← België

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103ter van 20 december 2016, gesloten in de Nati

5 MAART 2017. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103ter van 20 december 2016, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, tot aanpassing

2 : 1) hun arbeidsprestaties volledig schorsen ongeacht de arbeidsregeling waarin zij in de onderneming tewerkgesteld zijn op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving als verricht overeenkomstig artikel 12;2) hun arbeidsprestaties verminderen tot een halftijdse betrekking voor zover zij ten minste 3/4de van een voltijdse betrekking in de onderneming tewerkgesteld zijn gedurende de 12 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving als verricht overeenkomstig artikel 12;3) hun arbeidsprestaties verminderen ten belope van een dag of twee halve dagen per week voor zover zij gewoonlijk tewerkgesteld zijn in een arbeidsregeling gespreid over 5 dagen of meer en gedurende de 12 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving als bedoeld in artikel 12 in een voltijdse arbeidsregeling tewerkgesteld zijn. § 6. In afwijking van bovenvermelde minimumperioden in §

§ 2

, kan het eventueel overblijvend saldo voor een kortere periode worden opgenomen. §

  1. Het recht van 36 en 51 maanden wordt niet proportioneel verrekend bij het opnemen van een deeltijdse formule. §
  2. De perioden vermeld in §

§ 2mogen samen niet meer dan 51 maanden bedragen.".

Art. 3.In artikel 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 wordt paragraaf 1 opgeheven, in paragraaf 2 van dezelfde bepaling worden de woorden "bijkomend" geschrapt en "36 of 48 maanden" gewijzigd in "36 of 51 maanden". In paragraaf 3 van die bepaling worden de woorden "artikel 3 en 4" vervangen door de woorden "artikel 4". Art. 4.Artikel 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 wordt als volgt aangevuld : " § 3. Wanneer de in artikel 2 bedoelde werknemers twee deeltijdse functies combineren bij twee werkgevers, kunnen ze, in toepassing van artikel 4, § 5, 3) hun arbeidsprestaties met 1/5de verminderen, zoals bedoeld in artikel 4, voor zover de som van beide tewerkstellingsbreuken van de werknemer bij beide werkgevers in totaal minstens een voltijdse tewerkstelling omvat en mits toestemming van de werkgever(

