← België

Koninklijk besluit van tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het Verzekeringscomité overeenkomsten kan sluiten tot regeling van de tegemoetkom

6 MAART 2017. - Koninklijk besluit van tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het Verzekeringscomité overeenkomsten kan sluiten tot regeling van de tegemoetkoming van de verplichte verzekering

§ 2

van dit besluit zijn op basis van de volgende principes vastgesteld : 1° Een (forfaitaire) anciënniteit van 15 jaar voor alle teamleden;2° De barema's van het paritair comité 330 die van toepassing zijn voor de ziekenhuizen, behalve voor de arts;3° Voor de arts, het barema van adviserend-geneesheer bij een verzekeringsinstelling overeenkomstig de bepalingen van artikel 5, 1° van het Koninklijk Besluit van 22 oktober 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/10/2006 pub. 06/11/2006 numac 2006023129 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 mei 2003 tot vaststelling van de verstrekkingen omschreven in artikel 34, eerste lid, 13° van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 type koninklijk besluit prom. 22/10/2006 pub. 17/11/2006 numac 2006023158 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 35 van 20 juli 1967 houdende het statuut en het barema van de adviserend geneesheren die tot taak hebben bij de verzekeringsinstellingen in te staan voor de geneeskundige controle op de primaire arbeidsongeschiktheid en op de gezondheidsverstrekkingen overeenkomstig de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 type koninklijk besluit prom. 22/10/2006 pub. 11/12/2006 numac 2006023263 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging, wat de forfaitaire tegemoetkoming voor hulp van derden betreft, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 sluiten tot wijziging van Koninklijk Besluit nr.35 van 20 juli 1967 houdende het statuut en het barema van de adviserend-geneesheren die tot taak hebben bij de verzekeringsinstellingen in te staan voor de geneeskundige controle op de primaire arbeidsongeschiktheid en op de gezondheidszorgverstrekkingen overeenkomstig de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, verhoogd met 10 % coördinatievergoeding. Het Verzekeringscomité kan de personeelskosten waarvan sprake in kolom

(7)

§ 2

van dit artikel aanpassen om rekening te houden met nieuwe sociale akkoorden die worden gesloten of met wetswijzigingen die een effect hebben op de personeelskosten. § 4. De werkingskosten waarvan sprake in kolom

(8)

§ 2

van dit besluit dekken alle werkingskosten van het screeningscentrum (kosten voor de lokalen, administratie, telefoon, klein materiaal dat nodig is voor de screeningsactiviteit, ontsmettingsmiddel, beschermingspapier voor de onderzoekstafels, materiaal voor bloedafname, enz.). § 5. De kosten van de testen waarvan sprake in kolom

(9)

§ 2

van dit besluit maken de financiering mogelijk van de testen die een laboratorium-analyse vereisen maar die niet kunnen worden aangerekend aan de verzekeringsinstelling van de patiënt voor wie de test werd verricht, aangezien de patiënt in kwestie zijn anonimiteit wenst te behouden. Die forfaitaire financiering maakt ook de financiering van sneltesten mogelijk die in geen enkel ander reglementair kader vergoedbaar zijn. Naast die forfaitaire financiering voor de testen waarmee de anonieme testen en de sneltesten kunnen worden vergoed, kunnen de screeningscentra de kosten voor de testen inzake klinische biologie aanrekenen aan de verzekeringsinstellingen van de patiënten van wie de anonimiteit niet moet worden verzekerd, en dat op basis van de normale reglementering voor de vergoeding van de verstrekkingen inzake klinische biologie (nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen) en de daaraan verbonden modaliteiten. Art. 10.§

