richtingsreglement van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen van 31 mei 2007 type koninklijk besluit prom. 07/06/2007 pub. 22/06/2007 numac 2007023042 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende
stelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten type koninklijk besluit prom. 07/06/2007 pub. 03/07/2007 numac 2007023047 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit houdende toekenning van de financiële Staatstussenkomst voor het jaar 2007 voor de werking van het Fonds voor dringende geneeskundige hulpverlening sluiten betreffende het opleidingsfonds dienstencheques
zonderheid op artikel 9bis, § 1, tweede lid,
gevoegd bij de programma wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/12/2006 pub. 28/12/2006 numac 2006021365 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen
richtingsreglement van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen van 31 mei 2007 type koninklijk besluit prom. 07/06/2007 pub. 22/06/2007 numac 2007023042 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende
stelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten type koninklijk besluit prom. 07/06/2007 pub. 03/07/2007 numac 2007023047 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit houdende toekenning van de financiële Staatstussenkomst voor het jaar 2007 voor de werking van het Fonds voor dringende geneeskundige hulpverlening sluiten betreffende het opleidingsfonds dienstencheques; Gelet op het advies van de
specteur van Financiën, gegeven op 15 april 2009; Gelet op de akkoordbevinding van Onze Staatssecretaris voor Begroting van 5 mei 2009; Gelet op het advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, gegeven op 14 mei 2009; Gelet op het advies nr. 46.863/1 van de Raad van State, gegeven op 1 juli 2009, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van Onze Minister van Werk en op het advies van Onze
Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Artikel 2 van het koninklijk besluit van 7 juni 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/06/2007 pub. 11/07/2007 numac 2007201784 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit betreffende het opleidingsfonds dienstencheques type koninklijk besluit prom. 07/06/2007 pub. 29/06/2007 numac 2007003344 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot goedkeuring van het
richtingsreglement van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen van 31 mei 2007 type koninklijk besluit prom. 07/06/2007 pub. 22/06/2007 numac 2007023042 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende
stelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten type koninklijk besluit prom. 07/06/2007 pub. 03/07/2007 numac 2007023047 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit houdende toekenning van de financiële Staatstussenkomst voor het jaar 2007 voor de werking van het Fonds voor dringende geneeskundige hulpverlening sluiten betreffende het opleidingsfonds dienstencheques wordt vervangen als volgt : « Art. 2.§ 1. Om
aanmerking te komen voor de terugbetaling van de opleidingskosten bedoeld
artikel 9bis, § 1, van de wet moet de opleiding een verband hebben met de uitgeoefende functie van de dienstencheque-werknemer. Volgende opleidingsonderwerpen worden
zonderheid beschouwd als verband houdend met de uitgeoefende functie : attitude, omgaan met klanten, ergonomie, efficiënt organiseren, veiligheid en hygiëne en het gebruik van Nederlands/Frans/Duits op de werkvloer. Een opleiding EHBO komt eveneens
aanmerking voor de terugbetaling van de opleidingskosten bedoeld
artikel 9bis, § 1, van de wet. De begeleiding die betrekking heeft op onderwerpen die normaal gezien tijdens het onthaal door de werkgever moeten worden besproken kan niet worden beschouwd als vorming. Het betreft
zonderheid de bespreking van loon- en arbeidsvoorwaarden, taakomschrijving, werkorganisatie, afwezigheden, vakantie, administratieve aangelegenheden, klachtenbehandeling, veiligheidsvoorschriften en arbeidsongevallen. § 2. De opleiding dient tot één van de volgende categorieën te behoren : 1° vorming op het terrein;2°
terne vorming;3° externe vorming. Vorming op het terrein is begeleiding met de bedoeling de zelfredzaamheid van de werknemer te verhogen. Deze vorming kan zowel door een
terne als door een externe begeleider begeleid worden. De begeleider moet de dienstencheque-werknemer op de werkplek opleiden terwijl de dienstencheque-werknemer prestaties levert
het kader van een arbeidsovereenkomst dienstencheques zoals bedoeld
hoofdstuk 2, afdeling 2 van de wet. Volgende opleidingsonderwerpen worden
zonderheid beschouwd als vorming op het terrein : attitude, communicatie, assertiviteit, veiligheid en hygiëne, efficiënt organiseren,
itiatief nemen en klantgerichtheid en het detecteren van vormingsnoden en het toeleiden naar vormingen.
