van 28 januari 2010 houdende organisatie van de stedelijke herwaardering sluiten tot uitvoering
van 28 januari 2010 houdende organisatie van de stedelijke herwaardering; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 25 maart 2016; Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 19 april 2016; Gelet op het evaluatieverslag van de impact van het ontwerpbesluit op de respectievelijke toestand van de vrouwen en de mannen, aangehecht aan de beslissing van de Regering van 14 april 2016; Gelet op het advies nr. 60.149/4 van de Raad van State, gegeven op 26 oktober 2016, in toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Op voordracht van de Minister-President, bevoegd voor territoriale ontwikkeling, Na beraadslaging HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° de ordonnantie : de ordonnantie van 6 oktober 2016 houdende organisatie van de stedelijke herwaardering;2° de minister: de minister die bevoegd is voor stadsvernieuwing;3° het bestuur : de directie van Gewestelijke Overheidsdienst belast met stadsvernieuwing;4° transitwoning : de woning bedoeld in artikel 2, 22°
van 17 juli 2003 houdende de Brusselse Huisvestingscode;5° solidaire woning : de woning bedoeld in artikel 2, 25°
van 17 juli 2003 houdende de Brusselse Huisvestingscode;6° intergenerationele woning : het gebouw bedoeld in artikel 2, 26°
van 17 juli 2003 houdende de Brusselse Huisvestingscode;7° Wijkbewoners : natuurlijke personen die hun woonplaats hebben in de in aanmerking komende perimeter of in de onmiddellijke omgeving ervan, evenals de vertegenwoordigers die door de rechtspersonen of verenigingen zijn aangesteld die hun maatschappelijke zetel of een exploitatiezetel hebben in deze perimeter of in de onmiddellijke omgeving ervan;8° "studie" : de studie bedoeld in artikel 23, § 1
.9° CAOG : Comité tot aankoop van onroerende goederen, de personeelsleden van Brussel Fiscaliteit bedoeld in artikel 4
van 23 juni 2016 betreffende de overname van de activiteiten van de Comités tot aankoop van onroerende goederen door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, die de opdrachten uitvoeren bedoeld in artikelen 3 en 5 van deze ordonnantie;10° Kostprijs : alle kosten met betrekking tot de te verhuren geconventioneerde woning die worden gedragen door een begunstigde of een investeerder, met inbegrip van de verwervingskosten, waarvan de realiteit kan worden gerechtvaardigd met bewijsstukken, met uitzondering van indirecte kosten; HOOFDSTUK 2. - Handelingen, werken en acties die door de Regering kunnen worden gesubsidieerd Afdeling 1. - Vastgoedoperaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 1°
.De vastgoedoperaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 1°
hebben als voorwerp het oprichten, het behouden, het uitbreiden, het herinrichten, het saneren, het verwerven of het verbeteren, desgevallend in het kader van projecten met een gemengde bestemming, van de met een sociale woning gelijkgestelde woning, van de buurtinfrastructuur of van de commerciële en productieve ruimten, alsook van hun aanhorigheden, met eerbiediging
. §
uit te voeren, zijn : 1° de studies en de technische proeven;2° de kosten voor de verwerving van zakelijke rechten op de onroerende goederen of delen van onroerende goederen, met inbegrip van de prijs van de verwerving, de wederbeleggingsvergoedingen in het kader van een onderhandse verwerving en alle door de rechter opgelegde vergoedingen en kosten in het geval van een verwerving via onteigening;3° de bewarende of dringende handelingen en werken;4° het bouwrijp maken, waaronder de sanering, met inbegrip van de afbraak, de behandeling van de verontreinigde bodems en de asbestverwijdering;5° de werken voor de verbouwing, de renovatie, de nieuwbouw en de heropbouw van onroerende goederen en hun directe omgeving;6° de kosten voor de herhuisvesting van de bewoners van de gebouwen bedoeld in artikel 9, § 3
;7° de andere handelingen die nodig zijn voor de uitvoering van de vastgoedoperaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 1°
, mits een met bijzondere redenen omklede beslissing van de regering in de kennisgeving bedoeld in artikel 23, § 2, lid 4
. § 4. De handelingen en werken bedoeld in § 1, 1°, 3° en 4° kunnen worden gesubsidieerd voor zover ze ten vroegste één jaar vóór de in artikel 27, § 1
bedoelde termijn werden besteld. De verwervingen bedoeld in § 1, 2° kunnen worden gesubsidieerd op voorwaarde dat een authentieke verwervingsakte ten vroegste één jaar vóór de in artikel 27, § 1
bedoelde termijn werd ondertekend. Afdeling 2. - Vastgoedoperaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 2°
.§ 1 De geconventioneerde woningen bedoeld in artikel 21, eerste lid, 2°
kunnen onder meer solidaire of intergenerationele woningen zijn. § 2. De handelingen die het mogelijk maken om de operaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 2°
uit te voeren, zijn : 1° de studies en de technische proeven;2° de kosten voor de verwerving van zakelijke rechten op de onroerende goederen of delen van onroerende goederen, met inbegrip van de prijs van de verwerving, de wederbeleggingsvergoedingen in het kader van een onderhandse verwerving en alle door de rechter opgelegde vergoedingen en kosten in het geval van een verwerving via onteigening;3° de bewarende of dringende handelingen en werken;4° het bouwrijp maken en de renovatie, waaronder de sanering, met inbegrip van de afbraak, de behandeling van de verontreinigde bodems en de asbestverwijdering.5° de kosten voor het herhuisvesten van de bewoners van de gebouwen bedoeld in artikel 9 § 3
. § 3. De handelingen en werken bedoeld in § 1, 1°, 3° en 4° kunnen worden gesubsidieerd voor zover ze ten vroegste één jaar vóór de in artikel 27, § 1
bedoelde termijn werden besteld. De verwervingen bedoeld in § 1, 2° kunnen worden gesubsidieerd op voorwaarde dat een authentieke verwervingsakte ten vroegste één jaar vóór de in artikel 27, § 1
bedoelde termijn werd ondertekend. Afdeling 3. - Operaties betreffende de herwaardering van de openbare ruimte en het stedelijk netwerk bedoeld in artikel 21, eerste lid, 3°
De herwaardering van de openbare ruimten en het stedelijk netwerk gebeurt via de volgende operaties : 1° de inrichtingen ter bevordering van de leefbaarheid van de openbare ruimte;2° de inrichtingen en de handelingen om de druk van het autoverkeer te verminderen en de mobiliteit van fietsers en voetgangers te verbeteren en te beschermen;3° de inrichtingen ter verbetering van de milieukwaliteit van de openbare ruimte;4° de aanleg van groene ruimten, de groenvoorziening in de binnenhuizenblokken en de implementatie van openbare buitenvoorzieningen;5° de aanleg van speel- en ontspanningsruimten;6° de verfraaiing van de gevels in de omgeving van de betrokken openbare ruimten;7° de functionele verbetering van de openbare toegangen tot deze woongebouwen;8° het aanleggen, herinrichten of wijzigen van de wegen, met inbegrip van de verfraaiing ervan;9° de aanleg of de wijziging van parkeerplaatsen buiten de openbare weg, wanneer ze voortvloeien uit de compensatie van parkeerplaatsen op de openbare weg die werden geschrapt in toepassing van § 1, 2°. § 2. De handelingen die het mogelijk maken om de operaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 3°
