← België

Wet houdende goedkeuring van het Verdrag nr. 150 betreffende de bestuurstaak op het gebied van de arbeid : taak, functies en organisatie, aangenomen t

23 MEI 1989. - Wet houdende goedkeuring van het Verdrag nr. 150 betreffende de bestuurstaak op het gebied van de arbeid : taak, functies en organisatie, aangenomen te Genève op 26 juni 1978 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar vierenzestigste zitting

(1)
(2)ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet. Art. 2.Het Verdrag nr. 150 betreffende de bestuurstaak op het gebied van de arbeid : taak, functies en organisatie, aangenomen te Genève op 26 juni 1978 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar vierenzestigste zitting, zal volkomen uitwerking hebben. Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Gegeven te Brussel, 23 mei 1989. BOUDEWIJN Van Koningswege : De Minister van Buitenlandse Zaken, L. TINDEMANS De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, L. VAN DEN BRANDE Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, M. WATHELET _______ Nota's
(1)Zitting 1988-
  1. Kamer : Documenten : Ontwerp van wet ingediend op 5 september 1988, nr. 559/
  2. Verslag namens de Commissie 559/
  3. Parlementaire Handelingen : Bespreking, vergadering van 19 december
  4. Stemming, vergadering van 20 december
  5. Senaat : Zitting 1988-
  6. Documenten : Overzending 20 december
  7. Parlementaire Handelingen : Bespreking, vergadering van 7 maart
  8. Stemming, vergadering van 8 maart 1989.
(2)Zie decreet van de Vlaamse Gemeenschap/het Vlaamse Gewest van 19 maart 2004 (Belgisch Staatsblad van 3 mei 2004 ), decreet van de Franse Gemeenschap van 22 december 1997 (Belgisch Staatsblad van 15 augustus 1998 ), decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 22 november 2010 (Belgisch Staatsblad van 10 december 2010 - Ed.2), decreet van het Waalse Gewest van 20 juli 2011 (Belgisch Staatsblad van 8 augustus 2011 + 9 augustus 2011), ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 11 juni 1998 (Belgisch Staatsblad van 12 augustus 1998). Verdrag nr. 150 betreffende de bestuurstaak op het gebied van de arbeid : taak, functies en organisatie, aangenomen te Genève op 26 juni 1978 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar vierenzestigste zitting De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie, Bijeengeroepen te Genève door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau, en aldaar bijeengekomen in haar vierenzestigste zitting op 7 juni 1978; In herinnering brengende de bepalingen van bestaande internationale Arbeidsverdragen en Aanbevelingen, in het bijzonder daaronder begrepen het Verdrag betreffende de arbeidsinspectie, 1947, het Verdrag betreffende de arbeidsinspectie (landbouw), 1969, en het Verdrag betreffende de dienst voor de werkgelegenheid, 1948, die vragen om uitvoering van bepaalde activiteiten met betrekking tot de bestuurstaak op het gebied van de arbeid; Overwegende dat het gewenst is regelingen aan te nemen waarin richtlijnen worden opgesteld met betrekking tot het bestuursapparaat op het gebied van de arbeid; In herinnering brengende de bepalingen van het Verdrag betreffende de werkgelegenheidpolitiek, 1964, en van het Verdrag betreffende de ontwikkeling van menselijke hulpbronnen, 1975; tevens in herinnering brengende de doelstelling volledige werkgelegenheid en een behoorlijke beloning van de arbeid te bewerkstelligen en de noodzaak bevestigende van programma's met betrekking tot de bestuurstaak op het gebied van de arbeid om naar deze doelstelling toe te werken en de doelstellingen van genoemde Verdragen ten uitvoer te brengen; De noodzaak erkennende om volledig de autonomie van werknemersorganisaties te respecteren, in dit verband in herinnering brengende de bepalingen van bestaande internationale Arbeidsverdragen en Aanbevelingen die het recht garanderen van vereniging, organisatie en collectief onderhandelen, en in het bijzonder het Verdrag betreffende de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en bescherming van het vakverenigingrecht, 1948, en het Verdrag betreffende het recht zich te organiseren en collectief te onderhandelen, 1949, die iedere inmenging van de zijde van de overheid verbieden die deze rechten zou beperken of een belemmering vormen voor de wettige toepassing ervan, en overwegende dat werkgevers- en werknemersorganisaties een belangrijke taak hebben bij het bereiken van de doelstellingen van economische, sociale en culturele vooruitgang; Besloten hebbende tot het aannemen van bepaalde voorstellen met betrekking tot de bestuurstaak op het gebied van de arbeid, taak, functies en organisatie, welk onderwerp als vierde punt op de agenda van de zitting voorkomt; Vastgesteld hebbende dat deze voorstellen de vorm van een internationaal verdrag dienen te krijgen, aanvaardt heden, de zesentwintigste juni van het jaar negentienhonderd achtenzeventig het volgende Verdrag, dat kan worden aangehaald als Verdrag betreffende de bestuurstaak op het gebied van de arbeid, 1978 : Artikel 1 Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder :
  1. a)« Bestuurstaak op het gebied van de arbeid » : de activiteiten van de overheid met betrekking tot het nationaal beleid op het gebied van de arbeid.
