27 JULI 2017. - Ordonnantie ter bevordering van onderzoek, ontwikkeling en innovatie door de toekenning van steun met economische finaliteit ten voordele van ondernemingen en onderzoeksorganisaties ge
§ 6
juncto van de AGVV, kan de steunintensiteit, uitgedrukt in percentage van de in aanmerking komende kosten, oplopen tot : 1° 70 % indien de begunstigde van de steun een kleine onderneming is ;2° 60 % indien de begunstigde van de steun een middelgrote onderneming is ;3° 50 % indien de begunstigde van de steun een grote onderneming is. De intensiteitspercentages kunnen met 15 % van de in aanmerking komende kosten worden verhoogd, tot een maximale steunintensiteit van 80 %, als het project aan één van de volgende voorwaarden voldoet : 1° het project behelst daadwerkelijke samenwerking : - tussen ondernemingen waarvan er ten minste één een kleine of middelgrote onderneming is, of wordt uitgevoerd in ten minste twee lidstaten of in een lidstaat en in een overeenkomstsluitende partij bij de EER-overeenkomst, en geen van de ondernemingen neemt meer dan 70 % van de in aanmerking komende kosten voor haar rekenging ;of - tussen een onderneming en één of meer onderzoeksorganisaties, waarbij deze laatste ten minste 10 % van de in aanmerking komende kosten dragen en het recht hebben hun eigen onderzoeksresultaten te publiceren. Onderaanneming wordt niet beschouwd als daadwerkelijke samenwerking. 2° de projectresultaten ruim worden verspreid via conferenties, publicaties, open access-repositories, of gratis of opensource-software. Het bedrag van de toegekende steun is in elk geval beperkt tot 20 miljoen euro per onderneming per project. Overeenkomstig artikel 4, paragraaf 1, punt i, iv) van de AGVV kan dit bedrag verdubbeld worden indien het project een Eureka-project is of ten uitvoer wordt gelegd in het kader van een gemeenschappelijke onderneming opgericht op grond van artikel 185 of artikel 187 van het VWEU. §
- De ontvankelijkheidsvoorwaarden voor elke steunaanvraag gebaseerd op dit artikel zijn : 1° de kandiderende onderneming moet minstens één exploitatiezetel op het grondgebied van het Gewest hebben ;2° de kandiderende onderneming moet aantonen in staat te zijn haar aandeel in het project te financieren ;3° de kandiderende onderneming moet voldaan hebben aan alle verplichtingen opgelegd in het kader van een eventuele vorige toekenning van steun door het Gewest ;4° de werkzaamheden betreffende industrieel onderzoek mogen niet begonnen zijn vóór de indiening van de steunaanvraag. §
- De criteria om de opportuniteit van het toekennen van steun en het bedrag ervan te evalueren zijn : - de wetenschappelijke kwaliteit van het project van industrieel onderzoek en het innovatief karakter ervan, dat een vooruitgang voor de stand van de techniek in het betreffende vakgebied moet betekenen ; - de relevantie en de haalbaarheid van het project ; - de competenties van de kandiderende onderneming om het project te verwezenlijken ; - de perspectieven op valorisatie van de resultaten van het project en de impact van deze valorisatie op het Gewest. Onderafdeling
- - Steun ten gunste van de experimentele ontwikkeling Art. 14.§
- Elke onderneming met minstens een exploitatiezetel op het grondgebied van het Gewest kan, binnen de grenzen van de beschikbare begrotingskredieten, steun ontvangen voor een project van experimentele ontwikkeling dat ze alleen verwezenlijkt of in daadwerkelijke samenwerking met een of meerdere andere ondernemingen of onderzoeksorganisaties. §
- De Regering kent deze steun toe : - ofwel in het kader van een projectoproep, op basis van een rangschikking van de projecten in functie van de criteria vastgelegd in paragraaf 8 van dit artikel ; - ofwel op elk moment van het jaar op basis van een evaluatie van de opportuniteit, gebaseerd op de criteria vastgelegd in paragraaf 8 van dit artikel. §
- De steun kan toegekend worden onder de vorm van subsidies of terugbetaalbaar voorschot, naargelang de door de Regering vastgelegde modaliteiten. §
- De Regering neemt alle noodzakelijke maatregelen om te garanderen dat steun onder de vorm van een terugbetaalbaar voorschot toegekend wordt in overeenstemming met de AGVV, met name voor wat de toegekende bedragen, de intensiteitsgrenzen van de steun, de procedures voor de terugbetaling van de terugbetaalbare voorschotten en de toepasbare interestvoeten betreft. Overeenkomstig artikel 4, § 1, i), v), van de AGVV en punt 80 van de Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (P.B. C198 van 27/06/2014, p.1), indien steun toegekend wordt onder de vorm van een terugbetaalbaar voorschot, sluiten de Regering en de begunstigde een overeenkomst, die onder meer gedetailleerd de modaliteiten beschrijft voor de terugbetaling van de steun in het geval van een succesvolle uitkomst van het project, evenals de modaliteiten voor de overdracht van de intellectuele rechten indien het project mislukt. De definitie van een succesvolle uitkomst van de onderzoeksactiviteiten, bepaald op basis van een voorzichtige en redelijke veronderstelling, impliceert een identificatie van de technische en commerciële doelstellingen van het project nog vóór de verlening van de steun. In het geval van een succesvolle uitkomst van het project, wordt het voorschot terugbetaald, vermeerderd met een rente die ten minste gelijk is aan de disconteringsvoet zoals die resulteert uit de toepassing van de geldende mededeling van de Europese Commissie over de methode waarmee de referentie- en disconteringspercentages worden vastgesteld. Bij gedeeltelijk succes is de terugbetaling evenredig aan de bereikte mate van succes van het project. In het geval van een succes dat verder gaat dan hetgeen als succesvol werd omschreven, kan de Regering betalingen eisen die verder gaan dan de terugbetaling van het voorschot vermeerderd met rente die in overeenstemming is met de toepasselijke disconteringsvoet vastgelegd door de Commissie. Indien de begunstigde aan wie een terugbetaalbaar voorschot werd toegekend, vaststelt dat het project mislukt is, moet deze afzien van de exploitatie van de resultaten, tijdens de realisatie ervan of ten laatste binnen de zes maand volgend op de afloop ervan. De begunstigde deelt aan de Regering mee dat het project mislukt is met betrekking tot de technische en zakelijke doelstellingen omschreven in de overeenkomst die hij sloot met de Regering. In dit laatste geval draagt de begunstigde aan de Regering of aan elke door deze laatste aangeduide entiteit de intellectuele rechten op de resultaten van het project waarvoor een terugbetaalbaar voorschot werd toegekend over en wordt hij volledig vrijgesteld van het terugbetalen van het voorschot. §
- De in aanmerking komende kosten zijn die bedoeld in artikel 13, § 4, 1° tot 5°, van deze ordonnantie. §
- Overeenkomstig artikel 25, § 5, c)
§ 6
juncto van de AGVV, indien de steun toegekend wordt onder de vorm van een subsidie kan de intensiteit, uitgedrukt in percentage van de in aanmerking komende kosten, oplopen tot : 1° 45 % indien de begunstigde van de steun een kleine onderneming is ;2° 35 % indien de begunstigde van de steun een middelgrote onderneming is ;3° 25 % indien de begunstigde van de steun een grote onderneming is. Overeenkomstig artikel 7, § 5, van de AGVV, indien de steun toegekend wordt onder de vorm van een terugbetaalbaar voorschot kan de intensiteit, uitgedrukt in percentage van de in aanmerking komende kosten, oplopen tot : 1° 55 % indien de begunstigde van de steun een kleine onderneming is ;2° 45 % indien de begunstigde van de steun een middelgrote onderneming is ;3° 35 % indien de begunstigde van de steun een grote onderneming is ; Overeenkomstig artikel 25, § 6, van de AGVV, los van het feit of de steun toegekend wordt onder de vorm van een subsidie of een terugbetaalbaar voorschot, kunnen de interventiepercentages met 15 % van de in aanmerking komende kosten verhoogd worden als het project voldoet aan één van de volgende voorwaarden : 1° het project wordt uitgevoerd in daadwerkelijke samenwerking tussen minstens twee onderling onafhankelijke ondernemingen, waaronder minstens een kleine of middelgrote onderneming, en zonder dat één