het decreet van 23 januari 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 23/01/2009 pub. 26/03/2009 numac 2009201243 bron vlaamse overheid Decreet houdende oprichting van onderhandelingscomités voor de basiseducatie en voor het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs sluiten tot oprichting van onderhandelingscomités voor de basiseducatie en voor het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs; Gelet op het advies 46.561/1 van de Raad van State, gegeven op 18 juni 2009, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Op voorstel van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming; Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied Artikel 1 . Dit besluit is uitsluitend van toepassing op de personeelsleden
artikel 127, § 1, 1°, van het decreet van 15 juni 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/06/2007 pub. 31/08/2007 numac 2007036482 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het volwassenenonderwijs sluiten betreffende het volwassenenonderwijs. HOOFDSTUK II. - Terminologie Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder de CAO : de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis van 19 december 2001 tot vervanging van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77 van 14 februari 2001 tot invoering van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking, gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 77ter van 10 juli 2002 en nr. 77quater van 30 maart 2007. HOOFDSTUK III. - Algemene stelsels Afdeling I. - Verlof voor onderbreking of voor vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking Art. 3.De personeelsleden,
artikel 1, hebben recht op een verlof voor onderbreking van de arbeidsprestaties of voor vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking, voor een maximumperiode van drie jaar over de gehele loopbaan, op te nemen per minimumperiode van drie maanden : 1° hetzij door hun arbeidsprestaties te onderbreken ongeacht de arbeidsregeling waarin zij in het centrum tewerkgesteld zijn op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving, verricht overeenkomstig artikel 18;2° hetzij door hun arbeidsprestaties te verminderen tot een halftijdse betrekking voor zover zij ten minste voor drie vierden van een voltijdse betrekking in het centrum tewerkgesteld zijn gedurende de twaalf maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving, verricht overeenkomstig artikel 18. Met behoud van de toepassing van het eerste lid, kan het personeelslid het tweede jaar van het verlof,
het eerste lid, opnemen vanaf het ogenblik dat ze vijf jaar dienst telt bij het centrum. Het derde jaar kan opgenomen worden vanaf het ogenblik dat het personeelslid tien jaar dienst telt in het centrum. Het centrumbestuur kan daar om billijkheidsredenen van afwijken. Art. 4.§ 1. Op de maximumduur van drie jaar als
artikel 3, eerste lid, worden de perioden van onderbreking of vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking in mindering gebracht, die opgenomen zijn op basis van : 1° artikel 3 van de CAO;2° de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende sociale bepalingen. Op de maximumduur van drie jaar,
artikel 3, eerste lid, worden de perioden van onderbreking of vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking niet in mindering gebracht, als ze opgenomen zijn op basis van : 1° het koninklijk besluit van 22 maart 1995 inzake palliatief verlof en houdende uitvoering van artikel 100bis, § 4, van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende sociale bepalingen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen;2° de collectieve arbeidsovereenkomst nr.64 van 29 april 1997 tot instelling van een recht op ouderschapsverlof; 3° het koninklijk besluit van 29 oktober 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 29/10/1997 pub. 07/11/1997 numac 1997012760 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot invoering van een recht op ouderschapsverlof in het kader van de onderbreking van de beroepsloopbaan sluiten tot invoering van een recht op ouderschapsverlof in het kader van de onderbreking van de beroepsloopbaan;4° het koninklijk besluit van 10 augustus 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/08/1998 pub. 08/09/1998 numac 1998012671 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid sluiten tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid;5° de bepalingen,
