30 NOVEMBER 2015. - Koninklijk besluit betreffende de hygiëne van levensmiddelen van dierlijke oorsprong FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne; Gelet op de verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong; Gelet op de verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong; Gelet op de verordening (EG) nr. 2073/2005 van de Commissie van 15 november 2005 inzake microbiologische criteria voor levensmiddelen; Gelet op de verordening (EG) nr. 2074/2005 van de Commissie van 5 december 2005 tot vaststelling van uitvoeringsmaatregelen voor bepaalde producten die onder verordening (EG) nr. 853/2004 vallen en voor de organisatie van officiële controles overeenkomstig de verordeningen (EG) nr. 854/2002 en (EG) nr. 882/2004, tot afwijking van de verordening (EG) nr. 852/2004 en tot wijziging van de verordeningen (EG) nr. 853/2004 en (EG) nr. 854/2004, bijlage I, sectie II, hoofdstuk I; Gelet op de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel, artikel 13, gewijzigd bij de wetten van 15 april 1965 en 27 mei 1997 en artikel 14, gewijzigd bij de wet van 13 juli 1981 en de koninklijke besluiten van 9 januari 1992 en 22 februari 2001; Gelet op de wet van 15 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/04/1965 pub. 12/12/2011 numac 2011000765 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toepassing van de sociale- zekerheidswetgeving voor werknemers op sommige categorieën van personen. - Duitse vertaling sluiten betreffende de keuring van en de handel in vis, gevogelte, konijnen en wild en tot wijziging van de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel, artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 13 juli 1981, 27 mei 1997 en bij het koninklijk besluit van 22 februari 2001 en artikel 4, § 1; Gelet op de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw-, en zeevisserijproducten, artikel 3, § 1, 2° en 4° gewijzigd bij de wetten van 29 december 1990 en 1 maart 2007; Gelet op de wet van 24 januari 1977Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/01/1977 pub. 28/03/2023 numac 2023040887 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere producten, artikel 2 en artikel 3, gewijzigd bij de wet van 22 maart 1989; Gelet op de wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/02/2000 pub. 18/02/2000 numac 2000022108 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen sluiten houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, artikel 4, § 1 tot 3, en artikel 5, § 2, 2°, 4°, 8° et 9° gewijzigd bij de wet van 22 december 2003; Gelet op het koninklijk besluit van 12 mei 1971 betreffende het in voorraad houden en het vervoer van vlees, [...], vetten, slacht- en andere afvallen, voortvloeiende uit de verwerking van vlees, die bezoedeld, bedorven of ontaard zijn gewijzigd bij het koninklijk besluit van 26 augustus 1971; Gelet op het koninklijk besluit van 4 juli 1996 betreffende de algemene en bijzondere exploitatievoorwaarden van de slachthuizen en andere inrichtingen gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 11 oktober 1997, 22 december 1997, 6 november 1999, 16 mei 2001, 18 maart 2002 en 10 maart 2005; Gelet op het koninklijk besluit van 22 december 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/12/2005 pub. 30/12/2005 numac 2005023110 bron federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Koninklijk besluit betreffende de hygiëne van levensmiddelen van dierlijke oorsprong type koninklijk besluit prom. 22/12/2005 pub. 30/12/2005 numac 2005023111 bron federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Koninklijk besluit tot vaststelling van aanvullende maatregelen voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong sluiten betreffende de hygiëne van levensmiddelen van dierlijke oorsprong; Gelet op het advies 26-2012 van het Wetenschappelijk Comité, ingesteld bij het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, gegeven