artikel 5. Art. 9.De Vlaamse Regering wijst onder zijn ambtenaren een secretaris van het VOC BE aan. Art. 10.Het VOC BE neemt een werkingsreglement aan, dat bekrachtigd wordt door de Vlaamse Regering. Art. 11.De werkingskosten van het VOC BE vallen ten laste van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. HOOFDSTUK III. - De lokale onderhandelingscomités Afdeling I. - Oprichting Art. 12.Ieder centrumbestuur richt een LOC op. Afdeling II. - Samenstelling Art. 13.§ 1. Elk LOC is samengesteld uit twee geledingen : een afvaardiging van het centrumbestuur en een afvaardiging van het personeel. § 2. In centra waar maximaal vijfentwintig personeelsleden werken, zijn er voor de afvaardiging van het personeel drie mandaten te verdelen. Zijn er meer dan vijfentwintig personeelsleden, dan komt er één afgevaardigde bij per begonnen schijf van vijfentwintig personeelsleden. In centra met meer dan 125 personeelsleden zijn er acht mandaten te verdelen. Een LOC is rechtsgeldig samengesteld zodra er één afgevaardigde van het personeel verkozen is. § 3. De afvaardiging van het centrumbestuur telt maximaal evenveel mandaten als de afvaardiging van het personeel. Art. 14.De afgevaardigden van het centrumbestuur worden door het centrumbestuur aangewezen uit personen die lid zijn van het centrumbestuur en die gemandateerd zijn om het centrumbestuur te verbinden. Daarnaast kan de directeur van het centrum gemandateerd worden als afgevaardigde van het centrumbestuur, zoniet is hij technicus van het centrum bestuur. Art. 15.De personeelsafgevaardigden worden door de personeelsleden van het betrokken centrum verkozen. Alle personeelsleden, met uitzondering van de directeur, zijn stemgerechtigd en verkiesbaar. De kandidaten worden voorgedragen op lijsten, ingediend door de representatieve vakorganisaties. Art. 16.De kandidaten worden in de volgorde van hun stemmenaantal verkozen. Bij een gelijk aantal stemmen wordt voorrang gegeven aan de kandidaat die het hoogste aantal kalenderdagen in dienst is in het betrokken centrum. De kandidaten die niet werden verkozen, worden, in de volgorde van hun stemmenaantal, als opvolger aangewezen. Art. 17.Het mandaat van de personeelsafgevaardigden in de LOC's duurt vier jaar en is hernieuwbaar. Art. 18.Aan het mandaat van de personeelsafgevaardigden in de LOC's komt een einde, wanneer een afgevaardigde : 1° niet opnieuw wordt verkozen;2° door de representatieve vakorganisatie het mandaat wordt ontnomen;3° ontslag neemt;4° in een toestand van onverenigbaarheid komt. Art. 19.Het VOC BE stelt, voor de verkiezingen van de personeelsafgevaardigden bij eenparigheid een reglement op. Afdeling III. - Werking Art. 20.Het LOC wordt voorgezeten door een afgevaardigde van het centrumbestuur. Het secretariaat van het LOC wordt waargenomen door een secretaris die onder en door de personeelsafgevaardigden wordt gekozen. Art. 21.Na de oprichting stelt elk LOC bij eenparigheid een werkingsreglement op. Dat werkingsreglement bepaalt minimaal : 1° het aantal bijeenkomsten;2° de wijze en de termijn van bijeenroeping;3° de wijze van mededeling van de documenten;4° de termijn voor de inschrijving van een materie op de agenda door een afgevaardigde van het personeel;5° de taak van de voorzitter;6° de taak van de secretaris;7° de wijze van besluitvorming en de stemming;8° de faciliteiten voor de personeelsafgevaardigden;9° de onverenigbaarheden, bedoeld in artikel 18, 4°, van dit decreet;10° de wijze waarop en de gevallen waarin de geledingen technici kunnen laten deelnemen aan de vergaderingen. Indien er binnen een termijn van drie maanden na de oprichting van het LOC geen akkoord is over een werkingsreglement, is het model van werkingsreglement, bij eenparigheid opgesteld door het VOC BE, van toepassing. Art. 22.Een materie wordt op de agenda van het LOC geplaatst op initiatief van het centrumbestuur of van één of meer afgevaardigden van het personeel. Afdeling IV. - Bevoegdheden Art. 23.De LOC's hebben informatierecht, onderhandelingsbevoegdheid, adviesbevoegdheid, toezichtsbevoegdheid en bemiddelingsbevoegdheid. Onderafdeling I. - Informatierecht Art. 24.De LOC's hebben minstens jaarlijks recht op inlichtingen in verband met de werkgelegenheid. Die inlichtingen hebben minstens betrekking op : 1° inlichtingen over de evolutie van het aantal cursisten en het aantal gegenereerde lesurencursist en de weerslag ervan op de werkgelegenheid en de infrastructuur;2° inlichtingen over de structuur van de centra inclusief over fusies, overnames, sluitingen, uitbreidingen, rationaliseringen of andere belangrijke structuurwijzigingen waarover het centrumbestuur onderhandelingen of besprekingen voert, en de weerslag daarvan op de evolutie van de werkgelegenheid;3° inlichtingen over het personeelsverloop. De bepaling in 1° is niet van toepassing op het Vocvo. Art. 25.De LOC's hebben minstens jaarlijks recht op inlichtingen in verband met het centrumbestuur, de structuur van het centrum en de inbedding van het centrum in het consortium volwassenenonderwijs waartoe het behoort. Die inlichtingen betreffen : 1° basisinformatie over de juridische vorm van het statuut en de samenstelling van de bestuursorganen;2° inlichtingen over de eventuele wijzigingen aan het statuut en de samenstelling van de bestuursorganen;3° basisinformatie over de positie van de centra :