van de ondernemingen alleen meer dan 70 % van de in aanmerking komende kosten van het samenwerkingsproject draagt ;2° het project wordt uitgevoerd in daadwerkelijke samenwerking tussen minstens twee onderling onafhankelijke ondernemingen, waarvan de activiteitszetel in minstens twee lidstaten, of in een lidstaat en een partij die de EER-overeenkomst ondertekende gelegen is, zonder dat één enkele onderneming meer dan 70 % van de in aanmerking komende kosten van het samenwerkingsproject draagt ;3° het project wordt uitgevoerd in daadwerkelijke samenwerking met een onderzoeksorganisatie die minstens 10 % van de in aanmerking komende kosten van het samenwerkingsproject draagt en het recht heeft de resultaten van dit project te publiceren in de mate dat deze voortvloeien uit onderzoek dat ze zelf heeft uitgevoerd ;4° de projectresultaten ruim worden verspreid via conferenties, publicaties, open access-repositories, of gratis of opensource-software. Onderaanneming wordt niet beschouwd als daadwerkelijke samenwerking voor de toepassing van punten 1° tot 3°. Het bedrag van de toegekende steun is in elk geval beperkt tot 15 miljoen euro per onderneming per project. Overeenkomstig artikel 4, paragraaf 1, punt i, iv) van de AGVV kan dit bedrag verdubbeld worden indien het project een Eureka-project is of ten uitvoer wordt gelegd in het kader van een gemeenschappelijke onderneming opgericht op grond van artikel 185 of artikel 187 van het VWEU. §
- De ontvankelijkheidsvoorwaarden voor elke steunaanvraag gebaseerd op dit artikel zijn : 1° de kandiderende onderneming moet minstens een exploitatiezetel op het grondgebied van het Gewest hebben ;2° de kandiderende onderneming moet aantonen in staat te zijn haar aandeel in het project te financieren ;3° de kandiderende onderneming moet voldaan hebben aan alle verplichtingen opgelegd in het kader van een eventuele vorige toekenning van steun door het Gewest ;4° de werkzaamheden betreffende de experimentele ontwikkeling mogen niet begonnen zijn vóór de indiening van de steunaanvraag. §
- De criteria om de opportuniteit van het toekennen van steun en het bedrag ervan te evalueren zijn : - het innovatief karakter en de wetenschappelijke kwaliteit van het project van experimenteel onderzoek ; - de relevantie en de haalbaarheid van het project ; - de competentie van de kandiderende onderneming om het project te verwezenlijken ; - de perspectieven op valorisatie van de resultaten van het project en de impact van deze valorisatie op het Gewest. Onderafdeling
- - Steun voor proces-en organisatie-innovatie Art. 15.§
- Elke onderneming met minstens een exploitatiezetel op het grondgebied van het Gewest kan, binnen de grenzen van de beschikbare begrotingskredieten, steun ontvangen voor de verwezenlijking van een project voor proces-en organisatie-innovatie dat ze alleen verwezenlijkt of in daadwerkelijke samenwerking met één of meerdere andere ondernemingen of onderzoeksorganisaties. Een grote onderneming kan echter slechts steun toegekend krijgen, indien ze dit project verwezenlijkt in daadwerkelijke samenwerking met één of meerdere kleine of middelgrote ondernemingen voor wat de gesteunde activiteit betreft en indien deze kleine of middelgrote ondernemingen ten minste 30 % van de totale in aanmerking komende kosten dragen. §
- De Regering kent deze steun toe : - ofwel in het kader van een projectoproep, op basis van een rangschikking van de projecten in functie van de criteria vastgelegd in paragraaf 7 van dit artikel ; - ofwel op elk moment van het jaar op basis van een evaluatie van de opportuniteit, gebaseerd op de criteria vastgelegd in paragraaf 7 van dit artikel. §
- De steun wordt toegekend onder de vorm van subsidies. §
- De in aanmerking komende kosten zijn die bedoeld in artikel 13, § 4, 1° tot 5°, van deze ordonnantie. §
- Overeenkomstig artikel 29, § 4, van de AGVV, kan de steunintensiteit, uitgedrukt in percentage van de in aanmerking komende kosten, oplopen tot : 1° 50 % indien de begunstigde van de steun een kleine onderneming is ;2° 50 % indien de begunstigde van de steun een middelgrote onderneming is ;3° 15 % indien de begunstigde van de steun een grote onderneming is. Overeenkomstig artikel 4, § 1, m), van de AGVV, is het bedrag van de toegekende steun in elk geval beperkt tot 7,5 miljoen euro per onderneming per project. §
- De ontvankelijkheidsvoorwaarden voor elke steunaanvraag gebaseerd op dit artikel zijn : 1° de kandiderende onderneming moet minstens een exploitatiezetel op het grondgebied van het Gewest hebben ;2° de kandiderende onderneming moet aantonen in staat te zijn haar aandeel in het project te financieren ;3° de kandiderende onderneming moet voldaan hebben aan alle verplichtingen opgelegd in het kader van een eventuele vorige toekenning van steun door het Gewest ;4° de werkzaamheden betreffende de proces- en organisatie-innovatie mogen niet begonnen zijn vóór de indiening van de steunaanvraag. §
- De criteria om de opportuniteit van het toekennen van steun en het bedrag ervan te evalueren zijn : - het project voor proces- en organisatie-innovatie moet kunnen resulteren in de ontwikkeling van een norm, model, methodologie of een economisch concept die systematisch kunnen worden gereproduceerd en in voorkomend geval gecertificeerd en geoctrooieerd ; - het project voor proces- en organisatie-innovatie moet een duidelijke risicograad inhouden, die onder meer bepaald kan worden door te verwijzen naar de kosten van het project in verhouding tot de omzet van de kandiderende onderneming, naar de tijd die nodig is om het nieuwe proces op punt te stellen, naar de verhoopte winst van de procesinnovatie in verhouding tot de kostprijs van het project of naar de kansen op mislukking. - het innovatief karakter en de wetenschappelijke kwaliteit van het project ; - de relevantie en de haalbaarheid van het project ; - de competenties van de kandiderende onderneming om het project te verwezenlijken ; - de perspectieven op valorisatie van de resultaten van het project en de impact van deze valorisatie op het Gewest. Onderafdeling
- - Steun ten gunste van haalbaarheidsstudies Art. 16.§
- Elke onderneming met minstens een exploitatiezetel op het grondgebied van het Gewest kan, binnen de grenzen van de beschikbare begrotingskredieten, steun ontvangen voor de verwezenlijking van een haalbaarheidsstudie ter ondersteuning van een innovatief project. De haalbaarheidsstudie kan intern uitgevoerd worden of door een consultant of door een instelling gespecialiseerd in het betreffende vakgebied, die haar activiteiten al minstens twee jaar uitoefent en blijk geeft van voldoende bekende competenties, gestaafd door middel van een lijst met referenties. §
- De Regering kent deze steun toe : - ofwel in het kader van een projectoproep, op basis van een rangschikking van de projecten in functie van de criteria vastgelegd in paragraaf 7 van dit artikel ; - ofwel op elk moment van het jaar op basis van een evaluatie van de opportuniteit, gebaseerd op de criteria vastgelegd in paragraaf 7 van dit artikel. §
- De steun wordt toegekend onder de vorm van subsidies. §
- Overeenkomstig artikel 25, § 4, van de AGVV zijn de in aanmerking komende kosten de kosten van de studie. De Regering kan de categorieën van in de zin van het eerste lid in aanmerking komende uitgaven preciseren. §
- Overeenkomstig artikel 25, § 5, d),
§ 6
, juncto van de AGVV, kan de steunintensiteit, uitgedrukt in percentage van de in aanmerking komende kosten, oplopen tot : 1° 70 % indien de begunstigde van de steun een kleine onderneming is ;2° 60 % indien de begunstigde van de steun een middelgrote onderneming is ;3° 50 % indien de begunstigde van de steun een grote onderneming is. Overeenkomstig artikel 4, § 1,
- i)