hoofdstuk IV van dit besluit. § 2. De totale duur van de onderbreking of vermindering van de arbeidsprestaties op basis van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende sociale bepalingen, artikel 3 van de CAO, en het verlof,
artikel 3, mag over de gehele loopbaan niet meer dan 36 maanden bedragen. Art. 5.Om recht te hebben op het verlof,
artikel 3, moeten de personeelsleden door een arbeidsovereenkomst met het centrumbestuur verbonden zijn geweest gedurende twaalf maanden in de loop van de vijftien maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving,
artikel 18. Afdeling II. - Verlof voor vermindering van de arbeidsprestaties met een vijfde Art. 6.De personeelsleden,
artikel 1, hebben recht op een loopbaanvermindering met een vijfde ten belope van een dag of twee halve dagen per week voor maximaal vijf jaar over de gehele loopbaan. Dat recht wordt uitgeoefend per periode van minimaal zes maanden. Art. 7.Om recht te hebben op een loopbaanvermindering,
artikel 6 moeten de personeelsleden gelijktijdig aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° door een arbeidsovereenkomst met het centrumbestuur verbonden zijn geweest gedurende de vijf jaar die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving, verricht overeenkomstig artikel 18.In afwijking hiervan wordt die termijn voor werknemers van 50 jaar of ouder teruggebracht tot drie jaar. Deze laatste termijn kan in onderling akkoord tussen de werknemer en de werkgever verder worden ingekort tot minimum twee jaar voor werknemers die vanaf de leeftijd van 50 jaar worden aangeworven en tot minimum één jaar voor werknemers die vanaf de leeftijd van 55 jaar worden aangeworven; 2° in een voltijdse arbeidsregeling tewerkgesteld zijn geweest gedurende de twaalf maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving verricht overeenkomstig artikel 18. Art. 8.Op de maximumduur van vijf jaar,
artikel 6, worden de perioden van vermindering van de arbeidsprestaties met een vijfde in mindering gebracht, die opgenomen zijn op basis van artikel 6 van de CAO, en de perioden van vermindering van de arbeidsprestaties met een vijfde, een vierde en een derde die opgenomen zijn op basis van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende sociale bepalingen. Op de maximumduur,
het eerste lid, worden de perioden van vermindering van de arbeidsprestaties met minder dan een tweede niet in mindering gebracht, die opgenomen zijn op basis van : 1° het koninklijk besluit van 22 maart 1995 inzake palliatief verlof en houdende uitvoering van artikel 100bis, § 4, van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende sociale bepalingen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen;2° de collectieve arbeidsovereenkomst nr.64 van 29 april 1997 tot instelling van een recht op ouderschapsverlof; 3° het koninklijk besluit van 29 oktober 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 29/10/1997 pub. 07/11/1997 numac 1997012760 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot invoering van een recht op ouderschapsverlof in het kader van de onderbreking van de beroepsloopbaan sluiten tot invoering van een recht op ouderschapsverlof in het kader van de onderbreking van de beroepsloopbaan;4° het koninklijk besluit van 10 augustus 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/08/1998 pub. 08/09/1998 numac 1998012671 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid sluiten tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid;5° de bepalingen,
hoofdstuk III van dit besluit. Afdeling III. - Verlof voor vermindering van de arbeidsprestaties vanaf de leeftijd van 50 jaar Art. 9.De personeelsleden,
artikel 1, hebben zonder maximumduur recht op : 1° een verlof voor vermindering van de arbeidsprestaties met een vijfde ten belope van een dag of twee halve dagen per week, uitgeoefend per periode van minimaal zes maanden;2° een verlof voor vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking, uitgeoefend per periode van minimaal drie maanden. Art. 10.§ 1. Om recht te hebben op een verlof,
artikel 9, 1°, moeten de personeelsleden voltijds of ten belope van vier vijfden van een voltijdse betrekking in het centrum tewerkgesteld zijn in het kader van artikel 6 van dit besluit, artikel 6 van de CAO, of van artikel 102 van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, aangesteld zijn gedurende de twaalf maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving, verricht overeenkomstig artikel 18. Om recht te hebben op een verlof,
