artikel 7, 2° ;3° besluit van 27 november 2015: het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 27/11/2015 pub. 15/01/2016 numac 2015036642 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget sluiten over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget;4° bijstandsorganisatie: een organisatie als
artikel 14 van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 28/08/2014 numac 2014035693 bron vlaamse overheid DECREET houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap sluiten die door het agentschap vergund is om de budgethouder bij te staan voor de besteding van het cashbudget, de aanwending van de voucher en de organisatie van de zorg en ondersteuning, inclusief de onderhandelingen met vergunde zorgaanbieders, het zoeken en selecteren van mogelijke zorgbieders en het onderhandelen met die zorgaanbieders, het sluiten van overeenkomsten, het beheer van het budget, het verantwoorden van de besteding van het budget en het bemiddelen bij geschillen;5° budget: een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als
hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 28/08/2014 numac 2014035693 bron vlaamse overheid DECREET houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap sluiten dat is samengesteld uit de budgetcategorie die door het agentschap werd toegewezen aan de budgethouder eventueel aangevuld met een vergoeding voor beheerskosten, als
artikel 3, § 2, van dit besluit;6° budgethouders: naar gelang van het geval de personen met een handicap die gebruik maken van een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning of hun wettelijke vertegenwoordigers.Als de persoon met een handicap rechterlijk beschermd is met toepassing van de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/03/2013 pub. 14/06/2013 numac 2013009163 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid sluiten tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid, de persoon met een handicap en de bewindvoerder samen of de bewindvoerder; 7° cashbudget: een vorm van financiering van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning, waarbij de budgethouder beslist om de financiering van die zorg en ondersteuning in liquide middelen op de eigen bankrekening te ontvangen, met een maximumbudget per kalenderjaar, en waarbij de persoon met een handicap zelf zorgt voor het bekostigen van die zorg en ondersteuning;8° decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 28/08/2014 numac 2014035693 bron vlaamse overheid DECREET houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap sluiten: het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 28/08/2014 numac 2014035693 bron vlaamse overheid DECREET houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap sluiten houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning;9° meer hoogdrempelige individuele bijstand: de bijstand verleend door een bijstandsorganisatie die bestaat uit deelname aan het bemiddelingsoverleg in de regio's, de vertaling van het ondersteuningsplan in feitelijke zorg en ondersteuning, het helpen opstellen van uitvoerings- en budgetplannen, het zoeken naar, selecteren en onderhandelen met zorgaanbieders, de bijstand bij het sluiten van overeenkomsten, bij het beheer van het budget en bij het verantwoorden van de besteding van het budget en de bemiddeling bij geschillen;10° voucher: de vorm van financiering waarbij de persoon met een handicap beslist om de financiering van de niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning of de bijstand bij de organisatie daarvan rechtstreeks tussen het agentschap en de vergunninghouder, gekozen door de persoon met een handicap, te laten verlopen;11° zorgaanbieder: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die niet rechtstreeks toegankelijke zorg of ondersteuning aanbiedt aan een persoon met een handicap. Art. 2.De budgetcategorie die ter beschikking gesteld wordt aan de budgethouder wordt uitgedrukt in zorggebonden punten en in euro. Het aantal zorggebonden punten en de bedragen in euro zijn maximumbedragen voor een kalenderjaar. De personeelspunten kunnen omgezet worden in bedragen in euro's aan de hand van de omslagsleutel,
