27 APRIL 2009. - Programmadecreet 2009 Het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap heeft het volgende goedgekeurd en wij, Regering, bekrachtigen het : HOOFDSTUK I. - Culturele aangelegenheden Artikel 1.Informatiecentra. In artikel 16, § 1, van het decreet van 14 december 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/12/1998 pub. 23/06/1999 numac 1999033020 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de erkenning en de subsidiëring van jeugdorganisaties, jeugdcentra en jeugddiensten sluiten houdende erkenning en subsidiëring van jeugdorganisaties, jeugdcentra en jeugddiensten wordt een tweede lid met volgende tekst ingevoegd : « erkende informatiecentra die met de regering een prestatieovereenkomst hebben afgesloten, worden in de subsidiëringscategorie III ingeschaald. » Art. 2.Personeelskosten. In artikel 10, § 4, 2e lid, van het decreet van 23 maart 1992 betreffende toekenning van subsidies voor de personeelskosten van de erkende creatieve ateliers en van de jeugdorganisaties, jeugdcentra en jeugddiensten, vervangen door het decreet van 14 december 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/12/1998 pub. 23/06/1999 numac 1999033020 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de erkenning en de subsidiëring van jeugdorganisaties, jeugdcentra en jeugddiensten sluiten, wordt de tekst "§ 1" vervangen door de woorden "§§ 2 en 3". Art. 3.Openluchtklassen. In het sport decreet van 19 april 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/04/2004 pub. 09/11/2004 numac 2004033080 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de taaloverdracht en gebruik van de talen in het onderwijs sluiten wordt een artikel 26.1 met volgende tekst ingevoegd : « Artikel 26.1. Openluchtklassen. § 1. Scholen en ouderverenigingen kunnen voor de organisatie en doorvoering van openluchtklassen een subsidie krijgen indien : 1. de openluchtklas minstens drie opeenvolgende dagen duurt en dagelijks minstens vijf uur sport- en spelactiviteiten, inclusief een half uur voorbereiding en een half uur nabespreking, voorziet;2. de begeleiders en deelnemers verzekerd zijn voor ongevallen van welke aard dan ook en, via een burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering, voor schade van derden;3. er buiten de begeleiders minstens tien personen actief aan de openluchtklas deelnemen. § 2. De subsidie voor openluchtklassen wordt berekend de hand van volgende methode : 2 euro x aantal deelnemers x duur in dagen. » Art. 4.Sportkampen. In datzelfde decreet wordt artikel 27 door de volgende bepaling vervangen : « Artikel 27.Sportkampen. § 1. Gemeenten, sportverenigingen, gespecialiseerde sportverenigingen, lokale sportraden en sportief ingestelde organisaties en gemeentelijke adviescomités inzake kinderopvang kunnen voor de organisatie en de doorvoering van sportkampen een subsidie krijgen indien : 1. het sportkamp in het Duitse taalgebied wordt georganiseerd;2. het sportkamp minstens drie opeenvolgende dagen duurt en dagelijks minstens vijf uur sport- en spelactiviteiten, inclusief een half uur voorbereiding en een half uur nabespreking, voorziet;3. de kampeerplaats voldoende veiligheidsgaranties biedt en uitgerust is met adequate spel- en sportinfrastructuur;4. de begeleiders en deelnemers verzekerd zijn voor ongevallen van welke aard dan ook en, via een burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering, voor schade van derden;5. er buiten de begeleiders minstens tien personen actief aan de openluchtklas deelnemen;6. er per groep van minstens tien deelnemers een begeleider ter beschikking staat;7. de leider van het sportkamp tot de categorie A of B behoort. § 2. De begeleiders van een sportkamp worden naar gelang van hun kwalificatie op sportvlak in een van de volgende categorieën ingeschaald : 1. categorie A : monitor breedtesport niveau III, licentiaat of leerkracht middelbaar onderwijs lichamelijke opvoeding, trainer A, houder van een door de Regering gelijkwaardig erkend diploma;2. categorie B : monitor breedtesport niveau II, trainer B, vakleerkracht lichamelijke opvoeding in basisscholen en kleutertuinen;3. categorie C : monitor breedtesport niveau I, houder van een diploma basisopleider, houder van een certificaat jeugdanimator van de Duitstalige Gemeenschap;4. categorie