op 14 september 2012; Gelet op de melding aan de Europese Commissie, op 8 november 2012, met toepassing van artikel 8, lid 1, van richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften met betrekking tot de diensten van de informatiemaatschappij; Gelet op het voorafgaand onderzoek met betrekking tot de noodzakelijkheid van de uitvoering van een effectbeoordeling zoals voorzien bij artikel 19/1 van de wet van 5 mei 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling sluiten betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling, waarbij besloten is dat een effectbeoordeling niet vereist is in dit geval aangezien het besluit niet het voorwerp uitmaakt van een overleg in de Ministerraad; Gelet op het overleg tussen de gewestregeringen en de federale overheid op 23 maart 2015; Gelet op het advies 57.712/3 van de Raad van State, gegeven op 29 juli 2015, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, Op de voordracht van de Minister van Landbouw, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : TITEL 1. - Definities Artikel 1.§ 1. Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder : 1° Agentschap : het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen;2° Minister : de Minister tot wiens bevoegdheid de veiligheid van de voedselketen behoort;3° Slachten : het doden van dieren bestemd voor menselijke consumptie;4° Particuliere slachting : de slachting van een dier waarvan het vlees bestemd is voor de uitsluitende behoeften van de eigenaar en van zijn gezin;5° Wervelkolom : de wervelkolom aangewezen als gespecificeerd risicomateriaal bij de verordening (EG) nr.999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën; 6° Verordening (EG) nr.852/2004 : de verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne; 7° Verordening (EG) nr.853/2004 : de verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong; 8° Verordening (EG) nr.854/2004 : de verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong; § 2. Zijn eveneens van toepassing voor dit besluit de definities vermeld in artikel 2 van de verordening (EG) nr. 853/2004. TITEL 2. - Informatie over de voedselketen Art. 2.Het model en de inhoud van de informatie over de voedselketen zoals bedoeld in bijlage II, sectie III, van de verordening (EG) nr. 853/2004 worden door de Minister bepaald, overeenkomstig voornoemde verordening. De formulieren worden op de website van het Agentschap gepubliceerd. TITEL 3. - Hygiënevoorschriften op het gebied van levensmiddelen van dierlijke oorsprong vastgelegd ter aanvulling van bovenvermelde verordening (EG) nr. 853/2004. HOOFDSTUK 1. - Voorschriften betreffende verscheidene producten van dierlijke oorsprong Afdeling 1. - Bepalingen voor alle inrichtingen Art. 3.Tijdens de werkzaamheden ontzegt de exploitant van het levensmiddelenbedrijf de toegang tot de werk- en opslaglokalen aan personen vreemd aan de inrichting, tenzij hun aanwezigheid noodzakelijk is voor de bedrijfswerking. Art. 4.In de inrichtingen mogen slechts die activiteiten worden uitgeoefend waarvoor een erkenning, toelating of registratie werd toegekend. De lokalen mogen niet worden aangewend voor andere doeleinden dan deze waartoe ze zijn bestemd. Art. 5.De inrichtingen voldoen aan de inrichtings- en exploitatievoorschriften vastgelegd in bijlage 1 bij dit besluit. Afdeling 2. - Voorschriften voor gekoelde opslag Art. 6.De inrichtingen waar producten van dierlijke oorsprong gekoeld of diepgevroren worden opgeslagen beschikken over : 1° een lokaal of plaats voor de ontvangst en het verzenden van de producten van dierlijke oorsprong;2° voldoende grote lokalen, die gemakkelijk kunnen worden gereinigd en waarin de producten van dierlijke oorsprong kunnen worden opgeslagen bij de voorgeschreven temperatuur en zonder gevaar voor besmetting. Afdeling 3. - Voorschriften voor het opnieuw onmiddellijk verpakken en het herverpakken van producten van dierlijke oorsprong Art. 7.De