MINISTERIE VAN DE DUITSTALIGE GEMEENSCHAP 26 FEBRUARI 2018. - Decreet tot wijziging van het decreet van 23 juni 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 23/06/2008 pub. 14/11/2008 numac 2008033101 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de bescherming van monumenten, ensembles en landschappen en betreffende de opgravingen sluiten betreffende de bescherming van monumenten, klein erfgoed, ensembles en landschappen en betreffende de opgravingen Het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt: Artikel 1 - In artikel 1 van het decreet van 23 juni 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 23/06/2008 pub. 14/11/2008 numac 2008033101 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de bescherming van monumenten, ensembles en landschappen en betreffende de opgravingen sluiten betreffende de bescherming van monumenten, klein erfgoed, ensembles en landschappen en betreffende de opgravingen wordt een bepaling onder 5.1 ingevoegd, luidende: "5.1 onderhoudswerken: maatregelen inzake voorzorg, instandhouding en regelmatig onderhoud aan bestanddelen van beschermde goederen die de authentieke overlevering bevorderen, die schade voorkomen en die de noodzaak om ingrijpende en in voorkomend geval dure herstel- en renovatiewerken te moeten uitvoeren, in de regel kunnen vertragen;" Art. 2 - In artikel 3 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 2, 5°, wordt het woord "schriftelijke" vervangen door de woorden "aan de eigenaars van het te beschermen goed per aangetekende brief toegezonden" en worden de woorden "het verzoek om een plaatsbezoek, geadresseerd aan de eigenaar," vervangen door de woorden "het aan de eigenaar gerichte verzoek om een plaatsbezoek te brengen aan het te beschermen goed,";2° paragraaf 3 wordt aangevuld met de woorden, ",via een door haar vastgelegd formulier";3° in paragraaf 5 worden de woorden "de eigenaar" vervangen door de woorden "de betrokken eigenaars". Art. 3 - Artikel 5 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt: "Art. 5 - Geldigheid en bindend karakter van de voorlopige rangschikking De voorlopige rangschikking geldt voor hoogstens twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum van de aanneming van het desbetreffende besluit. Voor de betrokken eigenaars en de overheid is het besluit houdende voorlopige rangschikking bindend vanaf de toezending overeenkomstig artikel 7, § 1; voor derden is het besluit houdende voorlopige rangschikking bindend vanaf de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad." Art. 4 - In artikel 6 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "betekent de eigenaar" vervangen door de woorden "zenden de eigenaars die betrokken zijn bij de voorlopige rangschikking van het goed of het beschermingsgebied van dat goed" en worden de woorden "stuurt de eigenaar" vervangen door de woorden "zenden de eigenaars";2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "wordt de eigenaar" vervangen door de woorden "worden de eigenaars";3° paragraaf 2 wordt aangevuld met de woorden "en wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad". Art. 5 - In artikel 7 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de inleidende zin van paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "bij aangetekende brief" ingevoegd tussen de woorden "voorlopige rangschikking" en het woord "tegelijk"; 2° in paragraaf 1, eerste lid, 1°, worden de woorden "de eigenaar." vervangen door de woorden "de eigenaars van het voorlopig gerangschikte goed, alsook de eigenaars van de goederen die in het beschermingsgebied van dat voorlopig gerangschikte goed liggen" en worden de woorden "van de eigenaar" vervangen door de woorden "van de eigenaars". 3° paragraaf 1, derde lid, wordt opgeheven. Art. 6 - In artikel 8 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met de woorden "alsook over het beschermingsgebied ervan";2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt: " § 3 - Het besluit houdende definitieve rangschikking wordt per aangetekende brief toegezonden aan de volgende personen en instellingen: 1° de eigenaars van het gerangschikte goed;2° de eigenaars van de goederen die in het beschermingsgebied van het gerangschikte goed liggen;3° de commissie;4° het bevoegde gemeentecollege voor bekendmaking door aanplakking;5° het provinciecollege;6° de Regering van het Waalse Gewest. De informatieplicht overeenkomstig artikel 9 wordt uitdrukkelijk in die mededeling vermeld." 