uit te voeren, zijn : 1° de studies en de technische proeven;2° de kosten voor de verwerving van zakelijke rechten op de onroerende goederen of delen van onroerende goederen, met inbegrip van de prijs van de verwerving, de wederbeleggingsvergoedingen in het kader van een onderhandse verwerving en alle door de rechter opgelegde vergoedingen en kosten in het geval van een verwerving via onteigening;3° de bewarende of dringende handelingen en werken;4° het bouwrijp maken, met inbegrip van de behandeling van de verontreinigde bodems, de afbraak en de asbestverwijdering;5° de werken voor het herstellen of het aanleggen van openbare ruimten, met inbegrip van de ruilverkaveling van percelen op het binnenterrein van huizenblokken, hun uitrusting en de beplantingen;6° de maatregelen inzake privé- of openbare goederen met betrekking tot de groenvoorziening, de gevelverfraaiing en de functionele verbetering van de toegang tot deze woongebouwen;deze maatregelen kunnen de vorm aannemen van investeringen of aanmoedigingspremies toegekend aan personen; 7° de verwerving van zakelijke rechten voor een duur van minimaal negen jaar voor de eenvoudige groenaanplanting en de verfraaiing van de gevels en de openbare ruimte, en voor een duur van minimaal vijftien jaar voor de andere handelingen. § 3. De handelingen en werken bedoeld in § 2, 1°, 3° en 4° kunnen worden gesubsidieerd voor zover ze ten vroegste één jaar vóór de in artikel 27, § 1
bedoelde termijn werden besteld. De verwervingen bedoeld in § 2, 2° kunnen worden gesubsidieerd op voorwaarde dat een authentieke verwervingsakte ten vroegste één jaar vóór de in artikel 27, § 1
bedoelde termijn werd ondertekend. Afdeling 4. - Milieu-operaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 4°
.De handelingen die het mogelijk maken om de operaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 4°
uit te voeren, zijn : 1° de operaties om de energie- en milieuprestaties van de bouwwerken in de hele of een deel van de betrokken perimeter van het duurzaam wijkcontract te verbeteren;2° de operaties om de sanitaire en comfortomstandigheden in de perimeter te verbeteren, er de algemene ecologische voetafdruk van de gebruikers te verminderen en de hinder, vooral de geluidshinder, te beperken;3° de operaties om het waterbeheer in de perimeter te verbeteren, met name door de bodem doorlaatbaar te maken en het regenwater te laten insijpelen;4° de operaties om de preventie en het beheer van afval te verbeteren;5° de operaties om de biodiversiteit in de perimeter te verbeteren;6° de operaties om gedeelde tuinen, gemeenschappelijke moestuinen en groendaken te ontwikkelen;7° de operaties die de wijkbewoners aanzetten tot het onderhouden en renoveren van hun woning en de omgeving ervan. Afdeling 5. - Acties van maatschappelijke en economische herwaardering, bedoeld in artikel 21, eerste lid, 5°
.De handelingen die het mogelijk maken om de acties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 5°
uit te voeren, zijn : 1° de acties die de maatschappelijke en economische ontwikkeling van de wijken verzekeren in partnerschap met de private of de publieke plaatselijke socio-economische actoren en, in het bijzonder, de sociale herinschakeling verzekeren, de werkzoekenden opleiden en opnieuw aan werk helpen en jobs voor laaggeschoolden of ongeschoolden creëren;2° de acties die het mogelijk maken om de wijkbewoners te informeren over en te oriënteren bij de evolutie van de levenswijzen die verband houdt met de uitdagingen van de duurzame ontwikkeling;3° de acties die de wijkbewoners aanzetten tot het onderhouden en renoveren van hun woning en de omgeving ervan;4° de sociale herwaarderingsacties op lokaal niveau, en onder meer de sport- en culturele acties die maatschappelijke verbondenheid creëren;5° de culturele projecten met een origineel karakter die een meerwaarde bieden op het vlak van sociale verbondenheid en de identiteit van de wijk;6° de acties om de preventie en het beheer van afval te verbeteren;7° de acties om gedeelde tuinen, gemeenschappelijke moestuinen en groendaken te ontwikkelen;8° de acties die bedoeld zijn om de door de regering of haar gemachtigde aanvaarde doelstellingen op het vlak van positieve discriminatie te verwezenlijken. Afdeling 6. - Participatieve acties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 6°
. De participatieve acties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 6°
, zijn : 1° de acties die de wijkbewoners aanzetten en vormen tot deelname aan het beheer en de animatie van de gemeenschapsvoorzieningen, van de gemeenschappelijke ruimten en van de openbare ruimten van de wijk;2° de door collectieven gecoördineerde acties voor door de wijkbewoners zelfgemaakte stadsinrichtingen;3° de acties die het mogelijk maken voor de wijkbewoners om zichzelf te organiseren;4° de acties van het type burgercafé of de burgerinitiatieven die het mogelijk maken om een lokaal duurzaam engagement op gang te brengen;5° de acties voor kinderen om hen actief te laten bijdragen aan de opstelling, de uitvoering en/of de implementatie van het duurzaam wijkcontract;6° de participatieve acties rond stadskunst in samenwerking met wijkbewoners en verenigingen van de wijk. Afdeling 7 - Coördinatie-, communicatie- en participatieve acties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 7°
.De in artikel 21, eerste lid, 7°
bedoelde coördinatie-, communicatie- en participatieve acties zijn de personeels-, werkings-, activiteits- en leveringskosten bedoeld in deze afdeling. Art. 9.§ 1. De gemeente stelt een projectleider aan die wordt belast met de coördinatie van de operaties beschreven in punten 1° tot 6° van artikel 21
. § 2. Naast de projectleider bedoeld in § 1 komen de volgende profielen in aanmerking voor een subsidie : 1° een technische coördinator die belast is met de overheidsopdrachten en de werken in het kader van de operaties beschreven in punten 1° tot 3° van artikel 21
;2° een coördinator voor de communicatie en participatie betreffende de operaties beschreven in punten 1° tot 6° van artikel 21
;3° een administratieve en financiële coördinator voor de operaties beschreven in punten 1° tot 7° van artikel 21