inrichtingen waar producten van dierlijke oorsprong die met een onmiddellijke verpakking zijn omhuld, opnieuw worden bijeengebracht en/of van een nieuwe onmiddellijke verpakking of verpakking worden voorzien, beschikken behalve de voorzieningen en lokalen voorzien in artikel 6 ook over : 1° één of meer lokalen voor het opnieuw onmiddellijk verpakken van de producten van dierlijke oorsprong;2° één of meer lokalen voor het herverpakken van de producten van dierlijke oorsprong. Indien het voldoende groot is om het herverpakken, de verzending en ontvangst hygiënisch te laten verlopen, kan het lokaal vermeld onder artikel 6, 1°, voor het herverpakken aangewend worden. Afdeling 4. - Voorschriften voor inrichtingen waar dieren worden geslacht of vlees wordt versneden, verwerkt, behandeld of opgeslagen Art. 8.De inrichtingen waar dieren worden geslacht of waar vlees wordt versneden, verwerkt, behandeld of opgeslagen, voldoen aan de voorschriften vastgelegd in bijlage 2. Afdeling 5. - Voorschriften voor alle inrichtingen, andere dan slachthuizen, waar vlees wordt versneden, verwerkt, behandeld of opgeslagen Art. 9.§ 1. In deze inrichtingen, andere dan slachthuizen waar vlees wordt versneden, verwerkt, behandeld of opgeslagen, is het verboden binnen te brengen, voorhanden te hebben, te verwerken, te behandelen of te verpakken van : 1° vers vlees dat niet werd gekeurd, tenzij het reglementair in deze inrichting ter keuring zal worden aangeboden;2° niet voor de menselijke consumptie geschikt vers vlees of vers vlees dat niet tot de invoer werd toegelaten;3° vers vlees dat met cysticerci geïnfesteerd is en niet werd behandeld, tenzij de inrichting deze behandeling uitvoert;4° vers vlees dat, overeenkomstig het gezondheidsmerk, bekomen is bij particuliere slachting;5° levensmiddelen van dierlijke oorsprong die geen gezondheidsmerk noch identificatiemerkteken dragen, tenzij dit niet verplicht is;6° levensmiddelen van dierlijke oorsprong waarvoor geen passende inschrijving in het aanvoerregister van de inrichting is opgenomen die toelaat de herkomst ervan te bepalen. § 2. In afwijking op het vorige lid, 3° en 4° mag het vlees bekomen bij een particuliere slachting in de volgende levensmiddelenbedrijven aanwezig zijn voor de hierna genoemde bewerkingen : 1° in een uitsnijderij : voor het versnijden van met cysticerci geïnfesteerd vlees, voorafgaandelijk aan de overbrenging naar een inrichting die beschikt over passende installaties om met cysticerci geïnfesteerd vlees in te vriezen;2° in een inrichting die beschikt over passende installaties om met cysticerci geïnfesteerd vlees in te vriezen : voor het invriezen van met cysticerci geïnfesteerd vlees;3° in een uitsnijderij : voor het verwijderen van de wervelkolom uit karkassen van runderen ouder dan 30 maanden. De karkassen bekomen bij particuliere slachtingen die om een in het vorige lid, 3° genoemde bewerking naar een levensmiddelenbedrijf worden verzonden, moeten voorzien zijn van een etiket dat de naam en het adres van het levensmiddelenbedrijf van bestemming en de reden van verzending vermeldt. In de aanvoer- en afvoerregisters dient melding worden gemaakt van de specifieke beoogde behandeling die aan de verzending ten grondslag ligt. Art. 10.§ 1. Indien zich in een inrichting tegelijkertijd enerzijds vers vlees bevindt dat blijkens het merkteken toegelaten is tot de intracommunautaire markt en anderzijds vers vlees dat blijkens het merkteken uitsluitend mag worden verhandeld op het nationale grondgebied, of nog, vers vlees dat slechts na een specifieke behandeling kan worden toegelaten tot de intracommunautaire markt, wordt al dit vlees op afzonderlijke plaatsen opgeslagen en op afzonderlijke plaatsen of verschillende tijdstippen bewerkt of verwerkt. Evenwel mag verpakt vlees samen worden opgeslagen. § 2. Alle voorzorgsmaatregelen die de officiële dierenarts oplegt, worden genomen om verwarring te voorkomen tussen het