3° paragraaf 4 wordt opgeheven. Art. 7 - In artikel 8.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 februari 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/02/2011 pub. 28/03/2011 numac 2011201348 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 2, derde lid, wordt aangevuld met de volgende zin: "De informatieplicht overeenkomstig artikel 9 wordt uitdrukkelijk in die mededeling vermeld." 2° paragraaf 2, vierde lid, wordt aangevuld met de volgende zin: "De informatieplicht overeenkomstig artikel 9 wordt uitdrukkelijk in die mededeling vermeld." 3° paragraaf 3 wordt aangevuld met de woorden "en wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad".4° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende: " § 4 - Voor de betrokken eigenaars en de overheid is het besluit houdende opname van het beschermingsgebied bindend vanaf de toezending overeenkomstig paragraaf 2;voor derden is het besluit houdende opname van het beschermingsgebied bindend vanaf de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad." Art. 8 - In hetzelfde decreet wordt een artikel 8.2 ingevoegd, luidende: "Art. 8.2 - Bindend karakter van de definitieve rangschikking Voor de betrokken eigenaars en de overheid is het besluit houdende definitieve rangschikking bindend vanaf de toezending overeenkomstig artikel 8, § 3; voor derden is het besluit houdende definitieve rangschikking bindend vanaf de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad." Art. 9 - In artikel 9 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "betekent de eigenaar" vervangen door de woorden "zenden de eigenaars die betrokken zijn bij de definitieve rangschikking van het goed of het beschermingsgebied van dat goed" en worden de woorden "stuurt de eigenaar" vervangen door de woorden "zenden de eigenaars";2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "wordt de eigenaar" vervangen door de woorden "worden de eigenaars";3° paragraaf 2 wordt aangevuld met de woorden "en wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad". Art. 10 - Artikel 10, § 2, van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt: " § 2 - De Regering kan van de eigenaar van een voorlopig of definitief gerangschikt goed eisen dat hij werken uitvoert om te voorkomen dat het goed vernield of, naargelang van het geval, beschadigd wordt. Om onmiddellijke schade aan het beschermde goed, de beschermde archeologische ontdekking, de beschermde archeologische vindplaats of, naargelang van het geval, beschermde archeologische peilingen te voorkomen, kan de Regering de uitvoering eisen van werkzaamheden die vrijgesteld zijn van de verplichting om een vergunning in de zin van artikel 13 in te winnen. Als de eigenaar de werken niet uitvoert die noodzakelijk zijn om de vernieling of beschadiging van een voorlopig of definitief gerangschikt goed te voorkomen, dan kan de gemeenschap, de provincie of de gemeente overeenkomstig de door de Regering opgelegde voorwaarden in zijn plaats optreden en de voor de instandhouding van het goed noodzakelijke voorzorgsmaatregelen nemen. De gemeente resp. de provincie verkrijgt dan de door de gemeenschap toegekende subsidies. Indien geen overeenstemming met de eigenaar wordt bereikt, worden de aangegane kosten gedekt door de borgstelling of waarborgstelling overeenkomstig artikel 10.1. De overheden vermeld in het derde lid kunnen de aangegane kosten die niet door de borg of waarborg gedekt zijn, met alle rechtsmiddelen terugvorderen, voor zover ze in het belang van het voorlopig of definitief gerangschikt goed aangegaan werden. Is het goed het eigendom van een privaatrechtelijke persoon en gaat het niet om onderhoudswerken, dan kan die persoon erom verzoeken dat de betrokken overheid haar goed verwerft. In dat geval worden de voor de beschermingsmaatregelen aangegane kosten van de koopprijs afgetrokken." Art. 11 - In hetzelfde decreet worden de artikelen 10.1 tot 10.3 ingevoegd, luidende: "Art. 10.1 - Borgstelling of waarborgstelling § 1 - De Regering kan de betrokken eigenaars ertoe verplichten een borg of waarborg te stellen als zekerheidsstelling voor de uitvoering van de werkzaamheden die noodzakelijk zijn om het voorlopig of definitief gerangschikt goed te behouden of om te voorkomen dat het vernield of beschadigd raakt. Het bedrag van de borg