← België

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 mei 2015, gesloten in het Paritair Subcomité

17 AUGUSTUS 2018. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeids overeenkomst van 21 mei 2015Relevante gevonden documenten type overeenkomst prom. 21/05/2015 p

§ 2

bedoelde gevallen hebben de ontslagen werknemers, wanneer ze het werk hervatten tijdens de door de opzeggingsvergoeding gedekte periode, op zijn vroegst maar recht op de aanvullende vergoeding vanaf de dag waarop ze recht zouden hebben gehad op werkloosheidsuitkeringen indien ze het werk niet hadden hervat. § 4. In de in §

§ 2

bedoelde gevallen blijft het recht op de aanvullende vergoeding bestaan tijdens de hele duur van de tewerkstelling op grond van een arbeidsovereenkomst of tijdens de hele duur van de uitoefening van een zelfstandige activiteit in hoofdberoep, volgens de modaliteiten waarin voorzien is door deze collectieve arbeidsovereenkomst en voor heel de periode gedurende welke de werknemers die recht hebben op de aanvullende uitkering geen werkloosheidsuitkeringen als volledig uitkeringsgerechtigde werkloze meer genieten. De in §

§ 2

bedoelde werknemers leveren aan hun laatste werkgever het bewijs dat zij opnieuw in dienst zijn genomen op grond van een arbeidsovereenkomst of dat zij een zelfstandige activiteit in hoofdberoep uitoefenen. HOOFDSTUK IV. - Bedrag van de aanvullende vergoeding Art. 10.Het bedrag van de aanvullende vergoeding is gelijk aan de helft van het verschil tussen het netto referentieloon en de werkloosheidsuitkering. Art. 11.De aanvullende vergoeding toegekend in het kader van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag voor arbeiders, waarvan het brutobedrag lager is dan 99,16 EUR per maand, wordt verhoogd tot 99,16 EUR bruto per maand. Deze verhoging van het bedrag van de aanvullende vergoeding mag niet tot gevolg hebben dat het totale maandelijkse brutobedrag van deze aanvullende vergoeding en van de werkloosheidsuitkeringen de drempel overschrijdt die in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de bijdrage van 6,5 pct. van de werknemer zonder gezinslast, afgehouden op het totale bedrag van de sociale uitkering en van de aanvullende vergoeding. Art. 12.Het netto referentieloon stemt overeen met het bruto maandloon geplafonneerd op 940,14 EUR en verminderd met de persoonlijke sociale zekerheidsbijdrage en de fiscale afhouding. Voor de berekening van de persoonlijke sociale zekerheidsbijdrage op het loon aan 100 pct., moet rekening worden gehouden met de bepalingen van de wet van 20 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/12/1999 pub. 08/06/2012 numac 2012000354 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot toekenning van een werkbonus onder de vorm van een vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid aan werknemers met lage lonen en aan sommige werknemers die het slachtoffer waren van een herstructurering. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 20/12/1999 pub. 18/04/2013 numac 2013000211 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot toekenning van een werkbonus onder de vorm van een vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid aan werknemers met lage lonen en aan sommige werknemers die het slachtoffer waren van een herstructurering. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 20/12/1999 pub. 14/04/2015 numac 2015000180 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot toekenning van een werkbonus onder de vorm van een vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid aan werknemers met lage lonen en aan sommige werknemers die het slachtoffer waren van een herstructurering. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten tot toekenning van een werkbonus onder de vorm van een vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid aan werknemers met lage lonen en aan sommige werknemers die het slachtoffer waren van een herstructurering. De grens van 940,14 EUR wordt gekoppeld aan de index 134,52 (1971 = 100) en bereikt dus 3 780,69 EUR op 1 januari 2014.Hij wordt gekoppeld aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/1971 pub. 20/02/2009 numac 2009000070 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende inrichting van een stelsel van koppeling aan de index van de consumptieprijzen. Deze grens wordt bovendien elk jaar op 1 januari herzien, rekening houdend met de evolutie van de conventionele lonen overeenkomstig datgene wat hierover wordt beslist in de Nationale Arbeidsraad. Het netto referentieloon wordt afgerond naar de hogere euro. Art. 13.

