dit besluit zijn, ten slotte, niet van toepassing op de overheidsopdrachten waarvan de specifieke kenmerken rechtvaardigen dat ze worden geplaatst op buitenlands grondgebied door diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen en die in de praktijk over het algemeen gegund worden bij onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking. Alleen al voor de bemiddelingskosten en, in vele gevallen, voor de verzendingskosten (transport, afhandeling van douaneformaliteiten...) dreigt dit immers elk schaalvoordeel teniet te doen. Bovendien worden grote moeilijkheden in verband met de toegang tot een kwaliteitsvolle klantendienst vastgesteld wanneer de producten weinig bekend zijn of weinig verkocht worden in de betrokken diplomatieke posten. HOOFDSTUK III - Actoren van het federale aankoopbeleid De artikelen 4, 5 en 6 behandelen de samenstelling en de rol van de actoren van het federaal aankoopbeleid die door dit besluit gecreëerd worden. De leden van het SFA zijn de strategische coördinatoren van de actieve deelnemers. Bepaalde passieve deelnemers zijn uitgenodigd om, op vrijwillige basis, waarnemers af te vaardigen die aanwezig kunnen zijn op de vergaderingen van het SFA. Het betreft de Regie der Gebouwen, de Federale Politie, de administratieve openbare instellingen en de openbare instellingen van sociale zekerheid. Andere passieve deelnemers en experten kunnen door het SFA worden uitgenodigd om deel te nemen aan haar vergaderingen. De rol van het SFA is precies omschreven. De beslissingen van het SFA worden bij consensus genomen door de strategische coördinatoren van de aanwezige aanbestedende overheden. Deze beslissingen kunnen onder andere het volgende inhouden: het initiëren van het proces voor een gemeenschappelijke overeenkomst, de aanduiding van de actieve deelnemer die de gemeenschappelijke overeenkomst zal plaatsen, en de bepaling van het federale aankoopbeleid. Er wordt voorzien in een cascadesysteem waarbij aanvankelijk enkel het SFA beslissingen kan nemen, door middel van consensus tussen de strategische coördinatoren, omtrent het takenpakket waarvoor ze bevoegd is. In geval van uitblijven van consensus over de te nemen beslissingen binnen het SFA, zullen vervolgens de hoogste administratieve verantwoordelijken van de actieve deelnemers beslissen door middel van consensus. In het geval de hierboven vermelde organen geen consensus bereiken, neemt de Ministerraad de finale beslissing. De minister bevoegd voor het dienstencentrum Procurement legt desgevallend het dossier, dat de te nemen beslissingen bevat, voor aan de Ministerraad. Artikel 4, § 3 stelt dat
niet van toepassing zijn voor de gemeenschappelijke aankopen met betrekking tot ICT. Onder ICT moet alles worden verstaan wat te maken heeft met informatiesystemen, telecommunicatie en de beveiliging ervan. Dit omvat zowel hardware, software en diensten. Gezien er specifieke expertise is vereist betreffende de ICT-markten is het wenselijk dat de coördinatie daarvan gebeurt door de daartoe voorziene specifieke coördinerende beheersstructuur (G-Cloud). Dit betekent echter geenszins dat de onderscheiden deelnemers, en dus ook het dienstencentrum Procurement, geen gemeenschappelijke opdrachten zouden kunnen plaatsen met betrekking tot het domein van ICT. Het is perfect mogelijk, en zelfs wenselijk, dat de afgevaardigde bedoeld in art. 4, § 1, 2° met het SFA overlegt dat voor bepaalde apparaten (smartphones, geheugensticks, dockingstations...) of verbruiksgoederen (toners voor printers...) de coördinatie ervan gebeurt door het samenwerkingsmodel. De coördinerende beleidsstructuur betreffende ICT moet zich, qua aankoopcentrale, vooral toeleggen op die opdrachten die kennis van ICT-specialisten vergt. Artikel 7 verwijst naar de centrale aansturing van aankopen waarmee men uitdrukkelijk verwoordt dat door dit koninklijk besluit in geen geval verplicht wordt nieuwe organisatiemodellen op te richten binnen de betrokken aanbestedende overheden met het oog op de toepassing van dit ontwerp. Bijgevolg mogen, voor zover voorhanden, bestaande interfaces binnen de betrokken aanbestedende overheden opgenomen worden in de interne processen