(1)sluiten en gewijzigd bij de wet van 22 december 2008 en het koninklijk besluit van 5 februari 2014 en het samenwerkingsakkoord van 14 juli 2016, worden de woorden « voortvloeiend uit de toepassing van artikelen 212, zevende lid en 213, eerste lid, eerste zin, » vervangen door de woorden « voortvloeiend uit de toepassing van de artikelen 212, achtste lid, en 213, eerste lid, eerste zin, ». HOOFDSTUK
- - Bepalingen over de vrijstelling van de inkomsten uit een winstgevende activiteit in het kader van een studentenovereenkomst voor studenten die een alternerende opleiding volgen en die door een leerovereenkomst verbonden zijn Art. 4.In artikel 1 van het koninklijk besluit van 6 maart 1979Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 06/03/1979 pub. 02/02/2006 numac 2006000028 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot bepaling van de voorwaarden waaronder kinderbijslag wordt verleend ten behoeve van het kind dat verbonden is door een leerovereenkomst. - Duitse vertaling sluiten tot bepaling van de voorwaarden waaronder kinderbijslag wordt verleend ten behoeve van het kind dat verbonden is door een leerovereenkomst, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 7 januari 1980, 24 juni 1987, 15 maart 1995, 11 december 2001, 29 februari 2004 en 22 mei 2014 wordt het volgende lid tussen het tweede en het derde lid ingevoegd : « Voor de toepassing van het eerste lid, 2°, wordt geen rekening gehouden met de in juli, augustus en september via een studentenovereenkomst verdiende inkomsten uit een winstgevende activiteit van de kinderen die daartoe gemachtigd zijn overeenkomstig artikel 1, 2°, tweede zin, van het koninklijk besluit van 14 juli 1995 waarbij sommige categorieën studenten uit het toepassingsgebied van Titel VII van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten worden gesloten, tenzij het kind niet effectief de lessen hervat. ». Art. 5.Artikel 14 van het koninklijk besluit van 10 augustus 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/08/2005 pub. 19/08/2005 numac 2005022680 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden waaronder kinderbijslag wordt verleend ten behoeve van het kind dat onderwijs volgt of een vorming doorloopt type koninklijk besluit prom. 10/08/2005 pub. 09/12/2005 numac 2005012317 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 23 maart 2004, gesloten in het Paritair Comité voor het vermakelijkheidsbedrijf, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 december 2000 betreffende de oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid voor de podiumkunstensector van de Vlaamse Gemeenschap en tot vaststelling van zijn statuten, zoals gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 september 2001 sluiten tot vaststelling van de voorwaarden waaronder kinderbijslag wordt verleend ten behoeve van het kind dat onderwijs volgt of een vorming doorloopt, vervangen bij koninklijk besluit van 19 september 2008 en gewijzigd bij koninklijk besluit van 22 mei 2014, wordt met het volgende lid aangevuld : « Voor de toepassing van dit artikel wordt geen rekening gehouden met de in juli, augustus en september via een studentenovereenkomst verdiende inkomsten uit winstgevende activiteiten van de kinderen die daartoe gemachtigd zijn overeenkomstig artikel 1, 2°, tweede en derde zin, van het koninklijk besluit van 14 juli 1995 waarbij sommige categorieën studenten uit het toepassingsgebied van Titel VII van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten worden gesloten, behalve wat betreft de in artikelen 7 en 12 bedoelde kinderen. ». HOOFDSTUK
- - Inwerkingtreding van het samenwerkingsakkoord Art. 6.De inwerkingtreding van de bepalingen van dit samenwerkingsakkoord wordt als volgt vastgelegd : 1° met betrekking tot hoofdstuk 1 treden artikelen 1 tot 3 op 1 januari 2018 in werking ;2° met betrekking tot hoofdstuk 2 hebben artikelen 4 en 5 op 1 juli 2017 uitwerking. Art. 7.Dit samenwerkingsakkoord heeft uitwerking na goedkeuring door de respectievelijke bevoegde wetgevers, met ingang van de dag waarop de laatste goedkeuring in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Art. 8.Dit samenwerkingsakkoord heeft niet tot gevolg dat de wijzigingen die het aan de regelgevende teksten aanbrengt de aard van die teksten wijzigen. Getekend te Brussel, op 29 december 2017, in één origineel exemplaar in het Nederlands, het Frans en het Duits, dat zal worden gedeponeerd bij de Centrale Secretarie van het Overlegcomité dat zal instaan voor de eensluidend verklaarde afschriften en de publicatie in het Belgisch Staatsblad. De Minister-President van de Vlaamse Regering, G. BOURGEOIS De Vlaams Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, J. VANDEURZEN De Minister-President van de Waalse Regering, W. BORSUS De Waals Minister van Sociale Actie, Gezondheid, Gelijke Kansen, Ambtenarenzaken en Administratieve Vereenvoudiging, A. GREOLI De Minister-President van de Duitstalige Gemeenschap, O. PAASCH De Minister van de Duitstalige Gemeenschap van Gezin, Gezondheid en Sociale Aangelegenheden, A. ANTONIADIS De Voorzitter van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, R. VERVOORT Het Lid van het Verenigd College, bevoegd voor het beleid inzake Bijstand aan personen, het Gezinsbeleid en de Filmkeuring, C. FREMAULT Het Lid van het Verenigd College, bevoegd voor het beleid inzake Bijstand aan personen, het Gezinsbeleid en de Filmkeuring, P. SMET