← België

Decreet houdende de subsidiëring en erkenning van het sociaal-cultureel volwassenenwerk

7 JULI 2017. - Decreet houdende de subsidiëring en erkenning van het sociaal-cultureel volwassenenwerk (1) Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt: Decreet h

§ 4

, vermeld in het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2003 pub. 28/05/2003 numac 2003035522 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk sluiten, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit decreet. §

  1. De beoordelingselementen voor de sociaal-culturele verenigingen zijn: 1° de wijze waarop de vier functies, vermeld in artikel 2, 8°, van het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2003 pub. 28/05/2003 numac 2003035522 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk sluiten, worden gerealiseerd;2° de wijze van begeleiding van de afdelingen of groepen: de ontwikkeling van het afdelingswerk en groepswerk, het aantal afdelingen of groepen;3° het beleid ten aanzien van de vrijwilliger;4° de acties met het oog op de verdieping en verbreding van de participatie;5° de communicatie met de leden;6° het ontwikkelen van acties en activiteiten met een landelijk karakter;7° het ontwikkelen van vernieuwende en bijzondere activiteiten;8° de aanpak van de diversiteit met specifieke aandacht voor interculturaliteit;9° de samenwerking en netwerkvorming met andere organisaties;10° de manier waarop in de werking rekening gehouden wordt met principes van integrale kwaliteitszorg;11° de zorg voor professionalisering en professionaliteit. §
  2. De beoordelingselementen voor de sociaal-culturele bewegingen zijn: 1° de knowhow en expertise van de beweging met betrekking tot het thema of het cluster;de wijze waarop die expertise verder wordt ontwikkeld; de wijze waarop de knowhow wordt ontsloten; 2° de aanpak van diversiteit, met specifieke aandacht voor interculturaliteit;3° de wijze waarop het ruime publiek rechtstreeks of onrechtstreeks wordt benaderd, inclusief de inspanning om andere publieksgroepen aan te trekken;4° de creativiteit, de diversiteit en de originaliteit van de gehanteerde methoden, evenals de effectiviteit ervan;5° de communicatie met het publiek, de aandacht voor de media;6° de aard en de omvang van de educatieve activiteiten en de werkmaterialen;7° de acties en de campagnes;8° de samenwerking en netwerkvorming met andere organisaties;9° het engagement van vrijwilligers en bestuurders;10° de zorg voor professionaliteit en professionalisering;11° de manier waarop in de werking rekening wordt gehouden met principes van integrale kwaliteitszorg. §
  3. De beoordelingselementen voor de gespecialiseerde vormingsinstellingen zijn: 1° de landelijke spreiding van het aanbod en/of het publiek;2° het beleid ten aanzien van de deelnemers (bestaande en beoogde doelgroepen) en de link naar het communicatiebeleid;3° de samenwerking met de volkshogescholen;4° de zorg voor professionalisering en professionaliteit;5° het aantal uren programma's;6° de netwerkvorming en samenwerking;7° de manier waarop invulling wordt gegeven aan de culturele functie;8° de manier waarop invulling wordt gegeven aan de gemeenschapsvormende functie;9° de manier waarop in de werking rekening wordt gehouden met principes van integrale kwaliteitszorg;10° de aanpak van de diversiteit met specifieke aandacht voor interculturaliteit. §
  4. De beoordelingselementen voor de syndicale vormingsinstellingen zijn: 1° de landelijke spreiding van het aanbod en/of het publiek;2° het beleid ten aanzien van de deelnemers (bestaande en beoogde doelgroepen) en de link naar het communicatiebeleid;3° de zorg voor professionalisering en professionaliteit;4° het aantal uren programma's;5° de netwerkvorming en samenwerking;6° de manier waarop invulling wordt gegeven aan de culturele functie;7° de manier waarop invulling wordt gegeven aan de gemeenschapsvormende functie;8° de manier waarop in de werking rekening wordt gehouden met principes van integrale kwaliteitszorg;9° de aanpak van de diversiteit met specifieke aandacht voor interculturaliteit. §
  5. De beoordelingselementen voor de vormingsinstellingen voor personen met een handicap zijn: 1° de landelijke spreiding van het aanbod en/of het publiek;2° het beleid ten aanzien van de deelnemers (bestaande en beoogde doelgroepen) en de link naar het communicatiebeleid;3° de zorg voor professionalisering en professionaliteit;4° het aantal uren programma's;5° de netwerkvorming en samenwerking;6° de manier waarop invulling wordt gegeven aan de culturele functie;7° de manier waarop invulling wordt gegeven aan de gemeenschapsvormende functie;8° de manier waarop in de werking rekening wordt gehouden met principes van integrale kwaliteitszorg;9° de aanpak van de diversiteit met specifieke aandacht voor interculturaliteit;10° de samenwerking binnen de federatie. §
  6. De beoordelingselementen voor de federatie van vormingsdiensten voor personen met een handicap zijn: 1° de landelijke spreiding van het aanbod en/of het publiek;2° het beleid ten aanzien van de deelnemers (bestaande en beoogde doelgroepen) en de link naar het communicatiebeleid;3° de zorg voor professionalisering en professionaliteit;4° de manier waarop invulling wordt gegeven aan de educatieve functie;5° de netwerkvorming en samenwerking;6° de manier waarop invulling wordt gegeven aan de gemeenschapsvormende functie en aan de maatschappelijke activeringsfunctie;7° de manier waarop in de werking rekening wordt gehouden met principes van integrale kwaliteitszorg;8° de aanpak van de diversiteit met specifieke aandacht voor interculturaliteit;9° de samenwerking binnen de federatie. §
  7. De beoordelingselementen, vermeld in paragraaf 3 tot en met paragraaf 8, en de bepalingen met betrekking tot de uitkering van de subsidies in artikel 45, § 2, §