D : ongeschoolde helpers. § 3. De subsidie voor sportkampen is als volgt opgesplitst : 1. een basissubsidie in overeenstemming met § 4 en 2.een subsidie voor de vergoedingen van de begeleiders van het sportkamp in overeenstemming met § 5, hierna "variabele subsidie" genoemd. § 4. De basissubsidie wordt berekend aan de hand van volgende methode : 0,25 euro x aantal deelnemers x duur in dagen. § 5. De variabele subsidie bedraagt 50 % van de volgens onderstaande methode berekende vergoeding voor de begeleiders : duur in dagen x aantal uren x minimumtarief van de begeleiders. Als minimumtarief, zoals bedoeld in het vorige lid geldt : 1. voor begeleiders uit categorie A : 13 euro;2. voor begeleiders uit categorie B : 11 euro;3. voor begeleiders uit categorie C : 9 euro;4. voor begeleiders uit categorie D : 6 euro. Leiders van sportkampen krijgen 3 euro/uur naast het minimumtarief voor categorie A respectievelijk B. § 6. Wanneer de minimumtarieven aan de begeleiders worden uitbetaald, resulteert de totale subsidie voor sportkampen uit de optelling van de basissubsidie en de variabele subsidie. Indien de aanvrager deze minimumtarieven niet uitbetaalt, wordt de totale subsidie voor sportkampen tot 60 % beperkt. » Art. 5.Oefencentra voor topsporters. Artikel 17 van datzelfde decreet wordt door volgende bepaling vervangen : « Artikel 17.Oefencentra voor topsporters. De oefencentra voor topsporters ontvangen voor de uitoefening van hun opdrachten jaarlijks een subsidie van maximaal 80 % van de aanvaardbare kosten. De subsidiëring wordt naar gelang van de te vervullen kwaliteitsnormen vastgelegd in het kader van de in artikel 10, § 2, vermelde overeenkomst. » Art. 6.Sportschutters. Artikel 3 van het decreet van 20 november 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/12/1998 pub. 23/06/1999 numac 1999033020 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de erkenning en de subsidiëring van jeugdorganisaties, jeugdcentra en jeugddiensten sluiten1 over het statuut van de sportschutters wordt aangevuld met twee liggende streepjes met volgende tekst : « - een door de gouverneur van een Belgische provincie uitgereikt document dat toestemming geeft voor het bezit van een vuurwapen waarvoor volgens de wapenwet een vergunning vereist is; - een dagkaart in overeenstemming met artikel 5, 3e lid, nummer 1, van het koninklijk besluit van 13 juli 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 13/07/2000 pub. 01/08/2000 numac 2000009700 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Koninklijk besluit tot bepaling van de erkenningsvoorwaarden van schietstanden sluiten tot bepaling van de erkenningsvoorwaarden van schietstanden. » Art. 7.Verenigingen voor vreemdelingenverkeer. Artikel 8 van het decreet van 17 februari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/02/2003 pub. 30/10/2003 numac 2003033080 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de erkenning en bevordering van de verfraaiingscomités, verenigingen voor het vreemdelingenverkeer en van de koepelverenigingen ervan, alsmede van de informatiebureaus en informatiepunten sluiten betreffende de erkenning en bevordering van de verenigingen voor vreemdelingenverkeer en hun koepelorganisaties evenals informatiebureaus en informatieplekken wordt als volgt gewijzigd : 1. na het woord "kan" worden de woorden "een koepelorganisatie" ingevoegd;2. na het woord "wanneer" worden de woorden "van de koepelorganisatie respectievelijk" ingevoegd. Art. 8.Gastenkamers en Bed and Breakfast. De titel van het decreet van 23 november 1992 betreffende vakantiewoningen, in laatste instantie gewijzigd bij het decreet van 1 maart 2004, wordt aangevuld met de woorden "Gastenkamers en Bed and Breakfast". Art. 9.Gastenkamers en Bed and Breakfast. In datzelfde decreet wordt het woord "Executieve" telkens door het woord "Regering" vervangen. Art. 10.Gastenkamers en Bed and Breakfast. In artikel 1 van datzelfde decreet worden de nummers 1bis en 1ter met volgende tekst ingevoegd : « 1bis. "Gastenkamers" : een of meerdere gemeubelde kamers die geen vakantiewoningen zijn en die in de woning en de verblijfplaats van de aanvrager liggen, met het oog op hun verhuring aan toeristen. Per aanvrager mogen er niet meer dan vijf gastenkamers worden uitgebaat; 1ter. "Bed