vlees dat een merkteken draagt met verschillende draagwijdte wat betreft het in de handel brengen. Afdeling 6. - Voorschriften voor slachthuizen Art. 11.De exploitant van een levensmiddelenbedrijf is ertoe gehouden de keurings- en de controlewerkzaamheden te vergemakkelijken, inzonderheid door alle door de officiële dierenarts nuttig geachte handelingen te verrichten, diens instructies inzake merken en onbruikbaarmaking op te volgen, hem de nodige ingerichte ruimte met het oog op efficiënte keuring ter beschikking te stellen evenals de nodige hulp te bieden en het gebruik van de communicatiemiddelen van de inrichting ter beschikking te stellen. Art. 12.§ 1. De officiële dierenarts kan bevelen de dieren die hij aanwijst, onmiddellijk te slachten. § 2. De exploitant van een levensmiddelenbedrijf zet de slachtverrichtingen stop wanneer de officiële dierenarts het beveelt met het oog op de naleving van de wettelijke of reglementaire bepalingen of op grond van sanitaire of hygiënische motieven. Art. 13.Het slachten mag vanaf de openbare weg niet zichtbaar zijn. Tijdens het slachten blijven de deuren gesloten, met uitzondering van de toegang voor de te slachten dieren. Art. 14.De exploitant van het slachthuis deelt ten laatste de dag voordien het tijdstip van slachten en het vermoedelijke aantal dieren mee aan de officiële dierenarts. Indien het evenwel om een noodslachting gaat, licht de exploitant van het slachthuis de officiële dierenarts de dag zelf vóór 14 uur of indien de slachting later heeft plaatsgehad, de volgende werkdag vóór 10 uur, in. Art. 15.Karkassen, delen van karkassen en slachtafval die definitief ongeschikt voor de menselijke consumptie worden bevonden of verklaard of schadelijk worden verklaard, worden zo nodig in aanwezigheid en volgens instructie van de officiële dierenarts, onbruikbaar gemaakt door de exploitant van het slachthuis of de inrichting waar de keuring heeft plaatsgevonden. De nodige middelen daartoe worden eveneens door de exploitant ter beschikking gesteld. De Minister kan een lijst vaststellen van kleurstoffen die voor de onbruikbaarmaking van bovenvermeld vlees mogen worden aangewend. Art. 16.§ 1. Tenzij in opdracht van de officiële dierenarts is het verboden karkassen of slachtafval te verwijderen of in te snijden of delen daarvan weg te snijden voor het einde van de keuring. Vers vlees mag in de slachthuizen niet worden uitgesneden of uitgebeend, tenzij het na de keuring lossnijden van organen, tong, middenrif, staart, oppervlakkig vet en delen die facultatief van het karkas mogen worden losgesneden, evenals de inwendige en uitwendige kauwspieren van dieren die een particuliere slachting hebben ondergaan. § 2. Het is verboden messen in het vlees te steken, vlees met behulp van doeken of andere materialen te reinigen, alsmede vlees op te blazen. Wanneer zulks door een godsdienstige ritus wordt voorgeschreven, kan evenwel het opblazen van een orgaan worden toegestaan. In dit geval zal het opgeblazen orgaan voor de menselijke voeding worden uitgesloten. Eveneens is het mechanisch opblazen voor het villen van lammeren en jonge geiten van minder dan 15 kg levend gewicht toegestaan mits de hygiënenormen worden nageleefd. § 3. Het is verboden karkassen in het slachthuis op te vullen. Karkassen van pluimvee, konijnen, en klein vrij wild mogen evenwel in het slachthuis worden opgevuld met slachtafvallen afkomstig van dieren van dezelfde soort die in dit slachthuis zijn geslacht. Daartoe moeten zowel de karkassen als de aangewende slachtafvallen vooraf geschikt zijn bevonden voor de menselijke voeding. Afdeling 7. - Identificatiemerken Art. 17.