§ 4

, vermeld in het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2003 pub. 28/05/2003 numac 2003035522 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk sluiten, worden door de Vlaamse Regering uitgewerkt in beoordelingscriteria. Voor elk toepassend beoordelingselement, vermeld in paragraaf 3 tot en met paragraaf 8, en voor de bepalingen met betrekking tot de uitkering van de subsidies in artikel 45, § 2, §

§ 4

, vermeld in het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2003 pub. 28/05/2003 numac 2003035522 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk sluiten, formuleert de visitatiecommissie een eindresultaat "voldoet", "voldoet ten dele" of "onvoldoende". Wanneer de organisatie per beoordelingselement voor alle onderliggende beoordelingscriteria een "voldoet" behaalt, is het eindresultaat van het beoordelingselement "voldoet". Wanneer de organisatie per beoordelingselement voor geen enkel onderliggend beoordelingscriterium een "onvoldoende" behaalt en voor één of meerdere onderliggende beoordelingscriteria een "voldoet ten dele", is het eindresultaat van het beoordelingselement "voldoet ten dele". Wanneer de organisatie per beoordelingselement voor één of meerdere onderliggende beoordelingscriteria een "onvoldoende" behaalt, is het eindresultaat van dit beoordelingselement "onvoldoende". § 10. De visitatiecommissie kan één van de volgende evaluaties geven: 1° een positieve evaluatie zonder aanbevelingen;2° een positieve evaluatie met aanbevelingen;3° een negatieve evaluatie met aanbevelingen. De visitatiecommissie komt tot een evaluatie, vermeld in het eerste lid, 1°, 2° of 3°, op grond van een afweging van de evaluatie van de werking: 1° aan de hand van het beleidsplan 2016-2020, de voortgangsrapporten, de jaarlijkse begroting, de financiële verslagen, de algemene informatie en gegevens met betrekking tot de werking;2° aan de hand van de kwantitatieve gegevens met betrekking tot de werking, zoals die afgeleid kunnen worden uit de voortgangsrapporten, de jaarlijkse begroting, de financiële verslagen en de algemene informatie en gegevens met betrekking tot de werking;3° op basis van de eindresultaten, geformuleerd krachtens § 9, tweede lid, per toepasselijk beoordelingselement zoals bepaald in § 3 tot en met § 8 en inzake de bepalingen met betrekking tot de uitkering van de subsidies in artikel 45, § 2, §

