2 DECEMBER 2018. - Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene structuur van het Ministerie van Landsverdediging en tot vaststelling van de bevoegdheden van bepaalde autoriteiten FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de Grondwet, artikelen 37 en 167, § 1, tweede lid; Gelet op de wet van 23 december 1955 betreffende de hulpofficieren van de luchtmacht, piloten en navigatoren, artikel 4bis, tweede lid, ingevoegd bij de wet van 20 mei 1994 en gewijzigd bij de wetten van 16 juli 2005 en 21 november 2016; Gelet op de wet van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken, artikel 43, § 3, gewijzigd bij de wetten van 10 april 1995, 19 oktober 1998, 27 december 2004, 20 juli 2005 en 4 april 2006; Gelet op de wet van 16 maart 1994 betreffende het statuut en de bezoldiging van het onderwijzend personeel van de Koninklijke Militaire School, artikel 3, § 5, vervangen bij de wet van 27 maart 2003; Gelet op de wet van 20 mei 1994 inzake de rechtstoestanden van het personeel van Defensie, de artikelen 90, §§ 2, vervangen bij de wet van 22 maart 2001 en 3, vervangen bij de wet van 22 maart 2001 en gewijzigd bij de wetten van 5 maart 2006 en 27 december 2006, 96, § 5, en 97, § 1, eerste en tweede lid, vervangen bij de wet van 27 maart 2003; Gelet op de wet van 28 februari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/02/2007 pub. 10/04/2007 numac 2007007077 bron ministerie van landsverdediging Wet tot vaststelling van het statuut van de militairen van het actief kader van de Krijgsmacht sluiten tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de Krijgsmacht, artikel 66, § 1, tweede lid, gewijzigd bij de wet van 31 juli 2013; Gelet op het koninklijk besluit van 9 maart 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/02/2007 pub. 10/04/2007 numac 2007007077 bron ministerie van landsverdediging Wet tot vaststelling van het statuut van de militairen van het actief kader van de Krijgsmacht sluiten0 betreffende de burgerlijke aansprakelijkheid van en de rechtshulp aan militairen en de vergoeding van de door hen opgelopen schade; Gelet op het koninklijk besluit van 28 juli 1995 betreffende de beoordelingsprocedure voor de militairen van het actief kader en van het reservekader; Gelet op het koninklijk besluit van 25 april 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/04/2004 pub. 30/04/2004 numac 2004007085 bron ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit betreffende het statuut en de medische geschiktheid van de militaire luchtverkeersleiders sluiten betreffende het statuut van de militaire luchtverkeersleiders en de medische geschiktheid van de militaire luchtverkeersleiders en luchtgevechtleiders; Gelet op het koninklijk besluit van 17 september 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 17/09/2005 pub. 30/11/2005 numac 2005007251 bron ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit betreffende de geschiktheid voor luchtdienst sluiten betreffende de geschiktheid voor luchtdienst; Gelet op het koninklijk besluit van 23 november 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/11/2005 pub. 09/12/2005 numac 2005007307 bron ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit tot bepaling van het tuchtreglement van het onderwijzend burgerpersoneel van de Koninklijke Militaire School en tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 augustus 1998 tot vaststelling van het statuut van de burgerlijke repetitors bij de Koninklijke Militaire School sluiten tot bepaling van het tuchtreglement van het onderwijzend burgerpersoneel van de Koninklijke Militaire School en tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 augustus 1998 tot vaststelling van het statuut van de burgerlijke repetitors bij de Koninklijke Militaire School; Gelet op het koninklijk besluit van 3 december 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 03/12/2006 pub. 22/01/2007 numac 2006007350 bron ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit betreffende de biotheek van Defensie sluiten betreffende de biotheek van Defensie; Gelet op het koninklijk besluit van 6 juni 2017Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 06/06/2017 pub. 19/06/2017 numac 2017012587 bron ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit tot vaststelling van de taalkaders