;4° een coördinator voor de socio-economische en milieu-operaties in het kader van de operaties beschreven in artikel 21, eerste lid, 4° en 5°, evenals voor de opvolging van de montage en de implementatie van de vastgoedoperaties van het type "buurtinfrastructuur" beschreven in artikel 21, 1°
. § 3. De kosten betreffende de in § 1 bedoelde post komen in aanmerking : 1° gedurende de opstellingsperiode van het basisdossier, zoals bepaald in artikel 23
, met inbegrip, in voorkomend geval, in geval van een verlenging van deze termijn, zonder dat de in artikel 27, § 4, derde lid
vastgestelde limiet overschreden mag worden;2° gedurende de hele uitvoeringsperiode van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 1
, met inbegrip van de eventuele in dit artikel vastgelegde bijkomende termijnen;3° gedurende de hele implementatieperiode van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 2
, met inbegrip van de in dit artikel vastgelegde verantwoordingstermijn. § 4. De kosten betreffende de in § 2, 1° bedoelde post komen in aanmerking : 1° vanaf de 19de uitvoeringsmaand van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 1
, met inbegrip van de eventuele in dit artikel vastgelegde bijkomende termijnen;2° gedurende de hele implementatieperiode van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 2
, met inbegrip van de in dit artikel vastgelegde verantwoordingstermijn. § 5. De kosten betreffende de in § 2, 2° bedoelde post komen in aanmerking : 1° gedurende de opstellingsperiode van het basisdossier, zoals bepaald in artikel 23
, met inbegrip, in voorkomend geval, in geval van een verlenging van deze termijn, zonder dat de in artikel 27, § 4, derde lid
vastgestelde limieten overschreden mogen worden;2° gedurende de hele uitvoeringsperiode van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 1
, met inbegrip van de eventuele in dit artikel vastgelegde bijkomende termijnen;3° gedurende de eerste 6 maanden van de implementatie van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 2
. § 6. De kosten betreffende de in § 2, 3° bedoelde post komen in aanmerking : 1° gedurende de hele uitvoeringsperiode van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 1
, met inbegrip van de eventuele in dit artikel vastgelegde bijkomende termijnen;2° gedurende de hele implementatieperiode van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 2
, met inbegrip van de in dit artikel vastgelegde verantwoordingstermijn; § 7. De kosten betreffende de in § 2, 4° bedoelde post komen in aanmerking : 1° gedurende de hele uitvoeringsperiode van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 1
, met inbegrip van de eventuele in dit artikel vastgelegde bijkomende termijnen;2° gedurende de eerste 6 maanden van de implementatie van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 2
. Art. 10.De communicatie- en participatieve acties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 7°
zijn : 1° de informatie en de sensibilisering van de wijkbewoners over de goedkeuring, de wijziging, de uitvoering en de implementatie van het duurzaam wijkcontract, mede door de oprichting van een wijkantenne in de perimeter ;2° de kosten voor de implementatie van de partnerschappen met private of publieke partners, met het oog op de uitvoering van het wijkcontract;3° de operaties die de wijkbewoners informeren en mobiliseren in verband met de uitvoering van het duurzaam wijkcontract. De kosten van de communicatieacties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 7°
die ten vroegste één jaar vóór de in artikel 27, § 1 bedoelde termijn zijn uitgevoerd, kunnen ook worden gesubsidieerd. Afdeling 8. - Plafonnering van de subsidies voor de in artikel 21, eerste lid, 4° tot 7°
bedoelde operaties Art. 11.§
. De wijkcommissie wordt voorgezeten door een van de leden die de gemeente vertegenwoordigen. Bij afwezigheid van de vertegenwoordigers van de gemeente, wordt het voorzitterschap waargenomen door een van de leden van het coördinatieteam, zoals bepaald in artikel
opgesomde categorie, moeten aanwezig zijn, opdat de wijkcommissie op geldige wijze een advies kan uitbrengen. De leden kunnen zich laten bijstaan door deskundigen die niet deelnemen aan de opstelling van de adviezen. De adviezen van de wijkcommissie worden uitgebracht bij meerderheid van de tijdens de vergadering aanwezige leden. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend. De leden van de minderheid kunnen vragen om een nota met hun standpunt bij het advies te laten voegen. De secretaris stelt binnen vijftien werkdagen na de vergadering het verslag op. Onderafdeling 2 Participatie in de opstelling van het programma Art. 13.Behalve in de gevallen bedoeld in de artikelen 24 en 25
, roept de gemeente tijdens de opstelling van het programma van het duurzaam wijkcontract de wijkcommissie samen om haar advies te vragen over : 1. de identificatie van de feitelijke toestand, bedoeld in artikel 23, § 1, eerste lid
;
. Onderafdeling
roept de gemeente de wijkcommissie samen om haar advies in te winnen over de financiële verslagen en de activiteitenverslagen. §
, roept de gemeente de algemene wijkvergadering samen om haar kennis te laten nemen van : 1° de identificatie van de feitelijke toestand, bedoeld in artikel 23, § 1
;2° het ontwerp van wijkcontract, zoals voorgelegd voor openbaar onderzoek, overeenkomstig de artikelen 24 en 25
. Onderafdeling
wordt bekendgemaakt via de aanplakking van affiches op het gemeentehuis en het betrokken grondgebied, evenals op de website van de gemeente. Het openbaar onderzoek wordt bekendgemaakt via aanplakking van affiches die ten laatste achtenveertig uur voor de datum van zijn aanvang en tijdens zijn ganse duur worden aangebracht. Het aantal affiches dat wordt uitgehangen op het betrokken grondgebied, moet volstaan om de openbaarmaking van het openbaar onderzoek te garanderen. De affiches zijn leesbaar en moeten in een leesbare toestand worden gehouden gedurende de volledige duur van het onderzoek. De affiches dienen zodanig te zijn aangeplakt dat ze goed leesbaar zijn, op een hoogte van 1,50 m, zo nodig op een omheining of op een bord met paal. De Minister kan de inhoud van de affiches verduidelijken. Tijdens de dertig dagen van het openbaar onderzoek kan het volledig dossier op het gemeentebestuur geraadpleegd worden en dit elke werkdag tussen 9 en 12 uur. Ten minste een halve dag per week kan iedereen technische uitleg krijgen over het dossier dat het voorwerp is van een onderzoek. Men kan het dossier één dag in de week tot 20 uur `s avonds raadplegen maar in dit geval wordt de technische uitleg slechts na afspraak gegeven. Het recht om mondeling opmerkingen en bezwaren te maken, wordt uitgeoefend bij de ambtenaren of de personen die aangewezen zijn door de overheid belast met het onderzoek. Deze stellen een proces-verbaal op van de gemaakte opmerkingen dat ter ondertekening aan de betrokken persoon voorgelegd wordt en waarvan hem onmiddellijk een afschrift afgeleverd wordt. Dit recht moet ten minste een halve dag per week mogelijk zijn. De geschreven en de in lid 3 bedoelde opmerkingen en bezwaren worden bij het proces-verbaal van sluiting van het onderzoek gevoegd. De gemeente stelt de ambtenaren aan die belast zullen zijn met het geven van de technische uitleg aan het publiek. Binnen acht dagen na de afronding wordt een proces-verbaal van sluiting van het openbaar onderzoek opgesteld waarin de opmerkingen worden vermeld. Afdeling 4. - Begeleidingscomités en Stuurcomités Art. 22.§ 1 Overeenkomstig artikel 22 § 3
