30 AUGUSTUS 2016. - Koninklijk besluit houdende maatregelen betreffende de bestrijding van de vesiculaire varkensziekte FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de Grondwet, artikel 108; Gelet op de dierengezondheidswet van 24 maart 1987, artikel 7, artikel 8, artikel 9, 1°, 2°, 3° en 4°, artikel 15, 1° en 2°, gewijzigd bij de wet van 1 maart 2007 en artikel 17, gewijzigd bij de wetten van 23 december 2005 en 20 juli 2006; Gelet op de wet van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten, artikel 4, eerste lid, 1° ; Gelet op de wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/02/2000 pub. 18/02/2000 numac 2000022108 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen sluiten houdende oprichting van het federaal Agentschap voor de Veiligheid van de voedselketen, artikel 4, §§ 1 tot 3, gewijzigd bij de wet van 22 december 2003, en § 6, ingevoegd bij de wet van 13 juli 2001 en aangevuld bij de wet van 9 juli 2004, en artikel 5, tweede lid, 13°, gewijzigd bij de wet van 22 december 2003; Gelet op het koninklijk besluit van 16 november 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/11/2001 pub. 24/11/2001 numac 2001022869 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende het toevertrouwen van bijkomende opdrachten aan het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen sluiten houdende het toevertrouwen van bijkomende opdrachten aan het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, artikel 2, d); Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 18 augustus 2015; Gelet op het overleg tussen de Gewestregeringen en de Federale Overheid op 10 december 2015; Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, d.d. 28 januari 2016; Gelet op advies 59.303/3 van de Raad van State, gegeven op 20 mei 2016, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Op de voordracht van de Minister van Landbouw, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied en definities Artikel 1.Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 92/119/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen tot vaststelling van algemene communautaire maatregelen voor de bestrijding van bepaalde dierziekten en van specifieke maatregelen ten aanzien van de vesiculaire varkensziekte. Art. 2.§ 1. Voor de toepassing van dit besluit gelden de definities van het koninklijk besluit van 1 juli 2014Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/07/2014 pub. 11/07/2014 numac 2014018239 bron federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Koninklijk besluit tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor varkens en tot vaststelling van de toelatingsvoorwaarden voor varkensbedrijven sluiten tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor varkens en tot vaststelling van de toelatingsvoorwaarden voor varkensbedrijven. § 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verder verstaan onder: 1° ziekte : vesiculaire varkensziekte;2° dier : elk huisdier van een soort dat een rol kan spelen in de epidemiologie van de ziekte;3° Varken: dier van de familie van de Suidae, met uitzondering van wilde varkens;4° verdacht besmet varken : elk varken dat rechtstreeks of onrechtstreeks in contact kan zijn geweest met het ziekteverwekkend agens;5° verdacht aangetast varken : elk varken dat klinische symptomen of letsels vertoont die aanleiding kunnen geven tot een gegronde verdenking van de ziekte;6° aangetast varken : elk varken waarbij de ziekte officieel werd vastgesteld door een laboratoriumonderzoek uitgevoerd door het nationale referentielaboratorium;7° seropositief varken : elk varken waarvan een serologisch onderzoek aantoont dat het drager is van antistoffen tegen de vesiculaire varkensziekte;8° bevestiging van de besmetting : verklaring van het Agentschap van de aanwezigheid van de ziekte, op basis van de resultaten van laboratoriumonderzoek.In geval van een epidemie kan het Agentschap de aanwezigheid van de ziekte echter ook bevestigen op grond van klinisch en/of epidemiologisch onderzoek; 9° haard: elk bedrijf waar de besmetting door de ziekte is bevestigd;10° buurt- of contactbedrijf : elk bedrijf waar varkens worden gehouden en dat door de ligging ervan of dat door