← België

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden en tot wijziging va

15 JANUARI 2016. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Re

§ 6

, van dit besluit:

  1. a)de laatst goedgekeurde jaarrekening van de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
  2. b)de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de aanvrager, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
  3. c)de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
  4. d)een verklaring waarvan het origineel ondertekend is door de voltallige raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond enerzijds, en de aanvrager anderzijds, dat er geen ongeoorloofde verwantschapsband bestaat tussen de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond en de aanvrager als vermeld in artikel 3 en 4 van dit besluit;12° de authentieke akte waaruit blijkt dat de aanvrager over een genotsrecht beschikt als vermeld in artikel 12 van het decreet van 23 februari 1994. Vanaf een jaar na de ingebruikname van de betreffende infrastructuur worden de volgende stukken ter beschikking gehouden door de aanvrager of op verzoek van het Fonds bezorgd aan het Fonds: 1° een verslag met een overzicht van de wijze waarop de aanvrager tegemoetgekomen is aan de opmerkingen, vermeld bij het definitieve principiële akkoord, en over alle wijzigingen die ten aanzien van het definitieve principiële akkoord doorgevoerd zijn, zowel op bouwfysisch, bouwtechnisch, conceptueel als functioneel vlak;2° een eindafrekening, die bestaat uit:
  5. a)de eindstaat van het project, per perceel en per onderdeel.De onderdelen zijn ruwbouw, technische uitrusting, afwerking en losse uitrusting en meubilering;
  6. b)de finale bouwkosten van het project per soort van werkzaamheden en per zorgvorm;
  7. c)de door de aannemer bezorgde facturen of vorderingsstaten;3° een definitief overzicht van de gunningen, opgemaakt op basis van een model dat door het Fonds ter beschikking wordt gesteld;4° een definitief programma van eisen op het vlak van comfort en gebruik van energie, water en materialen;5° de volgende documenten ter staving van duurzaam bouwen:
  8. a)een actualisatie van de afvinklijst duurzaam bouwen op basis van een model dat ter beschikking wordt gesteld door het Fonds;
  9. b)een akkoordbrief van de aanvrager waarbij hij stelt dat aan het programma van eisen is voldaan, conform de minimumeisen van de minister, en waarbij hij stelt dat afdoende rekening is gehouden met de vereisten en adviezen;
  10. c)studies of adviezen ter ondersteuning van de aangeduide criteria duurzaamheid, waaronder een document ter staving van de energieprestatieregelgeving (EPB);6° een evaluatie van het project, opgemaakt op basis van een model dat door het Fonds ter beschikking wordt gesteld;7° de verbruiksgegevens van energie en water;8° het gunningsdossier, per aanbesteding, dat bestaat uit:
  11. a)het proces-verbaal van de opening van de inschrijvingen;
  12. b)alle biedingen;
  13. c)de verslagen van de controle van de biedingen;
  14. d)de door de aanvrager gemotiveerde keuze van aannemer of leverancier;9° het proces-verbaal van voorlopige of definitieve oplevering;10° een bewijs van betaling van het kunstwerk of de kunstwerken in geval van toepassing van de regelgeving houdende integratie van kunstwerken in gebouwen van openbare diensten en daarmee gelijkgestelde diensten en van door de overheid gesubsidieerde inrichtingen, verenigingen en instellingen die tot de Vlaamse Gemeenschap behoren;11° met het oog op de controle van de verwantschapsband, vermeld in artikel 3 en 4 van dit besluit, als de aanvrager niet de eigenaar is van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond waarop het project is gepland, en met behoud van de toepassing van de mogelijkheid van het Fonds om aanvullende gegevens op te vragen conform artikel 4, §

§ 6

, van dit besluit:

  1. a)de laatst goedgekeurde jaarrekening van de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
  2. b)de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de aanvrager, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
  3. c)de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
  4. d)een verklaring waarvan het origineel ondertekend is door de voltallige raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond enerzijds, en de aanvrager anderzijds, dat er geen ongeoorloofde verwantschapsband bestaat tussen de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond en de aanvrager als vermeld in artikel 3 en 4 van dit besluit;12° de authentieke akte waaruit blijkt dat de aanvrager over een genotsrecht beschikt als vermeld in artikel 12 van het decreet van 23 februari 1994. In geval van een aankoop zonder verbouwing van een lokaal dienstencentrum, een regionaal dienstencentrum of een dagverzorgingscentrum is alleen het tweede lid van toepassing en hoeven alleen de stukken, vermeld in het tweede lid, 1°, 5°, 6°, 7°, 9°, 11° en 12°, ter beschikking gehouden te worden door de aanvrager of op verzoek van het Fonds bezorgd te worden aan het Fonds.". Art. 38.Artikel 36 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 februari 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/03/2009 pub. 14/05/2009 numac 2009202091 bron vlaamse overheid Woonzorgdecreet sluiten4, wordt vervangen door wat volgt: "Art. 36.Het Fonds doet voor het onderzoek van het dossier een beroep op de personeelsleden die ter beschikking staan van het Fonds. De personeelsleden die ter beschikking staan van het Fonds, kunnen aanvullende inlichtingen vragen aan de aanvrager. Hun advies wordt opgemaakt op basis van een onderzoek ter plaatse of op basis van stukken.". Art. 39.Artikel 37 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt: "Art. 37.Bij de aanvraag tot verstrekking van een eerste gebruikstoelage en bij de dossiers waarvoor er in het verleden nog geen gebruikstoelagen zijn verstrekt, beslist de minister over het al dan niet verstrekken van een gebruikstoelage. Met het oog daarop legt het Fonds een ontwerp van beslissing voor aan de minister. In de andere gevallen beslist het personeelslid dat belast is met de algemene leiding van het Fonds, over de toekenning van een gebruikstoelage.". Art. 40.In artikel 63 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 februari 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/03/2009 pub. 14/05/2009 numac 2009202091 bron vlaamse overheid Woonzorgdecreet sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "met een aangetekende brief een eerste aanvraag van een gebruikstoelage" vervangen door de woorden "een aanvraag tot verstrekking van een eerste gebruikstoelage" en worden de woorden "Die eerste aanvraag" vervangen door de woorden "Die aanvraag"; 2° in het tweede lid wordt de zin "Als de aanvrager bij een aanvraag al bepaalde stukken heeft bezorgd aan het Fonds, hoeven dezelfde stukken niet meer gevoegd te worden bij zijn aanvraag in de daaropvolgende jaren." vervangen door de zin "Als de aanvrager al bepaalde stukken heeft bezorgd aan het Fonds, hoeven dezelfde stukken niet meer bezorgd te worden aan het Fonds."; 3° er worden een derde en een vierde lid toegevoegd, die luiden als volgt: "De aanvraag, vermeld in het eerste lid, bevat de ondertekende notulen van de vergadering van de bevoegde organen van de aanvrager met de beslissing om een gebruikstoelage aan te vragen en vermeldt de datum van ingebruikname van de betreffende infrastructuur, of van een onderdeel ervan bij gefaseerde ingebruikname. Na de aanvraag tot verstrekking van een eerste gebruikstoelage hoeft er in de volgende jaren geen nieuwe aanvraag tot verstrekking van een gebruikstoelage te worden ingediend door de aanvrager. In de volgende jaren wordt de procedure door het Fonds automatisch opgestart.". Art. 41.In het opschrift van onderafdeling 2 van hoofdstuk 6, afdeling 4, van hetzelfde besluit wordt het woord "Aanvraagprocedure" vervangen door het woord "Procedure". Art. 42.Artikel 64 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt: "Art. 64.Tijdens de werkzaamheden en tot een jaar na de ingebruikname van de betreffende infrastructuur worden de volgende stukken ter beschikking gehouden door de aanvrager of op verzoek van het Fonds bezorgd aan het Fonds: 1° een verslag met een overzicht van de wijze waarop de aanvrager tegemoetgekomen is aan de opmerkingen, vermeld bij het definitieve principiële akkoord, en over alle wijzigingen die ten aanzien van het definitieve principiële akkoord doorgevoerd zijn, zowel op bouwfysisch, bouwtechnisch, conceptueel als functioneel vlak;2° de stedenbouwkundige vergunning;3° een overzicht van de uitgevoerde en geplande werkzaamheden;4° een overzicht van de gunningen, opgemaakt op basis van een model dat door het Fonds ter beschikking wordt gesteld;5° een geactualiseerd programma van eisen op het vlak van comfort en gebruik van energie, water en materialen;6° de volgende documenten ter staving van duurzaam bouwen:
  5. a)een actualisatie van de afvinklijst duurzaam bouwen op basis van een model dat ter beschikking wordt gesteld door het Fonds;
  6. b)studies of adviezen ter ondersteuning van de aangeduide criteria duurzaamheid;7° een geactualiseerde raming, per kostensoort en per zorgvorm;8° de bestekken;9° het gunningsdossier, dat bestaat uit:
  7. a)het proces-verbaal van de opening van de inschrijvingen;
  8. b)alle biedingen;
  9. c)de verslagen van de controle van de biedingen;
  10. d)de door de aanvrager gemotiveerde keuze van aannemer of leverancier;10° het proces-verbaal van voorlopige oplevering;11° met het oog op de controle van de verwantschapsband, vermeld in artikel 3 en 4 van dit besluit, als de aanvrager niet de eigenaar is van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond waarop het project is gepland, en met behoud van de toepassing van de mogelijkheid van het Fonds om aanvullende gegevens op te vragen overeenkomstig artikel 4, §