artikel 9, 2°, moeten de personeelsleden ten minste voor drie vierden van een voltijdse betrekking of ten belope van een halftijdse betrekking in het centrum tewerkgesteld zijn in het kader van artikel 6 van de CAO of van artikel 102 van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, gedurende de twaalf maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving, verricht overeenkomstig artikel 18. Om recht te hebben op een verlof,
artikel 9, moeten de personeelsleden de voorwaarden,
het eerste en tweede lid, vervullen en bovendien gelijktijdig aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° ten minste 50 jaar oud zijn op het ogenblik van de gewenste begindatum van de uitoefening van het recht;2° door een arbeidsovereenkomst met het centrumbestuur verbonden zijn geweest gedurende de drie jaar die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving, verricht overeenkomstig artikel
artikel 3, eerste lid, 1°, en artikel 100 van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende sociale bepalingen, worden gelijkgesteld : 1° de dagen die aanleiding hebben gegeven tot betaling van een uitkering met toepassing van de wetgeving op de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, de schadeloosstelling voor arbeidsongevallen, ongevallen op de weg naar en van het werk en beroepsziekten, de werkloosheidsverzekering, de jaarlijkse vakantie en het invaliditeitspensioen voor mijnwerkers;2° de dagen waarop niet werd gewerkt en waarvoor een loon werd betaald waarop sociale zekerheidsbijdragen, met inbegrip van de sector werkloosheid, werden ingehouden;3° de feestdagen waarvoor, overeenkomstig de wettelijke bepalingen, een loon werd betaald, waarop geen sociale zekerheidsbijdragen werden ingehouden;4° de dagen van arbeidsongeschiktheid waarvoor, overeenkomstig de wettelijke bepalingen, een loon werd betaald, waarop geen sociale zekerheidsbijdragen werden ingehouden;5° de inhaalrustdagen waarop de personeelsleden recht heeft op basis van de arbeids wet van 16 maart 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten of op basis van een regeling tot vermindering van de arbeidsduur;6° de dagen van staking of lock-out;7° de carensdagen,
de wetgeving op de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering;8° de dagen waarop de personeelsleden het ambt van rechter in sociale zaken of van rechter in handelszaken, of van raadsheer in sociale zaken heeft vervuld;9° andere niet-bezoldigde afwezigheidsdagen voor ten hoogste tien dagen per kalenderjaar;10° de dagen van aanwezigheid onder de wapens wegens oproeping of wederoproeping, alsmede de dagen van dienst als gewetensbezwaarde of de dagen van prestaties als dienstplichtige die krachtens de betrokken wetgeving met legerdienst gelijkgesteld worden. Afdeling IV. - Gemeenschappelijke bepalingen Art. 11.§ 1. Voor de berekening van de twaalf maanden
artikelen 3, eerste lid, 2°, 7, 2°, en 10, § 1, worden met een tewerkstelling gelijkgesteld : 1° de perioden van schorsing van de arbeidsovereenkomst,
artikelen 26, 27, 28, 29, 30, 30bis, 31, 49, 50 en 51, van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten.De periode van schorsing van de arbeidsovereenkomst,
artikel 31 van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten, is evenwel beperkt tot de door het gewaarborgd loon gedekte perioden; 2° de verlofdagen. § 2. Voor de berekening van de twaalf maanden
artikelen 3, eerste lid, 2°, 7, 2°, en 10, § 1, worden de perioden van onderbreking van de arbeidsovereenkomst niet in aanmerking genomen, die opgenomen zijn op basis van : 1° het koninklijk besluit van 22 maart 1995 inzake palliatief verlof en houdende uitvoering van artikel 100bis, § 4, van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende sociale bepalingen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen;2° de collectieve arbeidsovereenkomst nr.64 van 29 april 1997 tot instelling van een recht op ouderschapsverlof; 3° het koninklijk besluit van 29 oktober 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 29/10/1997 pub. 07/11/1997 numac 1997012760 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot invoering van een recht op ouderschapsverlof in het kader van de onderbreking van de beroepsloopbaan sluiten tot invoering van een recht op ouderschapsverlof in het kader van de onderbreking van de beroepsloopbaan;4° het koninklijk besluit van 10 augustus 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/08/1998 pub. 08/09/1998 numac 1998012671 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid sluiten tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid;5° de perioden van schorsing van de arbeidsovereenkomst ten gevolge van een verlof zonder wedde of staking en lock-out;6° de periode van schorsing van de arbeidsovereenkomst, bepaald in artikel 31 van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten, voor vijf maanden die niet gedekt zijn door het gewaarborgd loon. Die periode van vijf maanden wordt verlengd met zes maanden in geval van tijdelijke volledige arbeidsongeschiktheid ten gevolge van een arbeidsongeval of beroepsziekte; 7° de bepalingen,
