Wet tot wijziging van de bepalingen van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vastst
§ 6
.Eenzelfde beroep kan worden ingesteld indien de Bank geen uitspraak heeft gedaan binnen de bij het voormelde artikel vastgestelde termijnen. In dit laatste geval wordt het beroep behandeld als was de aanvraag verworpen; 26° /3 door de centrale effectenbewaarinstelling, tegen de beslissingen die de Bank heeft genomen krachtens artikel 23, lid 4 van Verordening 909/2014 en door de instelling die ondersteuning verleent aan een centrale effectenbewaarinstelling of door de depositobank, tegen de gelijkaardige beslissingen die de Bank heeft genomen krachtens artikel 36/26/1, §
§ 6
;26° /4 door de centrale effectenbewaarinstelling, tegen de beslissingen die de Bank heeft genomen krachtens de artikelen 20 en 57 van Verordening 909/2014 en door de instelling die ondersteuning verleent aan een centrale effectenbewaarinstelling of door de depositobank, tegen de gelijkaardige beslissingen die de Bank heeft genomen krachtens artikel 36/26/1, §
§ 6
.Het beroep schorst de beslissing en haar bekendmaking, tenzij de Bank, bij ernstig gevaar voor de cliënten of de financiële markten, haar beslissing uitvoerbaar heeft verklaard niettegenstaande elk beroep; 26° /5 door de centrale effectenbewaarinstelling, tegen de beslissingen die de Bank heeft genomen krachtens artikel 36/30/1, § 2, 3° tot 6°, en door de instelling die ondersteuning verleent aan een centrale effectenbewaarinstelling of door de depositobank, tegen de gelijkaardige beslissingen die de Bank heeft genomen krachtens artikel 36/26/1, §
§ 6
.Het beroep schorst de beslissing en haar bekendmaking, tenzij de Bank, bij ernstig gevaar voor de cliënten of de financiële markten, haar beslissing uitvoerbaar heeft verklaard niettegenstaande elk beroep."; 3° in de bepaling onder 35° worden de woorden "de artikelen 36/3, § 5, 36/19, vijfde lid en 36/30, § 1, tweede lid, 2° van deze wet" vervangen door de woorden "de artikelen 36/3, § 5, 36/19, vijfde lid, 36/30, § 1, tweede lid, 2°, en 36/30/1, § 2, 2°, van deze wet". HOOFDSTUK
- - Wijziging van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten Art. 3.In artikel 122, 44°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, worden de woorden ", centrale effectenbewaarinstelling, instelling die ondersteuning verleent aan een centrale effectenbewaarinstelling, depositobank, centrale tegenpartij" ingevoegd tussen de woorden "door de gereglementeerde onderneming" en de woorden "of verzekeringsonderneming". HOOFDSTUK
- - Inwerkingtreding Art. 4.Deze wet treedt in werking op de tiende dag na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van artikel 2, 1°, waarvan de datum van inwerkingtreding bepaald wordt door de Koning, en uiterlijk op 1 januari
- Kondigen deze wet af, bevelen dat zijn met's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Gegeven te Brussel, 5 september
- FILIP Van Koningswege : De Minister van Financiën, J. VAN OVERTVELDT Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, K. GEENS _______ Nota
(1)Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) Stukken : K 54-3178 Integraal verslag: 17 juli 2018.