punt 7°; 7° experimentele ontwikkeling : het verwerven, combineren, vormgeven en gebruiken van bestaande wetenschappelijke, technische, zakelijke en andere relevante kennis en vaardigheden voor plannen, schema's en ontwerpen van nieuwe, gewijzigde of verbeterde producten, procédés of diensten.Hieronder kan tevens de conceptuele formulering en het ontwerp van alternatieve producten, procédés of diensten worden verstaan. Deze activiteiten kunnen tevens het maken van ontwerpen, tekeningen, plannen en andere documentatie omvatten, mits zij niet voor commercieel gebruik zijn bestemd. De ontwikkeling van commercieel bruikbare prototypes en proefprojecten valt eveneens onder experimentele ontwikkeling indien het prototype het commerciële eindproduct is en de productie ervan te duur is om alleen voor demonstratie- en validatiedoeleinden te worden gebruikt. Bij commercieel gebruik van demonstratie- of proefprojecten worden eventuele inkomsten die hieruit voortvloeien, op de in aanmerking komende kosten in mindering gebracht. De kosten van de experimentele ontwikkeling en het testen van producten, procedés en diensten komen eveneens in aanmerking, voor zover deze niet voor industriële toepassing of commerciële exploitatie kunnen worden gebruikt of geschikt gemaakt. Onder experimentele ontwikkeling wordt niet verstaan de routinematige of periodieke wijziging van bestaande producten, productielijnen, fabricageprocessen, diensten en andere courante activiteiten, zelfs indien deze wijzigingen verbeteringen kunnen inhouden; 8° kleine en middelgrote ondernemingen of K.M.O.'s, kleine ondernemingen en middelgrote ondernemingen : ondernemingen in de zin van Verordening (EG) nr. 70/2001 of een verordening die deze verordening vervangt; 9° onderzoeksorganisatie : een entiteit ongeacht haar rechtsvorm (publiek- of privaatrechtelijke organisatie) of financieringswijze, die zich hoofdzakelijk bezighoudt met het verrichten van fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling en het verspreiden van de resultaten daarvan door middel van onderwijs, publicaties of technologie-overdracht waarbij alle winst opnieuw wordt geïnvesteerd in die activiteiten, in de verspreiding van de resultaten daarvan, of in onderwijs.Ondernemingen die invloed over een dergelijke entiteit kunnen uitoefenen door middel van bijvoorbeeld aandeelhouders of leden, genieten geen preferentiële toegang tot de onderzoekscapaciteit van een dergelijke entiteit of tot de resultaten van haar onderzoek; 10° steunpercentage : het brutosteunbedrag, uitgedrukt als percentage van de in aanmerking komende kosten van het project.Wordt steun in een andere vorm dan een subsidie verleend, dan is het steunbedrag het subsidie-equivalent van de steun; 11° stimulerend effect van steun (additionaliteit) : de positieve invloed van steun op het gedrag van de ondernemingen in kwestie inzake hun onderzoek en ontwikkeling;12° sociaal-economische effecten : de sociaal-economische baten die het gevolg zijn van de uitvoering van onderzoek en ontwikkeling door bedrijven en die de rechtstreekse voordelen voor deze bedrijven overstijgen;13° actieprogramma : een programma tot ondersteuning van onderzoek en ontwikkeling van het bedrijfsleven, beslist door de Vlaamse Regering, met specifieke voorwaarden en bepalingen;14° achtergestelde lening : een lening heeft een achtergesteld karakter indien de schuldeiser die de lening toestaat er uitdrukkelijk mee instemt, ingeval van samenloop van schuldenaars van de onderneming die de lening ontvangt, pas na alle andere schuldeisers van de onderneming te worden uitbetaald. HOOFDSTUK II. - Steun tot bevordering van onderzoek, ontwikkeling en innovatie van het bedrijfsleven Art. 2.Binnen de perken van de begrotingskredieten wordt voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie op initiatief van Vlaamse bedrijven steun verleend. Art. 3.Tot een maximum van 80 % van de projectkosten kan de raad van bestuur bovenop een toegekende steun een aanvullende voorfinanciering toestaan tegen minimaal het rentepercentage van de langetermijninvesteringskredieten zoals bepaald door de referentierente van de Europese Commissie voor België, vermeerderd met 4 %, als het projecten zijn van kleine of middelgrote ondernemingen. Deze voorfinanciering kan pas toegekend worden als de financiering van het project onvoldoende tot stand kan komen door de gebruikelijke kanalen van krediet- en kapitaalverschaffing en als er voldoende zekerheid bestaat dat geen oneigenlijk gebruik zal worden gemaakt van deze voorfinanciering. Deze voorfinanciering kan de vorm aannemen van achtergestelde leningen. De nadere regelen van de terugbetaling van deze voorfinanciering worden door de raad van bestuur vastgelegd. HOOFDSTUK III. - Maximaal steunpercentage en cumulatie met andere steun Afdeling I. - Maximaal steunpercentage Art. 4.Met behoud van de toepassing van