← België

Besluit van de Waalse Regering tot uitvoering van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, wat betreft de verschillende maatregele

wetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, wat betreft de verschillende maatregelen i.v.m. de financiering van het waterbeleid en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 16 november 2000R

§ 4

. Binnen tien dagen na de zending of de overbrenging van de aanvraag om vrijstelling stuurt het bestuur de belastingplichtige een bericht van ontvangst van de aanvraag volgens

§ 4

. De beslissing van het Bestuur wordt uiterlijk op 30 december van het jaar voor het winningsjaar schriftelijk gericht aan de belastingplichtige volgens

§ 4. § 4.

De volgende wijzen van communicatie worden voor de in § 3 bedoelde mededelingen en zendingen gebruikt : 1° aangetekende zending met ontvangstbericht;2° elke gelijksoortige formule als de in 1° bedoelde zending, die de verzend- en ontvangstdatum van de akte waarborgen;3° neerlegging tegen ontvangstbewijs;4° e-mail indien de procedure gedematerialiseerd wordt overeenkomstig de door de Minister bepaalde modaliteiten en voorwaarden. Art. R.329. § 1. De debietmeting wordt voortdurend over een periode gelijk aan de winningsperiode uitgevoerd volgens de vigerende normen en volgens de technische voorschriften van de fabrikanten van het meetsysteem. § 2. Wanneer de inrichting over een systeem voor de voortdurende meting van het debiet beschikt, kan het systeem door het erkende laboratorium, dat zich over de geldigheid van de geregistreerde metingen verzekert, gebruikt worden. § 3. De belastingplichtige zorgt voor de regelmatige metrologische opvolging van zijn debietmetingstoestellen volgens de door de fabrikant aanbevolen frequentie. Er wordt een getuigschrift van goede werking ter beschikking gesteld van het Bestuur. § 4. Wanneer het toegelaten dagelijkse debiet hoger is dan 100 m3, wordt de meting van het geloosde debiet voortdurend uitgevoerd. De toestellen voor de meting van het debiet worden uitgerust met een recorder of een data-acquisitiesysteem met een totalisator van het dagelijkse debiet. De samenvattende tabellen per maand en per jaar voor die gegevens worden bij de jaarlijkse aangifte gevoegd. § 5. Wanneer de monsternamekamer de installatie van een continu meetsysteem niet mogelijk maakt en voor zover het dagelijkse volume van het geloosde water niet hoger is dan 100 m3/d, kan het bij de uitvoering van de monstername geloosde debiet op grond van de tijdens de winningsperiode opgemeten waterconsumpties geraamd worden. Het erkende laboratorium legt het ramingsprincipe in zijn analyseverslag uit. Art. R.330. § 1. De ecotoxiciteitsparameter "TU" bepaald in artikel D.262 wordt uitgevoerd wanneer de belastingplichtige onder de in bijlage XKI bepaalde activiteitensector(

  1. en)valt. De analyse van die ecotoxiciteitsparameter wordt door een erkend laboratorium verricht. § 2. Het in § 1 bedoelde erkende laboratorium gebruikt de volgende analysemethoden : 1° ofwel een doe-het-zelftest die daphnia uit de ontluiking van slapende eieren gebruikt;2° ofwel een conventionele methode die daphnia uit een teelt die binnen wordt gehouden, gebruikt. § 3. Het laboratorium erkend in één van de drie categorieën A, B of C van bijlage IX bij Boek I van het Milieuwetboek wordt voor de in § 2 bepaalde methode erkend indien het een attest voorlegt, waarbij wordt bewezen dat bedoeld laboratorium een opleiding georganiseerd door het referentielaboratorium van het "ISSeP" heeft gevolgd en regelmatig deelneemt aan proeven tussen laboratoria die georganiseerd worden door instellingen erkend voor de organisatie van dit soort proeven. Art. R.331. § 1. Wat betreft de vaststelling van de verontreinigende last N4, is het gemiddelde temperatuurverschil toegepast aan het jaarlijkse volume koelwater gelijk aan het verschil tussen de gemiddelde temperatuur van het geloosde water en de gemiddelde temperatuur van het afgetapt water zoals bepaald aan het begin van een voortdurende registratie van de temperaturen. Het verschil kan ook overeenstemmen met het rekenkundig gemiddelde van het tijdverschil gemeten tussen die twee temperaturen. § 2. De