zoals opgesomd in het artikel 7, eerste lid, 1° van huidig besluit. De vermelding in artikel 7 van het woord `raming' verwijst uitdrukkelijk naar een zo precies mogelijke inschatting die wordt gemaakt op basis van de gegevens die op het moment van schatting beschikbaar zijn. HOOFDSTUK IV - Werkprincipes van het federale aankoopbeleid De artikelen in dit hoofdstuk wijzen er uitdrukkelijk op dat het federale aankoopbeleid van de actieve deelnemers door de Ministerraad wordt goedgekeurd. Niettemin kunnen de hoogste administratief verantwoordelijken van de actieve deelnemers het federaal aankoopbeleid per consensus voor herziening vatbaar verklaren. In elk geval blijft de Ministerraad bevoegd om het federaal aankoopbeleid goed te keuren. Het dienstencentrum Procurement levert bijstand aan het werk van de SFA. Deze bijstand kan, zonder exhaustief te zijn, bestaan uit het aanleveren van informatie vanuit het `marktkenniscentrum' over de haalbaarheid, alsook de monitoring van de deelname van marktspelers en hun aandeel in het volume. In artikel 9 wordt duidelijk bepaald dat voor de aankoop van leveringen en diensten systematisch voorrang wordt verleend aan de gemeenschappelijke overeenkomsten. De bevoegde controle- en toezichtinstanties dienen er, conform hun prerogatieven, over te waken dat systematisch wordt nagegaan of er een gemeenschappelijke overeenkomst bestaat. De coördinatie bedoeld in artikel 9, 2°, heeft hoofdzakelijk betrekking op het capteren van de behoeften van de aanbestedende overheden. Artikel 9, 7°, specifieert dat de deelnemers aan een gemeenschappelijke overeenkomst duidelijk moeten geïdentificeerd zijn op het ogenblik van het opstarten van de procedure, maar ook dat ze in principe blijven deelnemen tot het einde van de gemeenschappelijke overeenkomst. Een deelnemer zou zijn deelname kunnen herzien indien er, met name, tijdens de uitvoering van de overheidsopdracht problemen ontstaan die het functioneren van de dienst in het gedrang kunnen brengen mits motivering aan het SFA. Deze problemen kunnen, zonder exhaustief te zijn, de volgende zijn: een acuut hoogdringend karakter, het onverzoenbaar blijken van technische specificaties ondanks het gebruik van maatregelen die deze verschillen zouden moeten kunnen overbruggen... Het principe omschreven in artikel 9, 8°, laat de mogelijkheid tot het toepassen van de uitgesloten opdrachten vervat in artikel 3 onverlet. De functioneringsmodaliteiten worden, zoals bepaald in artikel 10, door het SFA nader uitgewerkt in procedures. Aangezien één van de doelstellingen van het huidig besluit het implementeren van een efficiënt samenwerkingsmodel is, moet er bij de uitwerking en toepassing over worden gewaakt dat daarbij andere samenwerkingen met betrekking tot overheidsopdrachten tussen al dan niet deelnemende aanbestedende overheden niet worden verhinderd of bemoeilijkt (bv. het aansluiten bij of gebruik maken van andere aankoopcentrales bij projecten met een `interfederale' dimensie...). Deze bestaande samenwerkingen hebben echter geen voorrang op het samenwerkingsmodel. HOOFDSTUK V - Functioneringsmodaliteiten Met betrekking tot artikel 12, § 1, wordt in het bijzonder begrepen onder de door het SFA uit te werken `afspraken of modaliteiten': - de manier waarop de investeringsuitgaven worden gecommuniceerd aan het bevoegde orgaan, waarbij het begrip investeringsuitgaven moet worden bekeken in het licht van de budgettaire aanrekeningsregels (basisallocatie); - de manier waarop de lopende uitgaven worden gecommuniceerd aan het bevoegde orgaan, waarbij het begrip lopende uitgaven moet worden bekeken in het licht van de regels voor de budgettaire aanrekening (basisallocatie). Uit de artikelen 15 tot 18 blijkt dat de actieve deelnemers bij het samenwerkingsmodel, een rol spelen in de plaatsing van de gemeenschappelijke overeenkomsten, binnen de bevoegde TOFA, door de centralisatie, integratie en standaardisatie van de behoeften van de deelnemers. Toch is het verloop van de plaatsingsprocedure in principe zuiver de verantwoordelijkheid van de actieve deelnemer die aangeduid werd om de gemeenschappelijke overeenkomst te plaatsen. De vereiste