  1. De financiering van de personeelskosten, werkingskosten en kosten van de testen, zoals bedoeld in artikel 9, begint pas te lopen vanaf het jaar dat volgt op het jaar, waarin het kandidaat-dossier werd ingediend, na de ondertekening van een overeenkomst zoals bedoeld in artikel
  2. §
  3. Indien een screeningscentrum een gedecentraliseerde screeningsactiviteit organiseert, wordt de financiering van de personeelskosten, werkingskosten en kosten voor de testen berekend op basis van dezelfde principes als die waarvan sprake in dit hoofdstuk. De screeningsuren die aan het centrum worden toegekend bepalen immers de financiering. Afdeling
  4. - Voorwaarden voor het behoud van de basisfinanciering Art. 11.§
  5. Om als screeningscentrum verder gefinancierd te blijven op basis van de screeningsuren die met toepassing van de bepalingen van Hoofdstuk 6 zijn toegekend, bedraagt het aantal patiënten zoals bedoeld in artikel 4, 3° dat door het centrum wordt ten laste genomen (gecorrigeerd aantal op basis van de formule vermeld in § 2 om rekening te houden met het eventueel aantal gedecentraliseerde screeningsuren) minstens 90 % van het minimumaantal patiënten dat het centrum, overeenkomstig de tabellen in hoofdstukken 6 en 7, geacht wordt ten laste te nemen op basis van de screeningsuren die aan dat centrum zijn toegekend en dat voor elk volledig jaar waarin de overeenkomst van kracht is. §
  6. Om na te gaan of het gecorrigeerd aantal patiënten de bezettingsgraad van 90 % bereikt, wordt de volgende formule toegepast : [aantal werkelijk door het screeningscentrum gevolgde patiënten gedurende dat jaar] + [(aantal gedecentraliseerde uren) X 0,96] = gecorrigeerd aantal patiënten waarmee rekening zal worden gehouden om na te gaan of het screeningscentrum zijn financiering kan behouden. Indien in de bovenstaande formule het aantal gedecentraliseerde screeningsuren van het screeningscentrum hoger ligt dan 1/4 van de toegekende screeningsuren, wordt het gecorrigeerde aantal patiënten opnieuw berekend met vermindering van het aantal gedecentraliseerde screeningsuren, tot het moment waarop het aantal gedecentraliseerde screeningsuren niet meer hoger ligt dan 1/4 van het aantal toegekende screeningsuren. §
  7. Indien het Verzekeringscomité - op basis van de gegevens afkomstig uit de jaarverslagen die de screeningscentra krachtens de bepalingen van artikel 15, § 2 bezorgen - vaststelt dat het screeningscentrum gedurende twee opeenvolgende jaren niet het minimumaantal patiënten heeft bereikt dat het krachtens de bepalingen van § 1 geacht wordt ten laste te nemen, kan het beslissen om de geplande financiering voor het screeningscentrum in kwestie te verminderen. Er zal dan een nieuwe overeenkomst worden gesloten om die vermindering te concretiseren. De screeningsuren die gelet op die vermindering aan een dergelijk centrum zullen worden toegekend, zullen worden toegekend op basis van de tabel en de principes van artikel 8 overeenkomstig het gemiddeld aantal patiënten dat gedurende die twee opeenvolgende jaren ten laste is genomen en de eventueel gedecentraliseerde screeningsuren tijdens die jaren. De financiering van de personeelskosten, werkingskosten en kosten voor de testen zal in dat geval worden aangepast zodat deze, uitgaande van het nieuwe aantal screeningsuren dat daadwerkelijk aan dat screeningscentrum wordt toegekend, beantwoordt aan de bepalingen van artikel 9, §
  8. §
  9. Indien het resultaat van de formule van § 2 lager is dan 1.152 patiënten gedurende twee opeenvolgende jaren, zal het Verzekeringscomité de overeenkomst die in het kader van dit besluit is gesloten, kunnen opzeggen met inachtneming van een opzeggingstermijn overeenkomstig de bepalingen waarvan sprake in artikel 19, § 2, 2e lid. Het Verzekeringscomité zal het screeningscentrum de kans geven om op voorhand schriftelijk uit te leggen waarom het de voorwaarden die in dit besluit zijn vermeld, niet heeft kunnen vervullen. Afdeling
  10. - Voorwaarden voor een uitbreiding van de toegekende screeningsuren Art. 12.§
  11. Een screeningscentrum waarvan het aantal patiënten zoals bedoeld in artikel 4, 3° (gecorrigeerd aantal op basis van de formule vermeld in § 2 om rekening te houden met het eventueel aantal gedecentraliseerde screeningsuren) gedurende twee opeenvolgende jaren het maximumaantal patiënten overschrijdt dat de tabellen van hoofdstukken 6 en 7 voorzien voor de screeningsuren die aan dat screeningscentrum zijn toegekend, kan een verzoek tot uitbreiding van de toegekende screeningsuren indienen. §
