23 NOVEMBER 2018. - Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor sommige voorzieningen voor personen met een handicap en tot wijziging van artikel 16 van het besluit van de Vlaamse regering van 8 juni 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 08/06/1999 pub. 10/09/1999 numac 1999036088 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden sluiten houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, artikel 6, § 1, artikel 10, gewijzigd bij de decreten van 16 maart 1999 en 12 februari 2010, en artikel 13, gewijzigd bij het decreet van 16 maart 1999; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 8 juni 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 08/06/1999 pub. 10/09/1999 numac 1999036088 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden sluiten houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juni 2009Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 19/06/2009 pub. 03/09/2009 numac 2009203684 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de voorzieningen voor personen met een handicap sluiten tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de voorzieningen voor personen met een handicap; Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 19 juli 2018; Gelet op advies 64.061/3 van de Raad van State, gegeven op 8 oktober 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin; Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Definities, toepassingsgebied en algemene bepaling Artikel 1.§ 1. In dit besluit wordt verstaan onder: 1° centrum voor ontwikkelingsstoornissen: een erkende dienst als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juni 1998Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 16/06/1998 pub. 03/10/1998 numac 1998036066 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot regeling van de erkenning en de subsidiëring van de centra voor ontwikkelingsstoornissen sluiten tot regeling van de erkenning en de subsidiëring van de centra voor ontwikkelingsstoornissen;2° dienst voor zelfstandig wonen: een dienst voor personen met een fysieke handicap die nu vergund is conform het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 houdende het vergunnen van aanbieders van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor personen met een handicap en die tot en met 31 december 2015 erkend was door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende de vaststelling van de erkenningsvoorwaarden, de werkings- en subsidiëringsmodaliteiten voor diensten voor zelfstandig wonen van gehandicapte personen zoals bedoeld in artikel 3, § 1bis, van het koninklijk besluit nr.81 van 10 november 1967 tot instelling van een Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten; 3° gebruiker: de persoon met een handicap die gebruikmaakt van de ondersteuning door een voorziening voor personen met een handicap;4° internaat voor minderjarigen: een voorziening die nu erkend is als een multifunctioneel centrum als vermeld in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 05/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036103 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds sluiten0 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap en die tot en met 31 december 2015 erkend was door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, en die onder het internaatstelsel zorgt voor huisvesting, onderhoud, behandeling en opvoeding van de personen met een handicap die jonger zijn dan 21 jaar, vermeld in het koninklijk besluit van 23 december 1970 tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden van de residentiële en semiresidentiële voorzieningen voor personen met een handicap;5° multifunctioneel centrum: een multifunctioneel centrum voor minderjarige personen met een handicap als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 05/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036103 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds sluiten0 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap;6° oriëntatie- en behandelingscentrum: een centrum voor observatie, oriëntering en medische, psychologische