hoofdstuk IV van dit besluit. Deze perioden schorten de termijn van twaalf maanden op. § 3. In geval van een schriftelijke kennisgeving, verricht overeenkomstig artikel 18, § 2, moeten de voorwaarden,
artikelen 3, 7, 2°, en 10, § 1, vervuld zijn op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving zoals aanvankelijk verricht overeenkomstig artikel 18, §
artikel 1 die in het centrum gelijktijdig het recht op onderbreking of vermindering van de arbeidsprestaties op basis van artikelen 3, 6 en 9 van de CAO, de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, voor zover deze perioden doorlopen na 1 september 2008, en de artikelen 3, 6 en 9 van dit besluit, uitoefenen of zullen uitoefenen, wordt begrensd tot 10 % van het totale aantal van de voormelde personeelsleden, tewerkgesteld in het centrum. Het resultaat van de bewerking wordt afgerond tot de naast gelegen hogere eenheid. De voormelde grens van 10 % kan in uitzonderlijke gevallen worden overschreden mits toestemming van de Vlaamse minister bevoegd voor het Onderwijs of zijn gemachtigde. Deze afwijking moet worden aangevraagd bij de Vlaamse minister bevoegd voor het Onderwijs of zijn gemachtigde. Voor het bepalen van het totale aantal personeelsleden in het centrum wordt geen rekening gehouden met de voormelde personeelsleden die hun loopbaan onderbreken of verminderen op basis van : 1° het koninklijk besluit van 22 maart 1995 inzake palliatief verlof en houdende uitvoering van artikel 100bis, § 4, van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende sociale bepalingen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen;2° het koninklijk besluit van 29 oktober 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 29/10/1997 pub. 07/11/1997 numac 1997012760 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot invoering van een recht op ouderschapsverlof in het kader van de onderbreking van de beroepsloopbaan sluiten tot invoering van een recht op ouderschapsverlof in het kader van de onderbreking van de beroepsloopbaan;3° het koninklijk besluit van 10 augustus 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/08/1998 pub. 08/09/1998 numac 1998012671 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid sluiten tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid;4° hoofdstuk IIII van dit besluit;5° artikelen 6 en 9 van de CAO, voor de personeelsleden van 50 jaar of ouder die hun arbeidsprestaties hebben verminderd met een vijfde of tot de helft;6° artikelen 6 en 9 van dit besluit voor de personeelsleden van 50 jaar of ouder;7° de herstelwet van 22 maart 1985 voor de personeelsleden van 50 jaar en ouder;8° het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009 betreffende de toekenning van een verlof voor het uitoefenen van een andere tewerkstelling van bepaalde duur voor sommige personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie. § 2. Het totale aantal personeelsleden dat voor de berekening van de drempel,
, in aanmerking wordt genomen, is het aantal personeelsleden,
artikel 1, die met een arbeidsovereenkomst in het centrum, tewerkgesteld waren op 30 juni van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de rechten gelijktijdig worden uitgeoefend. In afwijking van het eerste lid wordt het totale aantal personeelsleden,
artikel 1 die met een arbeidsovereenkomst in het centrum tewerkgesteld waren op 1 september 2008, in aanmerking genomen voor de berekening van de drempel voor de schooljaren 2008-2009 en 2009-2010. § 3. Met behoud van de toepassing van § 1, hebben de personeelsleden,
artikel 1, eveneens recht op onderbreking of vermindering van de arbeidsprestaties overeenkomstig : 1° de bepalingen