terne vorming is de vorming die georganiseerd en gegeven wordt door een opleider die behoort tot de betreffende erkende onderneming en die geen vorming op het terrein is. Externe vorming is de vorming georganiseerd door een derde en die geen vorming op het terrein is. » Art. 2.
artikel 3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid wordt de bepaling onder 3° vervangen als volgt : « 3° wat de vorming op het terrein betreft bedoeld
artikel 2, § 2 : -
dien de vorming
tern georganiseerd wordt : de loonkost van de begeleider, forfaitair vastgesteld op 40 EUR per uur; -
dien de vorming extern georganiseerd wordt : de kosten van het opleidingsinstituut of de externe opleider met een maximum van 40 EUR per uur. »; 2°
het tweede lid worden de woorden "de brutoloonkost" vervangen door de woorden "de bruto jaarloonkost". Art. 3.
artikel 4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
worden de woorden "de toegelaten opleidingen" vervangen door de woorden "welke opleidingen, gezien hun
houd, al dan niet passen
het kader van dit koninklijk besluit en bijgevolg al dan niet
aanmerking komen";2°
Art. 4.
artikel 5, § 1, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid worden de woorden "De onderneming richt voor het einde" vervangen door de woorden "De erkende onderneming richt voor de start";2°
het tweede lid wordt 1° aangevuld met de woorden "het paritair comité waaronder de dienstencheque-werknemers ressorteren";3°
het tweede lid worden de bepalingen onder 5° opgeheven;4°
het tweede lid, 6°, worden de woorden "de brutoloonkost" vervangen door de woorden "de brutojaarloonkost";5° het derde lid wordt opgeheven. Art. 5.
artikel 5, § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "onverwijld" vervangen door de woorden "zo spoedig mogelijk". Art. 6.Artikel 5, § 4, van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid, luidende : "De beslissing tot goedkeuring is geldig voor onbepaalde duur of tot de Minister deze geldigheidsduur herziet." Art. 7.
artikel 6 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
, eerste lid, worden de woorden "en nadat de opleiding is afgelopen,"
gevoegd tussen de woorden "heeft bekomen" en de woorden "kan ze een aanvraag". 2° § 1, tweede lid, wordt aangevuld met de bepalingen onder 4°, luidende : "4° de benaming en de verstrekker van de goedgekeurde opleiding."; 3° § 1 wordt aangevuld met een lid, luidende : "Worden
zonderheid beschouwd als de nodige bewijsstukken bedoeld
het vorige lid, 3° : 1° voor een vorming op het terrein : een verklaring met naam van de opleiding, datum, begin- en einduur, naam en handtekening van de begeleider, naam en handtekening van de dienstencheque-werknemer en
voorkomend geval de factuur van de externe begeleider;2° voor een
terne vorming : een door de verschillende dienstencheque-werknemers en de
terne opleider ondertekende aanwezigheidslijst, met naam van de opleiding, naam van de opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding; 3° voor een externe vorming : de factuur van de externe opleider en een door de verschillende dienstencheque-werknemers ondertekende aanwezigheidslijst, met naam van de opleiding, naam van de externe opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding."; 4° het wordt aangevuld met een § 3 luidende : « § 3.
dien het Secretariaat opleidingsfonds bij verificatie van de aanvraag vaststelt dat het aanvraagdossier onvolledig is deelt het dit mee
een brief aan de erkende onderneming. De erkende onderneming dient haar aanvraag te vervolledigen binnen de twee maanden die volgen op de verzending van voornoemde brief. » Art. 8.