of waarborg hangt af van de uit te voeren werkzaamheden. Naar keuze van de eigenaar bestaat de zekerheidsstelling uit een borgsom in de Deposito- en Consignatiekas of een onafhankelijke bankgarantie of elke andere, door de Regering bepaalde vorm van zekerheidsstelling, en dit ten belope van het bedrag vermeld in de vordering. Bestaat de zekerheidsstelling uit een betaling in contanten, dan is de eigenaar ertoe verplicht dit bedrag jaarlijks te verhogen met de in het vorige jaar opgebrachte interesten. Bestaat de zekerheidsstelling uit een onafhankelijke bankgarantie, dan moet die uitgegeven worden door een kredietinstelling die erkend is door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen of door een autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie die bevoegd is om de kredietinstellingen te controleren. In met redenen omklede gevallen kan de Regering het bedrag van de borg of waarborg aanpassen. § 2 - In voorkomend geval kan een borgstelling of waarborgstelling, alsook een hypotheeklegging gevorderd worden bij de bevoegde rechter. § 3 - Na het verstrijken van een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de vaststelling dat de door de Regering geëiste werkzaamheden volgens de regels werden uitgevoerd, wordt de zekerheidsstelling vrijgegeven en worden de eventueel opgebrachte interesten terugbetaald. Er kan in een vrijgeving in schijven worden voorzien. Art. 10.2 - Ondersteuning voor onderhoudswerken aan definitief gerangschikte goederen § 1 - Binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen kan de Regering subsidie toekennen voor onderhoudswerken aan een definitief gerangschikt goed, voor zover een erfgoedvergunning is afgegeven voor die onderhoudswerken. De aanvrager dient een schriftelijke aanvraag om subsidiëring in bij de Regering, via een door haar vastgelegd formulier. Bij de aanvraag moeten volgende documenten worden gevoegd: 1° een beschrijving in woord en beeld, de ligging en een schets van de geplande handelingen en werkzaamheden, in voorkomend geval met de desbetreffende technische documenten;2° een kostenraming met het bedrag voor iedere post, met vermelding enerzijds van de werken aan derden die aan gespecialiseerde bedrijven gegund worden en anderzijds van de werken in eigen regie, met vermelding van de materiaalkosten; 3° een afschrift van de stedenbouwkundige vergunning resp., als dat niet noodzakelijk is, de desbetreffende rechtvaardiging. § 2 - De subsidie bedraagt 80 % van het voor subsidie in aanmerking komende totale bedrag van de aanneembare kosten, waarbij het maximale bedrag van de subsidie 22.000 euro bedraagt. De subsidie bedraagt 100 % van het voor subsidie in aanmerking komende totale bedrag van de aanneembare kosten voor materiaal, transport en uitvoeringsmiddelen - waarbij het maximale bedrag van de subsidie 10.000 euro bedraagt - als de werkzaamheden in eigen regie worden uitgevoerd door de aanvrager, door vrijwilligers of door een overheid. Het maximale bedrag van de subsidies kan vermenigvuldigd worden met een coëfficiënt om het aan de beschikbare begrotingsmiddelen aan te passen. § 3 - Na voltooiing van de werkzaamheden zendt de aanvrager de bewijzen voor de aanneembare kosten toe. De Regering laat door de in artikel 44 bedoelde ambtenaren en personeelsleden ter plaatse controleren of de wijzigingen met de toezegging van de subsidie overeenstemmen. Is deze controle positief, dan wordt de subsidie uitbetaald. De Regering kan de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen, indien binnen twee jaar na de uitbetaling ervan een overtreding van de subsidiëringsvoorwaarden wordt vastgesteld. Art. 10.3 - Verslag over de staat van de definitief gerangschikte goederen Voor elk definitief gerangschikt goed kan de Regering een verslag over de staat van dat goed opmaken om de geïntegreerde instandhouding van het goed te waarborgen. Het verslag over de staat van het goed bestaat uit: 1° een gedetailleerd onderzoek van de staat van het goed;2° een maatregelenpakket met de noodzakelijke onderhouds- en restauratiewerkzaamheden die binnen de komende vijf jaar moeten worden uitgevoerd. Het verslag over de staat van het goed wordt toegezonden aan de eigenaar van het goed en kan om de vijf jaar aan de laatste stand van zaken worden aangepast. De Regering legt de overige nadere regels vast." Art. 12 - Artikel 12, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt aangevuld met de woorden "overeenkomstig artikel 8.2". Art. 13 - In artikel 13 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 15 maart 2010Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/03/2010 pub. 13/04/2010 numac 2010201917 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Dienstendecreet sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de paragrafen 1 tot 4 worden vervangen als volgt: " § 1 - Er is een vergunning vereist voor verbouwingswerken, onderhoudswerken of wijzigingen van de uiterlijke kenmerken aan een voorlopig of definitief gerangschikt goed.Dit geldt ook voor het aanbrengen van uithangborden, reclameborden en verlichting. Onverminderd paragraaf 3, derde lid, is een vergunning vereist voor verbouwingswerken of wijzigingen van de uiterlijke kenmerken van goederen die in het beschermingsgebied van een voorlopig of definitief gerangschikt goed liggen. Dit geldt ook voor het aanbrengen van uithangborden, reclameborden en verlichting. De Regering geeft daarvoor een erfgoedvergunning af. Aan die vergunning kunnen voorwaarden verbonden zijn. § 2 - Elke bouwwillige natuurlijke persoon of rechtspersoon moet bij de Regering per aangetekende brief een erfgoedvergunning aanvragen voor elke geplande verbouwingswerkzaamheid, onderhoudswerkzaamheid of wijziging van de uiterlijke kenmerken van een voorlopig of definitief gerangschikt goed of, naargelang van het geval, voor elke geplande verbouwingswerkzaamheid of wijziging van de uiterlijke kenmerken van goederen die in het beschermingsgebied van dat goed liggen. Daartoe gebruikt hij het door de Regering vastgelegde aanvraagformulier. Als het bevoegde gemeentecollege een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning of een aanvraag voor een bebouwingsvergunning ontvangt in verband met een voorlopig of definitief gerangschikt goed of, naargelang van het geval, in verband met een goed dat in het beschermingsgebied van een voorlopig of definitief gerangschikt goed ligt, stelt dat gemeentecollege de aanvrager schriftelijk ervan in kennis dat hij een erfgoedvergunning moet aanvragen. Het zendt gelijktijdig een afschrift van die kennisgeving aan de Regering. § 3 - Bij de schriftelijke aanvraag voor een erfgoedvergunning worden volgende documenten gevoegd: 1° het eigendomsbewijs van het betrokken goed of, als de eigenaar niet de aanvrager is, een schriftelijke toestemming van de eigenaar om de geplande werkzaamheden aan het betrokken goed uit te voeren;2° een beschrijving van de geplande werkzaamheden, met actuele foto's van het betrokken goed en van de gedeelten van het goed waarop de geplande werkzaamheden betrekking hebben;3° voor zover ze bestaan, architectuurplannen voor de geplande werkzaamheden. Binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van de aanvraag voor een erfgoedvergunning vraagt de Regering eventueel ontbrekende of onvolledige documenten of andere, nog niet eerder aangevraagde documenten. Indien de aanvraag volledig is, zendt de Regering een attest daarvan toe aan de aanvrager. Indien het attest niet binnen de gestelde termijn werd toegezonden, wordt de aanvraag als volledig beschouwd. Indien de aanvraag voor een erfgoedvergunning betrekking heeft op een goed dat in het beschermingsgebied van een voorlopig of definitief gerangschikt goed ligt, onderzoekt de Regering - binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van de aanvraag - of de aangevraagde verbouwingswerken of wijzigingen van de uiterlijke kenmerken invloed hebben op de getuigeniswaarde of de uiterlijke kenmerken van het voorlopig of definitief gerangschikt goed of de omgeving ervan. Indien ze geen invloed hebben, kan de Regering beslissen dat geen erfgoedvergunning vereist is. Dat wordt de aanvrager schriftelijk meegedeeld en de aanvraagprocedure wordt beëindigd. Indien de aanvraagprocedure niet beëindigd werd overeenkomstig het derde lid, vraagt de Regering - nadat ze de volledigheid van het dossier bevestigd heeft of, naargelang van het geval, nadat de termijn vermeld in het tweede lid verstreken is - binnen vijftien kalenderdagen een advies aan bij de commissie en het bevoegde gemeentecollege. Het advies van het gemeentecollege wordt niet aangevraagd als de gemeente zelf aanvrager is. De commissie en het gemeentecollege brengen advies uit binnen dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de