§ 6

, van dit besluit:

  1. a)de laatst goedgekeurde jaarrekening van de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
  2. b)de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de aanvrager, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
  3. c)de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
  4. d)een verklaring waarvan het origineel ondertekend is door de voltallige raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond enerzijds, en de aanvrager anderzijds, dat er geen ongeoorloofde verwantschapsband bestaat tussen de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond en de aanvrager als vermeld in artikel 3 en 4 van dit besluit;12° de authentieke akte waaruit blijkt dat de aanvrager over een genotsrecht beschikt als vermeld in artikel 12 van het decreet van 23 februari 1994. Vanaf een jaar na de ingebruikname van de betreffende infrastructuur worden de volgende stukken ter beschikking gehouden door de aanvrager of op verzoek van het Fonds bezorgd aan het Fonds: 1° een verslag met een overzicht van de wijze waarop de aanvrager tegemoetgekomen is aan de opmerkingen, vermeld bij het definitieve principiële akkoord, en over alle wijzigingen die ten aanzien van het definitieve principiële akkoord doorgevoerd zijn, zowel op bouwfysisch, bouwtechnisch, conceptueel als functioneel vlak;2° de eindafrekening, die bestaat uit:
  5. a)de eindstaat van het project, per perceel en per onderdeel.De onderdelen zijn ruwbouw, technische uitrusting, afwerking en losse uitrusting en meubilering;
  6. b)de finale bouwkosten van het project per soort van werkzaamheden en per zorgvorm;
  7. c)de door de aannemer bezorgde facturen of vorderingsstaten;3° een definitief overzicht van de gunningen, opgemaakt op basis van een model dat door het Fonds ter beschikking wordt gesteld;4° een definitief programma van eisen op het vlak van comfort en gebruik van energie, water en materialen;5° de volgende documenten ter staving van duurzaam bouwen:
  8. a)een actualisatie van de afvinklijst duurzaam bouwen op basis van een model dat ter beschikking wordt gesteld door het Fonds;
  9. b)een akkoordbrief van de aanvrager, waarbij hij stelt dat aan het programma van eisen is voldaan, conform de minimumeisen van de minister, en waarbij hij stelt dat afdoende rekening is gehouden met de vereisten en adviezen;
  10. c)studies of adviezen ter ondersteuning van de aangeduide criteria duurzaamheid, waaronder een document ter staving van de energieprestatieregelgeving (EPB);6° een evaluatie van het project, opgemaakt op basis van een model dat door het Fonds ter beschikking wordt gesteld;7° verbruiksgegevens van energie en water;8° het gunningsdossier, per aanbesteding, dat bestaat uit:
  11. a)het proces-verbaal van de opening van de inschrijvingen;
  12. b)alle biedingen;
  13. c)de verslagen van de controle van de biedingen;
  14. d)de door de aanvrager gemotiveerde keuze van aannemer of leverancier;9° het proces-verbaal van voorlopige of definitieve oplevering;10° met het oog op de controle van de verwantschapsband, vermeld in artikel 3 en 4 van dit besluit, als de aanvrager niet de eigenaar is van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond waarop het project is gepland, en met behoud van de toepassing van de mogelijkheid van het Fonds om aanvullende gegevens op te vragen overeenkomstig artikel 4, §

