(1)sluiten houdende diverse bepalingen (III). Art. 29.De Regering bepaalt de toekenningsvoorwaarden, de aanvraagprocedure, het bedrag, de mate van afname en de nadere regels voor de betaling van de premie. Zij bepaalt eveneens de criteria, de begeleidingsvoorwaarden en de voor die begeleiding bevoegde instellingen. HOOFDSTUK IV. - Maatregelen tot behoud op de arbeidsmarkt Afdeling
- - Algemene bepaling Art. 30.In de programmawet (I) van 24 december 2002, wordt een artikel 338/2 ingevoegd, luidend : « Artikel 338/2.- Opdat een werkgever een van de doelgroepverminderingen voor een werknemer zou genieten met toepassing van de onderafdelingen 2, 5bis, 7, en 10 tot en met 14 van deze afdeling, moet die werknemer tewerkgesteld worden in een vestigingseenheid die op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gelegen is. Als de werkgever niet over een vestigingseenheid in België beschikt, maar een werknemer in België tewerkstelt, zijn de doelgroepverminderingen als bedoeld in de onderafdelingen 2, 5bis, 7, en 10 tot en met 14 van deze afdeling in afwijking van het eerste lid van toepassing als de werknemer tijdens het betrokken kwartaal overwegend op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt tewerkgesteld. ». Afdeling
- - Oudere werknemers Art. 31.Artikel 339 van de programmawet (I) van 24 december 2002, vervangen door de wet van 27 december 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/12/2012 pub. 31/12/2012 numac 2012018484 bron federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen en federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet houdende diverse dringende bepalingen type wet prom. 27/12/2012 pub. 28/12/2012 numac 2012011520 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende diverse bepalingen inzake energie sluiten, wordt vervangen als volgt : « Artikel 339.- De Brusselse Hoofdstedelijke Regering kan volgens de voorwaarden die zij bepaalt een doelgroepvermindering toekennen aan de werkgevers die oudere werknemers tewerkstellen. De tewerkstelling van de oudere werknemer voldoet minstens aan de volgende voorwaarden : 1° de oudere werknemer behoort tot de werknemerscategorie 1 als bedoeld in artikel 330 ;2° de oudere werknemer is op de laatste dag van het kwartaal minstens 55 jaar oud ;3° het refertekwartaalloon van de oudere werknemer is lager dan de door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bepaalde loongrens. De vermindering neemt een einde op de laatste dag van het kwartaal in de loop waarvan de oudere werknemer de wettelijke pensioenleeftijd heeft bereikt. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering kan het forfaitaire bedrag en de toekenningsduur van de doelgroepvermindering alsook de gerechtigde leeftijdscategorieën bepalen. ». HOOFDSTUK V. - Maatregelen voor specifieke steun op de arbeidsmarkt Art. 32.Met het oog op de bevordering van hun inschakeling op de arbeidsmarkt, kan de Regering afhankelijk van de kenmerken die eigen zijn aan de werkzoekende, een premie toekennen aan bepaalde werkgeverscategorieën of categorieën van niet-werkende werkzoekenden die het werk hervatten. Art. 33.De erkende onderneming in de zin van artikel 2bis van het kaderakkoord tot samenwerking betreffende de alternerende opleiding, gesloten te Brussel op 24 oktober 2008 tussen de Franse Gemeenschap, het Waals Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie, of van artikel 7 van het Vlaams decreet van 10 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten4 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen, kan een jaarpremie van maximaal 1.000 euro per mentor verkrijgen voor zover de in het voormelde kaderakkoord tot samenwerking of het decreet bepaalde voorwaarden worden nageleefd. De Regering bepaalt het premiebedrag, de toekenningsvoorwaarden alsook de voorwaarden in verband met de leerlingen. HOOFDSTUK VI. - Controle en toezicht Art. 34.Onverminderd de inspectie- en controlebevoegdheden van de federale instellingen bevoegd voor de werkuitkeringen en de sociale zekerheidsbijdragen die ter zake de enige administratieve en technische operatoren zijn, controleren de door de Regering aangewezen ambtenaren de uitvoering van deze ordonnantie en haar uitvoeringsmaatregelen, en houden toezicht op de naleving ervan. Deze ambtenaren oefenen die controle of dit toezicht uit in overeenstemming met de bepalingen van de ordonnantie van 30 april 2009 betreffende het toezicht op de reglementeringen inzake werkgelegenheid die tot de bevoegdheid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest behoren en de invoering van administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op deze reglementeringen. Art. 35.De bepalingen van de ordonnantie van 8 oktober 2015 houdende algemene regels betreffende de inhouding, de terugvordering en de niet-vereffening van subsidies op het vlak van werkgelegenheid en economie of de bijzondere, in de uitvoeringsmaatregelen van deze ordonnantie bepaalde regels zijn van toepassing voor de terugbetaling van de premies en de uitkeringen als bedoeld in de hoofdstukken II, III en V. Art. 36.Onverminderd de voorbehouden bevoegdheden van de administratieve