← België

Wet ter verbetering van de verkeersveiligheid

Wet ter verbetering van de verkeersveiligheid (1) FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekra

§ 3

, eerste lid, wanneer de schuldige, in de periode van drie jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan voor één of meer van de overtredingen bedoeld in de artikelen 29, § 1, eerste lid, 29, § 3, derde lid, 30, §§ 1, 2 en 3, 33, §§ 1 en 2, 34, § 2, 35, 37, 37bis, § 1, 48, 62bis of artikel 22 van de wet van 21 november 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/11/1989 pub. 23/12/2009 numac 2009000839 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen opnieuw wordt veroordeeld voor één van deze overtredingen. Wanneer de schuldige binnen drie jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis, waarin toepassing is gemaakt van het eerste lid, en dat in kracht van gewijsde is gegaan voor één van de in het eerste lid bedoelde overtredingen, opnieuw veroordeeld wordt voor één of meer van deze overtredingen, bedraagt het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig ten minste zes maanden en is het herstel van het recht tot sturen afhankelijk van het slagen voor de vier

§ 3, eerste lid.

Wanneer de schuldige binnen drie jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis, waarin toepassing is gemaakt van het tweede lid, en dat in kracht van gewijsde is gegaan voor één van de in het eerste lid bedoelde overtredingen, opnieuw veroordeeld wordt voor één of meer van deze overtredingen, bedraagt het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig ten minste negen maanden en is het herstel van het recht tot sturen afhankelijk van het slagen voor de vier

