22 DECEMBER 2017. - Besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van steun aan consortia van ondernemingen voor onderzoek en ontwikkeling, ingebed in een ruimer samenwerkingsverband met onderzoeksorganisaties DE VLAAMSE REGERING, Gelet op de verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (EU Publicatieblad van 26 juni 2014, L 187); Gelet op het decreet van 21 december 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2001 pub. 29/12/2001 numac 2001036491 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002 type decreet prom. 21/12/2001 pub. 22/08/2002 numac 2002035711 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2002 sluiten houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002, artikel 41ter, § 2, ingevoegd bij het decreet van 20 november 2015; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 18/12/2015 pub. 31/12/2015 numac 2015036617 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende het beheer en de werking van het Fonds voor Flankerend Economisch en Innovatiebeleid en de werking van het beslissingscomité bij dat fonds sluiten houdende het beheer en de werking van het Fonds voor Flankerend Economisch en Innovatiebeleid en de werking van het beslissingscomité bij dat fonds; Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 20 september 2017; Gelet op het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, gegeven op 6 november 2017; Gelet op advies 62.457/1 van de Raad van State, gegeven op 12 december 2017, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende de kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (EU Publicatieblad van 27 juni 2014, C 198/1); Op voorstel van de Vlaamse minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport; Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Definities en algemene bepalingen Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder: 1° algemene groepsvrijstellingsverordening: de verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard; 2° beslissingscomité bij het Hermesfonds: het beslissingscomité, vermeld in artikel 41ter, § 1, van het decreet van 21 december 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2001 pub. 29/12/2001 numac 2001036491 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002 type decreet prom. 21/12/2001 pub. 22/08/2002 numac 2002035711 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2002 sluiten;3° consortium: samenwerking tussen minstens 3 niet-verbonden ondernemingen;4° daadwerkelijke samenwerking: de daadwerkelijke samenwerking, vermeld in artikel 2, 90, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;5° decreet van 21 december 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2001 pub. 29/12/2001 numac 2001036491 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002 type decreet prom. 21/12/2001 pub. 22/08/2002 numac 2002035711 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2002 sluiten: het decreet van 21 december 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2001 pub. 29/12/2001 numac 2001036491 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002 type decreet prom. 21/12/2001 pub. 22/08/2002 numac 2002035711 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2002 sluiten houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002;6° experimentele ontwikkeling: de experimentele ontwikkeling, vermeld in artikel 2, 86, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;7° haalbaarheidsstudie: de haalbaarheidsstudie, vermeld in artikel 2, 87, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;8° industrieel onderzoek: het industrieel onderzoek, vermeld in artikel 2, 85, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;9° kaderregeling: de Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (EU Publicatieblad van 27 juni 2014, C 198/1) en alle latere wijzigingen ervan;10° kleine en middelgrote ondernemingen of kmo's: de ondernemingen die voldoen aan de criteria, vermeld in bijlage I van de algemene groepsvrijstellingsverordening;11° niet-verbonden onderneming: de zelfstandige onderneming, die