artikel 17, vierde lid, van het besluit van 27 november
het eerste lid, omzetten in personeelspunten tegen het bedrag per personeelspunt,
paragraaf 3, tweede lid. § 5. Het agentschap bepaalt voor elke vergunde zorgaanbieder jaarlijks het aantal extra personeelspunten dat voor dat jaar wordt vergoed en het bedrag van de vergoeding voor de organisatiegebonden kosten dat voor dat jaar wordt betaald. Het aantal extra personeelspunten wordt bepaald door het gemiddelde te berekenen van de extra personeelspunten waarop de vergunde zorgaanbieder conform paragraaf 3, recht heeft voor de twee voorafgaande kalenderjaren. Het bedrag van de vergoeding van de organisatiegebonden kosten wordt bepaald door het gemiddelde te berekenen van de vergoedingen voor organisatiegebonden kosten waarop de vergunde zorgaanbieder conform paragraaf 4, recht heeft voor de twee voorafgaande kalenderjaren. In afwijking van het eerste lid wordt voor de zorgaanbieders die met ingang van 1 september 2016 van rechtswege vergund worden, voor het jaar 2017 het aantal extra personeelspunten,
, eerste lid, dat voor dat jaar wordt vergoed en het bedrag van de vergoeding voor de organisatiegebonden kosten,
, eerste lid, dat voor dat jaar wordt betaald, door het agentschap vastgesteld op basis van het totaal aantal zorggebonden punten, dat wordt vastgesteld in het kader van de transitie van personen met een handicap die gebruikmaken van een flexibel aanbodcentrum voor meerderjarigen of een thuisbegeleidingsdienst, naar persoonsvolgende financiering. Het agentschap bepaalt het aantal extra personeelspunten en het bedrag van de vergoeding voor elke zorgaanbieder op basis van de som van het totaal aantal zorggebonden punten, dat als resultaat van de transitie, door de gebruikers van de zorgaanbieder als een budget kunnen worden besteed, in voorkomend geval verhoogd met het aantal zorggebonden punten of de bedragen die de budgethouders in het jaar 2016 bij de zorgaanbieder hebben besteed. Voor het jaar 2018 bepaalt het agentschap voor de zorgaanbieders die met ingang van 1 september 2016 van rechtswege vergund worden, het aantal extra personeelspunten,
, eerste lid, dat voor dat jaar wordt vergoed en het bedrag van de vergoeding voor de organisatiegebonden kosten,
, eerste lid, dat voor dat jaar wordt betaald door het gemiddelde te berekenen van de extra personeelspunten en het bedrag van de vergoeding waarop de vergunde zorgaanbieder conform paragraaf 3 en paragraaf 4, recht heeft voor het jaar 2017, dat werd berekend conform het tweede lid en het aantal extra personeelspunten en het bedrag van de vergoeding waarop de vergunde zorgaanbieder, conform paragraaf 3 en paragraaf 4, recht heeft voor het jaar 2018. In afwijking van het eerste lid wordt het aantal extra personeelspunten,
, eerste lid, en het bedrag van de vergoeding voor de organisatiegebonden kosten,
, eerste lid, voor een zorgaanbieder die niet met ingang van 1 september 2016 van rechtswege is vergund voor het jaar 2017 vastgesteld op basis van de zorggebonden punten en de bedragen die door budgethouders tijdens het jaar 2017 bij de zorgaanbieder worden besteed. Voor het jaar 2018 worden de extra personeelspunten waarop de zorgaanbieder die niet met ingang van 1 september 2016 van rechtswege is vergund, conform paragraaf 3, recht heeft bepaald door het gemiddelde te berekenen van de extra personeelspunten waarop de zorgaanbieder recht heeft voor het 2017 en voor het jaar 2018. Het bedrag van de vergoeding van de organisatiegebonden kosten wordt bepaald door het gemiddelde te berekenen van de vergoedingen voor organisatiegebonden kosten waarop de vergunde zorgaanbieder conform paragraaf 4, recht heeft voor het jaar 2017 en het jaar 2018. HOOFDSTUK 2. - Besteding van het budget Art. 4.Het budget kan besteed worden aan: 1° zorg en ondersteuning die noodzakelijk is als gevolg van de handicap.Het gaat daarbij om een van de volgende vormen van ondersteuning:
