12 en artikel 41 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening en in dit besluit wordt steun toegekend aan nuttige-groenewarmte-installaties en, als dat van toepassing is, aangesloten energie-efficiënte stadsverwarming of -koeling. Alleen investeringen in installaties die in het Vlaamse Gewest liggen, die aan een economische vraag voldoen en waarvoor geen groenestroomcertificaten of warmte-krachtcertificaten zijn toegekend of kunnen worden toegekend, komen in aanmerking voor steun."; 2° in paragraaf 1 worden tussen het tweede en het derde lid vier leden ingevoegd, die luiden als volgt: "Voor de toepassing van dit hoofdstuk komen als nuttige-groenewarmte-installaties in aanmerking: 1° installaties die nuttige groene warmte produceren uit een organisch-biologische stof als vermeld in artikel 6.1.16, § 1, eerste lid, 6°, of een van de organisch-biologische stoffen, vermeld in artikel 6.1.16, § 1, eerste lid, 7°, met een bruto thermisch vermogen van meer dan 300 kWth; 2° installaties die nuttige groene warmte winnen uit aardwarmte uit de diepe ondergrond met een bruto thermisch vermogen van meer dan 1 MWth en, als dat van toepassing is, een aangesloten Organische Rankinecyclus voor elektriciteitsproductie.De aangesloten Organische Rankinecyclus komt alleen in aanmerking als het bruto elektrisch vermogen minstens 300 kWe is, geen warmteafnamepotentieel aanwezig is en aanvullend is op de productie van nuttige groene warmte voor een economisch aantoonbare warmtevraag. Er kan geen steun worden toegekend aan de boringen voor het winnen van aardwarmte. De minister kan op voorstel van het Vlaams Energieagentschap per call bepalen welke andere technologieën voor een nuttige-groenewarmte-installatie in aanmerking komen voor steun. De aangesloten energie-efficiënte stadsverwarming of -koeling, vermeld in het eerste lid, of de Organische Rankinecyclus, vermeld in het derde lid, 2°, kunnen al dan niet samen met de productie-installatie ingediend worden, maar komen alleen in aanmerking voor het deel dat voldoet aan een bijkomende economisch aantoonbare vraag. De steun bedraagt maximaal 1 miljoen euro per investeringsproject. In afwijking daarvan bedraagt voor het winnen van nuttige groene warmte uit aardwarmte uit de diepe ondergrond de steun maximaal 2 miljoen euro per investeringsproject. De Vlaamse Regering kan van het maximale steunbedrag per investeringsproject afwijken en beslissen over een steuntoekenning als het gevraagde steunbedrag hoger is."; 3° in paragraaf 4 wordt de zinsnede "van meer dan 1 MW" opgeheven; 4° in paragraaf 4 wordt tussen de woorden "als nieuwe nuttige-groenewarmte-installatie" en de woorden "De nuttige groene warmte" de zin "De minister kan per technologie een minimumvermogen voor de uitbreiding vastleggen." ingevoegd; 5° in paragraaf 5 wordt het jaartal "2015" vervangen door het jaartal "2020";6° paragraaf 7 wordt opgeheven. Art. 4.In artikel 7.4.2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 september 2013Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 13/09/2013 pub. 20/11/2013 numac 2013036069 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 houdende algemene bepalingen over het energiebeleid, wat betreft de invoering van een steunregeling voor nuttige groene warmte type besluit van de vlaamse regering prom. 13/09/2013 pub. 20/11/2013 numac 2013036070 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 houdende algemene bepalingen over het energiebeleid, wat betreft de invoering van een steunregeling voor de injectie van biomethaan type besluit van de vlaamse regering prom. 13/09/2013 pub. 20/11/2013 numac 2013036071 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 houdende algemene bepalingen over het energiebeleid, wat betreft de invoering van een steunregeling voor restwarmte type besluit van de vlaamse regering prom. 13/09/2013 pub. 22/10/2013 numac 2013035957 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende de agentschapsspecifieke regeling van de rechtspositie van het personeel van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie sluiten en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 juli 2015, 27 november 2015, 15 juli 2016 en 12 mei 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, zesde lid, wordt tussen de woorden "Er wordt alleen steun toegekend aan" en de woorden "stadsverwarming of -koeling" het woord "energie-efficiënte" ingevoegd; 2° in paragraaf 1, zesde lid, wordt de zinsnede "die gevoed wordt door ten minste 50 % hernieuwbare energiebronnen