hetzelfde besluit wordt een artikel 6bis
gevoegd, luidende : « Art. 6bis.§ 1. De aanvraag tot goedkeuring van een opleiding kan eveneens
gediend worden door de verstrekker van de opleiding. Hiertoe richt de verstrekker van de opleiding voor de start van de opleiding een aanvraag tot goedkeuring van deze opleiding tot het Secretariaat opleidingsfonds. De aanvraag waarvan het model bij het Secretariaat opleidingsfonds beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit : 1° het uniek ondernemingsnummer, de identiteit/sociale benaming, de verblijfplaats /maatschappelijke zetel;2° een precieze en gedetailleerde omschrijving van de voorziene opleiding;3° de dienstige
formatie
zake deze opleiding,
zonderheid de benaming van de opleiding, de contactgegevens van de verstrekker van de opleiding, een precieze en gedetailleerde omschrijving van de opleiding en het tarief van de opleiding;4° eventueel een
ternetadres waarop
zonderheid de
formatie bedoeld
3° terug te vinden is. § 2. Het Secretariaat opleidingsfonds bevestigt zo spoedig mogelijk de ontvangst van de aanvraag.
dien de aanvraag of het dossier onvolledig is, deelt het Secretariaat opleidingsfonds dit
dezelfde brief aan de verstrekker van de opleiding mee.
dien de verstrekker van de opleiding zijn aanvraag of dossier niet vervolledigt binnen de maand die volgt op de verzending van voornoemde brief, stuurt het Secretariaat opleidingsfonds een herinnering met een overzicht van de ontbrekende stukken.
dien het de ontbrekende stukken niet ontvangen heeft binnen de maand die volgt op de verzending van deze herinnering, wordt de aanvraag als onbestaande beschouwd. §
dien de Commissie opleidingsfonds dienstencheques dit nodig acht kan zij, alvorens een advies uit te brengen, de verstrekker van de opleiding uitnodigen om het aanvraagdossier te komen toelichten op een vergadering van de Commissie opleidingsfonds dienstencheques.
dit geval wordt de termijn om een advies te verstrekken met drie maanden verlengd. Vervolgens bezorgt het Secretariaat opleidingsfonds het advies van de Commissie opleidingsfonds dienstencheques aan de Minister, die een beslissing neemt. Bij ontstentenis van een advies binnen de voorziene termijn, is dit advies niet langer vereist en bezorgt het Secretariaat opleidingsfonds het dossier aan de Minister, die een beslissing neemt. De Minister neemt een beslissing uiterlijk binnen een termijn van twee maanden die volgt op de ontvangst van het dossier. Bij ontstentenis van een beslissing vanwege de Minister binnen de voornoemde termijn, wordt de beslissing geacht gunstig te zijn. Het Secretariaat opleidingsfonds geeft kennis van de beslissing tot goedkeuring of weigering van de opleiding aan de verstrekker van de opleiding. Het Secretariaat opleidingsfonds bezorgt de Commissie opleidingsfonds dienstencheques eveneens een afschrift van de beslissing. De beslissing tot goedkeuring is geldig voor onbepaalde duur of tot de Minister deze geldigheidsduur herziet. § 5. Het Secretariaat opleidingsfonds publiceert maandelijks op de website van de FOD de bijgewerkte lijst van deze goedgekeurde opleidingen, met een link naar het webadres bedoeld
» Art. 9.