and Breakfast" : een of meerdere gemeubelde kamers die geen vakantiewoningen zijn met het oog op hun verhuring aan toeristen. Per eigenaar mogen er niet meer dan vijf verblijven van het type "Bed and Breakfast" worden uitgebaat; » Art. 11.Gastenkamers en Bed and Breakfast. In artikel 2 van datzelfde decreet worden volgende wijzigingen doorgevoerd : 1. in het eerste lid worden na het woord "vakantiewoning" de woorden "respectievelijk "gastenkamers", "Bed and Breakfast" ingevoegd;2. in het tweede lid worden de woorden "omvat waarvan" vervangen door de woorden "respectievelijk als gastenkamer of als Bed and Breakfast omvat die" ersetzt. Art. 12.Gastenkamers en Bed and Breakfast. Artikel 5 van datzelfde decreet wordt als volgt gewijzigd : 1. na het woord "vakantiewoning" worden de woorden "respectievelijk "gastenkamers" of "Bed and Breakfast" ingevoegd; 2. de worden "26 en 1 000 Belgische frank" door de woorden "26 en 1.000 euro" vervangen. Art. 13.Gastenkamers en Bed and Breakfast. Artikel 6 van datzelfde decreet wordt heringevoerd met volgende tekst : « Artikel 6.Vanaf 1 januari 2015 moeten alle vakantiewoningen, gastenkamers en Bed and Breakfasts over een veiligheidsattest beschikken. Aanvragers die hun aanvraag om erkenning na 1 januari 2014 indienen, beschikken over een termijn van een jaar om hun veiligheidsattest te behalen. De regering bepaalt de nadere modaliteiten. » Art. 14.Belgisch Radio- en Televisiecentrum. In hoofdstuk I van het decreet van 27 juni 1986 betreffende het Belgisch Radio- en Televisiecentrum van de Duitstalige Gemeenschap wordt een nieuw artikel 7.1 met volgende tekst ingevoegd : « Artikel 7.1. De Regering waarborgt in de zin van artikel 138 van de wet van 27 oktober betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening de naleving van de verplichtingen die qua opbouw van wettelijke pensioenen resulteren uit de regeling voor de ouderdomsvoorzieningen van de BRF. » HOOFDSTUK II. - Werkgelegenheid en persoonsgebonden materies Art. 15.Sociaal-economische raad. In artikel 2 van het decreet van 26 juni 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/06/2000 pub. 11/10/2000 numac 2000033076 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet houdende oprichting van een Sociaal-Economische Raad van de Duitstalige Gemeenschap sluiten betreffende oprichting van een sociaal-economische raad van de Duitstalige Gemeenschap wordt een nummer met volgende tekst ingevoegd : « 5. verslagen, onderzoeken en adviezen opstellen over alle aspecten die verband houden met discriminatie op de arbeidsmarkt. » De door het eerste lid uitgevoerde wijziging heeft de vervollediging van de omzetting van de volgende richtlijnen tot doel : 1. Richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming;2. Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep;3. Richtlijn 2002/73/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 23 september 2002 tot wijziging van Richtlijn 76/207/EEG van de Raad betreffende de tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen, en ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden. Art. 16.Dienst voor arbeidsbemiddeling. In artikel 7 van het decreet van 17 januari 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/01/2000 pub. 24/03/2000 numac 2000033021 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet tot oprichting van een dienst voor arbeidsbemiddeling in de Duitstalige Gemeenschap sluiten betreffende oprichting van een dienst voor arbeidsbemiddeling in de Duitstalige Gemeenschap wordt een § 3bis met volgende tekst ingevoegd : « § 3bis. Onverminderd de besluitvaardigheid van de raad van bestuur verliest een organisatie of inrichting die voorstellen mag formuleren, tot het einde van het lopende mandaat van de raad van bestuur haar mandaat respectievelijk haar mandaten indien zij binnen de vastgelegde termijn noch een gemeenschappelijke vertegenwoordiger noch een afzonderlijke vertegenwoordiger voor het in te vullen mandaat respectievelijk voor de in te vullen mandaten aan de regering heeft voorgesteld in overeenstemming met § 2. » Art. 17.Maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid. In artikel 93, 2e lid, van de programmawet van 30 december 1988 wordt in de opsomming een punt
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.