niet verbonden is met een andere onderneming zoals vermeld in artikel 3, derde lid, van bijlage I van de algemene groepsvrijstellingsverordening;12° onderneming: de onderneming, vermeld in artikel 41ter, § 2, van het decreet van 21 december 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2001 pub. 29/12/2001 numac 2001036491 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002 type decreet prom. 21/12/2001 pub. 22/08/2002 numac 2002035711 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2002 sluiten;13° onderzoeksorganisatie: de organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding, vermeld in artikel 2, 83, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;14° O&O-project: een project van industrieel onderzoek, van experimentele ontwikkeling of van beide als vermeld in punt 15, cc), van de kaderregeling;15° samenwerkingsverband: een combinatie van twee deelprojecten met elk een eigen werkplan, eigen projectdoelstellingen en een eigen budget, die concreet bestaan uit enerzijds een project, uitgevoerd door ondernemingen en gefinancierd als staatssteun, en anderzijds een project, gefinancierd als niet-economische activiteiten, uitgevoerd door een of meer onderzoeksorganisaties conform de kaderregeling, waarbij de activiteiten uit de deelprojecten worden uitgevoerd in een goede onderlinge interactie en het geheel van de activiteiten uit beide deelprojecten gericht is op een gemeenschappelijk doel;16° steun: de steun, vermeld in artikel 41ter, § 2, van het decreet van 21 december 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2001 pub. 29/12/2001 numac 2001036491 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002 type decreet prom. 21/12/2001 pub. 22/08/2002 numac 2002035711 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2002 sluiten;17° steunpercentage: het brutosteunbedrag, uitgedrukt als percentage van de in aanmerking komende kosten van het project.Als de steun in een andere vorm dan een subsidie wordt verleend, is het steunbedrag het brutosubsidie-equivalent van de steun. Art. 2.Alle steun die toegekend wordt met toepassing van dit besluit en de uitvoeringsbesluiten ervan, wordt verleend binnen de grenzen en de voorwaarden, vermeld in de algemene groepsvrijstellingsverordening. Als de individuele aanmeldingsdrempels, vermeld in artikel 4 van de voormelde verordening, overschreden worden, zal de voorgenomen steun voorafgaandelijk worden aangemeld bij de Europese Commissie. In afwijking van het eerste lid kan steun worden toegekend binnen de grenzen en de voorwaarden, vermeld in artikel 107 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, dan wel binnen de grenzen en de voorwaarden, vermeld in de kaderregeling, op voorwaarde dat de steun wordt aangemeld bij de Europese Commissie. Art. 3.De onderneming die een steunaanvraag indient als subsidiegerechtigde in een consortium, mag op de datum van de toekenning van de steun geen achterstallige schulden hebben bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, geen onderneming in moeilijkheden zijn als vermeld in artikel 2, 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, en geen procedure op basis van Europees of nationaal recht hebben lopen, waarbij een toegekende steun wordt teruggevorderd als vermeld in artikel 1, lid 4, van de voormelde verordening. Er kan geen steun worden toegekend met toepassing van dit besluit voor werkzaamheden die verband houden met de uitvoer naar derde landen of voor werkzaamheden die afhangen van het gebruik van binnenlandse goederen als vermeld in artikel 1, lid 2, van de voormelde verordening. Er kan geen steun worden toegekend met toepassing van dit besluit voor activiteiten van ondernemingen in de sectoren, vermeld in artikel 1, lid 3, van de voormelde verordening. De steun kan niet worden toegekend als hij leidt tot een schending van het Unierecht als vermeld in artikel 1, lid 5, van de voormelde verordening. Het beslissingscomité bij het Hermesfonds leeft bij steuntoekenning de verplichtingen voor de publicatie en de informatie, vermeld in