§ 6

, van dit besluit:

  1. a)de laatst goedgekeurde jaarrekening van de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
  2. b)de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de aanvrager, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
  3. c)de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
  4. d)een verklaring waarvan het origineel ondertekend is door de voltallige raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond enerzijds, en de aanvrager anderzijds, dat er geen ongeoorloofde verwantschapsband bestaat tussen de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond en de aanvrager als vermeld in artikel 3 en 4 van dit besluit; 11° de authentieke akte waaruit blijkt dat de aanvrager over een genotsrecht beschikt als vermeld in artikel 12 van het decreet van 23 februari 1994.". Art. 43.Artikel 65 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt: "Art. 65.Het Fonds doet voor het onderzoek van het dossier een beroep op de personeelsleden die ter beschikking staan van het Fonds. De personeelsleden die ter beschikking staan van het Fonds, kunnen aanvullende inlichtingen vragen aan de aanvrager. Hun advies wordt opgemaakt op basis van een onderzoek ter plaatse of op basis van stukken.". Art. 44.Artikel 66 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt: "Art. 66.Bij de aanvraag tot verstrekking van een eerste gebruikstoelage en bij de dossiers waarvoor er in het verleden nog geen gebruikstoelagen zijn verstrekt, beslist de minister over het al dan niet verstrekken van een gebruikstoelage. Met het oog daarop legt het Fonds een ontwerp van beslissing voor aan de minister. In de andere gevallen beslist het personeelslid dat belast is met de algemene leiding van het Fonds, over de toekenning van een gebruikstoelage.". Art. 45.In artikel 70 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 februari 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/03/2009 pub. 14/05/2009 numac 2009202091 bron vlaamse overheid Woonzorgdecreet sluiten4, worden de woorden "de eerste aanvraag tot het verkrijgen van een gebruikstoelage" vervangen door de worden "de aanvraag tot verstrekking van een eerste gebruikstoelage". Art. 46.In artikel 72 van hetzelfde besluit worden de woorden "de eerste aanvraag tot het verkrijgen van een gebruikstoelage" vervangen door de woorden "de aanvraag tot verstrekking van een eerste gebruikstoelage". Art. 47.Artikel 73 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt: "Art. 73.Het bedrag van de gebruikstoelage wordt vastgesteld, naargelang het geval, conform artikel 12 of 40.". Art. 48.In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 februari 2014 en 16 mei 2014, worden de artikelen 74 tot en met 83 opgeheven. Art. 49.In artikel 87, eerste en derde lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 februari 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/03/2009 pub. 14/05/2009 numac 2009202091 bron vlaamse overheid Woonzorgdecreet sluiten4, wordt de zinsnede "artikel 12, § 1, derde lid," vervangen door de zinsnede "artikel 12". Art. 50.Aan artikel 91 van hetzelfde besluit worden de woorden "voor woonzorgcentra of centra voor kortverblijf" toegevoegd. Art. 51.In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 februari 2014 en 16 mei 2014, wordt een artikel 92/2 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 92/2.In de sector van de voorzieningen voor de sociale integratie van personen met een handicap, in de sector van de verzorgingsinstellingen, en betreffende een lokaal dienstencentrum, een regionaal dienstencentrum of een dagverzorgingscentrum worden de dossiers waarvoor op de datum van de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2016 tot wijziging van diverse besluiten inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 05/06/2009 pub. 04/09/2009 numac 2009203709 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de regels voor het verlenen van de voorafgaande vergunning voor sommige woonzorgvoorzieningen sluiten tot vaststelling van de regels voor het verlenen van de voorafgaande vergunning voor sommige woonzorgvoorzieningen, wat betreft de lokale en regionale