§ 4

, vermeld in het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2003 pub. 28/05/2003 numac 2003035522 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk sluiten, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit decreet;4° op basis van de eventuele aanbevelingen bij de beoordelingselementen, vermeld in paragraaf 3 tot en met paragraaf

  1. De visitatiecommissie deelt haar bevindingen mee aan de sociaal-culturele volwassenenorganisatie in de vorm van een voorlopig visitatieverslag, uiterlijk vijfendertig dagen nadat de visitatie heeft plaatsgevonden. De sociaal-culturele volwassenenorganisatie heeft achtentwintig dagen om te reageren op het voorlopig visitatieverslag. De visitatiecommissie neemt kennis van de opmerkingen van de organisatie en maakt na evaluatie van die opmerkingen een definitief verslag, dat binnen een termijn van negenenveertig dagen na het meedelen van het voorlopig visitatieverslag aan de organisatie wordt bezorgd. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot het model van het voorlopig en definitief visitatieverslag en de betekening van het definitief verslag. §
  2. Aan sociaal-culturele volwassenenorganisaties met een positieve evaluatie zonder aanbevelingen van de visitatiecommissie, vermeld in paragraaf 10, 1°, en een positief subsidieadvies of een positief subsidieadvies met aandachtspunten van de beoordelingscommissie, vermeld in artikel 22, § 4, tweede lid, 1° of 2, kent de Vlaamse Regering voor de nieuwe beleidsperiode een subsidie-enveloppe toe die gelijk of hoger is ten opzichte van de voorafgaande beleidsperiode. Aan sociaal-culturele volwassenenorganisaties met een positieve evaluatie met aanbevelingen van de visitatiecommissie, vermeld in paragraaf 10, 2°, en een positief subsidieadvies van de beoordelingscommissie, vermeld in artikel 22, § 4, tweede lid, 1°, kent de Vlaamse Regering voor de nieuwe beleidsperiode een subsidie-enveloppe toe die gelijk of hoger is ten opzichte van de voorafgaande beleidsperiode. Aan sociaal-culturele volwassenenorganisaties met een positieve evaluatie met aanbevelingen van de visitatiecommissie, vermeld in paragraaf 10, 2°, en een positief subsidieadvies met aandachtspunten van de beoordelingscommissie, vermeld in artikel 22, § 4, tweede lid, 2°, kent de Vlaamse Regering voor de nieuwe beleidsperiode een subsidie-enveloppe toe die lager, gelijk of hoger is ten opzichte van de voorafgaande beleidsperiode. Aan sociaal-culturele volwassenenorganisaties met een positieve evaluatie zonder aanbevelingen van de visitatiecommissie, vermeld in paragraaf 10, 1°, en een negatief subsidieadvies van de beoordelingscommissie, vermeld in artikel 22, § 4, tweede lid, 3°, kent de Vlaamse Regering voor de nieuwe beleidsperiode een subsidie-enveloppe toe die lager of maximaal gelijk is ten opzichte van de voorafgaande beleidsperiode. Van sociaal-culturele volwassenenorganisaties met een positieve evaluatie met aanbevelingen van de visitatiecommissie, vermeld in paragraaf 10, 2°, en een negatief subsidieadvies van de beoordelingscommissie, vermeld in artikel 22, § 4, tweede lid, 3°, kan de Vlaamse Regering beslissen ofwel de subsidiëring stop te zetten vanaf het eerste jaar van de nieuwe beleidsperiode, ofwel de subsidiëring verder te zetten waarbij de subsidie-enveloppe lager moet zijn ten opzichte van de voorbije beleidsperiode. Aan sociaal-culturele organisaties met een negatieve evaluatie met aanbevelingen van de visitatiecommissie, vermeld in paragraaf 10, 3°, en een positief subsidieadvies met of zonder aandachtspunten van de beoordelingscommissie, vermeld in artikel 22, § 4, tweede lid, 1° of 2°, kan de Vlaamse Regering voor de nieuwe beleidsperiode een subsidie-enveloppe toekennen die lager of maximaal gelijk is ten opzichte van de voorafgaande beleidsperiode. Van sociaal-culturele volwassenenorganisaties met een negatieve evaluatie met aanbevelingen van de visitatiecommissie, vermeld in paragraaf 10, 3°, en een negatief subsidieadvies van de beoordelingscommissie, vermeld in artikel 22, § 4, tweede lid, 3°, kan de Vlaamse Regering beslissen ofwel de subsidiëring stop te zetten vanaf het eerste jaar van de nieuwe beleidsperiode, ofwel de subsidiëring verder te zetten waarbij de subsidie-enveloppe lager moet zijn ten opzichte van de voorbije beleidsperiode. §
