28 SEPTEMBER 2016. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 maart 2014, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der hardsteengroeven en der groeven van uit te houwen kalksteen in de provincie Henegouwen, betreffende de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden
(1)FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28; Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor het bedrijf der hardsteengroeven en der groeven van uit te houwen kalksteen in de provincie Henegouwen; Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 3 maart 2014, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der hardsteengroeven en der groeven van uit te houwen kalksteen in de provincie Henegouwen, betreffende de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden. Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 28 september 2016. FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, K. PEETERS _______ Nota
(1)Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Vertaling Bijlage Paritair Subcomité voor het bedrijf der hardsteengroeven en der groeven van uit te houwen kalksteen in de provincie Henegouwen Collectieve arbeidsovereenkomst van 3 maart 2014 Vaststelling van de arbeidsvoorwaarden (Overeenkomst geregistreerd op 29 april 2014 onder het nummer 120909/CO/102.01) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de werknemers van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor het bedrijf der hardsteengroeven en der groeven van uit te houwen kalksteen in de provincie Henegouwen. Onder "werknemers" wordt verstaan : de werklieden en werksters. Deze collectieve arbeidsovereenkomst doelt op het coördineren en actualiseren van de bestaande collectieve arbeidsovereenkomsten en mag geen afbreuk doen aan reeds gesloten gunstigere bedrijfsovereenkomsten, noch aan meer voordelige loonstelsels die effectief worden toegepast. Art. 2.Classificatie Uitgevoerde functie - Categorie - Artikel - Dienst Helper in het atelier 5 Helper aan de kliefmachine 6 1ste en 2de machinebankwerker 8 Onderhoudsatelier Leerling-zager 7 Wagenmaker - schrijnwerker 8 Onderhoudsatelier Vrachtwagenbestuurder 7 Bestuurder van auto-elevator 5 Bestuurder van de laadschop, graafmachine, hydraulische kraan 5 Bestuurder laadmachine op rubberbanden 5 Bestuurder van vrachtwagens van 20 ton en meer 5 Werk aan de breekmolen Bestuurder van bulldozer op rupsbanden 5 Werk aan de breekmolen Frezer 8 Mechanisch houwen Steenzager 8 Mechanisch houwen Afschaler van de laag 14 Legger van kettingen Henegouwen 7 1ste en 2de elektricien 8 Onderhoudsatelier Ploegenpremies 11 Draadzager 4 Boorder - springstaafsteker - weger 5 Werk aan de breekmolen 1ste en 2de smid 8 Onderhoudsatelier Vervoerskosten 27-28 Voorslager 8 Onderhoudsatelier Kranen 7 Machinist drill-wagon 11 1ste kliefmachinist 7 Metser 19 Bediener boormachine 5 Werk aan de breekmolen Hulparbeider 2 Hulparbeider zwaar werk 5 Steenopvuller 6 Slijper 8 Mechanisch houwen 1ste leggen van kettingen (grote en kleine bruggen + kranen) 9 2de legger van kettingen (grote en kleine bruggen) 7 Schietmeester-boorder 6 10 Moeleerder 8 Mechanisch houwen Bediener van de breekmolen 5 Werk aan de breekmolen Polijster met de machine 7 Kanthouwer van blokken 20 Steenklover in de laag met drill-wagon 22 Steenklover in de laag Henegouwen 23 Steenklover Bediener diamantbladzaag 12 Lasser 8 Onderhoudsatelier Steenhouwer 21 Degressieve bedragen 12 1ste en 2de draaier 8 Onderhoudsatelier Steendraaier 8 Onderhoudsatelier Bestuurder laadbrug 7 Brigadier : effectief betaald loon voor de uitgeoefende functie, verhoogd met een minimumbedrag van 0,5552 EUR in een arbeidsregeling van 39 uur/week, geïndexeerd en geïntegreerd in het loon en gekoppeld aan de uitoefening van de functie van brigadier. Art. 3.Uurlonen in de verschillende arbeidsregelingen De lonen op 1 september 2013, gekoppeld aan het indexcijfer 100,13 zijn vastgesteld als volgt : Categorieën Regeling van 40u/week Productiepremie inbegrepen Regeling van 39u/week Productiepremie inbegrepen Regeling van 38u/week Productiepremie inbegrepen EUR EUR EUR EUR EUR EUR 1ste 12,4868 - 12,8070 - 13,1441 - 2de 12,5805 - 12,9031 - 13,2426 - 3de 12,6056 - 12,9288 - 13,2588 - 4de 12,6220 12,7150 12,9456 13,0410 13,2863 13,3842 5de 12,6597 12,7372 12,9844 13,0637 13,3259 13,4074 6de 12,7130 13,2085 13,0390 13,5472 13,3821 13,9037 7ste 12,7335 12,8082 13,0600 13,1366 13,4036 13,4824 8ste 12,7623 - 13,0998 - 13,4339 - 9de 12,8010 12,8765 13,1293 13,2068 13,4748 13,5544 10de 12,8270 - 13,1663 - 13,5022 - 11de 12,8582 - 13,1879 - 13,5350 - 12de 12,8734 - 13,2035 - 13,5509 - 13de 12,8899 - 13,2203 - 13,5682 - 14de 