artikel 9 van de voormelde verordening, na. Als een onderneming een individuele steuntoekenning krijgt van meer dan 500.000 euro, worden de gegevens, vermeld in bijlage 3 van de voormelde verordening, gepubliceerd op de transparantiewebsite die de Europese Commissie ontwikkeld heeft. HOOFDSTUK 2. - Toepassingsgebied voor steun tot bevordering van onderzoek, ontwikkeling en innovatie van het bedrijfsleven Art. 4.Binnen de perken van de begrotingskredieten wordt aan consortia van ondernemingen steun toegekend voor O&O-projecten en haalbaarheidsstudies die specifiek passen in een samenwerkingsverband. De onderzoeksorganisaties komen niet als subsidiegerechtigde in aanmerking voor steun die toegekend is met toepassing van dit besluit. De onderzoeksorganisaties kunnen voor de uitvoering van het project in het samenwerkingsverband zelf financiering krijgen voor niet-economische activiteiten conform de bepalingen van de kaderregeling waarbij onrechtstreekse steun voor de bedrijven die gesteund worden met toepassing van dit besluit, uitgesloten wordt. Onder dit besluit wordt alleen steun toegekend aan ondernemingen voor O&O-projecten die a priori gericht zijn op het aangaan van een samenwerkingsverband. Art. 5.Alleen ondernemingen met rechtspersoonlijkheid en met een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest komen in aanmerking voor steun. Ondernemingen die zich ertoe verbinden een exploitatiezetel op te richten in het Vlaamse Gewest, komen in aanmerking waarbij de eigenlijke steuntoekenning afhankelijk blijft van de vestiging van de exploitatiezetel. Aan ondernemingen met rechtspersoonlijkheid van publiekrechtelijke aard kan alleen steun toegekend worden voor een project waarin er daadwerkelijk wordt samengewerkt met ondernemingen met rechtspersoonlijkheid van privaatrechtelijke aard, waarbij de samenwerkende onderneming met rechtspersoonlijkheid van publiekrechtelijke aard in het gesteunde project niet meer dan 70 % van de in aanmerking komende kosten voor haar rekening neemt, en steun die toegekend is met toepassing van dit besluit, geen betrekking heeft op de kosten die verbonden zijn aan de uitoefening van die publieke opdracht. In afwijking van het eerste lid, maar onverminderd de modaliteiten die gelden voor de ondernemingen met rechtspersoonlijkheid van publiekrechtelijke aard, vermeld in het tweede lid, komen ondernemingen met rechtspersoonlijkheid van publiekrechtelijke aard met een exploitatiezetel in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest die een publieke opdracht hebben in Vlaanderen, in aanmerking voor steun. Als de Vlaamse Regering beslist een initiatief te lanceren waarbij steun toegekend wordt met toepassing van dit besluit voor activiteiten die gericht zijn op een gemeenschapsbevoegdheid, kunnen ook ondernemingen met exploitatiezetel in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest in aanmerking komen voor steun voor activiteiten die onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschapscommissie ressorteren. HOOFDSTUK 3. - In aanmerking komende projecten en steunintensiteit Afdeling 1. - Steun voor onderzoek en ontwikkeling Art. 6.Het beslissingscomité bij het Hermesfonds kan met toepassing van dit besluit steun toekennen aan ondernemingen voor O&O-projecten of haalbaarheidsstudies als vermeld in artikel 25 van de algemene groepsvrijstellingsverordening. De steunintensiteit per begunstigde bedraagt maximaal de steunpercentages, vermeld in artikel 25 van de voormelde verordening. Het beslissingscomité bij het Hermesfonds kan de kosten voor de O&O-projecten en de haalbaarheidsstudies, vermeld in artikel 25, lid 3 en 4, van de voormelde verordening, in aanmerking nemen. Het gesteunde deel van het project kan ook haalbaarheidsstudies ter voorbereiding van O&O-activiteiten omvatten. Als een project verschillende soorten opdrachten omvat, wordt elke opdracht in een van de volgende categorieën ingedeeld: industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of haalbaarheidsstudie. Art. 7.Het beslissingscomité bij het Hermesfonds kent