de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten;
artikel 4, 1°, c);
het wetboek van vennootschappen van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wetboek van vennootschappen prom. 07/05/1999 pub. 29/08/2012 numac 2012000539 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wetboek van vennootschappen sluiten of in de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen.familie tot de tweede graad zijn van de personen met een handicap die worden ondersteund; 4° een overeenkomst met een organisatie of dienst die erkend of vergund is door een andere overheidsdienst van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, over het verlenen van zorg en ondersteuning en die zorg en ondersteuning organiseert voor maximum vijftien personen met een handicap die deze ondersteuning vergoeden met een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als
hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 28/08/2014 numac 2014035693 bron vlaamse overheid DECREET houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap sluiten houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, kan vaststellen in welke gevallen en onder welke voorwaarden het cashbudget kan worden besteed voor dagondersteuning als
artikel 1, 3°, van het besluit van 27 november 2015, op basis van een overeenkomst met groene zorginitiatieven die ondersteuning bieden aan verschillende personen en die zich registeren bij het agentschap. HOOFDSTUK 3 - Opstarten van het budget Art. 8.Het agentschap deelt aan de budgethouder mee dat het budget dat het agentschap heeft toegewezen ter beschikking wordt gesteld, en brengt de budgethouder op de hoogte van de aanvangsdatum en periode. Voor het eerste jaar wordt het budget ter beschikking gesteld naar rata de resterende maanden van het kalenderjaar. Art. 9.De budgethouder start binnen vier maanden, te rekenen vanaf de aanvangsdatum,
de beslissing van het agentschap over de terbeschikkingstelling, met het besteden van het budget. De budgethouder is met het besteden van het budget gestart als hij: 1° ofwel een overeenkomst heeft gesloten als
artikel 13 en de gegevens over die overeenkomst conform artikel 13, tweede lid, heeft meegedeeld aan het agentschap;2° ofwel een overeenkomst heeft afgesloten als
artikel 7 en de gegevens over de overeenkomst conform artikel 17 heeft meegedeeld aan het agentschap. Art. 10.§
paragraaf 1, tweede lid, mee aan het agentschap. De bijstandsorganisatie deelt aan het agentschap mee akkoord te gaan met de gegevens die de budgethouder heeft meegedeeld. Het agentschap stort het bedrag in euro's op de rekening van de budgethouder. Dat bedrag komt overeen met de kostprijs van het aantal sessies dat in de overeenkomst vermeld wordt met een maximum aantal van vier sessies. Het bedrag in euro wordt in mindering gebracht van het budget van de budgethouder. § 3. Bij gebruik als voucher deelt de bijstandsorganisatie de gegevens,
paragraaf 1, tweede lid, mee aan het agentschap en deelt de budgethouder mee in te stemmen met die gegevens. De bijstandsorganisatie deelt aan het agentschap het aantal sessies mee die effectief plaats hebben gevonden. Het agentschap betaalt de vergoeding voor die sessies in euro's aan de bijstandsorganisatie. Het bedrag, uitgedrukt in zorgpunten, wordt in mindering gebracht van het budget van de budgethouder. De zorggebonden punten worden naar euro's omgerekend aan de hand van de omslagsleutel,
artikel 2, tweede lid. Art. 11.Als de budgethouder binnen de twee maanden, te rekenen vanaf de aanvangsdatum,
de beslissing over de ter beschikkingstelling, niet gestart is met de besteding van het budget, kan het agentschap de budgethouder doorverwijzen naar een bijstandsorganisatie. Het agentschap kan aan de budgethouder bemiddeling als