§ 3

, eerste lid."; 7° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 8, luidende : " § 8.De examens en onderzoeken waarvan het herstel in het recht tot sturen afhankelijk wordt gemaakt, bedoeld in dit artikel, zijn niet van toepassing in de volgende gevallen : 1° indien de vervallenverklaarde niet voldoet aan de door de Koning bepaalde voorwaarden om een Belgisch rijbewijs te kunnen verkrijgen; 2° wanneer een levenslang verval van het recht tot sturen als straf is uitgesproken.". Art. 12.Artikel 42 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1990 en 20 juli 2005, wordt vervangen als volgt : "Art. 42.Verval van het recht tot sturen moet uitgesproken worden wanneer, naar aanleiding van een veroordeling of opschorting van straf of internering wegens overtreding van de politie over het wegverkeer of wegens een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader, de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden tot het besturen van een motorvoertuig. De uitspraak van dit verval is mogelijk in elke graad van veroordeling, ongeacht wie het rechtsmiddel heeft ingesteld. De duur van het verval van het recht tot sturen is afhankelijk van het bewijs dat betrokkene niet meer ongeschikt is om een motorvoertuig te besturen." Art. 13.Artikel 44 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 18 juli 1990 en gewijzigd bij de wetten van 16 maart 1999 en 20 juli 2005, wordt vervangen als volgt : "Art. 44.Hij die wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van het recht tot sturen vervallen is verklaard, kan, na minstens zes maanden te rekenen van de dag van de uitspraak van het vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, een herziening vragen via een aan het openbaar ministerie gericht verzoekschrift voor het gerecht dat het verval heeft uitgesproken. Tegen de uitspraak van dit gerecht staat geen hoger beroep open. Wordt het verzoek afgewezen dan kan geen nieuw verzoek worden ingediend voordat een termijn van zes maanden te rekenen van de datum van de afwijzing, is verstreken.". Art. 14.In artikel 45, eerste lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 18 juli 1990 en gewijzigd bij de wetten van 20 juli 2005 en 9 maart 2014, worden de woorden ", eerste lid," opgeheven. Art. 15.In artikel 48, eerste lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 9 juli 1976 en gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1990, 7 februari 2003, 18 juli 2012 en 9 maart 2014, worden de woorden "een jaar" vervangen door de woorden "twee jaar". Art. 16.In artikel 51 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 9 maart 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/03/2014 pub. 30/04/2014 numac 2014014174 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet tot wijziging van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen en van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen sluiten, worden in de bepaling onder 4°, de woorden « tweede lid » vervangen door « § 4 ». Art. 17.Artikel 55, § 1, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 18 juli 1990 en gewijzigd bij de wetten van 4 augustus 1996, 16 maart 1999, 20 juli 2005 en 9 maart 2014, wordt aangevuld met de bepaling onder 8°, luidende : "8° indien de bestuurder een overtreding bedoeld in artikel 406, derde lid, van het Strafwetboek heeft begaan.". Art. 18.In artikel 56, tweede lid, 4°, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 20 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2005 pub. 11/08/2005 numac 2005014121 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet tot wijziging van de gecoördineerde wetten van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer sluiten, worden de woorden "houder van een buitenlands rijbewijs" vervangen door de woorden "rijbewijshouder". Art. 19.In artikel 61 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 9 juli 1976 en gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1990, 16 maart 1999, 20 juli 2005 en 9 maart 2014, worden de woorden ", §§ 2, 3, 4 en 4bis" opgeheven. Art. 20.In artikel 61quinquies, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 12 juli 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/2009 pub. 15/09/2009 numac 2009014220 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet tot wijziging van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, wat het invoeren van het alcoholslot betreft type wet prom. 12/07/2009 pub. 30/10/2009 numac 2009015104 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag van 2001 inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door bunkerolie, en met de Bijlage, gedaan te Londen op 23 maart 2001 type wet prom. 12/07/2009 pub. 31/07/2009 numac 2009203283 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Bijzondere wet tot wijziging van artikel 26 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof sluiten, worden de woorden ", eerste lid" opgeheven. Art. 21.In artikel 65, § 3, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 29 februari 1984 en gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1990, 7 februari 2003, 26 maart 2007 en 9 maart 2014, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende : "Bij het vaststellen van een van de speciaal door de Koning aangewezen overtredingen, moet hij aan de in paragraaf 1 bedoelde ambtenaren of beambten een som in consignatie geven bestemd om de eventuele geldboete te dekken.". Art. 22.In artikel 65/1 van dezelfde wet, vervangen bij de programmawet van 25 december 2016Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 25/12/2016 pub. 29/12/2016 numac 2016021100 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten en gewijzigd bij de wet van 6 juli 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de woorden "Wanneer zowel de in artikel 65, § 1, bedoelde som als de in artikel 216bis, § 1, van het Wetboek van Strafvordering bedoelde geldsom niet binnen de bepaalde termijn worden betaald," vervangen door de woorden "Wanneer de in artikel 216bis, § 1, van het Wetboek van Strafvordering bedoelde geldsom niet binnen de bepaalde termijn wordt betaald,"; 2° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met de volgende zin : "De procureur des Konings bepaalt op welke wijze de betaling geschiedt."; 3° in