belastingplichtige die koelwater loost, gaat tot de metingen van temperatuur bedoeld in § 1 volgens de richtlijnen van het Bestuur over. Art. R.322. Het Bestuur hoeft de tijdens een bijzondere vervuilingsfase opgemeten waarden niet langer in aanmerking te nemen indien die fase klaarblijkelijk een toevallig, niet repetitief en kortstondig karakter vertoont en niet te wijten is aan de permanente nalatigheid van de belastingplichtige. C. Modaliteiten i.v.m. met het in aanmerking nemen van de parameters Art. R.333. § 1. Als het Bestuur beschikt over het resultaat van de analyses uitgevoerd op verschillende voldoende representatief geachte monsters die op dezelfde loosplaats zijn genomen, wordt de verontreinigende last N1 bepaald op grond van het gemiddelde dagelijkse debiet en van het rekenkundige gemiddelde van de opgemeten waarden van de parameters SS en COD. Indien de tijdens de periodes van monsternemingen geloosde hoeveelheid is opgemeten, neemt het Bestuur, het gewogen gemiddelde van de opgemeten waarden van de in het eerste lid bedoelde parameters in aanmerking door aan ieder van hen een gewicht toe te kennen dat evenredig is met de geloosde hoeveelheid. Indien één of meerdere waarden van de tijdens de periodes van monsternemingen geloosde hoeveelheid ontbrekend zijn, wordt de verontreinigende last N1 bepaald op grond van het gemiddelde dagelijkse debiet en van het rekenkundige gemiddelde van de opgemeten waarden van de parameters bedoeld in het eerste lid. Wanneer N1 op grond van één of twee jaarlijkse monsters wordt berekend, is het gemiddelde dagelijkse debiet de gemiddelde hoeveelheid van de representatieve monsters. Het gemiddelde dagelijkse debiet is representatief van de drukste maand van het jaar en mag niet kleiner zijn dan het jaarlijkse debiet gedeeld door het aantal aangegeven lozingsdagen. Wanneer N1 op grond van twee monsters wordt berekend, is het gemiddelde dagelijkse debiet gelijk aan het jaarlijkse debiet gedeeld door het aantal aangegeven lozingsdagen. § 2. De verontreinigende lasten N1 worden afzonderlijk per loospunt berekend. Indien het bedrijf zijn industrieel afvalwater echter op verschillende plaatsen loost waarvan minstens, 225 dagen per jaar wordt gebruikt, wordt elke loosplaats van dat type omgezet in een waterlozingspunt met dezelfde kenmerken, waar geloosd wordt tijdens een aantal dagen dat gelijk is aan het jaarlijks aantal dagen waarop een of andere lozing is vastgesteld. § 3. Als afvalwater wordt geloosd tijdens de periodes waar de activiteit van het bedrijf gelijk aan nul of zeer beperkt is, met een gemiddelde dagelijkse last die kleiner is dan 10 % van de gemiddelde dagelijkse last geloosd tijdens de normale activiteitsperiodes van het bedrijf, hoeft het Bestuur, voor de bepaling van de verontreinigende last N1 niet langer rekening te houden met de buiten de normale activiteitsperiode van het bedrijf verrichte lozing. Art. R.334. Als het Bestuur beschikt over het resultaat van de analyses uitgevoerd op verschillende monsters die tijdens verschillende periodes op dezelfde loosplaats zijn genomen, worden de verontreinigende lasten N2 en N3 alsook de toxische last N 5 bepaald op grond van de gemiddelde dagelijkse hoeveelheid geloosd industrieel afvalwater en van het rekenkundige gemiddelde van de opgemeten waarden van de parameters "zware metalen, voedingsstoffen en ecotoxiciteit". Indien de tijdens de periodes van monsternemingen geloosde hoeveelheid is opgemeten, neemt het Bestuur, het gewogen gemiddelde van de opgemeten waarden van die parameters in aanmerking. De verontreinigende lasten N2, N3, N4 alsook de verontreinigende last gebonden aan de toxiciteitsgraad N5 worden verkregen door optelling van de met elk loospunt overeenstemmende verontreinigende lasten die aan de hand van de in artikel D.262 bedoelde formule zijn vastgesteld. Art. R.335. § 1. Voor de belastingplichtigen die het voorwerp uitmaken van een intern bewakingsplan van de milieueisen kan het Bestuur het gebruik van de analyses uitgevoerd in dit kader toelaten onder de hierna vermelde voorwaarden :
  2. a)de analyses hebben betrekking op de parameters vermeld in bijlage D.262;