hetzelfde besluit wordt een artikel 6ter
gevoegd, luidende : « Art. 6ter.§ 1. Nadat een erkende onderneming een goedgekeurde opleiding zoals bedoeld
artikel 6bis heeft georganiseerd, kan ze een aanvraag tot gedeeltelijke terugbetaling van deze opleidingskosten richten tot het Secretariaat opleidingsfonds. De aanvraag waarvan het model bij het Secretariaat opleidingsfonds beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit : 1° het uniek ondernemingsnummer, de identiteit/sociale benaming, het erkenningsnummer, de verblijfplaats/maatschappelijke zetel en het rekeningnummer van de onderneming;2° de datum en het nummer van de goedkeuring door de Minister, bedoeld
artikel 6bis, § 4;3° de exacte opleidingskost, bedoeld
artikel 3, met de nodige bewijsstukken
bijlage;4° de benaming en de verstrekker van de goedgekeurde opleiding. Worden
zonderheid beschouwd als de nodige bewijsstukken bedoeld
het vorige lid, 3° : 1° voor een vorming op het terrein : een verklaring met naam van de opleiding, datum, begin- en einduur, naam en handtekening van de begeleider, naam en handtekening van de dienstencheque-werknemer en
voorkomend geval de factuur van de externe begeleider;2° voor een externe vorming : de factuur van de externe opleider en een door de verschillende dienstencheque-werknemers ondertekende aanwezigheidslijst, met naam van de opleiding, naam van de externe opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding. § 2. De aanvraag bedoeld
moet ten laatste
gediend worden op 30 juni van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de opleiding afloopt. § 3.
dien het Secretariaat opleidingsfonds bij verificatie van de aanvraag vaststelt dat het aanvraagdossier onvolledig is deelt het dit mee
een brief aan de erkende onderneming. De erkende onderneming dient haar aanvraag te vervolledigen binnen de twee maanden die volgen op de verzending van voornoemde brief. » Art. 10.Artikel 7 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Art. 7.
dien een erkende onderneming de terugbetaling van de lonen en de sociale bijdragen gevraagd heeft
het kader van het betaald educatief verlof bedoeld
hoofdstuk 4, afdeling 6, van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten houdende sociale bepalingen en zijn uitvoeringsbesluiten kan ze voor deze kosten geen terugbetaling vragen
het kader van het opleidingsfonds dienstencheques.
dien een erkende onderneming reeds tussenkomsten ontvangt via andere
stanties of organismen, privaat of publiek kan ze voor deze kosten evenmin een terugbetaling vragen
het kader van het opleidingsfonds dienstencheques. » Art. 11.
artikel 8 van hetzelfde besluit wordt § 2 vervangen als volgt : « § 2. Het maximum recht op terugbetaling voor opleidingkosten van een bepaald kalenderjaar voor een erkende onderneming wordt als volgt berekend. Elke onderneming die een erkenning krijgt
het kader van de dienstencheques
de loop van dit kalenderjaar krijgt een maximum recht op terugbetaling toegekend dat : - 1.000 EUR bedraagt
dien deze erkenning wordt toegekend
de loop van het eerste kwartaal van dit kalenderjaar; - 750 EUR bedraagt
dien deze erkenning wordt toegekend
de loop van het tweede kwartaal van dit kalenderjaar; - 500 EUR bedraagt
dien deze erkenning wordt toegekend
de loop van het derde kwartaal van dit kalenderjaar; - 250 EUR bedraagt
dien deze erkenning wordt toegekend
de loop van het vierde kwartaal van dit kalenderjaar. Voor elke onderneming die
het voorgaande kalenderjaar over een erkenning
het kader van de dienstencheques beschikte, bedraagt het maximum recht op terugbetaling minstens 1.000 EUR. Het voor dat kalenderjaar beschikbare budget wordt verminderd met een schatting van de kost bedoeld
het tweede lid, op basis van het aantal erkende ondernemingen
het vorige kalenderjaar, en met de kost bedoeld
het vorige lid. Vervolgens wordt het resterende gedeelte van het voor dat kalenderjaar beschikbare budget als volgt verdeeld. Voor elke erkende onderneming die
het voorgaande kalenderjaar over een erkenning
het kader van de dienstencheques beschikte wordt volgende berekening gemaakt : a x b/c a = het voor dat kalenderjaar beschikbare budget betreffende het opleidingsfonds dienstencheques, bedoeld
artikel 9bis, § 2, van de wet; b = het aantal door het uitgiftebedrijf aan de erkende onderneming betaalde dienstencheques