hoofdstuk IV van dit besluit;2° artikel 6 en 9 van dit besluit voor de personeelsleden vanaf de leeftijd van 50 jaar;3° het koninklijk besluit van 22 maart 1995 inzake palliatief verlof en houdende uitvoering van artikel 100bis, § 4 van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende sociale bepalingen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen;4° het koninklijk besluit van 29 oktober 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 29/10/1997 pub. 07/11/1997 numac 1997012760 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot invoering van een recht op ouderschapsverlof in het kader van de onderbreking van de beroepsloopbaan sluiten tot invoering van een recht op ouderschapsverlof in het kader van de onderbreking van de beroepsloopbaan;5° het koninklijk besluit van 10 augustus 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/08/1998 pub. 08/09/1998 numac 1998012671 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid sluiten tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid;6° artikelen 6 en 9 van de CAO voor personeelsleden vanaf de leeftijd van 50 jaar die een vijfde loopbaanvermindering uitoefenen of hun arbeidsprestaties hebben verminderd tot de helft;7° artikel 102 van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende sociale bepalingen voor de vermindering van de arbeidsprestaties met de helft of minder vanaf de leeftijd van 50 jaar. Art. 15.De volgorde waarin de aangevraagde verloven worden toegekend, wordt vastgelegd in het arbeidsreglement. Bij ontstentenis van lokale afspraken gelden de bepalingen van artikel 17 van de CAO. Art. 16.Het voorkeur- en planningsmechnisme,
artikelen 14 en 15, wordt na afloop van iedere maand toegepast op de verzoeken waarvoor op de vijftiende van die maand een schriftelijke kennisgeving overeenkomstig artikel 18 werd verricht en die betrekking hebben op de gelijktijdige uitoefening van het recht op een verlof voor onderbreking, of vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking of met een vijfde, op basis van de verloven
artikelen 3 en 6. Art. 17.Het centrumbestuur brengt de personeelsleden aan het einde van de maand en met inachtneming van de termijn,
artikel 18, § 3, op de hoogte van de datum vanaf wanneer zij het recht op een verlof voor de onderbreking of de vermindering van arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking of met een vijfde,
artikelen 3, 6 en 9, kunnen uitoefenen. Zodra die datum is meegedeeld, kan hij niet meer gewijzigd worden door een verzoek dat andere personeelsleden later indienen, ook al zou dat nieuwe verzoek in theorie voorrang kunnen genieten krachtens de regels, vastgesteld in het voorkeur- en planningsmechanisme. Afdeling VI. - Aanvraag van het verlof Art. 18.§ 1. De personeelsleden,
artikel 1 die het recht op verlof,
artikelen 3, 6 en 9, willen opnemen, brengen het centrumbestuur daarvan vier maanden vooraf schriftelijk op de hoogte. Na onderhandelingen in het lokaal comité kan een kortere termijn worden afgesproken. Elke aanvraag voor een onderbreking of vermindering van de arbeidsprestaties
artikelen 3 en 6, is beperkt tot een periode van twaalf maanden. § 2. De schriftelijke kennisgeving en de termijnen,
, zijn van toepassing op de personeelsleden die de uitoefening van het recht op verlof,
artikelen 3, 6 en 9 willen verlengen. De uitoefening van voormeld recht op verlof wordt verlengd volgens de nadere regels,
artikelen 3, 6 en 9, en de personeelsleden die de uitoefening van die rechten verlengen, worden in aanmerking genomen voor de berekening van de drempel,
artikel
, wordt verminderd tot twee weken als de personeelsleden het recht op verlof,
de artikelen 3, 6 en 9, zonder onderbreking willen uitoefenen nadat zij het recht hebben opgebruikt in het kader van palliatief verlof. § 4. Het aantal personeelsleden dat voor de toepassing van § 1 in aanmerking wordt genomen, is het aantal tewerkgestelde personeelsleden,
artikel 1, op 30 juni van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de schriftelijke kennisgeving overeenkomstig dit artikel wordt verricht. In afwijking van het eerste lid, wordt het aantal tewerkgestelde personeelsleden,
artikel 1, voor de schooljaren 2008-2009 en 2009-2010, vastgesteld op 1 september
artikelen 3 en 6, willen uitoefenen, wordt bij de aanvraag vermeld tijdens welke periode of perioden de personeelsleden : 1° een onderbreking of een loopbaanvermindering hebben genoten als
artikelen 3 en 6 van de CAO of ingevolge artikelen 3 en 6 van dit besluit;2° een onderbreking of een vermindering van de arbeidsprestaties op basis van artikelen 100 en 102 van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende sociale bepalingen, hebben genoten. § 6. Bij het geschrift worden eveneens attesten gevoegd als de personeelsleden het recht op verlof,