een protocol waarin de respectieve standpunten van de afvaardiging van het centrumbestuur en van de personeelsafgevaardigden worden weergegeven. Indien de onderhandelingen over het arbeidsreglement niet leiden tot een eenparig akkoord, treedt het VOC BE op verzoek van één van de geledingen bemiddelend op en geeft, indien nodig, over de betwiste punten uitsluitsel. Art. 32.De maatregelen die na onderhandeling worden genomen door het centrumbestuur, vermelden de datum van het protocol,
artikel 31, §
, krijgt de personeelsafgevaardigde, op verzoek van een verantwoordelijk bestuurslid van de representatieve vakorganisatie die de personeelsafgevaardigde heeft voorgedragen, verlof om deel te nemen aan één vormingsdag in het kader van de opdrachten,
artikel
§
artikelen 40 tot
deze afdeling. Art. 46.Vakbondsafgevaardigden hebben het recht om met betrekking tot de aangelegenheden
artikel 29 voorstellen te doen aan het LOC, gehoord te worden en advies uit te brengen. Art. 47.Vakbondsafgevaardigden kunnen stappen ondernemen bij het centrumbestuur in het belang van de personeelsleden of kunnen de personeelsleden bijstaan die zich ten aanzien van het centrumbestuur moeten verantwoorden. Art. 48.Vakbondsafgevaardigden krijgen verlof om zitting te hebben in de raden en commissies opgericht bij of krachtens een wet of een decreet, op persoonlijke uitnodiging van hun voorzitter of van een verantwoordelijk bestuurslid. De uitnodiging vermeldt de dag en het uur van de vergadering. Op verzoek van een verantwoordelijk bestuurslid van een representatieve vakorganisatie krijgen vakbondsafgevaardigden verlof om deel te nemen aan de werkzaamheden van werkgroepen en commissies die door hun vakorganisatie zijn opgericht, alsook om deel te nemen aan vormingsdagen die georganiseerd zijn door hun vakorganisatie. De vakorganisaties delen minstens één maand vooraf de data van de vormingsdagen mee aan de centrumbesturen. Er zijn maximaal drie vormingsdagen per jaar. De verloven, bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel, worden gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. De personeelsleden behouden het recht op een salaris. Art. 49.§ 1. Vakbondsafgevaardigden zijn eveneens met verlof, wanneer zij hun vakorganisatie op regelmatige wijze en permanent vertegenwoordigen. Zij worden geacht zich in dienstactiviteit te bevinden. § 2. De aanvraag tot het krijgen van het verlof zoals bedoeld in § 1, wordt toegestaan op aanvraag van de betrokken organisatie. § 3. Op verzoek van de bevoegde administratie stort de betrokken vakorganisatie elk semester het salaris van de personeelsleden,
Het verlof wordt beëindigd wanneer de vakorganisatie op het einde van een semester nalaat de gevraagde stortingen te verrichten of als de betrokken vakorganisatie beslist om het verlof te beëindigen. HOOFDSTUK V. - Bescherming Art. 50.Voor vakbondsafgevaardigden, personeelsafgevaardigden, of kandidaat-personeelsafgevaardigden mogen de daden, gesteld in de uitoefening van hun mandaat of in de hoedanigheid van kandidaat-personeelsafgevaardigde, geen nadelen, noch bijzondere voordelen tot gevolg hebben. Zij genieten de normale promoties en voordelen van de functie waartoe zij behoren. Art. 51.§ 1. Personeelsafgevaardigden en kandidaat-personeelsafgevaardigden kunnen slechts worden ontslagen om een dringende reden of om economische of technische redenen die overeenkomstig de procedure,
artikel 52, door het VOC BE werden erkend. Voor de toepassing daarvan geldt als ontslag : 1° elke beëindiging van de arbeidsovereenkomst door het centrumbestuur, met of zonder vergoeding, al dan niet met naleving van een opzegging, die ter kennis wordt gebracht gedurende de periode, bedoeld in § 2;2° elke beëindiging van de arbeidsovereenkomst door het personeelslid wegens feiten die een reden vormen die ten laste van het centrumbestuur kan worden gelegd. §