verplaatsing van personen, dieren, voertuigen of ander materiaal contact gehad heeft met een bedrijf onder verdenking of met een haard en waarbij het agens van de ziekte kan overgebracht zijn;11° vector : elk gewerveld of ongewerveld dier dat, langs mechanische, dan wel langs biologische weg, het ziekteverwekkend agens kan overdragen en verspreiden;12° incubatietijd: de tijd die kan verlopen tussen de blootstelling aan het agens van de ziekte en de eerste klinische symptomen.De incubatietijd van de ziekte bedraagt 28 dagen; 13° Agentschap: het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen;14° officiële dierenarts: dierenarts van het Agentschap;15° Minister: de Minister bevoegd voor Landbouw;16° eigenaar of verantwoordelijke: de natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar van de varkens is, of die belast is met de verzorging van de betrokken varkens, al dan niet tegen financiële vergoeding;17° verklikkervarkens: varkens die op de aanwezigheid van antistoffen tegen het virus van vesiculaire varkensziekte zijn gecontroleerd en negatief zijn bevonden. HOOFDSTUK 2. - Algemene bepalingen Art. 3.Dit besluit bepaalt de bestrijdingsmaatregelen die dienen te worden toegepast bij verdenking of bevestiging van de ziekte. HOOFDSTUK 3. - Verdenking van de ziekte Art. 4.Wanneer zich op een bedrijf verdacht besmette of verdacht aangetaste varkens bevinden, plaatst de officiële dierenarts onverwijld het bedrijf onder verdenking en start een onderzoek om na te gaan of de betrokken ziekte al dan niet aanwezig is. In het bijzonder neemt hij passende monsters voor laboratoriumonderzoek of laat deze nemen. Art. 5.In het bedrijf waar varkens seropositief bevonden worden die niet beantwoorden aan de bepalingen van artikel 9 worden na een periode van minstens achtentwintig dagen aanvullende serologische onderzoeken verricht. De maatregelen van hoofdstuk 3 blijven van toepassing tot de voltooiing van deze aanvullende onderzoeken. Indien bij latere onderzoeken geen symptomen van de ziekte worden aangetroffen en de varkens nog altijd seropositief zijn, worden deze seropositieve varkens afgemaakt en vernietigd of onder controle geslacht in een door de officiële dierenarts aangewezen slachthuis. Art. 6.§ 1. In het bedrijf onder verdenking voert de officiële dierenarts de volgende maatregelen uit : 1° telling van alle categorieën van varkens en voor iedere categorie telling van het aantal varkens die reeds gestorven zijn, verdacht besmet of verdacht aangetast zijn.Deze telling wordt door de verantwoordelijke dagelijks bijgewerkt met het aantal varkens dat tijdens de verdenking wordt geboren of sterft. Deze gegevens moeten desgevraagd worden voorgelegd aan de officiële dierenarts; 2° een epidemiologisch onderzoek overeenkomstig hoofdstuk 5; § 2. De volgende maatregelen zijn van kracht op het bedrijf onder verdenking : 1° alle varkens worden er op stal gehouden of op een andere plaats ondergebracht waar zij kunnen worden afgezonderd;2° elke verplaatsing van varkens van en naar het bedrijf is verboden;3° elke verplaatsing van personen, van andere dieren dan varkens en van voertuigen van en naar het bedrijf evenals elke verplaatsing van vlees of kadavers van dieren, van diervoeders, materiaal, afval, uitwerpselen, strooisel, mest of alles dat de ziekte kan overdragen, is onderworpen aan de toestemming van de officiële dierenarts.De officiële dierenarts bepaalt de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om ieder gevaar van verspreiding van de ziekte uit te sluiten. 4° bij de in- en uitgangen van de gebouwen, lokalen of plaatsen waar de varkens zijn gehuisvest, en van het bedrijf zelf dient gezorgd te worden voor passende ontsmettingsvoorzieningen volgens de onderrichtingen van de officiële dierenarts. Art. 7.In afwachting van het inwerking treden van de in artikel 6 bedoelde maatregelen treft de verantwoordelijke van elk verdacht besmet of verdacht aangetast varken, alle voorzorgsmaatregelen om te voldoen aan hetgeen bepaald is in artikel 6, met uitzondering van paragraaf 1, 2°. Art. 8.De officiële dierenarts heft de in de artikelen 4 en 6 bedoelde maatregelen pas op wanneer de verdenking weerlegd is. HOOFDSTUK 4. - Maatregelen in de haard Art. 9.De ziekte wordt bevestigd op een bedrijf waar : 1° het virus van deze ziekte is geïsoleerd, hetzij bij de varkens, hetzij in de omgeving;2° seropositieve varkens verblijven voor zover deze varkens of andere varkens die er verblijven kenmerkende letsels en/of symptomen van deze ziekte vertonen;3° seropositieve varkens of varkens, die klinische symptomen vertonen, verblijven en als dit bedrijf een buurt- of contactbedrijf is. Art. 10.