← België

Wet houdende instemming met het Besluit van de Raad van de Europese Unie van 26 mei 2014 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Un

Wet houdende instemming met het Besluit van de Raad van de Europese Unie van 26 mei 2014 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie (2014/335/EU, Euratom) (1) FILIP, Koning der Be

, onder a), bedoelde bedragen als inningskosten in.4. Het in

, onder b), bedoelde uniforme percentage bedraagt 0,30 %. Voor uitsluitend de periode 2014-2020 wordt het afdrachtpercentage voor de eigenmiddelenbron op basis van de btw voor Duitsland, Nederland en Zweden vastgesteld op 0,15 %. 5. Het in

, onder c), bedoelde uniforme percentage is van toepassing op het bni van elke lidstaat. Voor uitsluitend de periode 2014-2020 wordt de jaarlijkse bni-bijdrage van Denemarken, Nederland en Zweden verminderd met een brutobedrag van respectievelijk 130 miljoen EUR, 695 miljoen EUR en 185 miljoen EUR. Oostenrijk geniet een brutovermindering van zijn jaarlijkse bni-bijdrage van 30 miljoen EUR in 2014, 20 miljoen EUR in 2015 en 10 miljoen EUR in

  1. Al deze bedragen worden uitgedrukt in prijzen van 2011 en omgerekend in actuele prijzen door toepassing van de door de Commissie meegedeelde, meest recente bbp-deflator voor de EU in euro die beschikbaar is bij de opstelling van de ontwerpbegroting. Deze brutoverminderingen worden toegestaan nadat overeenkomstig de artikelen 4 en 5 van dit besluit de korting ten behoeve van het Verenigd Koninkrijk is berekend en de financiering ervan is vastgesteld, en hebben daarop geen invloed. Deze brutokortingen worden gefinancierd door alle lidstaten.
  2. Indien de begroting bij het begin van het begrotingsjaar niet is vastgesteld, blijven de bestaande btw- en bni-afdrachtpercentages van toepassing tot de inwerkingtreding van de nieuwe percentages.
  3. Onder bni in de zin van

, onder c), wordt verstaan, een jaarlijks bni, uitgedrukt in marktprijzen, zoals dat door de Commissie is meegedeeld in toepassing van Verordening (EU) nr.549/2013 ("het ESR 2010"). Indien wijzigingen van het ESR 2010 resulteren in significante veranderingen in het in

, onder c), bedoelde bni, besluit de Raad, op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement, met eenparigheid van stemmen of deze wijzigingen moeten gelden voor de toepassing van dit besluit. Artikel 3 Maximum van de eigen middelen

  1. Het totale bedrag van de aan de Unie ter dekking van de jaarlijkse betalingskredieten toegewezen eigen middelen is niet hoger dan 1,23 % van de som van de bni's van alle lidstaten.
  2. De jaarlijks in de begroting van de Unie opgevoerde vastleggingskredieten bedragen niet meer dan 1,29 % van de som van de bni's van alle lidstaten. Er wordt een gepaste verhouding tussen vastleggingskredieten en betalingskredieten in acht genomen om ervoor te zorgen dat zij verenigbaar zijn en om in de volgende jaren de hand te kunnen houden aan het in

vermelde maximum.

  1. Voor de toepassing van dit besluit herberekent de Commissie, zodra alle lidstaten hun gegevens op basis van ESR 2010 hebben verstrekt, de in de leden 1 en 2 bedoelde maxima op basis van de volgende formule : In deze formule is "t" het laatste volledige jaar waarvoor de gegevens voor de berekening van het bni beschikbaar zijn.
  2. Indien een wijziging in het ESR 2010 een significante verandering van het bni-peil meebrengt, herberekent de Commissie de in de leden 1 en 2 bedoelde en volgens lid 3 herberekende maxima op basis van de volgende formule : In deze formule is "t" het laatste volledige jaar waarvoor de gegevens voor de berekening van het bni beschikbaar zijn. In deze formule zijn "x" respectievelijk "y" de volgens lid 3 herberekende maxima. Artikel 4 Correctiemechanisme ten behoeve van het Verenigd Koninkrijk Aan het Verenigd Koninkrijk wordt een correctie voor begrotingsonevenwichtigheden toegestaan. Deze correctie wordt bepaald : a) door het verschil in het voorafgaande begrotingsjaar te berekenen tussen : - het procentuele aandeel van het Verenigd Koninkrijk in de som van de niet-afgetopte btw-grondslagen, en - het procentuele aandeel van het Verenigd Koninkrijk in de totale toegewezen uitgaven;b) door het aldus verkregen verschil te vermenigvuldigen met de totale toegewezen uitgaven;c) door de uitkomst van punt b) te vermenigvuldigen met 0,66;d) door van de uitkomst van punt c) de effecten af te trekken die de transitie naar de afgetopte btw en de in artikel 2,

