5 DECEMBER 2018. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap betreffende de bijzondere voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de actiediensten in open milieu De Regering van de Franse Gemeenschap, Gelet op artikel 20 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, zoals gewijzigd; Gelet op het decreet van 18 januari 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/01/2018 pub. 03/04/2018 numac 2018011568 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende het wetboek van preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming sluiten houdende het wetboek van preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming, inzonderheid op de artikelen 3, 4, 5, 143 en 149; Gelet op het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 15 maart 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de regering van de franse gemeenschap prom. 15/03/1999 pub. 01/06/1999 numac 1999029258 bron ministerie van de franse gemeenschap Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap betreffende de bijzondere voorwaarden voor de erkenning van en de toekenning van toelagen aan de diensten voor hulpverlening in open milieu type besluit van de regering van de franse gemeenschap prom. 15/03/1999 pub. 01/06/1999 numac 1999029245 bron ministerie van de franse gemeenschap Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap betreffende de algemene voorwaarden voor de erkenning van en de toekenning van toelagen aan de diensten bedoeld bij artikel 43 van het decreet van 4 maart 1991 inzake hulpverlening aan de jeugd type besluit van de regering van de franse gemeenschap prom. 15/03/1999 pub. 01/06/1999 numac 1999029257 bron ministerie van de franse gemeenschap Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap betreffende de bijzondere voorwaarden voor de erkenning van en de toekenning van toelagen aan de diensten voor hulpverlening en educatief optreden sluiten betreffende de bijzondere voorwaarden voor de erkenning van en de toekenning van toelagen aan de diensten voor hulpverlening in open milieu; Gelet op de "gendertest" van 14 maart 2018, opgesteld in toepassing van artikel 4, tweede lid, 1°, van het decreet van 7 januari 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/01/2016 pub. 12/02/2016 numac 2016029074 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende integratie van de genderdimensie in het geheel van de beleidslijnen van de Franse Gemeenschap sluiten houdende integratie van de genderdimensie in het geheel van de beleidslijnen van de Franse Gemeenschap; Gelet op het advies nr. 162-2 van de Gemeenschapsraad voor hulpverlening aan de jeugd, gegeven in juni 2018; Gelet op de adviezen van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 10 juli 2018 en 26 november 2018; Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 18 juli 2018; Gelet op het advies nr. 63.985/2 van de Raad van State, gegeven op 10 oktober 2018, in toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 5 december 2018 betreffende de algemene voorwaarden voor de erkenning en subsidiëring van de diensten bedoeld in artikel 139 van het decreet van 18 januari 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/01/2018 pub. 03/04/2018 numac 2018011568 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende het wetboek van preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming sluiten houdende het wetboek van preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming; Overwegende dat de diensten, openbaar of privé, erkend of niet, voorzien in het decreet van 18 januari 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/01/2018 pub. 03/04/2018 numac 2018011568 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende het wetboek van preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming sluiten houdende het wetboek van preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming, met inbegrip van de sociale administratieve overheden en de personeelsleden van erkende diensten, de deontologische code voor hulpverlening aan de jeugd moeten naleven; Overwegende dat de optredende personen