  12. Om het aantal screeningsuren te bepalen dat wordt toegekend aan een screeningscentrum zoals bedoeld in § 1, wordt de volgende formule voor elk van die twee jaren toegepast : [aantal werkelijk door het screeningscentrum gevolgde patiënten] + [(aantal gedecentraliseerde uren) x 1,066667] = gecorrigeerd aantal patiënten waarmee rekening wordt gehouden voor elk van de twee opeenvolgende jaren om na te gaan of het screeningscentrum aanspraak kan maken op een uitbreiding van de screeningsuren. Indien het aantal gedecentraliseerde screeningsuren van het screeningscentrum in de bovenstaande formule hoger ligt dan 1/4 van de toegekende screeningsuren, wordt het gecorrigeerde aantal patiënten opnieuw berekend met vermindering van het aantal gedecentraliseerde screeningsuren tot het moment waarop het aantal gedecentraliseerde screeningsuren niet meer hoger ligt dan 1/4 van het aantal toegekende screeningsuren. §
  13. De screeningsuren die aan een dergelijk centrum zullen worden toegekend, zullen worden toegekend op basis van de tabel en de principes van artikel 9 en zullen overeenstemmen met de patiëntenaantallen die gedurende twee opeenvolgende jaren zijn bereikt en die op basis van de formule zoals vermeld in § 2, zijn gecorrigeerd. De financiering van de personeelskosten, werkingskosten en kosten voor de testen zal in dat geval worden aangepast zodat deze, uitgaande van het nieuwe aantal screeningsuren dat daadwerkelijk aan dat screeningscentrum wordt toegekend, beantwoordt aan de bepalingen van artikel 9, §
  14. §
  15. Een screeningscentrum dat een uitbreiding van de toegekende screeningsuren wenst te krijgen, dient een specifieke aanvraag in bij de leidend ambtenaar van de Dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV. Die aanvraag vermeldt de evolutie van het aantal patiënten vanaf het jaar dat voorafgaat aan de indiening van de kandidatuur van het centrum om als screeningscentrum te worden erkend tot het laatste volledige jaar dat aan de indiening van zijn aanvraag tot uitbreiding voorafgaat. §
  16. Het Verzekeringscomité beslist in laatste instantie over de aanvraag tot uitbreiding. Indien het budget waarvan sprake in artikel 7, § 2 niet volstaat om de kosten voor de toepassing van de bepalingen van dit artikel te dekken, kan de aanvraag tot uitbreiding van de screeningsuren niet worden ingewilligd. §
  17. In geval van een akkoord van het Verzekeringscomité, zullen de uitbreiding en de financiering die daaruit voortvloeit, pas van kracht zijn vanaf het jaar dat volgt op de aanvraag tot uitbreiding en enkel na de ondertekening van een nieuwe overeenkomst. §
  18. Het screeningscentrum mag geen rechthebbenden weigeren die behoren tot de doelgroep van rechthebbenden zoals bedoeld in dit besluit, op grond van het feit dat het centrum het aantal patiënten zou overschrijden dat het krachtens de toegekende screeningsuren geacht wordt ten laste te nemen. HOOFDSTUK
  19. - Cumulatieregels Art. 13.§
  20. Onverminderd de bepalingen van artikel 9, § 5 rekent het screeningscentrum noch aan de rechthebbenden, noch aan de verzekeringsinstellingen of een andere instantie, op basis van een andere reglementering dan de reglementering van dit besluit, de tussenkomsten en de verstrekkingen aan die in het kader van dit besluit worden vergoed. §
  21. Het screeningscentrum eist van de rechthebbenden geen enkel supplement voor de tussenkomsten en verstrekkingen die in het kader van dit besluit zijn voorzien. §
  22. De verstrekkingen van het hele team, zoals bedoeld in artikel 4, worden niet in het kader van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen en in het kader van de nomenclatuur van de revalidatieverstrekkingen aangerekend gedurende de uren tijdens welke zijn leden actief zijn om de activiteiten te verrichten die in het kader van dit besluit zijn vastgesteld, aangezien de jaarlijkse tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging alle personeelskosten dekt (waaronder de financiering van de activiteiten van de artsen) die nodig zijn voor het voortzetten van de screeningsactiviteiten waarvan sprake in dit besluit. HOOFDSTUK
  23. - Algemene bepalingen Art. 14.Elke overeenkomst bevat een bepaling waarin wordt gestipuleerd dat het Verzekeringscomité kan beslissen over de terugvordering van de bedragen die niet in overeenstemming met dit besluit of de overeenkomst zijn gebruikt. Art. 15.§
  24. De toepassing van dit besluit en van de overeenkomsten die in dit kader worden gesloten, wordt gecontroleerd door een Akkoordraad bestaande uit de verantwoordelijke arts van elk screeningscentrum en het College van Geneesheren-directeurs. §