van het burgerpersoneel van de centrale diensten van het Ministerie van Landsverdediging sluiten tot vaststelling van de taalkaders van het burgerpersoneel van de centrale diensten van het Ministerie van Landsverdediging; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 6 november 2018; Op de voordracht van de Minister van Defensie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Algemene structuur Artikel 1.Het Ministerie van Landsverdediging bestaat uit de volgende organen en onderafdelingen: 1° het secretariaat van de minister en de cel Defensie;2° de hoge raad voor defensie;3° het administratief en technisch secretariaat;4° de defensiestaf;5° de strijdkrachten, bestaande uit: - de landcomponent; - de luchtcomponent; - de marinecomponent; - de medische component; 6° het inspectoraat-generaal;7° de directieraad;8° de diensten voor arbeids- en milieu-inspectie;9° het koninklijk hoger instituut voor Defensie. De organen en de onderafdelingen bedoeld in het eerste lid, 3° tot 6°, vormen de Krijgsmacht. De bepalingen betreffende de strategische cel bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 7 november 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/11/2000 pub. 18/11/2000 numac 2000002106 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit houdende oprichting en samenstelling van de organen die gemeenschappelijk zijn aan iedere federale overheidsdienst sluiten houdende inrichting en samenstelling van de organen die gemeenschappelijk zijn aan iedere federale overheidsdienst en de bepalingen betreffende de secretariaten bedoeld in artikel 8 van het koninklijk besluit van 19 juli 2001 betreffende de invulling van de beleidsorganen van de federale overheidsdiensten en betreffende de personeelsleden van de federale overheidsdiensten aangewezen om deel uit te maken van het kabinet van een lid van een regering of van een college van een gemeenschap of een gewest, zijn van toepassing op de organen bedoeld in het eerste lid, 1°. Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit moet verstaan worden onder: 1° "de minister": de minister van Defensie;2° "het departement": het Ministerie van Landsverdediging;3° "operaties": de opdrachten bedoeld in artikel 3, § 1, van de wet van 20 mei 1994 betreffende de perioden en de standen van de militairen van het reservekader alsook betreffende de aanwending en de paraatstelling van de Krijgsmacht. Art. 3.De organisatie en de bevoegdheden van het secretariaat van de minister, van de cel Defensie, van het administratief en technisch secretariaat, van de directieraad, van de diensten voor arbeids- en milieu-inspectie en van het koninklijk hoger instituut voor Defensie worden door de Koning bij bijzondere bepalingen vastgelegd. Art. 4.De hoge raad voor defensie is een raadgevend orgaan dat aan de minister advies verstrekt met betrekking tot de uitwerking van het beleid voor het departement, de coördinatie van de beleidsvorming tussen de verschillende stafdepartementen en algemene directies, de evaluatie van het gevoerd beleid, de algemene structuur van de Krijgsmacht, de personeelsbehoeften en de belangrijke investeringen, de deelname aan operaties en de hieraan verbonden middelen. Art. 5.De hoge raad voor defensie bestaat uit: 1° de minister, voorzitter;2° de directeurs van het secretariaat van de minister en van de cel Defensie;3° de chef defensie;4° de chef van het administratief en technisch secretariaat;5° de personen die daartoe worden aangewezen door de minister. HOOFDSTUK 2. - De defensiestaf Afdeling 1. - Algemeen Art. 6.§ 1. De defensiestaf wordt geleid door de chef defensie, en omvat: 1° het directiecomité;2° drie stafdepartementen, elk onder de leiding van een onderstafchef;3° zes algemene directies, elk onder de leiding van een directeur-generaal;4° de staven van de strijdkrachten;5° de diensten van de chef defensie. § 2. De stafdepartementen zijn: 1° het stafdepartement operaties en training;2° het stafdepartement strategie;3° het stafdepartement inlichtingen en veiligheid. Een stafdepartement kan over uitvoeringsorganen beschikken. In afwijking van paragraaf 1, hangt het stafdepartement strategie rechtstreeks af van de vice-chef defensie. § 3. De algemene directies zijn: 1° de algemene directie human resources;2° de algemene directie material resources;3° de algemene directie juridische steun;4° de algemene directie budget en financiën;5° de algemene directie strategische communicatie;6° de algemene directie gezondheid en welzijn. Een algemene directie kan over uitvoeringsorganen beschikken. Art. 7.