.Onder "laag- of ongeschoolde jonge werkzoekenden" dient men de volgende risicogroepen te verstaan : 1° de jongeren die nog onderworpen zijn aan de deeltijdse leerplicht;2° de jongeren van minder dan 25 jaar oud die hun 6de maand van inschrijving als werkzoekende ingaan en die geen diploma van hoger secundair onderwijs hebben;3° laaggeschoolde werkzoekenden van 18 tot 23 jaar oud die geen diploma van het technisch of beroepssecundair bouwonderwijs hebben;4° bijzonder moeilijk te plaatsen werkzoekenden die tewerkgesteld zijn in toeleidingsinitiatieven (erkend door Constructiv). Afdeling 2. - Instrumenten voor duurzame beroepsintegratie en herintegratie Art. 4.Onder "acties ten bate van laag- of ongeschoolde jonge werkzoekenden" dient men te verstaan : 1° voor de werkzoekenden bedoeld in artikel 3, 1°, de acties ondernomen in het kader van de instrumenten van alternerende opleiding ontwikkeld door de gemeenschappen en de gewesten en erkend op basis van artikel 2, § 3 van de kader-collectieve arbeidsovereenkomst;2° voor de werkzoekenden van minder dan 25 jaar oud bedoeld in artikel 3, 2°, de acties ondernomen :
.Onder "laag- of ongeschoolde bouwvakarbeiders" dient men de
te verstaan die bestaat uit de volgende risicogroepen : 1° de in de bouwsector tewerkgestelde arbeiders die onvoldoende of niet geschoold zijn voor de door hen uit te voeren taken;2° de in de bouwsector tewerkgestelde arbeiders die geconfronteerd worden met nieuwe technologieën;3° de in de bouwsector tewerkgestelde arbeiders die getroffen worden door een collectief ontslag of een herstructurering. Afdeling 2. - Instrumenten ter bevordering en het behoud van de beroepskwalificaties Art. 7.Onder "acties ten bate van laag- of ongeschoolde bouwvakarbeiders" dient men de acties te verstaan die worden ondernomen in het kader : 1° van de weekdagopleidingen zoals georganiseerd door titel III, hoofdstuk 2 van de kader-collectieve arbeidsovereenkomst;2° van de avond- en zaterdagopleidingen zoals georganiseerd door titel III, hoofdstuk 4 van de kader-collectieve arbeidsovereenkomst;3° van de winteropleidingen zoals georganiseerd door titel III, hoofdstuk 3 van de kader-collectieve arbeidsovereenkomst;4° van de specifieke opleidingen voor arbeiders die geen enkele beroepsbekwaamheid hebben, uitgewerkt ter uitvoering van titel IV, hoofdstuk 1 van de kader-collectieve arbeidsovereenkomst. De verschillende opleidingsacties bedoeld in het 1ste lid hebben tot doel tijdens de looptijd van deze overeenkomst de basisopleiding, de bij- en herscholing of de vervolmaking in de verschillende bouwberoepen verder uit te bouwen voor de
vermeld in artikel
.De
voor de acties ter ondersteuning en bevordering van het bouwvakonderwijs bestaat uit jongeren die voltijds bouwonderwijs volgen of willen volgen om een kwalificatiegetuigschrift te behalen van het technisch of beroepssecundair onderwijs (gericht op de bouw) of een getuigschrift van het bijzonder secundair onderwijs (gericht op de bouw). Afdeling 2. - Instrumenten ter ondersteuning en bevordering van het bouwvakonderwijs Art. 10.Constructiv heeft de opdracht het beroepssecundair en technisch bouwonderwijs te stimuleren en te bevorderen. Art. 11.In het kader van de in dit hoofdstuk omschreven acties, hebben de regiomanagers, in het kader van de opdrachten die hen worden gegeven door artikel 98, § 4 van de kader-collectieve arbeidsovereenkomst, onder meer de taak : 1° de schoolplichtige jongeren te oriënteren naar het bouwonderwijs of naar alternerende trajecten;2° bedrijfsstages te zoeken voor jongeren uit het voltijds onderwijs;3° de jongeren te informeren over de bouwberoepen;4° de overgang van afgestudeerden van het voltijds bouwonderwijs naar de ondernemingen te organiseren. HOOFDSTUK V. - Bijkomende acties ter ondersteuning en bevordering van de tewerkstelling van de jongeren : ingroeibanen bouw Afdeling 1. - Definitie en toepassingsgebied Art. 12.De regeling van de ingroeibanen bouw is een regeling van tijdelijke begeleiding van de bij artikel 13 bedoelde jonge arbeiders die een betere integratie van deze jongeren in de onderneming beoogt. Deze regeling is van toepassing op de bij artikel 1 bedoelde werkgevers en op de jonge arbeiders die door deze werkgevers met een voltijdse arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur in dienst worden genomen. De regeling is van toepassing voor een periode van 18 maanden die aanvangt bij het begin van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst. Art. 13.De jonge arbeider 1°) is aan geen enkele leerplicht onderworpen; 2°) mag niet ouder zijn dan 26 jaar bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst; 3°) mag niet als arbeider tewerkgesteld zijn geweest in een onderneming bedoeld in artikel 1 van deze overeenkomst gedurende een periode van meer dan 12 maanden. Afdeling 2. - De begeleider Art. 14.De verantwoordelijkheid voor de begeleiding van de jonge arbeider