een punt 2°bis ingevoegd dat luidt als volgt : "2°bis : organiserend bestuur : de rechtspersoon die geen winstoogmerk heeft en onder wiens verantwoordelijkheid een voorziening functioneert;" 2° er worden een punt 8° en een punt 9° toegevoegd die luiden als volgt : "8° gezondheidsindexcijfer : het prijsindexcijfer dat berekend
voor de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen; 9° kwalificatiebewijs : attest, diploma, certificaat of titel van beroepsbekwaamheid." Art. 2.In artikel 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 20 mei 2005 en 30 maart 2007,
Een organiserend bestuur kan voor voorzieningen een erkenning en subsidie bekomen volgens de bepalingen van dit besluit." Art. 3.Artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2007Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 30/03/2007 pub. 19/06/2007 numac 2007035673 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2001 houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van kinderdagverblijven en diensten voor opvanggezinnen sluiten,
vervangen door wat volgt : "Art. 2.Om er een erkenning voor te krijgen of te behouden moeten de voorzieningen voldoen aan de bepalingen van artikel 3, van hoofdstuk II, afdeling 1 en 2, van hoofdstuk III, afdeling 1 en 2 en van hoofdstuk IV, afdeling 1 van dit besluit. De procedure voor de toekenning en intrekking van een erkenning
vastgelegd door de minister. De subsidiëring voor voorzieningen is, binnen de perken van de begroting, mogelijk mits een erkenning, en overeenkomstig een vooraf vastgelegd selectie- en beslissingskader. De procedure voor de toekenning, opschorting en intrekking van subsidiëring
vastgelegd door de minister. De minister legt de bedragen vast voor de subsidies en vergoedingen die vermeld worden in dit besluit." Art. 4.In hetzelfde besluit worden een artikel 2bis en een artikel 2ter ingevoegd, die luiden als volgt : "Art. 2bis.De erkenning voor een kinderdagverblijf strookt met de visie en de doelstellingen opgenomen in het lokaal beleidsplan kinderopvang, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2007Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 04/05/2007 pub. 19/06/2007 numac 2007035837 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende het lokaal beleid kinderopvang sluiten houdende het lokaal beleid kinderopvang, van de gemeente waar het kinderdagverblijf ligt, of, wanneer het kinderdagverblijf over verschillende vestigingsplaatsen beschikt, van de gemeente waar de vestigingsplaats van het kinderdagverblijf ligt. Kind en Gezin vraagt advies aan het lokaal bestuur volgens de bepalingen die de minister vastlegt. Het kinderdagverblijf, of, wanneer het kinderdagverblijf over verschillende vestigingsplaatsen beschikt, de vestigingsplaats van het kinderdagverblijf, participeert aan het Lokaal Overleg Kinderopvang als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2007Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 04/05/2007 pub. 19/06/2007 numac 2007035837 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende het lokaal beleid kinderopvang sluiten houdende het lokaal beleid kinderopvang. Art. 2ter.De erkenning voor een dienst strookt met de visie en de doelstellingen opgenomen in het lokaal beleidsplan kinderopvang, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2007Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 04/05/2007 pub. 19/06/2007 numac 2007035837 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende het lokaal beleid kinderopvang sluiten houdende het lokaal beleid kinderopvang, van de gemeente of gemeentes die behoren tot het werkingsgebied van de dienst. Kind en Gezin vraagt advies aan het lokaal bestuur volgens de bepalingen die de minister vastlegt. De dienst participeert aan het Lokaal Overleg Kinderopvang, van de gemeente of gemeentes die tot het werkingsgebied van de dienst behoren, als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2007Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 04/05/2007 pub. 19/06/2007 numac 2007035837 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende het lokaal beleid kinderopvang sluiten houdende het lokaal beleid kinderopvang." Art. 5.In artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2007Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 30/03/2007 pub. 19/06/2007 numac 2007035673 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2001 houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van kinderdagverblijven en diensten voor opvanggezinnen sluiten,
punt 2° vervangen door wat volgt : "2° De voorzieningen stellen hun dienstverlening open voor alle kinderen, maar geven voorrang aan kinderen :
berekend door de Vlaamse Regering, volgens de hierna vermelde bepaling, en die door werkomstandigheden of door het volgen van een opleiding hun kinderen tijdens de dag niet zelf kunnen opvangen;c) van wie de ouders een inkomen hebben dat lager ligt dan een inkomensgrens die elk jaar op 1 juli berekend
door de Vlaamse Regering, volgens de hierna vermelde bepaling, en voor wie kinderopvang een belangrijke factor is met het oog op hun economische en maatschappelijke participatie;
actief aan de ouders gecommuniceerd. Kind en Gezin ziet in het bijzonder toe op de naleving van deze voorrangsregeling. Voor de berekening van de inkomensgrens
het gewaarborgde minimale brutomaandinkomen omgerekend naar een belastbaar jaarbedrag, door de gegevens te vermenigvuldigen met een coëfficiënt, die elk jaar op 1 juli volgens de volgende formule
berekend door de Vlaamse Regering : gemiddeld gezondheidsindexcijfer van 2 jaar voordien x 12 gezondheidsindexcijfer van 1 juni van het jaar in kwestie Onder gemiddeld gezondheidsindexcijfer van 2 jaar voordien
bedoeld dat de gezondheidsindexcijfers die gelden in elk van de 12 maanden van het betreffende jaar, worden samengeteld en gedeeld door 12." Art. 6.Artikel 4 van hetzelfde besluit