  25. Elk screeningscentrum stelt jaarlijks een activiteitenverslag op voor het College van geneesheren-directeurs. Die verslagen, die betrekking hebben op één jaar, worden vóór 30 juni van het volgende jaar aan het College van geneesheren-directeurs bezorgd dat ze zal onderzoeken. De overeenkomsten waarvan sprake in artikel 2 bepalen de inhoud van de informatie die in de jaarverslagen zal worden vermeld. Art. 16.§
  26. De screeningscentra die een overeenkomst hebben gesloten in toepassing van het Koninklijk Besluit van 28 december 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/12/2006 pub. 25/01/2007 numac 2007022100 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 22, eerste lid, 17°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 type koninklijk besluit prom. 28/12/2006 pub. 30/01/2007 numac 2007022119 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 type koninklijk besluit prom. 28/12/2006 pub. 16/01/2007 numac 2006023324 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 december 1981 houdende vaststelling van de voorwaarden waaronder de studiejaren kunnen in aanmerking genomen worden voor de toekenning van prestaties waarin voorzien wordt bij de wet van 17 juli 1963 betreffende de overzeese sociale zekerheid type koninklijk besluit prom. 28/12/2006 pub. 26/01/2007 numac 2007022101 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het Verzekeringscomité overeenkomsten kan sluiten in het kader van een tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen voor prestaties voor specifieke vormen van aidsbestrijding en -behandeling sluiten tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het Verzekeringscomité overeenkomsten kan sluiten in het kader van een tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen voor prestaties voor specifieke vormen van aidsbestrijding en -behandeling, blijven hun voorrechten op het vlak van de screening behouden onder de voorwaarden die in dit besluit zijn bepaald vanaf 1 januari 2017 (datum van inwerkingtreding van dit besluit). In die context kunnen enkel de screeningscentra die een overeenkomst hebben ondertekend in toepassing van het Koninklijk Besluit van 28 december 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/12/2006 pub. 25/01/2007 numac 2007022100 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 22, eerste lid, 17°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 type koninklijk besluit prom. 28/12/2006 pub. 30/01/2007 numac 2007022119 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 type koninklijk besluit prom. 28/12/2006 pub. 16/01/2007 numac 2006023324 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 december 1981 houdende vaststelling van de voorwaarden waaronder de studiejaren kunnen in aanmerking genomen worden voor de toekenning van prestaties waarin voorzien wordt bij de wet van 17 juli 1963 betreffende de overzeese sociale zekerheid type koninklijk besluit prom. 28/12/2006 pub. 26/01/2007 numac 2007022101 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het Verzekeringscomité overeenkomsten kan sluiten in het kader van een tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen voor prestaties voor specifieke vormen van aidsbestrijding en -behandeling sluiten waarvan sprake in § 1 van dit artikel, een nieuwe overeenkomst in het kader van dit besluit sluiten. §
  27. In de overeenkomsten die na de inwerkingtreding van dit besluit met de in § 1 bedoelde screeningscentra zullen worden gesloten, wordt de financiering gebaseerd op het aantal patiënten zoals bedoeld in artikel 4, 3°, dat gedurende het volledige jaar 2015 door ieder screeningscentrum is gevolgd en met toepassing van de bepalingen van artikelen 8 en 9, §
  28. §
  29. Indien de toepassing van de bepalingen in dit besluit een overschrijding van het krachtens artikel 7 § 2 beschikbare budget zouden teweegbrengen, worden de toegekende screeningsuren, de omkadering en de financiering proportioneel verminderd om zo binnen de grenzen van het beschikbare budgettair kader te blijven. Art. 17.§
  30. Indien er in een Gewest geen geconventioneerd screeningscentrum meer is, worden de aanvragen voor het sluiten van overeenkomsten in het kader van dit besluit aangetekend aan de leidend ambtenaar van de Dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV gestuurd. Om in aanmerking te komen, bevat de aanvraag een volledige en gedetailleerde beschrijving van het kandidaat-centrum waarin wordt aangetoond dat het aan de voorwaarden van dit besluit voldoet. §
