← België

Koninklijk besluit nr. 9, met betrekking tot de ambtelijke aanslag inzake belasting over de toegevoegde waarde. - Officieuze coördinatie in het Duits

FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN 12 MAART

  1. - Koninklijk besluit nr. 9, met betrekking tot de ambtelijke aanslag inzake belasting over de toegevoegde waarde. - Officieuze coördinatie in het Duits De hierna volgende tekst is de officieuze coördinatie in het Duits van het koninklijk besluit nr. 9 van 12 maart 1970, met betrekking tot de ambtelijke aanslag inzake belasting over de toegevoegde waarde (Belgisch Staatsblad van 18 maart 1970), zoals het achtereenvolgens werd gewijzigd bij : - het koninklijk besluit van 18 mei 1971 tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 1, 9, 11 en 22, genomen ter uitvoering van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (Belgisch Staatsblad van 26 mei 1971, err. van 29 mei 1971); - het koninklijk besluit van 29 december 1992Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 29/12/1992 pub. 30/10/2014 numac 2014000814 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit nr. 10 met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, bedoeld in de artikelen 15, § 2, derde lid, en 25ter, § 1, tweede lid, 2°, tweede lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, de aangiften van aanvang, wijziging, stopzetting van activiteit en de voorafgaande kennisgevingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 9 van 12 maart 1970 met betrekking tot de ambtelijke aanslag inzake belasting over de toegevoegde waarde (Belgisch Staatsblad van 31 december 1992); - het koninklijk besluit van 24 januari 2015Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 24/01/2015 pub. 18/09/2015 numac 2015000491 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 1, 2, 3, 4, 7, 9, 10, 11, 15, 19, 23, 24, 27, 31, 46, 47, 48, 50, 54 en 56 met betrekking tot de belasting over de toegevoegde waarde en het koninklijk besluit van 7 juni 2007 tot uitvoering van de artikelen 84quinquies tot 84decies van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde. - Duitse vertaling type koninklijk besluit prom. 24/01/2015 pub. 20/02/2015 numac 2015003055 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 1, 2, 3, 4, 7, 9, 10, 11, 15, 19, 23, 24, 27, 31, 46, 47, 48, 50, 54 en 56 met betrekking tot de belasting over de toegevoegde waarde en het koninklijk besluit van 7 juni 2007 tot uitvoering van de artikelen 84quinquies tot 84decies van het wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde sluiten tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 1, 2, 3, 4, 7, 9, 10, 11, 15, 19, 23, 24, 27, 31, 46, 47, 48, 50, 54 en 56 met betrekking tot de belasting over de toegevoegde waarde en het koninklijk besluit van 7 juni 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/06/2007 pub. 21/06/2007 numac 2007003338 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen 84quinquies tot 84decies van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde sluiten tot uitvoering van de artikelen 84quinquies tot 84decies van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (Belgisch Staatsblad van 20 februari 2015, err. van 27 april 2015). Deze officieuze coördinatie in het Duits is opgemaakt door de Centrale dienst voor Duitse vertaling in Malmedy. MINISTERIUM DER FINANZEN
  2. MÄRZ 1970 - Königlicher Erlass Nr.9 über die Veranlagung von Amts wegen im Bereich der Mehrwertsteuer Artikel 1 - [Bevor [die mit der Mehrwertsteuer beauftragte Verwaltung] die in Artikel 66 des Gesetzbuches erwähnte Steuerveranlagung von Amts wegen vornimmt, setzt sie den Steuerschuldner per Einschreibebrief von den Fakten, die die Veranlagung rechtfertigen, dem Zeitraum, auf den sie sich bezieht, dem mutmaßlichen Betrag der betreffenden Umsätze, dem Betrag der für diese Umsätze einforderbaren Steuer, der Weise der Berechnung dieser Steuer und dem Betrag der verwirkten Geldbußen in Kenntnis. Der Steuerschuldner verfügt über eine Frist von einem Monat, um seine Bemerkungen schriftlich mitzuteilen.] [Art. 1 ersetzt durch Art. 1 des K.E. vom
  3. Dezember 1992 (B.S. vom
  4. Dezember 1992);Abs. 1 abgeändert durch Art. 13 des K.E. vom
  5. Januar 2015 (B.S. vom
  6. Februar 2015)] Art. 2 - Die Verwaltung kann die Veranlagung von Amts wegen erst nach Verstreichen der in Artikel 1 festgelegten Frist vornehmen. Der Regionaldirektor der für die Mehrwertsteuer zuständigen Verwaltung [oder der von ihm bestimmte Hauptkontrolleur] nimmt die Veranlagung von Amts wegen vor. Der Veranlagungsbeschluss wird dem [Steuerschuldner] per Einschreibebrief notifiziert. [Art. 2 Abs. 2 abgeändert durch Art. 4 des K.E. vom
  7. Mai 1971 (B.S. vom
  8. Mai 1971); Abs. 3 abgeändert durch Art. 2 des K.E. vom
  9. Dezember 1992 (B.S. vom
  10. Dezember 1992)] Art. 3 - Vorliegender Erlass tritt an demselben Datum in Kraft wie das Gesetz vom
  11. Juli 1969 zur Einführung des Mehrwertsteuergesetzbuches. Art. 4 - Unser Minister der Finanzen ist mit der Ausführung des vorliegenden Erlasses beauftragt.

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.