← België

Decreet betreffende onderwijsinspectie 2.0

23 MAART 2018. - Decreet betreffende onderwijsinspectie 2.0 (1) Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt: Decreet betreffende onderwijsinspectie 2.0 HOOFDSTUK

§ 4.".

Art. 36.Artikel 65/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 juli 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2013 pub. 27/08/2013 numac 2013035758 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het Onderwijs XXIII sluiten en gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 25/09/2014 numac 2014035931 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XXIV sluiten, wordt opgeheven. Art. 37.Artikel 66 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : "Art. 66.Als een kandidaat tijdelijk wordt aangesteld voor onbepaalde duur of wordt vastbenoemd, wordt die kandidaat uit de wervingsreserve geschrapt.". Art. 38.Artikel 67 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 juli 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2013 pub. 27/08/2013 numac 2013035758 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het Onderwijs XXIII sluiten, wordt opgeheven. Art. 39.In deel III, hoofdstuk IV, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij 25 april 2014, wordt afdeling III, die bestaat uit artikel 68 tot en met 76, opgeheven. Art. 40.In artikel 79 van hetzelfde decreet worden paragraaf

paragraaf 4 opgeheven. Art. 41.Artikel 80 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : "Art. 80.Voor de werving in het ambt van coördinerend inspecteur worden op basis van de behoeften vergelijkende selecties georganiseerd volgens een systeem dat naar vorm en inhoud de nodige waarborgen biedt voor de gelijke behandeling, de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid. Artikel 63, § 2, §

§ 4, en artikel 64 en 65 zijn van toepassing.".

Art. 42.Artikel 81 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : "Art. 81.§

  1. Conform artikel 65, § 1, sluit de inspecteur-generaal voorafgaand aan de selectie de kandidaten uit die niet voldoen aan de statutaire voorwaarden, vermeld in artikel
  2. Hij deelt de beslissing tot uitsluiting schriftelijk mee aan de betrokken kandidaten. Bij een uitsluiting kan een kandidaat binnen zeven kalenderdagen nadat hij op de hoogte is gebracht van de beslissing, vragen om gehoord te worden. §
  3. De selectie van coördinerend-inspecteur verloopt conform het selectiereglement, vermeld in artikel 63, §

§ 4.".

Art. 43.Artikel 82 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : "Art. 82.Met behoud van toepassing van artikel 77, 78 en 79 van dit decreet zijn de bepalingen van deel III "Recrutering en selectie van het personeel", hoofdstuk 2, "De selectie via een objectief wervingssysteem", van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006 van toepassing voor de werving in het ambt van inspecteur-generaal.". Art. 44.In artikel 83 van hetzelfde decreet wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt : " §

  1. De Vlaamse Regering wijst de mandaten van coördinerend-inspecteur en van inspecteur-generaal toe.". Art. 45.Artikel 84 van hetzelfde decreet wordt opgeheven. Art. 46.In artikel 90 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 17 juli 2016, wordt paragraaf 1 opgeheven. Art. 47.In het artikel 92 van hetzelfde decreet wordt het woord "minimale" geschrapt. Art. 48.In artikel 95, 1°, en in artikel 101, 1°, van hetzelfde decreet worden de woorden "tot de proeftijd toegelaten of" opgeheven. Art. 49.In hetzelfde decreet wordt een artikel 99bis ingevoegd, dat luidt als volgt : "Art. 99bis.§
  2. De Vlaamse Regering benoemt het personeelslid dat tijdelijk is aangesteld voor onbepaalde duur in het ambt van inspecteur als dat personeelslid het voorwerp uitmaakt van een gemotiveerd voorstel tot benoeming in vast verband. §
  3. De vaste benoeming wordt schriftelijk vastgelegd. Dit geschrift wordt overhandigd aan het personeelslid en vermeldt ten minste : 1° de identiteit van het personeelslid;2° het uit te oefenen ambt;3° de ingangsdatum van de vaste benoeming;4° het functieprofiel waarop de vaste benoeming is gebaseerd;5° de standplaats. §
  4. Bij ontstentenis van een geschrift bij de aanvang van de vaste benoeming, wordt het personeelslid geacht benoemd te zijn in het ambt en voor de opdracht die het werkelijk uitvoert.". Art. 50.In hetzelfde decreet wordt een artikel 110/1 ingevoegd, dat luidt als volgt : "Art. 110/1.De artikelen VII. 35 en VII.39 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 houdende vaststelling van de rechtspositie van het personeel van de diensten van de Vlaamse overheid zijn van toepassing op de inspecteur-generaal voor zover hij deel uitmaakt van de beleidsraad van het beleidsdomein onderwijs en het management orgaan.". Art. 51.In artikel 120, § 1, van hetzelfde decreet wordt het tweede lid opgeheven. Art. 52.In artikel 121 en 124 van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "tot de proeftijd zijn toegelaten;" opgeheven. Art. 53.In artikel 131, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "het personeelslid dat tot de proeftijd is toegelaten of" opgeheven. Art. 54.In artikel 136, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 01/07/2011 pub. 30/08/2011 numac 2011035708 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XXI sluiten, wordt punt 3° opgeheven. Art. 55.In artikel 149, § 1, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "tot de proeftijd is toegelaten," opgeheven. Art. 56.In artikel 150, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede ", tot de proeftijd toegelaten" opgeheven. Art. 57.Artikel 215 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : "Art. 215.§
  5. De instellingen en CLB's die uiterlijk op 30 juni 2018 een beperkt gunstig advies hebben gekregen, worden geacht een "gunstig advies" als vermeld in artikel 39, § 5, 1°, te hebben gekregen. §
  6. De instellingen en CLB's die uiterlijk op 30 juni 2018 een ongunstig advies hebben gekregen, worden geacht een "ongunstig advies" als vermeld in artikel 39, § 5, 2°, a), te hebben gekregen. Een nieuwe doorlichting volgt binnen een periode van negentig kalenderdagen na de periode van opschorting van de procedure tot intrekking van de erkenning, die is meegedeeld door de Vlaamse Regering aan het bestuur. §
  7. De doorlichting, vermeld in paragraaf 2, wordt uitgevoerd door een paritair college van inspecteurs dat de Vlaamse Regering heeft samengesteld. Dat college bestaat voor de helft uit inspectieleden die afkomstig zijn uit het vrij onderwijs, en voor de helft uit inspectieleden die afkomstig zijn uit het officieel onderwijs. De Vlaamse Regering kan aan dat paritair college een voorzitter toevoegen, die niet behoort tot de onderwijsinspectie. Het paritair college kan een beroep doen op externe deskundigen. De externe deskundige neemt niet deel aan de deliberaties. Zijn rapport, dat hij onafhankelijk opstelt, wordt bij de eindbespreking van het paritair college ter bespreking voorgelegd. Bij staking van stemmen bepaalt de inspecteur-generaal het advies nadat hij het college heeft gehoord. §
  8. Na de doorlichting brengt het paritair college aan de Vlaamse Regering een definitief advies uit over de verdere erkenning van de instelling. Dat advies kan alleen betrekking hebben op de elementen die in het eerdere advies expliciet zijn opgesomd. Het advies, dat betrekking heeft op de hele instelling of op een of meer structuuronderdelen, kan op twee manieren worden uitgebracht : 1° "gunstig advies" als vermeld in artikel 39, § 5, 1° ;2° "ongunstig advies" als vermeld in artikel 39, § 5, 2°.". Art. 58.Artikel 216 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 juli 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2013 pub. 27/08/2013 numac 2013035758 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het Onderwijs XXIII sluiten, wordt opgeheven. HOOFDSTUK