en pedagogische begeleiding van minderjarige personen met een handicap dat nu erkend is als een multifunctioneel centrum met ondersteuningsfunctie diagnostiek als vermeld in artikel 10, § 6, van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 05/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036103 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds sluiten0 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap, en dat tot en met 31 december 2015 erkend was door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap als vermeld in het koninklijk besluit van 12 december 1975 tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning van de centra voor observatie, oriëntering en medische, psychologische en pedagogische behandeling voor gehandicapten, evenals van de te volgen bijzondere regels voor de vaststelling van de toelagen per dag, toegekend voor het onderhoud, de opvoeding en de behandeling van de gehandicapten die er geplaatst zijn ten laste van de openbare besturen;7° revalidatiecentrum: een door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap erkend extramuraal centrum of erkende extramurale dienst voor de functionele revalidatie van personen met een handicap als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 1996Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 17/12/1996 pub. 21/07/1999 numac 1999035914 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van de voorwaarden van subsidieverlening aan het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen sluiten tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden en -modaliteiten van de centra of diensten voor revalidatie;8° semi-internaat: een voorziening die nu erkend is als een multifunctioneel centrum als vermeld in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 05/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036103 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds sluiten0 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap, en die tot en met 31 december 2015 erkend was door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, die onder het semi-internaatstelsel zorgt voor huisvesting, onderhoud, behandeling en opvoeding van de personen met een handicap die jonger zijn dan 21 jaar en die niet schoolgaand zijn, alsook een voorziening die over geen andere erkenning beschikt dan die van semi-internaat voor schoolgaanden als vermeld in het koninklijk besluit van 23 december 1970 tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden van de residentiële en semi-residentiële voorzieningen voor personen met een handicap;9° subsidiabele oppervlakte: de som van de per bouwlaag berekende nuttige vloeroppervlakte, buitenmuren inbegrepen, die in aanmerking wordt genomen voor subsidiëring;10° tehuis van kort verblijf: een voorziening voor kortverblijf die nu voor minderjarigen erkend is als een multifunctioneel centrum als vermeld in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 05/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036103 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds sluiten0 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap, en die tot en met 31 december 2015 erkend was door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap als vermeld in het koninklijk besluit van 25 januari 1971 tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning van tehuizen van kort verblijf ten behoeve van gehandicapten;11° Toegankelijk Vlaanderen: het agentschap, vermeld in het decreet van 28 maart 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 28/03/2014 pub. 01/04/2014 numac 2014035362 bron vlaamse overheid Decreet houdende machtiging tot oprichting van het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Toegankelijk Vlaanderen in de vorm van een private stichting sluiten houdende machtiging tot oprichting van het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Toegankelijk Vlaanderen in de vorm van een private stichting;12° unit voor geïnterneerden: een voorziening die ondersteuning biedt aan geïnterneerde personen met een handicap