controle- en goedkeuringsverplichtingen in hoofde van de actieve deelnemer die de gemeenschappelijke overeenkomst plaatst, blijven gelden. Hiermee wordt, wat betreft de aanbestedende overheden die onder het toepassingsgebied ervan vallen, gedoeld op het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en begrotingscontrole en het koninklijk besluit van 3 april 2013 betreffende de tussenkomst van de Ministerraad, de overdracht van bevoegdheid en de machtigingen inzake de plaatsing en de uitvoering van overheidsopdrachten, ontwerpenwedstrijden en concessies voor openbare werken op federaal niveau. Daarnaast wordt erop gewezen dat het ontwerp geen afbreuk doet aan de bestaande (interne) delegatieregels van toepassing bij de deelnemers. Artikel 14 voorziet dat de passieve deelnemers alleen geïnformeerd worden van de gemeenschappelijke overeenkomsten waarvan de plaatsing beoogd wordt. Een passieve deelnemer is volledig vrij om te beslissen een gemeenschappelijk overeenkomst bij te treden of niet. Hun rol blijft dan beperkt tot de uitdrukking van hun behoefte en tot de plaatsing van bestellingen of het sluiten van opdrachten in hun eigen voordeel nadat de gemeenschappelijke overeenkomst gesloten wordt. Voor elke gemeenschappelijke overeenkomst waaraan een passieve deelnemer wenst deel te nemen, bezorgt deze het dienstencentrum Procurement voorafgaandelijk een ondertekende aansluitingsovereenkomst daartoe. Een ontwerp van aansluitingsovereenkomst wordt daartoe ter beschikking gesteld door het dienstencentrum Procurement. Het SFA zal geen passieve deelnemers aan gemeenschappelijke opdrachten weigeren indien deze hun interesse kenbaar hebben gemaakt. HOOFDSTUK VI - Monitoring Artikel 19 vermeldt de indicatoren, te begrijpen als performantie-indicatoren. Artikel 20 vermeldt dat het dienstencentrum Procurement eveneens een rapporteringstaak opneemt naast de ondersteunende diensten. De rapportering kan zich daarbij voornamelijk concentreren op indicatoren. Daarbij zijn de indicatoren eveneens te begrijpen als performantie-indicatoren. Artikel 21 handelt over de geschillen die zich kunnen voordoen tijdens de plaatsing en de uitvoering van een gemeenschappelijke overeenkomst. De aanbestedende overheid verantwoordelijk voor de plaatsing van de gemeenschappelijke overeenkomst treedt in rechte op tijdens de plaatsingsprocedure, zoals, zonder exhaustief te zijn, in geval van beroepen tot schorsing of vernietiging van de gunningsbeslissing van de overheidsopdracht of raamovereenkomst. Daarentegen, treedt iedere deelnemer in rechte op in het kader van de geschillen die zich voordoen tijdens de uitvoering van de bestellingen of opdrachten die hij zelf geplaatst heeft in het kader van de gemeenschappelijke overeenkomst, zoals, zonder exhaustief te zijn, in geval van geschillen betreffende ontvangst, vertragingen of boetes, maar ook in geval van beroep tegen de gunningsbeslissing voor opdrachten gebaseerd op een raamovereenkomst (bestellingen). Wij hebben de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Minister belast met Ambtenarenzaken, S. VANDEPUT De Minister van Begroting, S. WILMES 22 DECEMBER 2017. - Koninklijk besluit inzake de federaal gecentraliseerde overheidsopdrachten in het kader van het federaal aankoopbeleid FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op artikelen 37 en 167, § 1, tweede lid, van de Grondwet; Gelet op artikel 169, derde lid, van de wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten sluiten inzake overheidsopdrachten; Gelet op het advies van de Commissie overheidsopdrachten, gegeven op 29 mei 2017; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 14 juni 2017; Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 14 juli 2017; Gelet op de adviezen 62.008/1/V en 62.464/1 van de Raad van State, respectievelijk gegeven op 15 september 2017 en op 13 december 2017, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de impactanalyse van de regelgeving, uitgevoerd op 5 juli 2017, overeenkomstig de artikelen 6, § 1, en 7, § 1, van de wet van 15 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2013 pub. 31/12/2013 numac 2013021138 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging sluiten houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging; Op de voordracht van de Minister belast met Ambtenarenzaken en van de Minister van Begroting en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I - Definities Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: 1° gemeenschappelijke overeenkomsten: de centraal gecoördineerde overheidsopdrachten die in naam en voor rekening van meerdere aanbestedende overheden zoals omschreven onder 2° worden gerealiseerd.2° aanbestedende overheid: elke dienst of instelling vermeld in artikel 2.3° a) actieve deelnemer: de aanbestedende overheid die verplicht deelneemt aan het samenwerkingsmodel en die in dat verband kan worden aangeduid om een gemeenschappelijke overeenkomst te plaatsen.Het betreft de aanbestedende overheden vermeld in artikel 2, § 1; b) passieve deelnemer: de aanbestedende overheid die vrijwillig kan aansluiten bij een gemeenschappelijke overeenkomst zonder daarbij te kunnen worden aangeduid om een gemeenschappelijke overeenkomst te plaatsen.Het betreft de aanbestedende overheden vermeld in artikel 2, § 2. 4° hoogste administratief verantwoordelijken: de voorzitter van het directiecomité van een federale overheidsdienst, de voorzitter van een programmatorische overheidsdienst en de chef van Defensie.5° netwerk van strategisch federaal aankoopoverleg (SFA): coördinatiestructuur van het samenwerkingsmodel tussen de verschillende actieve deelnemers.6° netwerk van tactisch-operationeel federaal aankoopoverleg (TOFA): implementatiestructuur van een gemeenschappelijke overeenkomst. HOOFDSTUK II - Toepassingsgebied Art. 2.§ 1.
dit besluit zijn van toepassing op de diensten van de federale Staat bedoeld in artikel 2, eerste lid, 1°, van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat, die verplicht zijn vervat in het samenwerkingsmodel met uitzondering van de politiediensten bedoeld in artikel 2, 2° van de wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus. § 2.
dit besluit zijn van toepassing op de volgende aanbestedende overheden die als passieve deelnemers aan een gemeenschappelijke overeenkomst kunnen aansluiten mits het sluiten van een aansluitingsovereenkomst voorafgaand aan de plaatsing van elke gemeenschappelijke overeenkomst: 1° de administratieve openbare instellingen bedoeld in artikel 2, eerste lid, 3°, van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat;2° de openbare instellingen van sociale zekerheid bedoeld in artikel 3, § 2, van het koninklijk besluit van 3 april 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 03/04/1997 pub. 11/06/1997 numac 1997011154 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit houdende bekrachtiging van Belgische normen uitgewerkt door het Belgisch Instituut voor Normalisatie type koninklijk besluit prom. 03/04/1997 pub. 02/08/1997 numac 1997000178 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de officiële Duitse vertaling van het koninklijk besluit van 10 december 1996 betreffende de identiteitsstukken en -bewijzen voor kinderen onder de twaalf jaar type koninklijk besluit prom. 03/04/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997021143 bron diensten van de eerste minister Koninklijk besluit houdende wijziging van de samenstelling van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie type koninklijk besluit prom. 03/04/1997 pub. 05/06/1997 numac 1997016105 bron ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit tot vaststelling van de regels inzake de werkingskosten van de Psychologencommissie, opgericht bij artikel 3, § 1, van de wet van 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog sluiten houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de openbare instellingen van sociale zekerheid, met toepassing van artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels;3° de politiediensten bedoeld in artikel 2, 2°, van de wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus;4° de andere federale aanbestedende overheden, die vallen onder de criteria van artikel 2, 1°, a) of c) van de wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten sluiten betreffende overheidsopdrachten. Art. 3.
