artikel 9; 2° datum actieve inschakeling : de datum waarop de onroerende goederen in de waterbeheersing actief worden ingeschakeld, d.w.z. de datum vanaf wanneer de onroerende goederen meer kunnen overstromen dan voorheen, ten gevolge van een doelbewuste ingreep van de initiatiefnemer. Dat is de datum,
de bekendmaking; 3° decreet : het decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/07/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003201696 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het integraal waterbeleid sluiten betreffende het integraal waterbeleid;4° natuurdecreet : het decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;5° gebruiker : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die op het moment dat het onroerend goed, gelegen binnen een in een waterbeheerplan afgebakend overstromingsgebied, actief wordt ingeschakeld in de waterbeheersing, het onroerend goed voor eigen rekening exploiteert als landbouw of bosbouw of voor wiens rekening een perceel wordt geëxploiteerd;6° VLM : de Vlaamse Landmaatschappij, opgericht bij het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij;7° referentie-inkomen : het inkomen zoals vastgesteld in uitvoering van artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 november 2000Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 24/11/2000 pub. 14/02/2001 numac 2001035128 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering betreffende steun aan de investeringen en aan de installatie in de landbouw sluiten betreffende steun aan de investeringen en aan de installatie in de landbouw;8° basismilieukwaliteit : de kwaliteit die wordt bereikt door het naleven van de gebruikelijke goede landbouwmethode, door naleving van de eisen gesteld in de artikelen 3, 4 en 5 van de Verordening 1782/2003 en door het naleven van de voorschriften in de Vlaamse regelgeving rond natuur en milieu. TITEL II. - Onteigening ten algemene nutte Art. 2.De Vlaamse minister, bevoegd voor de binnenlandse aangelegenheden, is met instemming van de minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, bevoegd om de provincies en de gemeenten te machtigen over te gaan tot onteigeningen ten algemene nutte als
artikel 11 van het decreet. Art. 3.De machtigingen tot onteigening in het kader van het decreet kunnen alleen worden verleend als de geplande onteigening past in de verwezenlijking van de doelstellingen van het integraal waterbeleid,
artikel 5 van het decreet, of in de acties van de waterbeheerplannen die worden opgesteld ter uitvoering van die doelstellingen. Art. 4.§ 1. Het onteigeningsdossier van de provincies en gemeenten, dat moet worden samengesteld als een aanvraag tot machtiging, bevat ten minste : 1° twee eensluidend verklaarde afschriften van de beslissing van, naargelang van het geval, de provincieraad of de gemeenteraad, waarbij tot onteigening van welbepaalde gronden, met vermelding van de kadastrale gegevens ervan, wordt beslist en waarin wordt gemotiveerd dat de onteigening past in de verwezenlijking van de doelstellingen van integraal waterbeleid,
artikel 5 van het decreet.Als wordt gekozen voor de procedure bij hoogdringendheid, wordt die keuze gemotiveerd; 2° twee eensluidend verklaarde afschriften van het geschrift,
artikel 3, derde lid, van de wet van 27 mei 1870 houdende vereenvoudiging van de administratieve formaliteiten waaruit blijkt dat tot inzage werd overgegaan;3° een lijst van de aangeschreven eigenaars, waaruit blijkt dat alle eigenaars die als dusdanig bekend zijn volgens de kadastrale gegevens, werden aangeschreven;4° twee kopieën van alle ontvangen bezwaarschriften bij het openbaar onderzoek en twee eensluidend verklaarde afschriften van het advies en het proces-verbaal,
artikel 6 van de wet van 27 mei 1870 houdende vereenvoudiging van de administratieve formaliteiten;5° een onteigeningsplan in twee exemplaren, waarop de te onteigenen goederen ingekleurd zijn aangegeven.Het plan bevat in tabelvorm een overzicht van de juiste kadastrale gegevens, de te onteigenen oppervlakte van elk perceel en de totale oppervlakte. Het plan wordt ondertekend, naargelang van het geval, door de provinciegouverneur of de burgemeester; 6° een kopie van, naargelang van het geval, het betreffende gedeelte van het plan van aanleg of het ruimtelijk uitvoeringsplan en, in voorkomend geval, het betreffende gedeelte van het waterbeheerplan, met aanduiding van de grenzen van het te onteigenen gebied;7° twee exemplaren van het schattingsverslag, opgesteld door de ontvanger van registratie of het Comité tot Aankoop van Onroerende Goederen. § 2. Het onteigeningsdossier,
