FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER 26 NOVEMBER 2010. - Koninklijk besluit betreffende de installatie van het alcoholslot en het omkaderingsprogramma en koninklijk besluit tot wijziging van
Artikel 2
- De redactie van het tweede lid doet vermoeden dat alleen de invoer van alcoholsloten uit de staten die in die bepaling worden vermeld, toegestaan is. Op de vraag of de uitsluiting van invoer uit andere staten geen probleem doet rijzen in het licht van de geldende internationale overeenkomsten heeft de gemachtigde van de staatssecretaris het volgende geantwoord : "Selon le Service Métrologie du SPF Economie, on n'exclut aucun produit, pour autant que ce produit satisfasse aux prescriptions européennes ou équivalentes". De steller van het ontwerp moet de redactie van het tweede lid aanpassen aan de aldus uitgedrukte bedoeling. Deze opmerking geldt ook voor de artikelen 5, § 1, en 6, eerste lid, a), van het ontwerp.
- Op de vraag of de nieuwe test die zoals bepaald in artikel 2, tweede lid, 4°, "volgens een willekeurig interval tussen 15 en 45 minuten" wordt uitgevoerd, slechts één keer, dan wel herhaaldelijk tijdens de hele duur van de rit plaats heeft, heeft de gemachtigde van de staats- secretaris bevestigd dat de test daadwerkelijk tijdens de hele duur van de rit wordt herhaald.Die verduidelijking moet in de betrokken bepaling komen. Artikel 3 Op de vraag wat onder "modelgoedkeuringen van beperkte strekking" in de zin van artikel 3, eerste lid, tweede zin, moet worden verstaan, heeft de gemachtigde van de Staatssecretaris verwezen naar artikel 5 van het voormelde koninklijk besluit van 20 december
- Het zou zinvol zijn in de tweede zin van artikel 3, eerste lid, te verduidelijken dat de woorden "modelgoedkeuringen van beperkte strekking" moeten worden begrepen in de zin van artikel 5.2 van het voormelde koninklijk besluit van 20 december
- Artikel 4 De genoemde Aanbeveling van de Commissie van 21 december 1999 is geen communautaire rechtshandeling die rechtstreeks in het interne rechtsbestel geldt. Daaruit volgt dat de bepalingen waarnaar in artikel 4 wordt verwezen, moeten worden opgenomen in een regeling van intern recht, bijvoorbeeld in een bijlage bij het ontwerp, en artikel 4 moet dienovereenkomstig worden aangepast. Artikel 5
- Op de vraag of het woord "hij" in de zinsnede "voor zover hij in een lidstaat van (...) gevestigd is" slaat op de fabrikant dan wel op "zijn gevolmachtigde of elke aanvrager", heeft de gemachtigde van de staatssecretaris geantwoord dat de tweede interpretatie moet worden gevolgd. Het is wenselijk dat de bepaling in die zin wordt verduidelijkt.
- Op de vraag welk "testrapport" in artikel 5, § 2, eerste lid, wordt bedoeld, heeft de gemachtigde van de staatssecretaris geantwoord dat het gaat om de rapporten die worden opgesteld naar aanleiding van de voorafgaande proeven van modelgoedkeuring vermeld in artikel 5, § 1, tweede lid, en in artikel 6 van het ontwerp.Die verduidelijking moet in de tekst komen.
- In de Franse versie van paragraaf 2, tweede lid, van de tekst moet het woord "mode" worden ingevoegd tussen de woorden " permettre de vérifier et ajuster l'appareil en" en het woord "laboratoire". Artikel 6
- De gemachtigde van de staatssecretaris is het ermee eens dat het nuttig zou zijn om in het eerste lid, tussen de punten a) en b), het woord "of" in te voegen.