  1. Het brutoloon omvat de contractuele premies die rechtstreeks gebonden zijn aan de door de werknemer verrichte prestaties waarop inhoudingen voor sociale zekerheid worden gedaan en waarvan de periodiciteit van betaling geen maand overschrijdt. Het omvat ook de voordelen in natura die aan inhoudingen voor sociale zekerheid onderworpen zijn. Daarentegen worden de premies of vergoedingen, die als tegenwaarde van werkelijke kosten worden verleend, niet in aanmerking genomen.
  2. Voor de per maand betaalde arbeid(st)er wordt als brutoloon beschouwd het loon dat hij (zij) gedurende de in navolgende punt 6 bepaalde refertemaand heeft verdiend.
  3. Voor de arbeid(st)er die niet per maand wordt betaald, wordt het brutoloon berekend op grond van het normale uurloon. Het normale uurloon wordt verkregen door het loon voor de normale prestaties van de refertemaand te delen door het aantal tijdens die periode gewerkte normale uren. Het aldus verkregen resultaat wordt vermenigvuldigd met het aantal arbeidsuren, bepaald bij de wekelijkse arbeidstijdregeling van de arbeid(st)er; dat product, vermenigvuldigd met 52 en gedeeld door 12, stemt overeen met het maandloon.
  4. Het brutoloon van een arbeid(st)er die gedurende de ganse refertemaand niet heeft gewerkt, wordt berekend alsof hij (zij) aanwezig was geweest op alle arbeidsdagen die in de beschouwde maand vallen. Indien een arbeid(st)er, krachtens de bepalingen van zijn (haar) arbeidsovereenkomst, slechts gedurende een gedeelte van de refertemaand moet werken en hij (zij) al die tijd niet heeft gewerkt, wordt zijn (haar) brutoloon berekend op grond van het aantal arbeidsdagen dat in zijn (haar) arbeidsovereenkomst is vastgesteld.
  5. Het door de arbeid(st)er verdiende brutoloon, ongeacht of het per maand of anders wordt betaald, wordt vermeerderd met één twaalfde van het totaal der contractuele premies en van de veranderlijke bezoldiging waarvan de periodiciteit van betaling geen maand overschrijdt en door die werknemer in de loop van de twaalf maanden die aan het ontslag voorafgaan afzonderlijk werden ontvangen.
  6. Naar aanleiding van het bij artikel 17 voorziene overleg, zal in gemeen akkoord worden beslist met welke refertemaand rekening moet worden gehouden. Indien geen refertemaand is vastgesteld, wordt de kalendermaand, die de datum van het ontslag voorafgaat, in aanmerking genomen. HOOFDSTUK V. - Aanpassing van het bedrag van de aanvullende vergoeding Art. 14.Het bedrag van de uitgekeerde aanvullende vergoedingen wordt gebonden aan de ontwikkeling van het indexcijfer der consumptieprijzen, volgens de modaliteiten die van toepassing zijn inzake werkloosheidsuitkeringen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/1971 pub. 20/02/2009 numac 2009000070 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. Het bedrag van deze vergoedingen wordt daarenboven elk jaar op 1 januari door de Nationale Arbeidsraad herzien, in functie van de ontwikkeling van de regelingslonen, overeenkomstig datgene wat hierover beslist wordt in de Nationale Arbeidsraad. Voor de arbeid(st)ers die in de loop van het jaar tot de regeling toetreden, wordt de aanpassing op grond van het verloop van de regelingslonen verricht, rekening houdend met de maand waarin de toetreding tot het stelsel plaatsvindt; elk trimester wordt in aanmerking genomen voor de berekening van de aanpassing. HOOFDSTUK VI. - Periodiciteit van betaling van de aanvullende vergoeding Art. 15.De betaling van de aanvullende vergoeding gebeurt maandelijks. HOOFDSTUK VII. - Cumulatie van de aanvullende vergoeding met andere voordelen Art. 16.De aanvullende vergoeding mag niet worden gecumuleerd met andere bijzondere vergoedingen of uitkeringen die voortvloeien uit het ontslag, toegekend krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen. Derhalve moet de arbeid(st)er die werd ontslagen in de omstandigheden waarin voorzien is door de artikelen 2 tot 3 eerst de rechten opgebruiken die voortvloeien uit deze bepalingen, alvorens aanspraak te kunnen maken op de aanvullende vergoeding bedoeld in artikel