  3. b)de regels inzake monsterneming en analyses bedoeld in punt 326, § 1, moeten nageleefd worden;
  4. c)de in aanmerking genomen frequentie van de analyses mag niet kleiner zijn dan de in artikel R.326, § 1 bedoelde minimumfrequenties van de bemonsteringen. Wanneer de belastingplichtige ertoe gemachtigd wordt, die analyses te gebruiken, moet hij in zijn aangifte het geheel van de analyses die bedoeld zijn in zijn interne bewakingsplan van de milieueisen m.b.t. de belastingparameters medeleden en de minimale analysefrequentie door een erkend laboratorium mag niet kleiner zijn dan twee per jaar. Onderafdeling 3. - Algemene bepalingen Art. R.336. De waarden van Q, Q1, Q2, SS en COD die rechtstreeks tussenkomen in de berekening van de verontreinigende lasten en zijn uitgedrukt in de bij artikel D.262 vastgestelde eenheden, worden op het hele aantal naar boven afgerond. De waarden van N, P, Tu en dt die rechtstreeks tussenkomen in de berekening van de verontreinigende lasten en zijn uitgedrukt in de bij artikel D.262 vastgestelde eenheden, worden op de eerste decimaal naar boven afgerond. De waarde van d, aantal zonder dimensie dat rechtstreeks tussenkomt in de berekening van de verontreinigende last, alsmede de waarden van N1, N2, N3, N4 en N5, uitgedrukt in verontreinigende lasteenheden, worden op de tweede decimaal naar boven afgerond. De waarden van Xi, Yi en Zi die rechtstreeks tussenkomen in de berekening van de verontreinigende lasten en zijn uitgedrukt in de bij artikel D.262 vastgestelde eenheden, worden op de derde decimaal naar boven afgerond. De in euro uitgedrukte bedragen van de belasting worden op de hogere eurocent afgerond. HOOFDSTUK V. - Milieulast veroorzaakt door de landbouwbedrijven Afdeling 1. - Vaststelling van de belasting op de milieulasten veroorzaakt door de landbouwbedrijven Art. R.337. De belastingplichtige dient een aangifte in volgens de formule vastgesteld door de Minister bevoegd voor het Waterbeleid. De Minister wordt ertoe gemachtigd om de voorwaarden waarin de belastingplichtige zijn aangifte per e-mail kan indienen, te bepalen. » Art. 3.In deel III, Titel II, Hoofdstuk I, van hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van Hoofdstuk VI vervangen als volgt : « HOOFDSTUK VI. - Voorwaarden voor de vrijstelling of de terugbetaling van de belasting op het lozen van huishoudelijk afvalwater en van de reële kostprijs sanering et modaliteiten van de aanvraag". Art. 4.Hoofdstuk VI van Deel III, Titel II, van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een artikel R.389/1, luidend als volgt : « Art. R.389/1. De ambtenaar die belast is voor de invordering betaalt de sommen waarop een belastingplichtige overeenkomstig artikel D.270 aanspraak kan maken voor de onverschuldigde betaling van de belastingen op het huishoudelijk afvalwater van ambtswege terug binnen drie maanden na de zending van het dossier door het Departement Leefmilieu en Water van het Operationeel directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst onder voorbehoud van het bewijs van betaling van de bedragen waarvoor de terugbetaling wordt aangevraagd. » Art. 5.Tussen artikel R.389/1, ingevoegd bij artikel 3, en artikel R.390 van hetzelfde Wetboek wordt een hoofdstuk VIbis ingevoegd dat de artikelen R.389/2 tot R.389/5 inhoudt, luidend als volgt : « HOOFDSTUK VIbis. - Modaliteiten tot vrijstelling van de reële saneringsprijs overeenkomstig artikel D.229, 2° en 3° Art. R.389/2. § 1. Het Departement Leefmilieu en Water van het Operationeel directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst richt aan elke betrokken verdeler en aan de "S.P.G.E." een bericht waarin gemeld wordt dat de in artikel D.229, 2°, bedoelde belastingplichtige die op hun netwerk aangesloten is een vrijstelling geniet, met opgave van het betrokken leveringspunt (de betrokken leveringspunten) en van de datum waarop de vrijstelling wordt vastgesteld; Dat bericht geldt als richtlijn om de reële saneringsprijs niet meer bij de belastingplichtigen te innen en blijft geldig zolang geen nieuwe richtlijn wordt meegedeeld. De richtlijn wordt schriftelijk meegedeeld op een elektronische communicatiewijze en bij het taxatiedossier gevoegd. De richtlijn wordt een maand