  1. s)waar de schriftelijke kennisgeving als bedoeld in artikel 12 wordt verricht. Om de 1/5de vermindering te bepalen, wordt rekening gehouden met de voltijdse arbeidsduur bij de werkgever waar de schriftelijke kennisgeving als bedoeld in artikel 12 wordt verricht. Deze 1/5de loopbaanvermindering kan proportioneel worden opgenomen bij elk van de twee werkgevers, op voorwaarde dat de aanvang en de duurtijd van beide loopbaanverminderingen identiek is en samen een 1/5de loopbaanvermindering vormt, zoals bedoeld in artikel 4, § 5, 3).". Art. 5.Artikel 9 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 wordt als volgt aangevuld : " § 3. Wanneer de in artikel 2 bedoelde werknemers twee deeltijdse functies combineren bij twee werkgevers, kunnen ze, in toepassing van artikel 8, § 1, 1) hun arbeidsprestaties met 1/5de verminderen, zoals bedoeld in artikel 8, voor zover de som van beide tewerkstellingsbreuken van de werknemer bij beide werkgevers in totaal minstens een voltijdse tewerkstelling omvat en mits toestemming van de werkgever(
  2. s)waar de schriftelijke kennisgeving als bedoeld in artikel 12 wordt verricht. Om de 1/5de vermindering te bepalen, wordt rekening gehouden met de voltijdse arbeidsduur bij de werkgever waar de schriftelijke kennisgeving als bedoeld in artikel 12 wordt verricht. Deze 1/5de loopbaanvermindering kan proportioneel worden opgenomen bij elk van de twee werkgevers, op voorwaarde dat de aanvang en de duurtijd van beide loopbaanverminderingen identiek is en samen een 1/5de loopbaanvermindering vormt, zoals bedoeld in artikel 8, § 1, 1).". Art. 6.Artikel 7 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 wordt als volgt vervangen : " § 1. Op de maximumduur van de 51 of 36 maanden tijdskrediet met motief als bedoeld in artikel 4, worden chronologisch in mindering gebracht, de perioden van schorsing of vermindering van de arbeidsprestaties ingevolge de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende sociale bepalingen, de artikelen 3 en 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis, artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 zoals van toepassing voor de inwerkingtreding van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103ter en artikel 4 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103. De eerste 12 maanden van het tijdskrediet of loopbaanonderbreking zonder motief dat al werd genomen in voltijds equivalenten worden niet aangerekend. De periodes van schorsing of vermindering van de arbeidsprestaties zonder motief, ingevolge de artikelen 100 en 102 van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende sociale bepalingen, de artikelen 3 en 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis en artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 zoals van toepassing voor de inwerkingtreding van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103ter, worden proportioneel verrekend. De periodes van schorsing of vermindering van de arbeidsprestaties met motief, ingevolge de artikelen 100 en 102 van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende sociale bepalingen, de artikelen 3 en 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis en artikel 4 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103, worden in kalendermaanden verrekend. § 2. Op de maximumduur van 51 of 36 maanden tijdskrediet, als bedoeld in artikel 4, worden niet in mindering gebracht de perioden van schorsing of vermindering van de arbeidsprestaties ingevolge : - het koninklijk besluit van 22 maart 1995 inzake palliatief verlof en houdende uitvoering van artikel 100bis, § 4 van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende sociale bepalingen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen; - de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 64 van 29 april 1997 tot instelling van een recht op ouderschapsverlof; - het koninklijk besluit van 29 oktober 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 29/10/1997 pub. 07/11/1997 numac 1997012760 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot invoering van een recht op ouderschapsverlof in het kader van de onderbreking van de beroepsloopbaan sluiten tot invoering van een recht op ouderschapsverlof in het kader van de onderbreking van de beroepsloopbaan; - het koninklijk besluit van 10 augustus 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/08/1998 pub. 08/09/1998 numac 1998012671 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid sluiten tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid.". Commentaar Artikel 7 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 bepaalde op welke manier het reeds opgenomen krediet uit het verleden moest worden aangerekend op het huidige stelsel. Volgens voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst, zoals verduidelijkt in de mededeling nr. 11 van 30 oktober 2012, moest het verleden eerst worden aangerekend op het niet-gemotiveerd tijdskrediet, en het overblijvend saldo op het gemotiveerd tijdskrediet. In afwijking van dit algemeen principe, kon het verleden ook eerst worden aangerekend op het gemotiveerd tijdskrediet, op voorwaarde dat de werknemer een onbetwistbaar bewijs kon voorleggen dat wat in het verleden werd opgenomen, onder één van de betrokken motieven viel. Het overblijvend saldo van dit gemotiveerd tijdskrediet uit het verleden werd vervolgens aangerekend op het niet-gemotiveerd tijdskrediet. In toepassing van het koninklijk besluit