hoofdstuk 4, afdeling 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2016Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 04/03/2016 pub. 20/04/2016 numac 2016035677 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering over de oprichting van een regionale prioriteitencommissie, de toekenning van prioriteitengroepen, de vaststelling van de maatschappelijke noodzaak, de toeleiding naar ondersteuning, de afstemming en planning in het kader van persoonsvolgende financiering sluiten over de oprichting van een regionale prioriteitencommissie, de toekenning van prioriteitengroepen, de vaststelling van de maatschappelijke noodzaak, de toeleiding naar ondersteuning, de afstemming en planning in het kader van persoonsvolgende financiering voorstellen met het oog op het opstarten van het budget. De budgethouder kan de bemiddeling ook vragen. Art. 12.De beslissing van het agentschap tot terbeschikkingstelling van het budget vervalt als de budgethouder binnen de termijn,
artikel 9, niet is gestart met het besteden van het budget. Als de budgethouder overmacht aantoont kan het agentschap de termijn,
artikel 9, eenmalig verlengen met vier maanden. Het agentschap brengt de budgethouder een maand vooraf ervan op de hoogte dat de beslissing van het agentschap tot terbeschikkingstelling van het budget over een maand zal vervallen. Als de termijn,
het eerste lid is verstreken brengt het agentschap de budgethouder schriftelijk op de hoogte van het vervallen van de beslissing tot terbeschikkingstelling. Als de terbeschikkingstelling vervallen is, wordt de budgethouder met de hem toegewezen budgetcategorie ingedeeld in prioriteitengroep drie als
artikel 23 van het besluit van 27 november 2015. De budgethouder wordt binnen de prioriteitengroep drie gerangschikt op basis van de datum waarop de terbeschikkingstelling vervalt,
het eerste lid. In afwijking van het eerste lid vervalt de beslissing tot toewijzing van het budget,
artikel 25 van het besluit van 27 november 2015 en de beslissing tot terbeschikkingstelling van het budget dat werd aangevraagd en toegewezen met toepassing van hoofdstuk 5 van het voormelde besluit, als de budgethouder binnen de termijn,
artikel 9, niet is gestart met het besteden van het budget. Als de budgethouder overmacht aantoont kan het agentschap de termijn,
artikel 9, eenmalig verlengen met vier maanden. HOOFDSTUK
de overeenkomst, niet groter is dan het resterend gedeelte van het jaarlijks budget na aftrek van het deel dat de budgethouder op jaarbasis al heeft vastgelegd in de vorm van een voucher of dat al werd besteed als cashbudget. Als het saldo van het budget voldoende groot is, aanvaardt het agentschap de overeenkomst en wordt het aantal zorggebonden punten vastgelegd als voucher. Als het saldo van het budget niet groot genoeg is, aanvaardt het agentschap de overeenkomst niet. Het agentschap brengt de budgethouder en de vergunde zorgaanbieder daarvan op de hoogte. Afdeling
het eerste lid, mee aan het agentschap: 1° de identificatiegegevens van de budgethouder;2° de identificatiegegevens van de bijstandsorganisatie;3° de duur van de overeenkomst;4° het aantal sessies hoogdrempelige individuele bijstand;5° het aantal zorggebonden punten dat op jaarbasis nodig is om de overeenkomst uit te voeren. Het agentschap kijkt na of het aantal zorggebonden punten,
de overeenkomst, niet groter is dan het resterend gedeelte van het jaarlijks budget na aftrek van het deel dat de budgethouder op jaarbasis reeds al heeft vastgelegd in de vorm van een voucher of dat al werd besteed als cashbudget. Als het saldo van het budget voldoende groot is, aanvaardt het agentschap de overeenkomst en wordt het aantal zorggebonden punten vastgelegd als voucher. Als het saldo van het budget niet groot genoeg is, aanvaardt het agentschap de overeenkomst niet. Het agentschap brengt de budgethouder en de bijstandsorganisatie daarvan op de hoogte. § 2. Het agentschap vergoedt de bijstandsorganisatie voor de meer hoogdrempelige individuele bijstand die wordt geleverd op basis van een voucher. De bijstandsorganisatie deelt aan het agentschap het aantal zorggebonden punten mee waarvoor hoogdrempelige individuele bijstand aan budgethouders werd verleend met vermelding van de naam van de budgethouders. Het agentschap vergoedt de bijstandsorganisatie in euro's. Het aantal zorggebonden punten dat de bijstandsorganisatie heeft meegedeeld wordt daarvoor omgerekend in euro's met de omslagsleutel,