- vi)van de AGVV, is het bedrag van de toegekende steun in elk geval beperkt tot 7,5 miljoen euro per studie. § 6. De ontvankelijkheidsvoorwaarden voor elke steunaanvraag gebaseerd op dit artikel zijn : 1° de kandiderende onderneming moet minstens een exploitatiezetel op het grondgebied van het Gewest hebben ;2° de kandiderende onderneming moet aantonen in staat te zijn haar aandeel in het project te financieren ;3° de kandiderende onderneming moet voldaan hebben aan alle verplichtingen opgelegd in het kader van een eventuele vorige toekenning van steun door het Gewest ;4° de uitvoering van de studie mag niet begonnen zijn vóór de indiening van de steunaanvraag. § 7. De criteria om de opportuniteit van het toekennen van steun en het bedrag ervan te evalueren zijn : - het innovatief karakter en de wetenschappelijke kwaliteit van het project waarvoor de haalbaarheidsstudie wordt uitgevoerd ; - de relevantie en haalbaarheid van de haalbaarheidsstudie en van het project waarvoor de haalbaarheidsstudie wordt uitgevoerd ; - de competenties van het team van de kandiderende onderneming of van de gekozen externe consultant ; - de perspectieven op valorisatie van de resultaten van het project waarvoor de haalbaarheidsstudie wordt uitgevoerd en de impact van deze valorisatie op het Gewest. Onderafdeling 5. - Investeringssteun voor onderzoeksinfrastructuur Art. 17.§ 1. Binnen de grenzen van de beschikbare begrotingskredieten kan steun voor de bouw of het upgraden van een onderzoeksinfrastructuur toegekend worden aan een onderneming die minstens een exploitatiezetel op het grondgebied van het Gewest heeft of aan meerdere ondernemingen die elk minstens een exploitatiezetel op het grondgebied van het Gewest hebben. § 2. De Regering kent deze steun toe : - ofwel in het kader van een projectoproep, op basis van een rangschikking van de projecten in functie van de criteria vastgelegd in paragraaf 7 van dit artikel ; - ofwel op elk moment van het jaar op basis van een evaluatie van de opportuniteit, gebaseerd op de criteria vastgelegd in paragraaf 7 van dit artikel. § 3. De steun wordt toegekend onder de vorm van subsidies. § 4. Overeenkomstig artikel 26, § 5, van de AGVV, zijn de in aanmerking komende kosten de kosten van de investeringen in immateriële en materiële activa. De Regering kan de categorieën van in de zin van het eerste lid toegelaten uitgaven verduidelijken. § 5. Overeenkomstig artikel 26, § 6, van de AGVV, kan de steunintensiteit oplopen tot 50 % van de in aanmerking komende kosten. Overeenkomstig artikel 4, § 1, j), van de AGVV, is het bedrag van de toegekende steun in elk geval beperkt tot 20 miljoen euro per infrastructuur. § 6. De ontvankelijkheidsvoorwaarden voor elke steunaanvraag gebaseerd op dit artikel zijn : 1° de kandiderende onderneming moet minstens een exploitatiezetel op het grondgebied van het Gewest hebben ;2° de kandiderende onderneming moet aantonen in staat te zijn haar aandeel in het project te financieren ;3° de kandiderende onderneming moet voldaan hebben aan alle verplichtingen opgelegd in het kader van een eventuele vorige toekenning van steun door het Gewest ;4° de verwerving, bouw of upgraden van de onderzoeksinfrastructuur mag niet begonnen zijn voor de indiening van de steunaanvraag. § 7. De criteria om de opportuniteit van het toekennen van steun en het bedrag ervan te evalueren zijn : - de bijdrage van de investeringsaanvraag aan de technologische en/of wetenschappelijke vooruitgang en de relevantie van het project ten opzichte van de socio-technisch-economische behoeften van het Gewest ; - de haalbaarheid van het investeringsproject ; - de bijdrage van de investeringsaanvraag aan de toename van de expertise van de kandiderende onderneming, en de relevantie en samenhang van deze toename met het beleid van de kandiderende onderneming ; - de duurzaamheid van de investering na de gewestelijke financiering ; - de geschiktheid van het plan voor het gebruik van de uitrusting per soort activiteit en soort gebruiker en de modaliteiten voor de terbeschikkingstelling van de uitrustingen aan derden ; - het vermogen van de kandiderende onderneming om de uitrustingen bij derden bekend te maken, te valoriseren en te promoten ; - de perspectieven op valorisatie van de infrastructuur en de impact van deze valorisatie op het Gewest. § 8. Overeenkomstig artikel 26, § 4, van de AGVV, staat de toegang tot de infrastructuur waarvoor op basis van dit artikel steun wordt toegekend open voor meerdere gebruikers en wordt op transparante en niet-discriminerende basis verleend. Elke gebruiker die de infrastructuur wil uitbaten of gebruiken voor economische doeleinden moet aan de begunstigde onderneming een prijs betalen die conform de marktprijs is. Elke gebruiker die de infrastructuur wil uitbaten of gebruiken voor niet-economische doeleinden moet een bijdrage voor de onderhoudskosten en de andere kosten voor de operationalisering van de infrastructuur betalen, die in verhouding staat tot het gebruik van de infrastructuur. Ondernemingen die ten minste 10 % van de investeringskosten van de infrastructuur hebben gefinancierd, kunnen preferente toegang krijgen op gunstigere voorwaarden. Om overcompensatie te vermijden, is deze toegang evenredig aan de bijdrage van de onderneming in de investeringskosten en worden deze voorwaarden publiek beschikbaar gesteld. Onderafdeling 6. - Steun voor innovatieclusters Art. 18.§ 1. Elke rechtspersoon met minstens een exploitatiezetel op het grondgebied van het Gewest die verantwoordelijk is voor het beheer van een innovatiecluster kan, binnen de grenzen van de beschikbare begrotingskredieten, investeringssteun en exploitatiesteun ontvangen ten voordele van het innovatiecluster. Overeenkomstig artikel 27, § 7, van de AGVV, heeft de exploitatiesteun als doel de exploitatie van innovatieclusters te ondersteunen. Overeenkomstig artikel 27, § 5, van de AGVV, heeft de investeringssteun als doel de bouw of het upgraden van innovatieclusters te ondersteunen. § 2. De Regering kent deze steun toe : - ofwel in het kader van een projectoproep, op basis van een rangschikking van de projecten in functie van de criteria vastgelegd in paragraaf 7 van dit artikel ; - ofwel op elk moment van het jaar op basis van een evaluatie van de opportuniteit, gebaseerd op de criteria vastgelegd in paragraaf 7 van dit artikel. § 3. De steun wordt toegekend onder de vorm van subsidies. § 4. Overeenkomstig artikel 27, § 8, van de AGVV, zijn de voor exploitatiesteun ten behoeve van innovatieclusters in aanmerking komende kosten de personeelskosten en administratieve kosten (met inbegrip van de algemene kosten) met betrekking tot : - het aansturen van het cluster ter bevordering van samenwerking, informatiedeling en het verschaffen of toeleiden van gespecialiseerde en op maat gemaakte zakelijke ondersteuningsdiensten ; - de marketing van het cluster om nieuwe ondernemingen of organisaties aan te trekken en de zichtbaarheid te verhogen ; - het beheer van de faciliteiten van het cluster, de organisatie van opleidingsprogramma's, workshops en conferenties ter ondersteuning van kennisdeling, netwerking en transnationale samenwerking. De in aanmerking komende kosten voor investeringssteun zijn de kosten van de investeringen in immateriële en materiële activa. § 5. Overeenkomstig artikel 27, § 9, van de AGVV, bedraagt de intensiteit hiervan ten hoogste 50 % van de totale in aanmerking komende kosten over de periode waarvoor steun wordt toegekend indien exploitatiesteun wordt toegekend. Overeenkomstig artikel 27, § 6, van de AGVV, bedraagt de intensiteit hiervan ten hoogste 50 % van de in aanmerking komende kosten indien investeringssteun wordt toegekend. Dit percentage kan worden verhoogd met 5 % voor innovatieclusters gelegen in steungebieden die voldoen aan de voorwaarden van artikel 107, paragraaf 3, punt