§ 1. De chef defensie is de hoogste autoriteit die onder de minister ressorteert. § 2. De chef defensie bereidt de elementen voor tot uitwerking van het defensiebeleid. Daartoe doet hij voorstellen betreffende de te bereiken objectieven en de opdrachten, taken en structuren die daarbij horen. Hij stelt de personeelseffectieven, de materiële en budgettaire middelen voor evenals hun verdeling per te bereiken objectief. Hij stelt de plannen en de programma's op in alle domeinen, alsook de jaarlijks te verwezenlijken schijven met inbegrip van de bijhorende middelen en legt ze in de hoge raad voor defensie voor aan de minister. Hij adviseert de minister aangaande geplande en aan de gang zijnde operaties. Daartoe doet hij voorstellen betreffende de te bereiken objectieven, de opdrachten, de structuren, de inzetregels en de middelen in personeel en materieel die daarbij horen. § 3. De chef defensie is verantwoordelijk voor de uitvoering van het door de politieke overheid vastgelegde defensiebeleid. Daartoe is hij als commandant van de strijdkrachten verantwoordelijk voor hun training en hun voorbereiding en voor de uitvoering van de operaties. Daarenboven is hij verantwoordelijk voor het beheer en de administratie van de Krijgsmacht en verzekert en controleert hij de uitvoering van de door de minister vastgelegde plannen. Hij bepaalt de grondbeginselen en de richtlijnen betreffende de aanwending van de middelen in functie van de opdrachten en controleert de toepassing van de wettelijke en reglementaire voorschriften. Afdeling 2. - Het directiecomité Art. 8.Het directiecomité is belast met de leiding van de defensiestaf in uitvoering van het vastgelegd defensiebeleid en betreffende alle gegevens en informatie die aan de hoge raad voor defensie voorgelegd worden. Art. 9.Het directiecomité bestaat uit: 1° de chef defensie, voorzitter;2° de vice-chef defensie;3° de onderstafchefs en de directeurs-generaal;4° de commandanten van de componenten;5° de personen die daartoe worden aangewezen door de chef defensie. Afdeling 3. - De bevoegdheden van de vice-chef defensie Art. 10.De vice-chef defensie: 1° staat de chef defensie bij in de leiding van de defensiestaf en vervangt hem binnen de perken van bijzondere voorschriften vastgelegd door deze, waar en wanneer deze laatste het nodig acht;2° behandelt de dossiers binnen de voorgeschreven bevoegdheden of die, in overleg met de chef defensie, op zijn niveau kunnen worden beslist;3° is verantwoordelijk voor de horizontale coördinatie zowel intern de defensiestaf als in de relaties met externe actoren. De vice-chef defensie wordt in zijn dagelijkse werkzaamheden ondersteund door de diensten van de chef defensie bedoeld in artikel 6, § 1, 5°. Afdeling 4. - De algemene bevoegdheden van de onderstafchefs en directeurs-generaal en de commandanten van de componenten Art. 11.§ 1. De onderstafchefs, de directeurs-generaal en de commandanten van de componenten, elk in hun bevoegdheidsdomein: 1° zijn raadgevers van de chef defensie;daartoe voorzien ze hem van gegevens en informatie die hem moeten toelaten een coherent defensiebeleid voor te stellen aan de minister; 2° werken in het kader van het vastgelegd beleid en in samenspraak met de andere onderstafchefs, directeurs-generaal en commandanten van de componenten, de planning, de programmering ten behoeve van de paraatstelling en de algemene functioneringsrichtlijnen voor de Krijgsmacht uit;3° zijn, onverminderd de bevoegdheden van de onderstafchef strategie en van de directeur-generaal juridische steun, belast met de naleving en het beheer van de door het departement afgesloten akkoorden en de door België afgesloten internationale akkoorden en stellen deze akkoorden op die tot het bevoegdheidsdomein van het departement behoren;4° zijn, onverminderd de bevoegdheden van de onderstafchef strategie en van de directeur-generaal strategische communicatie, belast met de externe relaties;5° participeren in het beheer van het wetenschappelijk en technologisch onderzoek, inclusief aan nationale en internationale