artikel 6 bedraagt de steun voor een project van industrieel onderzoek maximaal 50 % van de kosten die overeenkomstig de bijlage, die bij dit besluit is gevoegd, voor het project aanvaard worden. Met behoud van de toepassing van artikel 6, bedraagt de steun voor een project van experimentele ontwikkeling maximaal 25 % van de kosten die overeenkomstig de bijlage, die bij dit besluit is gevoegd, voor het project aanvaard worden. Wanneer steun wordt verleend voor een project van industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling waarbij onderzoeksorganisaties en ondernemingen samenwerken, mag het gecumuleerde steunbedrag van rechtstreekse staatssteun ten behoeve van een specifiek onderzoeksproject en van bijdragen van onderzoeksorganisaties voor datzelfde project, voor zover deze staatssteun inhouden, niet hoger uitkomen dan de voor elke begunstigde onderneming van toepassing zijnde steunplafonds. Steun voor technische haalbaarheidsstudies ter voorbereiding van activiteiten op het gebied van industrieel onderzoek bedraagt maximaal 75 % en voor studies ter voorbereiding van experimentele ontwikkeling maximaal 50 % voor K.M.O.'s. Voor grote ondernemingen is dit respectievelijk 65 % en 40 %. Art. 5.Omvat een project verschillende soorten opdrachten, dan wordt elke opdracht in één van de volgende categorieën ingedeeld : industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling, of niet behorend tot één van deze categorieën. Art. 6.De steunpercentages,
artikel 4, eerste en tweede lid, kunnen binnen de perken van het wetenschaps- en technologiebeleid van de Vlaamse Regering als volgt verhoogd worden : 1° wanneer aan K.M.O.'s steun wordt verleend, kan de steunintensiteit worden verhoogd met 10 % voor middelgrote en 20 % voor kleine ondernemingen; 2° tot een maximum steunpercentage van 80 % is een verhoging met 15 % mogelijk wanneer aan minstens een van de volgende voorwaarden is voldaan :
artikel 4, 5 en 6, rekening zal worden gehouden met de samengestelde steun. Art. 8.Een bijzondere steunverlening kan worden toegekend aan een begunstigde onderneming die voldoet aan de criteria gesteld in hetde communautaire kaderprogramma op het gebied van onderzoek, ontwikkeling en innovatie van de Europese Unie, om beschouwd te worden als een innovatieve starter, met name : (
De aanvragen die niet ontvankelijk werden verklaard, kunnen door het directiecomité administratief worden afgesloten, wanneer de aanvrager binnen 75 werkdagen na het eerste verzoek van IWT-Vlaanderen om zijn dossier te vervolledigen, niet voldoet aan de formele vereisten van de aanvraag. De beslissing van het directiecomité wordt samen met de motivering medegedeeld aan de aanvrager en aan de raad van bestuur. §
de bijlage die bij dit besluit is gevoegd, behalve als de aanvrager een beroep doet op de mogelijkheid,
10.De raad van bestuur stelt de colleges van deskundigen samen en bepaalt de procedure voor de adviesverstrekking en houdt rekening met de aard van de aanvragen die ontvankelijk werden verklaard. De raad van bestuur kan deze bevoegdheid delegeren aan het directiecomité of aan een specifieke commissie die de raad samenstelt. Art. 11.De identiteit van de aanvrager wordt bekendgemaakt aan het college van deskundigen tenzij de aanvrager zelf uitdrukkelijk wenst dat de anonimiteit in acht wordt genomen ten aanzien van externe deskundigen. Tevens kan de aanvrager, om redenen van vertrouwelijkheid, het IWT-Vlaanderen verzoeken om sommige elementen van het dossier niet voor te leggen aan de deskundigen. Art. 12.De raad van bestuur beslist op basis van het dossier, waaronder het advies van het college van deskundigen en bepaalt de omvang en de aard van de steun alsmede de bijzondere voorwaarden en de nadere regelen ervan. De raad van bestuur kan deze bevoegdheid delegeren aan het directiecomité of aan een specifieke commissie die de raad samenstelt. HOOFDSTUK V. - Beslissingbepalingen en -criteria Art. 13.§ 1. De raad van bestuur kan een negatieve beslissing nemen of extra voorwaarden stellen op basis van de volgende elementen : 1° bij onvoldoende financiële draagkracht van de aanvrager of eventuele partners aan het project ten behoeve van de uitvoering of het welslagen ervan;2° indien de aanvrager of partners bij het project niet voldoen aan overige verplichtingen of vergunningen vanwege de overheid;3° indien de aanvrager of partners bij het project blijk hebben gegeven van niet-correct gedrag naar aanleiding van vorige aanvragen, onder meer inzake informatieverstrekking, inhoudelijke en financiële verplichtingen of verslaggeving. § 2. Indien een project beantwoordt aan de indieningsvereisten van lopende actieprogramma's, kan de raad van bestuur beslissen om het project binnen dit specifieke kader te behandelen, zonder dat hiertoe een nieuwe aanvraag geformuleerd moet worden. Art. 14.De raad van bestuur zal bij zijn beslissing om een project al dan niet steun te verlenen, steunen op de volgende beoordelingsdimensies : 1° de kwaliteit van de doelstellingen en de uitvoering van het project.Vooral de volgende aspecten zullen hierbij beoordeeld worden :