§ 1. In afwijking van artikel 5, 1, b, van bovenvermelde verordening (EG) nr. 853/2004 van 29 april 2004 is het identificatiemerk op het voor menselijke consumptie geschikt bevonden vlees bekomen van pluimvee, lagomorfen en klein vrij wild, die afkomstig zijn van een grondgebied of een deel van een grondgebied dat niet voldoet aan alle veterinairrechtelijke voorschriften, zoals vermeld in het koninklijk besluit van 13 mei 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 13/05/2005 pub. 23/05/2005 numac 2005022376 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federale agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Koninklijk besluit houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong type koninklijk besluit prom. 13/05/2005 pub. 27/06/2005 numac 2005022507 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Koninklijk besluit houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong. - Corrigendum sluiten houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong, in overeenstemming met het volgende model : 1° vorm : ovaal met twee rechte lijnen die loodrecht op elkaar staan, schuin door het identificatiemerk lopen, elkaar in het midden ervan kruisen en zodanig zijn aangebracht dat de aanduidingen leesbaar blijven;2° aanduidingen : - in het bovenste deel : BELGIE of BE; - in het midden : het erkenningsnummer van de inrichting; - in het onderste deel : de initialen EG; - gegevens aan de hand waarvan de officiële dierenarts die het vlees heeft gekeurd, kan worden geïdentificeerd. Dit identificatiemerk mag alleen worden aangebracht onder rechtstreeks toezicht van de officiële dierenarts. § 2. In afwijking van artikel 5, 1, b, van bovenvermelde verordening (EG) nr. 853/2004 overeenkomstig beschikking 2007/118/EG van de Commissie van 16 februari 2007 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen in verband met een alternatief identificatiemerk overeenkomstig richtlijn 2002/99/EG van de Raad is het identificatiemerk op het voor menselijke consumptie geschikt bevonden vlees bekomen van pluimvee en gekweekt vederwild die afkomstig zijn van een grondgebied of een deel van een grondgebied dat niet voldoet aan alle veterinairrechtelijke voorschriften, zoals vermeld in het koninklijk besluit van 13 mei 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 13/05/2005 pub. 23/05/2005 numac 2005022376 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federale agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Koninklijk besluit houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong type koninklijk besluit prom. 13/05/2005 pub. 27/06/2005 numac 2005022507 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Koninklijk besluit houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong. - Corrigendum sluiten houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong, in overeenstemming met het volgende model of beantwoordt het aan de verhoudingen daarvan, waarbij de daarin opgenomen informatie zichtbaar moeten blijven : 1° vorm : een vierkant waarvan de buitendiagonaal gelijk aan of groter is dan 30 mm en met een streepdikte gelijk aan 3 mm;2° vermeldingen : - in het bovenste deel : BE, met een streepdikte van 8 mm; - in het onderste deel : erkenningsnummer, met een streepdikte van 11 mm. Dit identificatiemerk mag alleen worden aangebracht onder rechtstreeks toezicht van de officiële dierenarts. § 3. Indien in de uitsnijderij, ten gevolge van het uitsnijden van vlees gemerkt overeenkomstig § 1 of § 2 of bijlage V, punt I van het koninklijk besluit van 22 december 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/12/2005 pub. 30/12/2005 numac 2005023110 bron federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Koninklijk besluit betreffende de hygiëne van levensmiddelen van dierlijke oorsprong type koninklijk besluit prom. 22/12/2005 pub. 30/12/2005 numac 2005023111 bron federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Koninklijk besluit tot vaststelling van aanvullende maatregelen voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong sluiten tot vaststelling van aanvullende maatregelen voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong, delen zonder merk worden verkregen, worden