- Op de vraag of de instelling bedoeld in artikel 6, eerste lid, b), altijd een nationale autoriteit moet zijn, heeft de gemachtigde van de Staatssecretaris het volgende geantwoord : "L'organisme peut être une autorité nationale (mais pas obligatoirement), mais il faut toujours que ce soit un laboratoire accrédité (donc reconnu dans l'Etat même ou dans un autre Etat)". De betrokken bepaling moet in die zin worden verduidelijkt.
- Op de vraag welke autoriteit de "verificatie" vermeld in artikel 6, tweede lid, uitvoert, heeft de gemachtigde van de staatssecretaris geantwoord dat het krachtens artikel 5, § 1, om de dienst Metrologie gaat.Het zou nuttig zijn die precisering in de tekst op te nemen. De gemachtigde is het er ook mee eens dat moet worden gepreciseerd dat die verificatie alleen betrekking heeft op de instellingen bedoeld in artikel 6, eerste lid, a). Artikel 7 In de Franse versie is het verkieslijk te schrijven : "L'organisme transmet au Service Métrologique les résultats des essais préalables d'approbation de modèle ainsi que les trois exemplaires de la documentation". In de Nederlandse versie schrijve men "De instelling" in plaats van "Het organisme". Deze opmerking geldt voor alle artikelen van het ontwerp. Artikel 11 Het zou nuttig zijn, na de woorden "De proeven van eerste ijk, herijk en technische controle", de woorden "respectievelijk in de zin van de artikelen 18, 19 en 21 van de wet van 16 juni 1970 betreffende de meeteenheden, de meetstandaarden en de meetwerktuigen" in te voegen. Artikel 15 Wat het derde lid betreft, moet worden verduidelijkt dat het begrip "omkaderingsinstelling" slaat op de instelling bedoeld in artikel 4 van het ontwerp van koninklijk besluit betreffende het omkaderingsprogramma voor het alcoholslot dat eveneens in dit advies wordt behandeld (adviesaanvraag 48.644/2/V). De gemachtigde van de staatssecretaris heeft aangegeven dat die verduidelijking aan de tekst zou worden toegevoegd. Opschrift van hoofdstuk 4 In de Nederlandse versie van het opschrift van hoofdstuk 4 schrijve men "Testprocedure die door de veroordeelde moet worden gevolgd". In de Franse versie van het opschrift van hoofdstuk 4 schrijve men "Procédure de test" in plaats van "Test de procédure". Artikel 17 Het woord "gebruikershandleiding" kan beter worden vervangen door het woord "gebruiksaanwijzing", dat al voorkomt in artikel 4, tweede lid, van het ontwerp. In plaats van "(...) houdt de veroordeelde rekening met het volgende" zou het beter zijn te schrijven : "(...) moet de veroordeelde de procedure volgen die in dit hoofdstuk wordt beschreven". In te voegen opschrift Tussen de artikelen 21 en 22 moet een nieuw opschrift worden ingevoegd, luidende : "Hoofdstuk 5 - Slotbepalingen". Artikel 22 Artikel 22 moet als volgt worden gesteld : "De Minister bevoegd voor Justitie, de Minister bevoegd voor Economie en de Minister bevoegd voor Wegverkeer zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit"
(7). Bijlage 1 De gemachtigde van de staatssecretaris is erop attent gemaakt dat punt 3.2.2., tweede lid, luidens hetwelk "De mondstukken (...) bij elke meting vervangen (moeten) worden", haaks staat op de tweede zin van artikel 18 van het
, dat in de mogelijkheid voorziet om mondstukken onder bepaalde voorwaarden opnieuw te gebruiken. De gemachtigde is het ermee eens dat die opmerking gegrond is en heeft verklaard dat punt 3.2.2., tweede lid, van bijlage 1 zal worden aangepast aan de tweede zin van artikel 18. Onderzoek van het ontwerp waarop adviesaanvraag 48.643/2/V betrekking heeft Aanhef Eerste lid Artikel 61quinquies van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, verleent de Koning geen machtiging. Er is bijgevolg geen reden om die bepaling in de aanhef te vermelden. Zoals de gemachtigde van de staatssecretaris heeft aangegeven, zal de vermelding van die bepaling vervangen worden door de vermelding van de artikelen 1 en 26 van dezelfde wet. Nieuw vierde lid Aangezien over het ontwerp het advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer is ingewonnen, kan de vervulling van dit niet verplicht vormvereiste in de vorm van een overweging vermeld worden in een nieuw vierde lid
(8).