of 50 % restwarmte, die voldoet aan de voorwaarden van artikel 7.5.1, § 6, 1°, 2° en 3° " opgeheven; 3° in paragraaf 1 worden het zevende tot en met het tiende lid vervangen door wat volgt: "Er wordt alleen steun toegekend aan nuttige-groenewarmte-installaties die nuttige groene warmte produceren uit een organisch-biologische stof als vermeld in artikel 6.1.16, § 1, eerste lid, 6°, of een van de organisch-biologische stoffen, vermeld in artikel 6.1.16, § 1, eerste lid, 7°, met een vermogen van meer dan 300 kWth en ten hoogste 1 MWth als aan al de volgende voorwaarden is voldaan: 1° de principe-aanvraag tot steun bevat een dimensioneringsstudie voor het ontwerp van de nuttige-groenewarmte-installatie.De dimensioneringsstudie bevat minstens: a) een gedetailleerde berekening van de warmtevraag, inclusief een warmteverliesberekening;b) het aangeraden te plaatsen vermogen met het oog op de warmtevraag, vermeld in punt 1° ;c) de wijze waarop de variatie in de warmtevraag wordt opgevangen;d) een advies over warmte-opslag;e) een advies over de te plaatsen nuttige-groenewarmte-installatie;2° de beheerder van de nuttige-groenewarmte-installatie volgt bij de ingebruikname van de installatie een opleiding op maat om de installatie uit te baten.De beheerder van de installatie is de persoon die verantwoordelijk is voor minstens de aankoop en opslag van de organisch-biologische stof, de dagelijkse opvolging van de werking van de installatie en het onderhoud van de installatie. De opleiding op maat bevat minstens begeleiding voor: a) het in bedrijf nemen van de installatie;b) het dagelijkse beheer;c) de gebruikte brandstof, inclusief de vereiste kwaliteit en de condities van de opslag van de brandstof;d) de controle van de procesparameters;e) het correct handelen bij storingen en veiligheid;3° de emissies van de nuttige-groenewarmte-installatie worden bij de ingebruikname gemeten door een erkend laboratorium.Het rapport van die emissiemeting wordt uiterlijk een maand na de ingebruikname aan het Vlaams Energieagentschap bezorgd en bevat minstens de resultaten van de meting van CO, NOx, stof en SO2, uitgedrukt conform de bepalingen in het VLAREM; 4° in de principe-aanvraag wordt aangetoond dat de nuttige-groenewarmte-installatie alleen geschikt is voor het gebruik van houtpellets of dat de nuttige-groenewarmte-installatie zal worden uitgerust met minstens een doekenfilter of een elektrostatische filter.De doekenfilter of elektrostatische filter realiseert een minimaal verwijderingsrendement van 95%, of een maximale uitgangsconcentratie van 15 mg/Nm® stof bij 6% O2. De minister kan nadere regels vastleggen om te bepalen waaraan de dimensioneringsstudie, vermeld in het zevende lid, 1°, de opleiding op maat, vermeld in het zevende lid, 2°, en de emissiemeting, vermeld in het zevende lid, 3°, moeten voldoen. Het Vlaams energieagentschap beslist of een opleiding op maat voldoet aan de vereisten, zoals vastgesteld door de minister. De steun wordt in geval van projecten met biomassa alleen toegekend als de biomassa die in de installatie wordt gebruikt, voldoet aan de duurzaamheidscriteria, vermeld in artikel 6.1.16, § 1/
Art. 5.In artikel 7.4.3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 september 2013Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 13/09/2013 pub. 20/11/2013 numac 2013036069 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 houdende algemene bepalingen over het energiebeleid, wat betreft de invoering van een steunregeling voor nuttige groene warmte type besluit van de vlaamse regering prom. 13/09/2013 pub. 20/11/2013 numac 2013036070 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 houdende algemene bepalingen over het energiebeleid, wat betreft de invoering van een steunregeling voor de injectie van biomethaan type besluit van de vlaamse regering prom. 13/09/2013 pub. 20/11/2013 numac 2013036071 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 houdende algemene bepalingen over het energiebeleid, wat betreft de invoering van een steunregeling voor restwarmte type besluit van de vlaamse regering prom. 13/09/2013 pub. 22/10/2013 numac 2013035957 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende de agentschapsspecifieke regeling van de rechtspositie van het personeel van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie sluiten en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 juli 2015, 27 november 2015 en 15 juli 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "De principeaanvraag zal