na de verzending verworven. § 2. De terugbetaling van de reële saneringsprijs die te veel geïnd werd voor de richtlijn, wordt verricht op de eerste regulariseringsfactuur uitgegeven naar aanleiding van de richtlijn bedoeld in paragraaf 1. Art. R.389/3. § 1. Het Departement Leefmilieu en Water van het Operationeel directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst richt aan elke betrokken verdeler en aan de "S.P.G.E." een bericht waarin gemeld wordt dat de belastingplichtige die op hun netwerk aangesloten is geen vrijstelling meer geniet, met opgave van het betrokken leveringspunt (de betrokken leveringspunten) en van de datum vanaf dewelke het bericht geldt. Dat bericht geldt als richtlijn voor de inning van de reële saneringsprijs bij de belastigplichtigen die erin vermeld staan. De richtlijn wordt schriftelijk meegedeeld op een elektronische communicatiewijze en bij het taxatiedossier gevoegd. De richtlijn wordt geacht verworven te zijn een maand na de verzending van het bericht en blijft geldig zolang geen nieuwe richtlijn wordt meegedeeld. § 2. De terugvordering van de niet geïnde reële saneringsprijs wordt verricht op de eerste regulariseringsfactuur uitgegeven naar aanleiding van de richtlijn bedoeld in paragraaf 1. Art. R.389/4. Bij het vastleggen van de jaarlijkse belasting actualiseert de in de artikelen R.389/2 en R.389/3 bedoelde dienst van de administratie de gegevens en richt hij aan de verdeler en aan de "S.P.G.E." een bericht waarin gewag wordt gemaakt van het bedrag van de reële saneringsprijs die de verdeler moet terugbetalen alsook van het watervolume van de aan de reële saneringsprijs te onderwerpen belastbare periode en, desgevallend, de overige leveringspunten betrokken bij de richtlijn bedoeld in de artikelen R.389/2 en R.389/3. De richtlijn wordt schriftelijk meegedeeld op een elektronische communicatiewijze en bij het taxatiedossier gevoegd. De richtlijn wordt geacht te zijn verworven een maand na de verzending van het bericht. Art. R.389/5. § 1. Wat betreft de belastingplichtigen onderworpen aan de belasting op de milieulasten die door landbouwbedrijven worden teweeggebracht, richt het Departement Leemilieu en Water van het Operationeel directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst aan de "S.P.G.E." op een elektronische communicatiewijze een jaarlijkse lijst van de belastingplichtigen en van hun persoonlijke gegevens. De "S.P.G.E." richt aan de verdeler een bericht waarin gemeld wordt dat de belastingplichtige de in artikel D.229, 3°, bedoelde vrijstelling geniet. Dat bericht geldt als richtlijn om de reële saneringsprijs niet meer bij de belastingplichtigen te innen en blijft geldig zolang geen nieuwe richtlijn wordt meegedeeld. De richtlijn wordt schriftelijk meegedeeld op een elektronische communicatiewijze. De richtlijn wordt een maand na de verzending verworven. § 2. De terugbetaling van de reële saneringsprijs die te veel geïnd werd voor de richtlijn wordt verricht op de eerste regulariseringsfactuur uitgegeven naar aanleiding van de richtlijn bedoeld in paragraaf § 1, met uitzondering van het al gefactureerde vast bedrag voor 90 m3. » Art. 6.In de artikelen R.418, R.419 en R.421 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "Fonds voor de bescherming van tot drinkwater verwerkbaar water" vervangen door de woorden "Fonds voor leefmilieubescherming, afdeling waterbescherming". Art. 7.In Deel III, Titel II, van hetzelfde Wetboek wordt Hoofdstuk XI, dat de artikelen R.429 tot R.435, opgeheven. Art. 8.Bijlage XXXIX bij hetzelfde Wetboek wordt opgeheven. Art. 9.Bijlage XL bij hetzelfde besluit wordt vervangen door bijlage XL die als bijlage 1 bij dit besluit gaat. Art. 10.Bijlage XLI bij hetzelfde Wetboek wordt vervangen door bijlage XLI die als bijlage 2 bij dit besluit gaat. HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in het besluit van de Waalse Regering van 16 november 2000Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 16/11/2000 pub. 14/12/2000 numac 2000027570 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot uitvoering van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de directe gewestelijke belastingen sluiten tot