU-lidstaat en/of een Verdragspartij bij het Verdrag van Espoo kunnen : 1° deelnemen aan het openbaar onderzoek;2° deelnemen aan het openbaar onderzoek dat de bevoegde autoriteit van het betrokken Gewest en/of EU-lidstaat en/of een Verdragspartij bij het Verdrag van Espoo op basis van het ontvangen vergunningsaanvraagdossier eventueel op haar eigen grondgebied organiseert. De bevoegde autoriteit van het betrokken Gewest en/of EU-lidstaat en/of een Verdragspartij bij het Verdrag van Espoo kan haar opmerkingen samen met de resultaten van het eventueel door haar georganiseerde openbaar onderzoek aan de bevoegde vergunningverlenende overheid ter kennis brengen binnen een termijn van twee maanden na de datum van de toezending, bedoeld
het eerste lid. § 5. Wanneer de aanvraag betrekking heeft op een MER-plichtige
richting wordt overeenkomstig de EU-richtlijn 97/11/EG van 3 maart 1997 met het betrokken gewest en/of EU-lidstaat overleg gepleegd over onder andere de potentiële grensoverschrijdende effecten van de
richting en de maatregelen die worden overwogen om die effecten te beperken of teniet te doen en wordt een redelijke termijn overeengekomen waarbinnen het overleg moet plaatsvinden. » Art. 7.
artikel 8 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt : « Naar gelang van het geval vangt het openbaar onderzoek aan minstens 5 dagen en maximaal 10 dagen na : a) de verzending van het ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs
de zin van artikel 4.7.14, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening,
dien de aanvraag overeenkomstig dat artikel wordt behandeld; b) de ontvangst door de gemeente van het aanvraagdossier van de Vlaamse Regering, de gedelegeerde stedenbouwkundige ambtenaar of de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar,
dien de aanvraag wordt behandeld overeenkomstig de bijzondere procedure
de zin van artikel 4.7.26 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. »; 2° een zesde lid wordt toegevoegd, dat luidt als volgt : « Als de aanvraag behandeld wordt overeenkomstig de bijzondere procedure
de zin van artikel 4.7.26 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en ook vergezeld gaat van een milieueffectrapport, dan wordt de termijn van dertig dagen op zestig dagen gebracht. » Art. 8.
artikel 10 van hetzelfde besluit worden de woorden « artikel 133, § 1, eerste lid, van het decreet » vervangen door de woorden « artikel 4.2.17, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, ». Art. 9.
artikel 11 van hetzelfde besluit worden de woorden « artikel 127 van het decreet » vervangen door de woorden « artikel 4.7.26 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, ». Art. 10.Artikel 12 van het besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. 12.De Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, wordt gemachtigd om de bijlagen bij dit besluit te wijzigen. ». Art. 11.De bijlagen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 05/05/2000 pub. 20/05/2000 numac 2000035506 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering betreffende de openbare onderzoeken over aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning en verkavelingsaanvragen sluiten betreffende de openbare onderzoeken over aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning en verkavelingsaanvragen, genummerd I, II, III, IV en V, worden vervangen door de respectieve bijlagen I, II, III, IV en V, bij voorliggend besluit. Art. 12.De volgende regelingen worden opgeheven : 1° het koninklijk besluit van 6 februari 1971 betreffende de behandeling en openbaarmaking van de bouwaanvragen;2° het koninklijk besluit van 6 februari 1971 betreffende de behandeling en openbaarmaking van de verkavelingsaanvragen. Art. 13.Dit besluit is niet van toepassing op de aanvragen die bij het vergunningverlenende bestuursorgaan werden betekend vóór 1 september 2009. Die voorheen betekende dossiers worden behandeld conform het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 05/05/2000 pub. 20/05/2000 numac 2000035506 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering betreffende de openbare onderzoeken over aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning en verkavelingsaanvragen sluiten betreffende de openbare onderzoeken over aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning en verkavelingsaanvragen, zoals dat gold op de betekeningsdatum. Art. 14.Dit besluit treedt
werking op 1 september
gediend bij de
gediend bij het college van burgemeester en schepenen, vóór het einde van het openbaar onderzoek, dat
gekeken bij het gemeentebestuur tijdens het openbaar onderzoek. Te . . . . ., de . . . . . . Gezien om gevoegd te worden als bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 05/05/2000 pub. 20/05/2000 numac 2000035506 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering betreffende de openbare onderzoeken over aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning en verkavelingsaanvragen sluiten betreffende de openbare onderzoeken over aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning en verkavelingsaanvragen. Brussel, 5 juni 2009. De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening, D. VAN MECHELEN _______ Nota's
gediend bij de
richtingen die voor bewoning kunnen worden gebruikt.
dustriële, ambachtelijke of commerciële gebouwen, constructies of terreinen.
richtingen die voor bewoning kunnen worden gebruikt, als bestemd voor de bouw of aanleg van
dustriële, ambachtelijke of commerciële gebouwen, constructies of terreinen. De bezwaren of opmerkingen over de aanvraag moeten schriftelijk worden
gediend bij het college van burgemeester en schepenen, vóór het einde van het openbaar onderzoek, dat
gekeken bij het gemeentebestuur tijdens het openbaar onderzoek. Te . . . . ., de . . . . . Gezien om gevoegd te worden als bijlage II bij het besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 05/05/2000 pub. 20/05/2000 numac 2000035506 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering betreffende de openbare onderzoeken over aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning en verkavelingsaanvragen sluiten betreffende de openbare onderzoeken over aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning en verkavelingsaanvragen. Brussel, 5 juni 2009. De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening, D. VAN MECHELEN _______ Nota
gediend bij de
gediend bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente(n) . . . . . .
gekeken bij het (
gediend bij de
gediend bij het college van burgemeester en schepenen, vóór . . . . . De aanvraag kan tot de sluiting van het openbaar onderzoek worden
gekeken bij het gemeentebestuur. Te . . . . ., de . . . . . De secretaris, De burgemeester, Gezien om gevoegd te worden als bijlage IV bij het besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 05/05/2000 pub. 20/05/2000 numac 2000035506 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering betreffende de openbare onderzoeken over aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning en verkavelingsaanvragen sluiten betreffende de openbare onderzoeken over aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning en verkavelingsaanvragen. Brussel, 5 juni 2009. De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening, D. VAN MECHELEN _______ Nota's
gediend bij de
richtingen die voor bewoning kunnen worden gebruikt.
dustriële, ambachtelijke of commerciële gebouwen, constructies of terreinen.
richtingen die voor bewoning kunnen worden gebruikt, als bestemd voor de bouw of aanleg van
dustriële, ambachtelijke of commerciële gebouwen, constructies of terreinen. De bezwaren of opmerkingen over de aanvraag moeten schriftelijk worden
gediend bij het college van burgemeester en schepenen, vóór . . . . . De aanvraag kan tot de sluiting van het openbaar onderzoek worden
gekeken bij het gemeentebestuur. Te . . . . ., de . . . . . De secretaris, De burgemeester, Gezien om gevoegd te worden als bijlage V bij het besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 05/05/2000 pub. 20/05/2000 numac 2000035506 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering betreffende de openbare onderzoeken over aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning en verkavelingsaanvragen sluiten betreffende de openbare onderzoeken over aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning en verkavelingsaanvragen. Brussel, 5 juni 2009. De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening, D. VAN MECHELEN _______ Nota
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.