artikel 2, tweede lid. HOOFDSTUK 5 - Het gebruik van een budget als cashbudget Art. 16.Als de budgethouder voor het eerst het volledige budget of een deel ervan wil gebruiken als een cashbudget, deelt hij aan het agentschap het bedrag in euro's mee dat hij op jaarbasis als cashbudget wil gebruiken. Het agentschap controleert of het bedrag in euro dat de budgethouder als cashbudget wil gebruiken, niet groter is dan het resterende gedeelte van het budget, na aftrek van het deel dat op jaarbasis al werd vastgelegd in de vorm van een voucher. Als het resterende gedeelte van het budget kleiner is dan bedrag in euro dat de budgethouder als cashbudget wil inzetten, brengt het agentschap de budgethouder daarvan op de hoogte. Als het resterende deel van het budget groter is dan of gelijk is aan het bedrag dat de budgethouder als cashbudget wil gebruiken, ontvangt de budgethouder van het agentschap een terugvorderbare voorschot ten bedrage van drie twaalfden van het bedrag in euro's, afgerond op het honderdtal, dat de budgethouder als cashbudget wil gebruiken. Daarvoor moet de budgethouder vooraf een eerste overeenkomst als
artikel 7 hebben gesloten en aan het agentschap de gegevens, die het agentschap over die overeenkomst heeft vastgesteld hebben meegedeeld en moet het agentschap hebben vastgesteld dat het om een overeenkomst gaat als
artikel 7. Het terugvorderbare voorschot wordt niet aangerekend op het budget van de budgethouder. Het terugvorderbare voorschot wordt aangepast als het bedrag dat de budgethouder als cashbudget besteedt, minstens vijftig procent meer of minder bedraagt dan het bedrag,
het eerste lid. Het terugvorderbare voorschot kan op initiatief van het agentschap of op vraag van de budgethouder worden aangepast als het bedrag dat de budgethouder als cashbudget besteedt gedurende meerdere jaren hoger of lager is dan het bedrag,
het eerste lid. Het terugvorderbare voorschot wordt in de gevallen,
het vijfde lid, aangepast met een percentage dat overeenkomt met het percentage dat meer of minder wordt besteed dan het bedrag,
het eerste lid. Als het terugvorderbare voorschot verminderd wordt, stort de budgethouder het bedrag waarmee het terugvorderbare voorschot verminderd wordt, terug aan het agentschap Art. 17.§ 1. De budgethouder sluit voor de besteding van het deel van het budget dat hij als cashbudget wil gebruiken overeenkomsten als
artikel 7, en deelt aan het agentschap voor alle overeenkomsten die hij heeft gesloten de gegevens mee die het agentschap heeft vastgesteld. Het agentschap beoordeelt op basis van de meegedeelde gegevens of het om een overeenkomst gaat als
artikel 7. Als het agentschap vaststelt dat het gaat om een overeenkomst als
artikel 7 deelt het agentschap aan de budgethouder mee dat het agentschap akkoord gaat met de besteding van het budget als cashbudget op basis van de meegedeelde overeenkomsten. Als het agentschap vaststelt dat het niet gaat om een overeenkomst als
artikel 7, deelt het agentschap aan de budgethouder mee niet akkoord te gaan met de besteding van het budget als cashbudget op basis van de meegedeelde overeenkomst. § 2. De budgethouder deelt de kosten voor zorg en ondersteuning die hij vergoedt met het cashbudget mee aan het agentschap met kostenstaten als
artikel 22. Het agentschap betaalt de bedragen op de kostenstaten aan de budgethouder als de kosten verband houden met overeenkomsten waarover het agentschap heeft geoordeeld dat het gaat om een overeenkomst als