, onder c), bedoelde afdrachten voor het Verenigd Koninkrijk meebrengen, dat wil zeggen het verschil tussen : - het bedrag dat door het Verenigd Koninkrijk zou zijn afgedragen voor de bedragen gefinancierd uit de middelen bedoeld in artikel 2,

, onder b) en c), indien het uniforme percentage was toegepast op de niet-afgetopte btw-grondslagen, en - de uit de toepassing van artikel 2,

, onder

  1. b)en c), voortvloeiende afdrachten van het Verenigd Koninkrijk;
  2. e)door van de uitkomst van punt
  3. d)de nettovoordelen voor het Verenigd Koninkrijk af te trekken die het gevolg zijn van de verhoging van het percentage van de in artikel 2,

, onder a), bedoelde middelen dat door de lidstaten ter dekking van hun inningskosten en verwante kosten wordt ingehouden;

  1. f)door de berekening aan te passen en op de totale toegewezen uitgaven de totale toegewezen uitgaven in de lidstaten die na 30 april 2004 tot de Unie zijn toegetreden in mindering te brengen, met uitsluiting van de rechtstreekse landbouwbetalingen en marktgerelateerde uitgaven, alsmede het gedeelte van de uitgaven voor plattelandsontwikkeling dat afkomstig is uit het EOGFL, afdeling Garantie. Artikel 5 Financiering van het correctiemechanisme ten behoeve van het Verenigd Koninkrijk 1. De financiële last van de in artikel 4 bedoelde correctie wordt als volgt door de andere lidstaten dan het Verenigd Koninkrijk gedragen :
  2. a)de verdeling van de financiële last wordt eerst berekend volgens het aandeel van iedere lidstaat in de in artikel 2,

, onder c), bedoelde afdrachten, waarbij het Verenigd Koninkrijk en de in artikel 2, lid 5, bedoelde brutoverminderingen van de bijdragen op basis van het bni van Denemarken, Nederland, Oostenrijk en Zweden buiten beschouwing worden gelaten;b) vervolgens wordt de verdeling zodanig aangepast dat het aandeel in de financiering van Duitsland, Nederland, Oostenrijk en Zweden tot een vierde van hun normale aandeel wordt beperkt.2. De correctie wordt aan het Verenigd Koninkrijk toegekend in de vorm van een vermindering van zijn afdrachten ten gevolge van de toepassing van artikel 2,

, onder c).De door de overige lidstaten gedragen financiële last wordt toegevoegd aan hun afdrachten ten gevolge van de toepassing voor elke lidstaat van artikel 2,

, onder c).

  1. De Commissie voert de voor de toepassing van artikel 2, lid 5, artikel 4 en dit artikel vereiste berekeningen uit.
  2. Indien de begroting aan het begin van het begrotingsjaar niet is vastgesteld, blijven de correctie ten behoeve van het Verenigd Koninkrijk en de door de overige lidstaten gedragen financiële last van toepassing zoals zij in de laatste definitief vastgestelde begroting waren opgenomen. Artikel 6 Universaliteitsbeginsel De in artikel 2 bedoelde ontvangsten worden zonder onderscheid gebruikt voor de financiering van alle uitgaven die in de begroting van de Unie zijn opgevoerd. Artikel 7 Overdracht van het overschot Het eventuele overschot van de ontvangsten van de Unie ten opzichte van de totale werkelijke uitgaven gedurende een begrotingsjaar wordt naar het volgende begrotingsjaar overgedragen. Artikel 8 Inning van de eigen middelen en terbeschikkingstelling ervan aan de Commissie
  3. De in artikel 2,