  2. b)« Het bestuursapparaat op het gebied van de arbeid » : alle overheidslichamen die verantwoordelijk zijn voor en/of betrokken zijn bij de bestuurstaak op het gebied van de arbeid - hetzij ministeries hetzij openbare instellingen - met inbegrip van semi-overheidsorganen en regionale of plaatselijke lichamen of iedere andere vorm van gedecentraliseerd bestuur - en ieder institutioneel kader bestemd voor het coördineren van de activiteiten van dergelijke lichamen en voor het overleg met en de inspraak van werkgevers en werknemers en hun organisaties. Artikel 2 Een Lid dat dit Verdrag bekrachtigt kan, in overeenstemming met nationale wettelijke of bestuursrechtelijke voorschriften of gebruiken, bepaalde activiteiten van de bestuurstaak op het gebied van de arbeid delegeren of toevertrouwen aan niet gouvernementele organisaties, in het bijzonder aan werkgevers- en werknemersorganisaties, of - waar dit geval zich voordoet - aan de vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers. Artikel 3 Een Lid dat dit Verdrag bekrachtigt, kan bepaalde activiteiten met betrekking tot het nationaal beleid op het gebied van de arbeid beschouwen als zaken die, overeenkomstig nationale wettelijke of bestuursrechtelijke voorschriften of gebruiken, geregeld worden via directe onderhandelingen tussen werkgevers- en werknemersorganisaties. Artikel 4 Elk Lid dat dit Verdrag bekrachtigt, dient op aan de nationale omstandigheden aangepaste wijze op zijn grondgebied de organisatie en het doeltreffend functioneren te waarborgen van het bestuursapparaat op het gebied van de arbeid, en van een goede coördinatie van de functies en verantwoordelijkheden daarvan. Artikel 5 1. Elk Lid dat dit Verdrag bekrachtigt, dient in overeenstemming met de nationale omstandigheden regelingen te treffen, teneinde binnen het bestuursapparaat op het gebied van de arbeid te komen tot raadpleging, samenwerking en onderhandelen tussen de overheid en de meest representatieve organisaties van werkgevers en werknemers, of - waar dat geval zich voordoet - vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers.2. Voor zover dit in overeenstemming is met nationale wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften en gebruiken dienen deze regelingen te worden gemaakt op nationaal, regionaal en plaatselijk niveau alsmede op bedrijfstakniveau. Artikel 6 1. De binnen het bestuursapparaat op het gebied van de arbeid bevoegde instanties dienen, waar dit geval zich voordoet, verantwoordelijk te zijn voor, of bij te dragen tot de voorbereiding, het beheer, de coördinatie, het toezicht op en de evaluatie van het nationaal beleid op het gebied van de arbeid, en voor zover binnen de grenzen van het overheidsapparaat vallend, het orgaan te zijn voor de voorbereiding en de tenuitvoerlegging van hiertoe strekkende wetten en regelingen.2. In het bijzonder dienen deze instanties met inachtneming van de daarop van toepassing zijnde internationale normen op het gebied van de arbeid :
  3. a)deel te nemen in de voorbereiding, het beheer, de coördinatie, het toezicht op en de evaluatie van het nationaal beleid op het gebied van de arbeid, in overeenstemming met nationale wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften en gebruiken;
