van de erkende boekhouders en erkende boekhouders-fiscalisten FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999016119 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen sluiten betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen, artikel 51; Gelet op het koninklijk besluit van 20 januari 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/01/2003 pub. 12/02/2003 numac 2003011040 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende het programma, de voorwaarden en de examenjury voor
van de "erkende boekhouders" en "erkende boekhouders-fiscalisten" sluiten betreffende het programma, de voorwaarden en de examenjury voor
van de erkende boekhouders en erkende boekhouders-fiscalisten; Gelet op het advies van de Hoge Raad voor de economische beroepen, gegeven op 18 maart 2015; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 12 juni 2015; Gelet op advies 57.739 van de Raad van State met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, gegeven op 28 juli 2015; Op de voordracht van de Minister van Middenstand, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Definities Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° de wet : de wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999016119 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen sluiten betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen;2° het Instituut : het Beroepsinstituut van erkende boekhouders en fiscalisten, opgericht bij artikel 43 van de wet;3° de Raad : de Nationale Raad van het Instituut, bedoeld in artikel 45/1, § 4, van de wet;4° de Kamer : de bevoegde uitvoerende kamer van het Instituut zoals voorzien in artikel 45/1, § 2, van de wet;5° het tableau van de beroepsbeoefenaars : het tableau bedoeld in artikel 44 van de wet;6° de lijst van de stagiairs : de lijst bedoeld in artikel 44 van de wet;7° de stagiair : de stagiair-boekhouder en de stagiair boekhouder-fiscalist, natuurlijke persoon, opgenomen op de lijst van de stagiairs van het instituut zoals voorzien in artikel 44 van de wet;8° de stagemeester : een natuurlijk persoon lid van hetzij het Instituut hetzij een accountant lid van het Instituut van de accountants en de belastingconsulenten of een bedrijfsrevisor lid van het Instituut der bedrijfsrevisoren die de stagiair begeleidt tijdens zijn stage;9° de externe stagiair : de stagiair die zijn beroep op zelfstandige basis en voor rekening van derden uitoefent zoals bedoeld in artikel 44 van de wet;10° de interne stagiair : de stagiair die zijn beroep uitsluitend uitoefent in ondergeschikt dienstverband via een arbeidsovereenkomst of een door de overheid bezoldigde betrekking zoals bedoeld in artikel 44 van de wet; 11 ° de erkende boekhouder : natuurlijke persoon opgenomen als "erkend boekhouder" op het tableau van de beroepsbeoefenaars van het Instituut zoals bedoeld in artikel 44 van de wet; 12° de erkende boekhouder-fiscalist : natuurlijke persoon opgenomen als "erkend boekhouder- fiscalist" op het tableau van de beroepsbeoefenaars van het instituut zoals bedoeld in artikel 44 van de wet;13°
:
zoals bedoeld bij artikel 51 van de wet;14° de Stagecommissie : de examenjury zoals bedoeld in artikel 51 van de wet; HOOFDSTUK 2. - Modaliteiten van
.
heeft tot doel na te gaan of de stagiair aan het einde van zijn stageperiode in staat is om zijn theoretische kennis in de beroepspraktijk van een erkend boekhouder of erkend boekhouder-fiscalist toe te passen alsook of hij in staat is het beroep uit te oefenen met inachtneming van de wetten en de regels van plichtenleer. Art. 3.
wordt ten minste twee maal per jaar door het Instituut ingericht en kan worden afgelegd in één van de drie landstalen naar keuze van de kandidaat. De data waarop de praktische bekwaamheidsexamen plaatsvinden worden door het Instituut aan de stagiairs meegedeeld. Art. 4.