van 30 december 2014Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/12/2014 pub. 31/12/2014 numac 2014207688 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking type koninklijk besluit prom. 30/12/2014 pub. 06/02/2015 numac 2014207447 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 maart 2014, gesloten in het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf, betreffende het akkoord van sociale vrede 2014 type koninklijk besluit prom. 30/12/2014 pub. 06/02/2015 numac 2014207093 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 april 2014, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende het sectoraal systeem ecocheques type koninklijk besluit prom. 30/12/2014 pub. 06/02/2015 numac 2014207260 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 maart 2014, gesloten in het Paritair Comité voor het glasbedrijf, betreffende de bedragen van de syndicale premies in 2013 en 2014 sluiten werden die verrekeningsregels aangepast voor wat de uitkeringen betreft. Ingevolge die reglementering worden vanaf 1 januari 2015, voor wat het recht op uitkeringen betreft, alle periodes die in het verleden worden genomen, zowel die met als zonder motief, afgetrokken van de maximumduur van vergoeding van het tijdskrediet met motief. Ingevolge de bepalingen in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103, worden de periodes zonder motief afgetrokken in maanden voltijds equivalent en de periodes met motief in kalendermaanden. Zolang de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 voor de zorgmotieven geen uitbreiding tot 48 of 51 maanden voorzag, gebeurde de aftrek van de in het verleden bekomen periodes op basis van de in de collectieve arbeidsovereenkomst voorziene maximumduur van 36 maanden. Om hieraan tegemoet te komen, maar ook omdat de opheffing van het tijdskrediet zonder motief en de uitbreiding van het tijdskrediet met motief tot 51 maanden, zoals voorzien in artikel 3 en 4 van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst, andere verrekeningsregels vereisen die voor alle partijen duidelijk en eenvoudig toepasbaar zijn, werden de bestaande verrekeningsregels in artikel 7 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 aangepast. Artikel 7 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 ter bepaalt dat voor de berekening van het krediet, moet rekening worden gehouden met alle periodes van loopbaanonderbreking of vermindering en tijdskrediet zonder motief (proportioneel) en met motief (in kalendermaanden), in chronologische volgorde. De eerste 12 maanden van het tijdskrediet zonder motief dat al werd genomen, worden niet aangerekend in voltijds equivalent. Dit heeft tot gevolg dat een werknemer die reeds maximum 12 maanden loopbaanonderbreking of -vermindering of tijdskrediet zonder motief, in voltijds equivalent, heeft genomen, zijn volledige recht op tijdskrediet van 51 maanden voor zorgmotief en 36 maanden voor opleidingsmotief behoudt. Alle periodes die de werknemer heeft genomen bovenop de geneutraliseerde periode, worden wel aangerekend. HOOFDSTUK II. - Berekening beroepsloopbaan Art. 7.De derde paragraaf van artikel 10 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 wordt als volgt vervangen : "1) Voor de berekening van de loopbaan van 25 jaar als werknemer, wordt verstaan onder loopbaan de normale werkelijke arbeid en de meerprestaties zonder inhaalrust verricht in een onder de sociale zekerheid, sector werkloosheid, vallend beroep of onderneming waarvoor : 1° een loon werd uitbetaald dat ten minste gelijk is aan het minimumloon vastgesteld door een wets- of reglementsbepaling of een collectieve arbeidsovereenkomst die de onderneming bindt of bij gebreke daaraan, door het gebruik;2° op het uitbetaalde loon de voorgeschreven inhoudingen voor de sociale zekerheid, met inbegrip van de sector werkloosheid werden verricht. De in het buitenland verrichte arbeid komt slechts in aanmerking binnen de grenzen bepaald in de werkloosheidsreglementering. 2) Voor de toepassing van § 3, 1) worden met arbeidsdagen gelijkgesteld : 1° de dagen gedekt door een opzeggingsvergoeding of een ontslagcompensatievergoeding;2° de dagen van volledige werkloosheid indien de werkloze op deze dagen een beroepsopleiding heeft ontvangen, tewerkgesteld is geweest in een beschermde werkplaats in de hoedanigheid van moeilijk te plaatsen mindervalide werkloze of tewerkgesteld is geweest in toepassing van artikel 161 van het koninklijk besluit van 20 december 1963 betreffende arbeidsvoorziening en werkloosheid;3° de dagen die aanleiding hebben gegeven tot betaling van een werkloosheidsuitkering ingevolge tijdelijke werkloosheid;4° de dagen die aanleiding hebben gegeven tot betaling van een uitkering bij toepassing van de wetgeving op de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen;5° de dagen die aanleiding hebben gegeven tot betaling van een uitkering bij toepassing van de wetgeving inzake de schadeloosstelling voor arbeidsongevallen, ongevallen op de weg naar en van het werk, inzake beroepsziekten en inzake het invaliditeitspensioen voor mijnwerkers;6° de dagen wettelijke vakantie en de dagen vakantie krachtens algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst, indien ze aanleiding hebben gegeven tot betaling van vakantiegeld, alsook de dagen gedekt door vakantiegeld gelegen in een periode van volledige werkloosheid;7° de periode die aanleiding heeft gegeven tot betaling van een overgangsuitkering voorzien