minstens volgende gegevens bevatten" vervangen door de woorden "De principeaanvraag bevat minstens de volgende gegevens";2° in paragraaf 1, tweede lid worden de punten 8° tot en met 10° toegevoegd, die luiden als volgt: "8° de minimale hoeveelheid geproduceerde groene warmte tijdens de eerste tien jaar na de ingebruikname van de installatie;9° de te realiseren CO2-besparing op basis van de minimale hoeveelheid geproduceerde groene warmte, vermeld in punt 3° ; 10° indien de aanvraag een energie-efficiënte stadsverwarming of koeling bevat, een studie hoe de stadsverwarming of -koeling toekomstbestendig zal zijn, conform artikel 7.7.2, tweede lid."; 3° in paragraaf 1 wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: "In het tweede lid wordt verstaan onder de te realiseren CO2-besparing: de CO2-emissie die nodig is voor de productie van de minimale hoeveelheid geproduceerde groene warmte tijdens de eerste tien jaar na de ingebruikname, vermeld in het tweede lid, 8° door de referentie-installatie, vermeld in paragraaf 3, vijfde lid.De CO2-emissie wordt berekend met een conversiefactor van 182,37 ton CO2/GWh."; 4° in paragraaf 1 wordt het bestaande vierde lid opgeheven;5° in paragraaf 3 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt: "Het Vlaams Energieagentschap rangschikt de ingediende projecten.Elk project krijgt een score op 100 punten, waarvan 50 punten afhankelijk zijn van de kostenefficiëntie en 50 punten van de CO2-efficiëntie. De punten voor kostenefficiëntie worden berekend naargelang het gevraagde steunpercentage. Voor die berekening wordt de aangevraagde steun, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 5°, samen met andere financiële steun als vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 4°, uitgedrukt in een totaal steunpercentage van de in aanmerking komende kosten. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat andere ondersteuningsmaatregelen volledig benut worden. De punten voor kostenefficiëntie worden berekend als 50 keer het laagste berekende steunpercentage van alle projecten, gedeeld door het berekende steunpercentage voor het project. De CO2-efficiëntie wordt berekend op basis van de te realiseren CO2-besparing uit de besparing, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 9° gedeeld door de in aanmerking komende kosten. De punten voor CO2-efficiëntie worden berekend als 50 keer de berekende CO2-efficiëntie voor het project, gedeeld door de hoogste CO2-efficiëntie van alle projecten. Projecten met eenzelfde puntentotaal worden gerangschikt op indientijdstip, waarbij een vroeger indientijdstip beter gerangschikt wordt. De projecten met het hoogste puntentotaal worden gesteund tot het budget, vermeld in artikel 7.4.1, § 2, derde lid, opgebruikt is."; 6° in paragraaf 3, tweede lid, worden tussen het woord "steunpercentage" en de woorden "te berekenen" de woorden "en de te realiseren CO2-besparing" ingevoegd;7° in paragraaf 3 wordt het zevende lid opgeheven; 8° in paragraaf 4 wordt in het eerste lid, tussen de zin "3° uiterlijk binnen de vier jaar na de datum van de principebeslissing in gebruik genomen zijn." en de zin "De minister kan de termijn, vermeld in 1°, op gemotiveerd verzoek verlengen.", de zin "Een beroep bij een administratief rechtscollege schorst de termijnen, vermeld in het eerste lid, 1°, 2° en 3°. ", ingevoegd. Art. 6.In artikel 7.4.4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 september 2013Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 13/09/2013 pub. 20/11/2013 numac 2013036069 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 houdende algemene bepalingen over het energiebeleid, wat betreft de invoering van een steunregeling voor nuttige groene warmte type besluit van de vlaamse regering prom. 13/09/2013 pub. 20/11/2013 numac 2013036070 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 houdende algemene bepalingen over het energiebeleid, wat betreft de invoering van een steunregeling voor de injectie van biomethaan type besluit van de vlaamse regering prom. 13/09/2013 pub. 20/11/2013 numac 2013036071 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 houdende algemene bepalingen over het energiebeleid, wat betreft de invoering van een steunregeling voor restwarmte type besluit van de vlaamse regering prom. 13/09/2013 pub. 22/10/2013 numac 2013035957 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende de agentschapsspecifieke regeling van de rechtspositie van het personeel van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie sluiten en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 juli 2015, 15 juli 2016, 12 mei 2017 en 26 januari 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° aan paragraaf 2 worden een tweede en een derde lid toegevoegd, die luiden als volgt: "De exploitant hanteert een massabalanssysteem dat: 1° toelaat leveringen van grondstoffen of biomassastromen met verschillende kenmerken te mengen;2° vereist dat informatie over de kenmerken en omvang van de leveringen, vermeld in punt 1°, aan het mengsel toegewezen blijven;3° ervoor zorgt dat de som van alle leveringen die uit het mengsel zijn gehaald dezelfde kenmerken heeft, in dezelfde hoeveelheden, als de som van alle leveringen die aan het mengsel zijn toegevoegd. Aan de hand van het massabalanssysteem, vermeld in het tweede lid, wordt aan het Vlaams Energieagentschap aangetoond dat de in de installatie gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria die van toepassing zijn op die biomassa als vermeld in artikel 6.1.16, § 1/
/10."; 2° in paragraaf 4, eerste lid, wordt een punt 3/1° ingevoegd, dat luidt als volgt: "3/1° een lagere productie van groene warmte tijdens de eerste tien jaar na de ingebruikname van de installatie dan opgegeven in de principeaanvraag conform artikel 7.4.3, § 1, tweede lid, 8°. De teruggevorderde subsidie is in verhouding met het tekort aan geproduceerde groene warmte."; 3° in paragraaf 4, eerste lid, worden punt 4° en 5° vervangen door wat volgt: "4° nuttige-groenewarmte-installaties die nuttige groene warmte produceren uit organisch-biologische stof en waarbij minder dan 85% van de brandstof gebruikt sinds de ingebruikname organisch-biologische stof als vermeld in artikel 6.1.16, § 1, eerste lid, 6°, of een van de organisch-biologische stoffen, vermeld in artikel 6.1.16, § 1, eerste lid, 7°, is; 5° nuttige-groenewarmte-installaties die nuttige groene warmte produceren uit organisch-biologische stof en waarbij minder dan 85% van de brandstof gebruikt sinds de ingebruikname voldoet aan de duurzaamheidscriteria, vermeld in artikel 6.1.16, § 1/
Art. 7.In titel VII van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2018Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 23/02/2018 pub. 30/03/2018 numac 2018011403 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende toekenning van een subsidie aan het ondersteuningsnetwerk kinderopvang type besluit van de vlaamse regering prom. 23/02/2018 pub. 15/03/2018 numac 2018011263 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot opheffing van het koninklijk besluit van 3 augustus 2012 betreffende het meerjarenplan voor de sterilisatie van huiskatten en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 februari 2016 betreffende de identificatie en registratie van katten, wat betreft de sterilisatie van katten type besluit van de vlaamse regering prom. 23/02/2018 pub. 29/03/2018 numac 2018011405 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010, houdende een beperking van het op ondernemings- of vestigingsniveau verschuldigde bedrag van de door financieringssteun voor hernieuwbare energie ontstane kosten voor elektro-intensieve ondernemingen sluiten, worden in het opschrift van hoofdstuk V de woorden "en energie-efficiënte stadsverwarming of -koeling" toegevoegd. Art. 8.In artikel 7.5.1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 september 2013Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 13/09/2013 pub. 20/11/2013 numac 2013036069 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 houdende algemene bepalingen over het energiebeleid, wat betreft de invoering van een steunregeling voor nuttige groene warmte type besluit van de vlaamse regering prom. 13/09/2013 pub. 20/11/2013 numac 2013036070 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 houdende algemene bepalingen over het energiebeleid, wat betreft de invoering van een steunregeling voor de injectie van biomethaan type besluit van de vlaamse regering prom. 13/09/2013 pub. 20/11/2013 numac 2013036071 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 houdende algemene bepalingen over het energiebeleid, wat betreft de invoering van een steunregeling voor restwarmte type besluit van de vlaamse regering prom. 13/09/2013 pub. 22/10/2013 numac 2013035957 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende de agentschapsspecifieke regeling van de rechtspositie van het personeel van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie sluiten en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 juli 2015, 15 juli 2016 en 12 mei 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1, eerste lid, wordt vervangen door wat volgt: "Onder de voorwaarden vermeld in de artikelen