programma's;6° voorzien de andere onderstafchefs, directeurs-generaal en commandanten van de componenten van de gegevens en informatie die toelaten hun respectieve bevoegdheden uit te oefenen;7° verzekeren, wanneer nodig, onverminderd de bevoegdheden van de inspecteur-generaal en de evaluatiebevoegdheden van de andere onderstafchefs, directeurs-generaal en commandanten van de componenten, de productie, de verzameling en de uitbating van controle- en evaluatieinformatie met betrekking tot de processen en/of de beheersingsobjectieven die tot hun bevoegdheidsdomein behoren. § 2. De onderstafchefs, de directeurs-generaal en de commandanten van de componenten, elk in hun respectievelijke diensten: 1° verzekeren, onverminderd de bevoegdheden van de inspecteur-generaal en de evaluatiebevoegdheden van de andere onderstafchefs, directeurs-generaal en commandanten van de componenten, de productie, de verzameling en de uitbating van controle- en evaluatieinformatie;2° formuleren adviezen en aanbevelingen betreffende behoeften en toegekende middelen voor de uitvoering van hun opdracht;3° zijn verantwoordelijk voor de materiële, budgettaire en personeelsmiddelen die hen zijn toegekend;4° zijn belast met de verwezenlijking van de vormingen die de chef defensie hen toewijst, overeenkomstig de vastgestelde eindtermen en onverminderd de bevoegdheden van de directeur-generaal human resources;5° zijn belast met de interne informatieverspreiding, overeenkomstig de algemene richtlijnen bedoeld in artikel 30, 2°. § 3. Behalve de bevoegdheden vastgelegd in de eerste en de tweede paragraaf oefenen zij, elk in hun domein, de in artikelen 12 tot 35 nader beschreven staf- en commandobevoegdheden uit. De minister legt op voorstel van de chef defensie in een reglement de bijzondere bevoegdheden vast van elke onderstafchef, directeur-generaal en commandanten van de componenten. Afdeling 5. - De stafdepartementen Onderafdeling 1. - Het stafdepartement operaties en training Art. 12.Het stafdepartement operaties en training staat onder de leiding van de onderstafchef operaties en training. Zijn bevoegdheidsdomein behelst de operaties en het algemeen kader voor de paraatstelling. Art. 13.Benevens de bevoegdheden hernomen in artikel 11, oefent de onderstafchef operaties en training volgende bevoegdheden uit: 1° hij is de raadgever van de chef defensie in diens functie van commandant van de strijdkrachten;daartoe valideert hij, in samenspraak met de commandanten van de componenten en de onderstafchef inlichtingen en veiligheid, de gebruiksdoctrine op operationeel niveau en stelt hij de operatieplannen op; hij rapporteert over de situatie van de eenheden in operaties en hij formuleert adviezen en aanbevelingen inzake behoeften en toegekende middelen voor de operationele inzet; 2° hij bepaalt het kader voor de paraatstelling van de strijdkrachten volgens de regels bepaald door de chef defensie;hij stelt in samenspraak met de commandanten van de componenten en de onderstafchef inlichtingen en veiligheid, het kader voor bepaalde grote oefeningen op; hij rapporteert over het verloop van deze oefeningen; 3° hij ontvangt, voor het voeren van operaties en volgens de regels bepaald door de chef defensie, het operationeel commando over de eenheden van de componenten of over de Cybercapaciteiten van het stafdepartement inlichtingen en veiligheid, en voor specifieke opdrachten kan hij het operationeel commando delegeren naar de commandanten van de componenten, naar de onderstafchef inlichtingen en veiligheid of naar de commandanten van internationale coalities;4° hij is, in het kader van het hem toevertrouwde operationeel commando, verantwoordelijk tegenover de chef defensie voor alle aspecten van de operaties alsmede voor de personeels-, materiële- en budgettaire middelen die hem zijn toegekend;daartoe werkt hij, in samenspraak met de commandanten van de componenten en de onderstafchef inlichtingen en veiligheid, binnen het kader van de weerhouden opdrachten en doctrines, de plannen en de gebruiksprogramma's van de componenten en van de Cybercapaciteiten in directe steun van de operaties uit. Onderafdeling 2. - Het stafdepartement strategie Art. 14.Het stafdepartement strategie staat onder de leiding van de onderstafchef strategie. Zijn bevoegdheidsdomein behelst het defensie- en