12,9321 - 13,2636 - 13,6126 - 15de 12,9329 - 13,2645 - 13,6136 - 16de 12,9484 - 13,2804 - 13,6300 - 17de 12,9858 - 13,3189 - 13,6693 - 18de 13,0036 - 13,3369 - 13,6880 - 19de 13,0201 - 13,3540 - 13,7055 - 20ste 13,0572 - 13,3921 - 13,7444 - 21ste 13,3170 - 13,6584 - 14,0178 - 22ste 13,7597 - 14,1125 - 14,4840 - 23ste 13,9256 - 14,2826 - 14,6585 - N.B. : bij de bovenvermelde lonen is het gebruik van de werktuigen inbegrepen (steenklovers in de laag, kanthouwers van blokken, loshouwers). Art. 4.Op 1 september 2013 is de loonschaal voor de steenklover in de laag in opleiding de volgende : In regeling 40u/week In regeling 39u/week In regeling 38u/week EUR EUR EUR Aanvang (kanthouwers van blokken) 13,3329 13,6746 14,0345 Klover 3 maanden 13,4410 13,7855 14,1484 Klover 6 maanden 13,5490 13,8964 14,2622 Klover 9 maanden 13,6572 14,0074 14,3760 Klover 12 maanden 13,7818 14,1351 14,5070 In de "Carrières du Hainaut" moeten de vier trimestriële verhogingen worden aangepast met 0,02479 EUR. Art. 5.Op 1 september 2013 wordt aan de hieronder vermelde categorieën de volgende minimumuurlonen uitbetaald : In regeling 40u/week In regeling 39u/week In regeling 38u/week EUR EUR EUR van tot van tot van tot Bestuurder auto-elevator 12,7307 13,1357 13,0570 13,4725 13,4008 13,8269 Bestuurder laadschop, graafmachine of hydraulische kraan 12,7307 13,2706 13,0570 13,6108 13,4008 13,9688 Bestuurder laadmachine op rubberbanden 12,7307 13,2706 13,0570 13,6108 13,4008 13,9688 Personeel dat werkt aan de breekmolen : In regeling 40u/week In regeling 39u/week In regeling 38u/week EUR EUR EUR van tot van tot van tot Bestuurder vrachtwagens van 20 ton en meer 13,1636 13,4378 13,5008 13,7825 13,8562 14,1451 Bediener breekmolen 13,5301 13,7144 13,8771 14,0659 14,2421 14,4359 Bulldozerbestuurder 13,5062 14,1144 13,8525 14,4763 14,2170 14,8572 Bediener boormachine 13,3194 13,7144 13,6609 14,0659 14,0203 14,4359 Boorder - springstaafsteker - weger 12,8235 13,3355 13,1522 13,6774 13,4982 14,0371 Art. 6.De steenopvullers hebben geen vast loon; zij ontvangen een bijslag bij hun loon als steenhouwer op het ogenblik waarop zij steenopvullers worden, namelijk : In regeling 40u/week In regeling 39u/week In regeling 38u/week EUR EUR EUR 0,0933 0,0962 0,0984 Art. 7.Op 1 september 2013 zijn de lonen van de werknemers van het onderhoudsatelier en van het atelier voor het mechanisch houwen de volgende : a) Onderhoudsatelier In regeling 40u/week In regeling 39u/week In regeling 38u/week EUR EUR EUR 1ste smid 13,3847 13,7278 14,0892 2de smid en voorslager 13,1007 13,4363 13,7898 1ste draaier 13,7033 13,7278 14,0892 2de draaier 13,1007 13,4363 13,7898 Lasser 13,3847 13,7278 14,4552 1ste elektricien 13,3847 13,7278 14,0892 2de elektricien 13,1954 13,5337 13,8897 1ste machinebankwerker 13,4584 13,8035 14,1667 2de machinebankwerker 13,1954 13,5337 13,8897 Gereedschapsmaker 13,1954 13,5337 13,8897 Wagenmaker en andere schrijnwerker 13,1954 13,5337 13,8897 b) Mechanisch houwen In regeling 40u/week In regeling 39u/week In regeling 38u/week Frezer Steenzager Frezer Steenzager Frezer Steenzager EUR EUR EUR EUR EUR EUR Aanvang 12,5566 12,8122 12,8784 13,1406 13,2175 13,4894 Na 3 maanden 12,9924 12,9924 13,3253 13,3253 13,6760 13,6760 Na 6 maanden 13,1699 13,4968 13,8518 Na 12 maanden 13,2906 13,1601 13,5250 13,4975 13,9813 13,8528 Na 18 maanden 13,2906 13,6311 13,9898 Elite 13,3223 13,3592 13,6637 13,7014 14,0234 14,0621
(1)
(2)
(1)
(2)
(1)
(2)Aanvang 12,8068 12,8068 13,1349 13,1349 13,4805 13,4805 Na 3 maanden 13,0771 13,0771 13,4123 13,5297 13,7650 13,8856 Na 12 maanden 13,2372 13,2372 13,5765 13,6556 13,9337 14,0149 Na 18 maanden 13,3592 13,3592 13,7014 13,7895 14,0621 14,1525 Elite 13,4451 13,4451 13,7895 13,8684 14,1525 14,2331
(1)Steendraaier, mouleerder
(2)Slijper Art.8. Vanaf 1 september 2013 ontvangen de non-stop diamantzagers :
- a)hetzij een uurtoeslag van : - 0,0554 EUR in de arbeidsregeling van 40 uren/week; - 0,0567 EUR in de arbeidsregeling van 39 uren/week; - 0,0580 EUR in de arbeidsregeling van 38 uren/week;
- b)hetzij een premie waarvan het bedrag in elke onderneming wordt bepaald. Art. 9.Op 1 september 2013 ontvangen de werknemers die het brevet van mijnwerker hebben behaald een loon van : - 13,4120 EUR in de arbeidsregeling van 40 uren/week; - 13,7556 EUR in de arbeidsregeling van 39 uren/week; - 14,1176 EUR in de arbeidsregeling van 38 uren/week. HOOFDSTUK II. - Ploegenpremies - verschoven uurroosters Art. 10.Onverminderd de wettelijke bepalingen terzake, worden de ploegenpremies op 1 september 2013 vastgesteld als volgt, aan index 100,13. De ploegenpremies worden geïndexeerd zoals de lonen (cfr. artikel 12).