als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 24 november 2017 over de erkenning en subsidiëring van voorzieningen die ondersteuning bieden aan personen met een handicap in de gevangenis, en van units voor geïnterneerden;13° units voor observatie, diagnose en behandeling: observatie-, diagnose- en behandelingsunits voor meerderjarige personen met een handicap als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 05/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036103 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds sluiten2 over de erkenning en subsidiëring van observatie-, diagnose- en behandelingsunits;14° vergunde zorgaanbieder: een aanbieder van niet rechtstreeks toegankelijke zorg of ondersteuning als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 houdende het vergunnen van aanbieders van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor personen met een handicap;15° Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap: het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, vermeld in het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/05/2004 pub. 11/06/2004 numac 2004035909 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap sluiten tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. § 2. Dit besluit is van toepassing op de volgende voorzieningen voor personen met een handicap: 1° centra voor ontwikkelingsstoornissen;2° internaten voor minderjarigen;3° oriëntatie- en behandelingscentra;4° revalidatiecentra;5° semi-internaten;6° tehuizen van kort verblijf;7° units voor geïnterneerden;8° units voor observatie, diagnose en behandeling. Dit besluit is niet van toepassing op voorzieningen die onder het toepassingsgebied vallen van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juni 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 05/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002036103 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds sluiten1 tot regeling van het infrastructuurforfait binnen de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden. § 3. Als in uitvoering van dit besluit staatssteun in de zin van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie wordt verleend, wordt die staatssteun toegekend met inachtneming van het besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen. HOOFDSTUK 2. - Bouwtechnische en bouwfysische normen Afdeling 1. - Algemene bouwtechnische en bouwfysische normen Art. 2.De algemene bouwtechnische en bouwfysische normen waaraan de infrastructuur van de voorzieningen voor personen met een handicap moet voldoen om voor een investeringssubsidie in aanmerking te komen, zijn: 1° de regelgeving over de brandveiligheid;2° de regelgeving over de toegang van personen met een handicap tot gebouwen die toegankelijk zijn voor het publiek;3° de regelgeving over de eisen en handhavingsmaatregelen op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat voor gebouwen en tot invoering van een energieprestatiecertificaat;4° de regelgeving over ruimtelijke ordening en milieu;5° als dat van toepassing is, de regelgeving over de integratie van kunstwerken in gebouwen van openbare diensten en daarmee gelijkgestelde diensten en van door de overheid gesubsidieerde inrichtingen, verenigingen en instellingen die tot de Vlaamse Gemeenschap behoren. Afdeling 2. - Specifieke bouwtechnische en bouwfysische normen voor de centra voor ontwikkelingsstoornissen en de revalidatiecentra Art. 3.§ 1. De infrastructuur van de centra voor ontwikkelingsstoornissen en de revalidatiecentra moet voldoen aan de specifieke bouwtechnische en bouwfysische normen, vermeld in paragraaf 2 tot en met 5, om voor een investeringssubsidie in aanmerking te komen. § 2. Algemeen gelden voor de infrastructuur de volgende normen: 1° de ligging en het concept van het gebouw zijn aangepast aan de behoeften en de mogelijkheden van de doelgroep;2° de inrichting en uitrusting van het gebouw en de omgeving houden rekening met de leeftijd en de specifieke behoeften van de doelgroep. Het ontwerp en de uitvoering van de sanitaire installaties, de leuningen aan trappen en de