capacitair beleid, de strategische studies en de plannen. Art. 15.Behalve de bevoegdheden hernomen in artikel 11, oefent de onderstafchef strategie volgende bevoegdheden uit: 1° hij voert studies uit betreffende de evolutie op lange en zeer lange termijn van de elementen die het defensie- en capacitair beleid beïnvloeden en stelt het defensiebeleid aan de cel Defensie voor, binnen dewelke een directeur Defensiebeleid wordt aangewezen;2° hij stelt aan de chef defensie de gebruiksdoctrine van de componenten, de te realiseren defensiecapaciteiten en het capacitaire beheersplan, alsmede de overeenkomstige strategieën betreffende het management en de bewapening voor;3° hij integreert de objectieven en beleidsplannen van de verschillende stafdepartementen, algemene directies en van de componenten, in één coherent defensieplan in overeenstemming met en ter uitvoering van het vastgelegde defensiebeleid. Art. 16.De onderstafchef strategie werkt het militair standpunt uit inzake veiligheid en defensie. Daartoe geeft hij de defensieattachés en de militaire raadgevers bij de ambassades en gezantschappen van België de noodzakelijke richtlijnen. Hij verspreidt dit standpunt naar de Belgische officiële instanties, de internationale organisaties, de voornoemde defensieattachés en militaire raadgevers alsmede naar de buitenlandse militaire vertegenwoordigers, geaccrediteerd in België. Art. 17.De onderstafchef strategie waakt over de politiek-militaire opportuniteit, de doeltreffendheid, de coherentie en de opvolging van de internationale akkoorden en relaties, en van de akkoorden afgesloten met de federale-, gemeenschaps- en gewestelijke overheidsdiensten. Hij is in het bijzonder verantwoordelijk voor de relaties met de federale overheidsdienst die de Buitenlandse Zaken en de Internationale Samenwerking onder zijn bevoegdheid heeft. Onderafdeling 3. - Het stafdepartement inlichtingen en veiligheid Art. 18.Het stafdepartement inlichtingen en veiligheid staat onder de leiding van de onderstafchef inlichtingen en veiligheid. Hij is tevens chef van de algemene dienst inlichtingen en veiligheid. Zijn bevoegdheidsdomein omvat de inlichtingen en de militaire veiligheid. Art. 19.Behalve de bevoegdheden hernomen in artikel 11, oefent de onderstafchef inlichtingen en veiligheid volgende bevoegdheden uit: 1° hij is belast met de organisatie van de steun inlichtingen en veiligheid aan operaties;2° hij is bevoegd voor het ten laste nemen van de in België geaccrediteerde buitenlandse defensieattachés en voor de relaties met de buitenlandse strijdkrachten voor dewelke ze geaccrediteerd zijn;3° hij stelt de voorschriften op betreffende de geclassificeerde archieven van de Krijgsmacht en controleert de naleving ervan;4° hij beheert de defensieattachés en de militaire raadgevers bij de ambassades en gezantschappen van België;5° hij geeft de defensieattachés en de militaire raadgevers bij de ambassades en gezantschappen van België de noodzakelijke opdrachten in het domein inlichtingen;6° hij adviseert, onverminderd de bevoegdheden van de directeur-generaal human resources, de chef defensie betreffende het beheer van het personeel tewerkgesteld in het domein inlichtingen en veiligheid;7° hij is verantwoordelijk voor de paraatstelling van de Cybercapaciteiten, met het hen toegekende personeel, materieel, infrastructuur en trainingsmiddelen, en de tewerkstelling ervan ter ondersteuning van de paraatstelling van de Krijgsmacht. Art. 20.De onderstafchef inlichtingen en veiligheid is uit hoofde van zijn functie als chef van de algemene dienst inlichtingen en veiligheid tegenover de minister verantwoordelijk voor de uitoefening van de opdrachten bedoeld in de wet van 30 november 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst sluiten houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen en van de richtlijnen van de Nationale Veiligheidsraad dat de vaststelling van de algemene politiek betreffende inlichtingen en veiligheid onder zijn bevoegdheden heeft. Afdeling 6. - De algemene directies Onderafdeling 1. - De algemene directie human resources Art. 21.De algemene directie human resources staat onder de leiding van de directeur-generaal human resources. Zijn bevoegdheidsdomein omvat alles wat het personeel aanbelangt, inclusief de taalwetgeving, het syndicaal