- a)in de regeling van 40 uren/week : - 0,5725 EUR voor de prestaties tussen 6 en 14 uur en die tussen 14 en 22 uur; - 2,1081 EUR voor de prestaties tussen 22 en 6 uur.
- b)in de regeling van 39 uren/week : - 0,5871 EUR voor de prestaties tussen 6 en 14 uur en die tussen 14 en 22 uur; - 2,1620 EUR voor de prestaties tussen 22 en 6 uur.
- c)in de regeling van 38 uren/week : - 0,6026 EUR voor de prestaties tussen 6 en 14 uur en die tussen 14 en 22 uur; - 2,2189 EUR voor de prestaties tussen 22 en 6 uur. Deze toeslagen worden toegekend aan de werknemers die volgens een verschoven uurroster werken, voor zover het tijdsverschil overeenstemt met één van de pauzes die in de onderneming bestaan. In geval de regeling van de ploegenarbeid tijdelijk wordt afgeschaft, zullen de werkgevers proberen de betrokken werknemers in een categorie te werk te stellen die overeenstemt met het vroegere loon, met inbegrip van de toeslag voor ploegenarbeid. Met toepassing van dit artikel worden in sommige ondernemingen de vermeldingen 6 uur, 14 uur en 22 uur respectievelijk vervangen door 5 uur, 13 uur en 21 uur. HOOFDSTUK III. - Premies voor moeilijke werken Art. 11.
- a)Werken in een kast of opgehangen boven de afgrond om een muur te schilderen : uurpremie gelijk aan 20 pct. van het basisloon.
- b)Herstelling van de brug boven de groeve : beperkt tot de herstelling van de trolleydraden : - uurpremie van 0,1606 EUR in de arbeidsregeling van 40 uren/week; - uurpremie van 0,1645 EUR in de arbeidsregeling van 39 uren/week; - uurpremie van 0,1688 EUR in de arbeidsregeling van 38 uren/week.
- c)Aanbrengen van een katrol of plaatsen van een koord in de groef van een katrol die aan de muur van de groeve is bevestigd in een kast boven de groeve : - uurpremie van 0,4170 EUR in de arbeidsregeling van 40 uren/week; - uurpremie van 0,4278 EUR in de arbeidsregeling van 39 uren/week; - uurpremie van 0,4380 EUR in de arbeidsregeling van 38 uren/week.
- d)Werken op een mast tijdens de winter, beperkt tot het werk dat wordt verricht wanneer de arbeid in de groeve wordt stopgezet wegens slecht weer : premie van 0,07 EUR per uur. De premies die reeds werden toegekend en die gunstiger zijn dan de bovenvermelde, blijven verworven. HOOFDSTUK IV. - Koppeling van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen Art. 12.De minimumuurlonen, de effectief betaalde lonen, alsook de verschillende premies, worden gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen dat maandelijks wordt vastgesteld door de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, behoudens uitzonderingen die in deze overeenkomst worden vermeld. Art. 13.Deze lonen en premies schommelen naar boven of naar onder toe per schijft van 1 pct. van hun waarde voor elke wijziging van het indexcijfer met hetzelfde percentage, waarbij het spilindexcijfer de grondslag is. De in deze collectieve arbeidsovereenkomst bepaalde lonen en ploegenpremies worden vastgesteld aan het indexcijfer 100,13. Het eerste spilindexcijfer naar boven toe is dat wat van toepassing zal zijn, dit is vastgesteld op 101,13. De opeenvolgende spillen naar boven toe zijn dus : 102,14 - 103,16 - 104,19 - 105,23 - 106,28 - 107,34 - Art. 14.De schommelingen van de in artikel 12 bedoelde lonen en premies gaan in op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin het spilindexcijfer wordt overschreden. HOOFDSTUK V. - Eindejaarspremie Art. 15.1° Er wordt een jaarlijkse uitkering toegekend naar verhouding van het aantal gewerkte en gelijkgestelde uren. Deze wordt eveneens toegekend aan de rechtverkrijgenden van een arbeider die in de loop van het dienstjaar overleden is, aan de bruggepensioneerde of gepensioneerde werknemers. Ze wordt ook pro rata temporis uitbetaald aan de arbeiders die de onderneming verlaten met uitzondering van de gevallen van ontslag of ontslag om dringende redenen. 2° De toekenningsvoorwaarden voor de "Carrières du Hainaut" worden bepaald in een ondernemingsovereenkomst.3° De eindejaarspremie zal 2002,76 EUR bedragen, referentieberekening : 1700 gepresteerde en/of gelijkgestelde uren/jaar.4° Deze premie wordt betaald vóór 25 december van elk jaar aan het personeel dat op 30 november aanwezig is, behalve voor gevallen bepaald in § 1. Dit bedrag is onderworpen aan de bepalingen betreffende de eindejaarspremie, behalve wat de werkloosheidsdagen betreft, die met arbeidsdagen worden gelijkgesteld. Worden met effectief gewerkte uren gelijkgesteld : - de uren tijdens welke de syndicale opdrachten worden vervuld; - het bijwonen van officiële of officieuze vergaderingen van het paritair comité of van een verzoeningsbureau; - de uren studie, vakbondsopleiding en opleiding voor de ondernemingsraden, die beperkt zijn tot maximum 80 uren; - het verlies van arbeidsuren ten gevolge van een arbeidsongeval of van een ongeval op de weg van en naar het werk, naar rata van 