  31. Het College van Geneesheren-directeurs gaat in eerste instantie na of het kandidaat-centrum voldoet aan alle voorwaarden die in dit besluit zijn opgesomd. Indien het aan alle voorwaarden voldoet, legt het College van Geneesheren-directeurs de aanvraag voor aan het Verzekeringscomité. §
  32. Indien in eenzelfde Gewest verschillende kandidaat-centra aan die voorwaarden voldoen, stelt het College van Geneesheren-directeurs een klassement op basis van objectieve elementen op, zoals de duur en de omvang van de verworven ervaring inzake het aanbod en de organisatie zoals bedoeld in artikel
  33. HOOFDSTUK 1
  34. - Wijzigingsbepalingen Art. 18.§
  35. Artikel 4 van het koninklijk besluit van 28 december 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/12/2006 pub. 25/01/2007 numac 2007022100 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 22, eerste lid, 17°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 type koninklijk besluit prom. 28/12/2006 pub. 30/01/2007 numac 2007022119 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 type koninklijk besluit prom. 28/12/2006 pub. 16/01/2007 numac 2006023324 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 december 1981 houdende vaststelling van de voorwaarden waaronder de studiejaren kunnen in aanmerking genomen worden voor de toekenning van prestaties waarin voorzien wordt bij de wet van 17 juli 1963 betreffende de overzeese sociale zekerheid type koninklijk besluit prom. 28/12/2006 pub. 26/01/2007 numac 2007022101 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het Verzekeringscomité overeenkomsten kan sluiten in het kader van een tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen voor prestaties voor specifieke vormen van aidsbestrijding en -behandeling sluiten tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het Verzekeringscomité overeenkomsten kan sluiten in het kader van een tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen voor prestaties voor specifieke vormen van aidsbestrijding en -behandeling, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende : « §
  36. De jaarlijkse tegemoetkoming per ARC van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging zal zich echter beperken tot : 1° 267.201,27 € voor 2012 2° 272.902,78 € voor 2013 3° 275.853,44 € voor 2014 4° 276.994,15 € voor 2015 5° 278.335,64 € voor 2016 De ARC bezorgen de boekhoudkundige eindverslagen die op die vijf jaar betrekking hebben, samen met de bewijsstukken aan de Dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV uiterlijk binnen de drie maanden die volgen op de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het koninklijk besluit van ### tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het Verzekeringscomité overeenkomsten kan sluiten tot regeling van de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging in de prestaties voor specifieke vormen van aidsbestrijding. Alle boekhoudkundige verslagen zullen door de Dienst voor Geneeskundige Verzorging worden onderzocht en goedgekeurd. » §
  37. In artikel 9, tweede lid, van hetzelfde besluit, worden de woorden " tot 31 december 2011 " vervangen door de woorden "tot 31 december 2016 ". §
  38. De uitgaven die verband houden met de betaling van de achterstallen (jaren 2012, 2013, 2014, 2015 en de eerste drie trimesters van 2016) zijn ten laste van de begroting 2016 van de verzekering voor geneeskundige verzorging. Dit budget wordt grotendeels voorzien in de begroting "artikel 56" en voor een klein deel in "de begrotingsdoelstelling." HOOFDSTUK 1
  39. - Slotbepalingen Art. 19.§
  40. Dit besluit treedt in werking op 31 december
  41. §
  42. De overeenkomst zoals bedoeld in artikel 2 wordt gesloten voor onbepaalde duur. Ze heeft echter geen uitwerking meer, indien het referentiecentrum dat de activiteiten zoals bedoeld in dit besluit verricht, niet meer over een overeenkomst beschikt op basis van artikelen 22, 6° en 23, § 3 van de wet betreffende de verplichte verzekering, gecoördineerd op 14 juli
  43. Bovendien bevat de overeenkomst een clausule op basis waarvan iedere ondertekenende partij van de overeenkomst (het Verzekeringscomité en de geconventionneerde screeningscentra) ze te allen tijde kan opzeggen met inachtneming van een opzeggingstermijn van 3 maanden, die ingaat op de eerste dag van de maand die volgt op de verzendingsdatum van de aangetekende brief. Art. 20.De minister bevoegd voor Sociale zaken is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 6 maart
  44. FILIP Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, M. DE BLOCK

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.