bestaat uit een schriftelijke en een mondelinge proef, rechtstreeks of onrechtstreeks handelend over volgende vakken : 1° algemene boekhouding;2° wetgeving op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen;3° algemene beginselen van het financieel beheer;4° het opstellen, de analyse en de kritische beoordeling van de jaarrekening;5° organisatie van de boekhoudingsdiensten en van de administratieve diensten van de onderneming;6° belasting op de toegevoegde waarde;7° personenbelasting;8° vennootschapsbelasting;9° belastingsprocedures;10° vennootschapsrecht en de wetgeving in verband met ondernemingen in moeilijkheden;11° beginselen van registratie- en successierechten;12° organisatie en beheer van een boekhoudkantoor;13° beginselen van het arbeids- en sociaal zekerheidsrecht;14° plichtenleer van de erkende boekhouders en boekhouders-fiscalisten met inbegrip van de beginselen inzake de wetgeving tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. Art. 5.De praktische regels betreffende de inschrijvingsvoorwaarden, de deelnamevoorwaarden en de bezwaarmogelijkheden alsook het consulteren van de afgelegde schriftelijke proef van
worden door de Raad vastgelegd in een richtlijn. HOOFDSTUK 3. - Voorwaarden betreffende de toelating tot de schriftelijke proef van
.De stagiair wordt toegelaten tot
van zodra hij zijn stage heeft volbracht overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende het beroep en de stage. Hieronder wordt met name verstaan zijn bijdrageverplichtingen, zijn inschrijvingsrecht ter dekking van de kosten van
, zijn verplichting inzake permanente vorming en de verzekering van zijn burgerlijke beroepsaansprakelijkeid, alsook de uitgevaardigde richtlijnen, heeft gerespecteerd, die de stagiair-boekhouder of stagiair boekhouder-fiscalist dient na te leven tijdens zijn stage. De stagiair die wenst deel te nemen aan het schriftelijk gedeelte van
, richt hiertoe een aanvraag tot de Stagecommissie en dit volgens de praktische regels vastgelegd in een daartoe bestemde richtlijn. Deze aanvraag tot inschrijving moet, op straffe van onontvankelijkheid, uiterlijk gebeuren 30 kalenderdagen voorafgaand aan de datum waarop het schriftelijk gedeelte van
plaatsvindt en in elk geval voor het verstrijken van de wettelijke stagetermijn zoals bedoeld in artikel 51 van de wet. Bij gebreke aan aanvraag tot inschrijving voor de schriftelijke proef binnen de wettelijke stagetermijn wordt de stagiair van de lijst van stagiairs weggelaten. Art. 7.Wanneer de stagiair zijn aanvraag tot inschrijving doet binnen de wettelijke stagetermijn voor een schriftelijke proef die buiten deze termijn wordt georganiseerd, dient hij deel te nemen aan het eerstvolgende praktisch bekwaamheidsexamen dat wordt georganiseerd. Art. 8.De stagiair wordt toegelaten tot de schriftelijke proef van
indien hij aan de inschrijvingsvoorwaarden voldoet zoals vastgelegd in een richtlijn. In geval de stagiair niet aan de voorwaarden beantwoordt om deel te nemen aan
wordt hij hiervan door de Voorzitter of de Ondervoorzitter van de Stagecommissie schriftelijk op de hoogte gebracht. De stagiair kan hiertegen een gemotiveerd bezwaar indienen binnen de 15 kalenderdagen na ontvangst van de weigering tot inschrijving en dit bij aangetekend schrijven. De Raad bepaalt de praktische regels inzake dit bezwaar via een richtlijn. HOOFDSTUK 4. - Schriftelijk gedeelte van
.De schriftelijke proef van
voor de toegang tot de titel van erkend boekhouder of erkend boekhouder-fiscalist bestaat uit het oplossen van één of meer praktische toepassingsgevallen met betrekking tot de in artikel 4 omschreven materies. Art. 10.§
.De mondelinge proef omvat de bespreking van de schriftelijke proef en een ondervraging over de beroepspraktijk en/of de materies vermeld in artikel
.De uitslagen worden door het Instituut aan de stagiair betekend na afloop van elke afgelegde proef en worden bij zijn dossier gevoegd. Art. 15.De na de mondelinge proef geslaagde stagiairs worden geacht hun aanvraag te hebben gedaan tot inschrijving op het tableau van de beroepsbeoefenaars zoals bedoeld in het koninklijk besluit waarnaar artikel 45 van de wet verwijst. Enkel de stagiairs die slaagden in hun praktisch bekwaamheidsexamen worden ingeschreven op het tableau van de beroepsbeoefenaars. Art. 16.De stagiairs die niet slagen op