, kan de Minister of diens afgevaardigde telkens hij het nuttig acht het Begeleidingscomité met de begunstigde(n) van het Duurzame Wijkcontract bijeenroepen, met het oog op de opvolging van het duurzaam wijkcontractprogramma. § 2. Overeenkomstig artikel 26 § 4
kan de Gemeente de publiek- of privaatrechtelijke personen die betrokken zijn bij de desbetreffende operatie of actie van het duurzame wijkcontract, uitnodigen op een stuurcomité, dat bijeenkomt telkens de gemeente het nuttig acht. HOOFDSTUK
, een perimeter in te stellen die in aanmerking komt voor subsidiëring, wordt door de Minister bekendgemaakt aan de gemeente. De perimeter die zich geheel of gedeeltelijk uitstrekt over de perimeter van een lopend duurzame wijkcontract, kan overeenkomstig artikel 20
slechts in aanmerking komen voor subsidies voor de uitwerking van duurzame wijkcontracten na het einde van de implementatie van het lopende duurzame wijkcontract. § 2. Om een subsidie te bekomen voor de vergoeding van de in artikel 31
beschreven prestaties die door de gemeente werden uitbesteed, bezorgt de gemeente aan de minister of zijn gemachtigde een dossier. Dit dossier omvat : 1° de verslagen van de opening van de offerteaanvragen;2° de ingediende offertes;3° de analyseverslagen van de offertes;4° de beraadslagingen over de aanstelling van de dienstverlener(s). § 3. Overeenkomstig artikel 23, § 1, tweede lid, 8°
stelt de begunstigde een ontwerp van beheersplan op voor iedere buurtinfrastructuur die in het ontwerp van duurzaam wijkcontract wordt voorgesteld. Art. 24.§
. Daartoe richt het bestuur aan de Minister een voorafgaand verslag waarin het vaststelt welke delen door de begunstigde niet zijn geimplementeerd en welke redenen daaraan ten grondslag liggen. Art. 25.De Minister spreekt zich uit over de door de hoofdbegunstigde ingediende aanvragen om het duurzame wijkcontract te wijzigen of aan te vullen, overeenkomstig artikel 28
. De minister spreekt zich uit over de verzoeken tot verlenging van de termijn bedoeld in de artikelen 23, § 2, tweede lid, en 27, § 1, tweede lid,
. Afdeling 2 Valorisatie van de inbreng van onroerende goederen door de gemeente Art. 26.Voor de raming van de waarde van de door de gemeente ingebrachte onroerende goederen, overeenkomstig artikel 32 § 3
, legt de gemeente een verslag voor van het CAOG. Als het CAOG zijn verslag niet binnen zestig werkdagen na de aanvraag heeft overgemaakt, kan de gemeente het goed laten ramen door een notaris, een landmeter-deskundige opgenomen in de tabel opgesteld door de Federale Raad van landmeters-experten, of bij een vastgoedmakelaar ingeschreven in de tabel bedoeld in de wet van 11 februari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/02/2013 pub. 22/08/2013 numac 2013011368 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar sluiten houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar. Het verslag wordt opgesteld op basis van relevante objectieve gegevens, onder meer de eventuele kosten voor de behandeling van de verontreinigde bodems die zouden moeten worden gedragen om aan het goed de bestemming te geven die het in het kader van het wijkcontract zal hebben. Het verslag waarin de gedwongen verkoopwaarde van het gebouw wordt beschreven dat de gemeente wil inbrengen, moet ten vroegste één jaar vóór de in artikel 27 § 1
bedoelde termijn zijn opgesteld. Afdeling 3 Operaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 1° tot 3°
Onderafdeling
en de uitvoeringsbesluiten ervan. De minister of zijn afgevaardigde beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het dossier door het bestuur. Deze termijn kan met dertig dagen worden verlengd. Als de minister of zijn gemachtigde tijdens deze - eventueel verlengde - termijn van dertig dagen een of meer niet-conformiteiten vaststelt in het dossier, brengt hij de begunstigde hiervan op de hoogte en maakt, in voorkomend geval, een voorbehoud betreffende het voor subsidies in aanmerking komen van de uitgave. Het uitblijven van een reactie binnen de in lid 4 bedoelde en eventueel verlengde termijn, brengt geen beslissing met zich mee over het in aanmerking komen van de voorziene uitgaven. §
bezorgt de begunstigde aan het bestuur een volledig dossier van de ontwerpen tot overdracht van zakelijke rechten of van overheidsopdrachten of van concessie van werken. Dit dossier bevat : 1° de beraadslaging van de bevoegde overheden tot goedkeuring van het ontwerp tot overdracht van zakelijke rechten en tot vaststelling van de verkoopvoorwaarden of desgevallend het bestek van de opdracht bedoeld in het eerste lid;2° een kopie van de raming van het CAOG tot bijwerking van de waarde van het goed na de door de begunstigde uitgevoerde werken bedoeld in artikel 3 of, bij het uitblijven van een antwoord van deze laatste binnen zestig werkdagen na de aanvraag, minstens een raming opgesteld door een notaris, een landmeter-deskundige opgenomen in de tabel opgesteld door de Federale Raad van landmeters-experten of bij een vastgoedmakelaar ingeschreven in de tabel bedoeld in de wet van 11 februari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/02/2013 pub. 22/08/2013 numac 2013011368 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar sluiten houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar. De minister of zijn afgevaardigde controleert de conformiteit van het dossier ten opzichte van het goedgekeurde - in voorkomend geval gewijzigde of aangevulde - programma, evenals ten opzichte van de verplichtingen
en de uitvoeringsbesluiten ervan. De minister of zijn afgevaardigde beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het dossier door het bestuur. Deze termijn kan met dertig dagen worden verlengd. Bij ontstentenis van een beslissing binnen de - desgevallend verlengde - termijn wordt het dossier geacht te zijn goedgekeurd. Als de minister of zijn gemachtigde tijdens deze - eventueel verlengde - termijn van dertig dagen een of meer niet-conformiteiten vaststelt in het dossier, brengt hij de begunstigde hiervan op de hoogte en maakt, in voorkomend geval, een voorbehoud betreffende het voor subsidies in aanmerking komen van de uitgave. Het uitblijven van een reactie binnen de in lid 4 bedoelde en eventueel verlengde termijn, brengt geen beslissing met zich mee over het in aanmerking komen van de voorziene uitgaven. § 4. Voor elke operatie bedoeld in artikel 21, eerste lid, 2°