480 uren per jaar; - ongevallen van meer dan 30 kalenderdagen worden betaald door de verzekering (eindejaarspremie inbegrepen), zijn niet gelijkgesteld en worden niet verrekend in de 480 uren per jaar, voor de duur boven de 30 dagen; - ongevallen van minder van 30 kalenderdagen worden door de werkgever gelijkgesteld; - het verlies van arbeidsuren ten gevolge van ziekte, naar rata van 400 uren per jaar; - de bijzondere en specifieke reglementen die in de verschillende ondernemingen van kracht zijn, blijven van toepassing. Wordt niet gelijkgesteld : ziekte van minder dan 15 opeenvolgende werkdagen. Het referentiebedrag per uur is het bedrag dat respectievelijk op 31 december 2013 voor het jaar 2013 en op 31 december 2014 voor het jaar 2014 van kracht is. Art. 16.De werknemers die tijden de referentieperiode niet meer dan twee dagen ongeoorloofd afwezig zijn, hebben recht op de volledige eindejaarspremie. Deze premie wordt, per referentiejaar, verminderd als volgt :
- a)voor 3 tot 5 dagen ongeoorloofde afwezigheid : met 25 pct.;
- b)voor 6 tot 10 dagen ongeoorloofde afwezigheid : met 50 pct.;
- c)voor 11 dagen en meer : de werknemers hebben geen recht op de premie. Art. 17.Voor de werknemer die in de loop van het referentiejaar in dienst treedt bij een werkgever, wordt het bedrag van de eindejaarspremie berekend naar verhouding van het aantal gewerkte maanden in de onderneming tijdens het referentiejaar; de dagen ongeoorloofde afwezigheid die in rekening moeten worden genomen, worden eveneens vastgesteld naar verhouding van het aantal gewerkte maanden tijdens het referentiejaar. HOOFDSTUK VI. - Stiptheidspremie Art. 18.De stiptheidspremie wordt berekend op basis van een gemiddeld loon van 12,9702 EUR/uur (in een arbeidsregeling van 39 uren per week). Voor 2013, naargelang van het aantal dagen dat jaarlijks wordt gewerkt, de werknemers die in totaal afwezig geweest zijn tussen : Dagen afwezigheid Berkening eindejaarspremie 0 en 5 4 uur meer 6 en 10 3 uur meer 11 en 15 2 uur meer Meer dan 15 0 uur meer Alle afwezigheden inbegrepen behalve vakbondsopdrachten en economische werkloosheid en/of werkloosheid wegens weersomstandigheden. Voor 2014 blijft dit stelsel gelden. HOOFDSTUK VII. - Patroonsfeest van de "IV Gekroonden" Art. 19.Sinds 1993 wordt een jaarlijkse premie van 57,51 EUR toegekend aan alle werknemers onder contract op 8 november die sinds 8 november van het voorgaande jaar minstens 1 dag gepresteerd hebben. Sinds 1 januari 1994 is deze premie geïndexeerd op basis van het indexcijfer van de maand die de betaling voorafgaat. Deze bepaling is niet meer van toepassing sinds de overeenkomst 2005-2006. De premie is geëvolueerd als volgt : EUR 1993 57,51 1994 58,08 1995 58,65 1996 59,84 1997 61,03 1998 61,65 1999 70,92 2000 72,68 2001 74,54 2002 75,51 2003 76,71 2004 78,03 2005 78,03 2006 78,03 2007 78,03 2008 78,03 2009 78,03 2010 78,03 2011 78,03 2012 78,03 2013 78,03 2014 78,03 De dag van de "IV Gekroonden" (8 november) wordt uitgesteld als deze op een zaterdag of op een zondag valt. HOOFSTUK VIII. - Zaterdagwerk Art. 20.De werknemer die door de werkgever word opgeroepen om op zaterdag vanaf 6 uur in de ochtend te komen werken, ontvangt een overloon van 35 pct., met uitzondering van :
- a)het personeel dat in het stelsel van de 6-dagenweek werkt;
- b)het personeel dat in drie ploegen werkt, waarvoor het overloon op maximaal 40 uren/week wordt berekend;
- c)het personeel dat op zaterdag overuren verricht en het wettelijk overloon geniet. HOOFDSTUK IX. - Terugbetaling van de vervoerskosten Art. 21.Onverminderd de toepassing van de wettelijke bepalingen betreffende de financiële bijdrage van de werkgevers in de prijs van het vervoer van de werknemers, ontvangen de werknemers een geïndexeerde vergoeding van 0,0870 EUR per effectief gewerkt uur tegen het indexcijfer 100,13. Voor de werknemers die een productiepremie ontvangen, wordt deze vergoeding afgetrokken van de genoemde premie, naar verhouding van : - 0,0471 EUR per uur in de arbeidsregeling van 40 uren/week; - 0,0471 EUR per uur in de arbeidsregeling van 39 uren/week; - 0,0471 EUR per uur in de arbeidsregeling van 38 uren/week; Bij gebruik van het openbaar vervoer en onverminderd de toepassing van de geïndexeerde vergoeding van 0,0870 EUR per effectief gewerkt uur vastgesteld in artikel 21, bedraagt de werkgeversbijdrage 75 pct. van het weekabonnement van het openbaar vervoer. Er wordt verwezen naar de tarieven van het algemeen barema van collectieve arbeidsovereenkomst nr. 19. Vanaf 1 januari 2013 bedraagt, bij gebruik van eigen vervoer en onverminderd de toepassing van de geïndexeerde vergoeding van 0,0870 EUR per effectief werkelijk gewerkt uur vastgesteld in artikel 21 in geval van gebruik van openbaar vervoer, de werkgeversbijdrage 52 pct. van het weekabonnement van het openbaar vervoer. Voor de arbeiders die zich