30 AUGUSTUS 2016. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 oktober 2015, gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : ins
N+
- Indien zou blijken dat de voorafname op het premiekrediet hoger is dan het premiekrediet waarop het bedrijf, overeenkomstig de gegevens waarover Vormelek beschikt, in de loop van de volgende jaren recht zal hebben, kan Vormelek de voorafname terugvorderen van het betrokken bedrijf. Dit geldt bijgevolg tevens voor ondernemingen die de sector verlaten. §
- Een onderneming heeft de mogelijkheid om het niet opgenomen premiekrediet van de voorgaande jaren vooralsnog op te nemen. Dit is echter beperkt tot de twee voorgaande jaren volgens de formules N-
N-
- Het niet opgenomen premiekrediet van N-3 en voorgaande jaren wordt toegevoegd aan de globale sectorale begroting ter financiering van de voortzetting van het premiestelsel.
- Aanwending premiekrediet § 1.Wanneer een arbeider uit een onderneming behorende tot het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie deelgenomen heeft aan een door Vormelek erkende opleiding, zal zijn werkgever recht hebben op het ontvangen van een premie van 15,50 EUR per opleidingsuur. De arbeider zelf krijgt gedurende de opleiding zijn loon van de werkgever doorbetaald volgens het arbeidsregime waarin hij tewerkgesteld is. §
- Indien de opleiding echter in aanmerking komt voor het betaald educatief verlof zal de werkgever slechts recht hebben op het ontvangen van een premie van 7,75 EUR per opleidingsuur. De arbeider zelf krijgt gedurende de opleiding zijn loon van de werkgever doorbetaald volgens het arbeidsregime waarin hij tewerkgesteld is. §
- Teneinde recht te hebben op de in §
§ 2
beschreven tussenkomsten vanwege Vormelek, dient de werkgever een correct ingevulde premie-aanvraag (bepaald door Vormelek) in te dienen bij Vormelek. § 4. De in §
§ 2
bepaalde tussenkomsten zijn afkomstig van het opgebouwde premiekrediet, zoals bepaald in artikel 7 van deze collectieve arbeidsovereenkomst. Het premiekrediet wordt dus verminderd in functie van het aantal door de arbeider(s) gevolgde opleidingsuren. § 5. Het premiekrediet kan slechts worden afgebouwd voor de opleidingen zoals die beschreven worden in artikel 9, §
§ 2van deze overeenkomst.
§
- In ondernemingen met een vakbondsafvaardiging kan het premiekrediet slechts worden toegekend op basis van paritaire goedgekeurde opleidingsplannen. Ook alle latere aanpassingen aan de opleidingsplannen moeten paritair worden goedgekeurd. Art. 8.Individueel recht op opleiding §
- Vanaf 1 januari 2016 heeft elke arbeider een individueel en afdwingbaar recht op één dag scholing en permanente vorming per jaar, op voorwaarde dat de arbeider het voorbije kalenderjaar geen opleiding heeft gevolgd bij de betrokken werkgever. §
- Het individueel recht op vorming komt bovenop het bestaande collectief recht op vorming en het bestaande premiekrediet word hierdoor niet afgebouwd. Art. 9.Systemen permanente vorming Voor de onderstaande systemen van permanente vorming, komen enkel de door Vormelek erkende opleidingen in aanmerking. Voor opleidingen die nog niet erkend zijn door Vormelek, kan de werkgever weliswaar een aanvraag tot erkenning opstarten bij Vormelek via de door Vormelek vastgelegde procedure. De raad van bestuur van Vormelek legt hiertoe de modaliteiten vast. §
- Op initiatief van de werkgever en binnen de werkuren : - Opleidingen op initiatief van de werkgever kunnen maar erkend worden door Vormelek wanneer deze opleidingen doorgaan binnen de normale werkuren van de arbeider, met uitzondering van de bij wet opgelegde opleidingen buiten de werkuren, die erkend zijn door Vormelek. Deze laatste volgen dezelfde bepalingen als de opleidingen binnen de werkuren, zoals omschreven in deze § 1; - De arbeider die een opleiding volgt in dit systeem wordt verloond volgens het arbeidsregime waarin hij tewerkgesteld is; - Het inschrijvingsgeld wordt betaald door de werkgever; - De premie wordt betaald aan de werkgever en afgebouwd van het premiekrediet van de onderneming, zoals bepaald in artikel 7.2 van deze overeenkomst. §