uitvoering van het decreet van 6 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/05/1999 pub. 01/07/1999 numac 1999027513 bron ministerie van het waalse gewest 6 MEI 1999 - Decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de directe gewestelijke belastingen type decreet prom. 06/05/1999 pub. 22/06/1999 numac 1999027479 bron ministerie van het waalse gewest Decreet houdende wijziging van het decreet van 27 november 1997 tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium gewijzigd bij het decreet van 23 juli 1998 sluiten betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de Waalse gewestelijke belastingen Art. 11.Artikel 3 van het besluit van de Waalse Regering van 16 november 2000Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 16/11/2000 pub. 14/12/2000 numac 2000027570 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot uitvoering van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de directe gewestelijke belastingen sluiten tot uitvoering van het decreet van 6 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/05/1999 pub. 01/07/1999 numac 1999027513 bron ministerie van het waalse gewest 6 MEI 1999 - Decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de directe gewestelijke belastingen type decreet prom. 06/05/1999 pub. 22/06/1999 numac 1999027479 bron ministerie van het waalse gewest Decreet houdende wijziging van het decreet van 27 november 1997 tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium gewijzigd bij het decreet van 23 juli 1998 sluiten betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de Waalse gewestelijke belastingen, voor het laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 23 oktober 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 23/10/2014 pub. 03/11/2014 numac 2014206626 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 16 november 2000 tot uitvoering van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake Waalse gewestelijke belastingen sluiten, wordt aangevuld met een punt 5°, luidend als volgt : « 5° voor de toepassing van de belastingen en bijdragen ter financiering van het waterbeleid, de ambtenaren van het Departement Leefmilieu en Water van het Operationeel directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst; ». Art. 12.Artikel 4 van hetzelfde besluit, voor het laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 23 juni 2014, wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidend als volgt : « § 5. De aangiftemodellen bedoeld in artikel D.278 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, worden vastgelegd door de Minister die voor het waterbeleid bevoegd is. » Art. 13.Artikel 5 van hetzelfde besluit, voor het laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 23 oktober 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 23/10/2014 pub. 03/11/2014 numac 2014206626 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 16 november 2000 tot uitvoering van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake Waalse gewestelijke belastingen sluiten, wordt aangevuld met een punt 5°, luidend als volgt : « 5° voor de toepassing van de belastingen en bijdragen ter financiering van het waterbeleid, het Departement Leefmilieu en Water van het Operationeel directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst. » Art. 14.Artikel 6 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Waalse Regering van 22 december 2009 en gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 23 oktober 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 23/10/2014 pub. 03/11/2014 numac 2014206626 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 16 november 2000 tot uitvoering van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake Waalse gewestelijke belastingen sluiten, wordt aangevuld met een punt 8°, luidend als volgt : « 8° voor de toepassing van de belastingen en bijdragen ter financiering van het waterbeleid, het Operationeel directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst. » Art. 15.Artikel 6bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 22 december 2009, wordt aangevuld met volgend lid : « In afwijking van het eerste lid, voor de overtredingen bedoeld in artikel