met de fiets verplaatsen, gebeurt de terugbetaling volgens de wettelijke bepalingen. Art. 22.De terugbetaling geschiedt minstens maandelijks. HOOFDSTUK X. - Werkzekerheid Art. 23.Sinds 1 januari 2011, op gebied van tewerkstelling, vermindering tot vier opeenvolgende arbeidsovereenkomsten van bepaalde duur voor een totale tewerkstellingsduur van 24 maanden. De werkgevers zullen in de mate van het mogelijke de nodige inspanningen doen om het huidige tewerkstellingsniveau niet te wijzigen. Mocht de toestand verslechteren, zullen de werkgevers er in de mate van het mogelijke voor zorgen om, na overleg tussen de partijen, een beurtregeling op te stellen voor het tijdelijk werkloos personeel om economische redenen, om de gevolgen ervan voor de betrokken werknemers te beperken. Indien een onderneming in de toekomst onvermijdelijk met ernstige economische moeilijkheden te maken krijgt, brengt de directie van deze onderneming de vakbondsafgevaardigden hiervan vooraf op de hoogte en wint zij hun advies in over de maatregelen die volgens haar op sociaal niveau moeten worden genomen. Tijdens het overleg dat hierop volgt, bevelen de partners, in het kader van de in uitzicht geplaatste maatregelen aan, dat de wet van 26 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen sluiten betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen (Belgisch Staatsblad van 1 april 1999) onder de loep wordt genomen. HOOFDSTUK XI. - Arbeidsduur Art. 24.Sinds 1 juli 2005 bestaan er vier arbeidstijdregelingen :
- a)arbeidstijdregeling van 40 uren/week met toekenning van 18 inhaalrustdagen;
- b)arbeidstijdregeling van 39 uren/week met toekenning van 12 inhaalrustdagen;
- c)arbeidstijdregeling van 38 uren/week met toekenning van 6 inhaalrustdagen;
- d)arbeidstijdregeling van 37 uren/week zonder toekenning van inhaalrustdagen. HOOFDSTUK XII. - Opleidingsvergoeding Art. 25.Voor het jaar 2013 wordt een opleidingsvergoeding toegekend van 120,27 EUR, verhoogd met 5,5 pct. voor administratiekosten. Ook voor 2014 bedraagt deze vergoeding 120,27 EUR, die in e loop van het jaar moet worden uitbetaald (boven op de administratiekosten). Overeenkomstig hoofdstuk XVII van deze collectieve arbeidsovereenkomst, worden deze vergoedingen gestort aan het "Sociaal Fonds voor de werklieden van het groefbedrijf". HOOFDSTUK XIII. - Missie en syndicale vorming Art. 26.Het krediet dat voor de vormingscursussen wordt toegekend bedraagt 5 dagen per jaar en per gewoon of plaatsvervangend afgevaardigde in het comité voor veiligheid en gezondheid en in de ondernemingsraad. Dit krediet vormt een totaal dat de vakorganisaties kunnen aanwenden, in overeenstemming met de in het paritair subcomité vertegenwoordigde werkgevers. De afgevaardigden beschikken over de nodige tijd voor het uitoefenen van hun syndicale taken. Als deze taken een bezoek buiten de onderneming vergen, zal de vakbondssecretaris de werkgever hiervan binnen een redelijke termijn op de hoogte brengen. De syndicale taken buitenshuis worden uitgebreid om het voor de afgevaardigden mogelijk te maken om de begrafenis bij te wonen van ouders en verwanten in de eerste graad van een werknemer en dit ongeacht het statuut van deze laatste. Bij een interne opdracht moeten de afgevaardigden hun hiërarchische oversten hiervan op de hoogte brengen. HOOFDSTUK XIV. - Vergoedingen voor arbeidsongevallen Art. 27.De vergoedingen voor arbeidsongevallen zullen worden betaald zodra de verzekeringsinstelling het ongeval heeft erkend en tijdens dezelfde periodes als die welke gelden voor de betaling van de lonen. HOOFDSTUK XV. - Hospitalisatieverzekering Art. 28.De werkgever verbindt zich ertoe een sectorale hospitalisatieverzekering (collectief contract) te onderschrijven voor alle werknemers met minstens één jaar anciënniteit in de sector. Vanaf 1 januari 2013 bedraagt de jaarlijkse tegemoetkoming van de werkgever 146,52 EUR per werknemer. De werkgevers dragen tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve arbeidsovereenkomst voor 100 EUR bij tot de vrijstelling, naar rato van één ongeval per schadejaar. De werkgevers verbinden zich er enerzijds toe om met de directie van het verzekeringsorganisme besprekingen te voeren om zo de verschillende disfuncties die uit deze verzekering voortkomen te regelen, en anderzijds om de voorwaarden in bulk opnieuw te onderhandelen met de ondernemingen in Zinnik, zulks met het oog op een betere dekking van de hospitalisatieverzekering. De waarborg aan de bruggepensioneerden wordt uitgebreid met de gelijkwaardige franchisemogelijkheden tot de actieve werknemers op vrijwillige basis, uiterlijk op de datum waarop het brugpensioen ingaat. HOOFDSTUK XVI. - Geschenkcheque Art. 29.Vanaf 2013 ontvangen alle werknemers die in het personeelsregister zijn ingeschreven en die in de loop van het referentiejaar 1 dag gepresteerd hebben, ter gelegenheid