- Op initiatief van de arbeider en binnen de werkuren : - Elke arbeider heeft recht op 1 dag permanente vorming per 2 jaar; - Het recht op opname is beperkt in de tijd en bovendien niet cumuleerbaar; - De arbeider kan enkel zijn individueel recht laten gelden indien hij de afgelopen 2 jaar geen opleiding genoten heeft bij de betrokken onderneming; - De arbeider die een opleiding volgt in dit systeem wordt verloond volgens het arbeidsregime waarin hij tewerkgesteld is; - De arbeider dient overleg te plegen met zijn werkgever, maar enkel met betrekking tot het inplannen van zijn opleiding; - De werkgever schrijft de arbeider in; - De premie wordt betaald aan de werkgever en afgebouwd van het premiekrediet van de onderneming, zoals bepaald in artikel 7.2 van deze overeenkomst. Art. 10.Opleidingspaspoort Telkens een arbeider uit een onderneming behorende tot het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie heeft deelgenomen aan een door Vormelek erkende opleiding, krijgt deze ten persoonlijke titel een deelname-attest toegestuurd dat in het persoonlijk opleidingspaspoort dient te worden gekleefd. Dit opleidingspaspoort geeft de arbeider een overzicht van de door Vormelek erkende opleidingen die deze heeft gevolgd. Art. 11.Competentietest ervaringsbewijs De arbeider die een competentietest voor een ervaringsbewijs aflegt, heeft het recht om, gedurende maximaal 1 dag per kalenderjaar en met behoud van zijn normale loon, van het werk afwezig te zijn. Art. 12.Bedrijfsopleidingsplannen §
- Ondernemingen met vakbondsafvaardiging In bedrijven met een vakbondsafvaardiging dient het opstellen en het wijzigen van een bedrijfsopleidingsplan in de onderneming paritair te worden goedgekeurd. Indien de partners er niet in slagen een paritair goedgekeurd opleidingsplan op te stellen, kunnen de betrokken partijen binnen deze bedrijven voor het opstellen van hun opleidingsplan beroep doen op de begeleiding van Vormelek. Tenslotte kan bij niet-akkoord op vlak van de onderneming het ontwerp van opleidingsplan, opgesteld door de werkgever samen met de bedenkingen van de vakbondsafgevaardigden overgemaakt worden aan Vormelek. Het bedrijfsopleidingsplan wordt jaarlijks vóór 15 februari aan Vormelek overgemaakt, maar kan gewijzigd of aangevuld worden in de loop van het kalenderjaar. §
- Ondernemingen zonder vakbondsafvaardiging Indien in ondernemingen zonder een vakbondsafvaardiging de bereidheid bestaat een opleidingsplan uit te werken, kunnen de partners binnen de onderneming hiervoor een beroep doen op de begeleiding van Vormelek. §
- Het bedrijfsopleidingsplan houdt rekening met de opleidingsnoden en de gewenste antwoorden hierop van het bedrijf. In functie van een sectorale erkenning en een optimaal gebruik van het premiekrediet en van de wet op het betaald educatief verlof, verloopt de uitvoering van dit plan - hoewel niet exclusief - in samenwerking met Vormelek. §
- De uitvoering van dit plan wordt eveneens in de onderneming paritair opgevolgd en jaarlijks geëvalueerd. De jaarlijkse evaluatie gebeurt in de ondernemingsraad, bij ontstentenis in samenspraak met de vakbondsafvaardiging of door het paritair subcomité. §
- Indien een opleidingsplan in erkende opleidingen voorziet, die gevolgd worden door een competentietest in het kader van een certificering van arbeiders, zal de vakbondsafvaardiging, indien er één bestaat, door de werkgever voorafgaand geïnformeerd en geconsulteerd worden over de procedure. In geval van negatieve testresultaten van een opleiding die leidt tot certificering wordt een principerecht op remediëring voorzien, waarin de werkgever er zich toe verbindt om een niet-geslaagde cursist een éénmalige remediëringsopleiding aan te bieden met behoud van de bestaande voordelen. Vormelek zal deze remediëringsopleiding gratis aanbieden indien het gaat om een door Vormelek georganiseerde erkende opleiding. §