van de in dit decreet bedoelde diensten aan het beroepsgeheim zijn gebonden, krachtens artikel 157 van voornoemd decreet; Overwegende dat, overeenkomstig artikel 2, 30° van het voornoemd decreet, de actiediensten in open milieu als hoofdopdracht hebben acties uit te werken inzake sociale en educatieve preventie ten gunste van jongeren van een welbepaalde actiezone, in hun leefomgeving en in hun relaties met hun sociale omgeving, bij gebrek aan een administratieve of gerechtelijke opdracht; Overwegende dat krachtens artikel 3, tweede lid, van voornoemd decreet, de preventieacties worden gevoerd op een grondgebied waar ze met bestaande sociale acties gecombineerd worden; Overwegende dat de dienst met jongeren en hun familie werkt in een logica van gelijkheid, wat veronderstelt dat deze dienst de middelen ontwikkelt om jongeren te bereiken die minder makkelijk toegang hebben tot de dienst; Overwegende dat de jongeren betrokken bij de actiediensten in open milieu, jonger zijn dan achttien jaar of jonger dan tweeëntwintig jaar wanneer de erkende dienst toepassing maakt van artikel 142 van voornoemd decreet; Overwegende dat het belangrijk is dat de dienst zijn uren aan de periodes met de meeste activiteit en aanwezigheid van jongeren in openbare ruimtes, aanpast, met name tijdens de zomeruren en de schoolvakanties; Op de voordracht van de Minister van Hulpverlening aan de Jeugd; Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied en definities Artikel 1.De bijzondere voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de actiediensten in open milieu worden in dit besluit vastgelegd. Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit, dient te worden verstaan onder : 1° dienst : de actiedienst in open milieu;2° decreet : het decreet van 18 januari 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/01/2018 pub. 03/04/2018 numac 2018011568 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende het wetboek van preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming sluiten houdende het wetboek van preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming;3° besluit van 5 december 2018 : het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 5 december 2018 betreffende de algemene voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van diensten bedoeld in artikel 139 van het decreet van 18 januari 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/01/2018 pub. 03/04/2018 numac 2018011568 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende het wetboek van preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming sluiten houdende het wetboek van preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming. HOOFDSTUK 2. - Opdrachten Art. 3.De actiedienst in open milieu kan, in aanvulling van zijn hoofdopdracht, bepaald in artikel 2, 30° van het decreet en zonder hieraan afbreuk te doen, een buitengewone specifieke actie uitwerken, mits de voorafgaande mededeling aan de bevoegde administratie. De verlenging van deze bijzondere actie na een experimentele fase van een jaar vereist het akkoord van de minister. HOOFDSTUK 3. - Sociale diagnose Art. 4.De collectieve acties inzake educatieve preventie en de sociale preventieacties berusten voornamelijk op een door de dienst uitgevoerde sociale diagnose van zijn actiezone. De sociale diagnose moet als een permanent proces worden beschouwd en in elk geval minstens om de 3 jaar worden geactualiseerd. Het steunt meer bepaald op : 1° een analyse van de leefomgeving van de jongeren;2° een analyse van de individuele en collectieve aanvragen;3° een reflectie over het in aanmerking nemen van de inspraak van de jongeren. De sociale diagnose wordt voorgesteld overeenkomstig de door de minister bepaalde nadere regels. HOOFDSTUK 4. - Educatieve preventie Art. 5.De educatieve preventieactie bevat hoofdzakelijk : 1° een luisterend en waarderend oor;2° een oriëntatie;3° een individuele begeleiding;4° het uitwerken van bemiddelingsmechanismen tussen de jongere, zijn familie en zijn vertrouwenspersonen alsook ondersteuning voor de ouders bij de uitoefening van hun verantwoordelijkheden als ouder.5° collectieve acties om de vertrouwensbanden tussen de begunstigden en de dienst te initiëren en te versterken en het ontstaan van inspraak van de jongeren te vergemakkelijken. Art. 6.