inrichting van binnen- en buitenruimten houden daar voldoende rekening mee; 3° het gebouw is zo geconcipieerd dat er voldoende zicht is op het binnenkomen en het verlaten van het gebouw;4° het gebouw is vlot bereikbaar met het openbaar vervoer;5° er is voldoende parkeergelegenheid die rekening houdt met de behoeften van de gebruikers.Er is de mogelijkheid om personen dicht bij de ingang af te zetten of op te halen als dat noodzakelijk is; 6° de infrastructuur laat toe dat de privacy van elke gebruiker gewaarborgd is en dat het altijd mogelijk is om de gepaste zorg te bieden en hulp te verlenen;7° de infrastructuur laat toe dat de veiligheid gewaarborgd is;8° de gebouwen en de lokalen worden regelmatig onderhouden en volgens het goedehuisvaderprincipe beheerd;9° de infrastructuur en de omgeving die toegankelijk is voor gebruikers en bezoekers, is integraal toegankelijk.De integrale toegankelijkheid wordt gegarandeerd door bij het ontwerp en de uitvoering ervan rekening te houden met het advies van Toegankelijk Vlaanderen. Op verzoek van de aanvrager kan het Fonds een afwijking toestaan van de norm, vermeld in het eerste lid, 4°. § 3. Voor de specifieke ruimtes van de infrastructuur gelden de volgende normen: 1° minstens 75% van de netto-oppervlakte van de functionele ruimten is ingericht voor therapie of diagnosestelling.De circulatieruimten, algemene bergingen en technische ruimten behoren niet tot de functionele ruimten; 2° er zijn voldoende medewerkerslokalen.Elke voorziening beschikt minimaal over een lokaal waar medewerkers met elkaar kunnen overleggen; 3° er zijn voldoende sanitaire installaties voor bezoekers en personeel;4° er is een verzorgingsruimte of -zone in het sanitair;5° er is voldoende bergruimte. § 4. Voor de circulatie van de infrastructuur gelden de volgende normen: 1° elk gebouw met twee of meer bouwlagen die toegankelijk zijn voor de gebruikers, beschikt over een aangepaste lift;2° in alle ruimten die voor de gebruikers toegankelijk zijn, worden niveauverschillen, zoals treden, trappen en andere hindernissen, vermeden;3° het gebouw is zo geconcipieerd dat een vlotte en veilige circulatie mogelijk is;4° de deuropeningen zijn voldoende breed en hoog. Op verzoek van de aanvrager kan het Fonds bij een verbouwing een afwijking toestaan van de norm, vermeld in het eerste lid, 1°. § 5. Voor het gebruikerscomfort van de infrastructuur gelden de volgende normen: 1° aan de trappen zijn leuningen aangebracht;2° in alle lokalen zijn de verwarming, ventilatie en verlichting aangepast aan de bestemming van het lokaal;3° in alle verblijfsruimten, met uitzondering van het sanitair, zijn opengaande raamdelen aanwezig.Er wordt voor de bediening ervan rekening gehouden met de veiligheid van de bewoners; 4° in verblijfsruimten is de CO2-concentratie maximaal 1200 ppm;5° ruimten voor gebruikers worden zo veel mogelijk met daglicht verlicht.In de verblijfsruimten waar in een raam moet worden voorzien, bedraagt het raamoppervlak ten minste een zesde van de nettovloeroppervlakte; 6° de verlichting houdt rekening met de veiligheid en de behoeften van de gebruikers.In de verblijfsruimten is er een basisverlichting, aangevuld met aangepaste accentverlichting. In alle verblijfsruimten zijn daarvoor voldoende aansluitingen geïnstalleerd; 7° in alle verblijfsruimten waar in een raam voorzien moet worden, begint het glasoppervlak van het raam op maximaal 85 cm hoogte, gemeten vanaf het vloeroppervlak.Er is zittend altijd een ongehinderd zicht naar buiten mogelijk; 8° de inkijk van buitenaf kan worden beperkt als de gebruiker dat wil;9° er is een centraal verwarmingssysteem.Verwarmingssystemen met open vuur zijn verboden; 10° in alle verblijfsruimten kan de temperatuur overdag minstens 20 ° C bedragen;11° alle nuttige maatregelen worden genomen om in alle verblijfsruimten en in normale meteorologische omstandigheden ervoor te zorgen dat de temperatuur nooit hoger dan 27 ° C is;12° de binnentemperatuur is regelbaar per verblijfsruimte, al dan niet via een centraal gebouwbeheersysteem;13° aangepaste zonnewering, waarbij het zicht naar buiten