alleen steun toe aan projecten die uitgevoerd worden door een consortium van ondernemingen, waarbij de ondernemingen optreden als subsidiegerechtigde. Afdeling 2. - Cumulatie met andere steun Art. 8.De bepalingen over cumulatie, vermeld in artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening, zijn van toepassing. Het beslissingscomité bij het Hermesfonds kan een verbod van cumulatie van steun voor dezelfde investeringen of kosten opleggen. Als een project andere financiële steun krijgt van een publiekrechtelijke persoon, kan steun worden toegekend, waarbij voor de berekening van het maximale steunpercentage, vermeld in artikel 6, rekening wordt gehouden met de samengestelde steun. HOOFDSTUK 4. - Procedure voor de behandeling van aanvragen en de beslissing tot steuntoekenning Afdeling 1. - Toepassingsgebied Art. 9.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder werkdagen: de werkdagen zoals ze gelden voor de Vlaamse overheid. Art. 10.De procedure, vermeld in dit hoofdstuk, is van toepassing op de steunaanvragen, vermeld in dit besluit. Het beslissingscomité bij het Hermesfonds kan aanvullende procedurele voorschriften opleggen. Afdeling 2. - Indiening van de steunaanvraag Art. 11.De steunaanvragers, de steunaanvraag en de activiteiten waarvoor steun aangevraagd wordt, moeten voldoen aan de modaliteiten voor de indiening, bepaald door het beslissingscomité bij het Hermesfonds, die publiek kenbaar gemaakt worden aan potentiële aanvragers. Art. 12.Het beslissingscomité bij het Hermesfonds kan voorzien in een gebundelde behandeling van aanvragen. In dat geval zal het beslissingscomité bij het Hermesfonds de uiterste indieningsdata per werkjaar vastleggen die publiek kenbaar gemaakt worden aan potentiële aanvragers. Art. 13.De steunaanvragers krijgen een schriftelijke ontvangstmelding binnen vijf werkdagen na de ontvangst van de steunaanvraag. Afdeling 3. - Ontvankelijkheid Art. 14.Het beslissingscomité bij het Hermesfonds toetst de steunaanvraag aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in artikel 3 en 5. Het beslissingscomité bij het Hermesfonds kan een steunaanvraag ook onontvankelijk verklaren op basis van een van de volgende elementen: 1° een steunaanvrager heeft onvoldoende financiële draagkracht om het project uit te voeren of te doen slagen;2° een steunaanvrager voldoet niet aan de verplichtingen of vergunningen van de overheid;3° een steunaanvrager heeft blijk gegeven van niet-correct gedrag naar aanleiding van vorige aanvragen;4° de steunaanvraag is identiek aan een steunaanvraag die eerder onontvankelijk is verklaard of geweigerd is door het beslissingscomité bij het Hermesfonds, uitgezonderd als de eerdere weigering het gevolg is van budgettaire beperkingen;5° de steunaanvraag bevat niet voldoende informatie om beoordeeld te kunnen worden op basis van de beoordelingsdimensies, vermeld in artikel 25;6° de aanvraag voldoet bij een prima-faciebeoordeling niet aan de minimale vereisten om in aanmerking te komen als een of meer van de steunbare projecten, vermeld in artikel 6, of aan de vereiste voor een consortium;7° de aanvraag voldoet niet aan de modaliteiten, vermeld in artikel 11;8° een bijdrage door een onderzoeksorganisatie in het project van de onderneming voldoet niet aan de bepalingen, vermeld in artikel 15;9° de aanvraag voor een O&O-project of haalbaarheidsstudie voorziet voor de inbedding in een samenwerkingsverband in een samenwerking met de onderzoeksorganisaties die bij een prima-faciebeoordeling niet voldoet aan de minimale vereisten om in overeenstemming te zijn met de bepalingen van de kaderregeling. Art. 15.Een onderneming die optreedt als begunstigde van steun, kan binnen het project dat gesteund wordt met toepassing van dit besluit, een additionele daadwerkelijke samenwerking aangaan met een onderzoeksorganisatie, waarbij de deelnemende onderneming de volledige kosten van het project draagt. Een onderzoeksorganisatie kan naast de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, bijdragen aan de projectuitvoering via een uitbesteding