van Sint-Niklaas, elk jaar een geschenkcheque van 35 EUR. Deze cheque vervangt de cheque die tevoren werd toegekend ter gelegenheid van het feest van de Franse Gemeenschap. HOOFDSTUK XVII. - Syndicale premie Art. 30.Vanaf 2013 verbinden de werkgevers zich ertoe om uiterlijk op 31 januari van het volgende jaar aan de V.Z.W. "Sociaal Fonds voor de werklieden van het groefbedrijf" waarvan de zetel gevestigd is te Brussel, Hoogstraat 26-28, een bedrag te storten van 135 EUR per jaar + administratieve kosten per werknemer die op 31 december van het voorgaande jaar effectief in het personeelsregister is ingeschreven alsmede voor de bruggepensioneerde werknemers. Voor iedere werknemer die tijdens de referentieperiode meer dan één jaar afwezig is, stort de onderneming niet in het fonds. Met dit bedrag kan het sociaal fonds aan de werknemers een premie van 135 EUR toekennen. Deze bedragen worden niet geïndexeerd. Art. 31.De storting die per werkgever en per onderneming geschiedt, is afhankelijk van de naleving van de voorwaarden betreffende de verzoenings- en opzeggingsprocedures in geval van stopzetting van de arbeid en zij wordt verricht wanneer het werk in de onderneming noch collectief, noch individueel wordt belemmerd. Elke actie die tot gevolg heeft dat de in het eerste lid van dit artikel vermelde punten niet in acht worden genomen, kan leiden tot een vermindering met één vierde van de storting; de beslissing van de werkgevers wordt slechts genomen nadat er in aanwezigheid van de vertegenwoordigers van de vakorganisaties een onderzoek is verricht. Art. 32.De premie wordt door de V.Z.W. "Sociaal Fonds voor de werklieden van het groefbedrijf", Hoogstraat 26-28 te Brussel, aan de rechthebbenden betaald en door het fonds pro rata temporis verdeeld onder de werknemers die aangesloten zijn bij één van de drie erkende vakorganisaties en tewerkgesteld in de hardsteengroeven op 31 december alsook onder de gepensioneerde, de bruggepensioneerde werknemers, de werknemers ontslagen wegens economische redenen, de werknemers die hun militaire dienstplicht vervullen, de werknemers die een individuele opleiding in de onderneming volgen alsmede aan de rechthebbenden van de tijdens het referentiejaar overleden werknemers. Art. 33.De rekeningen van de V.Z.W. "Sociaal Fonds voor de werklieden van het groefbedrijf" worden, voor goedkeuring éénmaal per jaar en uiterlijk op 1 juni, voorgelegd aan de vertegenwoordiger van de werkgevers en aan het Paritair Subcomité voor het bedrijf van de hardsteengroeven en der groeven van uit te houwen kalksteen in de provincie Henegouwen. HOOFDSTUK XVIII. - Tijdelijke werkloosheid Art. 34.Onverminderd de bepalingen van de artikelen 27 en 50 van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten (Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978), hebben de in artikel 1 bedoelde werknemers, ten laste van hun werkgever, recht op de betaling van een dagelijkse uitkering in geval van volledige of gedeeltelijke schorsing van de arbeid wegens tijdelijke werkloosheid. Art. 35.Vanaf 1 januari 2013 waarborgt de aanvullende werkloosheidsuitkering 90 pct. van het normaal netto dagloon (premies inbegrepen) verhoogd met het werkgeversaandeel van de maaltijdcheque. Voor de werknemers die geen recht hebben op een werkloosheidsuitkering, zullen de werkgevers, in de mate van het mogelijke, proberen om hen in te schakelen voor verschillende taken, aangepast aan de omstandigheden van het ogenblik. Ingeval zij niet kunnen worden tewerkgesteld, zal de aanvullende vergoeding berekend worden in verhouding tot een theoretische werkloosheidsuitkering; dit wil zeggen die zij als rechthebbenden zouden hebben ontvangen. Art. 36.De beslissing om de arbeid al dan niet te onderbreken wordt genomen door de werkgever (in geval van stopzetting, door gebruikelijke aanplakking medegedeeld aan het personeel) die de arbeidsproblemen onderzoekt en zowel binnen als buiten het bedrijf alle mogelijk informatie inwint over de mogelijke evolutie van de technische en klimatologische omstandigheden. In geval van betwisting wordt deze beslissing genomen na rechtstreeks contact met de hoofdafgevaardigde van de arbeiders vergezeld van - daar waar er één bestaat - een afgevaardigde van het comité voor veiligheid en gezondheid en, indien nodig, na een paritaire vergadering met de afgevaardigden van de werkgevers en van de arbeiders van de ondernemingen van het bekken. Deze vergadering wordt, indien mogelijk, de dag zelf dringend bijeengeroepen. Zodra de beslissing omtrent de onderbreking van de arbeid valt, is de informatie uiterlijk om 21 uur beschikbaar op het hiervoor voorziene telefonisch antwoordapparaat. De procedure voor heroproeping van de personeelsleden in geval van werkloosheid wegens slechte weersomstandigheden zal worden verbeterd. De beslissing over het hervatten van de arbeid en de