- c)van het VWEU, overeenkomstig de beslissing van de Europese Commissie van 16 september 2014 betreffende de regionale steunkaarten voor België en de latere besluiten die de Commissie hierover zal nemen. Overeenkomstig artikel 4, § 1, k), van de AGVV, is het bedrag van de toegekende steun is in elk geval beperkt tot 7,5 miljoen euro per innovatiecluster. § 6. De ontvankelijkheidsvoorwaarden voor elke steunaanvraag gebaseerd op dit artikel zijn : 1° de kandiderende onderneming moet minstens een exploitatiezetel op het grondgebied van het Gewest van het project hebben ;2° de kandiderende onderneming moet aantonen in staat te zijn haar aandeel in het project te financieren ;3° de kandiderende onderneming moet voldaan hebben aan alle verplichtingen opgelegd in het kader van een eventuele vorige toekenning van steun door het Gewest ;4° de uitvoering van het innovatieclusterproject mag niet begonnen zijn voor de indiening van de steunaanvraag. § 7. De criteria om de opportuniteit van het toekennen van steun en het bedrag ervan te evalueren zijn : - de relevantie en de haalbaarheid van het innovatieclusterproject ; - de bijdrage van het project aan de technologische en/of wetenschappelijke vooruitgang en de relevantie van het project ten opzichte van de socio-technisch-economische behoeften van het Gewest ; - de duurzaamheid van het innovatiecluster na de gewestelijke financiering ; - het vermogen van de kandiderende onderneming om de diensten van het cluster bij derden bekend te maken, te valoriseren en te promoten ; - de geschiktheid van het gebruiksplan van het innovatiecluster per soort activiteit en soort gebruiker en de modaliteiten voor de terbeschikkingstelling van de uitrustingen aan derden ; - de perspectieven op valorisatie van het innovatiecluster en de impact van deze valorisatie op het Gewest. § 8. Overeenkomstig artikel 27, § 7, van de AGVV, mag exploitatiessteun ten hoogste tien jaar lopen. § 9. Overeenkomstig artikel 27, § 3, van de AGVV, staat toegang tot de panden, faciliteiten en activiteiten van het innovatiecluster waarvoor op basis van dit artikel steun wordt toegekend open voor meerdere gebruikers en wordt op transparante en niet-discriminerende basis verleend. Ondernemingen die ten minste 10 % van de investeringskosten van het innovatiecluster hebben gefinancierd, kunnen preferente toegang krijgen op gunstigere voorwaarden. Om overcompensatie te vermijden, is deze toegang evenredig aan de bijdrage van de onderneming in de investeringskosten en worden deze voorwaarden publiek beschikbaar gesteld. De vergoedingen die voor het gebruik van de faciliteiten van het cluster en voor deelname aan de activiteiten van het cluster worden berekend, stemmen overeen met de marktprijs of weerspiegelen de kosten ervan. Onderafdeling 7. - Steun voor het verkrijgen, valideren en verdedigen van octrooien Art. 19.§ 1. Kleine en middelgrote ondernemingen met minstens een exploitatiezetel op het grondgebied van het Gewest kunnen, binnen de grenzen van de beschikbare begrotingskredieten, steun ontvangen voor het verkrijgen, valideren en verdedigen van octrooien. De Regering kan beslissen de in dit artikel bedoelde steun uit te breiden naar andere immateriële activa dan octrooien. § 2. De Regering kent deze steun toe : - ofwel in het kader van een projectoproep, op basis van een rangschikking van de projecten in functie van de criteria vastgelegd in paragraaf 7 van dit artikel ; - ofwel op elk moment van het jaar op basis van een evaluatie van de opportuniteit, gebaseerd op de criteria vastgelegd in paragraaf 7 van dit artikel. § 3. De steun wordt toegekend onder de vorm van subsidies. § 4. Overeenkomstig artikel 28, § 2, a), van de AGVV, komen de in aanmerking komende kosten overeen met de kosten verbonden aan de verkrijging, validering en verdediging van octrooien. De Regering kan de categorieën van in de zin van het eerste lid in aanmerking komende uitgaven preciseren. § 5. Overeenkomstig artikel 28, § 3, van de AGVV, kan de steunintensiteit oplopen tot 50 % van de in aanmerking komende kosten. Overeenkomstig artikel 4, § 1, 1), van de AGVV, het maximaal bedrag van de steun is in elk geval beperkt tot 5 miljoen euro per onderneming per project. § 6. De ontvankelijkheidsvoorwaarden voor elke steunaanvraag gebaseerd op dit artikel zijn : 1° de kandiderende onderneming moet een kleine of middelgrote onderneming zijn ;2° de kandiderende onderneming moet minstens een exploitatiezetel op het grondgebied van het Gewest hebben ;3° de kandiderende onderneming moet aantonen in staat te zijn haar aandeel in het project te financieren ;4° de kandiderende onderneming moet voldaan hebben aan alle verplichtingen opgelegd in het kader van een eventuele vorige toekenning van steun door het Gewest ;5° de octrooiaanvraag (indien het gaat om een prioritaire indiening of een geografische uitbreiding tijdens het prioriteitsjaar) mag niet ingediend zijn vóór de steunaanvraag. § 7. De criteria om de opportuniteit van het toekennen van steun en het bedrag ervan te evalueren zijn : - het innovatief karakter van de technische oplossing die het octrooi biedt ; - de relevantie en de haalbaarheid van het octrooiproject ; - de kandiderende onderneming moet het belang van het octrooi voor haar innovatiestrategie en haar zakelijke strategie aantonen ; - de kandiderende onderneming moet aantonen dat het octrooi de mogelijkheid biedt tot valorisatie in het belang van het Gewest ; - de perspectieven op valorisatie van het octrooi en de impact van deze valorisatie op het Gewest. § 8. De Regering bepaalt de maximumduur van de steun toegekend op basis van dit artikel. Onderafdeling 8. - Steun voor de detachering van hooggekwalificeerd personeel van een onderzoeksorganisatie of een grote onderneming naar een kleine of middelgrote onderneming Art. 20.§ 1. Kleine en middelgrote ondernemingen met minstens een exploitatiezetel op het grondgebied van het Gewest kunnen, binnen de grenzen van de beschikbare begrotingskredieten, steun ontvangen voor de detachering van een hooggekwalificeerd personeel komende van een onderzoeksorganisatie of een grote onderneming, dat belast wordt met onderzoeks-, ontwikkelings- of innovatietaken in het kader van een binnen de begunstigde onderneming nieuw gecreëerde functie, zonder andere personeelsleden te vervangen. De Regering bepaalt de modaliteiten van het partnerschap tussen de begunstigde onderneming en de entiteit die het gekwalificeerd personeel detacheert. § 2. De Regering kent deze steun toe : - ofwel in het kader van een projectoproep, op basis van een rangschikking van de projecten in functie van de criteria vastgelegd in paragraaf 7 van dit artikel ; - ofwel op elk moment van het jaar op basis van een evaluatie van de opportuniteit, gebaseerd op de criteria vastgelegd in paragraaf 7 van dit artikel. § 3. De steun wordt toegekend onder de vorm van subsidies. § 4. Overeenkomstig artikel 28, § 2, b), van de AGVV, zijn de in aanmerking komende kosten de kosten verbonden aan het detacheren van het personeel. De Regering kan de categorieën van in de zin van het eerste lid toegelaten uitgaven preciseren. § 5. Overeenkomstig artikel 28, § 3, van de AGVV, kan de steunintensiteit oplopen tot 50 % van de in aanmerking komende kosten. Overeenkomstig artikel 4, § 1er, l), van de AGVV, is het bedrag van de toegekende steun in elk geval beperkt tot 5 miljoen euro per onderneming per project. § 6. De ontvankelijkheidsvoorwaarden voor elke steunaanvraag gebaseerd op dit artikel zijn : 1° het project moet als doel de detachering van hooggekwalificeerd personeel van een onderzoeksorganisatie of een grote onderneming naar een kleine of middelgrote onderneming hebben ;2° de kandiderende onderneming moet voldaan hebben aan alle verplichtingen opgelegd in het kader van een eventuele vorige toekenning van steun door het Gewest ;3° de kandiderende onderneming moet aantonen in staat te zijn haar aandeel in het project te financieren ;4° de kandiderende onderneming moet onafhankelijk van de instelling van herkomst zijn ;5° het personeel moet minstens 2 jaar anciënniteit in de instelling van herkomst hebben ;6° het gedetacheerd personeel moet onderzoeks-, ontwikkelings- of innovatietaken uitvoeren in het kader van een binnen de begunstigde onderneming nieuw gecreëerde functie, zonder andere personeelsleden te vervangen ;7° de detachering mag niet begonnen zijn vóór de indiening van de steunaanvraag. § 7. De criteria om de opportuniteit van het toekennen van steun en het bedrag ervan te evalueren zijn : - het innovatief karakter en de wetenschappelijke kwaliteit van het project waaraan het gedetacheerd personeel toegewezen wordt ; - de haalbaarheid van het project ; - de omkadering van het hooggekwalificeerd personeel in de kandiderende onderneming ; - de perspectieven op valorisatie van de resultaten van het project in het belang van het Gewest. § 8. De Regering bepaalt de maximumduur van de steun toegekend op basis van dit artikel. Onderafdeling 9. - Steun ten gunste van Living labs-projecten Art. 21.