van specifieke opdrachten als contractresearch en ze kan diensten leveren waarbij de onderzoeksorganisatie optreedt als opdrachtnemer. De prestaties die de onderzoeksorganisatie in dat kader verleent, worden vergoed door de begunstigde tegen een afdoende vergoeding in overeenstemming met de bepalingen van de kaderregeling als onderdeel van de projectkosten. Art. 16.Het beslissingscomité bij het Hermesfonds beslist binnen vijftien werkdagen na de ontvangst van de steunaanvraag of de steunaanvraag al dan niet ontvankelijk is. Art. 17.De steunaanvrager wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van de beslissing tot onontvankelijkheid binnen twee werkdagen na de beslissing, vermeld in artikel 16. Afdeling 4. - Onvolledige steunaanvraag Art. 18.In geval van een onvolledige steunaanvraag kan het beslissingscomité bij het Hermesfonds aan de steunaanvragers vragen de steunaanvraag te vervolledigen. In het geval, vermeld in het eerste lid, worden de termijnen, vermeld in artikel 17 en 27, verlengd met een termijn die vastgesteld is door het beslissingscomité bij het Hermesfonds. De steunaanvraag wordt als onontvankelijk beschouwd als de steunaanvraag niet is vervolledigd binnen de termijn, vermeld in het tweede lid. Afdeling 5. - Voorafgaande preselectie Art. 19.Het beslissingscomité bij het Hermesfonds kan een voorafgaande preselectie van de steunaanvragen organiseren conform de voorwaarden, vermeld in dit besluit. In het geval, vermeld in het eerste lid, wordt de termijn, vermeld in artikel 27, verlengd met dertig werkdagen. Art. 20.Het beslissingscomité bij het Hermesfonds beslist of de steunaanvraag al dan niet geselecteerd wordt in de preselectie. Art. 21.De steunaanvragers worden schriftelijk op de hoogte gebracht van de selectiebeslissing binnen vijf werkdagen na de beslissing, vermeld in artikel 20. Afdeling 6. - Evaluatie van steunaanvragen Art. 22.Het beslissingscomité bij het Hermesfonds toetst de ontvankelijke steunaanvraag aan de beoordelingsdimensies, vermeld in artikel 25, en, in voorkomend geval, aan de elementen, vermeld in artikel 28. Art. 23.Het beslissingscomité bij het Hermesfonds stelt een of meer externe deskundigen aan bij wie een advies ingewonnen wordt conform de beoordelingsdimensies, vermeld in artikel 25, en, in voorkomend geval, de elementen, vermeld in artikel 28. De identiteit van de aanvrager wordt bekendgemaakt aan de externe deskundigen, tenzij de aanvrager uitdrukkelijk aangeeft dat hij wil dat de anonimiteit in acht genomen wordt ten aanzien van externe deskundigen. De aanvrager kan om redenen van vertrouwelijkheid het beslissingscomité bij het Hermesfonds ook verzoeken om sommige elementen van de aanvraag niet voor te leggen aan de deskundigen. Art. 24.Het beslissingscomité bij het Hermesfonds kan bijkomende informatie opvragen bij de steunaanvrager. In het geval, vermeld in het eerste lid, wordt de termijn, vermeld in artikel 27, verlengd met een termijn die vastgesteld is door het beslissingscomité bij het Hermesfonds. Het beslissingscomité bij het Hermesfonds beslist op basis van de ingediende steunaanvraag als de bijkomende informatie niet wordt verleend binnen de termijn die het heeft vastgesteld. Afdeling 7. - Beoordeling Art. 25.§ 1. Het beslissingscomité bij het Hermesfonds steunt zijn beslissing om aan een project al dan niet steun te verlenen op een tweevoudige beoordeling als vermeld in het tweede lid. De aanvragen worden beoordeeld op basis van de beoordelingsdimensies voor steun aan bedrijfsprojecten voor O&O-projecten en haalbaarheidsstudies in het algemeen, vermeld in paragraaf 2, en ze worden ook beoordeeld op basis van de kwaliteit van het samenwerkingsverband dat ze willen aangaan, vermeld in paragraaf 3. § 2. De steunbaarheid als O&O-projecten en haalbaarheidsstudies in het algemeen worden beoordeeld op basis van de volgende beoordelingsdimensies: 1° de kwaliteit van de doelstellingen en de uitvoering van het project.Vooral de volgende aspecten worden daarbij beoordeeld:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.