artikel 7. Het agentschap betaalt de bedragen, op de kostenstaten, die de budgethouder heeft ingediend tot het jaarlijks budget is opgebruikt rekening houdend met het gedeelte van het budget dat op jaarbasis als voucher werd vastgelegd en het gedeelte van het budget dat al werd besteed als cashbudget. De kostenstaten voor een kalenderjaar worden uiterlijk op 1 maart van het volgende kalenderjaar aan het agentschap meegedeeld. De kosten, op de kostenstaten, die na die datum worden ingediend worden niet betaald. In afwijking van het derde lid kan de budgethouder in uitzonderlijke gevallen en na akkoord van het agentschap tot maximaal twee jaar na de datum,
het derde lid, kostenstaten indienen voor bijkomende kosten. Art. 18.De budgethouder deelt aan het agentschap het bankrekeningnummer mee dat hij exclusief voorbehoudt voor het beheer en de besteding van het cashbudget. Het agentschap stort het terugvorderbare voorschot en de bedragen, op de kostenstaten, die de budgethouder indient, op dit bankrekeningnummer. HOOFDSTUK 6. - Verantwoording van de besteding en vrij besteedbaar bedrag Art. 19.De budgethouder verantwoordt de besteding van het budget, met uitzondering van het vrij besteedbare bedrag,
artikel 20. Art. 20.De budgethouder kan een deel van zijn budget besteden zonder dat te moeten verantwoorden. Het vrij besteedbare bedrag bedraagt: 1° 1800 euro voor de budgetcategorieën I tot en met IV,
tabel 1, opgenomen in de bijlage die is gevoegd bij het besluit van 27 november 2015;2° 3600 euro voor de budgetcategorieën V tot en met XII,
voormelde tabel 1. Voor het eerste jaar dat het budget ter beschikking wordt gesteld wordt het vrij besteedbare bedrag vastgesteld naar rata van het aantal resterende maanden van het kalenderjaar. De budgethouder deelt aan het agentschap met een kostenstaat de bedragen mee die hij vrij heeft besteed. Het agentschap stort die bedragen op de bankrekening van de budgethouder,
artikel 18, tot het vrij besteedbare bedrag,
het tweede lid, volledig is opgebruikt. Art. 21.Voor het budget of het deel van het budget dat als voucher wordt gebruikt bij een zorgaanbieder die vergund is door het agentschap geldt de mededeling van de gegevens,
artikel 13, tweede lid, als een voldoende verantwoording. Voor het budget of het deel van het budget dat als voucher wordt gebruikt bij een bijstandsorganisatie geldt de mededeling van de gegevens,
artikel 15, als een voldoende verantwoording. Art. 22.De budgethouder verantwoordt de besteding van het budget als cashbudget, met uitzondering van het vrij besteedbare bedrag, met kostenstaten die hij meedeelt aan het agentschap. Op de kostenstaat worden de uitgaven gelinkt aan een van de overeenkomsten,
artikel 7. Het agentschap stelt een model van kostenstaat ter beschikking en bepaalt de wijze waarop de kostenstaat wordt opgemaakt. De budgethouder bewaart de overeenkomsten,
artikel 7, die hij heeft gesloten in het kader van de besteding van zijn budget als cashbudget en de bewijzen met betrekking tot de meegedeelde kosten, gedurende zeven jaar thuis. Het agentschap stelt vast op welke wijze de kosten,
artikel 24, bewezen moeten worden. Art. 23.Als de budgethouder in het kader van de besteding van zijn budget als cashbudget een arbeidsovereenkomst sluit moet hij voldoen aan zijn fiscale en sociaal-rechtelijke verplichtingen als werkgever daarin inbegrepen de bepalingen over het minimumloon en de verplaatsingen, zoals vastgesteld binnen het paritair subcomité 319.01. De budgethouder kan met minderjarigen alleen een overeenkomst sluiten voor tewerkstelling van studenten als