van dit artikel, kunnen personeelsafgevaardigden en kandidaat-personeelsafgevaardigden ook ontslagen worden conform de regelgeving met betrekking tot de functiebeschrijvingen en evaluaties. Art. 52.Het centrumbestuur dat een personeelslid, met toepassing van artikel 51, § 1, wil ontslaan, moet vooraf van het VOC BE een erkenning hebben verkregen van de dringende reden of de economische of technische reden. Het centrumbestuur vraagt deze erkenning door een ter post aangetekende brief, gericht aan het VOC BE. Op dezelfde dag worden bij een ter post aangetekende brief zowel het betrokken personeelslid als de organisatie die hem heeft voorgedragen, hierover ingelicht. In die drie brieven moet het centrumbestuur alle feiten vermelden die het ontslag rechtvaardigen. In geval van ontslag om dringende reden, moeten de brieven worden verstuurd binnen drie werkdagen, volgend op de dag waarop het centrumbestuur kennis kreeg van het feit dat het ontslag rechtvaardigt. Het VOC BE moet zich binnen twee maanden vanaf de aanvraag uitspreken over het bestaan van een dringende reden of een economische of technische reden voor ontslag. Wanneer het VOC BE niet binnen twee maanden tot een beslissing komt, kan de werkgever slechts tot ontslag overgaan in de volgende gevallen : 1° als de in de brieven vermelde feiten een dringende reden voor ontslag vormt : 2° wanneer het personeelslid behoort tot een welbepaalde functie waarvan alle leden worden ontslagen. Het centrumbestuur moet de uitvoering van de arbeidsovereenkomst garanderen tijdens de procedure voor het VOC BE. Wanneer een dringende reden wordt ingeroepen, kan het VOC BE toestaan dat de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wordt geschorst. Het personeelslid heeft tijdens die schorsing echter recht op het normale salaris. Art. 53.Wanneer het centrumbestuur een einde maakt aan de arbeidsovereenkomst zonder de voorwaarden en procedures, bedoeld in artikel 51 en artikel 52, na te leven, kan het personeelslid of de representatieve vakorganisatie die zijn kandidatuur heeft voorgedragen, zijn reïntegratie in het centrum aanvragen onder dezelfde voorwaarden als die hij voor de beëindiging van de overeenkomst genoot, op voorwaarde dat bij een ter post aangetekende brief daartoe een aanvraag wordt ingediend binnen dertig dagen volgend op : 1° de datum van de betekening van de opzegging of de datum van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst zonder opzegging;of 2° de dag van de voordracht van de kandidaturen als die na de datum van de betekening van de opzegging of de datum van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst zonder opzegging geschiedt. Art. 54.Bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 53, moet het centrumbestuur, dat het personeelslid reïntegreert, het gederfde salaris uitbetalen en de op grond van dat salaris verschuldigde werkgevers- en werknemersbijdragen voor sociale zekerheid storten. Art. 55.Wanneer het personeelslid of de representatieve vakorganisatie die zijn kandidatuur heeft voorgedragen, zijn reïntegratie niet heeft aangevraagd binnen de bij artikel 53 vastgestelde termijnen, moet het centrumbestuur hem, uitgezonderd in het geval dat de verbreking heeft plaatsgehad voor de periode,
artikel 51, § 2, onverminderd het recht op een salarisverhoging verschuldigd op grond van de individuele of collectieve arbeidsovereenkomst of van de gebruiken en op elke andere schadevergoeding wegens materiële of morele schade, een vergoeding betalen gelijk aan het lopende salaris dat overeenstemt met de duur van : 1° twee jaar als hij minder dan tien dienstjaren in het centrum telt;2° drie jaar als hij tien, maar minder dan twintig dienstjaren in het centrum telt;3° vier jaar als hij twintig of meer dienstjaren in het centrum telt. Art. 56.Wanneer het personeelslid of de representatieve vakorganisatie die zijn kandidatuur heeft voorgedragen, zijn reïntegratie heeft aangevraagd en die door het centrumbestuur niet werd aanvaard binnen dertig dagen na de dag waarop het verzoek hem bij een ter post aangetekende brief werd gezonden, moet het centrumbestuur aan het personeelslid de bij artikel 55 bedoelde vergoeding betalen, evenals het salaris voor het nog resterende gedeelte van de periode van vier jaar die volgt op de samenstelling van het LOC. In geval van betwisting moet het centrumbestuur het bewijs leveren dat het de reïntegratie, die aan het centrumbestuur gevraagd werd, aanvaard heeft. Art. 57.Het personeelslid heeft bovendien recht op de vergoedingen, voorzien in artikel 56, wanneer hijzelf de arbeidsovereenkomst beëindigde wegens feiten die een dringende reden voor het centrumbestuur vormen of wanneer de uitvoering van de arbeidsovereenkomst op onregelmatige wijze werd geschorst tijdens de procedure voor het VOC BE, zoals bedoeld in artikelen 51 en
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.