het vorig kalenderjaar; c = het totaal aantal door het uitgiftebedrijf betaalde dienstencheques
het vorig kalenderjaar. Voor de erkende ondernemingen waarvoor de uitkomst van deze berekening minder is dan of gelijk is aan 1.000 EUR, wordt het maximum recht op terugbetaling beperkt tot de reeds toegekende 1.000 EUR, bedoeld
het derde lid. De erkende ondernemingen waarvoor de uitkomst van deze berekening meer is dan 1.000 EUR, hebben bovenop de reeds toegekende 1.000 EUR recht op een bijkomend bedrag, als volgt berekend : d x b/e d = het voor dat kalenderjaar beschikbare budget betreffende het opleidingsfonds dienstencheques, bedoeld
artikel 9bis, § 2, van de wet, verminderd met het reeds toegekende gedeelte van dat budget, zoals bedoeld
het vierde lid; b = het aantal door het uitgiftebedrijf aan de erkende onderneming betaalde dienstencheques
het vorig kalenderjaar; e = het totaal aantal door het uitgiftebedrijf betaalde dienstencheques
het vorig kalenderjaar verminderd met het totaal aantal door het uitgiftebedrijf betaalde dienstencheques
het vorig kalenderjaar aan de ondernemingen bedoeld
het vorige lid. » Art. 12.Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Art. 9.Na verificatie van de aanvraag bedoeld
artikel 6 of artikel 6ter en na verificatie of het maximum recht op terugbetaling voor opleidingskosten van een bepaald kalenderjaar voor de erkende onderneming niet is overschreden, bezorgt het Secretariaat opleidingsfonds de gegevens van de erkende onderneming aan de RVA, die binnen de maand overgaat tot de terugbetaling aan de erkende onderneming voor zover het globaal aan de RVA toegekende budget
zake het opleidingsfonds dienstencheques voor het desbetreffende kalenderjaar niet is overschreden. » Art. 13.
hetzelfde besluit wordt een artikel 10bis
gevoegd, luidende : « Art. 10bis.De erkende onderneming verbindt er zich toe de bepalingen van dit besluit eerlijk na te leven. » Art. 14.Dit besluit treedt
werking op 1 september 2009, met uitzondering van artikel 11 dat van toepassing is vanaf het kalenderjaar 2009. De dossiers die
gediend werden voor de datum van
werkingtreding van dit besluit (postdatum) zullen behandeld worden volgens de regeling voorzien
het koninklijk besluit van 7 juni 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/06/2007 pub. 11/07/2007 numac 2007201784 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit betreffende het opleidingsfonds dienstencheques type koninklijk besluit prom. 07/06/2007 pub. 29/06/2007 numac 2007003344 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot goedkeuring van het
richtingsreglement van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen van 31 mei 2007 type koninklijk besluit prom. 07/06/2007 pub. 22/06/2007 numac 2007023042 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende
stelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten type koninklijk besluit prom. 07/06/2007 pub. 03/07/2007 numac 2007023047 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit houdende toekenning van de financiële Staatstussenkomst voor het jaar 2007 voor de werking van het Fonds voor dringende geneeskundige hulpverlening sluiten betreffende het opleidingsfonds dienstencheques zoals van kracht voor de
werkingtreding van dit besluit. De beslissingen tot goedkeuring die genomen werden voor de
werkingtreding van dit besluit zijn geldig voor onbepaalde duur of tot de Minister bedoeld
artikel 1, 6°, van het voornoemde besluit van 7 juni 2007 deze geldigheidsduur herziet. Art. 15.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 22 juli 2009. ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, Mevr. J. MILQUET Nota
richtingsreglement van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen van 31 mei 2007 type koninklijk besluit prom. 07/06/2007 pub. 22/06/2007 numac 2007023042 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende
stelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten type koninklijk besluit prom. 07/06/2007 pub. 03/07/2007 numac 2007023047 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit houdende toekenning van de financiële Staatstussenkomst voor het jaar 2007 voor de werking van het Fonds voor dringende geneeskundige hulpverlening sluiten, Belgisch Staatsblad van 11 juli 2007.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.