§ 1. Zodra de besmetting met de ziekte op een bedrijf bevestigd is, verklaart de officiële dierenarts het bedrijf tot haard. Hij betekent de verklaring tot haard aan de verantwoordelijke. § 2. In aanvulling van de in artikel 6 bedoelde maatregelen past de officiële dierenarts ook de volgende maatregelen toe : 1° onmiddellijke afmaking en vernietiging van alle varkens ;2° vernietiging of behandeling op passende wijze, overeenkomstig zijn instructies, van alle stoffen en afval, zoals voeder, strooisel, mest en drijfmest, die mogelijk zijn besmet;3° na uitvoering van de onder de bepalingen 1° en 2° bedoelde werkzaamheden, het reinigen en ontsmetten, overeenkomstig artikel 25, van de gebouwen waar de varkens gehuisvest worden, evenals de omgeving daarvan, de gebruikte vervoermiddelen en al het andere materieel dat kan zijn besmet. Art. 11.§ 1. De officiële dierenarts geeft pas toestemming om weer varkens in het bedrijf binnen te brengen onder de volgende voorwaarden : 1° ten vroegste vier weken na de eerste volledige reiniging en ontsmetting van de haard zoals bepaald in artikel 26;2° alle aangevoerde varkens moeten vooraf klinisch en serologisch onderzocht zijn volgens de onderrichtingen van het Agentschap en seronegatief zijn;3° alle varkens moeten binnen een periode van 8 dagen in het bedrijf aankomen;4° geen enkel varken mag het bedrijf verlaten gedurende een periode van zestig dagen die ingaat op de dag waarop het laatste varken is toegevoegd;5° ten vroegste na achtentwintig dagen moeten alle varkens klinisch en een representatief aantal varkens serologisch onderzocht worden volgens de onderrichtingen van het Agentschap. § 2. Indien in het bedrijf varkens met buitenbeloop gehouden worden dan dient voorafgaand met verklikkervarkens herbevolkt te worden volgens de onderrichtingen van het Agentschap. § 3. Vlees van uit de haard afkomstige varkens, die werden geslacht in de periode tussen de datum van vermoedelijke insleep van de ziekte en de tenuitvoerlegging van de officiële maatregelen, wordt opgespoord en onder officieel toezicht vernietigd om verspreiding van het virus van de vesiculaire varkensziekte te voorkomen. HOOFDSTUK 5. - Epidemiologisch onderzoek Art. 12.Het epidemiologisch onderzoek betreft : 1° de duur van de periode waarin de ziekte op het bedrijf aanwezig kan zijn;2° de mogelijke oorsprong van de ziekte in het bedrijf en de identificatie van buurt- of contactbedrijven;3° de verplaatsingen van personen, dieren, kadavers, voertuigen, materieel en alle andere stoffen die het ziekteverwekkende agens van en naar een bedrijf kunnen hebben gebracht;4° de aanwezigheid en verspreiding van vectoren van de ziekte. Art. 13.Met het oog op de coördinatie van dit onderzoek wordt een ziektebestrijdingscentrum opgericht door het Agentschap. HOOFDSTUK 6. - Maatregelen in de buurt- of contactbedrijven Art. 14.§ 1. De officiële dierenarts plaatst alle buurt- of contactbedrijven onder verdenking en past er de maatregelen van hoofdstuk 3 toe. § 2. De officiële dierenarts kan de in artikel 10, § 2, bedoelde maatregelen ook uitvoeren in de buurt- of contactbedrijven van een haard wanneer door de ligging ervan en/of door de aard van de contacten er een ernstig vermoeden is van besmetting. Art. 15.Wanneer artikel 14 van toepassing is voor een buurt- of contactbedrijf van een haard dan blijven de maatregelen bepaald in hoofdstuk 3 gelden gedurende ten minste een periode van 28 dagen, te rekenen vanaf het tijdstip waarop de besmetting vermoedelijk heeft plaatsgehad. Indien het tijdstip van besmetting niet gekend is, dient het tijdstip van verklaring tot haard van toepassing te zijn. Art. 16.