paragraaf 2 wordt het vierde lid vervangen als volgt : "De verjaring van de strafvordering wordt geschorst vanaf de dag dat het verzoekschrift wordt ingediend, tot de dag van het definitieve vonnis."; 4° in paragraaf 2 wordt tussen het vijfde en het zesde lid een lid ingevoegd, luidende : "De griffier deelt onverwijld de definitieve beslissing inzake de ontvankelijkheid van het beroep mee aan de procureur des Konings."; 5° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt : " § 3.Op basis van de informatie die door de griffier wordt meegedeeld, zoals bepaald in paragraaf 2, stelt de procureur des Konings of de door hem aangestelde parketjurist een lijst op met niet-betaalde bevelen tot betalen die invorderbaar zijn."; 6° in paragraaf 7 worden de woorden ", de betalingen" opgeheven; 7° in paragraaf 10 wordt het zesde lid vervangen als volgt : "Indien de overtreder toch het geheel van het bedrag van het bevel tot betalen betaalt vooraleer de schorsing van kracht is, zal er geen schorsing van het recht tot sturen worden uitgevoerd.". Art. 23.Artikel 67bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 augustus 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/08/1996 pub. 24/07/1997 numac 1996015142 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Arabische Republiek Egypte tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, ondertekend te Kaïro op 3 januari 1991 type wet prom. 04/08/1996 pub. 21/10/1999 numac 1999015088 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993 type wet prom. 04/08/1996 pub. 08/06/2005 numac 2005015073 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993 sluiten, wordt vervangen als volgt : "Art. 67bis.Wanneer een overtreding van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten is begaan met een motorvoertuig, ingeschreven op naam van een natuurlijke persoon, en de bestuurder bij de vaststelling van de overtreding niet geïdentificeerd werd, wordt vermoed dat deze is begaan door de houder van de kentekenplaat van het voertuig. De houder van de kentekenplaat kan dit vermoeden weerleggen door met elk middel te bewijzen dat hij niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten. In dat geval is hij ertoe gehouden om de identiteit van de onmiskenbare bestuurder kenbaar te maken, behalve wanneer hij diefstal, fraude of overmacht kan bewijzen. De politierechtbank van de plaats waar de overtreding, bedoeld in het eerste lid, is gepleegd, is bevoegd.". Art. 24.Artikel 67ter van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 augustus 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/08/1996 pub. 24/07/1997 numac 1996015142 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Arabische Republiek Egypte tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, ondertekend te Kaïro op 3 januari 1991 type wet prom. 04/08/1996 pub. 21/10/1999 numac 1999015088 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993 type wet prom. 04/08/1996 pub. 08/06/2005 numac 2005015073 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993 sluiten, wordt vervangen als volgt : "Art. 67ter.Wanneer een overtreding van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten is begaan met een motorvoertuig, ingeschreven op naam van een rechtspersoon, en de bestuurder bij de vaststelling van de overtreding niet geïdentificeerd werd, zijn de rechtspersoon of de natuurlijke persoon die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigt, ertoe gehouden de identiteit van de onmiskenbare bestuurder op het ogenblik van de feiten mee te delen of, indien zij die niet kennen, de identiteit van de persoon die verantwoordelijk is voor het voertuig, behalve wanneer zij diefstal, fraude of overmacht kunnen bewijzen. De mededeling moet gebeuren binnen een termijn van vijftien dagen te rekenen vanaf de datum waarop de vraag om inlichtingen werd verstuurd. Indien de persoon die verantwoordelijk is voor voertuig niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten moet hij eveneens, op de wijze hierboven vermeld, de identiteit van de onmiskenbare bestuurder meedelen. De rechtspersoon of de natuurlijke persoon die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigt als houder van de kentekenplaat of als houder van het voertuig, zijn ertoe gehouden de nodige maatregelen te nemen om aan deze verplichting te voldoen. De politierechtbank van de plaats waar de overtreding werd gepleegd die aanleiding heeft gegeven tot de toepassing van dit artikel, is bevoegd. Wanneer de overtreding evenwel werd begaan met een motorvoertuig ingeschreven op naam van een rechtspersoon die de gebruikelijke bestuurder in de Kruispuntbank Voertuigen heeft laten registreren, wordt de gebruikelijke bestuurder gelijkgesteld met de houder van de kentekenplaat en is artikel 67bis van toepassing.". Art. 25.In artikel 68 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 18 juli 1990 en gewijzigd bij de wetten van 16 maart 1999 en 20 juli 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden "een jaar" worden vervangen door de woorden "twee jaar";2° de woorden "en 37bis, § 1, 1° en 4° tot 6° " worden vervangen door de woorden ", 37/1, § 4, 37bis, § 1, 1° en 4° tot 6°, en 48". TITEL 5. - Inwerkingtreding Art. 26.Deze wet treedt in werking op 15 februari 2018, met uitzondering van de artikelen 10, 14, 16 en 20, en artikel 25, 2°, die in werking treden op 1 juli 2018. Artikel 37/1, § 1, van de gecoördineerde wetten van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, zoals vervangen bij artikel 10, geldt enkel voor de feiten gepleegd na de inwerkingtreding ervan. Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Gegeven te Brussel, 6 maart 2018. FILIP Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, J. JAMBON De Minister van Justitie, K. GEENS De Minister van Mobiliteit, Fr. BELLOT Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, K. GEENS _______ Nota

(1)Parlementaire verwijzingen : Stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers : Doc 54-2868 (2017/2018) : - 001 : Wetsontwerp. - 002 : Amendement. - 003 : Verslag. - 004 : Tekst aangenomen door de commissie. - 005 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd. Integraal Verslag : 8 februari 2018.

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.