dit besluit zijn uitsluitend van toepassing op de overheidsopdrachten voor leveringen en diensten die onder het toepassingsgebied vallen van titel 2 van de wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten sluiten inzake overheidsopdrachten. Zijn echter uitgesloten van het toepassingsgebied van dit besluit: 1° de overheidsopdrachten die als strategisch of vertrouwelijk worden beschouwd door de betrokken aanbestedende overheid alsook de opdrachten die als geheim worden beschouwd of waarvan de uitvoering bijzondere maatregelen inzake veiligheid vereist, overeenkomstig de, van kracht zijnde, wettelijke, reglementaire of administratieve bepalingen of indien de bescherming van essentiële belangen van het land dit vereist;2° de overheidsopdrachten waarvan de specifieke kenmerken rechtvaardigen dat ze worden geplaatst op buitenlands grondgebied door diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen. HOOFDSTUK III - Actoren van het federale aankoopbeleid Art. 4.§ 1. Het SFA is samengesteld uit de volgende strategische coördinatoren: 1° een strategische coördinator afgevaardigd en gemandateerd door elke hoogste administratief verantwoordelijke;2° een strategische coördinator gespecialiseerd in gemeenschappelijke overeenkomsten inzake ICT aangeduid per consensus door alle hoogste administratieve verantwoordelijken. Elke strategische coördinator heeft de bevoegdheid om, binnen het SFA, beslissingen te nemen in naam van de actieve deelnemer die hem heeft aangesteld. Hij ziet toe op de implementatie van het federale aankoopbeleid en het beheer van de gemeenschappelijke overeenkomsten bij deze actieve deelnemer. Bijkomend nodigt het SFA de passieve deelnemers uit om, op vrijwillige basis, waarnemers af te vaardigen die aanwezig kunnen zijn op de vergaderingen van het SFA. Het betreffen: 1° een waarnemer gemandateerd door de administrateur-generaal van de Regie der Gebouwen;2° een waarnemer gemandateerd door de commissaris-generaal van de Federale Politie;3° twee waarnemers gemandateerd door de leidende ambtenaren van de administratieve openbare instellingen als bedoeld in artikel 2, § 2, 1°, verenigd in college;4° twee waarnemers gemandateerd door de afgevaardigde bestuurders van de openbare instellingen van sociale zekerheid als bedoeld in artikel 2, § 2, 2°, verenigd in college. De aanbestedende overheden bepaald in artikel 4, § 1, lichten het dienstencentrum Procurement in over de door hen aangewezen strategische coördinator(
zijn niet van toepassing voor de gemeenschappelijke overeenkomsten met betrekking tot ICT, waarvoor een specifieke inhoudelijk coördinerende beheersstructuur bestaat. Voor de gemeenschappelijke overeenkomsten binnen dat domein worden de taken van de SFA georganiseerd binnen deze inhoudelijke coördinerende beheersstructuur en geschiedt de rapportering aan het SFA via de afgevaardigde bedoeld in § 1, eerste lid, 2°. Art. 5.§
zijn niet van toepassing op de gemeenschappelijke overeenkomsten met betrekking tot ICT, waarvoor een specifieke inhoudelijk coördinerende beheersstructuur bestaat. Voor de gemeenschappelijke overeenkomsten binnen dat domein, worden de taken van het SFA georganiseerd binnen deze inhoudelijke coördinerende beheersstructuur. Overleg hierover met het SFA geschiedt via de afgevaardigde bedoeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 2°. Art. 6.§ 1. Er wordt een dienstencentrum Procurement opgericht in de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning. Het biedt ondersteunende diensten aan binnen vier functionele pijlers, zijnde: (
, eerste lid, 3°, 5° en 6°, zijn niet van toepassing op de gemeenschappelijke overeenkomsten met betrekking tot ICT, waarvoor een specifieke inhoudelijke coördinerende beheersstructuur bestaat. Voor de gemeenschappelijke overeenkomsten binnen dat domein worden deze taken georganiseerd binnen deze inhoudelijke coördinerende beheersstructuur. De afgevaardigde bedoeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 2° stelt echter wel de informatie over de gemeenschappelijke overeenkomsten met betrekking tot ICT ter beschikking van het dienstencentrum Procurement zodat het zijn overkoepelende, coördinerende en ondersteunende rol kan uitvoeren. Art. 7.§ 1. Elke actieve deelnemer is ertoe gehouden om: 1° een centrale aansturing van aankopen te organiseren die de implementatie van het federale aankoopbeleid en het beheer van de gemeenschappelijke overeenkomsten mogelijk maakt overeenkomstig dit besluit.Deze interne processen moeten de centralisatie, de registratie, de goedkeuring en opvolging van de behoeften bij de betrokken aanbestedende overheid verzekeren. 2° een indicatieve, jaarlijks herzienbare, meerjarenplanning op te stellen die minimaal is opgebouwd uit de volgende elementen:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.