  7. HOOFDSTUK VIII. - Overlegprocedure Art. 17.Alvorens één of meerdere arbeid(st)ers bedoeld in de artikelen 2 tot 3 te ontslaan, overlegt de werkgever met de vertegenwoordigers van het personeel in de ondernemingsraad of, bij gebreke daarvan, met de vakbondsafvaardiging. Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 9 van 9 maart 1972, in het bijzonder aan artikel 12, heeft dit overleg tot doel, in onderlinge overeenstemming te beslissen of, onafhankelijk van de ontslagcriteria die van kracht zijn in de onderneming, arbeid(st)ers die beantwoorden aan het leeftijdscriterium waarin voorzien is in artikel 2, § 1, bij voorrang kunnen worden ontslagen en, derhalve, recht hebben op het aanvullend stelsel. Bij gebreke van ondernemingsraad of vakbondsafvaardiging, vindt dit overleg plaats met de vertegenwoordigers van de representatieve werknemersorganisaties, of, bij gebreke daarvan, met de arbeid(st)ers van de onderneming. Alvorens een beslissing te nemen inzake ontslag, nodigt de werkgever bovendien de betrokken arbeid(st)ers uit voor een onderhoud ten zetel van de onderneming tijdens de arbeidsuren. Dit onderhoud heeft tot doel het voor de arbeid(st)er mogelijk te maken om aan de werkgever zijn bezwaren mede te delen in verband met het beoogde ontslag. Overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 mei 1972, inzonderheid artikel 7, kan de arbeid(st)er zich tijdens dit onderhoud laten bijstaan door zijn (haar) vakbondsafgevaardigde. Het ontslag kan ten vroegste plaatsvinden vanaf de tweede werkdag die volgt op de dag waarop het onderhoud heeft plaatsgevonden of was gepland. De ontslagen arbeid(st)ers hebben de mogelijkheid om ofwel het aanvullend stelsel te aanvaarden, ofwel om dit te weigeren en derhalve deel uit te maken van de reserve van arbeidskrachten. HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen Art. 18.De administratieve formaliteiten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze overeenkomst worden vastgesteld door het beheerscomité van het fonds. De administratieve richtlijnen van het beheerscomité van het fonds moeten worden nageleefd. Art. 19.De moeilijkheden inzake algemene interpretatie van deze collectieve arbeidsovereenkomst worden opgelost door de raad van bestuur van het fonds met verwijzing naar en in de geest van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de Nationale Arbeidsraad. Art. 20.De ondertekenende partijen vragen dat deze collectieve arbeidsovereenkomst algemeen verbindend wordt verklaard bij koninklijk besluit. Art. 21.Deze overeenkomst is van toepassing voor de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december
  8. In afwijking zijn de artikelen 4 en 6, 3de lid van toepassing voor onbepaalde tijd. Deze bepalingen kunnen worden opgezegd door elke partij met een aangetekende brief aan de voorzitter van het paritair subcomité en aan alle ondertekenende partijen, met een opzeggingstermijn van ten minste drie maanden. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 17 augustus
  9. De Minister van Werk, K. PEETERS

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.