Artikel 1
In de Franse versie van de tekst schrijve men "et à l'article 71, § 2" in plaats van "et de l'article 71, § 2". Artikel 2 Bij de redactie van de inleidende zin van artikel 2 is er geen rekening mee gehouden dat de artikelen 72 en 73 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998014078 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs sluiten betreffende het rijbewijs, die volgen op de herstelde bepalingen, deel uitmaken van hoofdstuk 2 van titel IV van dat besluit. De inleidende zin van artikel 2 moet gesteld worden als volgt
(9): "Na titel IV van hetzelfde besluit wordt een titel IVbis ingevoegd, die de artikelen 73/1 en 73/2 omvat". In het corpus van de tekst moeten ook de woorden "Art. 71" en "Art. 72" vervangen worden door de woorden "Art. 73/1" en "Art. 73/2". Artikel 4 In de inleidende zin van artikel 4 behoort "en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 24 april 2006, 1 september 2006, 4 mei 2007 en 16 juli 2009" te worden geschreven in plaats van "en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 28 april 2006, 1 september 2006 en 4 april 2007". De gemachtigde van de Staatssecretaris is het daarmee eens. Onderzoek van het ontwerp waarop adviesaanvraag 48.644/2/V betrekking heeft Opschrift Het opschrift moet zo worden aangevuld dat het onderwerp van het ontwerp nauwkeurig kan worden bepaald, rekening houdend gezien onder meer met artikel 8 ervan, dat betrekking heeft op de installatie van een alcoholslot. Aanhef Eerste lid Het zou nauwkeuriger zijn na de woorden "61quinquies " de woorden "§ 3," in te voegen. Bovendien moet het eerste lid aangevuld worden met de vermelding van de bepalingen van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, die de Koning machtigen de bepaling van artikel 3, 2°, van het ontwerp uit te vaardigen. De gemachtigde van de staatssecretaris is het daarmee eens.
Artikel 1
In artikel 1 van het ontwerp wordt de strekking van het ontwerp niet nauwkeurig omschreven. Deze bepaling moet ofwel gepreciseerd worden, ofwel vervallen. Artikel 2 1. De gemachtigde van de staatssecretaris is het ermee eens dat de bepalingen die betrekking hebben op het rijbewijs veeleer thuishoren in het ontwerp van koninklijk besluit "tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998014078 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs sluiten betreffende het rijbewijs", dat de afdeling Wetgeving in dit advies behandelt onder adviesaanvraag 48.643/2/V. Dezelfde opmerking geldt voor artikel 6 van het ontwerp. 2. In het vierde lid behoort in plaats van te verwijzen naar het "voorgaande lid" verwezen te worden naar de overeenstemmende bepaling van het voornoemde koninklijk besluit van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998014078 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs sluiten.3. In het vijfde lid behoort gepreciseerd te worden dat het centraal bestand voor de rijbewijzen het bestand genoemd in artikel 74 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998014078 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs sluiten betreffende het rijbewijs is. Artikel 4 1. In het tweede lid moet het zinsdeel "en voor de begeleiding van de bestuurder die is veroordeeld wegens artikel 37/1 van de wet" als overbodig geschrapt worden vermits de begeleiding van de bestuurder een vast onderdeel is van het "omkaderingsprogramma". Bijgevolg moeten in het derde lid ook de woorden "de begeleiding" vervangen worden door de woorden "de omkadering". 2. Wat hetzelfde tweede lid betreft, is het ondenkbaar dat het besluit tot erkenning, schorsing en intrekking van de erkenning genomen kan worden door de FOD Mobiliteit en Vervoer.Besluiten van dat niveau kunnen alleen genomen worden door de minister bevoegd voor het wegverkeer. Deze opmerking geldt ook voor de rest van het ontwerp. 3. In het vierde lid moet het woord "minstens" vervallen, aangezien dit aanleiding geeft tot rechtsonzekerheid doordat het de indruk wekt dat nog andere voorwaarden dan die waarin het besluit voorziet kunnen worden gesteld om de erkenning te krijgen, naar eigen goeddunken van de minister.4. De strekking van de onderdelen 3° en 4°,