betreffende datum van de hervatting wordt aan het personeel volgens dezelfde procedure medegedeeld. Art. 37.De oorzaken buiten het bedrijf, zoals de gedeeltelijke of totale immobiliteit van het vervoer, de schorsing van de arbeid bij leveranciers of kopers, geven geen aanleiding tot de betaling van de uitkering indien de onderneming, die enkel om deze onafhankelijke redenen de arbeid moet staken, haar personeel hierom werkloos stelt. Art. 38.De in artikel 35 bedoelde dagvergoeding is alleen dan aan de in deze overeenkomst beoogde werklieden verschuldigd, wanneer zij tijdens gedurende de uren die de schorsing van de arbeid onmiddellijk voorafgaan (bijvoorbeeld : de vooravond) persoonlijk blijk hebben gegeven van de noodzakelijke goede wil in klimatologische omstandigheden die door sneeuw, vorst of ijzel worden bemoeilijkt. In het bijzonder, ingeval van sneeuw en/of ijzel die tijdens deze uren optreedt, moet het personeel ingestemd hebben om de doorgangen en de werkplaats vrij te maken zodat er kan worden voortgewerkt tot de werkgever oplegt het werk te staken. Deze arbeidsprestaties moeten onder normale voorwaarden qua veiligheid voor de betrokken werknemers worden verricht. Art. 39.De vergoeding wordt niet toegekend voor de dagen slecht weer wegens vorst, sneeuw of ijzel tijdens periodes van staking of lock-out. Art. 40.Ingeval dit nodig is en zonder dat hij hierop systematisch een beroep doet, heeft de werkgever de mogelijkheid de in artikel 35 bedoelde werknemers te werk te stellen in een andere sector die niet afhankelijk is van het slechte weer en/of van economische redenen, en arbeid te laten verrichten die overeenstemt met hun bekwaamheden. Art. 41.Een bijkomende vergoeding, berekend op 2,5 pct. van het normaal netto dagloon, wordt uitsluitend in geval van werkloosheid wegens slecht weer uitbetaald. Deze bijkomende vergoeding compenseert de gevolgen van het niet gelijkstellen van de dagen die verloren zijn gegaan door de "Kas voor jaarlijkse vakantie" voor de periode van 1 januari tot 31 december van het voorgaande jaar. De toeslag wordt betaald bij de eerste uitbetaling die volgt op 30 juni. Deze vergoeding wordt verhoogt met 5 pct. van het normaal netto dagloon voor de arbeiders die, op het ogenblik van het slechte weer, een loon ontvangen dat lager ligt dat van de eerste categorie van de loonschaal. Art. 42.De in artikel 35 bedoelde werknemers hebben recht op de betaling van de vergoeding voor zover :
- a)zij zonder onderbreking in dezelfde onderneming in dienst van hun werkgever zijn gebleven, gedurende minstens één maand die de onderbreking van de arbeid in de onderneming onmiddellijk voorafgaat;
- b)zij vóór de datum van de uitbetaling van de vergoeding hun arbeidsovereenkomst niet hebben opgezegd of niet om dringende redenen door hun werkgever zijn ontslagen. Art. 43.De vergoeding wordt rechtstreeks aan de werknemer betaald door de werkgever die hem tewerkstelt. De betaling van de vergoeding gebeurt op de gewone dag van de uitbetaling van de lonen voor de periode waarin de arbeid is geschorst of op een tussen de werkgever en de vakbondsafvaardiging overeen te komen datum. Art. 44.Duur van de vergoeding De vergoedingen vastgesteld in hoofdstuk XVIII zijn verschuldigd tot maximum 220 werkdagen per kalenderjaar, in het stelsel van de vijfdaagse werkweek. HOOFDSTUK XIX. - Anciënniteitsverloven Art. 45.Vanaf 1 januari 2013 wordt jaarlijks een betaalde verlofdag toegekend aan de werknemer, op de verjaardag van zijn indiensttreding na 7 jaar anciënniteit in de onderneming, en vervolgens één dag per 5 jaar anciënniteit (5 maal, na 12, 17, 22, 27 en 32 jaar) met een maximum van 6 dagen per jaar. De langdurig zieken zijn van dit voordeel uitgesloten. Voor de uitzendkrachten en de werknemers met een overeenkomst van bepaalde duur, wordt voor de berekening van het anciënniteitsverlof de totale duur van de prestaties in aanmerking genomen. Als een werknemer een ondernemingen verlaat voor een andere onderneming van deze sector, met een onderbreking van minder dan 8 dagen, en ongeacht het statuut van de werknemer, wordt de voor de berekening van het anciënniteitsverlof de totale duur van de prestaties in aanmerking genomen. HOOFDSTUK XX. - Geval van overlijden Art. 46.Er wordt een vergoeding van 2 974,72 EUR uitbetaald aan de persoon die de begrafeniskosten op zich neemt van een werknemer die overleden is ten gevolge van een arbeidsongeval of op weg van of naar het werk. De rechthebbende bezorgt een bewijs van overlijden en een attest van het ziekenfonds, waaruit blijkt dat hij wel degelijk rechthebbende is. HOOFDSTUK XXI. - Beperking van het beroep op externe firma's Art. 47.De sociale partners wensen voorrang te geven aan de tewerkstelling van de werknemers uit de sector. De werkzaamheden die gewoonlijk een permanent karakter hebben, worden, voor zover mogelijk, niet