of die geen gebruik wensen te maken van de vrijstellingsregeling voor de schriftelijke proef zoals voorzien door artikel 10, § 2, kunnen, zolang de maximale stageperiode bedoeld in artikel 51 van de wet niet is verstreken, een nieuwe aanvraag richten overeenkomstig artikel 6 om tot het volgende praktisch bekwaamheidsexamen toegelaten te worden. HOOFDSTUK 7. - De Stagecommissie /Examenjury Art. 17.Er wordt een Stagecommissie opgericht binnen het Instituut. Deze Stagecommissie treedt op als examenjury, zoals bedoeld in artikel 51 van de wet, en is belast met het afnemen van
dat georganiseerd wordt door het Instituut. Art. 18.De Stagecommissie beschikt in de uitoefening van haar opdracht over de ruimste middelen inzake toezicht en controle. Zij kan de haar toevertrouwde opdrachten aan één of meerdere van haar leden opdragen. Art. 19.§
beraadslaagt de Stagecommissie per taalrol. Zij kan in dat geval slechts geldig beraadslagen wanneer ten minste zes leden aanwezig zijn. De beslissingen worden bij eenvoudige meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen is die van de voorzitter doorslaggevend. Er wordt een verslag opgesteld van de beraadslaging dat wordt ondertekend door de Voorzitter van de Stagecommissie. § 4. De mondelinge proef van
wordt, bij delegatie conform artikel 18, afgenomen door minstens 5 leden van de Stagecommissie van dezelfde taalrol als de stagiair. Indien het een Duitstalige stagiair betreft, dient minstens één van de leden van de Stagecommissie deze taal te beheersen. De beraadslaging voor de mondelinge proef gebeurt enkel door die personen die de stagiair hebben ondervraagd. Per ondervraagde stagiair wordt een kort verslag opgemaakt door één lid van de Stagecommissie die aanwezig is bij de mondelinge proef. Dit verslag bevat zowel de gestelde vragen als een bondige samenvatting van de door de stagiair hierop geformuleerde antwoorden alsook de eindquotering. De beslissingen worden bij eenvoudige meerderheid van stemmen genomen . HOOFDSTUK
zoals bedoeld in § 1, bestaat uit een mondelinge proef die wordt afgenomen door de Stagecommissie conform de bepalingen van dit besluit. Om geslaagd te zijn, moet de kandidaat ten minste zestig procent van de punten behaald hebben. De Raad bepaalt de praktische regels van deze proef. HOOFDSTUK 9. - Opheffingsbepalingen en overgangsbepalingen Art. 23.Dit besluit heft het koninklijk besluit van 20 januari 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/01/2003 pub. 12/02/2003 numac 2003011040 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende het programma, de voorwaarden en de examenjury voor
van de "erkende boekhouders" en "erkende boekhouders-fiscalisten" sluiten betreffende het programma, de voorwaarden en de examenjury voor
van de erkende boekhouders en erkende boekhouders-fiscalisten. Art. 24.De bepalingen betreffende de materies van
, de slaagcriteria op de schriftelijke proef en de vrijstellingsregeling zoals omschreven in de artikelen 4, 10, 12, 13 en 16 van huidig besluit treden evenwel slechts in werking vanaf de schriftelijke proef van het eerste praktisch bekwaamheidsexamen dat georganiseerd wordt door het Instituut vanaf 1 januari 2017. In tussentijd blijven de examenmateries en de slaagcriteria zoals bepaald in de artikelen 3, 4, 5 en 10 van het koninklijk besluit van 20 januari 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/01/2003 pub. 12/02/2003 numac 2003011040 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende het programma, de voorwaarden en de examenjury voor
van de "erkende boekhouders" en "erkende boekhouders-fiscalisten" sluiten gelden. De, op basis van het opgeheven besluit, aangewezen leden van de stagecommissie blijven in functie tot op het einde van hun mandaat. HOOFDSTUK 1
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.