  4. b)studie te maken van en te evalueren de situatie van hen, die werk hebben, van hen die geen werk hebben en van hen die onvoldoende werk hebben, met inachtneming van nationale wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften en gebruiken met betrekking tot arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden, de aandacht te vestigen op gebreken en misstanden op dit terrein en voorstellen in te dienen met betrekking tot middelen om hier verbetering in te brengen;
  5. c)hun diensten beschikbaar te stellen aan werkgevers en werknemers en hun onderscheiden organisaties, volgens de nationale wettelijke of bestuursrechtelijke voorschriften of gebruiken, teneinde op nationaal, regionaal, plaatselijk en bedrijfstakniveau doelmatig overleg en doelmatige samenwerking tussen de overheid en overheidslichamen en werkgevers- en werknemersorganisaties en tussen deze organisaties onderling te bevorderen;
  6. d)op hun verzoek technisch advies beschikbaar te stellen aan werkgevers en werknemers en hun respectieve organisaties. Artikel 7 Wanneer de nationale omstandigheden ter voldoening aan de behoeften van het grootst mogelijke aantal werknemers dit vereisen, dient elk Lid, dat dit Verdrag bekrachtigt, voor zover deze activiteiten niet reeds worden verricht, zo nodig geleidelijk de uitbreiding te bevorderen van de taken van het bestuursapparaat op het gebied van de arbeid in die zin, dat daaronder worden begrepen activiteiten, in samenwerking met andere bevoegde instanties uit te voeren, die betrekking hebben op de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden van daartoe geëigende categorieën van werknemers, die geen arbeidsovereenkomst in de zin van de wet hebben zoals :
  7. a)pachters die alleen hulp van gezins- en/of familieleden hebben, deelpachters en soortgelijke categorieën van agrarische werknemers;
  8. b)zelfstandigen, die alleen hulp van gezins- en/of familieleden hebben en die werkzaam zijn in de niet-gestructureerde sector, zoals dit in de nationale praktijk wordt begrepen;
  9. c)leden van coöperaties en bedrijven met arbeiderszelfbestuur;
  10. d)personen die werken binnen een stelsel van plaatselijke gewoonten of tradities. Artikel 8 In de mate waarin dit in overeenstemming is met nationale wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften en gebruiken, dienen de binnen het bestuursapparaat op het gebied van de arbeid bevoegde instanties mee te werken aan de voorbereiding van een nationaal beleid ten aanzien van internationale aangelegenheden op het gebied van de arbeid, deel uit te maken van de vertegenwoordiging van de Staat met betrekking tot deze aangelegenheden en mee te werken aan het voorbereiden van de in verband hiermede op nationaal niveau te treffen maatregelen. Artikel 9 Teneinde de juiste coördinatie te waarborgen van de functies en verantwoordelijkheden binnen het bestuursapparaat op het gebied van de arbeid, dient het Ministerie van Arbeid of een ander vergelijkbaar lichaam, op een door nationale wettelijke of bestuursrechtelijke voorschriften dan wel nationaal gebruik bepaalde wijze, de mogelijkheden te hebben om na te gaan of de semi-overheidsinstellingen die verantwoordelijk zijn gesteld voor bepaalde activiteiten betreffende de bestuurstaak op het gebied van de arbeid en de regionale of plaatselijke instellingen waaraan bepaalde activiteiten betreffende de bestuurstaak op het gebied van de arbeid