, wordt met een aangetekende brief of bij afgifte tegen ontvangstbewijs opgestuurd naar de administratie Binnenlandse Aangelegenheden. De Vlaamse minister, bevoegd voor de binnenlandse aangelegenheden, kan nadere regels bepalen voor de wijze waarop de onteigeningsdossiers moeten worden samengesteld en ingediend. TITEL III. - Recht van voorkoop Art. 5.Als de initiatiefnemer een waterbeheerder van onbevaarbare waterlopen is, bezorgt de Vlaamse Grondenbank de aanbiedingen van de goederen die geheel of gedeeltelijk in de in de waterbeheerplannen afgebakende overstromingsgebieden of oeverzones gelegen zijn voor advies aan de initiatiefnemer in kwestie. Als de initiatiefnemer een waterwegbeheerder is, brengt de Vlaamse Grondenbank de aanbiedingen van de goederen die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in overstromingsgebieden of oeverzones ter kennis aan de betreffende waterwegbeheerder. Art. 6.§
artikel 5, bevat in het geval van een openbare verkoop de volgende gegevens : 1° de identificatie van het perceel;2° de plaats, de dag en het uur van de openbare verkoop;3° de naam en het adres van de instrumenterende ambtenaar. De kennisgeving of de adviesvraag,
artikel 5, bevat in het geval van een verkoop uit de hand de volgende gegevens : 1° de identificatie van het perceel;2° de prijs die de koper moet betalen;3° de inhoud van de akte die werd opgesteld onder opschortende voorwaarde van niet-uitoefening van het recht van voorkoop, waarbij alleen de identiteit van de koper wordt opengelaten;4° of er andere verbintenissen zijn waartoe de koper en verkoper zich verbonden hebben;5° als het perceel verpacht is, of de kandidaat-koper de pachter is of een derde aan wie de pachter zijn voorkooprecht heeft overgedragen;6° de naam en het adres van de instrumenterende ambtenaar. Iedere begunstigde kan, voor de verkoop in geval van openbare verkoop of binnen de termijn van zestig dagen na het aanbod van verkoop in geval van verkoop uit de hand, de instrumenterende ambtenaar om aanvullend informatie verzoeken of om mededeling van de inhoud van het lastenkohier. Art. 8.§ 1. De onroerende goederen die geheel of gedeeltelijk in overstromingsgebieden en oeverzones gelegen zijn waarvan de initiatiefnemer een waterbeheerder van onbevaarbare waterlopen is en die aangekocht worden door middel van het recht van voorkoop, vormen het patrimonium van de Vlaamse Grondenbank. Vervolgens worden de onroerende goederen overgedragen van de Vlaamse Grondenbank aan de initiatiefnemer. De Vlaamse Grondenbank verzorgt, tot de overdracht, het administratieve beheer van de eigendomsrechten van de onroerende goederen die geheel of gedeeltelijk in de overstromingsgebieden en oeverzones gelegen zijn waarvan de initiatiefnemer een waterbeheerder van onbevaarbare waterlopen is. Indien nodig zal de Vlaamse Grondenbank de onroerende goederen gebruiksvrij maken. Of een onroerend goed al dan niet gebruiksvrij wordt gemaakt, wordt bepaald in overleg tussen de Vlaamse Grondenbank en de initiatiefnemer. § 2. De onroerende goederen die in overstromingsgebieden en oeverzones gelegen zijn waarvan de begunstigde een waterwegbeheerder is en die aangekocht worden door middel van het recht van voorkoop, vormen het patrimonium van de waterwegbeheerder in kwestie. TITEL IV. - Aankoopplicht en vergoedingsplicht HOOFDSTUK I. - Bekendmaking van de actieve inschakeling in de waterbeheersing van een onroerend goed, gelegen binnen een overstromingsgebied Art. 9.Voor een onroerend goed dat binnen een afgebakend overstromingsgebied gelegen is en actief wordt ingeschakeld in de waterbeheersing, maakt de initiatiefnemer de volgende gegevens bekend, minstens door publicatie in het Belgisch Staatsblad, door aanplakking aan alle toegangswegen tot het overstromingsgebied in kwestie en via aangetekend schrijven aan alle eigenaars en gebruikers van de betrokken percelen : 1° gegevens over het overstromingsgebied :