§ 1. De educatieve preventieactie van de dienst sluit elke opvang van psychotherapeutische aard uit. § 2. De educatieve preventieacties zijn gratis en de begunstigde kan deze op elk moment beëindigen. De dienst kan echter voor de in artikel 5, 5° bedoelde collectieve acties een financiële bijdrage aan de jongeren vragen, op voorwaarde dat deze hun deelname niet verhindert. Art. 7.Nadat de dienst de vraag voor educatieve preventieactie onderzocht en behandeld heeft, verwijst hij eerst de jongere en, in voorkomend geval, zijn familie of zijn vertrouwenspersonen door naar de geschikte dienst. Hij brengt hem, desgevallend, de vereiste steun opdat hij zijn rechten kan uitoefenen en elk middel van interpellatie kan aanwenden. Art. 8.De educatieve preventieactie kan : 1° door de jongere, zijn familie en zijn vertrouwenspersonen worden gevraagd;2° door de dienst aan de jongere, zijn familie en zijn vertrouwenspersonen worden voorgesteld;3° uit een oriëntatiewerk voortkomen. De jongere, alleen of met zijn familie of zijn vertrouwenspersonen, beslist samen met de dienst of een individuele begeleiding van de jongere wordt opgestart. Art. 9.De dienst licht vóór elke individuele actie de begunstigde in over het kader van het specifieke optreden, zoals bepaald in de artikelen 5 tot 8. HOOFDSTUK 5. - Sociale preventie Art. 10.De sociale preventieactie heeft tot doel de sociale omgeving van de jongeren te beïnvloeden om deze gunstiger te maken voor hun ontplooiing en hun emancipatie. Zij beoogt eveneens om een globaal antwoord te geven op individuele en collectieve problemen alsook om een dynamisch netwerk te ontwikkelen. Art. 11.§ 1. In het kader van de sociale preventie : 1° ontwikkelt de dienst collectieve acties met de jongeren in wisselwerking met hun leefwereld;2° ontwikkelt de dienst collectieve preventie- en sensibiliseringsacties ten voordele van jongeren en hun familie;3° geeft de dienst de uitdrukking van de jongeren en hun familie, hun behoeften en hun moeilijkheden door aan de sociale, administratieve en politieke instanties en spreekt deze zo nodig aan. § 2. De collectieve acties met de jongeren zijn van voorbijgaande aard voor hen. Zij moeten hen, indien nodig, helpen om aansluiting te vinden bij de bestaande structuren. De collectieve acties zijn bedoeld als hulp voor jongeren die eraan deelnemen, meer bepaald door het mogelijk te maken om een band met deze jongeren en hun omgeving te creëren, maar ook het ontstaan van een vraag en de identificatie van de behoeften. De collectieve acties zijn aanvullend op de bestaande activiteiten die toegankelijk zijn voor de betrokken jongeren. § 3. Mits inachtneming van § 2 van dit artikel en artikel 3, kan de dienst, desgevallend, deelnemen aan de uitwerking van nieuwe overgankelijke structuren en mits berichtgeving aan de bevoegde administratie. HOOFDSTUK 6. - Bijzondere voorwaarden voor erkenning Art. 12.Het educatieve project bepaalt : 1° de actiezone van de dienst;2° de nadere regels van de educatieve en sociale preventieacties. Art. 13.§ 1. De medewerkers van de dienst zijn makkelijk aanspreekbaar, direct of fysiek op een vaste plaats of ambulant, op regelmatige tijdstippen, met name buiten de schooluren. De dienst is onmiddellijk toegankelijk zonder afspraak elke woensdagnamiddag en minstens 2 keer per week tot minstens 18 uur. Bovendien is de dienst minstens 12 zaterdagen, zondagen of vakantiedagen per jaar bereikbaar. Tijdens de schoolvakanties kan de dienst van deze uren afwijken. De dienst ziet erop toe dat zijn uren voor opening en bereikbaarheid eenvoudig en altijd te raadplegen zijn. § 2. De evaluatie van de relevantie van de bereikbaarheidsuren wordt systematisch op de agenda van elk educatief overleg geplaatst. § 3. De dienst zet acties op om proactief jongeren te kunnen gaan opzoeken. Deze acties kunnen verschillende vormen innemen, met name sociaal straatwerk, het werk in scholen, na schooltijd, via elektronische sociale netwerken of om het even welke andere methode die in het educatieve project is bepaald. § 4. De dienst treft alle maatregelen om de anonimiteit van de jongeren te waarborgen. Art. 14.