datum waarop de Regering hen de adviesaanvraag heeft toegezonden. Indien binnen die termijn geen advies is ontvangen, wordt ervan uitgegaan dat de commissie of, naargelang van het geval, het gemeentecollege instemt met de erfgoedvergunning. Het gemeentecollege wijst in zijn advies op onverenigbaarheden van het project met bestaande of ontworpen plannen, verordeningen, richtsnoeren of schema's, met toegekende of aangevraagde vergunningen of met andere beslissingen. Na ontvangst van het laatste advies of, naargelang van het geval, na het verstrijken van de termijn van dertig kalenderdagen heeft de Regering dertig kalenderdagen de tijd om een beslissing over de erfgoedvergunning te nemen. Indien binnen die termijn geen beslissing wordt genomen, dan wordt ervan uitgegaan dat de Regering de erfgoedvergunning toekent. Zo nodig kan de Regering, alvorens een beslissing te nemen, een bijeenkomst met de betrokken actoren organiseren om uitleg over de aanvraag voor een erfgoedvergunning te krijgen. De beslissing van de Regering over de aanvraag voor een erfgoedvergunning wordt per aangetekende brief toegezonden aan de volgende personen en instellingen: 1° de aanvrager;2° de eigenaar van het goed in kwestie, indien hij niet de aanvrager is;3° het gemeentecollege;4° de Regering van het Waalse Gewest. § 4 - Binnen dertig kalenderdagen na de ontvangst van de beslissing van de Regering kan de aanvrager beroep instellen bij de Regering. Het met redenen omklede beroep wordt per aangetekende brief ingesteld. De Regering heeft dertig kalenderdagen de tijd om uitspraak te doen. Indien de beslissing waarbij uitspraak wordt gedaan niet binnen de gestelde termijn werd toegezonden, wordt ervan uitgegaan dat de in eerste instantie genomen beslissing wordt bevestigd." 2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 4.1, luidende: " § 4.1 - De aanvrager stelt de Regering acht dagen vóór het begin van de werkzaamheden per aangetekende brief in kennis. De aanvrager plaatst op het betrokken goed, aan de straat, tijdens de hele duur van de werkzaamheden een bekendmaking dat de vergunning toegekend werd; die bekendmaking moet vanop de straat leesbaar zijn. De Regering legt het model van die bekendmaking vast." Art. 14 - In artikel 15 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het tweede lid wordt vervangen als volgt: "In geval van overdracht van het eigendom van een voorlopig of definitief gerangschikt goed of van een gedeelte daarvan of, naargelang van het geval, in geval van overdracht van het eigendom van een goed of gedeelte van een goed dat in het beschermingsgebied ervan ligt, is de instrumenterende ambtenaar ertoe verplicht, in de akte van overdracht te vermelden dat het betrokken goed voorlopig of definitief gerangschikt is of, naargelang van het geval, in het beschermingsgebied van een gerangschikt goed ligt.Bij de akte van overdracht wordt een afschrift van het besluit houdende rangschikking gevoegd. De instrumenterende ambtenaar informeert onverwijld de Regering en het betrokken gemeentebestuur van de identiteit en het adres van de nieuwe eigenaar van het voorlopig of definitief gerangschikt goed of, naargelang van het geval, van een goed dat in het beschermingsgebied daarvan ligt."; 2° in het derde lid worden de woorden "van een gerangschikt goed" vervangen door de woorden "van een voorlopig of definitief gerangschikt goed of een deel daarvan, resp.van een goed of een deel van een goed dat in het beschermingsgebied daarvan ligt,". Art. 15 - In artikel 16 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het opschrift worden de woorden "Intrekking van de rangschikking" vervangen door de woorden "Intrekking of herwaardering van de rangschikking";2° in het eerste lid worden de woorden "in te trekken" vervangen door de woorden "in te trekken of te herwaarderen". Art. 16 - In artikel 26, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt tussen de derde en de vierde zin een nieuwe zin ingevoegd, luidende: "De machtigingsaanvraag wordt ingediend via een door de Regering vastgelegd formulier." Art. 17 - Artikel 35, eerste lid, 3°, van hetzelfde decreet wordt aangevuld met de volgende zin, luidende: "De schadevergoeding wordt alleen toegekend als, na de melding van de toevallige ontdekking, de verplichtingen vermeld in artikel 34, § 2, werden nagekomen." Art. 18 - Het opschrift van hoofdstuk VI