die delen voorzien van een identificatiemerk naar hetzelfde model als het gezondheidsmerk of identificatiemerk dat voorkwam op het vlees dat werd versneden. HOOFDSTUK 2. - Specifieke voorschriften voor bepaalde producten van dierlijke oorsprong Afdeling 1. - Vlees van als landbouwhuisdier gehouden hoefdieren en van tweehoevigen Onderafdeling 1. - Voorschriften voor slachthuizen Art. 18.In de slachthuizen is het verboden slachtafval te versnijden. Art. 19.In de slachthuizen voor als landbouwhuisdier gehouden hoefdieren houdt de exploitant een register bij met vermelding van : 1° de hoeveelheid en de aard van het gespecificeerd risicomateriaal dat is opgehaald door het destructiebedrijf;2° het aantal en de bestemming van de koppen die gespecificeerd risicomateriaal bevatten die verzonden werden naar uitsnijderijen die voor het uitsnijden ervan zijn erkend;3° het aantal en de bestemming van karkassen, halve karkassen, kwartieren of deelstukken van als landbouwhuisdier gehouden hoefdieren die gespecificeerd risicomateriaal bevatten, die werden verzonden naar erkende inrichtingen of naar toegelaten vleeswinkels met een bijhorende werkplaats;4° de hoeveelheid, de aard en de bestemming van het gespecificeerd risicomateriaal of de karkassen, delen of stukken van karkassen of slachtafval die het bevatten, die verzonden werden naar een andere toegelaten bestemming dan het destructiebedrijf. De exploitant toont de documenten ter staving van de vermeldingen in dit register telkens wanneer de officiële dierenarts daarom vraagt. Art. 20.De slachthuizen waar als landbouwhuisdier gehouden hoefdieren worden geslacht voldoen aan de voorschriften inzake infrastructuur en uitrusting vastgelegd in bijlage 3. Onderafdeling 2. - Voorschriften voor uitsnijderijen Art. 21.Bij het uitsnijden van koppen die gespecificeerd risicomateriaal bevatten, is het verboden de hersenen en de ogen uit deze koppen te verwijderen. De exploitanten van de uitsnijderijen en van de koel- en vrieshuizen waar vers vlees wordt opgeslagen, houden een register bij waarin respectievelijk bij ontvangst en bij verzending van vers vlees, elke zending wordt vermeld met aanduiding van de datum, het gewicht, de diersoort, het begeleidend handelsdocument of het certificaat evenals de herkomst, respectievelijk de bestemming. Dit register geeft tevens het verband weer tussen de ontvangen en de verzonden zendingen. Dit register mag worden uitgesplitst in afzonderlijke delen voor het ontvangen en het verzonden vlees. Art. 22.De uitsnijderijen voldoen aan de voorschriften inzake infrastructuur en uitrusting vastgelegd in bijlage 3. Onderafdeling 3. - Hygiëne bij het slachten Art. 23.De exploitanten van slachthuizen waar als landbouwhuisdier gehouden hoefdieren worden geslacht, leven de in bijlage 3 vastgelegde voorschriften met betrekking tot hygiëne en microbiologische criteria na. Afdeling 2. - Vlees van pluimvee, lagomorfen en loopvogels Onderafdeling 1. - Voorschriften voor slachthuizen van pluimvee en lagomorfen Art. 24.§ 1. De slachthuizen waar pluimvee of lagomorfen worden geslacht, voldoen aan de in bijlage 4 vastgelegde voorschriften inzake infrastructuur en uitrusting. § 2. Het slachten van pluimvee en konijnen die door particulieren worden gehouden en die bestemd zijn voor gebruik binnen hun gezin, is onderworpen aan de bepalingen van de verordening (EG) nr. 853/2004, behalve indien dit slachten, met naleving van een overeenkomst die met het Agentschap werd gesloten, plaatsvindt op een vooraf gemeld tijdstip, gedurende minstens een halve dag waarop uitsluitend slachtingen van dit type worden uitgevoerd. De exploitanten van de slachthuizen nemen de nodige maatregelen om elke kruisbesmetting te voorkomen met andere, normaal geslachte dieren en om controles uit te voeren om te voorkomen dat het pluimvee en de konijnen die op deze manier worden geslacht niet in de handel worden gebracht. Onderafdeling 