de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten. Bovendien mag de minderjarige geen bloed- of aanverwant zijn tot de tweede graad, noch deel uitmaken van het gezin van de persoon met een handicap of van zijn wettelijke vertegenwoordiger. Art. 24.De volgende kosten worden in het kader van de verantwoording van de besteding van het budget als cashbudget in aanmerking genomen: 1° lonen, met inbegrip van sociale en fiscale werkgeverslasten, alsook noodzakelijke verzekeringskosten, maaltijdcheques en diverse kosten die met de arbeidssituatie verbonden zijn alsook opleidingen;2° de kosten, aangerekend door een sociaal secretariaat;3° de kosten, aangerekend door een uitzendbureau voor zijn tussenkomst en de kosten van de zorg en ondersteuning die verleend worden door een zorgaanbieder die ter beschikking gesteld wordt door een uitzendbureau;4° vergoedingen van vrijwilligers waarop de budgethouder een beroep doet via een vrijwilligersorganisatie;5° het inschrijvingsgeld bij een vrijwilligersorganisatie;6° de aankoop van dienstencheques;7° verplaatsingskosten en administratieve kosten, aangerekend door een dienstenchequebedrijf;8° de aankoop van PWA cheques;9° het inschrijvingsgeld bij een plaatselijke werkgelegenheidsagentschap;10° de kosten, aangerekend door een zorgaanbieder die vergund is door het agentschap voor het verlenen van zorg en ondersteuning;11° de kosten, aangerekend door een bijstandsorganisatie eventueel met inbegrip van het lidgeld;12° kosten voor tolkuren Vlaamse gebarentaal voor zover die niet al gesubsidieerd worden;13° de kosten voor zorg en ondersteuning, die aangerekend worden door een organisatie of dienst, die erkend of vergund is door een andere overheidsdienst van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, die zorg en ondersteuning organiseert voor maximum vijftien personen met een handicap, die deze ondersteuning vergoeden met een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als
hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 28/08/2014 numac 2014035693 bron vlaamse overheid DECREET houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap sluiten houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap; 14 ° de kosten die voortvloeien uit een overeenkomst voor het vervoer van de persoon met een handicap; 15° de kosten voor het verlenen van zorg en ondersteuning op basis van een overeenkomst die gesloten wordt met een familielid dat tot de tweede graad verwant is met de budgethouder of met een persoon die deel uitmaakt van het gezin van de budgethouder;16° de kosten die voortvloeien uit een overeenkomst met een natuurlijke persoon of met een rechtspersoon over het verlenen individuele ondersteuningsfuncties;17° de kosten voor zorg en ondersteuning die voortvloeien uit een overeenkomst met een rechtspersoon die zorg en ondersteuning organiseert voor maximum vijftien personen met een handicap en waarbij minimaal de helft van de leden van de raad van bestuur en de meerderheid van de algemene vergadering familie tot de tweede graad zijn van de personen met een handicap die worden ondersteund;18° de gebruikersbijdrage voor zorg en ondersteuning die aangerekend wordt door een organisatie of dienst die erkend of vergund is door een andere overheidsdienst van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en die zorg en ondersteuning verleent op basis van een overeenkomst als
artikel 7, 2°, j. HOOFDSTUK 7 - Stopzetten van het budget Art. 25.Als de budgethouder het gebruik van het budget als een voucher wil stopzetten bij een zorgaanbieder die het agentschap vergund heeft of bij een bijstandsorganisatie zegt hij de overeenkomst met de zorgaanbieder of met de bijstandsorganisatie op. De overeenkomst met een zorgaanbieder die het agentschap vergund heeft wordt opgezegd conform artikel 38 tot en met 41 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011 betreffende de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg van voorzieningen voor opvang, behandeling en begeleiding van personen met een handicap. De overeenkomst met een bijstandsorganisatie wordt opgezegd conform de bepalingen van de overeenkomst. De budgethouder deelt aan het agentschap mee dat hij de overeenkomst heeft opgezegd met de zorgaanbieder die het agentschap vergund heeft of met de bijstandsorganisatie en deelt de datum mee waarop de overeenkomst beëindigd wordt. Als de persoon met een handicap overlijdt wordt er van uitgegaan dat de overeenkomst met de vergunde zorgaanbieder beëindigd wordt op de eerste dag van de eerste maand die volgt op de datum van het overlijden van de budgethouder. Art. 26.§ 1. Als de budgethouder niet langer gebruik wil maken van het budget als cashbudget deelt hij dat mee aan het agentschap. Als hij al kosten heeft gemaakt met uitzondering van de kosten van de hoogdrempelige individuele bijstand,