zo weinig mogelijk gehinderd wordt, wordt aangebracht waar dat nodig is. Zonnewering wordt als aangepast beschouwd als het zicht op de buitenwereld niet wordt verstoord, oververhitting van de bewoners wordt vermeden en verblinding van bewoners door direct zonlicht wordt vermeden; 14° het akoestische comfort wordt gegarandeerd in alle verblijfsruimten;15° de minimale verdiepingshoogte is 2,50 meter (vloer tot afgewerkt plafond);16° de signalisatie is aangepast aan de doelgroep. Afdeling 3. Specifieke bouwtechnische en bouwfysische normen voor de internaten voor minderjarigen, de oriëntatie- en behandelingscentra, de semi-internaten, de tehuizen van kort verblijf, de units voor geïnterneerden en de units voor observatie, diagnose en behandeling Onderafdeling 1. - Gemeenschappelijke normen Art. 4.De infrastructuur van de internaten voor minderjarigen, de oriëntatie- en behandelingscentra, de semi-internaten, de tehuizen van kort verblijf, de units voor geïnterneerden en de units voor observatie, diagnose en behandeling moet voldoen aan de specifieke bouwtechnische en bouwfysische normen, vermeld in artikel 5 tot en met artikel 14, om voor een investeringssubsidie in aanmerking te komen. Art. 5.Algemeen gelden voor de infrastructuur de volgende normen: 1° de ligging en het concept van het gebouw zijn aangepast aan de behoeften en de mogelijkheden van de doelgroep;2° de inrichting en de uitrusting van het gebouw en de omgeving houden rekening met de leeftijd en de specifieke behoeften van de doelgroep. Het ontwerp en de uitvoering van de sanitaire installaties, de leuningen aan trappen en de inrichting van binnen- en buitenruimten houden daar voldoende rekening mee; 3° het gebouw is zo geconcipieerd dat er voldoende zicht is op de personen die het gebouw binnenkomen en verlaten;4° het gebouw is vlot bereikbaar met het openbaar vervoer;5° er is voldoende parkeergelegenheid die rekening houdt met de behoeften van de gebruikers.Personen kunnen dicht bij de ingang afgezet of opgehaald worden als dat noodzakelijk is; 6° de infrastructuur laat toe dat de privacy van elke gebruiker gewaarborgd is en dat het altijd mogelijk is om de gepaste zorg te bieden en hulp te verlenen;7° de infrastructuur laat toe om de veiligheid te waarborgen;8° de gebouwen en de lokalen worden regelmatig onderhouden en volgens het goede huisvaderprincipe beheerd;9° de infrastructuur en de omgeving die toegankelijk is voor gebruikers en bezoekers, is integraal toegankelijk.De integrale toegankelijkheid wordt gegarandeerd door bij het ontwerp en de uitvoering ervan rekening te houden met het advies van Toegankelijk Vlaanderen. Op verzoek van de aanvrager kan het Fonds een afwijking toestaan van de norm, vermeld in het eerste lid, 4°. Art. 6.Voor de specifieke ruimten van de infrastructuur gelden de volgende normen: 1° elke woon- of leefgroep heeft een eigen keukenfaciliteit ter beschikking die erop afgestemd is om catering te organiseren;2° er is voldoende collectieve en individuele bergruimte, ook om mogelijke hulpmiddelen op te bergen en op te laden;3° er is voldoende ruimte om dagbestedingsactiviteiten te organiseren, zodat een variatie in het aanbod mogelijk is;4° er is voldoende aangepaste ruimte voor therapie zodat adequate ondersteuning mogelijk is;5° er is een ruimte waar bewoners, hun netwerk en hun begeleiders elkaar in alle privacy kunnen ontmoeten;6° er zijn voldoende medewerkerslokalen.Elke voorziening beschikt minimaal over een lokaal waar medewerkers met elkaar kunnen overleggen; 7° als voorzien wordt in een ruimte voor tijdelijke afzondering, wordt rekening gehouden met de doelgroep voor wie ze is bestemd, de frequentie waarmee ze gebruikt wordt en de gemiddelde duur van de tijdelijke afzondering. De ruimte, vermeld in het eerste lid, 7°, moet bovendien beantwoorden aan al de volgende normen: 1° de ruimte bevindt zich op een plaats die vlot bereikbaar is, vlot toezicht mogelijk maakt en maximale privacy biedt;2° de ruimte is goed toegankelijk en heeft een netto-oppervlakte van ten minste 9 m2 en heeft bijbehorende sanitaire voorzieningen;3° de