dit artikel, voldaan is. § 2 De eigenaar van een onroerend goed kan de aankoopplicht inroepen als aan de volgende voorwaarden is voldaan : 1° het onroerend goed is geheel of gedeeltelijk binnen de afbakening van een oeverzone of overstromingsgebied in een waterbeheerplan gelegen;2° er is een ernstige waardevermindering van het onroerend goed in kwestie of de leefbaarheid van de bestaande bedrijfsvoering komt door de afbakening ernstig in het gedrang. Er is een ernstige waardevermindering van het onroerend goed in kwestie als de waarde van het gedeelte van het onroerend goed dat gelegen is binnen een oeverzone of een overstromingsgebied, afgebakend in een waterbeheerplan, met meer dan 20 % verminderd is als gevolg van de afbakening. De leefbaarheid van de bestaande bedrijfsvoering komt ernstig in het gedrang als het arbeidsinkomen van het jaar van aanvraag, als gevolg van de afbakening van de oeverzone of het overstromingsgebied, lager komt dan 2/3 van het referentie-inkomen. § 3 Als aan de voorwaarden,
en § 2, is voldaan, is de aankoopplicht van toepassing op het deel van het onroerend goed dat in een oeverzone of overstromingsgebied gelegen is dat afgebakend is in een waterbeheerplan. Als aan de voorwaarden,
en § 2, is voldaan en als het onroerend goed voor meer dan 80 % in een overstromingsgebied of oeverzone ligt, kan de eigenaar de aankoopplicht inroepen voor het hele onroerend goed. Als de bedrijfsvoering ernstig in het gedrang komt ten gevolge van de afbakening, kan de eigenaar de aankoopplicht inroepen voor alle onroerende goederen die in gebruik zijn door die eigenaar voor beroepsdoeleinden landbouw of bosbouw. De aankoopplicht is alleen van toepassing op onroerende goederen in het Vlaamse Gewest. Art. 11.Overeenkomstig artikel 20, § 1 van het decreet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 16/06/2006 pub. 09/02/2007 numac 2006036937 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het oprichten van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen sluiten betreffende het oprichten van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen worden alle aanvragen tot het inroepen van de aankoopplicht gericht aan de Vlaamse Grondenbank. De Vlaamse Grondenbank zal in naam en voor rekening van de initiatiefnemer overgaan tot de verplichte aankopen en optreden bij eventuele betwistingen met betrekking tot de verplichte aankopen. De onroerende goederen, aangekocht in het kader van een verplichte aankoop, vormen een patrimonium van de initiatiefnemer en behoren bijgevolg niet tot het patrimonium van de Vlaamse Grondenbank. Afdeling II. - Procedure Art. 12.§
Als niet alle stukken werden bezorgd en de ingediende aanvraag bijgevolg als onvolledig wordt beschouwd, dan wordt diegene die de aankoopplicht inroept door de Vlaamse Grondenbank met een aangetekende brief daarvan op de hoogte gebracht binnen veertien dagen na ontvangst door de Vlaamse Grondenbank van de aanvraag tot verplichte aankoop. De kennisgeving bevat de vermelding van de stukken die ontbreken of die nadere toelichting vereisen. De aanvraag dient volledig te zijn binnen de in artikel 10, § 1, bepaalde termijn. Als de ingediende aanvraag als volledig wordt beschouwd, dan wordt diegene die de aankoopplicht inroept door de Vlaamse Grondenbank met aangetekende brief daarvan op de hoogte gebracht binnen veertien dagen na ontvangst door de Vlaamse Grondenbank van de aanvraag tot verplichte aankoop of als de aanvraag in eerste instantie onvolledig werd bevonden, binnen veertien dagen na ontvangst van de ontbrekende stukken of de nadere toelichtingen. Als de initiatiefnemer een beheerder van onbevaarbare waterlopen is, kan de Vlaamse Grondenbank aan diegene die de aankoopplicht inroept aanvullende inlichtingen of een plaatsbezoek vragen. Als de initiatiefnemer een waterwegbeheerder is, bezorgt de Vlaamse Grondenbank het voor volledig verklaarde dossier aan de betrokken waterwegbeheerder en evalueert de Vlaamse Grondenbank samen met de waterwegbeheerder of er een verzoek om aanvullende inlichtingen of een plaatsbezoek nodig is. Als het verzoek om aanvullende inlichtingen of een plaatsbezoek nodig geacht wordt, brengt de Vlaamse Grondenbank diegene die de aankoopplicht inroept daarvan op de hoogte. Als niet wordt ingegaan op het verzoek om aanvullende inlichtingen of een plaatsbezoek, geeft dat aanleiding tot het verwerpen van de aanvraag tot verplichte aankoop door de initiatiefnemer. Het verzoek om aanvullende inlichtingen of een plaatsbezoek wordt met een aangetekende brief gedaan. Die brief maakt melding van de sanctie, als niet op het verzoek om aanvullende inlichtingen of een plaatsbezoek wordt ingegaan. §
