voor preventie en bescherming op het werk
. Afdeling 2. - Voorwaarden voor de oprichting van een
.Een werkgever of groep van werkgevers, kan toegelaten worden een
op te richten in toepassing van artikel 38, § 1, van de wet, voor zover de volgende voorwaarden zijn vervuld : 1° er bestaat een juridische, economische, geografische of technische band tussen de betrokken werkgevers;2° de
biedt ten opzichte van de afzonderlijke interne diensten van de betrokken werkgevers één of meerdere voordelen.Deze voordelen betreffen inzonderheid : - er is een groter aantal preventieadviseurs aanwezig; - er is een groter aantal disciplines vertegenwoordigd; - er is een hoger niveau van aanvullende vorming aanwezig; - er is meer tijd beschikbaar om te besteden aan preventietaken; - er worden meer middelen, zoals bedoeld in artikel 17, § 1, eerste lid, 2°, van het koninklijk besluit van 27 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012229 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de Interne Dienst voor preventie en bescherming op het Werk type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012230 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk sluiten betreffende de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk, ter beschikking gesteld; 3° een planning van de organisatie van de
is uitgewerkt, met dien verstande dat voor het vastleggen van het aantal preventieadviseurs, hun niveau van aanvullende vorming evenals hun prestatieduur de bepalingen bedoeld in het koninklijk besluit van 27 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012229 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de Interne Dienst voor preventie en bescherming op het Werk type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012230 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk sluiten betreffende de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk, worden toegepast op het geheel van de betrokken werkgevers die de
wensen op te richten;4° er bestaat een voorafgaand akkoord tussen de betrokken werkgevers ingeval ze : - de opname wensen in de
van een bestaand departement belast met het medisch toezicht; - een beroep wensen te doen op de deskundigheden ergonomie, bedrijfshygiëne of psychosociale aspecten van de arbeid, waarvoor werknemers van één of meerdere betrokken werkgevers een vorming bezitten overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 december 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 05/12/2003 pub. 22/12/2003 numac 2003012198 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit betreffende de deskundigheden van de preventieadviseurs van de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk sluiten betreffende de deskundigheden van de preventieadviseurs van de externe diensten; 5° de voorafgaande adviezen van de betrokken comités zijn gevraagd met betrekking tot de oprichting van een
en de prestatieduur van de preventieadviseurs. Afdeling 3. - Procedure voor de aanvraag tot oprichting van een
Hij maakt dit formulier, evenals de erbij horende stukken, over aan de Algemene directie HUA. Art. 4.De Algemene directie HUA gaat na of de aanvraag volledig is en zendt deze vervolgens voor onderzoek en advies naar de Algemene directie TWW. De Algemene directie TWW houdt bij het geven van haar advies in het bijzonder rekening met : 1° het aantal voorziene preventieadviseurs, hun niveau van aanvullende vorming evenals de tijd die voorgesteld wordt om te besteden aan preventietaken;2° het niveau van aanvullende vorming van de preventieadviseur belast met de leiding van de
en de tijd die voorgesteld wordt om te besteden aan preventietaken;3° in voorkomend geval, het aantal contactpersonen tussen de
en de betrokken werkgevers. Art. 5.In geval van gunstig advies van de Algemene directie TWW maakt de Algemene directie HUA een ontwerp van ministerieel besluit houdende toelating tot het oprichten van een
over aan de Minister. In geval van ongunstig advies van de Algemene directie TWW brengt de Algemene directie HUA de Minister hiervan op de hoogte. Art. 6.De Minister beslist de toelating tot oprichting van een
al dan niet te geven. Hij verleent de toelating bij wege van ministerieel besluit. Dit besluit bevat tenminste de bepalingen bedoeld in artikel 4, tweede lid. Dit besluit kan, in voorkomend geval, bijkomende voorwaarden opleggen betreffende : 1° de financiële aspecten van de werking van de
;2° de oprichting van een beheerscomité, bestaande uit personen aangeduid door de aangesloten werkgevers en vertegenwoordigers aangeduid door de representatieve werknemersorganisaties, belast met het toezicht op het beleid van de
. De Minister kan eveneens nadere bepalingen vastleggen betreffende : 1° de wijze waarop werkgevers kunnen toetreden tot de
;2° de wijze waarop werkgevers zich kunnen terugtrekken uit de
. In geval van weigering tot oprichting van een
, motiveert de Minister zijn beslissing en wordt deze bij aangetekend schrijven ter kennis gebracht van de aanvrager. Afdeling 4. - Wijziging van de samenstelling van een
.Voor elke wijziging inzake de samenstelling van de
wat betreft de aangesloten werkgevers, wordt de procedure vermeld in afdeling 3 gevolgd. Afdeling 5. - Verplichtingen ingeval van aanvullend beroep op een externe dienst Art. 8.Onverminderd de bepalingen van artikel 2, derde, vierde en vijfde lid, van het koninklijk besluit van 27 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012229 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de Interne Dienst voor preventie en bescherming op het Werk type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012230 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk sluiten betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk, doen de bij een