ruimte is uitgerust met een adequaat toezicht- en oproepsysteem en een aangepaste tijdaanduiding;4° er is natuurlijke lichtinval;5° de afwerking en inrichting houden rekening met de veiligheid en het comfort van de gebruikers en het personeel;6° de materialen zijn robuust en onderhoudsvriendelijk;7° de verlichting is afgestemd op het geplande gebruik;8° de ruimte wordt zodanig geconcipieerd dat geur- en geluidsoverlast minimaal zijn;9° de deur kan naar buiten opendraaien. Op verzoek van de aanvrager kan het Fonds een afwijking toestaan van de normen, vermeld in het eerste lid, 7°, en in het tweede lid. Art. 7.Voor de circulatie in de infrastructuur gelden de volgende normen: 1° elk gebouw met twee of meer bouwlagen die toegankelijk zijn voor de gebruikers, beschikt over een aangepaste lift;2° in alle ruimten die voor de gebruikers toegankelijk zijn, worden niveauverschillen, zoals treden, trappen en andere hindernissen, vermeden;3° het gebouw is zo geconcipieerd dat een vlotte en veilige circulatie mogelijk is;4° de deuropeningen zijn voldoende breed en hoog zijn. Op verzoek van de aanvrager kan het Fonds bij een verbouwing een afwijking toestaan van de norm, vermeld in het eerste lid, 1°. Art. 8.Voor de buitenruimte van de infrastructuur gelden de volgende normen: 1° aan de leefruimte is er een gemeenschappelijke buitenruimte die drempelloos toegankelijk is;2° per gebruiker is er een oppervlakte van 3 m2 beschikbaar als buitenruimte voor gebruikers, bezoekers en personeel;3° er is een beschutte fietsenstalling voor gebruikers, bezoekers en personeel beschikbaar. Art. 9.Voor de uitrusting en inrichting van de infrastructuur gelden al de volgende normen: 1° het gebouw wordt zodanig uitgerust dat een aangepast toezichtsysteem kan worden geïnstalleerd als dat noodzakelijk is.Het toezichtsysteem houdt altijd rekening met de privacy van de gebruiker; 2° het gebouw wordt zodanig uitgerust dat er een aangepast en gebruiksvriendelijk oproepsysteem kan worden geïnstalleerd als dat noodzakelijk is;3° als het voor de doelgroep aangewezen is, is in het sanitair een permanent oproepsysteem aanwezig;4° in elk gebouw is het nodige aangepaste meubilair aanwezig zodat gebruikers op een comfortabele manier kunnen eten, rusten, slapen en deelnemen aan activiteiten;5° in de verblijfsruimten is het gebruik van een tillift, plafondlift of van andere uitrusting en materialen die noodzakelijk zijn voor de zorg en de ondersteuning van de gebruiker, altijd mogelijk. Art. 10.Voor het gebruikerscomfort van de infrastructuur gelden al de volgende normen: 1° aan de trappen zijn leuningen aangebracht;2° in alle lokalen zijn de verwarming, ventilatie en verlichting aangepast aan de bestemming van het lokaal;3° in alle verblijfsruimten, met uitzondering van het sanitair, zijn opengaande raamdelen aanwezig.Er wordt voor de bediening ervan rekening gehouden met de veiligheid van de bewoners; 4° in verblijfsruimten is de CO2-concentratie maximaal 1200 ppm;5° ruimten voor gebruikers worden zo veel mogelijk met daglicht verlicht.In de verblijfsruimten waar een raam moet worden voorzien, bedraagt het raamoppervlak ten minste een zesde van de nettovloeroppervlakte; 6° de verlichting houdt rekening met de veiligheid en de behoeften van de gebruikers.'s Nachts zijn de kamers en gangen zodanig verlicht dat de gebruikers zich veilig kunnen verplaatsen. In de verblijfsruimten is er een basisverlichting, aangevuld met aangepaste accentverlichting. In alle verblijfsruimten zijn daarvoor voldoende aansluitingen geïnstalleerd; 7° in alle verblijfsruimten waar in een raam moet worden voorzien, begint het glasoppervlak van het raam op maximaal 85 cm hoogte, gemeten vanaf het vloeroppervlak.Er is zittend altijd een ongehinderd zicht naar buiten mogelijk; 8° de inkijk van buitenaf kan worden beperkt als de gebruiker dat wil;9° er is een centraal verwarmingssysteem.Verwarmingssystemen met open vuur zijn verboden; 10° in alle verblijfsruimten kan de temperatuur overdag minstens 22 ° C bedragen;11° alle nuttige maatregelen worden genomen om in alle verblijfsruimten en in normale