- c)("de integrale kwaliteitszorg") en
- d)("een financieel plan") moet gepreciseerd worden.5. De tussenzin tussen 4°,
- d)en 5° van het vierde lid moet vervallen om overlapping met de inleidende zin van het vierde lid te voorkomen.6. In een koninklijk besluit hoort niet herinnerd te worden aan de toepassing van een wet.Het vierde lid, 5°, moet vervallen. Dezelfde opmerking geldt voor artikel 8, § 2, tweede lid, 4°. 7.1. In het zesde lid behoort vermeld te worden dat de instelling niet alleen op de hoogte wordt gebracht van het voornemen om te schorsen of in te trekken, maar ook van de motieven die daaraan ten grondslag liggen. Bovendien schrijve men in de Franse versie van de tekst "aux dispositions du présent article" in plaats van "aux dispositions de cet arrêté". 7.2. Meer in het algemeen merkt de Raad van State op dat de regeling inzake de schorsing van de erkenning slechts gedeeltelijk wordt vastgesteld bij het ontworpen besluit. Dit moet worden vervolledigd, onder meer wat de duur van de maatregel betreft. De opmerkingen gemaakt in 7.1. en 7.2. gelden ook voor artikel 8, § 2, derde lid. 8. Het zou beter zijn in het zevende lid te bepalen dat ook de schorsing van de erkenning van de instelling in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Deze opmerking geldt ook voor artikel 8, § 2, vierde lid. Artikel 6 Deze bepaling hoort thuis in het ontwerp van koninklijk besluit "tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998014078 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs sluiten betreffende het rijbewijs", dat de afdeling Wetgeving in dit advies behandelt onder adviesaanvraag 48.643/2/V. Er wordt verwezen naar de tweede opmerking betreffende artikel 2. De nummering van de daaropvolgende artikelen moet dienovereenkomstig worden aangepast. Artikel 8 1. In paragraaf 1, eerste lid, moet worden bepaald dat de verplichting eveneens geldt in geval van verandering van voertuig tijdens de duur van de straf.2. Paragraaf 1, vijfde lid, is strijdig met het beginsel van de wettelijkheid van de strafbare feiten dat vastgelegd is in de artikelen 12 en 14 van de Grondwet, een beginsel krachtens hetwelk strafbare feiten alleen bij wet kunnen worden omschreven.Deze bepaling dient te vervallen. 3. In de Franse versie van de tekst schrijve men in paragraaf 2, tweede lid, 7°, "le centre de services" en niet "l'organisme".4. De aandacht van de gemachtigde van de staatssecretaris is gevestigd op de verplichtingen die de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de controle der verzekeringsondernemingen aan verzekeringsondernemingen oplegt.Ze is het ermee eens dat artikel 8, § 3, van het ontwerp dient te vervallen en dat artikel 11, eerste lid, van het ontwerp dienovereenkomstig moet worden aangepast. Artikel 9 1. Uit artikel 9, § 1, van het ontwerp blijkt dat de dienstencentra beschikken over gecodeerde gegevens uit de registratie-eenheid van het alcoholslotsysteem. Nu is het zo dat luidens artikel 4, § 1, 5°, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens "persoonsgegevens (...) : 5° in een vorm die het mogelijk maakt de betrokkenen te identificeren, niet langer (dienen) te worden bewaard dan voor de verwezenlijking van de doeleinden waarvoor zij worden verkregen of verder worden verwerkt, noodzakelijk is.De Koning voorziet, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, in