VLAAMSE OVERHEID Omgeving 8 DECEMBER 2017. - Ministerieel besluit houdende de indeling van biogas- en verbrandingsinstallaties die gebruik maken van gemengde inputstromen DE VLAAMSE MINISTER VAN BEGRO
§ 1opgegeven volgorde getoetst en ingedeeld in het eerst passende type.
Het aandeel, zoals beschreven in § 1, wordt bepaald als een voortschrijdend gemiddelde van de aangewende energiebronnen over de voorbije 12 maanden. Art. 3.§ 1. Biogasinstallaties of warmte-krachtinstallaties op biogas met een startdatum vanaf 1 januari 2018 worden ingedeeld in een van de volgende types: 1° `GFT-vergisting bij een bestaande composteringsinstallatie': het aandeel op massabasis van GFT-afval, inclusief natuur en bermmaaisel, bedraagt ten minste 75%;2° `recuperatie van stortgas': het aandeel op energiebasis van biogas afkomstig uit stortgaswinning bedraagt ten minste 85%;3° `vergisting van afvalwater, afvalwaterzuiveringsslib, rioolwater of rioolwaterzuiveringsslib': het aandeel op energiebasis van biogas afkomstig als bijproduct van een anaerobe waterzuiveringsinstallatie of biogas afkomstig van de vergisting van slib dat op zijn beurt een bijproduct is van een waterzuiveringsinstallatie, bedraagt ten minste 85%;of 4° `vergisting van mest- en/of land- en tuinbouwgerelateerde stromen of van andere organisch-biologische stoffen of afvalstoffen: het aandeel op massabasis van mest- en/of land- en tuinbouwgerelateerde stromen of andere organische-biologische stoffen of afvalstoffen bedraagt ten minste 85%. § 2.
§ 1opgegeven volgorde getoetst en ingedeeld in het eerst passende type.
Het aandeel, zoals beschreven in § 1, wordt bepaald als een voortschrijdend gemiddelde van de aangewende energiebronnen over de voorbije 12 maanden. Art. 4.§ 1. Verbrandingsinstallaties met een startdatum vanaf 1 januari 2013 worden ingedeeld in een van de volgende types: 1° `verbranding van huishoudelijk of bedrijfsafval': het aandeel huishoudelijk of bedrijfsafval op energiebasis bedraagt ten minste 85%;2° `verbranding van biomassa-afval': het aandeel biomassa-afval op energiebasis bedraagt ten minste 85%;3° `verbranding van vloeibare biomassa': het aandeel vloeibare biomassa op energiebasis bedraagt ten minste 85%;of 4° `verbranding van vaste biomassa': het aandeel vaste biomassa op energiebasis bedraagt ten minste 85%. § 2.
§ 1opgegeven volgorde getoetst en ingedeeld in het eerst passende type.
Het aandeel, zoals beschreven in § 1, wordt bepaald als een voortschrijdend gemiddelde van de aangewende energiebronnen over de voorbije 12 maanden. Art. 5.§
- Bij de principe-aanvraag, als vermeld in artikel 6.1.2, § 1, van het Energiebesluit van 19 november 2010, voor de types die vermeld worden in artikel 2, § 1, 1°, 2° en 5°, artikel 3, § 1, 1° en artikel 4 van dit besluit moet als bijlage een gedetailleerde verhalende beschrijving van de inputstromen toegevoegd worden om de installatie in te delen in een bepaald type en daaruit volgend in te delen in een projectcategorie. De gedetailleerde verhalende beschrijving betreft zowel de verschillende types inputstromen alsook de verschillende leveranciers (groep/sector). Voor de in § 1 vermelde types moet bij de definitieve aanvraag, als vermeld in artikel 6.1.2, § 2, van het Energiebesluit van 19 november 2010, een overzichtstabel digitaal worden toegevoegd van alle inputstromen, opgesplitst zowel per type als per leverancier. Op basis van deze tabel, wint het VEA steeds het advies van de OVAM in over de aard van de gemelde inputstromen voor zover het afval betreft. Hiervan stelt het VEA het sjabloon ter beschikking op haar website. §
- De overzichtstabel van de inputstromen, geactualiseerd met de gegevens van het voorbije kalenderjaar, moet jaarlijks digitaal voor 30 april als rekenblad bezorgd worden aan het Vlaams Energieagentschap. De levering- of weegbonnen van de aan de productie-installatie geleverde biomassa worden bijgehouden gedurende een periode van minstens vijf jaar. Het Vlaams Energieagentschap of een door het Vlaams Energieagentschap aangewezen keuringsinstantie kan op elk moment deze levering- of weegbonnen opvragen ter controle van de maandelijkse rapporteringen. Dit zal minstens gebeuren bij de tweejaarlijkse herkeuring van de productie-installatie, indien deze verplicht is. Daarbij worden de overzichtstabel van de inputstromen, het register van de toegevoerde biomassa evenals de levering- of weegbonnen van de aan de productie-installatie geleverde biomassa tijdens de twee jaar voorafgaand aan de groenestroomkeuring voorgelegd. Art. 6.Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. Brussel, 8 december
- De Vlaamse Minister van Begroting, Financiën en Energie, B. TOMMELEIN