  3. Sociaal-culturele volwassenenorganisaties met een positieve evaluatie met aanbevelingen, vermeld in paragraaf 10, 2°, dienen samen met hun beleidsplan, een plan van aanpak in. Daarin staat wat de organisatie met de aanbevelingen heeft gedaan. De beoordelingscommissie neemt de kwaliteit en de effectiviteit van de ondernomen processen en acties met betrekking tot de geformuleerde aanbevelingen mee in de beoordeling van de subsidieaanvraag voor de beleidsperiode 2021-
  4. §
  5. Sociaal-culturele volwassenenorganisaties die een negatieve evaluatie met aanbevelingen krijgen, vermeld paragraaf 10, 3°, tonen binnen maximaal twaalf maanden nadat het visitatieverslag werd bezorgd, via een remediëringsrapport aan hoe ze met de aanbevelingen zijn omgegaan. De visitatiecommissie evalueert na indiening van het remediëringsrapport de kwaliteit en de effectiviteit van de ondernomen processen en acties van de sociaal-culturele volwassenenorganisatie met betrekking tot de aanbevelingen met een bezoek ter plaatse. De visitatiecommissie formuleert op basis daarvan een positief of een negatief advies aan de Vlaamse Regering. Indien de Vlaamse Regering beslist het positief advies te volgen, wordt de subsidieaanvraag ter advisering voorgelegd aan een beoordelingscommissie, vermeld in artikel
  6. Voor de bepaling van de subsidie-enveloppe voor de volgende beleidsperiode, is paragraaf 11, zesde of zevende lid van toepassing. Indien de Vlaamse Regering beslist het negatief advies te volgen, wordt de subsidieaanvraag niet meer ter advisering voorgelegd aan een beoordelingscommissie, vermeld in artikel 22, en wordt de subsidie stopgezet vanaf 1 januari
  7. Indien de sociaal-culturele volwassenenorganisatie na verstrijken van de remediëringstermijn geen remediëringsrapport indient, wordt geen tweede bezoek ter plaatse uitgevoerd en stopt de subsidiëring vanaf 1 januari
  8. §
  9. Bij de bepaling van de subsidie-enveloppe is de maximale stijging of daling begrensd tot 25% ten opzichte van de effectief toegekende subsidie-enveloppe voor het laatste werkjaar van de voorafgaande beleidsperiode. In afwijking van het eerste lid bedraagt de maximale stijging 65.000 euro voor organisaties waarvan de effectief toegekende subsidie-enveloppe voor het laatste werkjaar van de voorafgaande beleidsperiode kleiner of gelijk is aan 260.000 euro. §
  10. De erkenning op basis van het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2003 pub. 28/05/2003 numac 2003035522 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk sluiten van de sociaal-culturele volwassenenorganisaties, vermeld in artikel 59, wordt uiterlijk beëindigd op het einde van de beleidsperiode 2016-
  11. Tot en met 31 december 2020 zijn de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden van het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2003 pub. 28/05/2003 numac 2003035522 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk sluiten van toepassing. Art. 61.§
  12. In afwijking van het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2003 pub. 28/05/2003 numac 2003035522 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk sluiten gebeurt de beoordeling van de sociaal-culturele volwassenenorganisaties, vermeld in artikel 20 van het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2003 pub. 28/05/2003 numac 2003035522 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk sluiten, tijdens de beleidsperiode 2016-2020 via de combinatie van de evaluatie van de werking van de voorbije jaren en van de beoordeling van de toekomstige werking door een beoordelingscommissie, opgericht op basis van artikel
  13. §
  14. De evaluatie van de werking van de voorbije jaren gebeurt via een bezoek ter plaatse aan de hand van het beleidsplan 2016-2020, de voortgangsrapporten, de jaarlijkse begrotingen, de financiële verslagen, algemene informatie en kwantitatieve gegevens met betrekking tot de werking en op basis van de beoordelingselementen, vermeld in paragraaf 3, en de bepalingen met betrekking tot de uitkering van de subsidies in artikel 45, § 2, §