beleid, de organisatiestructuur van het departement en het vormingsbeleid. Art. 22.Behalve de bevoegdheden hernomen in artikel 11, oefent de directeur-generaal human resources volgende bevoegdheden uit: 1° hij bestudeert de evolutie van de arbeidsmarkt in het kader van de defensiecapaciteiten waaraan voldaan moet worden;2° hij bepaalt, in uitvoering van het vastgelegde defensiebeleid, de algemene objectieven in zijn bevoegdheidsdomein en vertaalt deze in kwalitatieve en kwantitatieve personeelsbehoeften, in doelstellingen betreffende alle andere personeelsdomeinen, in vormingseindtermen en in vormingsconcepten, in doelstellingen van het syndicaal beleid en in structuren;3° hij stelt overeenkomstig de bepaling onder 2° de plannen op lange en middellange termijn op en verzekert de realisatie ervan;4° hij verzekert het beheer en de administratie van het personeel van het departement gedurende de volledige loopbaan;5° hij is verantwoordelijk voor het opstellen van de algemene richtlijnen betreffende de personeelsprocessen in het departement;in dit kader is hij eveneens belast met de uitvoering van het vastgelegde defensiebeleid inzake werving en selectie alsook, onverminderd de bevoegdheden van de directeur-generaal strategische communicatie, inzake de informatiecampagnes die ermee gepaard gaan; 6° hij stelt, onverminderd de bevoegdheden van de directeur-generaal juridische steun, de ontwerpen van wettelijke en reglementaire teksten en de uitvoeringsrichtlijnen van het vastgestelde defensiebeleid in zijn bevoegdheidsdomein op;7° hij organiseert, in uitvoering van het vastgestelde defensiebeleid, de dialoog met de sociale partners;8° hij formuleert aan de chef defensie aanbevelingen voor de toepassing van de in België van kracht zijnde wettelijke en reglementaire bepalingen inzake diversiteit en verzekert de integratie van het diversiteitsbeleid binnen het departement;9° hij is, in samenspraak met de andere onderstafchefs, directeurs-generaal en commandanten van de componenten, verantwoordelijk voor het opstellen van de algemene richtlijnen betreffende de kwaliteit, de coherentie en de pedagogische aspecten van de vormingen verstrekt in het departement;10° hij is verantwoordelijk, onverminderd de bevoegdheden van de andere onderstafchefs, directeurs-generaal en commandanten van de componenten, voor de uitvoering van het vastgelegde defensiebeleid betreffende de kwaliteit, de coherentie en de pedagogische aspecten van de vormingen verstrekt in het departement;in dit kader verzekert hij de coördinatie en de planning van de leerplannen en de schoolprogramma's van de vormingen verstrekt in het departement. Tevens keurt hij de leerplannen goed, rekening houdend met de bepaalde vormingseindtermen; 11° hij is belast, onverminderd de bevoegdheden van de andere onderstafchefs, directeurs-generaal en commandanten van de componenten met het zoeken naar synergie en gelijkwaardigheid van brevetten en diploma's met andere burgerlijke of militaire vormingsorganismen;12° hij waakt over de synergie en informatiedoorstroming tussen de organismen bevoegd voor het wetenschappelijk en technologisch onderzoek van defensie en de organismen belast met het verstrekken van vorming in het departement. Onderafdeling 2. - De algemene directie material resources Art. 23.De algemene directie material resources staat onder de leiding van de directeur-generaal material resources. Zijn bevoegdheidsdomein omvat het materieel, de communicatie- en informatiesystemen, de infrastructuur, het leefmilieu en de logistiek, inclusief de overheidsopdrachten. Art. 24.Behalve de bevoegdheden hernomen in artikel 11, oefent de directeur-generaal material resources volgende bevoegdheden uit: 1° hij bestudeert de evolutie inzake materieel in het kader van de defensiecapaciteiten waaraan voldaan moet worden;2° hij bepaalt in uitvoering van het vastgestelde defensiebeleid de objectieven in zijn bevoegdheidsdomein en vertaalt deze in kwalitatieve en kwantitatieve behoeften inzake materieel, communicatie- en informatiesystemen en infrastructuur;3° hij stelt de wederuitrustingsplannen, de infrastructuurplannen en de plannen voor de technisch-logistieke steun op middellange en lange termijn op en verzekert de realisatie ervan;4° hij verzekert het beheer van alle materiële hulpbronnen van