bezorgt de begunstigde aan het bestuur een volledig dossier inzake de toewijzing van de overdracht van zakelijke rechten of van de overheidsopdracht of de concessie van werken. Dit dossier bevat : 1° het verslag van de opening van de offertes;2° de ingediende offertes;3° het analyseverslag;4° de met redenen omklede beslissing van de bevoegde overheid houdende de aanduiding van de gekozen offerte. De minister of zijn afgevaardigde controleert de conformiteit van het dossier ten opzichte van het goedgekeurde - in voorkomend geval gewijzigde of aangevulde - programma, evenals ten opzichte van de verplichtingen
en de uitvoeringsbesluiten ervan. De minister of zijn afgevaardigde beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het dossier door het bestuur. Deze termijn kan met dertig dagen worden verlengd. Bij ontstentenis van een beslissing binnen de - desgevallend verlengde - termijn wordt het dossier geacht te zijn goedgekeurd. Als de minister of zijn gemachtigde tijdens deze - eventueel verlengde - termijn van dertig dagen een of meer niet-conformiteiten vaststelt in het dossier, brengt hij de begunstigde hiervan op de hoogte en maakt, in voorkomend geval, een voorbehoud betreffende het voor subsidies in aanmerking komen van de uitgave. Het uitblijven van een reactie binnen de in lid 4 bedoelde en eventueel verlengde termijn, brengt geen beslissing met zich mee over het in aanmerking komen van de voorziene uitgaven. Art. 28.§
en de uitvoeringsbesluiten ervan. De minister of zijn afgevaardigde beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het dossier door het bestuur. Deze termijn kan met dertig dagen worden verlengd. Als de minister of zijn gemachtigde tijdens deze - eventueel verlengde - termijn van dertig dagen een of meer niet-conformiteiten vaststelt in het dossier, brengt hij de begunstigde hiervan op de hoogte en maakt, in voorkomend geval, een voorbehoud betreffende het voor subsidie in aanmerking komen van de uitgaven. Het uitblijven van een reactie binnen de in lid 2 bedoelde en eventueel verlengde termijn, brengt geen beslissing met zich mee over het in aanmerking komen van de voorziene uitgaven. § 3. De begunstigde bezorgt het bestuur een gunningsdossier voor elk van de in § 1 bedoelde opdrachten. Dit dossier bevat : 1° het proces-verbaal van de opening van de offertes;2° de ingediende offertes;3° het analyseverslag van de offertes;4° de met redenen omklede beslissing van de bevoegde overheid houdende de aanstelling van de opdrachtnemer. De minister of zijn afgevaardigde controleert de conformiteit van het dossier ten opzichte van het goedgekeurde - in voorkomend geval gewijzigde of aangevulde - programma, evenals ten opzichte van de verplichtingen
en de uitvoeringsbesluiten ervan. De minister of zijn afgevaardigde beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het dossier door het bestuur. Deze termijn kan met dertig dagen worden verlengd. Als de minister of zijn gemachtigde tijdens deze - eventueel verlengde - termijn van dertig dagen een of meer niet-conformiteiten vaststelt in het dossier, brengt hij de begunstigde hiervan op de hoogte en maakt, in voorkomend geval, een voorbehoud betreffende het voor subsidie in aanmerking komen van de uitgaven. Het uitblijven van een reactie binnen de in lid 4 bedoelde en eventueel verlengde termijn, brengt geen beslissing met zich mee over het in aanmerking komen van de voorziene uitgaven. Art. 29.§
en de uitvoeringsbesluiten ervan. De minister of zijn afgevaardigde beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het dossier door het bestuur. Deze termijn kan met dertig dagen worden verlengd. Als de minister of zijn gemachtigde tijdens deze - eventueel verlengde - termijn van dertig dagen een of meer niet-conformiteiten vaststelt in het dossier, brengt hij de begunstigde hiervan op de hoogte en maakt, in voorkomend geval, een voorbehoud betreffende het voor subsidie in aanmerking komen van de uitgaven. Het uitblijven van een reactie binnen de in lid 2 bedoelde en eventueel verlengde termijn, brengt geen beslissing met zich mee over het in aanmerking komen van de voorziene uitgaven. Art. 30.§ 1. De begunstigde bezorgt het bestuur een dossier met de documenten van elke opdracht van werken voor elke vastgoedoperatie of voor de herwaardering van openbare ruimten of stadsnetwerkinfrastructuur van het duurzaam wijkcontract. Dit dossier bevat : 1° de beraadslaging van de bevoegde overheden tot goedkeuring van het ontwerp en tot vaststelling van de voorwaarden en van de gunningswijze van de opdrachten;2° de kostenraming;3° de plannen;4° het bestek;5° de beschrijvende en samenvattende opmetingsstaat;6° het EPB-voorstel, zoals bedoeld in artikel 8
van 7 juni 2007 houdende de energieprestatie en het binnenklimaat van gebouwen;7° de lijst van de te raadplegen inschrijvers bij een beperkte of onderhandelingsprocedure. De minister of zijn afgevaardigde controleert de conformiteit van het dossier ten opzichte van het goedgekeurde - in voorkomend geval gewijzigde of aangevulde - programma, evenals ten opzichte van de verplichtingen
en de uitvoeringsbesluiten ervan. De minister of zijn afgevaardigde beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het dossier door het bestuur. Deze termijn kan met dertig dagen worden verlengd. Als de minister of zijn gemachtigde tijdens deze - eventueel verlengde - termijn van dertig dagen een of meer niet-conformiteiten vaststelt in het dossier, brengt hij de begunstigde hiervan op de hoogte en maakt, in voorkomend geval, een voorbehoud betreffende het voor subsidie in aanmerking komen van de uitgaven. Het uitblijven van een reactie binnen de in lid 4 bedoelde en eventueel verlengde termijn, brengt geen beslissing met zich mee over het in aanmerking komen van de voorziene uitgaven. § 2. De begunstigde bezorgt de minister of zijn gemachtigde een gunningsdossier voor elk van de opdrachten. Dit dossier bevat : 1° het verslag van de opening van de offertes;2° de ingediende offertes;3° het analyseverslag van de offertes;4° de met redenen omklede beslissing van de bevoegde overheid houdende de aanstelling van de opdrachtnemer. De minister of zijn afgevaardigde controleert de conformiteit van het dossier ten opzichte van het goedgekeurde - in voorkomend geval gewijzigde of aangevulde - programma, evenals ten opzichte van de verplichtingen