§ 4

, van het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2003 pub. 28/05/2003 numac 2003035522 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk sluiten zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit decreet. De beoordeling van de toekomstige werking gebeurt op basis van het beleidsplan 2021-2025 en de beoordelingselementen, vermeld in artikel

  1. Deze beoordeling vindt plaats in 2020, het laatste jaar van de beleidsperiode. §
  2. De beoordelingselementen voor de evaluatie van de volkshogescholen zijn: 1° het publieksbereik;2° de mate waarin de volkshogeschool kansengroepen bereikt, of via het werken met multiplicatoren van betekenis is voor kansengroepen;3° de spreiding van het aanbod over de regio;4° de wijze van bekendmaking van het aanbod;5° de diversiteit van het aanbod;6° de maatschappelijke verantwoording van het aanbod;7° de beschikbare infrastructuur;8° de professionele uitbouw;9° de netwerkvorming;10° de samenwerking met de gespecialiseerde vormingsinstellingen;11° de eigen bijdrage aan het overleg met de volkshogescholen uit de andere regio's;12° de wijze waarop de volkshogeschool de culturele functie invult;13° de wijze waarop de volkshogeschool de gemeenschapsvormende functie invult;14° het aantal uren programma's;15° diversiteit met specifieke aandacht voor interculturaliteit;16° de manier waarop in de werking rekening wordt gehouden met principes van integrale kwaliteitszorg. §
  3. De beoordelingselementen, vermeld in paragraaf 3, en de bepalingen met betrekking tot de uitkering van de subsidies in artikel 45, § 2, §

§ 4

, vermeld in het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2003 pub. 28/05/2003 numac 2003035522 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk sluiten, worden door de Vlaamse Regering uitgewerkt in beoordelingscriteria. Voor elk beoordelingselement, vermeld in paragraaf 3, en voor de bepalingen met betrekking tot de uitkering van de subsidies in artikel 45, § 2, §

§ 4

, vermeld in het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2003 pub. 28/05/2003 numac 2003035522 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk sluiten, formuleert de beoordelingscommissie een eindresultaat "voldoet", "voldoet ten dele" of "onvoldoende". Wanneer de organisatie per beoordelingselement voor alle onderliggende beoordelingscriteria een "voldoet" behaalt, is het eindresultaat van het beoordelingselement "voldoet". Wanneer de organisatie per beoordelingselement voor geen enkel onderliggend beoordelingscriterium een "onvoldoende" behaalt en voor één of meerdere onderliggende beoordelingscriteria een "voldoet ten dele", is het eindresultaat van het beoordelingselement "voldoet ten dele". Wanneer de organisatie per beoordelingselement voor één of meerdere onderliggende beoordelingscriteria een "onvoldoende" behaalt, is het eindresultaat van dit beoordelingselement "onvoldoende". §