zijn gedelegeerd, werken in overeenstemming met nationale wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften en zich houden aan de taken die hen zijn opgedragen. Artikel 10 1. Personeel belast met de bestuurstaak op het gebied van de arbeid dient te bestaan uit personen met voldoende geschiktheid om de activiteiten die hen zijn opgedragen uit te voeren, die toegang hebben tot een voor de verrichting van deze activiteiten noodzakelijke opleiding en die onafhankelijk zijn van ongewenste invloeden van buitenaf.2. Dit personeel dient de beschikking te hebben over de status, de materiële middelen en de financiële bronnen die nodig zijn voor de doelmatige uitvoering van zijn taken. Artikel 11 De officiële bekrachtigingen van dit Verdrag worden medegedeeld aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door hem geregistreerd. Artikel 12 1. Dit Verdrag is slechts verbindend voor die Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie die hun bekrachtigingen door de Directeur-Generaal hebben doen registreren.2. Het treedt in werking twaalf maanden na de datum waarop de bekrachtiging van twee Leden door de Directeur-Generaal zijn geregistreerd.3. Vervolgens treedt dit Verdrag voor ieder Lid in werking twaalf maanden na de datum waarop zijn bekrachtiging is geregistreerd. Artikel 13 1. Ieder Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd, kan het opzeggen na afloop van een termijn van tien jaren na de datum waarop het Verdrag in werking is getreden, door middel van een aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau gerichte en door deze geregistreerde verklaring.De opzegging wordt eerst van kracht een jaar na de datum waarop zij is geregistreerd. 2. Ieder Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd en niet binnen een jaar na afloop van de termijn van tien jaren als bedoeld in het vorige lid, gebruik maakt van de bevoegdheid tot opzegging voorzien in dit artikel is voor een nieuwe termijn van tien jaren gebonden en kan daarna dit Verdrag opzeggen na afloop van elke termijn van tien jaren op de voorwaarden voorzien in dit artikel. Artikel 14 1. De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau stelt alle Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie in kennis van de registratie van alle bekrachtigingen en opzeggingen die hem door de Leden van de Organisatie zijn medegedeeld.2. Bij de kennisgeving aan de Leden van de Organisatie van de registratie van de tweede hem medegedeelde bekrachtiging, vestigt de Directeur-Generaal de aandacht van deze Leden op de datum waarop dit Verdrag in werking treedt. Artikel 15 De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau doet aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties mededeling, ter registratie overeenkomstig het bepaalde in artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties, van de volledige bijzonderheden omtrent alle bekrachtigingen en opzeggingen die hij overeenkomstig de voorgaande artikelen heeft geregistreerd. Artikel 16 Telkens wanneer de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau zulks nodig acht, brengt deze Raad aan de Algemene Conferentie verslag uit inzake de toepassing van dit Verdrag en onderzoekt of het wenselijk is de gehele of gedeeltelijke herziening ervan op de agenda van de Conferentie te plaatsen. Artikel 17 1. Indien de Conferentie een nieuw Verdrag aanneemt, houdende gehele of gedeeltelijke herziening van dit Verdrag, zal, tenzij het nieuwe Verdrag anders bepaalt :