, onder a), bedoelde eigen middelen van de Unie worden door de lidstaten geïnd overeenkomstig de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, die waar nodig worden aangepast opdat zij aan de EU-voorschriften voldoen. De Commissie onderzoekt de nationale bepalingen waarvan de lidstaten haar in kennis stellen, deelt de lidstaten de aanpassingen mee die zij noodzakelijk acht om deze bepalingen in overeenstemming te brengen met de EU-voorschriften, en brengt zo nodig verslag uit aan de begrotingsautoriteit. 2. De lidstaten stellen de in artikel 2,

, onder a), b), en c), bedoelde middelen ter beschikking van de Commissie, in overeenstemming met de voorschriften die op grond van artikel 322, lid 2, VWEU worden vastgesteld. Artikel 9 Uitvoeringsmaatregelen De Raad stelt, overeenkomstig de procedure van artikel 311, vierde alinea, VWEU, de uitvoeringsmaatregelen vast ten aanzien van de volgende elementen van het stelsel van eigen middelen :

  1. a)de procedure voor de berekening en budgettering van het saldo van de jaarlijkse begroting als bedoeld in artikel 7;
  2. b)de voorschriften en regelingen welke noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de controle en het toezicht op de in artikel 2 genoemde ontvangsten, eventuele relevante rapportagevereisten daaronder begrepen. Artikel 10 Overgangs- en slotbepalingen 1. Behoudens het bepaalde in lid 2, wordt Besluit 2007/436/EG, Euratom ingetrokken.Verwijzingen naar Besluit 70/243/EGKS, EEG, Euratom van de Raad

(5), Besluit 85/257/EEG, Euratom van de Raad
(6), Besluit 88/376/EEG, Euratom van de Raad
(7), Besluit 94/728/EG, Euratom van de Raad
(8), Besluit 2000/597/EG, Euratom van de Raad
(9)of Besluit 2007/436/EG, Euratom worden beschouwd als verwijzingen naar het onderhavige besluit en worden gelezen volgens de in de bijlage bij dit besluit opgenomen concordantietabel.
  1. De artikelen 2, 4, en 5 van Besluit 94/728/EG, Euratom, Besluit 2000/597/EG, Euratom en Besluit 2007/436/EG, Euratom blijven van toepassing op de berekening en de aanpassing van de ontvangsten die voortvloeien uit de toepassing van een afdrachtpercentage op de btw-grondslag die op uniforme wijze is vastgesteld en beperkt tot 50 % à 55 % van het bnp of bni van elke lidstaat, al naargelang het jaar, en op de berekening van de correctie voor begrotingsonevenwichtigheden ten behoeve van het Verenigd Koninkrijk voor de jaren 1995 tot 2013.
  2. Op de in artikel 2,

, onder a), bedoelde bedragen die vóór 28 februari 2001 door de lidstaten beschikbaar hadden moeten worden gesteld overeenkomstig de geldende EU-voorschriften, wordt door de lidstaten 10 % als inningskosten ingehouden. Op de in artikel 2,

, onder a), bedoelde bedragen die tussen 1 maart 2001 en 28 februari 2014 door de lidstaten beschikbaar hadden moeten worden gesteld overeenkomstig de geldende EU-voorschriften, wordt door de lidstaten 25 % als inningskosten ingehouden.

  1. Voor de toepassing van dit besluit dienen alle bedragen te worden uitgedrukt in euro. Artikel 11 Inwerkingtreding Dit besluit wordt door de secretaris-generaal van de Raad ter kennis van de lidstaten gebracht. De lidstaten stellen de secretaris-generaal van de Raad onverwijld in kennis van de voltooiing van de volgens hun grondwettelijke bepalingen voor de aanneming van dit besluit vereiste procedures. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand na de datum van ontvangst van de laatste van de in de tweede alinea bedoelde kennisgevingen. Het is van toepassing met ingang van 1 januari
  2. Artikel 12 Publicatie Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. Gedaan te Brussel, 26 mei
  3. _______ Nota's