in de pensioenregelgeving, onder de voorwaarden bepaald in de werkloosheidsreglementering;8° de dagen afwezigheid op het werk met behoud van loon waarop sociale zekerheidsbijdragen, met inbegrip van de sector werkloosheid, werden ingehouden;9° de feest- of vervangingsdagen tijdens een periode van tijdelijke werkloosheid;10° de dagen van arbeidsongeschiktheid met gewaarborgd loon tweede week en de dagen van arbeidsongeschiktheid met aanvulling-voorschot overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomsten nr.12bis of nr. 13bis; 11° de dagen inhaalrust;12° de dagen staking, lock-out en de dagen tijdelijke werkloosheid ingevolge staking of lock-out;13° de carensdag;14° de dagen waarop niet werd gewerkt wegens vorst, die door het Fonds voor bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf werden vergoed;15° de dagen functie van rechter in sociale zaken;16° andere dagen afwezigheid op het werk zonder behoud van loon ten belope van ten hoogste tien dagen per kalenderjaar;17° de dagen afwezigheid op het werk met het oog op het verstrekken van pleegzorgen;18° de dagen waarop effectief een beroepsopleiding in de zin van de werkloosheidsreglementering werd gevolgd of waarop de werknemer actief was in het kader van een instapstage, ten belope van ten hoogste 96 dagen;19° de dagen van aanwezigheid onder de wapens wegens oproeping of wederoproeping alsmede de dagen van dienst als gewetensbezwaarde of de dagen van prestaties als dienstplichtige die krachtens de betrokken wetgeving met legerdienst gelijkgesteld worden.3) Voor de toepassing van § 3, 2) komen de in het buitenland gelegen gelijkgestelde dagen, slechts in aanmerking binnen de grenzen bepaald in de werkloosheidsreglementering. De met arbeidsdagen gelijkgestelde dagen worden in dezelfde mate in aanmerking genomen en op dezelfde wijze berekend als de arbeidsdagen die eraan voorafgaan. 4) De arbeidsdagen en gelijkgestelde dagen worden met alle rechtsmiddelen bewezen. Het bekomen aantal arbeids- en gelijkgestelde dagen, gedeeld door 312, geeft het aantal jaren beroepsverleden als loontrekkende. Per kalenderjaar worden maximum 313 arbeids- en gelijkgestelde dagen meegeteld. Deeltijdse arbeid wordt in rekening gebracht door de arbeidsuren om te zetting in arbeidsdagen via de formule (arbeids- en gelijkgestelde dagen x 6/S).". Art. 8.In artikel 11, § 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 wordt een tweede alinea ingevoegd, die luidt als volgt : "Voor de berekening van de 24 maanden als bedoeld in artikel 10, § 2 worden met een tewerkstelling gelijkgesteld de dagen gedekt door de ontslagcompensatievergoeding en de verbrekingsvergoeding, voor de werknemers, die in toepassing van artikel 10 § 2, 2), de termijn van 24 maanden inkorten.". HOODSTUK III. - Overgangsbepalingen Art. 9.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op alle aanvragen en verlengingsaanvragen die overeenkomstig artikel 12 aan de werkgever ter kennis werden gegeven, na de datum van inwerkingtreding. De voor de datum van inwerkingtreding van toepassing zijnde artikelen 3, 4, 7 en 10, § 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 blijven evenwel van toepassing op de werknemers die op de datum van de inwerkingtreding van onderhavige overeenkomst in een lopend stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering of landingsbaan zitten. Commentaar In deze bepaling worden de overgangsmaatregelen vastgelegd die van toepassing zijn na de inwerkingtreding van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103ter. Vanaf zijn datum van inwerkingtreding ten laatste op 1 april 2017 of op de datum van inwerkingtreding van het aangepast koninklijk besluit van 12 december 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/12/2001 pub. 18/12/2001 numac 2001013224 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking sluiten dat het recht op uitkeringen zal regelen, is de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 ter van toepassing op alle aanvragen en verlengingsaanvragen die bij de werkgever worden ter kennis gegeven, overeenkomstig artikel 12. Ter wille van de continuïteit tussen de nieuwe regeling van tijdskrediet van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 ter en de oude regeling van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103, worden er evenwel overgangsbepalingen vastgesteld. Meer bepaald blijven de voor de datum van inwerkingtreding van toepassing zijnde artikelen 3 (tijdskrediet zonder motief) en 4 (tijdskrediet met motief), 7 (de verrekeningsregels), 10, § 3 (berekening van de beroepsloopbaan van 25 jaar voor landingsbanen) van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van toepassing op de werknemers die op de datum van de inwerkingtreding van onderhavige overeenkomst in een lopend stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering of landingsbaan zitten. Alle andere bepalingen die niet gewijzigd zijn door de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103ter, onder andere met betrekking tot de kennisgeving, de drempel en andere organisatieregels, blijven onverminderd van toepassing op alle lopende en nieuwe stelsels van tijdskrediet en loopbaanvermindering. Art. 10.§ 1. In de artikelen 6, 11, 12, 13, 14, 15, 18, 19 en 20 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 worden de verwijzingen naar artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 geschrapt. § 2. In artikel 10, § 1, 1), artikel 12, § 6, 2) artikel 16, §