D.406 van Boek II van het Leefmilieuwetboek, dat het Waterwetboek vormt, is de in artikel D.12bis van hetzelfde decreet bedoelde ambtenaar de sanctionerend ambtenaar aangewezen krachtens Boek I van het Leefmilieuwetboek. » Art. 16.Artikel 7 van hetzelfde besluit, voor het laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 23 oktober 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 23/10/2014 pub. 03/11/2014 numac 2014206626 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 16 november 2000 tot uitvoering van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake Waalse gewestelijke belastingen sluiten, wordt aangevuld met een derde lid, luidend als volgt : « Dat artikel is niet van toepassing op de belastingen en bijdragen voor de financiering van het waterbeleid. » Art. 17.Artikel 8 van hetzelfde besluit, voor het laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 23 oktober 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 23/10/2014 pub. 03/11/2014 numac 2014206626 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 16 november 2000 tot uitvoering van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake Waalse gewestelijke belastingen sluiten, wordt aangevuld met een punt 7°, luidend als volgt : « 7° voor de toepassing van de belastingen en bijdragen ter financiering van het waterbeleid, het Departement Leefmilieu en Water van het Operationeel directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst. » Art. 18.Artikel 9 van hetzelfde besluit, voor het laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 23 oktober 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 23/10/2014 pub. 03/11/2014 numac 2014206626 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 16 november 2000 tot uitvoering van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake Waalse gewestelijke belastingen sluiten, wordt aangevuld met een punt 7°, luidend als volgt : « 7° voor de toepassing van de belastingen en bijdragen ter financiering van het waterbeleid, de directeur van de Directie Financiële hulpmiddelen van het Departement Leefmilieu en Water van het Operationeel directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu of diens gemachtigde. » Art. 19.Artikel 15 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 6 december 2007, wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidend als volgt : « § 3. In afwijking van paragraaf 1, wordt elke betaling op de lopende rekening van de ontvanger met melding van de aard van de belasting of bijdrage ter financiering van het waterbeleid, van het specifieke kohierartikel of van de dienst bedoeld in artikel 3, 5°, niettegenstaande elke andersluidende aangifte, geacht te zijn verricht voor de aanzuivering van de belastingen en bijdragen ter financiering van het waterbeleid. » Art. 20.In artikel 22bis van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Waalse Regering van 5 december 2013Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 05/12/2013 pub. 17/12/2013 numac 2013206894 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering houdende verschillende wijzigingen betreffende de Waalse fiscale procedure sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° er wordt een paragraaf 1bis ingevoegd, luidend als volgt : « § 1bis.Overeenkomstig artikel 63, § 1, van het decreet, wordt de schaal van de boetes die toepasselijk is op de overtredingen van de bepalingen betreffende de belastingen en bijdragen ter financiering van het waterbeleid vastgelegd als volgt : Type overtreding Niveau van de administratieve boete De belastingplichtigen maken geen gebruik van het aangifteformulier 125 euro De belastingplichtige die het aangifteformulier niet ontvangen heeft en verzuimd heeft het op te vragen bij de door de Regering aangewezen dienst 125 euro Een onvolledige aangifte, niet voor eensluidend verklaard, niet gedagtekend of niet ondertekend 125 euro De belastingplichtige heeft verzuimd een wijziging van één de gegevens van de aangifte aan te geven 125 euro Bij gebrek aan taxatie ambtshalve, het niet verzenden of niet overmaken van de aangifte aan de door de Regering aangewezen dienst, op papieren drager of in elektronische vorm, binnen