artikel 17, regelt hiervoor nader de verplichtingen. Art. 20.IWT-Vlaanderen wordt belast met het toezicht op de aanwending door de begunstigden van de steun die krachtens dit besluit wordt toegekend. Art. 21.De begunstigde van steun levert op geregelde tijdstippen schriftelijk verslag aan IWT-Vlaanderen betreffende de vordering van het project en de aanwending van de steun en telkens als IWT-Vlaanderen daarom verzoekt. Hij brengt na afloop van het project een eindverslag uit over het verloop en de resultaten van het project. Art. 22.De begunstigde die de voorwaarden en bepalingen waaronder de steun werd toegekend niet naleeft, wordt bij beslissing van de raad van bestuur van IWT-Vlaanderen in gebreke gesteld. Vanaf de ingebrekestelling wordt elke verdere uitbetaling van steun aan de begunstigde geschorst. De vordering van terugbetaling van de oneigenlijk aangewende steun wordt ingeleid door de raad van bestuur van IWT-Vlaanderen. De raad van bestuur kan de bevoegdheid tot vordering van terugbetaling delegeren. Art. 23.De begunstigde kan in beroep gaan tegen de beslissingen van de raad van bestuur inzake de ingebrekestelling of vordering tot terugbetaling,
artikel
artikel 35, § 2, van het decreet van 19 december 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998036464 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1999 sluiten houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1999, volledig naleeft ingeval van collectief ontslag van het personeel. § 2. De niet naleving van de informatie- en raadplegingsprocedures wordt door de Vlaamse Regering vastgesteld. De datum van haar beslissing geldt als uitgangspunt voor het bepalen van de periode van vijf jaar waarbinnen alle steun zal worden teruggevorderd, zoals
artikel 35, § 1, van het decreet,
. Met ingang van de datum van de beslissing van de Vlaamse regering,
het eerste lid, is het IWT-Vlaanderen bevrijd van elke verdere verplichting tot uitbetaling waarin de contractuele bepalingen van op dat ogenblik lopende toekenningsovereenkomsten zouden voorzien. § 3. Het recht op terugvordering door het IWT-Vlaanderen betreft het geheel van de in voormelde periode van vijf jaar door de steunverkrijger ontvangen betalingen of de onmiddellijke terugbetaling van toegezegde achtergestelde leningen, ongeacht het aantal projecten of het aantal aparte overeenkomsten en hun stand van uitvoering in de periode van vijf jaar voorafgaand aan beslissing van de Vlaamse Regering,
. Ingeval de steunverkrijger medecontractant is in een gezamenlijke overeenkomst met andere toelageverkrijgers, dan is de terugvordering beperkt tot het aandeel en de steun van die steunverkrijger volgens die overeenkomst. § 4. De bepalingen van dit artikel worden opgenomen in alle nieuwe overeenkomsten die IWT-Vlaanderen vanaf de inwerkingtreding van dit besluit afsluit met elke aanvrager van steun. HOOFDSTUK VIII. - Geheimhouding Art. 25.De personeelsleden van IWT-Vlaanderen, de leden van de raad van bestuur van IWT-Vlaanderen, de leden van het college van deskundigen alsmede alle andere personen die ambtshalve kennis krijgen van een dossier zoals bedoeld in dit besluit, zullen de gegevens in kwestie als strikt vertrouwelijk behandelen, ze niet mededelen aan derden, noch in hun eigen voordeel aanwenden. HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen Art. 26.Het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2001Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 05/10/2001 pub. 03/01/2002 numac 2001036444 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot regeling van de steun aan projecten van technologisch onderzoek en ontwikkeling van het bedrijfsleven in Vlaanderen sluiten tot regeling van de bevordering van het industrieel-wetenschappelijk-technologisch onderzoek in Vlaanderen wordt opgeheven. Art. 27.Dit besluit treedt in werking de dag dat het wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Art. 28.De Vlaamse minister, bevoegd voor het technologisch innovatiebeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 12 december 2008. De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel, Mevr. P. CEYSENS Bijlage 1° Als subsidiabele projectkosten kunnen in aanmerking worden genomen de volgende kosten die, na de datum van indiening van de aanvraag, door de aanvrager en zijn partners gemaakt zijn.Deze kosten moeten noodzakelijk zijn en rechtstreeks aan het onderzoeksproject toegerekend kunnen worden. Wanneer de kosten ook uit andere activiteiten voortvloeien, moeten zij worden omgeslagen over het gesteunde onderzoeksproject en de andere activiteiten.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.