§ 1. Elke onderneming met minstens een exploitatiezetel op het grondgebied van het Gewest kan, binnen de grenzen van de beschikbare begrotingskredieten, genieten van de steun bedoeld in artikelen 13, 14 en 15 van deze ordonnantie, onder de in deze artikelen voorziene voorwaarden, voor het alleen of in samenwerkingsverband verwezenlijken van een project van industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of proces- en organisatie-innovatie in het kader van een Living lab. § 2. Het project kan de actieve deelneming van de gebruikers inhouden, overeenkomstig de co-creatiemethode. Onderafdeling 10. - Steun voor de valorisatie van industrieel onderzoek via het oprichten van ondernemingen Art. 22.§ 1. Elke onderneming met minstens een exploitatiezetel op het grondgebied van het Gewest kan, binnen de grenzen van de beschikbare begrotingskredieten, steun ontvangen voor de verwezenlijking van een project van experimentele ontwikkeling en voor innovatieadvies- of innovatieondersteuningsdiensten om een product, een proces of een dienst te voltooien, met het oog op de oprichting van een nieuwe onderneming, omschreven als « spin-out ». § 2. De Regering kent deze steun toe : - ofwel in het kader van een projectoproep, op basis van een rangschikking van de projecten in functie van de criteria vastgelegd in paragraaf 7 van dit artikel ; - ofwel op elk moment van het jaar op basis van een evaluatie van de opportuniteit, gebaseerd op de criteria vastgelegd in paragraaf 7 van dit artikel. § 3. De steun wordt toegekend onder de vorm van subsidies. § 4. De in aanmerking komende kosten zijn : 1° de kosten bedoeld in artikel 14 van deze ordonnantie ;2° de kosten voor juridische, financiële, economische en marketing consultancy ;3° de kosten voor opleidingen inzake bedrijfsoprichting ;4° de kosten voor de economische demonstratie. § 5. De steunintensiteit, uitgedrukt in percentage van de in aanmerking komende kosten, kan oplopen tot de grenzen vastgelegd in artikel 14, paragraaf 6 betreffende de uitgaven voor experimentele ontwikkeling en in artikel 24, paragraaf 5 betreffende de uitgaven voor innovatieadvies-of innovatieondersteuningsdiensten van kleine en middelgrote ondernemingen. Betreffende de uitgaven voor innovatieadvies- of innovatieondersteuningsdiensten van grote ondernemingen, wordt geen enkele maximale steunintensiteit vastgelegd, maar de steun wordt enkel toegekend onder de voorwaarden beschreven in artikel 27. § 6. De ontvankelijkheidsvoorwaarden voor elke steunaanvraag gebaseerd op dit artikel zijn : 1° het project moet de valorisatie van resultaten verkregen in het kader van een haalbaarheidsstudie of in de loop van voorafgaande werkzaamheden inzake industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling beogen ;2° het project moet de valorisatie van deze resultaten middels de oprichting van een spin-out tot doel hebben ;3° de kandiderende onderneming moet aantonen in staat te zijn haar aandeel in het project te financieren ;4° de kandiderende onderneming moet voldaan hebben aan alle verplichtingen opgelegd in het kader van een eventuele vorige toekenning van steun door het Gewest ;5° de uitvoering van het project mag niet begonnen zijn vóór de indiening van de steunaanvraag. § 7. De criteria om de opportuniteit van het toekennen van steun en het bedrag ervan te evalueren zijn : - het innovatief karakter en de wetenschappelijke kwaliteit van het project ; - de haalbaarheid van het project ; - de wetenschappelijke, technische en bedrijfskundige competenties van de personeelsleden van de kandiderende onderneming ; - de perspectieven op valorisatie van het project in het belang van het Gewest. § 8. De Regering bepaalt de maximumduur van de steun toegekend op basis van dit artikel. Onderafdeling 11. - Steun aan innovatieve starters Art. 23.§ 1. De Regering kan, binnen de grenzen van de beschikbare begrotingskredieten steun toekennen aan innovatieve starters met minstens een exploitatiezetel op het grondgebied van het Gewest. § 2. De Regering kent deze steun toe : - ofwel in het kader van een projectoproep, op basis van een rangschikking van de projecten in functie van de criteria vastgelegd in paragraaf 6 van dit artikel ; - ofwel op elk moment van het jaar op basis van een evaluatie van de opportuniteit, gebaseerd op de criteria vastgelegd in paragraaf 6 van dit artikel. § 3. De steun kan toegekend worden onder de vorm van : 1° leningen met een maximumlooptijd van tien jaar tegen een rente die niet marktconform is ;of 2° garanties met premies die niet marktconform zijn ;of 3° subsidies, met inbegrip van eigenvermogens- of quasi-eigenvermogensinvesteringen, rentekortingen en kortingen op de garantiepremies. § 4. Overeenkomstig artikel 22, § 3, van de AGVV, mag het nominaal bedrag van de in paragraaf 3, 1°, bedoelde leningen niet hoger zijn dan 2 miljoen euro, voor leningen van vijf jaar of minder. Leningen van langere duur kunnen betrekking hebben op het bedrag dat verkregen wordt door het bedrag van 2 miljoen euro te vermenigvuldigen met de ratio tien jaar/daadwerkelijke looptijd van de lening. Het bedrag gewaarborgd op basis van paragraaf 3, 2°, bedoelde garanties mag niet hoger zijn dan 3 miljoen euro, voor garanties van vijf jaar of minder. Garanties van langere duur kunnen betrekking hebben op het bedrag dat verkregen wordt door het bedrag van 3 miljoen euro te vermenigvuldigen met de ratio tien jaar/daadwerkelijke looptijd van de garantie. Het gewaarborgde bedrag mag in geen geval meer dan 80 % van de waarde van de onderliggende lening bedragen. Het bedrag van de subsidies bedoeld in paragraaf 3, 3°, mag niet meer dan 0,8 miljoen euro in bruto-subsidie-equivalent bedragen. Een innovatieve starter kan steun ontvangen via een mix van de in paragraaf 3 bedoelde steuninstrumenten, mits het aandeel van de via één steuninstrument verleende steun, berekend op basis van het voor dat instrument toegestane maximale steunbedrag, in aanmerking wordt genomen voor het bepalen van het resterende deel van het maximale steunbedrag dat is toegestaan voor de overige instrumenten die onderdeel vormen van dit soort gemengde instrument. § 5. De ontvankelijkheidsvoorwaarden voor elke steunaanvraag gebaseerd op dit artikel zijn : 1° de starter moet minstens een exploitatiezetel op het grondgebied van het Gewest hebben ;2° de starter moet voldaan hebben aan alle verplichtingen opgelegd in het kader van een eventuele vorige toekenning van steun door het Gewest ;3° overeenkomstig artikel 2, 80°, van de AGVV, moet de starter zijn innovatief potentieel kunnen aantonen : - ofwel door een evaluatie van een extern en onafhankelijk deskundige te verstrekken, met name op basis van een businessplan, waaruit blijkt dat de onderneming in de voorzienbare toekomst producten, diensten of procédés zal ontwikkelen die in technologisch opzicht nieuw zijn of een wezenlijke verbetering inhouden ten opzichte van de huidige stand van de techniek in de betrokken sector, en die een risico op technologische of industriële mislukking inhouden ; - ofwel door onderzoeks- en ontwikkelingskosten voor te leggen die minstens 10 % van zijn totale exploitatiekosten bedragen in de loop van minstens één van de drie jaar voorafgaand aan de toekenning van de steun of, in het geval van een startende onderneming zonder enige financiële voorgeschiedenis, bij de audit van haar lopende belastingjaar, gecertificeerd door een onafhankelijke accountant. § 6. De criteria om de opportuniteit van de financiering en het bedrag ervan te evalueren zijn : - het innovatief karakter en de wetenschappelijke of technische kwaliteit van de producten, procédés en diensten van de starter ; - de relevantie van de strategie van de starter en de haalbaarheid van de uitvoering ervan ; - de competenties van de starter ; - de financiële leefbaarheid van de starter ; - de perspectieven op valorisatie van het project en de impact van deze valorisatie op het Gewest. § 7. De Regering bepaalt de maximumduur van de steun toegekend op basis van dit artikel. Onderafdeling 12. - Financiering van innovatieadviesdiensten en innovatieondersteuningsdiensten Art. 24.