de wettelijke termijn 250 euro 2° paragraaf 2, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 5 december 2013Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 05/12/2013 pub. 17/12/2013 numac 2013206894 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering houdende verschillende wijzigingen betreffende de Waalse fiscale procedure sluiten, wordt vervangen als volgt : « § 2.De dienst bedoeld in artikel 63, § 2, 1°, van het decreet is : 1° de directeur van de Directie Economische hulpmiddelen van de "Office wallon des déchets" (Waalse Dienst afvalstoffen) wat betreft de afvalbelastingen;2° de directeur van de Directie Economische hulpmiddelen van het Departement Leefmilieu en Water van het Operationeel directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu wat betreft de belastingen en bijdragen ter financiering van het waterbeleid.» Art. 21.Artikel 23 van hetzelfde besluit, voor het laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 23 oktober 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 23/10/2014 pub. 03/11/2014 numac 2014206626 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 16 november 2000 tot uitvoering van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake Waalse gewestelijke belastingen sluiten, wordt aangevuld als volgt : « - voor de toepassing van de belastingen en bijdragen ter financiering van het waterbeleid, de directeur van de Directie Economische hulpmiddelen van het Departement Leefmilieu en Water van het Operationeel directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst. » HOOFDSTUK III. - Overgangs- en slotbepalingen Art. 22.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Art. 23.De maximale monsternemingsfrequentie bedoeld in bijlage XL bij het regelgevend gedeelte van Boek II van het Leefmilieuwetboek wordt teruggebracht tot 6 keer per dag voor het jaar 2016. Art. 24.De Minister van Leefmilieu en de Minister van Begroting zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Namen, 3 maart 2016. De Minister-President, P. MAGNETTE De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening, Mobiliteit enVervoer, Luchthavens en Dierenwelzijn, C. DI ANTONIO BIJLAGE 1 BIJLAGE XL Frequentie van de samenstelling van dagmonsters (24 u.) naar gelang de geloosde vuilvracht Bestanddelen van de verontreiniging Frequentie van de samenstelling van dagmonsters (24 u.) naar gelang de geloosde vuilvracht. Eénmaal per jaar Tweemaal per jaar 4 maal per jaar Zes maal per jaar Acht maal per jaar Twaalf maal per jaar Zwevende stoffen (kg/
  5. j)1, 4, 5 - vracht 15 ? vracht 30 ? vracht 50 ? vracht vracht ? 65 Chemische zuurstofverbruik na bezinking van twee uren (kg/
  6. j)1, 4, 5 - vracht 45 ? vracht 110 ? vracht 170 ? vracht vracht ? 225 Totale stikstof (kg/
  7. j)1, 4, 5 - vracht 5 ? vracht 15 ? vracht 20 ? vracht vracht ? 30 Totaal fosfor (kg/
  8. j)1, 4, 5 - vracht 1 ? vracht 2 ? vracht 3 ? vracht vracht ? 4 Metalen (kg/jaar) 3, 4, 5 - vracht 10 ? vracht 50 ? vracht 125 ? vracht vracht ? 250 Acute toxiciteit (keq/jaar) 2 50 ? toxische vracht 100 ? toxische vracht 250 ? toxische vracht - - 10 000 ? toxische vracht 1. De frequentie van de controle van de basisparameters (Zwevende stoffen, chemisch zuurstofverbruik na bezinking van twee uren, Totale stikstof, Totaal fosfor) is de hoogste frequentie van de 4 bestanddelen afzonderlijk.2. Als het aantal eenheden verontreinigende stoffen verbonden aan het toxiciteitsniveau lager is dan 50 kilo equivalent tox/jaar, is een regelmatige opvolging dan niet verplicht, maar een opwaardering wordt om de vijf jaar uitgevoerd op basis van een driemaandelijkse controle door een erkend laboratorium.Een vermindering van de frequentie is enkel mogelijk op basis van de analyseresultaten van monsters die minstens vier maal per jaar worden afgenomen. 