- Teneinde het vormingsaanbod van Vormelek beter op de sector af te stemmen : - dienen de bedrijfsopleidingsplannen aan Vormelek te worden overgemaakt; - zal een globale analyse van de ingediende opleidingsplannen gebeuren; - dient Vormelek haar bedrijfsbezoeken uit te bouwen. HOOFDSTUK IV. - Sectorpromotie en innovatie Art. 13.Onderwijs en arbeidsmarkt De financiële middelen zoals bepaald in artikel 16 van deze overeenkomst, kunnen door Vormelek aangewend worden om een paritair beheerd en kwalitatief voltijds opleidingssysteem uit te bouwen, onder andere via projecten in samenwerking met voltijds onderwijs. De raad van bestuur van Vormelek bepaalt de verdere modaliteiten met betrekking tot deze opdracht van Vormelek, en kan tevens beslissen tot andere initiatieven ter promotie van de sector, in samenwerking met institutionele en andere derden. De raad van bestuur van Vormelek dient deze initiatieven te kaderen in functie van onder andere de instroom in de sector, de beheersbaarheid van de kosten, alsook de tewerkstelling in de sector. Art. 14.Technologische dienst- en adviesverlening Met de financiële middelen zoals bepaald in artikel 17 van deze overeenkomst, ondersteunen de sociale partners via de vzw Tecnolec de inspanningen inzake technologisch onderzoek in de sector, met oog op het bevorderen, het opvolgen en het organiseren van alle vormen van technologische dienst- en adviesverlening, onder andere inzake de volgende terreinen : technology assesment (onderzoek van de weerslag van nieuwe technologieën voor de werkgevers en arbeiders in de sector), milieutechnologie en de impact ervan op de sector en sectorlabelling en bedrijfscertificering op technologisch vlak. De opdrachten moeten zodanig toegekend worden dat er een evenwichtige spreiding is over de verschillende regio's van het land. HOOFDSTUK V. - Financiering Artikel 1.Risicogroepen §
- Overeenkomstig titel XIII, hoofdstuk VIII, afdeling 1 van de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/12/2006 pub. 28/12/2006 numac 2006021363 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen
(1)type wet prom. 27/12/2006 pub. 28/12/2006 numac 2006021365 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen
(1)sluiten houdende diverse bepalingen, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 28 december 2006, en haar uitvoeringsbesluit van 26 april 2009 ter activering van de inspanning ten voordele van personen die tot de risicogroepen behoren en van de inspanning ten bate van de actieve begeleiding en opvolging van werklozen voor de periode 2009-2010, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 18 mei 2009, wordt de inning van 0,15 pct. van de brutolonen van de arbeiders aan 108 pct., voorzien voor onbepaalde duur bevestigd. §
- Van hogergenoemde bijdrage van 0,15 pct. wordt 0,05 pct. aangewend voor innoverende projecten. Modaliteiten hiertoe dienen te worden vastgelegd binnen de raad van bestuur van Vormelek. §
- Gezien deze inspanning, vragen partijen dat de Minister van Werk de sector verder zou vrijstellen van de stortingen van 0,10 pct. bestemd voor het Tewerkstellingsfonds. §