§ 1. Kleine en middelgrote ondernemingen met minstens een exploitatiezetel op het grondgebied van het Gewest kunnen, binnen de grenzen van de beschikbare begrotingskredieten, steun ontvangen om beroep te doen op innovatieadviesdiensten en diensten inzake innovatieondersteuning. § 2. De Regering kent deze steun toe : - ofwel in het kader van een projectoproep, op basis van een rangschikking van de projecten in functie van de criteria vastgelegd in paragraaf 7 van dit artikel ; - ofwel op elk moment van het jaar op basis van een evaluatie van de opportuniteit, gebaseerd op de criteria vastgelegd in paragraaf 7 van dit artikel. § 3. De steun wordt toegekend onder de vorm van subsidies. § 4. Overeenkomstig artikel 28, § 2, c), van de AGVV, zijn de in aanmerking komende kosten de kosten verbonden aan innovatieadviesdiensten en diensten inzake innovatieondersteuning. De Regering kan de categorieën van in de zin van het eerste lid toegelaten uitgaven preciseren. § 5. Overeenkomstig artikel 28, § 3, van de AGVV, kan de steunintensiteit oplopen tot 50 % van de in aanmerking komende kosten. Ze kan verhoogd worden tot 100 % van de in aanmerking komende kosten, mits het totale bedrag van de toegekende steun ten hoogste 200.000 euro bedraagt per onderneming over een periode van drie jaar, overeenkomstig artikel 28, § 4, van de AGVV. § 6. De ontvankelijkheidsvoorwaarden voor elke steunaanvraag gebaseerd op dit artikel zijn : 1° de kandiderende onderneming moet minstens een exploitatiezetel op het grondgebied van het Gewest hebben ;2° de kandiderende onderneming moet aantonen in staat te zijn haar aandeel in de diensten te financieren ;3° de kandiderende onderneming moet voldaan hebben aan alle verplichtingen opgelegd in het kader van een eventuele vorige toekenning van steun door het Gewest ;4° de uitvoering van de werkzaamheden voor de betreffende innovatieadviesdiensten en diensten inzake innovatieondersteuning mogen niet begonnen zijn vóór de indiening van de steunaanvraag ;5° de kandiderende onderneming moet de toegekende steun gebruiken om deze diensten aan te kopen tegen de marktprijs. § 7. De criteria om de opportuniteit van het toekennen van steun en het bedrag ervan te evalueren zijn : - het innovatief karakter en de wetenschappelijke kwaliteit van het project of de diensten ; - de relevantie en de haalbaarheid van het project ; - de relevantie van de diensten ; - de competenties van het team verantwoordelijk voor de diensten ; - de perspectieven op valorisatie van de resultaten van het project en de impact van deze valorisatie op het Gewest. § 8. De Regering bepaalt de maximumduur van de steun toegekend op basis van dit artikel. Onderafdeling 13. - Steun ten gunste van projecten ingediend in het kader van bepaalde Europese programma's Art. 25.Elke onderneming met minstens een exploitatiezetel op het grondgebied van het Gewest kan, binnen de grenzen van de beschikbare begrotingskredieten, genieten van de steun bedoeld in artikelen 13, 14 en 15 van deze ordonnantie voor het verwezenlijken van een project van industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of proces- en organisatie-innovatie, ingediend in het kader van een Europees programma. Artikelen 13, 14 en 15 zijn van toepassing onverminderd de regels met betrekking tot het betreffende Europees programma. Onderafdeling 14. - Steun ten gunste van projecten ingediend in het kader van programma's ingericht door het Waals Gewest en Vlaanderen Art. 26.Elke onderneming met minstens een exploitatiezetel op het grondgebied van het Gewest kan, binnen de grenzen van de beschikbare begrotingskredieten, genieten van de steun bedoeld in artikelen 13, 14 en 15 van deze ordonnantie, bij deelname aan een project van industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of proces- en organisatie-innovatie in samenwerkingsverband, in het kader van een programma ingericht door het Vlaams of het Waals Gewest. Artikelen 13, 14 en 15 zijn van toepassing onverminderd de regels met betrekking tot het betreffende programma. Afdeling 2. - Steun toegekend overeenkomstig de de-minimisverordening Art. 27.Overeenkomstig artikel 3, § 2, van de de-minimisverordening kan de in deze afdeling voorziene steun slechts toegekend worden als en in de mate dat deze steun het totale bedrag aan de-minimissteun dat per lidstaat aan een onderneming wordt verleend niet de grens van 200.000 euro over een periode van drie belastingjaren doet overstijgen. Onderafdeling 1. - Steun voor het opzetten van internationale projecten Art. 28.§ 1. Elke kleine of middelgrote onderneming met minstens een exploitatiezetel op het grondgebied van het Gewest kan, binnen de grenzen van de beschikbare begrotingskredieten, genieten van steun bestemd voor het ondersteunen van de voorbereiding en de indiening van een project van industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of innovatie in een internationale instelling of organisatie, om een financiering of een erkenning te krijgen in het kader van een internationaal programma. § 2. De Regering kent deze steun toe op elk moment van het jaar, op basis van een evaluatie van de opportuniteit, gebaseerd op de criteria vastgelegd in paragraaf 7 van dit artikel. § 3. De steun wordt toegekend onder de vorm van subsidies. § 4. De in aanmerking komende kosten, met uitsluiting van alle uitgaven voor de verwezenlijking van het internationaal project, zijn : 1° de verloning van het personeel van de entiteit belast met de voorbereiding en de indiening van het internationaal project of de verloning van het extern personeel belast met dezelfde taken ;2° de kosten voor vertalingen gemaakt in uitvoering van een dienstencontract ;3° de kosten voor juridische prestaties in uitvoering van een dienstencontract ;4° de verplaatsings- en reiskosten. § 5. De intensiteit van de steun mag niet meer bedragen dan 75 % van de in aanmerking komende kosten. Onverminderd artikel 27 van deze ordonnantie is het maximumbedrag van de steun in elk geval beperkt tot : - 25.000 euro per onderneming per project als de begunstigde onderneming de coördinator van het project is ; - 10.000 euro per onderneming per project als de begunstigde onderneming een partner is van het project of de individuele projectdrager is. § 6. De ontvankelijkheidsvoorwaarden voor elke steunaanvraag gebaseerd op dit artikel zijn : 1° de kandiderende onderneming moet minstens een exploitatiezetel op het grondgebied van het Gewest hebben ;2° de kandiderende onderneming moet alleen of in consortium een project van industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of innovatie dragen, dat ingediend zal worden in het kader van een internationaal programma, om een financiering of een erkenning te krijgen ;3° de kandiderende onderneming moet aantonen in staat te zijn haar aandeel in de voorbereiding en indiening van het project te financieren ;4° de kandiderende onderneming moet voldaan hebben aan alle verplichtingen opgelegd in het kader van een eventuele vorige toekenning van steun door het Gewest ;5° het opzetten van het project mag niet begonnen zijn vóór de indiening van de steunaanvraag. § 7. De criteria om de opportuniteit van de financiering en het bedrag ervan te evalueren zijn : - de overeenstemming van de uitgaven met het programma voor het opzetten van het onderzoeksproject ; - de perspectieven op valorisatie van de resultaten van het onderzoeksproject en de impact van deze valorisatie op het Gewest. Onderafdeling 2. - Steun voor het opzetten van co-creatieprojecten Art. 29.