artikel 10, deelt hij ook mee vanaf welke datum hij geen gebruik meer wil maken van het budget. De budgethouder maakt een laatste kostenstaat als
artikel 22 op met vermelding van alle kosten voor zorg en ondersteuning tot op de datum,
het tweede lid, met inbegrip van de wettelijk verplichte opzegvergoedingen die hij nog niet heeft meegedeeld aan het agentschap. Na ontvangst van de laatste kostenstaat maakt het agentschap de eindafrekening van het gebruik van het budget als cashbudget. Het agentschap betaalt de bedragen, vermeld op de laatste kostenstaat, die de budgethouder heeft ingediend, tot het jaarlijks budget volledig is opgebruikt, rekening houdend met het gedeelte van het budget dat op jaarbasis als voucher werd vastgelegd en het gedeelte dat al werd besteed als cashbudget. Als de budgethouder stopt met het gebruik van zijn budget als een cashbudget dan betaalt hij het terugvorderbare voorschot,
artikel 16, terug aan het agentschap. § 2. Als de persoon met een handicap overlijdt kunnen de erfgenamen een kostenstaat bezorgen aan het agentschap met vermelding van alle kosten voor zorg en ondersteuning tot op de datum van het overlijden van de persoon met een handicap die nog niet werden meegedeeld aan het agentschap met inbegrip van verbrekingsvergoedingen, kosten die verband houden met het afsluiten van het administratief dossier en de kosten van hoogdrempelige individuele bijstand in het kader van het afsluiten van het dossier. Na ontvangst van de kostenstaat maakt het agentschap de eindafrekening van het gebruik van het budget als cashbudget. Het agentschap betaalt de bedragen, vermeld op de laatste kostenstaat, die de erfgenamen hebben ingediend, tot het jaarlijks budget volledig is opgebruikt, rekening houdend met het gedeelte van het als voucher vastgelegde budget dat nodig is om de zorg en ondersteuning te vergoeden die de zorgaanbieder die het agentschap heeft vergund of de bijstandsorganisatie verleend heeft tot op de datum waarop de persoon met een handicap is overleden. Bij overlijden van de persoon met een handicap, kan maximaal een vierde van het bedrag dat de budgethouder wou gebruiken als een cashbudget,
artikel 16, eerste lid, worden besteed aan verbrekingsvergoedingen. Als aan de hand van kostenstaten aangetoond wordt dat dat bedrag niet volstaat, kan het agentschap maximaal een vierde van het bedrag dat de budgethouder wou gebruiken als een cashbudget extra toekennen om de verbrekingsvergoedingen te betalen. HOOFDSTUK 8 - Controle Art. 27.Het agentschap kan de overeenkomsten,
artikel 7, die de budgethouder heeft gesloten in het kader van de besteding van zijn budget als cashbudget en de bewijzen met betrekking tot de meegedeelde kosten, opvragen bij de budgethouder. Zorginspectie van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
artikel 3, § 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 maart 2006 betreffende het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, betreffende de inwerkingtreding van regelgeving tot oprichting van agentschappen in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en betreffende de wijziging van regelgeving met betrekking tot dat beleidsdomein, controleert ter plaatse of op stukken of de bepalingen
dit besluit worden nageleefd. De budgethouders verlenen hun medewerking aan de uitoefening van het toezicht door Zorginspectie. Als daarom verzocht wordt stellen ze de stukken die met de besteding van het budget verband houden ter beschikking. HOOFDSTUK
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.