§ 3

en artikel 21 worden de verwijzingen naar artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 vervangen door "het artikel 3 dat van toepassing was voor de inwerkingtreding van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103ter". § 3. In artikel 11 wordt de verwijzing naar artikel 4, § 3 vervangen door "artikel 4, § 5". § 4. In artikel 12, § 8 worden de woorden "het feit of de werknemer een beroep doet op het tijdskrediet of de loopbaanvermindering zonder motief, als bedoeld in artikel 3, of met motief, als bedoeld in artikel 4 en desgevallend het bewijs van het motief" vervangen door "het bewijs van het motief zoals bedoeld in artikel 4". § 5. In artikel 18 wordt de verwijzing naar artikel 4, § 2, 1) vervangen door "artikel 4, § 1". HOOFDSTUK IV. - Datum van inwerkingtreding en duur van de overeenkomst Art. 11.Deze overeenkomst is gesloten voor onbepaalde duur. Ze treedt in werking op het tijdstip waarop het koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/12/2001 pub. 18/12/2001 numac 2001013224 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking sluiten tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 06/09/2011 numac 2011000553 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven, betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking in werking treedt en uiterlijk op 1 april 2017. Deze overeenkomst heeft dezelfde geldigheidsduur en kan volgens dezelfde termijnen en nadere regels worden herzien of opgezegd als de collectieve arbeidsovereenkomst die ze wijzigt. Zij kan op verzoek van de meest gerede ondertekenende partij worden geheel of gedeeltelijk herzien of opgezegd, met inachtneming van een opzeggingstermijn van zes maanden. De organisatie die het initiatief tot herziening of opzegging neemt, moet in een gewone brief aan de voorzitter van de Nationale Arbeidsraad de redenen ervan aangeven en amendementsvoorstellen indienen; de andere organisaties verbinden er zich toe deze binnen een maand na ontvangst ervan in de Nationale Arbeidsraad te bespreken. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 5 maart 2017. De Minister van Werk, K. PEETERS Bijlage Bijlage aan de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103ter van 20 december 2016, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, tot aanpassing van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van 27 juni 2012 tot invoering van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en landingsbanen WIJZIGING VAN DE COMMENTAAR VAN DE COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 103 VAN 27 JUNI 2012 TOT INVOERING VAN EEN STELSEL VAN TIJDSKREDIET, LOOPBAANVERMINDERING EN LANDINGSBANEN Op 20 december 2016 hebben de in de Nationale Arbeidsraad vertegenwoordigde werkgevers- en werknemersorganisaties een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van 27 juni 2012 tot invoering van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en landingsbanen. Daarbij hebben de in de Nationale Arbeidsraad vertegenwoordigde werkgevers- en werknemersorganisaties het noodzakelijk geacht de commentaar van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 als volgt te wijzigen : 1. Commentaar bij artikel 4 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 De commentaar bij artikel 4 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 wordt als volgt vervangen : "1. Ingevolge het Regeerakkoord van 10 oktober 2014 en in uitvoering daarvan het koninklijk besluit van 30 december 2014Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/12/2014 pub. 31/12/2014 numac 2014207688 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking type koninklijk besluit prom. 30/12/2014 pub. 06/02/2015 numac 2014207447 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 maart 2014, gesloten in het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf, betreffende het akkoord van sociale vrede 2014 type koninklijk besluit prom. 30/12/2014 pub. 06/02/2015 numac 2014207093 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 april 2014, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende het sectoraal systeem ecocheques type koninklijk besluit prom. 30/12/2014 pub. 06/02/2015 numac 2014207260 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 maart 2014, gesloten in het Paritair Comité voor het glasbedrijf, betreffende de bedragen van de syndicale premies in 2013 en 2014 sluiten tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/12/2001 pub. 18/12/2001 numac 2001013224 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking sluiten tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 06/09/2011 numac 2011000553 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking, is een discrepantie ontstaan tussen het recht op uitkeringen, zoals geregeld in voornoemd koninklijk besluit, enerzijds en het recht op loopbaanonderbreking of vermindering, zoals geregeld in onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst, anderzijds. In die optiek wordt in artikel 4 een recht op voltijds tijdskrediet, halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering met motief voorzien : - in paragraaf 1 tot maximaal 51 maanden voor :