en de uitvoeringsbesluiten ervan. De minister of zijn afgevaardigde beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het dossier door het bestuur. Deze termijn kan met dertig dagen worden verlengd. Als de minister of zijn gemachtigde tijdens deze - eventueel verlengde - termijn van dertig dagen een of meer niet-conformiteiten vaststelt in het dossier, brengt hij de begunstigde hiervan op de hoogte en maakt, in voorkomend geval, een voorbehoud betreffende het voor subsidie in aanmerking komen van de uitgaven. Het uitblijven van een reactie binnen de in lid 4 bedoelde en eventueel verlengde termijn, brengt geen beslissing met zich mee over het in aanmerking komen van de voorziene uitgaven. Art. 31.§
kadert in een overheidsopdracht of een concessie voor werken, bevat het bestek minstens : 1° de beschrijving van de uit te voeren werken en hun prijs;2° de verplichting van de promotor om voor de betreffende investering een afzonderlijke boekhouding bij te houden;3° de voltooiingstermijn van de werken en het bedrag dat als waarborg of borgstelling voor de naleving van deze termijn moet worden neergelegd;4° de verplichting van de begunstigde om voor de duur van de werken en dit voor een periode van maximaal veertig jaar, een maximum van vijfenzeventig procent van de afgewerkte woningen in erfpacht te nemen;waarbij het erfpachtrecht als volgt betaalbaar is : a) de betaling van de hoofdsom aan het einde van de werken;b) en de gedeeltelijke en geïndexeerde betalingen in overeenstemming met de huurwaarden met aftrek van de beheerskosten. Art. 35.Het recht van voorkoop bedoeld in artikel 15
is niet van toepassing op de overdrachten van zakelijke rechten van de begunstigde aan de investeerder, noch op de overdrachten van zakelijke rechten van de investeerder aan de eerste koper. In afwijking van het eerste lid is het recht van voorkoop van toepassing op elke overdracht van zakelijke rechten van de investeerder aan de eerste koper wanneer de investeerder de geconventioneerde woning zelf bewoonde. Het recht van voorkoop is van toepassing op de opeenvolgende overdrachten van zakelijke rechten door de eerste koper en zijn rechthebbenden, gedurende een periode van vijftien jaar vanaf de verwervingsdatum van het goed door de investeerder. Het recht van voorkoop ten gunste van het gewest bedoeld in artikel 15
wordt uitgevoerd overeenkomstig de in artikelen 263, 265 tot 269 van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening beschreven procedure. Onderafdeling
worden de subsidies uitbetaald volgens de manier die wordt beschreven in paragrafen 2 en
bepaalde betaling ontvangt, kan de begunstigde maximaal twee keer per jaar, uiterlijk op 31 mei en 15 september van elk jaar, de betaling van bijkomende schijven vragen. De aanvraag tot betaling van een bijkomende schijf wordt vergezeld van een volledige afrekening die in één keer wordt ingediend en waarin een overzicht wordt gegeven van de in aanmerking komende uitgavenstaten van de projecten waarop de betalingsaanvraag betrekking heeft, evenals van alle verantwoordingsstukken betreffende de gesubsidieerde operaties. Deze verantwoordingsstukken worden ter controle voorgelegd aan het bestuur. De betalingen van de als in aanmerking komende geachte kosten worden gedaan, na goedkeuring van de minister of zijn gemachtigde, op basis van een schuldvorderingsaangifte die is opgesteld door de begunstigde en waarop het bedrag van de als in aanmerking komende geachte kosten wordt vermeld. De betaling van bijkomende schijven houdt geen rekening met de betaling bedoeld in artikel 33, § 1, tweede lid
, totdat de begunstigde de betaling van zeventig procent van de in aanmerking komende totale kostprijs heeft ontvangen. Wanneer de begunstigde, in toepassing van het derde lid, de betaling van zeventig procent van de in aanmerking komende totale kostprijs heeft ontvangen : 1° bezorgt de begunstigde aan het bestuur een tussentijds activiteitenverslag, dat aantoont dat de uitvoering van het programma is gevorderd overeenkomstig de reeds uitbetaalde subsidies;2° De bijkomende schijven worden betaald volgens de procedure bedoeld in het eerste tot derde lid.Er wordt evenwel rekening gehouden met de vrijgave van de betaling bedoeld in het eerste lid. Bovendien worden de bedragen die aan de begunstigde worden betaald, verlaagd met het bedrag dat wordt betaald in uitvoering van artikel 33, § 1, tweede lid
. § 3. Bij het uitblijven van de uitbetaling bedoeld in artikel 33, § 1, tweede lid
kan de begunstigde de betaling van een voorschot van twintig procent van de voor de operatie vastgelegde subsidie vragen vanaf de ondertekening van de verkoopovereenkomst of de overeenkomst van verwerving van zakelijke rechten, de voorlopige uitspraak in geval van een onteigening of de ondertekening van de bestelbon van de opdracht voor architectuurdiensten of de opdracht van werken. In dat geval bezorgt de begunstigde het bestuur een kopie van de verkoopovereenkomst of de overeenkomst van verwerving van zakelijke rechten, het vonnis tot vastlegging van het bedrag van de provisionele en voorlopige vergoeding in geval van een onteigening of de bestelbon van de opdracht voor architectuurdiensten of de opdracht van werken. De betalingen worden uitgevoerd na goedkeuring van het bedrag van de in aanmerking komende kosten door de minister of zijn gemachtigde, op basis van een schuldvorderingsaangifte die is opgesteld door de begunstigde en waarop het bedrag van de als in aanmerking komende geachte kosten wordt vermeld. De begunstigde kan maximaal twee keer per jaar, uiterlijk op 31 mei en 15 september van elk jaar, de betaling van bijkomende schijven vragen voor de operatie die het voorwerp heeft uitgemaakt van de betaling bedoeld in het eerste lid. De aanvraag tot betaling van een bijkomende schijf wordt vergezeld van een volledige afrekening die in één keer wordt ingediend en waarin een overzicht wordt gegeven van de in aanmerking komende uitgavenstaten van de projecten waarop de betalingsaanvraag betrekking heeft, evenals van alle verantwoordingsstukken betreffende de gesubsidieerde operaties. Deze verantwoordingsstukken worden ter controle voorgelegd aan het bestuur. De uitbetalingen van de als in aanmerking komende geachte kosten worden gedaan na goedkeuring van de minister of zijn gemachtigde, op basis van een schuldvorderingsaangifte die is opgesteld door de begunstigde en waarop het bedrag van de als in aanmerking komende geachte kosten wordt vermeld. De uitbetaling van bijkomende schijven houdt geen rekening met de betaling, bedoeld in het eerste lid, totdat de begunstigde de betaling van zeventig procent van de subsidie heeft ontvangen die kan worden toegekend voor de operatie. Wanneer de begunstigde zeventig procent van het totaalbedrag van de subsidies voor de operatie heeft ontvangen : 1° bezorgt de begunstigde aan het bestuur een tussentijds