(1)Verordening (EU) nr.549/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie (PB L 174 van 26.6.2013, blz. 1).
(2)PB L 22 van 25.1.2013, blz. 11.
(3)Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17).
(4)Advies nr.2/2012 van de Europese Rekenkamer van 20 maart 2012 (PB C 112 van 18.4.2012, blz. 1) en advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 29 maart 2012 (PB C 181 van 21.6.2012, blz. 45).
(5)Besluit 70/243/EGKS, EEG, Euratom van de Raad van 21 april 1970 betreffende de vervanging van de financiële bijdragen van de lidstaten door eigen middelen van de Gemeenschappen (PB L 94 van 28.4.1970, blz. 19).
(6)Besluit 85/257/EEG, Euratom van de Raad van 7 mei 1985 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Gemeenschappen (PB L 128 van 14.5.1985, blz. 15).
(7)Besluit 88/376/EEG, Euratom van de Raad van 24 juni 1988 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Gemeenschappen (PB L 185 van 15.7.1988, blz. 24).
(8)Besluit 94/728/EG, Euratom van de Raad van 31 oktober 1994 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Gemeenschappen (PB L 293 van 12.11.1994, blz. 9).
(9)Besluit 2000/597/EG, Euratom van de Raad van 29 september 2000 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 253 van 7.10.2000, blz. 42). Bijlage CONCORDANTIETABEL Besluit 2007/436/EG, Euratom Dit besluit Artikel 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 2 Artikel 3,

Artikel 3

,

Artikel 3

, lid 2 Artikel 3, lid 2 - Artikel 3, lid 3 Artikel 3, lid 3 Artikel 3, lid 4 Artikel 4,

, eerste alinea Artikel 4,

Artikel 4

,

, tweede alinea, onder

  1. a)tot en met
  2. e)Artikel 4, tweede alinea, onder
  3. a)tot en met
  4. e)Artikel 4,

, tweede alinea, onder f) - Artikel 4,

, tweede alinea, onder

  1. g)Artikel 4, tweede alinea, onder
  2. f)Artikel 4, lid 2 - Artikel 5 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 7 Artikel 8,

, eerste en tweede alinea Artikel 8,

Artikel 8

,

, derde alinea Artikel 8, lid 2 Artikel 8, lid 2 - - Artikel 9 Artikel 9 - Artikel 10 - - Artikel 10 Artikel 11 - - Artikel 11 Artikel 12 Artikel 12 LIJST DER GEBONDEN STATEN Staten Datum Authentificatie Type van instemming Datum instemming Inwerkingtreding BELGIE 26/05/2014 Kennisgeving 21/12/2015 BULGARIJE 26/05/2014 Kennisgeving 26/08/2015 CYPRUS 26/05/2014 Kennisgeving / DENEMARKEN 26/05/2014 Kennisgeving 15/01/2015 DUITSLAND 26/05/2014 Kennisgeving 28/10/2015 ESTLAND 26/05/2014 Kennisgeving / FINLAND 26/05/2014 Kennisgeving 03/02/2015 FRANKRIJK 26/05/2014 Kennisgeving 14/01/2016 GRIEKENLAND 26/05/2014 Kennisgeving / HONGARIJE 26/05/2014 Kennisgeving 11/08/2015 IERLAND 26/05/2014 Kennisgeving / ITALIE 26/05/2014 Kennisgeving 27/01/2016 KROATIE 26/05/2014 Kennisgeving 20/05/2015 LETLAND 26/05/2014 Kennisgeving / LITOUWEN 26/05/2014 Kennisgeving 27/08/2015 LUXEMBURG 26/05/2014 Kennisgeving / MALTA 26/05/2014 Kennisgeving 14/09/2015 NEDERLAND 26/05/2014 Kennisgeving 23/06/2015 OOSTENRIJK 26/05/2014 Kennisgeving 13/01/2015 POLEN 26/05/2014 Kennisgeving 30/10/2015 PORTUGAL 26/05/2014 Kennisgeving 16/10/2015 ROEMENIE 26/05/2014 Kennisgeving / SLOVAKIJE 26/05/2014 Kennisgeving 27/07/2015 SLOVENIE 26/05/2014 Kennisgeving 06/08/2015 SPANJE 26/05/2014 Kennisgeving 15/09/2015 TSJECH. REP. 26/05/2014 Kennisgeving 12/03/2015 VER.KONINKRIJK 26/05/2014 Kennisgeving 24/07/2015 ZWEDEN 26/05/2014 Kennisgeving 19/03/2015

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.