  9. - Wijzigingen van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 Art. 59.In artikel 3 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, laatst gewijzigd bij het decreet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/06/2016 pub. 10/08/2016 numac 2016036195 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XXVI sluiten, wordt een punt 24° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt : "24° /1 onderwijsinspectie : de inspectie, zoals bedoeld in het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/05/2009 pub. 28/08/2009 numac 2009035790 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs type decreet prom. 08/05/2009 pub. 28/08/2009 numac 2009035809 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XIX sluiten betreffende de kwaliteit van onderwijs of de inspectie, zoals bedoeld in het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken, voor zover belast met taken op het gebied van het secundair onderwijs;". Art. 60.In artikel 14 van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 21 december 2012, 25 april 2014 en 19 juni 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt : " § 2.Alleen voor een structuuronderdeel gewoon of buitengewoon secundair onderwijs dat wordt opgericht in het kader van de oprichting van een school die niet het gevolg is van een herstructurering van bestaande scholen, dient het schoolbestuur, uiterlijk op 1 april voorafgaand aan de oprichting, een aanvraag tot erkenning in bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten. Die termijn geldt als vervaltermijn. De Vlaamse Regering legt het model van het formulier voor de voormelde aanvraag vast. De onderwijsinspectie gaat na of het structuuronderdeel voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 15, § 1, 1°, 2°, 3°, 6°, 9° en 11°. Op basis van het advies van de onderwijsinspectie dat uit dat onderzoek volgt, neemt de Vlaamse Regering uiterlijk op 31 augustus voorafgaand aan de oprichting een van de volgende beslissingen : 1° hetzij voorlopige erkenning voor één schooljaar;2° hetzij geen voorlopige erkenning. Artikel 13, eerste lid, is ook op voorlopig erkende structuuronderdelen van toepassing. In de loop van het schooljaar van voorlopige erkenning gaat de onderwijsinspectie na of het structuuronderdeel voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 15, § 1, 1° tot en met 12°, 17°, uitsluitend voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs, 20° en 21°. Op basis van het advies van de onderwijsinspectie dat uit dat onderzoek volgt, neemt de Vlaamse Regering uiterlijk op 31 maart van het schooljaar van voorlopige erkenning een van de volgende beslissingen : 1° hetzij erkenning vanaf het daaropvolgend schooljaar; 2° hetzij niet-erkenning vanaf het daaropvolgend schooljaar."; 2° aan paragraaf 3 wordt de volgende zin toegevoegd : "De dienstbrief bevat de vestigingsplaatsen waar de erkende structuuronderdelen kunnen worden georganiseerd."; 3° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt : " § 4.De ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats door een school wordt gemeld aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten uiterlijk op het tijdstip van de ingebruikname. In de melding wordt verklaard dat : 1° de vestigingsplaats beantwoordt aan de voorwaarden voor de hygiëne, de veiligheid en de bewoonbaarheid;2° de school op de hoogte is van aanbevelingen of tekorten die de onderwijsinspectie in het meest recente doorlichtingsverslag heeft geformuleerd over de bewoonbaarheid, de veiligheid en de hygiëne van de betreffende gebouwen, als ze een vestigingsplaats in gebruik neemt waar een andere onderwijsinstelling gevestigd is of voordien gevestigd was.De school vermeldt in dat geval ook het advies van de onderwijsinspectie over de bewoonbaarheid, de veiligheid en de hygiëne van de nieuwe vestigingsplaats. De Vlaamse Regering legt het model van het formulier voor de melding, vermeld in het eerste lid, vast. Deze paragraaf geldt niet voor een school die wordt opgericht.". Art. 61.In artikel 15 van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 21 december 2012, 12 juli 2013, 21 maart 2014 en 19 juni 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt : " § 2.Alleen voor een structuuronderdeel gewoon of buitengewoon secundair onderwijs dat wordt opgericht in het kader van de oprichting van een school die niet het gevolg is van een herstructurering van bestaande scholen, dient het schoolbestuur, uiterlijk op 1 april voorafgaand aan de oprichting, een aanvraag tot financiering of subsidiëring in bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten. Die termijn geldt als vervaltermijn. De Vlaamse Regering legt het model van het formulier voor de voormelde aanvraag vast. De onderwijsinspectie gaat na of het structuuronderdeel voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, 1°, 2°, 3°, 6°, 9° en 11°. Op basis van het advies van de onderwijsinspectie dat uit dat onderzoek volgt, neemt de Vlaamse Regering uiterlijk op 31 augustus voorafgaand aan de oprichting een van de volgende beslissingen : 1° hetzij financiering of subsidiëring met inbegrip van voorlopige erkenning voor één schooljaar;2° hetzij niet-financiering of niet-subsidiëring met inbegrip van geen voorlopige erkenning. Artikel 13, eerste lid, is ook op voorlopig erkende structuuronderdelen van toepassing. In de loop van het schooljaar van voorlopige erkenning gaat de onderwijsinspectie na of het structuuronderdeel voldoet aan alle voorwaarden, vermeld in paragraaf