§ 1. In buurt- en contactbedrijven zijn de bepalingen van artikelen 14 en 15 van toepassing. § 2. Deze bepalingen blijven van kracht tot : 1° de varkens klinisch zijn onderzocht met negatief resultaat;2° bij een serologisch onderzoek van een statistisch representatief aantal monsters volgens de onderrichtingen van het Agentschap van de varkens geen antilichamen van het virus van de vesiculaire varkensziekte zijn aangetroffen. § 3. De onder paragraaf 2 bedoelde onderzoeken mogen pas worden uitgevoerd achtentwintig dagen na het contact of de verklaring tot haard. HOOFDSTUK 7. - Maatregelen in de beschermings- en toezichtsgebieden Art. 17.Zodra de besmetting bevestigd is, bakent het Agentschap rond de haard een beschermingsgebied af met een straal van ten minste 3 kilometer, en daar rond een toezichtsgebied met een straal van ten minste 10 kilometer. Hij meldt de verklaring van de besmetting aan de verantwoordelijke. Art. 18.Indien de in artikel 19, 3°, en artikel 22, 2°, bedoelde verbodsbepalingen langer dan dertig dagen worden gehandhaafd en indien als gevolg daarvan het onderbrengen van de varkens problemen oplevert, kan de officiële dierenarts, indien de verantwoordelijke een met redenen omkleed verzoek daartoe heeft ingediend, toestemming verlenen om de varkens van een bedrijf in het beschermingsgebied, respectievelijk het toezichtsgebied, af te voeren en te verplaatsen op voorwaarde dat : 1° de feiten zijn vastgesteld;2° alle varkens op het bedrijf zijn geïnspecteerd;3° de af te voeren varkens klinisch zijn onderzocht, en geen enkel varken verdacht aangetast is;4° de varkens geïdentificeerd zijn conform de bepalingen van het koninklijk besluit van 1 juli 2014Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/07/2014 pub. 11/07/2014 numac 2014018239 bron federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Koninklijk besluit tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor varkens en tot vaststelling van de toelatingsvoorwaarden voor varkensbedrijven sluiten tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor varkens en tot vaststelling van de toelatingsvoorwaarden voor varkensbedrijven;5° het bedrijf van bestemming gelegen is in het beschermingsgebied of in het toezichtsgebied. De nodige voorzorgen moeten worden genomen om verspreiding van het ziekteverwekkend agens te voorkomen, in het bijzonder wat de reiniging en ontsmetting van de voertuigen na elke rit betreft. HOOFDSTUK 8. - Maatregelen tegen vesiculaire varkensziekte in het beschermingsgebied Art. 19.In het beschermingsgebied zijn volgende maatregelen van toepassing : 1° het Agentschap inventariseert de bedrijven en de hierin gehouden varkens;2° onverminderd het koninklijk besluit van 15 februari 1995 houdende bijzondere maatregelen van epidemiologisch toezicht op en preventie van aangifteplichtige varkensziekten worden alle bedrijven waar varkens gehouden worden op gezette tijden bezocht.De frequentie van deze bezoeken hangt af van de ernst van de ziekte in de bedrijven die het grootste risico inhouden en wordt nader bepaald door het Agentschap. De varkens worden klinisch onderzocht en in voorkomend geval worden monsters voor laboratoriumonderzoek genomen. De gegevens en de resultaten van die bezoeken worden geregistreerd; 3° verkeer en vervoer van varkens over openbare of particuliere wegen, is verboden.Het Agentschap kan evenwel afwijkingen toestaan voor de doorvoer van varkens over de weg of per trein, op voorwaarde dat de varkens niet worden uitgeladen en dat nergens halt wordt gehouden; 4° voertuigen en de hierbij gebruikte uitrusting, die binnen het beschermingsgebied gebruikt worden voor het vervoer van dieren of mogelijkerwijze besmet materiaal, met name voeder, mest, drijfmest, mogen een bedrijf binnen het beschermingsgebied of het beschermingsgebied zelf of een slachthuis niet verlaten zonder voorafgaandelijke reiniging en ontsmetting overeenkomstig de voorschriften van het Agentschap;5° varkens mogen van het bedrijf waar zij worden gehouden, niet worden afgevoerd binnen de éénentwintig dagen na de voltooiing van de in artikel 26 bedoelde voorlopige reiniging en ontsmetting van de haard. Na deze termijn kan de officiële dierenarts toestemming verlenen om varkens van het betrokken bedrijf af te voeren :
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.