2. - Voorschriften voor uitsnijderijen van pluimvee en lagomorfen Art. 25.De uitsnijderijen voldoen aan de voorschriften inzake infrastructuur en uitrusting vastgelegd in bijlage 4. Onderafdeling 3. - Hygiëne bij het slachten van pluimvee en lagomorfen Art. 26.De exploitanten van slachthuizen waar pluimvee en lagomorfen worden geslacht, leven de in bijlage 4 vastgelegde voorschriften met betrekking tot hygiëne en microbiologische criteria na. Onderafdeling 4. - Slachten van loopvogels in de erkende slachthuizen Art. 27.De loopvogels mogen worden geslacht in slachthuizen waar de voorzieningen aan de grootte van de dieren aangepast zijn overeenkomstig punt 2 van sectie III van bijlage III bij verordening (EG) nr. 853/2004. De slachthuizen moeten in het kader van het slachten van loopvogels voldoen aan de eisen van bijlage III van de verordening (EG) nr. 853/2004 : - de eisen van punten 1 en 7 van hoofdstuk II van sectie I; - de eisen van punten 1, 3, 8, 10 en 13 van hoofdstuk IV van sectie I. Afdeling 3. - Specifieke activiteiten Erkende slachtruimten op het bedrijf Art. 28.Overeenkomstig hoofdstuk VI van sectie II en punt 3 van sectie III van bijlage III van de verordening (EG) nr. 853/2004, mogen de exploitanten volgende dieren slachten op het bedrijf waar ze zijn gekweekt onder de in bijlage 6 bepaalde voorwaarden : - ganzen en eenden voor de productie van foie gras; - gekweekt klein vederwild. Afdeling 4. - Vlees van vrij wild Art. 29.§ 1. Om de opleiding te mogen volgen tot gekwalificeerd persoon, bedoeld in hoofdstuk I van sectie IV van de bijlage III bij verordening (EG) nr. 853/2004, moet de kandidaat de leeftijd van wettelijke meerderjarigheid hebben bereikt en in het bezit zijn van een door de gewestelijke autoriteiten afgegeven jachtverlof of geslaagd zijn in het theoretisch gedeelte van het jachtexamen of het bewijs leveren dat hij in het bezit is van een in een andere lidstaat afgegeven en door de gewestelijke autoriteiten erkend gelijkwaardig document. § 2. Om het statuut van gekwalificeerd persoon te bekomen, moet hij geslaagd zijn voor de test die ten genoegen van het Agentschap ter afsluiting van de opleiding wordt afgenomen en bij het Agentschap als zodanig zijn geregistreerd. Hij deelt te dien einde de gevraagde gegevens mee. Dierenartsen die in het bezit zijn van een van de documenten bedoeld in het eerste lid worden vrijgesteld van de test bedoeld in het tweede lid. § 3. Personen die de door genoemde verordening bedoelde status hebben verkregen in een andere lidstaat, kunnen als zodanig in België worden geregistreerd conform hetgeen is bepaald in een met die lidstaat afgesloten protocol. Art. 30.§ 1. De volgende informatie is vermeld op een genummerde verklaring die het wild vergezelt bij de levering aan de eindverbruiker of aan de erkende wildbewerkingsinrichting : 1° naam, adres en registratienummer van de gekwalificeerde persoon;2° soort wild;3° aantal stuks wild;4° enig identificatienummer van het stuk grof wild;5° plaats, datum en tijdstip van het doden bij de jacht;6° datum en handtekening van de gekwalificeerde persoon ter bevestiging van het besluit van zijn onderzoek. § 2. In aanvulling van bijlage III, sectie IV, hoofdstuk III, punt 3 van de verordening (EG) nr. 853/2004 moet de genummerde verklaring van een gekwalificeerde persoon aanwezig zijn bij aankomst in een wildbewerkingsinrichting voor klein vrij wild. Art. 31.