  1. a)werknemers die hun loopbaan schorsen of verminderen voor de zorg van een kind tot 8 jaar, voor palliatieve verzorging of de zorg of bijstand aan een ziek gezins- en familielid.In de aanvraag voor de zorg van een kind, moet de schorsing of de vermindering van de arbeidsprestaties of de periode van verlenging die werd gevraagd aanvangen voor het tijdstip waarop het kind 8 jaar wordt. Een eventueel uitstel van het recht, zoals bedoeld in de artikelen 14 en 15, doet hieraan geen afbreuk. Dit recht van 51 maanden kan niet worden opgenomen in combinatie met een niet-toegelaten bezoldigde of zelfstandige activiteit die de werknemer aanvangt of uitbreidt, zoals bedoeld in artikel 7, § 2, 2° tot en met 5° van het koninklijk besluit van 12 december 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/12/2011 pub. 16/12/2011 numac 2011009790 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 1409, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek sluiten tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 06/09/2011 numac 2011000553 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking. Eveneens kan in dit kader de loopbaan maar voltijds onderbroken of halftijds verminderd worden indien hierover een collectieve arbeidsovereenkomst is afgesloten op niveau van de sector of de onderneming. De collectieve arbeidsovereenkomsten die voor de inwerkingtreding van onderhavige overeenkomst in het kader van artikel 3, § 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis zijn afgesloten, komen als dusdanig in aanmerking, ongeacht of ze al dan niet een verwijzing naar motieven bevatten. De mogelijkheid die bestond voor sectoren en ondernemingen om het recht op voltijds of halftijds tijdskrediet te verlengen tot 5 jaar wordt hierdoor vervangen. Voor de werknemers die nog in dit stelsel rechten uitoefenen, en die voor de datum van inwerkingtreding van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103ter hun recht op tijdskrediet of loopbaanvermindering hebben aangevraagd, is in artikel 10 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 ter een overgangsbepaling voorzien.
  2. b)werknemers die hun loopbaan voltijdschorsen, halftijds of met 1/5de verminderen voor de zorg van een gehandicapt kind tot 21 jaar of, de zorg of bijstand aan een minderjarig zwaar ziek kind. Om dit recht te kunnen opnemen, is geen collectieve arbeidsovereenkomst nodig op niveau van de sector of de onderneming. De schorsing of de vermindering van de arbeidsprestaties of de periode van verlenging die werd gevraagd voor de zorg van een kind moet aanvangen voor het tijdstip waarop het kind de vereiste leeftijdsgrens bereikt. Een eventueel uitstel van het recht, zoals bedoeld in de artikelen 14 en 15, doet hieraan geen afbreuk. - in paragraaf 2 tot maximaal 36 maanden voor het volgen van een opleiding. Dit recht van 36 maanden kan niet worden opgenomen in combinatie met een niet-toegelaten bezoldigde of zelfstandige activiteit die de werknemer aanvangt of uitbreidt, zoals bedoeld in artikel 7, § 2, 2° tot en met 5° van het koninklijk besluit van 12 december 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/12/2001 pub. 18/12/2001 numac 2001013224 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking sluiten tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 06/09/2011 numac 2011000553 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking. Eveneens kan in dit kader de loopbaan maar voltijds onderbroken of halftijds verminderd worden indien hierover een collectieve arbeidsovereenkomst is afgesloten op niveau van de sector of de onderneming. De collectieve arbeidsovereenkomsten die voor de inwerkingtreding van onderhavige overeenkomst in het kader van artikel 3, § 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis zijn afgesloten, komen als dusdanig in aanmerking, ongeacht of ze al dan niet een verwijzing naar motieven bevatten. De mogelijkheid die bestond voor sectoren en ondernemingen om het recht op voltijds of halftijds tijdskrediet te verlengen tot 5 jaar wordt hierdoor vervangen. Voor de werknemers die nog in dit stelsel rechten uitoefenen, en die voor de datum van inwerkingtreding van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103ter hun recht op tijdskrediet of loopbaanvermindering hebben aangevraagd, is in artikel 10 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103ter een overgangsbepaling voorzien. 