uitbesteed. Bij moeilijkheden in verband met de aanstelling, verbinden de werkgevers zich ertoe het thema onderaanneming opnieuw te bespreken en zij verbinden zich ertoe een aangepaste herinschakeling voor te stellen, mits het personeel opleiding krijgt. De ondernemingsdirecties, die verantwoordelijk zijn voor het beheer en het inschakelen van onderaannemers, erkennen het recht op informatie van het personeel en zijn vertegenwoordigers. Zij verbinden zich ertoe de dialoog met de vertegenwoordigers van het personeel te verbeteren waarbij de respectievelijke rol van de vakbondsafvaardiging en van de ondernemingsraad voorrang krijgt. De directies zullen vooraf informatie verstrekken over alle werkzaamheden die bekend en gepland zijn. De bijzondere modaliteiten van de informatieprocedure en van de inhoud van de informatie zullen plaatselijk worden verduidelijkt waarbij de reeds bestaande praktijken in acht worden genomen. De collectieve arbeidsovereenkomst nr. 53, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, zal worden nageleefd (koninklijk besluit van 2 april 1993, Belgisch Staatsblad van 29 april 1993). HOOFDSTUK XXII. - Bevordering van de tewerkstelling Art. 48.De partijen komen overeen om in 2013 40 pct. van de loonmassa aangegeven bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aan te wenden ten behoeve van het "Centre de formation aux métiers de la pierre" (CEFOMEPI). Dit bedrag blijft voor 2014 vastgesteld op 40 pct. De opdrachten van het CEFOMEPI zouden kunnen uitgebreid worden tot technische en onderhoudsopleiding ten bedrage van 0,15 pct. voor een opleiding die specifiek is voor de onderneming. De partijen verbinden zich ertoe de situatie op het vlak van risicogroepen en bijkomende opleidingsinspanningen vóór 1 september 2014 te onderzoeken. HOOFDSTUK XXIII. - Maaltijdcheques Art. 49.Voor iedere effectieve werkdag zal aan elke werknemer een maaltijdcheque worden toegekend. Sinds 1 juni 2009 bedraagt de nominale waarde van een maaltijdcheque minimaal 5,29 EUR. Vanaf 1 januari 2014 zal de nominale waarde van een maaltijdcheque minimaal 5,39 EUR bedragen. De bijdrage van de werknemer zal 1,09 EUR per maaltijdcheque bedragen. Deze bijdrage zal worden ingehouden op het loonbriefje volgens de modaliteiten die op ondernemingsniveau moeten worden vastgesteld. De maaltijdcheque wordt afgeleverd op naam van de werknemer. Om aan deze voorwaarde te voldoen zullen de toekenning van de maaltijdcheques en de betreffende gegevens op de individuele rekening van de werknemer vermeld worden. Op elke maaltijdcheque wordt duidelijk vermeld dat deze slechts kan worden gebruikt voor het betalen van een maaltijd of voor de aankoop van gebruiksklare levensmiddelen. Zij blijven van toepassing voor de bedrijven die gunstigere voorwaarden hanteren. HOOFDSTUK XXIV. - Wettelijk kader Art. 50.De bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst houden rekening met de maatregelen vastgesteld in de nota van 13 mei 2013 van de heer Cox betreffende de loonnorm. HOOFDSTUK XXV. - Clausule inzake sociale vrede Art. 51.De sociale vrede is gewaarborgd gedurende de volledige duur van de overeenkomst. HOOFDSTUK XXVI. - Verlenging van de bestaande akkoorden Art. 52.De bestaande akkoorden, niet gewijzigd door deze collectieve arbeidsovereenkomst, blijven van toepassing. HOOFDSTUK XXVII. - Werknemers met verminderde bekwaamheid Art. 53.Na raadpleging van de sociale organen en in de mate van het mogelijke, zal men prioriteit geven aan de indienstneming, integratie en aan het werk houden van personen met verminderde mentale en/of fysieke bekwaamheid die al dan niet het gevolg zijn van een (arbeids)ongeval of een (beroeps)ziekte. HOOFDSTUK XXVIII. - Groepsverzekering Art. 54.Een werkgeversbijdrage gelijk aan 1 pct. van de loonmassa wordt uitgetrokken voor de groepsverzekering van de sector. HOOFDSTUK XXIX. - Carenzdag Art. 55.Met ingang van 9 december 2013 is de carenzdag afgeschaft. HOOFDSTUK XXX. - Overeenkomsten van het type CAO 90 Art. 56.In 2014 worden twee collectieve arbeidsovereenkomsten van het type "CAO 90" gesloten ten gunste van alle werknemers in de bedrijven van de sector, mits inachtneming van het volgende kader : Criteria die op ondernemingsniveau moeten worden vastgesteld - De eerste CAO 90 geldt voor het 1ste semester van 2014, de tweede voor het tweede semester van 2014; - De brutobedragen worden, als de doelstellingen worden bereikt, vastgesteld op 100 EUR voor het eerste semester 2014 en op 100 EUR voor het tweede semester 2014 (deze bedragen zijn onderworpen aan de RSZ-bijdrage van 13,07 pct. en zijn belastingvrij). HOOFDSTUK XXXI. - Geldigheidsduur Art. 57.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2013 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2014. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 28 september 2016. De Minister van Werk, K. PEETERS