activiteitenverslag, dat aantoont dat de uitvoering van de operatie is gevorderd overeenkomstig de reeds uitbetaalde subsidies;2° De bijkomende schijven worden betaald volgens de procedure bedoeld in het derde tot vijfde lid.Er wordt evenwel rekening gehouden met de vrijgave van de betaling bedoeld in het eerste lid. Bovendien worden de bedragen die aan de begunstigde worden betaald, verlaagd met het bedrag bedoeld in het eerste lid. § 4. In geval van onderhandse verwerving van zakelijke rechten wordt het bedrag van de subsidie berekend op basis van de prijs van de vaststellingsovereenkomst. Het bedrag van de subsidie mag in geen geval hoger zijn dan de raming van het CAOG of, desgevallend, bij het uitblijven van een antwoord van deze laatste binnen zestig werkdagen na de aanvraag, minstens een raming opgesteld door een notaris, een landmeter-deskundige opgenomen in de tabel opgesteld door de Federale Raad van landmeters-experten, of bij een vastgoedmakelaar ingeschreven in de tabel bedoeld in de wet van 11 februari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/02/2013 pub. 22/08/2013 numac 2013011368 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar sluiten houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar, vermeerderd met de registratiekosten, en desgevallend, met het ereloon van de notaris en de wederbeleggingsvergoedingen. In geval van een onteigening wordt het bedrag van de subsidie berekend op basis van de kostprijs ervan, vermeerderd met de kosten van de gerechtelijke procedure, evenals met de door de rechter opgelegde vergoedingen en kosten in geval van een verwerving via onteigening. Art. 37.Wanneer het duurzame wijkcontract ten goede komt aan gemachtigde begunstigden, wordt de in artikel 29 § 2
bedoelde overeenkomst opgesteld en afgesloten door de Minister. Afdeling 4. - Operaties en acties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 4° tot 7°
Onderafdeling 1.- Aan het bestuur te bezorgen documenten Art. 38.Voor de operaties en acties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 4° tot 7°
bezorgt de begunstigde jaarlijks en uiterlijk op 31 mei van elk jaar de volgende documenten aan het bestuur : 1° een volledige afrekening die in één keer wordt ingediend en waarin een overzicht wordt gegeven van de in aanmerking komende uitgavenstaten van de projecten waarop de betalingsaanvraag betrekking heeft, evenals alle verantwoordingsstukken betreffende de gesubsidieerde operaties;2° een financieel verslag over de desbetreffende operaties;3° een activiteitenverslag over de desbetreffende operaties. De minister kan de inhoud van de verslagen bedoeld in lid 1, 2° en 3° verduidelijken. Onderafdeling 2. - Uitbetaling van de subsidies Art. 39.Voor de operaties en acties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 4° tot 7°
worden de subsidies volgens de volgende modaliteiten uitbetaald : 1° er wordt jaarlijks een voorschot betaald ten belope van zeventig procent van het bedrag van de tussenkomst van het gewest, desgevallend op basis van de overeenkomsten bedoeld in artikel 29, § 2
, en voor zover de minister of zijn gemachtigde de rekeningen van het voorafgaande jaar heeft goedgekeurd 2° uitzonderlijk, op aanvraag van de begunstigde en op vertoon door deze laatste, uiterlijk op 15 september van elk jaar, van de bewijsstukken van de in aanmerking komende uitgaven die cumulatief minstens vijftig procent van het voor dat jaar in het financieel plan, bedoeld in artikel 23, eerste lid, lid 2, 5°
, voorziene bedrag bereiken of overschrijden, kan een bijkomend voorschot ten belope van vijftig procent van de gewestelijke toelage uitbetaald worden;3° het saldo van de subsidie wordt jaarlijks uitbetaald na goedkeuring door de minister of zijn afgevaardigde op vertoon van de in artikel 38, eerste lid, 1° en 2° opgesomde documenten. Wanneer het duurzame wijkcontract ten goede komt aan gemachtigde begunstigden, wordt de in artikel 29 § 2
bedoelde overeenkomst opgesteld en afgesloten door de Minister. Afdeling 5 weigering van subsidiëring, hergebruik en herinvestering Art. 40.§ 1. De Minister weigert een deel of het volledige bedrag van de subsidies uit te betalen, wanneer een begunstigde zonder gegronde reden beslist een operatie of actie in het kader van een duurzame wijkcontract deels of volledig niet uit te voeren of te implementeren, overeenkomstig artikel 13
. Daartoe richt het bestuur aan de Minister een voorafgaand verslag waarin het vaststelt welke delen van de operatie of actie door de begunstigde niet zijn geimplementeerd en welke redenen daaraan ten grondslag liggen. § 2. Wanneer een begunstigde de bedragen van de subsidie voor het duurzame wijkcontract niet volledig heeft aangewend, kan de Minister de toestemming geven om deze deels of volledig te hergebruiken voor andere operaties en acties die kaderen in het duurzame wijkcontract, conform artikel 33
. § 3. Wanneer de Regering de begunstigde van een operatie of actie in het kader van een duurzame wijkcontract overeenkomstig artikel 14, § 1, 2°
toestemming verleent voor een overdracht van zakelijke rechten, een buitengebruikstelling of het wijzigen van de aard ervan, stelt de Minister de begunstigde in kennis van de herinvestering van alle of een deel van de opbrengsten van die buitengebruikstellingen of vervreemdingen in het kader van een operatie van een duurzaam wijkcontract. De beslissing van de Minister bepaalt het bedrag dat de begunstigde moet herinvesteren en het soort operatie of actie van een duurzaam wijkcontract waarin het bedrag geherinvesteerd moet worden. HOOFDSTUK
de realisatie van met sociale huisvesting gelijkgestelde woningen beogen, zijn de volgende toegangsvoorwaarden van toepassing : a) Met betrekking tot de toekenningsregels voor woningen: 1° op de dag van de toekenning van de woning, mag het gezamenlijk belastbaar inkomen van het gezin, in de zin van artikel 2, 18°
, niet hoger zijn dan de bedragen bedoeld in artikel 4, § 1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 1996 houdende de regeling van de verhuur van woningen die beheerd worden door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij of door de openbare vastgoedmaatschappijen, verhoogd met twintig procent. Deze bedragen worden geïndexeerd op de verjaardag van de inwerkingtreding van dit besluit, op basis van de index van de consumptieprijzen die van kracht is op de maand voorafgaand aan de maand van de inwerkingtreding van dit besluit. 2° de gerenoveerde of gebouwde woningen worden bij voorkeur toegekend aan de personen die er vóór de uitvoering van de werken woonden, op voorwaarde dat zij aan de in 1° bepaalde inkomensvoorwaarden voldoen.3° de verplichtingen die zijn opgenomen in artikelen 25 tot 32 van de Brusselse Huisvestingscode, zijn van toepassing.