§ 1. Elke kleine of middelgrote onderneming met minstens een exploitatiezetel op het grondgebied van het Gewest kan, binnen de grenzen van de beschikbare begrotingskredieten, genieten van steun bij de voorbereiding en het opzetten van een co-creatieproject van industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of proces- en organisatie-innovatie, dat ingediend zal worden met het oog op het verkrijgen van de steun vermeld in artikel 21, § 2, van deze ordonnantie. De steun wordt toegekend aan de projectcoördinator of de individuele projectdrager. § 2. De Regering kent deze steun toe op elk moment van het jaar, op basis van een evaluatie van de opportuniteit, gebaseerd op de criteria vastgelegd in paragraaf 7 van dit artikel. § 3. De steun wordt toegekend onder de vorm van subsidies. § 4. De in aanmerking komende kosten, met uitsluiting van alle uitgaven voor de verwezenlijking van het project, zijn : 1° de personeelskosten ;2° de werkingskosten voor het organiseren van vergaderingen en workshops met het oog op de voorbereiding en het opzetten van het project ;3° de kosten voor juridische prestaties in uitvoering van een dienstencontract ;4° de kosten voor consultancyprestaties, de kosten voor de tussenkomst van een onderzoeksorganisatie en andere soortgelijke kosten in het kader van het opzetten van het project. § 5. De intensiteit van de steun kan oplopen tot 100 % van de in aanmerking komende kosten. Onverminderd artikel 27 van deze ordonnantie is het maximumbedrag van de steun in elk geval beperkt tot 25.000 euro per project. § 6. De ontvankelijkheidsvoorwaarden voor elke steunaanvraag gebaseerd op dit artikel zijn : 1° de kandiderende onderneming moet minstens een exploitatiezetel op het grondgebied van het Gewest hebben ;2° de kandiderende onderneming moet aantonen in staat te zijn haar aandeel in de voorbereiding van het onderzoeksproject te financieren ;3° de kandiderende onderneming moet voldaan hebben aan alle verplichtingen opgelegd in het kader van een eventuele vorige toekenning van steun door het Gewest ;4° de voorbereiding van het project mag niet begonnen zijn vóór de indiening van de steunaanvraag. § 7. De criteria om de opportuniteit van het toekennen van steun en het bedrag ervan te evalueren zijn : - de overeenstemming van de uitgaven met het programma voor het opzetten van het project ; - de perspectieven op valorisatie van de resultaten van het project en de impact van deze valorisatie op het Gewest. Onderafdeling 3. - Innovatiecheques Art. 30.§ 1. Elke kleine en middelgrote onderneming met minstens een exploitatiezetel op het grondgebied van het Gewest kan, binnen de grenzen van de beschikbare begrotingskredieten, genieten van steun onder de vorm van innovatiecheques, voor specifieke studies ter ondersteuning van innovatieve projecten, uitgevoerd in door de Regering erkende centra, met inbegrip van erkende onderzoekscentra overeenkomstig artikel 30 van de ordonnantie tot toekenning van steun met niet-economische finaliteit. § 2. De Regering kent deze steun toe : - ofwel in het kader van een projectoproep, op basis van een rangschikking van de projecten in functie van de criteria vastgelegd in paragraaf 7 van dit artikel ; - ofwel op elk moment van het jaar op basis van een evaluatie van de opportuniteit, gebaseerd op de criteria vastgelegd in paragraaf 7 van dit artikel. § 3. De steun wordt toegekend onder de vorm van subsidies. § 4. De in aanmerking komende kosten komen overeen met de kosten van de uitgevoerde studie of prestatie. De Regering kan de categorieën van in de zin van het eerste lid toegelaten uitgaven preciseren. § 5. De intensiteit van de steun mag niet meer bedragen dan 75 % van de in aanmerking komende kosten. Onverminderd artikel 27 van deze ordonnantie is het maximumbedrag van de steun in elk geval beperkt tot 10.000 euro per begunstigde per jaar. § 6. De ontvankelijkheidsvoorwaarden voor elke steunaanvraag gebaseerd op dit artikel zijn : 1° de kandiderende onderneming moet minstens een exploitatiezetel op het grondgebied van het Gewest hebben ;2° de kandiderende onderneming moet aantonen in staat te zijn haar aandeel in het project of de prestatie te financieren ;3° de kandiderende onderneming moet voldaan hebben aan alle verplichtingen opgelegd in het kader van een eventuele vorige toekenning van steun door het Gewest ;4° de gefinancierde studie of prestatie mag niet begonnen zijn voor de indiening van de steunaanvraag. § 7. De criteria om de opportuniteit van het toekennen van steun en het bedrag ervan te evalueren zijn : - het innovatief karakter en de wetenschappelijke kwaliteit van het innovatieve project ; - de relevantie en de haalbaarheid van het innovatief project ; - de relevantie en de haalbaarheid van de studie ; - de perspectieven op valorisatie van de resultaten van het innovatief project en de impact van deze valorisatie op het Gewest. § 8. De Regering bepaalt de maximumduur van de steun toegekend op basis van dit artikel. Onderafdeling 4. - Steun ten gunste van projecten die de sensibilisering voor wetenschappen en innovatie en de promotie hiervan beogen Art. 31.§ 1. Ondernemingen kunnen, binnen de grenzen van de beschikbare begrotingskredieten, genieten van steun voor de verwezenlijking van een project voor de sensibilisering, promotie of vulgarisering van wetenschappen en innovatie, al dan niet gericht op doelpublieken. § 2. De Regering kent deze steun toe : - ofwel in het kader van een projectoproep, op basis van een rangschikking van de projecten in functie van de criteria vastgelegd in paragraaf 7 van dit artikel ; - ofwel op elk moment van het jaar op basis van een evaluatie van de opportuniteit, gebaseerd op de criteria vastgelegd in paragraaf 7 van dit artikel. § 3. De steun wordt toegekend onder de vorm van subsidies. § 4. De in aanmerking komende kosten zijn : - de kosten bedoeld in artikel 13, § 4, 1°, 2° en 5°, van deze ordonnantie ; - de kosten voor de expertisediensten en gelijkaardige diensten die exclusief gebruikt worden voor de verwezenlijking van het project ; - de kosten noodzakelijk voor het bekend maken van het project. § 5. De intensiteit van de steun kan oplopen tot 100 % van de in aanmerking komende kosten, onverminderd artikel 27 van deze ordonnantie. § 6. De ontvankelijkheidsvoorwaarden voor elke steunaanvraag gebaseerd op dit artikel zijn : 1° de aanvrager moet minstens een exploitatiezetel op het grondgebied van het Gewest hebben ;2° het project moet als doel de sensibilisering voor of de promotie of vulgarisering van wetenschappen en innovatie in het Gewest hebben ;3° de kandiderende onderneming moet voldaan hebben aan alle verplichtingen opgelegd in het kader van een eventuele vorige toekenning van steun door het Gewest ;4° het project mag niet begonnen zijn vóór de indiening van de steunaanvraag. § 7. De criteria om de opportuniteit van het toekennen van steun en het bedrag ervan te evalueren zijn : - het innovatief karakter of de wetenschappelijke kwaliteit van het project voor de sensibilisering, promotie of vulgarisering van wetenschappen en innovatie ; - desgevallend, het creatief en ludiek karakter van de voorgestelde activiteiten ; - de kwaliteit en de beroepservaring van het personeel van de kandiderende onderneming, evenals de kwaliteit van de wetenschappelijke, technische en functionele omkadering van het project ; - de afstemming van de middelen op het project ; - de kwaliteit van een eventueel partnerschap met een wetenschappelijke actor ; - de impact van het project op het kwantitatief en kwalitatief beoogde publiek ; - de economische en/of maatschappelijke impact van het project voor het Gewest. Onderafdeling 5. - Prijzen toegekend ter ondersteuning van de sensibilisering voor wetenschappen en innovatie en de promotie hiervan Art. 32.De Regering kan, binnen de grenzen van de beschikbare begrotingskredieten, een prijs toekennen aan een onderneming om diens activiteiten ten voordele van de sensibilisering voor wetenschappen en innovatie en de promotie hiervan te belonen. HOOFDSTUK IV. - Slot-, wijzigings- en opheffingsbepalingen Art. 33.§ 1. In artikel 4, § 1, 2° van de ordonnantie van 26 juni 2003 houdende oprichting van het Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel, worden de punten
- a)tot
- e)vervangen door een enig lid dat als volgt luidt : « het beheer van alle dossiers voortvloeiend uit de uitvoering van de ordonnantie ter bevordering van onderzoek, ontwikkeling en innovatie door de toekenning van steun met economische finaliteit ten voordele van ondernemingen en onderzoeksorganisaties gelijkgesteld met ondernemingen en het toekennen van de betreffende subsidies » ; § 2. In artikel 4, § 1, 3°, van dezelfde ordonnantie, worden de punten
