het decreet van 21 december 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2001 pub. 31/01/2002 numac 2002035058 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende vermindering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen door openbare diensten in het Vlaamse Gewest sluiten; Overwegende dat omwille van de duidelijkheid er daarvoor geopteerd wordt om het voormelde besluit van 14 juli 2004 op te heffen en te vervangen door dit besluit; Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 9 juli 2008; Gelet op het advies 44.966/1/V van de Raad van State, gegeven op 10 september 2008, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op voorstel van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur; Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder. 1° decreet : het decreet van 21 december 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2001 pub. 31/01/2002 numac 2002035058 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende vermindering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen door openbare diensten in het Vlaamse Gewest sluiten houdende de vermindering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen door openbare diensten in het Vlaamse Gewest;2° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid;3° maatschappij : de Vlaamse Milieumaatschappij;4° areaal : de gebieden waar het gebruik van bestrijdingsmiddelen verboden is,
artikel 3, eerste lid, van het decreet;5° inventaris : de inventaris van de volgende gegevens van het voorgaande jaar :
artikel 3, eerste en tweede lid, van het decreet. Art. 3.§
. In het derde actieprogramma wordt voor de sporen 4 en 5,
, een opdeling gemaakt van het volledige areaal in de locatietypes,
artikel 5, § 3, tweede lid, 1°, 2° en 3°. Openbare diensten die voor de inwerkingtreding van dit besluit nog geen reductieprogramma hebben ingediend, werken uitsluitend het derde actieprogramma uit zoals
artikel 5, § 3. In het derde actieprogramma worden ook doelstellingen geformuleerd en acties uitgewerkt voor de sporen 1, 2 en 3,
In het reductieprogramma wordt een coördinator pesticidenreductie aangewezen die fungeert als aanspreekpunt en de opmaak en uitvoering van het reductieprogramma coördineert. Art. 4.De maatschappij stelt een draaiboek ter beschikking van de openbare diensten. Dat draaiboek bevat praktische richtlijnen voor en informatie over de inhoud, de opmaak en de uitvoering van het reductieprogramma. HOOFDSTUK III. - Opmaak en indiening van de actieprogramma's Art. 5.§ 1. De uitvoering van het eerste actieprogramma moet uiterlijk op 1 januari 2015 of op de datum,
artikel 5, § 3, derde lid, 3°, afgerond zijn. In het eerste actieprogramma worden de acties voor de sporen 1 en 2,
artikel 3, § 1, opgenomen. Het eerste actieprogramma is van toepassing op het volledige areaal. § 2. Het tweede actieprogramma moet uiterlijk op 30 juni 2009 uitgevoerd zijn. In het tweede actieprogramma wordt een deelproject uitgewerkt voor de sporen 3, 4 en 5,
artikel 3, § 1, en worden de eventuele wijzigingen in het eerste actieprogramma voor de sporen 1 en 2,
artikel 3, § 1, opgenomen. Het deelproject is van toepassing op een bepaald percentage van het areaal. Het percentage is een representatief staal van de verschillende types te beheren oppervlakten van het areaal en is bij voorkeur een aaneengesloten oppervlakte. De representativiteit wordt duidelijk gemotiveerd en visueel weergegeven aan de hand van een of meer kaartbladen op schaal 1 : 10.000, waarop alle types te beheren oppervlakten van het areaal aangegeven zijn die behoren tot het deelproject. Bij de selectie van de te beheren oppervlakten moet prioriteit gegeven worden aan scholen, speeltuinen, en andere locaties waar regelmatig kinderen komen. Voor het spoor 4,
artikel 3, § 1, wordt de kruidgroei op verhardingen binnen het deelproject geleidelijk zonder chemische bestrijdingsmiddelen beheerd. Voor het spoor 5,
artikel 3, § 1, worden de groenzones vanaf de start van het deelproject zonder chemische bestrijdingsmiddelen beheerd. §
artikel 3, § 2, vierde lid, uitspraak over dat actieprogramma. HOOFDSTUK IV. - Rapporteringen Art. 7.§ 1. De openbare diensten rapporteren over het reductieprogramma jaarlijks voor 1 april aan de maatschappij. De rapportering bevat : 1° de inventaris,
artikel 1, 5°, die ingegeven wordt op een elektronisch formulier dat de maatschappij ter beschikking stelt;2° een opsomming van de omgevormde locaties gedurende het voorgaande jaar, en het resultaat van de toepassing van de pesticidentoets. § 2. Gemeenten en provincies kunnen de vereiste gegevens,
artikel 7, § 1, opnemen in het milieujaarprogramma,
artikel 2.1.19 en 2.1.25 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid. HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen Art. 8.Het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 14/07/2004 pub. 20/09/2004 numac 2004036449 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse Regering houdende nadere regels inzake de reductieprogramma's ter vermindering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen door openbare diensten in het Vlaamse Gewest sluiten houdende nadere regels inzake de reductieprogramma's ter vermindering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen door openbare diensten in het Vlaamse Gewest wordt opgeheven. Art. 9.De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 19 december 2008. De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, Mevr. H. CREVITS
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.