geldt de hierboven vermelde voorwaarde niet voor werknemers die hun voltijds tijdskrediet, halftijdse of 1/5e loopbaanvermindering, als bedoeld in de artikelen 4 en 5, onmiddellijk laten aansluiten op een ouderschapsverlof, zoals gedefinieerd in het koninklijk besluit van 29 oktober 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 29/10/1997 pub. 07/11/1997 numac 1997012521 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 64 van 29 april 1997, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, tot instelling van een recht op ouderschapsverlof sluiten tot invoering van een recht op ouderschapsverlof in het kader van de onderbreking van de beroepsloopbaan en de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 64, en die hun rechten in toepassing van voornoemd koninklijk besluit of collectieve arbeidsovereenkomst nr. 64, voor alle rechthebbende kinderen hebben uitgeput. Art. 7.Gemeenschappelijke bepalingen tijdskrediet met motief § 1. Het recht van 36 en 48 maanden, zoals bepaald in artikel 4 en artikel 5 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, wordt niet proportioneel verrekend bij het opnemen van een deeltijdse formule. § 2. De perioden, zoals bepaald in artikel 4 en artikel 5 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, mogen samen niet meer dan 48 maanden bedragen. § 3.
de minimumperioden van opname, zoals bepaald in artikel 4 en artikel 5 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, kan het eventueel overblijvend saldo voor een kortere periode worden opgenomen. §
wordt de leeftijd op 50 jaar gebracht voor de in artikel 2 genoemde werknemers, die hun arbeidsprestaties verminderen tot een halftijdse betrekking en die op het ogenblik van de kennisgeving, als bedoeld in artikel 12 van collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de Nationale Arbeidsraad, cumulatief voldoen aan de volgende voorwaarden : - daaraan voorafgaand actief zijn geweest in een zwaar beroep zoals bepaald in collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de Nationale Arbeidsraad gedurende minstens vijf jaar in de voorafgaande 10 jaar of gedurende minstens zeven jaar in de voorafgaande 15 jaar; en - dit zwaar beroep komt voor op de lijst van de beroepen waarvoor een significant tekort aan arbeidskrachten bestaat. De Minister van Werk bepaalt deze lijst, na unaniem advies van het beheerscomité van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening. Deze periode moet worden opgenomen per minimumperiode van drie maanden. § 3.
wordt de leeftijd op 50 jaar gebracht voor de in artikel 2 genoemde werknemers, die hun voltijdse arbeidsprestaties verminderen ten belope van een dag of 2 halve dagen per week en die voldoen aan één van de volgende voorwaarden : - daaraan voorafgaand actief zijn geweest in een zwaar beroep zoals bepaald in collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de Nationale Arbeidsraad gedurende minstens vijf jaar in de voorafgaande 10 jaar of gedurende minstens zeven jaar in de voorafgaande 15 jaar; of - daaraan voorafgaand een beroepsloopbaan van tenminste 28 jaar zoals bepaald in collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de Nationale Arbeidsraad, hebben doorlopen. Deze periode moet worden opgenomen per minimumperiode van zes maanden. Art. 9.Anciënniteits- en tewerkstellingsvoorwaarden landingsbaan Voor het recht op landingsbaan, zoals bepaald in artikel 8 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, dient de werknemer overeenkomstig het artikel 10 van collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de Nationale Arbeidsraad gelijktijdig te voldoen aan volgende voorwaarden : - de leeftijdsvoorwaarde bereiken op het ogenblik van de gewenste begindatum van de uitoefening van het recht; - de werknemer moet een loopbaan van 25 jaar als werknemer hebben zoals bepaald in collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de Nationale Arbeidsraad, met uitzondering van de landingsbaan zoals bepaald in artikel 8, § 3, tweede streepje van deze collectieve arbeidsovereenkomst, waarvoor een loopbaan van 28 jaar vereist is zoals bepaald in collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de Nationale Arbeidsraad; - de werknemer moet door een arbeidsovereenkomst met de werkgever verbonden zijn geweest gedurende de 24 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving als verricht overeenkomstig artikel 12 van collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de Nationale Arbeidsraad. Een verkorting van deze termijn is mogelijk in onderling akkoord tussen de werknemer en de werkgever. - Om recht te hebben op een halftijdse landingsbaan moet de werknemer tenminste 3/4den van een voltijdse betrekking tewerkgesteld zijn gedurende de 24 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving als verricht overeenkomstig artikel 12 van collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de Nationale Arbeidsraad. - Om recht te hebben op een 1/5e landingsbaan moet de werknemer tewerkgesteld zijn in een arbeidsregeling gespreid over vijf of meer dagen en moet hij ofwel voltijds ofwel 4/5den van een voltijdse betrekking tewerkgesteld zijn in het kader van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis van de Nationale Arbeidsraad van 19 december 2001, ten laatste gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77septies van 2 juni 2010 (koninklijk besluit van 16 augustus 2010) of collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de Nationale Arbeidsraad, gedurende de 24 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving als verricht overeenkomstig artikel 12 van collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de Nationale Arbeidsraad. Art. 10.Algemene bepaling Voor alles wat in deze collectieve arbeidsovereenkomst niet uitdrukkelijk geregeld wordt, is de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 d.d. 27 juni 2012 van de Nationale Arbeidsraad van toepassing. Art. 11.Inwerkingtreding Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 19 februari 2013 en is gesloten voor onbepaalde tijd. Zij kan worden opgezegd door elk van de partijen, mits een opzeggingstermijn van zes maanden, gericht bij een ter post aangetekend schrijven aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en -diensten van Vlaamse Gemeenschap (319.01). Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 8 januari 2015. De Minister van Werk, K. PEETERS
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.