  11. a)bekrachtiging door een Lid van het nieuwe Verdrag, houdende herziening, ipso jure onmiddellijke opzegging van dit Verdrag ten gevolge hebben, niettegenstaande het bepaalde in artikel 13, onder voorbehoud evenwel dat het nieuwe Verdrag, houdende herziening, in werking is getreden;
  12. b)met ingang van de datum waarop het nieuwe Verdrag, houdende herziening, in werking is getreden, zal dit Verdrag niet langer door de Leden kunnen worden bekrachtigd.2. Dit Verdrag blijft echter naar vorm en inhoud van kracht voor de Leden die het hebben bekrachtigd en die het nieuwe Verdrag, houdende herziening, niet hebben bekrachtigd. Artikel 18 De Engelse en de Franse tekst van dit Verdrag zijn gelijkelijk gezaghebbend. Verdrag nr. 150 betreffende de bestuurstaak op het gebied van de arbeid : taak, functies en organisatie, aangenomen te Genève op 26 juni 1978 Staten Datum authentificatie Type instemming Datum instemming Datum interne inwerkingtreding ALBANIE Bekrachtiging 24/07/2002 24/07/2003 ALGERIJE Bekrachtiging 26/01/1984 26/01/1985 ANDORRA Onbepaald ANGOLA Onbepaald ANTIGUA ET BARBUDA Bekrachtiging 16/09/2002 16/09/2003 ARGENTINIE Bekrachtiging 20/02/2004 20/02/2005 ARMENIE Bekrachtiging 18/05/2005 18/05/2006 AUSTRALIE Bekrachtiging 10/09/1985 10/09/1986 AZERBEIDZJAN Onbepaald BAHAMAS, DE Onbepaald BAHREIN Onbepaald BANGLADESH Onbepaald BARBADOS Onbepaald BELARUS Bekrachtiging 15/09/1993 15/09/1994 BELIZE Bekrachtiging 06/03/2000 06/03/2001 BENIN Bekrachtiging 11/06/2001 11/06/2002 BERMUDA Onbepaald BHOUTAN Onbepaald BOLIVIA Onbepaald BOTSWANA Onbepaald BRAZILIE Onbepaald BRUNEI Onbepaald BULGARIJE Onbepaald BURKINA FASO Bekrachtiging 03/04/1980 03/04/1981 BURUNDI Onbepaald BELGIE Bekrachtiging 21/10/2011 21/10/2012 CAMBODJA Bekrachtiging 23/08/1999 23/08/2000 CANADA Onbepaald CENTRAAL-AFRIKAANSE REPUBLIEK Bekrachtiging 05/06/2006 05/06/2007 CHILI Onbepaald CHINA (VOLKSREPUBLIEK) Bekrachtiging 07/03/2002 07/03/2003 COLOMBIA Onbepaald COMOREN Onbepaald CONGO (REPUBLIEK) Bekrachtiging 24/06/1986 24/06/1987 CONGO (DEM. REP.) Bekrachtiging 03/04/1987 03/04/1988 COSTA RICA Bekrachtiging 25/09/1984 25/09/1985 CUBA Bekrachtiging 29/12/1980 29/12/1981 CYPRUS Bekrachtiging 06/07/1981 06/07/1982 DENEMARKEN Bekrachtiging 05/06/1981 05/06/1982 DJIBOUTI Onbepaald DOMINICA Bekrachtiging 26/07/2004 26/07/2005 DOMINICAANSE REPUBLIEK Bekrachtiging 15/06/1999 15/06/2000 DUITSLAND Bekrachtiging 26/02/1981 26/02/1982 ECUADOR Onbepaald EGYPTE Bekrachtiging 05/12/1991 05/12/1992 EL SALVADOR Bekrachtiging 02/02/2001 02/02/2002 EQUATORIAAL GUINEA Onbepaald ESTLAND Onbepaald ETHIOPIE Onbepaald FIJI Onbepaald FILIPPIJNEN Onbepaald FINLAND Bekrachtiging 25/02/1980 25/02/1981 FRANKRIJK Onbepaald FRANS-GUYANA Onbepaald FRANS-POLYNESIE Onbepaald GABON Bekrachtiging 11/10/1979 11/10/1980 GEORGIE Onbepaald GHANA Bekrachtiging 27/05/1986 27/05/1987 GRENADA Onbepaald GRIEKENLAND Bekrachtiging 31/07/1985 31/07/1986 GUAM Onbepaald GUATEMALA Onbepaald GUINEA Bekrachtiging 08/06/1982 08/06/1983 GUINEE-BISSAU Onbepaald 10/01/1983 10/01/1984 GUYANA Bekrachtiging HAITI Onbepaald HONDURAS Onbepaald HONGARIJE Onbepaald IERLAND Onbepaald IJSLAND Onbepaald INDIA Onbepaald