§ 1. De dienst houdt een aanvragenregister bij. Als een individuele begeleiding van de jongere wordt opgestart, wordt er een dossier over de nadere regels en doelstellingen van deze begeleiding geopend. De gegevens over de jongeren en hun situatie die aan de bevoegde administratie kunnen worden overgemaakt, worden strikt anoniem gemaakt. § 2. Elke sociale preventieactie is het voorwerp van een dossier dat vaststelt dat zij in overeenstemming met de artikelen 4 en 8 is. De sociale preventieacties worden in het jaarverslag opgenomen. Art. 15.§ 1. De dienst die preventieacties voor jongeren ouder dan 18 en jonger dan 22 jaar wenst uit te werken, vermeldt dit in zijn educatief project. § 2. De dienst, erkend overeenkomstig het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 15 maart 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de regering van de franse gemeenschap prom. 15/03/1999 pub. 01/06/1999 numac 1999029258 bron ministerie van de franse gemeenschap Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap betreffende de bijzondere voorwaarden voor de erkenning van en de toekenning van toelagen aan de diensten voor hulpverlening in open milieu type besluit van de regering van de franse gemeenschap prom. 15/03/1999 pub. 01/06/1999 numac 1999029245 bron ministerie van de franse gemeenschap Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap betreffende de algemene voorwaarden voor de erkenning van en de toekenning van toelagen aan de diensten bedoeld bij artikel 43 van het decreet van 4 maart 1991 inzake hulpverlening aan de jeugd type besluit van de regering van de franse gemeenschap prom. 15/03/1999 pub. 01/06/1999 numac 1999029257 bron ministerie van de franse gemeenschap Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap betreffende de bijzondere voorwaarden voor de erkenning van en de toekenning van toelagen aan de diensten voor hulpverlening en educatief optreden sluiten betreffende de bijzondere voorwaarden voor de erkenning van en de toekenning van toelagen aan de diensten voor hulpverlening in open milieu, is van rechtswege erkend om preventieacties voor jongeren ouder dan 18 en jonger dan 22 jaar te verwezenlijken, indien hij hiervoor de schriftelijke aanvraag aan de bevoegde administratie richt. HOOFDSTUK 7. - Subsidiëring Afdeling 1. - Algemene bepalingen Art. 16.§ 1. Een dienst kan in categorie 1, 2, 3 of 4 erkend zijn, de normen waarnaar wordt verwezen voor elk van deze categorieën worden in artikel 17 opgenomen. § 2. Elke nieuwe dienst moet eerst verplicht gedurende minimaal 1 jaar in categorie 1 erkend zijn. Op het einde van deze periode is de dienst van rechtswege in categorie 2 erkend, behoudens andersluidende bepaling van de bevoegde administratie, in dat geval brengt de erkenningscommissie een advies uit. § 3. Volgens de noodzaak van het educatieve project en bij wijze van uitzondering kan de minister een of meerdere kleine gedecentraliseerde eenheden erkennen, "antennes" genoemd, met maximaal 3 voltijdse equivalenten, opvoeders klasse 1 of maatschappelijk assistenten. Enkel de diensten die meer dan een jaar erkend zijn kunnen de erkenning van een antenne aanvragen, overeenkomstig de gebruikelijke erkenningsprocedure. § 4. Het maximumaantal voltijdse equivalenten dat aan een dienst kan worden toegekend, bedraagt 10 in totaal, inclusief deze die aan antennes verbonden zijn. Volgens de noodzaak van programmatie en bij wijze van uitzondering kan de minister van deze beperking afwijken, na advies van de erkenningscommissie. Afdeling 2. - Subsidies voor personeelskosten Art. 17.De provisionele jaarlijkse toelage voor personeelskosten bedoeld in de artikelen 53 tot 55 van het besluit van 5 december 2018 wordt aan de dienst op basis van de volgende normen inzake personeelsbestand toegekend : 1° dienst categorie 1 : 3,5 voltijdse equivalenten :
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.