het natuurdecreet of binnen bosreservaten als
het Bosdecreet van 13 juni 1990, wordt geen vergoeding toegekend. Afdeling II. - Procedure Art. 15.§
artikel 23, stukken die aantonen welke investeringen werden gedaan;5° een verklaring op erewoord van de gebruiker dat hij geen vergoeding op basis van een andere vergoedingsregeling heeft ontvangen of aangevraagd voor hetzelfde inkomstenverlies met betrekking tot hetzelfde onroerend goed. Als de aanvrager van de vergoeding grasland zal inzaaien op het onroerend goed in kwestie en hiervoor een verhoging van de vergoeding wil overeenkomstig artikel 24, moet hij dit bij de aanvraag meedelen. De initiatiefnemer kan een aanvraagformulier ter beschikking stellen, alsook een plan waarop de onroerende goederen zijn aangeduid die gelegen zijn binnen het overstromingsgebied in kwestie en die actief worden ingeschakeld in de waterbeheersing. § 3. Als de aanvraag tot vergoeding werd ingediend binnen de periode,
art. 14, en als het onroerend goed in kwestie binnen een afgebakend overstromingsgebied gelegen is, brengt de initiatiefnemer de aanvrager van de vergoeding binnen 14 dagen nadat de aanvraag werd ingediend, ervan op de hoogte dat zijn aanvraag verder wordt behandeld. § 4. Als de aanvraag tot vergoeding niet werd ingediend binnen de periode,
artikel 14, wordt geen vergoeding toegekend. Binnen 14 dagen nadat de aanvraag werd ingediend, brengt de initiatiefnemer de aanvrager van de vergoeding met een aangetekende brief daarvan op de hoogte. § 5. Als de aanvraag tot vergoeding betrekking heeft op een onroerend goed dat niet binnen een afgebakend overstromingsgebied gelegen is, wordt geen vergoeding toegekend. Binnen 14 dagen nadat de aanvraag werd ingediend, brengt de initiatiefnemer de aanvrager van de vergoeding met een aangetekende brief daarvan op de hoogte. Als de initiatiefnemer niet binnen een periode van elf maanden na de datum van actieve inschakeling, aan de aanvrager van de vergoeding heeft meegedeeld dat het onroerend goed in kwestie niet binnen een afgebakend overstromingsgebied gelegen is, kan de aanvrager, ook na de periode,
artikel 14, eenmalig een nieuwe aanvraag indienen. De nieuwe aanvraag tot vergoeding,
het tweede lid, moet worden ingediend bij de initiatiefnemer met een aangetekende brief of door afgifte tegen ontvangstbewijs binnen een maand nadat de aanvrager ervan op de hoogte werd gebracht dat het onroerend goed in kwestie niet binnen een afgebakend overstromingsgebied gelegen is. Als de nieuwe aanvraag niet tijdig werd ingediend, wordt geen vergoeding toegekend en brengt de initiatiefnemer de aanvrager van de vergoeding daarvan op de hoogte. Als de aanvraag tot vergoeding tijdig werd ingediend en als het onroerend goed in kwestie gelegen is binnen een afgebakend, actief ingeschakeld overstromingsgebied in kwestie, brengt de initiatiefnemer de aanvrager van de vergoeding ervan op de hoogte dat zijn aanvraag verder wordt behandeld. § 6. De initiatiefnemer bezorgt de aanvragen die verder worden behandeld, de stukken,
, en de gegevens die vereist zijn voor de berekening van de vergoeding aan de VLM. De VLM en de initiatiefnemer kunnen te allen tijde aan de aanvrager van de vergoeding aanvullend stukken en inlichtingen vragen of om een plaatsbezoek verzoeken. Art. 16.§ 1. De VLM gaat na of al dan niet voldaan is aan de voorwaarden voor het toekennen van de vergoeding, als
artikel 14, tweede lid. § 2. De VLM deelt de volgende gegevens mee aan de initiatiefnemer : 1° als de VLM meent dat niet voldaan werd aan een voorwaarde voor het toekennen van de vergoeding, de redenen waarom niet voldaan werd aan de voorwaarde;2° als de VLM meent dat voldaan werd aan de voorwaarden voor het toekennen van de vergoeding, het bedrag van de vergoeding, alsook een verduidelijking en een motivering van de wijze waarop de vergoeding werd berekend. De VLM berekent de vergoeding overeenkomstig de bepalingen,
afdeling III van dit hoofdstuk. Met het oog op de berekening en de motivering van de vergoeding overlegt de VLM met de initiatiefnemer. Art. 17.De initiatiefnemer legt de gegevens,
artikel 16, voor advies voor aan de groep van deskundigen,
artikel 19. Als de groep van deskundigen, ondanks de mening van de VLM, meent dat werd voldaan aan de voorwaarden,