INDONESIE Onbepaald IRAK Bekrachtiging 10/07/1980 11/10/1980 IRAN Onbepaald ISRAEL Bekrachtiging 07/12/1979 11/10/1980 ITALIE Bekrachtiging 28/02/1985 28/02/1986 IVOORKUST Onbepaald JAMAICA Bekrachtiging 04/06/1984 04/06/1985 JAPAN Onbepaald JEMEN Onbepaald JORDANIE Bekrachtiging 10/07/2003 10/07/2004 KAAPVERDISCHE (EILANDEN) Onbepaald KAMEROEN Onbepaald KENIA Onbepaald KIRGIZISTAN Bekrachtiging 22/12/2003 22/12/2004 KOEWEIT Onbepaald KOREA (NOORD) Bekrachtiging 08/12/1997 08/12/1998 KOREA (ZUID) Onbepaald KROATIE Onbepaald LAOS Onbepaald LESOTHO Bekrachtiging 14/06/2001 14/06/2002 LETLAND Bekrachtiging 08/03/1993 08/03/1994 LIBANON Bekrachtiging 04/04/2005 04/04/2006 LIBERIA Bekrachtiging 02/06/2003 02/06/2004 LIBIE Onbepaald LIECHTENSTEIN Onbepaald LITOUWEN Onbepaald LUXEMBURG Bekrachtiging 21/03/2001 21/03/2002 MACEDONIE (VOORMALIGE JOEGOSLAVISCHE REP.) Onbepaald MADAGASCAR Onbepaald MALAWI Bekrachtiging 19/11/1999 19/11/2000 MALDIVEN Onbepaald MALEISIE Onbepaald MALI Bekrachtiging 23/01/2008 23/01/2009 MALTA Onbepaald MAROKKO Bekrachtiging 03/04/2009 03/04/2010 MARTINIQUE Onbepaald MAURITANIE Onbepaald MAURITIUS Bekrachtiging 05/04/2004 05/04/2005 MEXICO Bekrachtiging 10/02/1982 10/02/1983 MOLDAVIE Bekrachtiging 10/11/2006 10/11/2007 MONACO Onbepaald MONGOLIE Onbepaald MOZAMBIQUE Onbepaald MYANMAR (BURMA) Onbepaald 28/06/1996 28/06/1997 NAMIBIE Bekrachtiging 08/08/1980 11/10/1980 NEDERLAND Bekrachtiging NEPAL Onbepaald NICARAGUA Onbepaald NIEUW-CALEDONIE Onbepaald NIEUW-ZEELAND Onbepaald NIGER Onbepaald NIGERIA Onbepaald NOORWEGEN Bekrachtiging 19/03/1980 11/10/1980 OEKRAINE Bekrachtiging 10/11/2004 10/11/2005 OMAN Onbepaald OOSTENRIJK Onbepaald PAKISTAN Onbepaald PANAMA Onbepaald PAPOEA-NIEUW-GUINEA Onbepaald PARAGUAY Onbepaald PERU Onbepaald POLEN Onbepaald PORTUGAL Bekrachtiging 09/01/1981 09/01/1982 QATAR Onbepaald REUNION Onbepaald ROEMENIE Bekrachtiging 04/11/2008 04/11/2009 RUSLAND Bekrachtiging 02/07/1998 02/07/1999 RWANDA Onbepaald SAINT-VINCENT ET GRENADE Onbepaald SAINT-PIERRE ET MIQUELON Onbepaald SALOMOM EILANDEN Onbepaald SAN MARINO Bekrachtiging 19/04/1988 19/04/1989 SAO TOME EN PRINCIPE Onbepaald SAUDI-ARABIE Onbepaald SENEGAL Onbepaald SEYCHELLEN Bekrachtiging 23/11/1999 23/11/2000 SIERRA LEONE Onbepaald SINGAPORE Onbepaald SLOVAKIJE Onbepaald SOMALIE Onbepaald SPANJE Bekrachtiging 03/03/1982 03/03/1983 SRI LANKA Onbepaald ST. LUCIA Onbepaald SUDAN Onbepaald SURINAME Bekrachtiging 29/09/1981 29/09/1982 SWAZILAND Onbepaald SYRIE Onbepaald TANZANIA Onbepaald THAILAND Onbepaald TOGO Bekrachtiging 30/03/2012 30/03/2013 TONGA Onbepaald TRINIDAD EN TOBAGO Bekrachtiging 17/08/2007 17/08/2008 TSJAAD Onbepaald TSJECHISCHE REP. Bekrachtiging 09/10/2000 09/10/2001 TUNESIE Bekrachtiging 23/05/1988 23/05/1989 TURKIJE Onbepaald UGANDA Onbepaald URUGUAY Bekrachtiging 19/06/1989 19/06/1990 VENEZUELA Bekrachtiging 17/08/1983 17/08/1984 VERENIGD KONINKRIJK Bekrachtiging 19/03/1980 11/10/1980 VERENIGDE ARABISCHE EMIRATEN Onbepaald VERENIGDE STATEN Bekrachtiging 03/03/1995 03/03/1996 VIETNAM Onbepaald WEST-SAMOA Onbepaald ZAMBIA Bekrachtiging 19/08/1980 11/10/1980 ZIMBABWE Bekrachtiging 27/08/1998 27/08/1999 ZUID-AFRIKA Onbepaald ZWEDEN Bekrachtiging 11/06/1979 11/10/1980 ZWITSERLAND Bekrachtiging 03/03/1981 03/03/1982

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.