- a)tot
- c)vervangen door een enig lid dat als volgt luidt : « het beheer van alle dossiers voortvloeiend uit de uitvoering van de ordonnantie ter bevordering van onderzoek, ontwikkeling en innovatie door de toekenning van steun met niet-economische finaliteit ten voordele van non-profitorganisaties, onderzoeksorganisaties en ondernemingen en het toekennen van de betreffende subsidies » ; § 3. In artikel 13, 4°, van dezelfde ordonnantie, worden de woorden « op basis van de ordonnantie van 21 februari 2002 betreffende de aanmoediging en de financiering van het wetenschappelijk onderzoek en de technologische innovatie » vervangen door de woorden « op basis van de ordonnantie ter bevordering van onderzoek, ontwikkeling en innovatie door de toekenning van steun met economische finaliteit ten voordele van ondernemingen en onderzoeksorganisaties gelijkgesteld met ondernemingen ». Art. 34.§ 1. Het Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel (IWOIB) heet voortaan « Innoviris ». § 2. Hiertoe worden de termen « Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel » in de titel van de ordonnantie van 26 juni 2003 houdende oprichting van het Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijke Onderzoek en de Innovatie van Brussel vervangen door het woord « Innoviris ». Artikel 2, 3°, van dezelfde ordonnantie wordt als volgt vervangen : « Innoviris : het Brussels Instituut voor onderzoek en innovatie ». In artikel 3, lid 1, van dezelfde ordonnantie worden de woorden « afgekort als IWOIB » geschrapt, en de woorden « Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel » worden vervangen door « Innoviris ». In artikel 3, lid 2 ; artikel 3, lid 3 ; artikel 4, eerste paragraaf, eerste lid ; artikel 4, paragraaf 2; artikel 5; artikel 6; artikel 7; artikel 11, lid 2 en 3; artikel 12; artikel 13, eerste lid van dezelfde ordonnantie, worden de woorden « Het Instituut » vervangen door het woord « Innoviris ». In artikel 7; artikel 8; artikel 13, 2° van dezelfde ordonnantie, worden de woorden « van het Instituut » vervangen door de woorden « van Innoviris » ; § 3. In alle wetten, ordonnanties en reglementen worden de woorden « Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel » en de woorden « het IWOIB » en « het Instituut » (als verwezen wordt naar het « Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel ») vervangen door het woord « Innoviris ». In alle wetten, ordonnanties en reglementen worden de woorden « van het Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel » en de woorden « van het IWOIB » en « van het Instituut » (als verwezen wordt naar het « Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel ») vervangen door de woorden « van Innoviris ». In alle wetten, ordonnanties en reglementen worden de woorden « die het Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel » en de woorden « die het IWOIB » en « die het Instituut » (als verwezen wordt naar het « Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel ») vervangen door de woorden « die Innoviris ». Art. 35.Worden opgeheven, met uitwerking op de datum vermeld in artikel 36 : - de ordonnantie van 26 maart 2009 tot bevordering van het onderzoek, de ontwikkeling en de innovatie ; - het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 januari 2010Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 21/01/2010 pub. 02/02/2010 numac 2010031063 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende uitvoering van de ordonnantie van 26 maart 2009 tot bevordering van het onderzoek, de ontwikkeling en de innovatie sluiten houdende uitvoering van de ordonnantie van 26 maart 2009 tot bevordering van het onderzoek, de ontwikkeling en de innovatie ; - het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 9 december 2010Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 09/12/2010 pub. 22/12/2010 numac 2010031580 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest houdende uitvoering van artikel 22 van de ordonnantie van 26 maart 2009 tot bevordering van het onderzoek, de ontwikkeling en de innovatie type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 09/12/2010 pub. 22/12/2010 numac 2010031581 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest houdende uitvoering van artikel 25 van de ordonnantie van 26 maart 2009 tot bevordering van het onderzoek, de ontwikkeling en de innovatie type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 09/12/2010 pub. 22/12/2010 numac 2010031582 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest houdende uitvoering van artikel 21 van de ordonnantie van 26 maart 2009 tot bevordering van het onderzoek, de ontwikkeling en de innovatie sluiten houdende uitvoering van artikel 21 van de ordonnantie van 26 maart 2009 tot bevordering van het onderzoek, de ontwikkeling en de innovatie ; - het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 9 december 2010Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 09/12/2010 pub. 22/12/2010 numac 2010031580 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest houdende uitvoering van artikel 22 van de ordonnantie van 26 maart 2009 tot bevordering van het onderzoek, de ontwikkeling en de innovatie type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 09/12/2010 pub. 22/12/2010 numac 2010031581 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest houdende uitvoering van artikel 25 van de ordonnantie van 26 maart 2009 tot bevordering van het onderzoek, de ontwikkeling en de innovatie type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 09/12/2010 pub. 22/12/2010 numac 2010031582 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest houdende uitvoering van artikel 21 van de ordonnantie van 26 maart 2009 tot bevordering van het onderzoek, de ontwikkeling en de innovatie sluiten houdende uitvoering van artikel 22 van de ordonnantie van 26 maart 2009 tot bevordering van het onderzoek, de ontwikkeling en de innovatie ; - het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 9 december 2010Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 09/12/2010 pub. 22/12/2010 numac 2010031580 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest houdende uitvoering van artikel 22 van de ordonnantie van 26 maart 2009 tot bevordering van het onderzoek, de ontwikkeling en de innovatie type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 09/12/2010 pub. 22/12/2010 numac 2010031581 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest houdende uitvoering van artikel 25 van de ordonnantie van 26 maart 2009 tot bevordering van het onderzoek, de ontwikkeling en de innovatie type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 09/12/2010 pub. 22/12/2010 numac 2010031582 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest houdende uitvoering van artikel 21 van de ordonnantie van 26 maart 2009 tot bevordering van het onderzoek, de ontwikkeling en de innovatie sluiten houdende uitvoering van artikel 25 van de ordonnantie van 26 maart 2009 tot bevordering van het onderzoek, de ontwikkeling en de innovatie. Art. 36.Deze ordonnantie treedt in werking op de door de Regering vastgelegde datum. Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Brussel, 27 juli 2017. R. VERVOORT, Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Territoriale Ontwikkeling, Stedelijk Beleid, Monumenten en Landschappen, Studentenaangelegenheden, Toerisme, Openbaar Ambt, Wetenschappelijk Onderzoek en Openbare Netheid G. VANHENGEL, De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Externe Betrekkingen en Ontwikkelingssamenwerking D. GOSUIN, Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Tewerkstelling, Economie en Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp P. SMET, Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Mobiliteit en Openbare Werken C. FREMAULT, Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Huisvesting, Levenskwaliteit, Leefmilieu en Energie _______ Nota Gewone zitting 2016-2017 Documenten van het Parlement : A-492/1 Ontwerp van ordonnantie. A-492/2 Verslag (verwijzing). Integraal verslag : Bespreking en aanneming : vergadering van vrijdag 14 juli 2017.