en technische operatoren als bedoeld in artikel 6, § 1, IX, 7°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, nemen de door de Regering aangewezen overheden : 1° de beslissingen met betrekking tot de toekenning, de opschorting en de stopzetting van de door deze ordonnantie ingevoerde premies en uitkeringen ;2° de beslissingen over de wegens een inbreuk op de bepalingen van deze ordonnantie of haar uitvoeringsmaatregelen onterecht gebleken betaling van de premies en uitkeringen, alsook over hun terugvordering. De Regering bepaalt de nadere regels voor de beslissingen als bedoeld in 1° en 2°. HOOFDSTUK VII. - Opheffingsbepalingen Art. 37.De Regering kan regels aannemen tot volledige of gedeeltelijke opheffing van de reglementering betreffende de activering van de uitkeringen en van de reglementering betreffende de verminderingen van de werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid die vastgesteld worden naargelang de kenmerken die eigen zijn aan de werknemers, als bepaald in : 1° het koninklijk besluit van 19 december 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten0 tot bevordering van de tewerkstelling van langdurige werkzoekenden ;2° het koninklijk besluit van 29 maart 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten2 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten5 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders ter bevordering van de tewerkstelling van laaggeschoolde of erg laag geschoolde jongeren ;3° het koninklijk besluit van 9 juni 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 09/06/1997 pub. 21/06/1997 numac 1997012449 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de doorstromingsprogramma's sluiten tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten5 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de doorstromingsprogramma's ;4° het koninklijk besluit van 3 mei 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 03/05/1999 pub. 05/06/1999 numac 1999012432 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de herinschakeling van zeer moeilijk te plaatsen werklozen type koninklijk besluit prom. 03/05/1999 pub. 05/06/1999 numac 1999012433 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 7, § 1bis, vierde lid, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, betreffende de herinschakeling van zeer moeilijk te plaatsen werklozen sluiten tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten5 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de herinschakeling van zeer moeilijk te plaatsen werklozen ;5° de artikelen 78ter, 129bis tot 129quater, 131, 131quater, 131quinquies, 131septies tot 131nonies, van het koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten3 ;6° het koninklijk besluit van 16 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten1 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen. HOOFDSTUK VIII. - Overgangsbepalingen Art. 38.Als een werknemer in een ander Gewest een activering van werkuitkeringen geniet met toepassing van de door of krachtens deze ordonnantie opgeheven federale bepalingen, en zijn hoofdverblijf in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vestigt, vrijwaart Actiris het voordeel van die activering van werkuitkeringen ten voordele van die werknemer, tot de datum waarop het verstrijkt, in elk geval uiterlijk op 31 december
- Als een werknemer in een ander Gewest de verminderingen van de werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid geniet met toepassing van de door of krachtens deze ordonnantie opgeheven federale bepalingen, en overgeplaatst wordt naar een in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gelegen vestigingseenheid, vrijwaart Actiris de toekenning van die vermindering van sociale zekerheidsbijdragen, tot de datum waarop ze verstrijkt, in elk geval uiterlijk op 31 december
- Het eerste en tweede lid gelden niet als de aanwerving van de werknemer waaraan de activering van werkuitkeringen of de vermindering van de sociale zekerheidsbijdragen hun toepassing ontlenen, heeft plaatsgevonden na de opheffing van de bedoelde federale bepalingen door het Gewest waarin respectievelijk zijn hoofdverblijf of de vestigingseenheid, plaats van zijn tewerkstelling, waren gelegen. HOOFDSTUK IX. - Slotbepaling Art. 39.De Regering bepaalt de datum van inwerkingtreding voor elke bepaling van deze ordonnantie. Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Brussel, 23 juni
- R. VERVOORT, Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Territoriale Ontwikkeling, Stedelijk Beleid, Monumenten en Landschappen, Studentenaangelegenheden, Toerisme, Openbaar Ambt, Wetenschappelijk Onderzoek en Openbare Netheid G. VANHENGEL, De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Externe Betrekkingen en Ontwikkelingssamenwerking D. GOSUIN, Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Tewerkstelling, Economie en Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp P. SMET, Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Mobiliteit en Openbare Werken C. FREMAULT, Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Huisvesting, Levenskwaliteit, Leefmilieu en Energie _______ Nota