de artikelen 3, 6 en 9, uitoefenen, nadat zij het recht hebben opgebruikt in het kader van : 1° het koninklijk besluit van 22 maart 1995 inzake palliatief verlof en houdende uitvoering van artikel 100bis, § 4, van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende sociale bepalingen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen;2° het koninklijk besluit van 29 oktober 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 29/10/1997 pub. 07/11/1997 numac 1997012760 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot invoering van een recht op ouderschapsverlof in het kader van de onderbreking van de beroepsloopbaan sluiten tot invoering van een recht op ouderschapsverlof in het kader van de onderbreking van de beroepsloopbaan;3° het koninklijk besluit van 10 augustus 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/08/1998 pub. 08/09/1998 numac 1998012671 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid sluiten tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid;4° de bepalingen van hoofdstuk IV van dit besluit. § 7. Het geschrift bevat met betrekking tot de uitoefening van het recht op verlof,
artikelen 3, 6 en 9 : 1° het voorstel van het personeelslid over de wijze van uitoefening van het recht;2° de gewenste begindatum, alsook de duur van de uitoefening van het recht;3° de vereiste elementen voor de toepassing van het voorkeur- en planningsmechanisme als geregeld in artikelen 14 en 15, als de personeelsleden in de schriftelijke kennisgeving vermelden dat zij voor de regeling in aanmerking willen komen. § 8. De kennisgeving gebeurt door middel van een aangetekende brief of door de overhandiging van het geschrift,
Afdeling VII. - Wijze van uitstel en intrekking Art. 19.Binnen een maand na de schriftelijke kennisgeving als verricht overeenkomstig artikel 18, kan het centrumbestuur de uitoefening van het recht op onderbreking of vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking of met een vijfde,
artikelen 3, 6 en 9, uitstellen om ernstige redenen. De redenen moeten in het lokaal comité worden vastgelegd. Het recht op onderbreking of vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking of met een vijfde,
artikelen 3, 6 en 9, gaat in uiterlijk zes maanden te rekenen vanaf de dag waarop het uitgeoefend zou zijn als er geen uitstel was geweest. Het centrumbestuur en het personeelslid kunnen evenwel een andere regeling overeenkomen. Het centrumbestuur kan de uitoefening van het recht op vermindering van de arbeidsprestaties,
artikelen 6 en 9, intrekken of wijzigen om redenen en voor de duur van deze redenen, als bepaald in het lokaal comité. Art. 20.Binnen een maand na de schriftelijke kennisgeving als verricht overeenkomstig artikel 18, kan de werkgever de uitoefening van het recht op een vermindering van de arbeidsprestaties met een vijfde,
artikelen 6 en 9, gedurende maximum twaalf maanden uitstellen voor de directeurs van 55 jaar of ouder. De werkgever is verplicht dit uitstel te motiveren. Het recht op een vermindering van de arbeidsprestaties met een vijfde,
artikelen 6 en 9, 1°, voor de directeurs van 55 jaar of ouder, gaat in uiterlijk twaalf maanden te rekenen vanaf de dag waarop het uitgeoefend zou zijn als er geen uitstel was geweest. Het centrumbestuur en de werknemer kunnen evenwel een andere regeling overeenkomen. In onderling akkoord kan de uitoefening van het recht op een vermindering van de arbeidsprestaties met een vijfde, als bedoeld in artikelen 6 en 9, 1°, voor directeurs vanaf de leeftijd van 50 jaar of ouder tijdelijk worden gewijzigd om ernstige redenen en voor de duur van deze redenen. HOOFDSTUK IV. - Specifieke stelsels Afdeling I. - Palliatief verlof Art. 21.De personeelsleden,
artikel 1 die een palliatief verlof voor een periode van 1 maand, eventueel verlengbaar met één maand, willen opnemen, hebben recht om : 1° hun arbeidsprestaties volledig te onderbreken;2° hun arbeidsprestaties te verminderen tot de helft van een voltijdse betrekking, wanneer zij voor ten minste drie vierden van een voltijdse betrekking in het centrum tewerkgesteld waren;3° hun arbeidsprestaties te verminderen met een vijfde, wanneer zij voltijds in het centrum tewerkgesteld waren; Art. 22.§