wordt toevertrouwd aan een geschoolde arbeider van de onderneming die als begeleider van de jonge arbeider optreedt. De begeleider moet een door Constructiv erkende pedagogische opleiding van een minimale duur van 8 uur hebben gevolgd of een ervaringsbewijs of een pedagogisch diploma hebben. Art. 15.De bij artikel 1 van deze overeenkomst bedoelde werkgever, die voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 14, kan de functie van begeleider van de jonge arbeider op zich nemen ingeval : - de onderneming geen geschoolde arbeider heeft die voldoet aan de voorwaarden van § 1 of die de functie van peter op zich wenst te nemen; - de jonge arbeider de eerste werknemer van de onderneming is. Art. 16.De begeleider is verplicht alle noodzakelijke initiatieven te nemen voor de praktische opleiding van de jonge arbeider waarvoor hij instaat. De initiatieven die de begeleider neemt, moeten de jonge arbeider in staat stellen na afloop van de periode van 18 maanden zijn beroep autonoom uit te oefenen met dezelfde bekwaamheid en hetzelfde rendement als een arbeider van categorie II. Art. 17.De werkgever ziet erop toe dat de begeleider op dezelfde arbeidsplaats wordt tewerkgesteld als de jonge arbeider waarvoor hij instaat. De werkgever moet de begeleider die gedurende een aaneengesloten periode van 6 weken afwezig is, vervangen en er Constructiv over inlichten. Afdeling 3. - Rechten en plichten van de partijen Art. 18.De regeling van de ingroeibanen bouw verplicht : - de werkgever erover te waken dat de jonge arbeider de nodige begeleiding en opleiding krijgt om de specifieke beroepstechnieken en -procedés aan te leren; - de jonge arbeider een aanvullende theoretische opleiding te volgen die verband houdt met de uitoefening van zijn beroep. Art. 19.§ 1. Het loon van de jonge arbeider wordt als volgt vastgesteld :
en bedoeld in de hoofdstukken II tot V van deze overeenkomst Art. 28.Voor de verwezenlijking van de in deze overeenkomst beoogde doelstellingen kan Constructiv bijdragen : 1° tot de financiering van een specifiek collectief steunprogramma ten bate van de opleidingscentra;2° tot het medebeheer en de cofinanciering van de opleidingsacties verduidelijkt in de samenwerkingsovereenkomsten met de VDAB, de FOREm, Bruxelles-Formation en het Arbeitsamt;3° tot de oprichting van een netwerk van punten waar de vraag en het aanbod van arbeidskrachten elkaar kunnen vinden. Constructiv kan bijdragen tot de financiering : 1° van een specifiek steunprogramma;2° van didactisch materiaal;3° van bouwmaterialen;4° van premies voor tewerkstelling en opleiding, omschreven, krachtens artikel 67 van de kader-collectieve arbeidsovereenkomst, door de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 september 2017 betreffende de toekenning van een opleidingspremie. Art. 29.Krachtens artikelen 75 en 81 van de kader-collectieve arbeidsovereenkomst kan Constructiv een financiële ondersteuning bieden voor acties ter ondersteuning van werkzoekenden bedoeld in artikel 73 van bovenvermelde kader-collectieve arbeidsovereenkomst. Constructiv kan nagaan hoe de financiële ondersteuning wordt aangewend. HOOFDSTUK VII. - Berekening van de theoretische stageverplichting voor de sector Art. 30.Volgens de statistische gegevens van de RSZ beschikbaar op 30 juni 2016, zijn er 509 bouwondernemingen die 50 of meer werknemers tewerkstellen en hebben zij in totaal 69 363 werknemers. Op basis van de gegevens bedoeld in het 1ste lid, is de sector, ter uitvoering van artikel 42 van de wet van 24 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 10/07/2013 numac 2013000445 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter bevordering van de werkgelegenheid. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid sluiten ter bevordering van de werkgelegenheid, theoretisch verplicht om voor 2 081 personen startbaanovereenkomsten te sluiten. HOOFDSTUK VIII. - Slotbepalingen Art. 31.Constructiv is belast met de uitvoering, opvolging en coördinatie van alle acties en tegemoetkomingen die worden vastgesteld in deze collectieve arbeidsovereenkomst. Art. 32.§ 1. Voor de in deze overeenkomst vastgestelde opleidingsacties voor risicogroepen wordt een inspanning van ten minste 0,15 pct. van de jaarlijkse loonmassa van de sector gedaan tijdens de geldigheidsduur van deze overeenkomst. § 2. Overeenkomstig artikel 1 van het koninklijk besluit van 19 februari 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/02/2013 pub. 08/04/2013 numac 2013200746 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 189, vierde lid, van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen
en bedoeld bij de artikelen 1 en 2 van het koninklijk besluit van 19 februari 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/02/2013 pub. 08/04/2013 numac 2013200746 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 189, vierde lid, van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.