3. Wat metalen betreft, gaat het om de totale gecumuleerde en gewogen vracht van de 9 metalen bedoeld in artikel D.262 die in aanmerking komen voor de berekening van N2. Ze wordt berekend als volgt : Q1 [Xi + 0,2Yi + 10Zi]/1 000 met Q1 = jaarlijks volume (m3/jaar); Xi = som van de concentraties in mg/l van de metalen As, Cr, Cu, AG; Yi = zinkconcentratie (mg/l); Zi = som van de concentraties in mg/l van de metalen Cd, Hg, Ni, Pb. 4. Het referentiejaar dat in aanmerking moet worden genomen voor de in aanmerking te nemen vrachten is het jaar vóór het lozingsjaar.Bij gebrek aan referentievracht tijdens het eerste lozingsjaar, wordt de minimale frequentie voor de analyse bepaald op 4 maal per jaar. 5. De geloosde vuilvracht is het verschil tussen uitgaande en inkomende vracht.Het resultaat van deze berekening kan nooit negatief zijn. Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 3 maart 2016 tot uitvoering van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, wat betreft de verschillende maatregelen i.v.m. de financiering van het waterbeleid en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 16 november 2000Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 16/11/2000 pub. 14/12/2000 numac 2000027570 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot uitvoering van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de directe gewestelijke belastingen sluiten tot uitvoering van het decreet van 6 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/05/1999 pub. 01/07/1999 numac 1999027513 bron ministerie van het waalse gewest 6 MEI 1999 - Decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de directe gewestelijke belastingen type decreet prom. 06/05/1999 pub. 22/06/1999 numac 1999027479 bron ministerie van het waalse gewest Decreet houdende wijziging van het decreet van 27 november 1997 tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium gewijzigd bij het decreet van 23 juli 1998 sluiten betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake Waalse gewestelijke belastingen. Namen, 3 maart 2016. De Minister-President, P. MAGNETTE De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening, Mobiliteit, Vervoer, Luchthavens en Dierenwelzijn, C. DI ANTONIO BIJLAGE 2 BIJLAGE XLI Lijst van de sectoren betrokken bij de ecotoxicologische karakterisering Nr. sector Omschrijving van de sector 02 Ijzermetallurgie 03 Productie van non-ferrometalen 04 Textielveredeling 05 Wasserij 09 Petroleumnijverheid 10 Leerlooierijen/Textiel 13 Eenheden voor het wassen van wol 14 Papier- en kartonnijverheid 15 Glasnijverheid 19 Oppervlaktebehandeling/metalen 20 Cokesovens 21 Petrochemie en organische scheikunde 23 Scheikunde/Meststoffen 28 Productieeenheden van peroxyden 31 Chloorchemie 32 Lak-, verf-, inkt- en pigmentfabrieken 37 Productie van oppervlakte-aktieve stoffen 38 Grafische inijverheden 40 Farmaceutische nijverheden 60 Ondernemingen voor verwerking van kunststoffen 80 Productieeenheden van pyrotechnische producten 83 Fabrieken textielstoffen 84 Chemische industrieën 86 Rubbernijverheid 89 Verwerking en recycling van afvalstoffen 90 Electriciteitscentrales Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 3 maart 2016 tot uitvoering van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, wat betreft de verschillende maatregelen i.v.m. de financiering van het waterbeleid en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 16 november 2000Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 16/11/2000 pub. 14/12/2000 numac 2000027570 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot uitvoering van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de directe gewestelijke belastingen sluiten tot uitvoering van het decreet van 6 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/05/1999 pub. 01/07/1999 numac 1999027513 bron ministerie van het waalse gewest 6 MEI 1999 - Decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de directe gewestelijke belastingen type decreet prom. 06/05/1999 pub. 22/06/1999 numac 1999027479 bron ministerie van het waalse gewest Decreet houdende wijziging van het decreet van 27 november 1997 tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium gewijzigd bij het decreet van 23 juli 1998 sluiten betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake Waalse gewestelijke belastingen. Namen, 3 maart 2016. De Minister-President, P. MAGNETTE De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening, Mobiliteit, Vervoer, Luchthavens en Dierenwelzijn, C. DI ANTONIO

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.