2. Het recht op halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering met motief wordt niet proportioneel verrekend bij het opnemen van een deeltijdse formule. De werknemers die een motief kunnen inroepen op basis van artikel 4 kunnen vrij bepalen of ze kiezen voor een voltijdse schorsing of een halftijdse of 1/5de vermindering van hun prestaties. De perioden van voltijds tijdskrediet, halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering mogen samen niet meer dan 36 of 51 maanden bedragen. Voor het tijdskrediet en de loopbaanvermindering met motief is naar analogie met de thematische verloven telkens een minimum- en eventueel maximumperiode voorzien. Hierdoor kan in sommige gevallen wel een kleinere fractie van het recht overblijven dan de vereiste minimumperiode. Opdat de werknemer zijn recht volledig zou kunnen opnemen, is voorzien dat genoemd overblijvend saldo voor een kortere periode kan worden opgenomen. Tevens kan het recht met motief maar worden opgenomen indien de werknemer gelijkaardige aan de in het kader van het thematisch verlof voorgeschreven bewijsstukken verstrekt aan de werkgever. Voor het recht op uitkeringen moeten deze bewijsstukken eveneens worden overgemaakt aan de RVA.". 2. Commentaar bij artikel 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 De commentaar bij artikel 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 wordt als volgt vervangen : "Als gevolg van het schrappen van het ongemotiveerd tijdskrediet in artikel 3 en het uitbreiden van het gemotiveerd zorgtijdskrediet in artikel 4 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103, worden ook de anciënniteitsvoorwaarden van 24 maanden verbonden te zijn geweest door een arbeidsovereenkomst en een loopbaan van 5 jaar hebben als werknemer om recht te hebben op een ongemotiveerd tijdskrediet, geschrapt. Aangezien het gemotiveerd tijdskrediet als enige recht overblijft, is er geen sprake meer van een bijkomend recht maar van een recht op gemotiveerd tijdskrediet. Daarnaast wordt de maximale duurtijd van 36 of 48 maanden aangepast aan het nieuwe artikel 4 waar sprake is van een maximale duurtijd van 36 maanden voor het motief opleiding en 51 maanden voor de zorgmotieven.". 3. Commentaar bij artikel 6 en 9 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr.103 De commentaar bij artikel 6 en 9 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 wordt als volgt aangevuld : "De ondertekende partijen hebben geoordeeld dat het verschil in behandeling van werknemers met twee deeltijdse tewerkstellingen die samen een voltijdse tewerkstelling vormen, bij twee werkgevers ten opzichte van gewone voltijdse werknemers niet verantwoord is, temeer omdat dit wel al mogelijk is voor werknemers die twee deeltijdse functies combineren bij één werkgever. Daarom werd in § 3 van deze bepaling een gelijkaardig recht voorzien voor deze deeltijdse werknemers, voor zover de som van beide tewerkstellingsbreuken van de werknemer in totaal minstens een voltijdse tewerkstelling omvat en mits toestemming van de werkgever(
  3. s)waar de schriftelijke kennisgeving wordt verricht. De 1/5de loopbaanvermindering wordt toegepast overeenkomstig de modaliteiten (duur, drempel, ...) die van toepassing zijn bij de werkgever (toepassingsgebied paritair comité) waar de onderbreking wordt opgenomen. Om de 1/5de vermindering te bepalen, wordt rekening gehouden met de voltijdse arbeidsduur bij de werkgever waar de schriftelijke aanvraag tot loopbaanvermindering wordt verricht. Deze 1/5de loopbaanvermindering kan proportioneel worden opgenomen bij elk van de twee werkgevers, op voorwaarde dat de aanvang en de duurtijd van beide loopbaanverminderingen identiek is en samen een 1/5de loopbaanvermindering vormt, wat eveneens belangrijk is voor het recht op uitkeringen.". 4. Commentaar bij de artikelen 6, 10, 11, 14 en 15 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr.103 In de commentaar van de artikelen 6, 11, 14 en 15 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 wordt de verwijzing naar "artikel 3" en "artikel 3, § 1" geschrapt. In de commentaar van artikel 10 wordt de verwijzing naar "artikel 3" vervangen door "artikel 3 dat van toepassing was voor de inwerkingtreding van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103ter". Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 5 maart 2017. De Minister van Werk, K. PEETERS

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.