aangesloten werkgevers, wanneer het aanvullend beroep op een externe dienst vereist is, een beroep op dezelfde externe dienst. In afwijking van het eerste lid, mogen de werkgevers, bedoeld in artikel 36, § 1 en § 2, van de wet, een beroep doen op verschillende externe diensten voor elk gebied van een hoog overlegcomité, van een basisoverlegcomité of van een orgaan dat minstens vijftig werknemers telt. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor de duur van de opzeggingstermijn bedoeld in artikel 13 van het koninklijk besluit van 27 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012229 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de Interne Dienst voor preventie en bescherming op het Werk type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012230 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk sluiten betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk ten aanzien van werkgevers die, om te voldoen aan de in het eerste lid bedoelde verplichting, de overeenkomst met hun externe dienst hebben opgezegd. Afdeling 6. - Bijzondere bepalingen betreffende de werking van de
.- De preventieadviseurs van de
behoren tot het personeel van één van de betrokken werkgevers. Ze hebben toegang tot de bedrijven van alle betrokken werkgevers om hun opdrachten uit te oefenen. Art. 10.- De eventuele maandverslagen en het jaarverslag van de interne dienst, zoals bedoeld in artikel 7, § 1, 2°, a en b, van het koninklijk besluit van 27 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012229 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de Interne Dienst voor preventie en bescherming op het Werk type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012230 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk sluiten betreffende de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk, bevatten bijlagen met afzonderlijke gegevens betreffende elk van de betrokken werkgevers. Afdeling 7. - Overgangsbepaling en slotbepalingen Art. 11.- De machtigingsbesluiten tot oprichting van een
die in toepassing van artikel 38, § 2, van de wet, werden genomen voor de inwerkingtreding van dit besluit, blijven rechtsgeldig mits naleving van de erin vermelde voorwaarden. Een aanvraag tot oprichting of tot wijziging van een
, ingediend voor de inwerkingtreding van dit besluit wordt, voor de verdere afhandeling ervan, gelijkgesteld met een aanvraag bedoeld in artikel 3. Art. 12.- In Titel V, Hoofdstuk II, van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming, goedgekeurd bij de besluiten van de Regent van 11 februari 1946 en 27 september 1947, wordt afdeling IV, dat artikel 840 vervat, vervangen bij het koninklijk besluit van 21 maart 1958, opgeheven. Art. 13.- De bepalingen van de artikelen 1 tot 11 vormen hoofdstuk VII van titel II van de Codex over het welzijn op het werk met volgende opschriften : 1° "Titel II.- Organisatorische structuren"; 2° "Hoofdstuk VII.- De
voor preventie en bescherming op het werk". Art. 14.- De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 27 oktober 2009. ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en Asielbeleid, Mevr. J. MILQUET Nota
PBW : - Samenstelling van de dienst : Preventieadviseur belast met de leiding van de gemeenschappelijke dienst (indien reeds gekend) : .. . . . . . . . . Aantal eventuele overige preventieadviseurs : . . . . . - Niveau van aanvullende vorming (niveau I, niveau II, basisvorming of geen) : - van de preventieadviseur belast met de leiding : . . . . . - van de eventuele overige preventieadviseurs : . . . . . - Zijn er contactpersonen voorzien tussen de dienst PBW en voormelde ondernemingen? JA/NEEN Zo ja, aantal en verdeling over de exploitatiezetels : . . . . . . . . . . - Voorgestelde minimum prestatieduur (uit te drukken in % van een voltijdse betrekking) : - van de leidinggevende preventieadviseur : . . . . . - van de overige preventieadviseurs : . . . . . - Zijn er afspraken gemaakt tussen de ondernemingen onderling naar tijdsbesteding? JA/NEEN Zo ja, welke ? . . . . . 4. Voordelen die de
biedt ten opzichte van de afzonderlijke interne diensten (inzake het aantal preventieadviseurs, het niveau van aanvullende vorming, de prestatieduur, de middelen,...) : . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5. Aantal bijlagen : .............. In geval er een comité PBW of syndicale afvaardiging bestaat (voor overheidsdiensten het bevoegde overlegcomité) in één of meerdere van de betrokken ondernemingen, dienen deze organen te worden geraadpleegd omtrent onderhavige aanvraag en dienen in bijlage te worden gevoegd : - hun advies omtrent de oprichting van de gemeenschappelijke dienst PBW; - hun advies omtrent de voorgestelde minimum prestatieduur van de leidinggevende preventieadviseur en de overige preventieadviseurs. Deze adviezen kunnen bestaan hetzij uit een afschrift van de goedgekeurde notulen van een comitévergadering, hetzij uit een verklaring ondertekend door alle betrokken werknemersafgevaardigden. In bijlage wordt tevens gevoegd : een door alle betrokken werkgevers ondertekende verklaring of overeenkomst, waaruit blijkt dat zij deze aanvraag onderschrijven. Datum : Handtekening van de aanvrager : Dit formulier dient te worden teruggestuurd naar : FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg Algemene Directie Humanisering van de Arbeid Ernest Blérotstraat 1 1070 Brussel
voor preventie en bescherming op het werk. ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en Asielbeleid, Mevr. J. MILQUET
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.