dienstencentra, nog geen definitief principieel akkoord als vermeld in artikel 13 of 41 van dit besluit, is gegeven, verder behandeld conform de bepalingen van het besluit van de Vlaamse regering van 8 juni 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 08/06/1999 pub. 10/09/1999 numac 1999036088 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden type besluit van de vlaamse regering prom. 08/06/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036085 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling van de totale investeringssubsidie en de bouwtechnische normen voor voorzieningen voor bejaarden en voorzieningen in de thuiszorg sluiten houdende de proceduregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden. Het Fonds informeert de aanvrager over de stand van zaken van zijn dossier in de procedure en vraagt in voorkomend geval de ontbrekende stukken op. Vanaf de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2016 tot wijziging van diverse besluiten inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 05/06/2009 pub. 04/09/2009 numac 2009203709 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de regels voor het verlenen van de voorafgaande vergunning voor sommige woonzorgvoorzieningen sluiten tot vaststelling van de regels voor het verlenen van de voorafgaande vergunning voor sommige woonzorgvoorzieningen, wat betreft de lokale en regionale dienstencentra, kunnen geen nieuwe aanvragen met het oog op het verkrijgen van een definitief principieel akkoord als vermeld in artikel 13 of 41 van dit besluit, meer worden ingediend in de sector van de voorzieningen voor de sociale integratie van personen met een handicap, in de sector van de verzorgingsinstellingen en betreffende een lokaal dienstencentrum, een regionaal dienstencentrum of een dagverzorgingscentrum.". HOOFDSTUK 1 2. - Slotbepalingen Art. 52.Voor dossiers die door het Fonds al ontvankelijk zijn verklaard vóór de inwerkingtreding van dit besluit met toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 8 juni 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 08/06/1999 pub. 10/09/1999 numac 1999036088 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden type besluit van de vlaamse regering prom. 08/06/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036085 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling van de totale investeringssubsidie en de bouwtechnische normen voor voorzieningen voor bejaarden en voorzieningen in de thuiszorg sluiten houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit besluit, hoeft het Fonds geen stedenbouwkundige vergunning voor het project te hebben verkregen vóór de subsidiebelofte voor het project kan worden gegeven. Als een subsidiebelofte wordt gegeven voor die dossiers, bezorgt de aanvrager, nadat hij het bevel heeft gegeven tot aanvang van de werkzaamheden, de bestelling geplaatst heeft of de authentieke akte verleden heeft, een kopie van de stedenbouwkundige vergunning aan het Fonds. Voor dossiers die door het Fonds al ontvankelijk zijn verklaard vóór de inwerkingtreding van dit besluit met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/03/2009 pub. 14/05/2009 numac 2009202091 bron vlaamse overheid Woonzorgdecreet sluiten2 tot regeling van de alternatieve investeringssubsidies, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit besluit, moet het Fonds een stedenbouwkundig attest hebben verkregen vóór de subsidiebelofte voor het project kan worden gegeven. Als een subsidiebelofte wordt gegeven voor die dossiers, bezorgt de aanvrager, nadat hij het bevel heeft gegeven tot aanvang van de werkzaamheden, de bestelling geplaatst heeft of de authentieke akte verleden heeft, een kopie van de stedenbouwkundige vergunning aan het Fonds. Art. 53.Artikel 26 heeft uitwerking met ingang van 1 augustus 2014 en artikel 47 en 48 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2015. Art. 54.De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 15 januari 2016. De minister-president van de Vlaamse Regering, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, J. VANDEURZEN

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.