, afhankelijk van het geval, een afwijking toestaan van de regels betreffende de toekenning, de berekening en de duur bedoeld in § 1, om in de behoefte aan een dienst-, conciërge- of transitwoning te voorzien. Afdeling
;2° de naleving van de toegangsvoorwaarden tot de gecreëerde woningen, ongeacht of ze worden gehuurd of afgestaan, conform de voorwaarden bepaald in de artikelen 45 tot
kunnen de zakelijke rechten op de geconventioneerde woningen gedurende een periode van vijftien jaar vanaf de eerste aankoopakte van het goed gesubsidieerd door de investeerder enkel worden overgedragen aan personen die : 1° minstens 18 jaar oud zijn op de datum van aankoop;2° op de datum van aankoop geen eigenaar of vruchtgebruiker zijn, alleen of samen met hun echtgenoot/echtgenote of samenwonenden, van onroerende goederen die hoofdzakelijk bestemd zijn voor bewoning;3° op het moment van de aankoop in België onderworpen zijn aan de personenbelasting;4° tijdens het referentiejaar, alleen of samen met hun echtgenoot/echtgenote of samenwonenden, geen gezamenlijk belastbaar inkomen hebben genoten dat hoger is dan de bedragen bedoeld in artikel 8, § 1, 4° van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 2013Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 26/09/2013 pub. 24/10/2013 numac 2013031778 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de uitvoering van de stadsvernieuwingsopdrachten van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest sluiten betreffende de uitvoering van de stadsvernieuwingsopdrachten van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De overdrager van de zakelijke rechten bedoeld in het eerste lid bezorgt de investeerder vóór de overdracht alle documenten ter staving van de in het eerste lid vastgestelde voorwaarden, evenals in voorkomend geval een schriftelijke verklaring op erewoord dat hij voldoet aan de in het eerste lid, 2° vastgestelde voorwaarde. Hij verbindt er zich daarenboven toe de bestemming van het goed als geconventioneerde woning te behouden gedurende een periode van vijftien jaar vanaf de eerste aankoopakte van het goed gesubsidieerd door de investeerder. §
, kan de begunstigde op elk ogenblik aan de investeerder de overlegging vragen van kopies van de huurovereenkomsten en van de bewijsstukken voorzien in het eerste lid. De investeerder maakt de huurovereenkomsten en de bewijsstukken voorzien in het eerste lid over binnen de 15 dagen na ontvangst van de aanvraag van de begunstigde. De begunstigde licht de ambtenaren bedoeld in artikel 14
in aangaande de onregelmatigheden die blijken uit de huurovereenkomsten en de bewijsstukken bedoeld in het eerste lid die hem zijn overgemaakt, alsook aangaande de afwezigheid of de onvolledigheid van het antwoord op een vraag om mededeling. Afdeling 4. - Beheermaatregelen voor de buurtinfrastructuur, de gemeenschapsvoorzieningen, de commerciële en productieve ruimten Art. 49.De begunstigde of de investeerder legt een ontwerp van overeenkomst ter goedkeuring voor aan de minister of zijn afgevaardigde waarin de aan de specifieke kenmerken van de commerciële en productieve ruimten, buurtinfrastructuur of collectieve voorzieningen aangepaste voorwaarden betreffende het beheer ervan, overeenkomstig artikel 11, § 2
, zijn vastgelegd. In de overeenkomsten betreffende de commerciële- en productieve ruimten zijn minstens de verplichtingen in termen van toegankelijkheid en de financiële voorwaarden van de ingebruikneming vastgelegd. In de overeenkomsten betreffende de buurtinfrastructuur en gemeenschapsvoorzieningen zijn minstens de toegankelijkheidsregels vastgelegd. HOOFDSTUK 6. - Periodieke rapporten Art. 50.In toepassing van artikel 17
, bezorgt de begunstigde van een duurzaam wijkcontract het bestuur: 1° binnen de zes maanden na het einde van de eventueel verlengde uitvoeringstermijn van het duurzaam wijkcontract, een tussentijds verslag waarin de evolutie van elke operatie en actie, alsook het deel van de bereikte doelstellingen en resultaten voor elk van deze operaties en acties omstandig worden beschreven.2° binnen de zes maanden na het einde van de uitvoering van het duurzaam wijkcontract, een eindverslag waarin voor elke operatie en actie van het duurzaam wijkcontract de uitvoering en implementatie, het deel van de bereikte doelstellingen en resultaten en de perspectieven van voortzetting omstandig worden beschreven. Binnen zes maanden na de ontvangst van elk van de verslagen bedoeld in het vorige lid bezorgt het bestuur de Regering een samenvattend verslag van de verslagen die de begunstigden van elk duurzaam wijkcontract haar hebben bezorgd. HOOFDSTUK 7. - Overgangs- en slotbepalingen Art. 51.Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 27 mei 2010Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 27/05/2010 pub. 15/07/2010 numac 2010031347 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot uitvoering
van 28 januari 2010 houdende organisatie van de stedelijke herwaardering sluiten tot uitvoering
van 28 januari 2010 houdende organisatie van de stedelijke herwaardering wordt opgeheven. Overeenkomstig artikel 71
zijn de duurzame wijkcontracten die goedgekeurd zijn in toepassing
van 28 januari 2010 houdende organisatie van de stedelijke herwaardering onderworpen aan de artikelen 2 tot 11, 25, 26, 34, 40 § 2 en 41 tot 49 van dit besluit, onder de voorwaarden bepaald in artikel 71, tweede lid
. Art. 52.Hoofdstuk 2, afdelingen 1 en 2, alsook de artikelen 69 tot 70, 71 leden 1, 2, 3° en 3, 73 en 74 van hoofdstuk 3
van 6 oktober 2016 en dit besluit treden in werking op 16 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.