van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt: "Hoofdstuk VI - Diverse bepalingen" Art. 19 - In artikel 42 van hetzelfde decreet wordt het getal "14" vervangen door het getal "15". Art. 20 - In hoofdstuk VI van hetzelfde decreet wordt een artikel 42.1 ingevoegd, luidende: "Art. 42.1 - Controle van de subsidies De aanwending van de ter uitvoering van dit decreet toegekende subsidies wordt gecontroleerd overeenkomstig de wet van 16 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/05/2003 pub. 25/06/2003 numac 2003003343 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof type wet prom. 16/05/2003 pub. 30/07/2015 numac 2015000394 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof." Art. 21 - In hetzelfde decreet wordt, na hoofdstuk VI, een hoofdstuk VII ingevoegd, dat de artikelen 43 tot 46.8 bevat, luidende: "Hoofdstuk VII - Overtredingen en strafmaatregelen" Art. 22 - In artikel 43 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 14 februari 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/02/2011 pub. 28/03/2011 numac 2011201348 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de bepalingen onder 2° tot 7° vervangen als volgt: "2° de instrumenterende ambtenaar die in de akte van overdracht niet heeft vermeld dat het betrokken goed voorlopig of definitief gerangschikt is of in het beschermingsgebied van een gerangschikt goed ligt, zoals bepaald in artikel 15;3° wie verbouwingswerken, onderhoudswerken of wijzigingen van de uiterlijke kenmerken uitvoert aan een voorlopig of definitief gerangschikt goed of verbouwingswerken of wijzigingen van de uiterlijke kenmerken uitvoert aan goederen die in het beschermingsgebied van een voorlopig of definitief gerangschikt goed liggen, zonder de erfgoedvergunning vermeld in artikel 13, na verval of schorsing van de erfgoedvergunning of in strijd met de daarin vervatte voorschriften, resp.zonder de beslissing vermeld in artikel 13, § 3, derde lid, waarbij vrijstelling wordt verleend van de verplichting om een erfgoedvergunning te hebben; 4° wie verbouwingswerken, onderhoudswerken of wijzigingen van de uiterlijke kenmerken behoudt aan een voorlopig of definitief gerangschikt goed of verbouwingswerken of wijzigingen van de uiterlijke kenmerken behoudt aan goederen die in het beschermingsgebied van een voorlopig of definitief gerangschikt goed liggen, terwijl die werken of wijzigingen werden uitgevoerd zonder de erfgoedvergunning vermeld in artikel 13, na verval of schorsing van de erfgoedvergunning of in overtreding van de daarin vervatte voorschriften;5° wie in overtreding van een definitieve rechterlijke beslissing verbouwingswerken uitvoert of behoudt aan een voorlopig of definitief gerangschikt goed; 6° wie het begin van de werkzaamheden niet ter kennis brengt overeenkomstig artikel 13, § 4.1, en artikel 46.7, § 4; 7° wie de bekendmaking vermeld in artikel 13, § 4.1, niet uitvoert; 8° wie binnen een in de inventaris opgenomen archeologische vindplaats wijzigingen aanbrengt zonder de in artikel 25.1 vermelde vergunning, na schorsing van de vergunning of in overtreding van de voorschriften ervan; 9° wie binnen een in de inventaris opgenomen archeologische vindplaats wijzigingen behoudt die werden aangebracht zonder de in artikel 25.1 vermelde vergunning, na schorsing van de vergunning of in overtreding van de voorschriften ervan; 10° wie archeologische peilingen of opgravingen uitvoert zonder de in artikel 26 bedoelde machtiging of in overtreding van de voorschriften ervan;11° wie een elektronische of magnetische detector gebruikt in overtreding van het in artikel 29 bepaalde verbod; 12° wie de verplichtingen vermeld in artikel 34 niet nakomt." 2° het artikel wordt aangevuld met een derde lid, luidende: "Onverminderd de bepalingen van het Strafwetboek kunnen de overtredingen vermeld in het eerste lid ten laste gelegd worden van de volgende personen: 1° de dader; 2° de eigenaar van het betrokken goed die het initiatief ertoe genomen heeft, ze toegestaan heeft of ze geduld heeft." Art. 23 - Artikel 44 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een tweede lid, luidende: "De processen-verbaal van vaststelling worden, binnen vijftien kalenderdagen nadat ze zijn opgemaakt, per aangetekende brief toegezonden aan de volgende personen en instellingen: 1° de dader, d.i. naargelang van het geval:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.