- De sociale partners komen overeen dat, rekening houdende met de inspanningen van de sector op het vlak van risicogroepen, er op sectorvlak een aanvraag zal gericht worden aan de Minister van Werk tot opheffing van de verplichting tot aanwerving van arbeiders met een startbaanovereenkomst. Art. 2.Permanente vorming en sectorpromotie De inspanningen op vlak van permanente vorming van arbeiders en werkgevers worden verder ondersteund door de inning van een bijdrage permanente vorming van 0,60 pct. van de brutolonen van de arbeiders aan 108 pct.. Deze bijdrage is voorzien voor onbepaalde duur. Art. 3.Technologische dienst- en adviesverlening Een bijdrage technologische dienst- en adviesverlening van 0,05 pct. van de brutolonen van de arbeiders aan 108 pct. wordt geïnd. Art. 4.Toepassingsmodaliteiten bijdrage permanente vorming Voor de aanwending van de sommen bepaald in deze collectieve arbeidsovereenkomst in functie van de uitvoering van de opdrachten inzake permanente vorming, zoals beschreven in hoofdstuk III van deze overeenkomst, zal het fonds voor bestaanszekerheid de verdere uitvoeringsmodaliteiten bepalen. Teneinde Vormelek in staat te stellen de haar bij collectieve arbeidsovereenkomst opgelegde verplichtingen na te komen worden de nodige middelen voorzien. In het bijzonder zullen voor de opdrachten inzake permanente vorming, zoals beschreven in hoofdstuk III van deze overeenkomst, vanuit het fonds voor bestaanszekerheid, indien nodig, bijkomende middelen worden vrijgemaakt. Een paritaire werkgroep binnen het fonds voor bestaanszekerheid zal de modaliteiten hiertoe uitwerken. HOOFDSTUK VI. - Engagement opleidingsinspanningen Art. 5.De ondertekenende partijen onderschrijven de noodzaak van permanente vorming als middel tot verhoging van de competentie van de werklieden, en bijgevolg van de ondernemingen. De ondertekenende partijen bevestigen de verbintenis die in artikel 11, § 1 van het nationaal akkoord 2013-2014 van 9 mei 2014 is genomen, en die erin bestaat de nodige maatregelen te treffen om de participatiegraad van de arbeiders jaarlijks met minstens 5 procentpunten te verhogen overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 dat ter uitvoering van artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het Generatiepact. Deze doelstelling met name wordt bereikt door : - de consolidatie en de versterking van de opleidingstijd bedoeld in artikel 9 van deze collectieve arbeidsovereenkomst; - de bedrijfsopleidingsplannen bedoeld in artikel 12 van deze collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK VII. - Geldigheid Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2016 en wordt gesloten voor onbepaalde duur. Zij kan door één van de ondertekenende partijen worden opgezegd mits een opzeg van zes maanden betekend met een ter post aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie. Deze opzegging kan slechts ingaan ten vroegste vanaf 1 januari
- Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 30 augustus
- De Minister van Werk, K. PEETERS Bijlage aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 oktober 2015, gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, betreffende de vorming en de innovatie Non-discriminatieclausule Elk bedrijf dat ressorteert onder de bevoegdheid van het paritair subcomité wordt aanbevolen om, met ingang van 26 maart 2014 en voor zover dit nog niet gebeurde, de volgende non-discriminatieclausule op te nemen in haar arbeidsreglement, hierbij de procedure, zoals vastgelegd door de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen, respecterende : "Werknemers en werkgevers zijn ertoe gehouden alle regels van welvoeglijkheid, goede zeden en beleefdheid in acht te nemen, inclusief ten aanzien van bezoekers, Dit impliceert ook een zich onthouden van elke vorm van racisme en discriminatie en een bejegenen van iedereen met dezelfde nodige menselijke eerbied voor éénieders waardigheid, gevoelens en overtuiging. Verboden is bijgevolg elke vorm van verbaal racisme, alsook het verspreiden van racistische lectuur en pamfletten. Ook elke discriminatie op grond van geslacht, seksuele geaardheid, ras, huidskleur, afstamming, afkomst, nationaliteit en overtuiging is verboden.". Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 30 augustus
- De Minister van Werk, K. PEETERS