  10. Op basis van het advies van de onderwijsinspectie dat uit dat onderzoek volgt, neemt de Vlaamse Regering uiterlijk op 31 maart van het schooljaar van voorlopige erkenning een van de volgende beslissingen : 1° hetzij financiering of subsidiëring met inbegrip van erkenning vanaf het daaropvolgend schooljaar;2° hetzij niet-financiering of niet-subsidiëring met inbegrip van niet-erkenning vanaf het daaropvolgend schooljaar. Een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering tot financiering of subsidiëring heeft maar uitwerking als voldaan is aan de vigerende programmatieregels voor scholen en structuuronderdelen. Als aan die programmatieregels niet is voldaan, slaat een gunstige beslissing uitsluitend op erkenning. In een gefinancierd of gesubsidieerd structuuronderdeel, met inbegrip van voorlopige erkenning, is affectatie, mutatie of vaste benoeming van personeelsleden niet mogelijk."; 2° aan paragraaf 3 wordt de volgende zin toegevoegd : "De dienstbrief bevat de vestigingsplaatsen waar de gefinancierde of gesubsidieerde structuuronderdelen kunnen worden georganiseerd."; 3° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt : " § 4.De ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats door een school wordt gemeld aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten uiterlijk op het tijdstip van de ingebruikname. In de melding wordt verklaard dat : 1° de vestigingsplaats beantwoordt aan de voorwaarden voor de hygiëne, de veiligheid en de bewoonbaarheid;2° de school op de hoogte is van aanbevelingen of tekorten die de onderwijsinspectie in het meest recente doorlichtingsverslag heeft geformuleerd over de bewoonbaarheid, de veiligheid en de hygiëne van de betreffende gebouwen, als ze een vestigingsplaats in gebruik neemt waar een andere onderwijsinstelling gevestigd is of voordien was.De school vermeldt in dat geval ook het advies van de onderwijsinspectie over de bewoonbaarheid, de veiligheid en de hygiëne van de nieuwe vestigingsplaats. De Vlaamse Regering legt het model van het formulier voor de melding, vermeld in het eerste lid, vast. Deze paragraaf geldt niet voor een school die, al dan niet als gevolg van een herstructurering van bestaande scholen, wordt opgericht.". Art. 62.In artikel 111 van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 1 juli 2011, 19 juli 2013 en 4 april 2014, wordt paragraaf 2 opnieuw opgenomen in de volgende lezing : " §
  11. In aansluiting op de informatie die het school- of centrumbestuur via het school- of centrumreglement verstrekt en met het oog op de mogelijke studievoortgang brengt het bestuur de betrokken personen in voorkomend geval ervan op de hoogte dat de school of het centrum : 1° bij de bevoegde overheid een aanvraag tot hetzij erkenning hetzij financiering of subsidiëring met inbegrip van erkenning werd ingediend, of 2° van de bevoegde overheid een voorlopige erkenning voor één schooljaar werd bekomen of een financiering of subsidiëring met inbegrip van voorlopige erkenning voor één schooljaar werd bekomen. Het bestuur informeert de betrokken personen onmiddellijk tijdens het schooljaar van voorlopige erkenning over de beslissing van de bevoegde overheid over de erkenning, de financiering of de subsidiëring vanaf het daaropvolgende schooljaar.". HOOFDSTUK
  12. - Slotbepalingen Art. 63.Het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 10/07/2008 pub. 03/10/2008 numac 2008203342 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap sluiten1 betreffende de erkenning, de financiering en subsidiëring van scholen in het gewoon en buitengewoon basisonderwijs, laatst gewijzigd bij het besluit van 16 april 2004, wordt opgeheven. Art. 64.Dit decreet treedt in werking op 1 september
  13. Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Brussel, 23 maart
  14. De minister-president van de Vlaamse Regering, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Onderwijs, H. CREVITS _______ Nota

(1)Zitting 2017-
  1. Stukken. - Ontwerp van decreet, 1456 - Nr.
  2. - Verslag, 1456 - Nr.
  3. - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering, 1456 - Nr.
  4. Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergadering van 14 maart 2018.

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.