artikel 14, tweede lid, of als de groep van deskundigen meent dat de vergoeding niet correct is berekend, berekent de VLM alsnog de vergoeding overeenkomstig de bepalingen,
afdeling III van dit hoofdstuk. Met het oog op de berekening en de motivering van de vergoeding overlegt de VLM met de initiatiefnemer. De VLM deelt aan de initiatiefnemer mee wat het bedrag van de vergoeding is en geeft een verduidelijking en een motivering van de wijze waarop de vergoeding werd berekend. Vervolgens legt de initiatiefnemer die gegevens voor advies voor aan de groep van deskundigen. Art. 18.§
het eerste lid, de redenen waarom geen vergoeding wordt toegekend. Als een vergoeding wordt toegekend, dan bevat de mededeling,
het eerste lid, het bedrag van de vergoeding die wordt toegekend, een verduidelijking van de wijze waarop de vergoeding werd berekend en de tijdstippen waarop de vergoeding zal worden betaald. §
artikel
het eerste artikel, wordt op dezelfde wijze een plaatsvervanger aangewezen. §
paragraaf 2, te vermenigvuldigen met de in de waterbeheersing ingeschakelde oppervlakte van het perceel in hectare. § 2. De financiële minwaarde per hectare wordt berekend als volgt : 1° voor een gebruikswaardedaling die kleiner is dan of gelijk is aan het eindgebruik : de financiële minwaarde (euro/
paragraaf 1, wordt een vergoeding toegekend voor niet-terugverdienbare investeringen. Niet-terugverdienbare investeringen zijn investeringen op het perceel in kwestie die ten gevolge van het actief inschakelen van de percelen in de waterbeheersing niet terugverdiend kunnen worden. Bij het berekenen van de niet-terugverdienbare investeringen wordt er geen rekening gehouden met de investeringen die werden gedaan na de begindatum van het openbaar onderzoek over het waterbeheerplan waarin het overstromingsgebied in kwestie is opgenomen. § 4. De minister bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid kan de berekeningmethodiek die in dit artikel is opgenomen verder uitwerken. Art. 24.Als de gebruiker grasland zal inzaaien op het perceel in kwestie, dan wordt de vergoeding,
artikel 23, eenmalig verhoogd met de forfaitaire kosten voor het inzaaien van grasland. Die forfaitaire kosten bestaan in een forfaitair bedrag per hectare die de op dat ogenblik geldende kosten van het inzaaien van grasland dekt. De gebruiker heeft alleen recht op een verhoging van de vergoeding met de forfaitaire kosten voor het inzaaien van grasland als aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan : 1° de gebruiker toont aan dat vanaf de begindatum van het openbaar onderzoek over het waterbeheerplan waarin het overstromingsgebied in kwestie is opgenomen, alleen andere teelten dan grasland voorkwamen op het perceel;2° op het perceel werd werkelijk grasland ingezaaid;3° de gebruiker toont aan dat het perceel waarop gras werd ingezaaid, voor het jaar in kwestie werd aangegeven als blijvend grasland, met toepassing van verordening (EG) nr.796/2004 van de Commissie van 21 april 2004 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de randvoorwaarden, de modulatie en het geïntegreerd beheers- en controlesysteem waarin is voorzien bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers. Als niet werd voldaan aan de voorwaarden,
het tweede lid, dan kan de initiatiefnemer beslissen om de toegekende forfaitaire kost voor het inzaaien van grasland terug te vorderen. Onderafdeling III. - Vergoeding voor bospercelen Art. 25.De vergoeding voor bospercelen wordt alleen uitgekeerd als aangetoond wordt dat de actieve inschakeling van het perceel in de waterbeheersing wordt toegepast op een bosperceel met een houtproductiefunctie. De bosbestanden moeten een voldoende stamtal en bestandskwaliteit hebben zodat een voldoende hoge productiefunctie mogelijk is. Met niet-productieve oppervlakten zoals houtkanten, struwelen of verboste ruigten zonder een kwalitatieve opstand, wordt geen rekening gehouden bij de bepaling van de vergoeding. Art. 26.§
de bekendmaking overeenkomstig artikel 9. Voor de berekening van de gebruikswaarde van het perceel na de actieve inschakeling, wordt rekening gehouden met het verwachte overstromingsregime nadat het perceel actief is ingeschakeld in de waterbeheersing, zoals
de bekendmaking overeenkomstig artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.