meteorologische omstandigheden ervoor te zorgen dat de temperatuur nooit hoger dan 27 ° C is;12° de binnentemperatuur is regelbaar per verblijfsruimte, al dan niet via een centraal gebouwbeheersysteem;13° aangepaste zonnewering, waarbij het zicht naar buiten zo weinig mogelijk gehinderd wordt, wordt aangebracht waar dat nodig is. Zonnewering wordt als aangepast beschouwd als het zicht op de buitenwereld niet wordt verstoord, oververhitting van de bewoners wordt vermeden en verblinding van bewoners door direct zonlicht wordt vermeden; 14° het akoestische comfort wordt gegarandeerd in alle verblijfsruimten;15° de minimale verdiepingshoogte is 2,50 m (vloer tot afgewerkt plafond);16° de signalisatie is aangepast aan de doelgroep. Art. 11.Als personen met een spraak- of gehoorstoornis tot de doelgroep behoren, gelden aanvullend de volgende normen voor de infrastructuur: 1° speciale maatregelen worden genomen om de voortplanting van trillingen en lagefrequentiegolven te vermijden;2° de gemeenschappelijke ruimten zijn uitgerust met gehoorondersteuning. Art. 12.Als personen met een visuele beperking tot de doelgroep behoren, gelden aanvullend de volgende normen voor de infrastructuur: 1° bij de bouw en de inrichting worden speciale maatregelen genomen om al te hel of verblindend licht te vermijden;2° bij de bouw en de inrichting worden speciale maatregelen genomen om een contrastrijke omgeving te realiseren. Art. 13.Als personen met een motorische beperking tot de doelgroep behoren, gelden aanvullend de volgende normen voor de infrastructuur: 1° bij gebruik van elektrische rolwagens: de verblijfs- en circulatieruimten hebben voldoende ruime afmetingen;2° er zijn leuningen aan beide kanten van de gangen;3° in het sanitair is altijd een permanent oproepsysteem aanwezig;4° de deuren kunnen worden uitgerust met een automatische deuropener. Als dat nodig is voor de doelgroep, worden automatische deuropeners geïnstalleerd. Art. 14.Als personen met ernstige gedragsproblemen of geïnterneerden tot de doelgroep behoren, gelden aanvullend de volgende normen voor de infrastructuur: 1° de gemeenschappelijke eet- en zitruimte kan worden ingedeeld in individuele prikkelarme hoeken.Als dat nodig is voor de doelgroep, is de gemeenschappelijke eet- en zitruimte ingedeeld in individuele prikkelarme hoeken; 2° de buitenruimte kan worden gecompartimenteerd.Als dat nodig is voor de doelgroep, is de buitenruimte gecompartimenteerd; 3° het gebouw is zo ingericht dat er altijd toezicht mogelijk is op de verblijfsruimten.Daarvoor wordt oordeelkundig gebruikgemaakt van veiligheidsglas; 4° een ruimte voor personeel is beschikbaar nabij de gemeenschappelijke leefruimte.Vanuit die ruimte voor personeel is altijd visueel toezicht mogelijk op de gemeenschappelijke leefruimte; 5° de uitrusting en inrichting van het gebouw zijn robuust en vandalismebestendig, en houden rekening met de veiligheid van gebruikers en personeel;6° ramen en toegangen kunnen beveiligd worden;7° er worden bijkomende akoestische maatregelen genomen tussen de kamers onderling, tussen kamers en leefruimten, en naar de gangen toe;8° de deuren van de kamers kunnen naar buiten opendraaien. Onderafdeling 2. - Bijkomende normen voor woonopvang of residentiële opvang Art. 15.De infrastructuur van de internaten voor minderjarigen, de oriëntatie- en behandelingscentra, de tehuizen van kort verblijf, de units voor geïnterneerden en de units voor observatie, diagnose en behandeling moet voldoen aan de specifieke bouwtechnische en bouwfysische normen betreffende de verblijfsfunctie, vermeld in artikel 16 tot en met artikel 19, om voor een investeringssubsidie in aanmerking te komen. Art. 16.Algemeen gelden voor de infrastructuur de volgende normen: 1° de woonprojecten zijn inclusief en kleinschalig opgezet;2° de autonomie van de verschillende woonentiteiten wordt benadrukt;3° in de woonprojecten worden de principes van de scheiding van wonen en school, werkgelegenheid of dagbesteding zo veel mogelijk toegepast;4° school-, werkgelegenheids- of dagbestedingslocaties zijn goed bereikbaar vanaf de woonprojecten. Op verzoek van de aanvrager kan het Fonds een afwijking toestaan van de normen, vermeld in het eerste lid. Art. 17.