  1. Eventuele aanbevelingen geformuleerd op basis van de evaluatie van de voorbije jaren worden getoetst aan het beleidsplan 2021-
  2. Indien de aanbevelingen relevant blijven bij de beoordeling van de toekomstige werking, worden ze samen met eventuele bijkomende aanbevelingen in rekening gebracht bij de beoordeling. De beoordeling kan leiden tot volgende evaluaties: 1° een positief oordeel zonder aanbevelingen;2° een positief oordeel met aanbevelingen;3° een negatief oordeel met aanbevelingen. Tot en met 31 december 2020 zijn de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden van het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2003 pub. 28/05/2003 numac 2003035522 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk sluiten van toepassing. Art. 62.De erkenning op basis van het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2003 pub. 28/05/2003 numac 2003035522 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk sluiten van de sociaal-culturele volwassenenorganisaties, vermeld in artikel 59, wordt uiterlijk beëindigd op het einde van de beleidsperiode 2016-2020 voor zover ze aan de erkenningsvoorwaarden van het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2003 pub. 28/05/2003 numac 2003035522 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk sluiten blijven voldoen. Art. 63.Voor de op grond van het Participatie decreet van 18 januari 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/01/2008 pub. 04/04/2008 numac 2008201115 bron vlaamse overheid Decreet houdende flankerende en stimulerende maatregelen ter bevordering van de participatie in cultuur, jeugdwerk en sport sluiten gesubsidieerde verenigingen voor praktijkgerichte, laagdrempelige educatie voor kansengroepen worden de beheersovereenkomsten en de daaraan gekoppelde subsidie-enveloppes van de organisaties, vermeld in artikel 23, § 1, 1°, en artikel 23, § 1, 3°, van het decreet, verlengd tot en met 31 december
  3. Art. 64.§
  4. Sociaal-culturele volwassenenorganisaties die erkend en gesubsidieerd zijn op grond van het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2003 pub. 28/05/2003 numac 2003035522 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk sluiten zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit decreet of op grond van artikel 23 van het Participatie decreet van 18 januari 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/01/2008 pub. 04/04/2008 numac 2008201115 bron vlaamse overheid Decreet houdende flankerende en stimulerende maatregelen ter bevordering van de participatie in cultuur, jeugdwerk en sport sluiten zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit decreet hebben gedurende de beleidsperiode 2016-2020 de mogelijkheid om onderling te fuseren met behoud van de toegekende subsidie-enveloppes voor de jaren 2016-
  5. In het eerste lid wordt verstaan onder "fuseren": elke overdracht van rechten en plichten (als algemeenheid of niet), die tot gevolg heeft dat een activiteit die voorheen door meer dan één niet-commerciële rechtspersoon werd uitgeoefend, voortaan slechts door één niet-commerciële rechtspersoon wordt uitgevoerd. §
  6. De subsidie-enveloppe van een gefuseerde sociaal-culturele volwassenenorganisatie waarvan de activiteiten voorheen door meer dan één organisatie werden uitgevoerd, vermeld in paragraaf 1, kan voor de beleidsperiode 2021-2025 worden aangepast. De maximale stijging of daling ten opzichte van de totale effectief toegekende subsidie-enveloppe, vermeld in paragraaf 1, die elk van de organisaties eerder kreeg voor de beleidsperiode 2016-2020, is begrensd op 25%. Art. 65.Dit decreet wordt uitgevoerd vanuit een globaal budget, waarbij de volgende verschillende subsidiestromen worden samengebracht om de totale subsidie-enveloppe te bepalen: 1° de middelen voor de uitvoering van het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2003 pub. 28/05/2003 numac 2003035522 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk sluiten zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit decreet;2° de middelen voor de uitvoering van artikel 23 en 24 van het Participatie decreet van 18 januari 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/01/2008 pub. 04/04/2008 numac 2008201115 bron vlaamse overheid Decreet houdende flankerende en stimulerende maatregelen ter bevordering van de participatie in cultuur, jeugdwerk en sport sluiten zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit decreet;3° de middelen interne staatshervorming op grond van artikel 44, § 4, van het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2003 pub. 28/05/2003 numac 2003035522 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk sluiten zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit decreet;4° de middelen op grond van artikel 9, 1°, en 9, 3°, van het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/05/2004 pub. 25/08/2004 numac 2004036336 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanvullende subsidies voor tewerkstelling in de culturele sector sluiten houdende aanvullende subsidies voor tewerkstelling in de culturele sector;5° de middelen in het kader van de regularisatie van de gesco-projecten. Onder de toegekende subsidie-enveloppe per organisatie, vermeld in artikel 5, § 1, tweede lid, en artikel 22, § 4, wordt voor de beleidsperiode 2021-2025 begrepen: 1° de toegekende subsidie-enveloppe per organisatie in 2020 op grond van het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2003 pub. 28/05/2003 numac 2003035522 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk sluiten zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit decreet;2° de toegekende subsidie-enveloppe per organisatie in 2020 op grond van artikel 23 en 24 van het Participatie decreet van 18 januari 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/01/2008 pub. 04/04/2008 numac 2008201115 bron vlaamse overheid Decreet houdende flankerende en stimulerende maatregelen ter bevordering van de participatie in cultuur, jeugdwerk en sport sluiten zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit decreet;3° de toegekende middelen interne staatshervorming in 2020 op grond van artikel 44, § 4, van het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2003 pub. 28/05/2003 numac 2003035522 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk sluiten zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit decreet;4° de middelen op grond van artikel 9, 3°, van het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/05/2004 pub. 25/08/2004 numac 2004036336 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanvullende subsidies voor tewerkstelling in de culturele sector sluiten houdende aanvullende subsidies voor tewerkstelling in de culturele sector;5° de middelen in het kader van de regularisatie van de gesco-projecten. Art. 66.Sociaal-culturele volwassenenorganisaties die voor de beleidsperiode 2016-2020 erkend en gesubsidieerd zijn op grond van het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2003 pub. 28/05/2003 numac 2003035522 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk sluiten zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit decreet en die vóór de datum van de inwerkingtreding van dit decreet een subsidie kregen naar aanleiding van de regularisatie van de gesco-projecten blijven die subsidie ontvangen tot het einde van de beleidsperiode 2016-
  7. Art. 67.Sociaal-culturele volwassenenorganisaties die voor de beleidsperiode 2016-2020 erkend en gesubsidieerd zijn op grond van het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2003 pub. 28/05/2003 numac 2003035522 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk sluiten zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit decreet dienen voor de beleidsperiode 2016-2020 hun laatste voortgangsrapport in uiterlijk op 31 maart
  8. Dit voortgangsrapport geeft een stand van zaken over de uitvoering van het beleidsplan in 2017 en biedt een vooruitblik op de geplande uitvoering van het beleidsplan van 2018 tot en met
  9. HOOFDSTUK
  10. - Inwerkingtredingsbepaling Art. 68.Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2018, met uitzondering van artikel 58 dat in werking treedt op 1 januari
  11. Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Brussel, 7 juli
  12. De minister-president van de Vlaamse Regering, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel, S. GATZ _______ Nota

(1)Zitting 2016-
  1. Stukken. - Ontwerp van decreet, 1163 - Nr.
  2. - Amendementen, 1163 - Nrs. 2 t.e.m.
  3. - Verslag van de hoorzitting, 1163 - Nr.
  4. - Verslag, 1163 - Nr. 6.- Amendementen na indiening van het verslag, 1163 - Nrs. 7 en 8.- Tekst aangenomen door de plenaire vergadering, 1163 - Nr.
  5. Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergadering van 28 juni 2017.

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.