20 JULI
- - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 tot vastlegging van het pakket "uren-leraar" in het voltijds secundair onderwijs, wat de uren-leraar van het eerste leerjaar A en B betreft DE VLAAMSE REGERING, Gelet op de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, bekrachtigd bij het decreet van 27 mei 2011, artikel 209/1, §§ 1, 2, eerste lid, 3° en 4°, en 3, ingevoegd bij het decreet van 15 juni 2018; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 tot vastlegging van het pakket "uren-leraar" in het voltijds secundair onderwijs; Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 25 april 2018; Gelet op protocol nr. 97 van 1 juni 2018 houdende de conclusies van de onderhandelingen die werden gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X, van onderafdeling Vlaamse Gemeenschap van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten en van het overkoepelend onderhandelingscomité, vermeld in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs; Gelet op advies 63.692/1 van de Raad van State, gegeven op 10 juli 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs; Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.Artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 tot vastlegging van het pakket "uren-leraar" in het voltijds secundair onderwijs, opgeheven door het besluit van de Vlaamse Regering van 22 mei 1995, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing: "Art. 5.§
- Voor de vaststelling van de verhoging of de vermindering van het pakket uren-leraar, vermeld in artikel 209/1 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, gelden de volgende gezamenlijke parameters voor het schooljaar 2018-2019: 1° minimale relatieve stijging respectievelijk daling van het aantal leerlingen in het eerste leerjaar van de eerste graad in de onderwijszone op 1 oktober 2018 ten opzichte van 1 februari 2018: 3,6%;2° minimale absolute stijging respectievelijk daling van het aantal leerlingen in het eerste leerjaar van de eerste graad in de onderwijszone op 1 oktober 2018 ten opzichte van 1 februari 2018: niet bepaald;3° minimale relatieve stijging respectievelijk daling van het aantal leerlingen in het eerste leerjaar van de eerste graad in de scholengemeenschap op 1 oktober 2018 ten opzichte van 1 februari 2018: 3,6%;4° minimale absolute stijging respectievelijk daling van het aantal leerlingen in het eerste leerjaar van de eerste graad in de scholengemeenschap op 1 oktober 2018 ten opzichte van 1 februari 2018: 12 vermenigvuldigd met het aantal scholen met een eerste leerjaar van de eerste graad;5° minimale relatieve stijging respectievelijk daling van het aantal leerlingen in het eerste leerjaar van de eerste graad in de school op 1 oktober 2018 ten opzichte van 1 februari 2018: 3,6%;6° minimale absolute stijging respectievelijk daling van het aantal leerlingen in het eerste leerjaar van de eerste graad in de school op 1 oktober 2018 ten opzichte van 1 februari 2018:
- §
- De berekening, vermeld in paragraaf 1, gebeurt op basis van volgende leerlingencoëfficiënten: 1° voor het eerste leerjaar A: 1,6 uren-leraar 2° voor het eerste leerjaar B: 2,45 uren-leraar.". Art. 2.Dit besluit treedt in werking op 1 september
- Art. 3.De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 20 juli
- De minister-president van de Vlaamse Regering, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Onderwijs, H. CREVITS
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.