artikel 1 die een verlof voor het verlenen van bijstand of verzorging aan een gezinslid of een familielid tot de tweede graad dat lijdt aan een zware ziekte willen opnemen, hebben recht om : 1° hun arbeidsprestaties volledig te onderbreken;2° hun arbeidsprestaties te verminderen tot de helft van een voltijdse betrekking, wanneer zij voor ten minste drie vierden van een voltijdse betrekking in het centrum tewerkgesteld waren;3° hun arbeidsprestaties te verminderen met een vijfde van wanneer zij voltijds in het centrum tewerkgesteld waren. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder gezinslid, elke persoon die samenwoont met het personeelslid en als familielid zowel de bloed- als de aanverwanten. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder zware ziekte verstaan, elke ziekte of medische ingreep die door de behandelende arts als dusdanig wordt beschouwd en waarbij de arts oordeelt dat elke vorm van sociale, familiale of emotionele bijstand of verzorging noodzakelijk is voor het herstel. Art. 24.Het bewijs van de reden tot onderbreking of vermindering van de arbeidsprestaties,
artikel 23, wordt geleverd door de personeelsleden bij middel van een attest, afgeleverd door de behandelende geneesheer van het zwaar zieke gezinslid of familielid tot de tweede graad, waaruit blijkt dat zij zich bereid verklaard hebben bijstand of verzorging te verlenen aan de zwaar zieke persoon. Art. 25.Het recht op verlof voor onderbreking van de arbeidsovereenkomst,
artikel 23 wordt beperkt tot maximaal twaalf maanden per patiënt. De onderbrekingsperioden kunnen enkel opgenomen worden met periodes van minimaal één maand of maximaal drie maanden, aaneensluitend of niet, tot de maximumtermijn van twaalf maanden bereikt is. Het recht op verlof voor vermindering van de arbeidsprestaties tot de helft of met een vijfde,
artikel 23, 2° en 3°, wordt beperkt tot maximum 24 maanden per patiënt. De periodes van verlof voor vermindering van arbeidsprestaties kunnen enkel opgenomen worden met periodes van minimaal één maand tot maximaal drie maanden, aaneensluitend of niet tot de maximumtermijn van 24 maanden bereikt is. De maximumduur van 12 maanden of 24 maanden wordt evenwel verminderd met de duur van de onderbreking of de vermindering van de arbeidsprestaties die het personeelslid in om het even welke hoedanigheid bij een andere werkgever heeft genoten voor de bijstand of verzorging van dezelfde patiënt. Art. 26.Voor de personeelsleden die alleenstaand zijn, wordt, in geval van zware ziekte van hun kind dat hoogstens 16 jaar oud is, de maximumperiode van verlof voor onderbreking van de arbeidsprestaties,
artikel 25, eerste lid, uitgebreid tot 24 maanden en wordt de maximumperiode van verlof voor vermindering van arbeidsprestaties,
artikel 25, tweede lid, uitgebreid tot achtenveertig maanden. De maximumduur van 48 maanden wordt evenwel verminderd met de duur van de onderbreking of de vermindering van de arbeidsprestaties die het personeelslid in om het even welke hoedanigheid bij een andere werkgever heeft genoten voor de bijstand of verzorging van dezelfde patiënt. De periodes van onderbreking en van vermindering van arbeidsprestaties kunnen alleen worden opgenomen met periodes van minimaal één maand en maximaal drie maanden, aaneensluitend of niet. Onder alleenstaande in de zin van dit artikel wordt verstaan de personeelsleden die uitsluitend en effectief samenwonen met één of meerdere van hun kinderen Art. 27.§ 1. De personeelsleden die van het recht op dit verlof willen gebruik maken, moeten dat schriftelijk bekend maken aan het centrumbestuur. Die kennisgeving gebeurt minstens zeven dagen vóór de aanvangsdatum van de onderbreking of de vermindering van de arbeidsprestaties, tenzij de partijen schriftelijk een andere termijn overeenkomen. Deze kennisgeving kan gebeuren door de overhandiging van een geschrift aan het centrumbestuur waarbij het centrumbestuur een duplicaat tekent als bericht van ontvangst, of met een aangetekende brief die geacht wordt ontvangen te zijn de derde werkdag na de afgifte ervan bij de post. In de kennisgeving,
het eerste lid, vermelden de personeelsleden de periode waarin zij hun arbeidsprestaties willen onderbreken of verminderen en zij voegen er het attest bij,
artikel
, kan het centrumbestuur het personeelslid ervan in kennis stellen dat de ingangsdatum wordt uitgesteld om redenen die verband houden met het functioneren van het centrum. De kennisgeving gebeurt door overhandiging van een geschrift aan het personeelslid waarin de duur en de reden van het uitstel worden vermeld. De duur van het uitstel bedraagt zeven dagen. Afdeling III. - Ouderschapsverlof Art. 28.§ 1. Om voor hun kind te zorgen hebben de personeelsleden,