vervangen door wat volgt : "Art. 4.De minimumcapaciteit van een crèche bedraagt 23 plaatsen. Het organiserend bestuur kan de capaciteit van een crèche realiseren op verschillende vestigingsplaatsen, op voorwaarde dat er één hoofdvestigingsplaats is, die een capaciteit heeft van minimum 23 plaatsen. De vestigingsplaatsen, de hoofdvestigingsplaats uitgezonderd, hebben een capaciteit van minimum 14 plaatsen. De vestigingsplaatsen hebben een functionele, organisatorische band met de hoofdvestigingsplaats. De minimumcapaciteit van een peutertuin bedraagt 20 plaatsen. Het organiserend bestuur kan de capaciteit van een peutertuin realiseren op verschillende vestigingsplaatsen, die elk een capaciteit hebben van minimum 20 plaatsen." Art. 7.Artikel 7 van hetzelfde besluit
vervangen door wat volgt : "Art. 7.Met betrekking tot het personeel gelden de volgende bepalingen : 1° een crèche voorziet minstens in de volgende personeelsprestaties :
rekening gehouden met het totale aantal erkende plaatsen van de kinderdagverblijven die tot eenzelfde organiserend bestuur behoren. 7° het minimaal vereiste personeel, vermeld in punt 1°,
vervangen door wat volgt : "Art. 8.Voor de infrastructuur gelden, per vestigingsplaats, de volgende bepalingen : 1° de vestigingsplaats is gemakkelijk bereikbaar en bevindt zich in een veilige en gezonde omgeving;2° de vestigingsplaats beschikt over speel- en rustruimtes die voldoende ruim zijn voor het aantal opgevangen kinderen.Een netto-oppervlakte van 5 m2 per kind is daarbij richtinggevend. De ruimtes zijn passend ingericht en aangepast aan de groepssamenstelling; 3° de vestigingsplaats beschikt, in verhouding tot zijn capaciteit en organisatorische structuur, naast de in punt 2° vermelde ruimtes, over een ruimte voor kinderwagens, een administratief lokaal, een personeelslokaal, sanitaire voorzieningen voor kinderen en personeel en een keukenfunctie;4° voor buitenactiviteiten is een voldoende ruime, veilige en passend ingerichte speelruimte in open lucht voorzien, die op een voor de kinderen veilige wijze te bereiken is;5° de lokalen zijn voldoende verlucht, verlicht en verwarmd;6° op de vestigingsplaats is voldoende aan de leeftijd, de aard en het ontwikkelingsniveau van de opgevangen kinderen aangepast spelmateriaal beschikbaar;7° de bouwtechnische en bouwfysische staat van het gebouw voldoet aan de geldende regelgeving inzake brandveiligheid. Een vestigingsplaats met minder dan 23 kinderen moet evenwel niet beschikken over een ruimte voor kinderwagens, een administratief lokaal en een personeelslokaal." Art. 9.In artikel 14 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 mei 2005, worden § 1, § 2, § 3 en § 4, vervangen door wat volgt : "§ 1. Wanneer de bezetting van een vestigingsplaats gedurende een kalenderjaar daalt onder 80 % van de capaciteit die
gesubsidieerd,
de subsidiabele capaciteit verminderd, en wel tot de capaciteit die de gemiddelde bezetting van het voorgaande kalenderjaar op 80 % brengt. Deze vermindering gebeurt met ingang van het tweede kwartaal van het volgende kalenderjaar en geldt voor de subsidiëring voor zover die
bepaald door de gemiddelde leeftijd van het personeel. §
Een dienst kan een flexibel opvangaanbod hebben, namelijk opvang minstens gedurende 30 minuten voor 7 uur, minstens gedurende 30 minuten na 18 uur, op dagen boven op het minimum aantal openingsdagen voor het basisopvangaanbod, alsook een aanbod van occasionele opvang en urgentieopvang, mits deze opvang beantwoordt aan de kwalitatieve bepalingen die inherent zijn aan een erkende werking." Art. 11.In artikel 19 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2007Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 30/03/2007 pub. 19/06/2007 numac 2007035673 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2001 houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van kinderdagverblijven en diensten voor opvanggezinnen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 1°
vervangen door wat volgt : "1° de diensten beschikken over minimum 0,25 voltijds equivalent prestatie dienstverantwoordelijke per 26,5 plaatsen.Elke dienst moet minimaal voorzien in een basis personeelsformatie van 0,50 voltijds equivalent prestatie dienstverantwoordelijke. Deze minimale vereiste van 0,25 voltijds equivalent prestatie per 26,5 plaatsen
opgebouwd per opeenvolgende 27 en 26 plaatsen;"; 2° punt 4°
vervangen door wat volgt : "4° De dienstverantwoordelijke beschikt over een door de minister erkend kwalificatiebewijs." Art. 12.In artikel 26 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 1 februari 2002 en 30 maart 2007,
Voor een kinderdagverblijf in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, moet in artikel 14, § 1, § 2, § 3 en § 4, voor de vermindering of de schorsing "80 %" gelezen worden als "70 %", en "65 %" gelezen worden als "60 %." Art. 13.In artikel 28 van hetzelfde besluit worden de woorden "van de gezondheidsindex" vervangen door de woorden "van het gezondheidsindexcijfer". Art. 14.Artikel 28bis van hetzelfde besluit, opgeheven door het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2007Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 30/03/2007 pub. 19/06/2007 numac 2007035673 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2001 houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van kinderdagverblijven en diensten voor opvanggezinnen sluiten,
opnieuw opgenomen in de volgende lezing : "Art. 28bis.Elk kinderdagverblijf ontvangt in 2008 aanvullend een eenmalige forfaitaire vergoeding van 2.500 euro, bedoeld voor de kosten voor de basisuitrusting en de verdere informatisering van de werking van het kinderdagverblijf in het kader van e-government." Art. 15.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2008, met uitzondering van artikelen 9 en 12, die in werking treden op 1 januari 2009. Art. 16.De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 5 december 2008. De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, S. VANACKERE
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.