§ 1. De volgende voorwaarden worden nageleefd bij rechtstreekse levering door de jager van vrij wild aan de wildbewerkingsinrichting die grenst aan een detailhandel die rechtstreeks levert aan de eindverbruiker : 1° De rechtstreekse levering beperkt tot één stuk grof vrij wild en 10 stuks klein vrij wild die zijn neergeschoten op dezelfde jachtdag en op één en hetzelfde jachtterrein;2° Aan die detailhandel grenst een erkende bewerkingsinrichting voor vrij wild;3° Het vrij wild wordt gekeurd in overeenstemming met de bepalingen van de verordening (EG) nr.854/2004; 4° Na de keuring van groot wild brengt de officiële dierenarts het identificatiemerk aan, waarvan de vorm en de inhoud zijn vastgelegd in bijlage 5 bij dit besluit. § 2. Om erkend te kunnen worden, voldoet de wildbewerkingsinrichting die grenst aan een detailhandel aan de inrichtings- en exploitatievoorwaarden die zijn vastgelegd in de verordening (EG) nr. 852/2004 en in bijlage 5 bij dit besluit. Art. 32.De exploitanten van wildbewerkingsinrichtingen, andere dan deze bedoeld in artikel 31, leven naast de eisen opgenomen in de verordeningen (EG) nr. 852/2004 en (EG) nr. 853/2004, de specifieke voorschriften na die zijn vastgelegd in bijlage 5, deel II bij dit besluit. Afdeling 5. - Gehakt vlees, vleesbereidingen en separatorvlees Art. 33.De inrichtingen waar gehakt vlees, vleesbereidingen en separatorvlees worden geproduceerd, beschikken over een lokaal voor ontvangst, een lokaal voor verzending en een lokaal voor het verpakken van deze levensmiddelen. Deze lokalen kunnen worden vervangen door een enkel lokaal, op voorwaarde dat het voldoende groot is om de verpakking, de verzending en de ontvangst hygiënisch te laten verlopen. Afdeling 6. - Vleesproducten Art. 34.De inrichtingen waar vleesproducten worden geproduceerd, beschikken over : 1° een lokaal voor de ontvangst van het vlees en de grondstoffen;2° lokalen om verpakt en onverpakt vlees en verpakte en onverpakte producten gescheiden op te slaan, tenzij verpakt en onverpakt vlees of verpakte en onverpakte producten nooit tegelijk worden opgeslagen of zodanig dat het verpakkingsmateriaal en de wijze van opslag geen bron van verontreiniging van het vlees of de producten kunnen zijn;3° een lokaal voor het aanbrengen van de verpakking en voor de verzending.Dit lokaal mag samen met het lokaal bedoeld onder punt 2, worden vervangen door een enkel lokaal, op voorwaarde dat het voldoende groot is om de verpakking, de ontvangst en de verzending hygiënisch te laten verlopen. Afdeling 7. - Visserijproducten Art. 35.Exploitanten van levensmiddelenbedrijven aan land die inrichtingen beheren waar visserijproducten worden gehanteerd, moeten beschikken over een duidelijke scheiding tussen de onreine en de reine zone teneinde deze laatste te beschermen tegen alle verontreiniging. Art. 36.Om de toestemming te verkrijgen voor de krachtens punt 3, c, van deel D van hoofdstuk III van sectie VIII van bijlage III bij verordening (EG) nr. 853/2004 vereiste behandeling, moet de exploitant van het levensmiddelenbedrijf een aanvraag richten tot de Provinciale Controle-eenheid of de controle-eenheid voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van het Agentschap waarvan het levensmiddelenbedrijf afhangt. Deze aanvraag moet vergezeld gaan van een dossier dat de epizoötiologische gegevens bevat waaruit blijkt dat de visgronden van oorsprong geen gevaar opleveren voor de gezondheid wat de aanwezigheid van parasieten betreft. Afdeling 8. - Rauwe melk en zuivelproducten Onderafdeling 1. - Rauwe melk Art. 37.In uitvoering van artikel 10, 8. b van de verordening (EG) nr. 853/2004, kan rauwe melk die niet voldoet aan de in bijlage III, sectie IX, bij deze verordening vastgelegde criteria wat betreft het kiemgetal en het aantal somatische cellen, worden gebruikt voor de vervaardiging van kaas met een rijpingstijd van ten minste 60 dagen, en van bij de vervaardiging van dergelijke kaas verkregen zuivelproducten, op voorwaarde dat daardoor de verwezenlijking van de doelstellingen van de verordening (EG) nr. 853/2004 niet wordt gehinderd en mits voorafgaande toestemming van het Agentschap. De aanvraag daartoe wordt gericht aan de Provinciale Controle-eenheid of de controle-eenheid voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van het Agentschap. Onderafdeling 2. - Zuivelproducten Art. 38.In uitvoering van artikel 10, 8,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.