artikel 1, het recht om : 1° gedurende een periode van drie maanden, de uitvoering van hun arbeidsovereenkomst te onderbreken.Die periode kan naar keuze van de personeelsleden worden opgesplitst in maanden; 2° gedurende een periode van zes maanden hun arbeidsprestaties te verminderen tot een halftijdse betrekking, als zij voltijds tewerkgesteld zijn.Die periode kan naar keuze van de personeelsleden worden opgesplitst in periodes van twee maanden of een veelvoud daarvan; 3° gedurende een periode van vijftien maanden hun arbeidsprestaties te verminderen met een vijfde als zij voltijds tewerkgesteld zijn.Die periode kan naar keuze van de personeelsleden worden opgesplitst in periodes van vijf maanden of een veelvoud daarvan. De maximumduur van 3 maanden, 6 maanden of 15 maanden wordt evenwel verminderd met de duur van de onderbreking of de vermindering van de arbeidsprestaties die het personeelslid in om het even welke hoedanigheid bij een andere werkgever heeft genoten voor het ouderschapsverlof voor hetzelfde kind. § 2. De personeelsleden hebben de mogelijkheid om bij het opnemen van hun ouderschapsverlof gebruik te maken van de verschillende voorwaarden,
. Bij een wijziging van opnamevorm moet rekening worden gehouden met het principe dat een verlof voor de onderbreking van de arbeidsprestaties voor één maand overeenstemt met een verlof voor vermindering van de arbeidsprestaties tot de helft voor twee maanden, of met een verlof voor vermindering van de arbeidsprestaties met één vijfde voor 15 maanden. Art. 29.§ 1. De personeelsleden hebben recht op ouderschapsverlof,
artikel 28, in de volgende gevallen : 1° naar aanleiding van de geboorte van hun kind tot het kind zes jaar wordt;2° in het kader van de adoptie van een kind, gedurende een periode van vier jaar die loopt vanaf de inschrijving van het kind als deel van zijn gezin in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar de personeelsleden zijn verblijfplaats heeft, en uiterlijk tot het kind acht jaar wordt. Als het kind voor ten minste 66 % getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten minste 4 punten toegekend worden in pijler I van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag, wordt het recht op ouderschapsverlof toegekend uiterlijk tot het kind acht jaar wordt. § 2. Aan de voorwaarde van de zesde of de achtste verjaardag moet zijn voldaan uiterlijk gedurende de periode van het ouderschapsverlof. De zesde of de achtste verjaardag kan bovendien worden overschreden als het verlof op verzoek van het centrumbestuur wordt uitgesteld en voor zover de schriftelijke kennisgeving is gebeurd overeenkomstig artikel 32. Art. 30.Om recht te hebben op ouderschapsverlof moeten de personeelsleden gedurende de vijftien maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving,
artikel 32, twaalf maanden door een arbeidsovereenkomst verbonden zijn geweest met het centrumbestuur dat hen tewerkstelt. Art. 31.De personeelsleden verstrekken uiterlijk op het ogenblik waarop het ouderschapsverlof ingaat, het document of de documenten tot staving van de gebeurtenis die overeenkomstig artikel 29 het recht op ouderschapsverlof doet ontstaan. Art. 32.§ 1. De personeelsleden die gebruik willen maken van het recht op ouderschapsverlof, doen hun aanvraag overeenkomstig de volgende procedure : 1° de personeelsleden brengen ten minste twee maanden en ten hoogste drie maanden vooraf zijn werkgever schriftelijk op de hoogte.Na onderhandelingen in het lokaal comité kan een kortere termijn worden afgesproken. 2° de kennisgeving gebeurt door middel van een aangetekende brief of door de overhandiging van de kennisgeving,
punt 1°, waarvan het duplicaat voor ontvangst wordt ondertekend door het centrumbestuur;3° de kennisgeving,
punt 1°, vermeldt de begin- en einddatum van het ouderschapsverlof. §
artikel 32, kan de werkgever schriftelijk de uitoefening van het recht op ouderschapsverlof uitstellen om gerechtvaardigde redenen die verband houden met het functioneren van het centrum. §
artikelen 2, 5 en 8;
, 1°, is bij een verlof voor volledige onderbreking van de arbeidsprestaties beperkt tot één jaar. Het recht op de voormelde premie kan uitgebreid worden tot drie jaar om volgende redenen om : 1° zorg te dragen voor een eigen kind tot de leeftijd van 8 jaar.Het verlof moet beginnen voordat het kind de leeftijd van 8 jaar heeft bereikt. Betreft het een adoptiekind, dan mag het verlof aanvangen vanaf de inschrijving in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waartoe het personeelslid behoort; 2° palliatieve zorgen te verstrekken;3° een zwaar ziek gezins- of familielid tot de tweede graad bij te staan.4° zorg te dragen voor een inwonend en thuis verzorgd gehandicapt kind;5° een de volgende opleidingen te volgen :
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.