het departement gedurende de volledige levenscyclus ervan en voor de totaliteit van de technisch-logistieke steun van deze middelen;5° hij verzekert het beheer en het onderhoud van het onroerend patrimonium van het departement;6° hij verzekert de logistieke processen in de Krijgsmacht;7° hij bereidt de gunning voor van de overheidsopdrachten van werken, leveringen en diensten en verzekert de opvolging ervan;hij neemt alle noodzakelijke maatregelen teneinde de onpartijdigheid en de integriteit maximaal te waarborgen in de behandeling van deze dossiers; 8° hij bereidt de eventuele verkoop van overtollig materieel en onroerende goederen voor en voert deze uit;9° hij stelt, onverminderd de bevoegdheden van de directeur-generaal juridische steun, de ontwerpen van wettelijke en reglementaire teksten en de uitvoeringsrichtlijnen van het vastgestelde defensiebeleid in zijn bevoegdheidsdomein op;10° hij formuleert aan de chef defensie aanbevelingen voor de toepassing van de in België van kracht zijnde wettelijke en reglementaire bepalingen inzake leefmilieu en voor de organisatie van de eerbied voor het leefmilieu;11° hij verzekert de verwezenlijking van het vastgelegde defensiebeleid inzake leefmilieu;12° hij verzekert de verwezenlijking van het vastgelegde defensiebeleid met betrekking tot de ecologische en economische aspecten inzake duurzame ontwikkeling;13° hij is belast, als nationale bewapeningsdirecteur, met het onderzoeken van internationale opportuniteiten in het domein van de ontwikkeling van de capaciteiten en het bewaken van de internationale bewapeningsprogramma's. Onderafdeling 3. - De algemene directie juridische steun Art. 25.De algemene directie juridische steun staat onder de leiding van de directeur-generaal juridische steun. Zijn bevoegdheidsdomein omvat de juridische steun. Art. 26.Behalve de bevoegdheden hernomen in artikel 11, oefent de directeur-generaal juridische steun volgende bevoegdheden uit: 1° hij is juridisch raadgever van de chef defensie inzake nationaal en internationaal recht en internationale verdragen, de nationale akkoorden, evenals inzake iedere materie van rechtskundige of administratieve aard, en dit onverminderd de bevoegdheden van de andere onderstafchefs en directeurs-generaal en van de commandanten van de componenten;2° hij is belast met de afhandeling van rechts- en administratieve geschillen en beroepen, alsmede met de procedures voor het Grondwettelijk Hof, waarbij het departement betrokken is, evenals de regeling van ongevallen en schade waarbij het departement hetzij rechtstreeks of via verdragsrechtelijke bepalingen of akkoorden betrokken is;3° hij verleent rechtshulp aan het personeel van het departement in geschillen die het gevolg zijn van de dienst;4° hij staat in voor de afhandeling van de vraagstukken betreffende de taalwetgeving;5° hij is verantwoordelijk voor de werking van de kanselarij en van de burgerlijke stand van de personeelsleden en hun gezinnen in het buitenland;6° hij verzekert de verbinding met de autoriteiten bevoegd inzake strafrechtelijke vervolging;7° hij is verantwoordelijk voor het opstellen van het concept voor de archivering in de schoot van het departement;8° hij is belast met de uitvoering van de vertaalopdrachten en de simultaanvertalingen;9° hij verzekert de coördinatie met het oog op de toepassing van de geldende normen met betrekking tot de openbaarheid van bestuur en de bescherming van het privéleven. Onderafdeling 4. - De algemene directie budget en financiën Art. 27.De algemene directie budget en financiën staat onder de leiding van de directeur-generaal budget en financiën. Zijn bevoegdheidsdomein omvat het budget en de financiën. Art. 28.Behalve de bevoegdheden hernomen in artikel 11, oefent de directeur-generaal budget en financiën volgende bevoegdheden uit: 1° hij is belast met de budgettaire integratie van de defensieplannen en -programma's in de verschillende domeinen en hij gaat de budgettaire haalbaarheid ervan na;2° hij staat in voor het opmaken, wijzigen, indienen en verantwoorden van de begrotingsvoorstellen;3° hij volgt de uitvoering van de begroting op en beheert de kredieten verbonden aan bestaande rechten;4° hij verzekert de financiële administratie van het departement en hiervoor:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.