passende waarborgen voor persoonsgegevens die, langer dan hiervoor bepaald, voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden worden bewaard. » . Krachtens artikel 1, § 1, van dezelfde wet "(wordt) voor de toepassing van deze wet (...) onder "persoonsgegevens" iedere informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon verstaan, hierna "betrokkene" genoemd; als identificeerbaar wordt beschouwd een persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificatienummer of van één of meer specifieke element en die kenmerkend zijn voor zijn of haar fysieke, fysiologische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit.". De onderzochte tekst bevat geen enkele beperking van de betrokken gegevens in de tijd. Aangezien deze alleen "gecodeerd" aan de omkaderingsinstellingen worden medegedeeld, is dit ontbreken van een beperking alleen aanvaardbaar indien deze "codes" zo opgevat zijn dat ze niet toestaan dat de betrokken persoon "geïdentificeerd of identificeerbaar" is. De steller van het ontwerp moet zich hiervan vergewissen
(10). Indien dit niet het geval is, moet het ontwerp worden aangevuld om te voorzien in de beperking vereist bij artikel 4, § 1, 5°, van de voornoemde wet van 8 december
- Het zou dienstig kunnen zijn in paragraaf 1, eerste lid, te bepalen dat de veroordeelde bestuurder zijn voertuig aanbiedt "of door een derde laat aanbieden" volgens de nadere regels gespecificeerd in deze bepaling.
- De uitdrukking "Europees grondgebied" is vaag en moet worden verduidelijkt.
- Er moet worden gepreciseerd wat de "betalingen" zijn waarvan in paragraaf 1, zesde lid, 8°, melding wordt gemaakt. Artikel 13 Artikel 13 moet als volgt worden gesteld
(11): "De minister bevoegd voor Justitie en de minister bevoegd voor Wegverkeer zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit". Slotopmerking De redactie van het ontwerp laat te wensen over en dient zorgvuldig te worden nagezien. Deze opmerking geldt zowel voor de Nederlandse als voor de Franse versie. De kamer was samengesteld uit : De heren : R. ANDERSEN, eerste voorzitter van de Raad van State; P. LEWALLE en P. VANDERNOOT, staatsraden; Mevr. A.-C. VAN GEERSDAELE, griffier. Het verslag werd uitgebracht door Mevr. W. VOGEL, eerste auditeur. De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer P. LIENARDY, kamervoorzitter. De griffier, A.-C. Van Geersdaele. De eerste voorzitter, R. Andersen. _______ Nota's
(1)Zie in die zin advies 45.848/4 van 16 februari 2009 over een ontwerp dat ontstaan heeft gegeven aan het koninklijk besluit van 10 mei 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/05/2009 pub. 20/05/2009 numac 2009014072 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E sluiten tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E.
(2)Zie Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, www.raadvst-consetat.be, tab Wetgevingstechniek, aanbeveling 35.
(3)RvS, jaarverslag 2005-2006, nr.20, www.raadvst-consetat.be, tab "De instelling" en tab "Jaarverslagen".
(4)Voetnoot 16 van het voormelde verslag : Heel vaak zijn die technische normen alleen in het Engels gesteld.
(5)Voetnoot 17 van het voormelde verslag : Voor een voorbeeld van moeilijkheden in verband met de verwijzing naar een uit een internationale overeenkomst afgeleid begrip dat niet bestaat in een van de landstalen, zie RvS (kortgeding), nv Heli Service Belgium, nr. 145.819 van 10 juni 2005.
(6)Voormeld verslag, nr.20.
(7)Ibid., aanbeveling nr. 167 en formule F 4-7-2.
(8)Ibid., aanbeveling 35.
(9)Ibid., formules F 4-2-3-5 en F 4-2-11-2.
(10)Zie de algemene opmerking onder de nrs.26 en 27 van het voormelde advies 21/20 10 van 30 juni 2010 van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
(11)Ibid., formule F 4-7-2.