§ 1. Voor de kamers en het sanitair van de infrastructuur van de internaten voor minderjarigen, de oriëntatie- en behandelingscentra en de tehuizen van kort verblijf gelden de volgende normen: 1° de totale netto-oppervlakte van de verblijfsruimten bedraagt minimaal 30 m2 per bewoner.Die oppervlakte omvat de kamer van de bewoner, inclusief de individuele sanitaire cel, de gemeenschappelijke zit- en eetruimten en de gemeenschappelijke sanitaire ruimten voor bewoners; 2° alle kamers zijn eenpersoonskamers, eventueel koppelbaar;3° een eenpersoonskamer heeft een nettovloeroppervlakte van ten minste 12 m2, sanitair niet inbegrepen;4° elke eenpersoonskamer beschikt over een aparte, ingerichte sanitaire cel, aangepast aan de behoeften van een rolstoelgebruiker met minstens een toilet of een douche, een wastafel en bijbehorende opbergruimte;5° alle kamers zijn integraal toegankelijk, inclusief het individuele sanitair;6° de gebruiker kan de deur van de kamer afsluiten;7° het sanitair in de kamers kan worden beveiligd als dat noodzakelijk is;8° de inrichting van de kamer laat de nodige flexibiliteit toe om het meubilair te plaatsen, zolang de zorg- en dienstverlening en de veiligheid niet in het gedrang komen;9° de verblijfsruimten vormen een aaneensluitend geheel of zijn via binnenruimten bereikbaar. Op verzoek van de aanvrager kan het Fonds bij een verbouwing een afwijking toestaan van de norm, vermeld in het eerste lid, 3°. Op verzoek van de aanvrager kan het Fonds een afwijking toestaan van de normen, vermeld in het eerste lid, 4° en 5°. Als een afwijking wordt toegestaan van het eerste lid, 5°, moet altijd minstens 25% van de kamers met het bijbehorende sanitair daaraan voldoen. Als een afwijking wordt toegestaan van het eerste lid, 4°, moet er altijd een mogelijkheid bestaan om een individuele wastafel met warm en koud water te installeren op de kamer. § 2. Voor de kamers en het sanitair van de infrastructuur van de units voor geïnterneerden en de units voor observatie, diagnose en behandeling gelden de volgende normen: 1° de totale netto-oppervlakte van de verblijfsruimten bedraagt minimaal 30 m2 per bewoner.Die oppervlakte omvat de kamer van de bewoner, inclusief de individuele sanitaire cel, de gemeenschappelijke zit- en eetruimten en de gemeenschappelijke sanitaire ruimten voor bewoners; 2° de verblijfsruimten vormen een aaneensluitend geheel of zijn via binnenruimten bereikbaar;3° alle kamers zijn eenpersoonskamers, eventueel koppelbaar;4° een eenpersoonskamer heeft een nettovloeroppervlakte van ten minste 16 m2, sanitair niet inbegrepen;5° elke eenpersoonskamer beschikt over een aparte, ingerichte sanitaire cel, aangepast aan de behoeften van een rolstoelgebruiker met minstens een toilet, een douche, een wastafel en bijbehorende opbergruimte;6° alle kamers zijn integraal toegankelijk, inclusief het individuele sanitair;7° de gebruiker kan de deur van de kamer afsluiten;8° het sanitair in de kamers kan worden beveiligd als dat noodzakelijk is;9° de inrichting van de kamer laat de nodige flexibiliteit toe om het meubilair te plaatsen, zolang de zorg- en dienstverlening en de veiligheid niet in het gedrang komen. Op verzoek van de aanvrager kan het Fonds een afwijking toestaan van de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 4° en 5°. Een kamer heeft altijd een nettovloeroppervlakte van ten minste 12 m2, sanitair niet inbegrepen. Er bestaat altijd een mogelijkheid om de kamer te voorzien van een individuele wastafel met warm en koud stromend water. Art. 18.Voor het gemeenschappelijke sanitair van de infrastructuur gelden de volgende normen: 1° het sanitair is aangepast aan de behoeften van de doelgroep;2° eventuele badruimten zijn oordeelkundig gesitueerd in de buurt van de kamers.De badruimten sluiten niet aan op de keuken; 3° in de nabijheid van de kamers en van de gemeenschappelijke zit- en eetruimten is voldoende sanitair.Dat omvat ten minste:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.