12 en artikel 38 en artikel 46 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening en in dit besluit, wordt steun toegekend aan: 1° installaties voor de benutting van restwarmte die aan een economisch aantoonbare vraag voldoet en waarvoor geen steun voor de productie van nuttige groene warmte als bedoeld in artikel 7.4.1 werd toegekend of kan worden toegekend, en, voor zover dat van toepassing is, aan een aangesloten Organische Rankinecyclus voor elektriciteitsproductie; 2° aan energie-efficiënte stadsverwarming of -koeling, die aan een bijkomende economische aantoonbare warmtevraag voldoen."; 2° in paragraaf 1 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: "Alleen investeringen in installaties die in het Vlaamse Gewest liggen en waarvoor geen groenestroomcertificaten of warmtekrachtcertificaten zijn toegekend of kunnen worden toegekend, komen in aanmerking voor steun.De Organische Rankinecyclus komt alleen in aanmerking als het bruto elektrisch vermogen minstens 300 kWe is, geen warmteafnamepotentieel en geen potentieel voor een kwalitatieve warmte-krachtkoppeling, conform artikel 1.1.3, 76°, van het Energie decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/05/2009 pub. 28/08/2009 numac 2009035790 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs type decreet prom. 08/05/2009 pub. 09/06/2009 numac 2009035487 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het REG-decreet van 2 april 2004, wat de uitbreiding tot luchtvaartactiviteiten betreft sluiten, met een gewenst rendement op de totale investering (parameter `r') groter dan of gelijk aan de waarde zoals bepaald in punt 3 van bijlage III/2 bij het Energiebesluit, aanwezig is, enkel laagwaardige warmte gebruikt wordt en aanvullend is op een benutting van restwarmte voor een economisch aantoonbare warmtevraag. De Organische Rankinecyclus kan al dan niet samen met de productie-installatie ingediend worden, maar komt alleen in aanmerking voor het deel dat aan een bijkomende economisch aantoonbare vraag voldoet. De minister kan nadere regels vastleggen om te bepalen of de warmte laagwaardig is."; 3° paragraaf 1, tweede lid wordt vervangen door wat volgt: "De steun bedraagt maximaal 1 miljoen EUR per investeringsproject.In afwijking hiervan bedraagt voor energie-efficiënte stadsverwarming of -koeling de steun maximaal 2 miljoen EUR per investeringsproject. De Vlaamse Regering kan van het maximale steunbedrag per investeringsproject afwijken en beslissen over een steuntoekenning als het gevraagde steunbedrag hoger is." 4° aan paragraaf 3 wordt de volgende zin toegevoegd: "De investeringen mogen niet gelijktijdig ingediend worden in een andere call uit dit besluit." 5° in paragraaf 4 wordt het jaartal "2015" vervangen door het jaartal "2020";6° in paragraaf 6, eerste zin wordt het woord "restwarmteprojecten" vervangen door "investeringsprojecten";7° in paragraaf 6, tweede lid, wordt punt 1° vervangen door wat volgt: "1° wat de oorsprong van de restwarmte betreft, moet het gaan om proceswarme die aan al de volgende voorwaarden voldoet:
12 en artikel 41 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening";2° in paragraaf 1, tweede lid wordt "hiervan" vervangen door "van het maximale steunbedrag";3° in paragraaf 4 wordt het jaartal "2015" vervangen door het jaartal "2020". Art. 14.In artikel 7.6.2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 september 2013Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 13/09/2013 pub. 20/11/2013 numac 2013036069 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 houdende algemene bepalingen over het energiebeleid, wat betreft de invoering van een steunregeling voor nuttige groene warmte type besluit van de vlaamse regering prom. 13/09/2013 pub. 20/11/2013 numac 2013036070 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 houdende algemene bepalingen over het energiebeleid, wat betreft de invoering van een steunregeling voor de injectie van biomethaan type besluit van de vlaamse regering prom. 13/09/2013 pub. 20/11/2013 numac 2013036071 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 houdende algemene bepalingen over het energiebeleid, wat betreft de invoering van een steunregeling voor restwarmte type besluit van de vlaamse regering prom. 13/09/2013 pub. 22/10/2013 numac 2013035957 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende de agentschapsspecifieke regeling van de rechtspositie van het personeel van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie sluiten en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1, zesde lid wordt opgeheven;2° in paragraaf 2, eerste lid wordt het woord "biomethaaninjectie" vervangen door "biomethaanproductie en -injectie". Art. 15.In artikel 7.6.3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 september 2013Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 13/09/2013 pub. 20/11/2013 numac 2013036069 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 houdende algemene bepalingen over het energiebeleid, wat betreft de invoering van een steunregeling voor nuttige groene warmte type besluit van de vlaamse regering prom. 13/09/2013 pub. 20/11/2013 numac 2013036070 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 houdende algemene bepalingen over het energiebeleid, wat betreft de invoering van een steunregeling voor de injectie van biomethaan type besluit van de vlaamse regering prom. 13/09/2013 pub. 20/11/2013 numac 2013036071 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 houdende algemene bepalingen over het energiebeleid, wat betreft de invoering van een steunregeling voor restwarmte type besluit van de vlaamse regering prom. 13/09/2013 pub. 22/10/2013 numac 2013035957 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende de agentschapsspecifieke regeling van de rechtspositie van het personeel van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie sluiten en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 juli 2015 en 27 november 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "De principeaanvraag zal minstens volgende gegevens bevatten" vervangen door de woorden "De principeaanvraag bevat minstens de volgende gegevens";2° in paragraaf 1, tweede lid worden de punten 6° tot en met 9° ingevoegd, die luiden als volgt: "6° het vermogen;7° het rendement;8° de minimale hoeveelheid te produceren biomethaan tijdens de eerste tien jaar na de ingebruikname van de installatie;9° de te realiseren CO2-besparing op basis van de minimale hoeveelheid te produceren biomethaan, vermeld in punt 8°."; 3° in paragraaf 1 wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd dat luidt als volgt: "In het tweede lid wordt verstaan onder de te realiseren CO2-besparing: de minimale hoeveelheid te produceren biomethaan tijdens de eerste tien jaar na de ingebruikname, vermeld in het tweede lid, 8° vermenigvuldigd met de conversiefactor.De CO2-emissie wordt berekend met een conversiefactor van 182,37 ton CO2/GWh."; 4° in paragraaf 1 wordt het bestaande lid 4 opgeheven;5° in paragraaf 3 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt: "Het Vlaams Energieagentschap rangschikt de ingediende projecten.Elk project krijgt een score op 100 punten, waarvan 50 punten afhankelijk zijn van de kostenefficiëntie en 50 punten van de CO2-efficiëntie. De punten voor kostenefficiëntie worden berekend naargelang het gevraagde steunpercentage. Voor die berekening wordt de aangevraagde steun, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 3°, samen met andere financiële steun als vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 2°, uitgedrukt in een totaal steunpercentage van de in aanmerking komende kosten. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat andere ondersteuningsmaatregelen volledig benut worden. De punten voor kostenefficiëntie worden berekend als 50 keer het laagste berekende steunpercentage van alle projecten, gedeeld door het berekende steunpercentage voor het project. De CO2-efficiëntie wordt berekend op basis van de te realiseren CO2-besparing uit de besparing, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 9° gedeeld door de in aanmerking komende kosten. De punten voor CO2-efficiëntie worden berekend als 50 keer de berekende CO2-efficiëntie voor het project, gedeeld door de hoogste CO2-efficiëntie van alle projecten. Projecten met eenzelfde puntentotaal worden gerangschikt op indientijdstip, waarbij een vroeger indientijdstip beter gerangschikt wordt. De projecten met het hoogste puntentotaal worden gesteund tot het budget, vermeld in artikel 7.6.1, § 2, derde lid, opgebruikt is."; 6° in paragraaf 3, tweede lid, worden tussen het woord "steunpercentage" en de woorden "te berekenen" de woorden "en de te realiseren CO2-besparing" ingevoegd;7° in paragraaf 3 wordt het zevende lid opgeheven; 8° in paragraaf 4 wordt in het eerste lid, tussen de zin "3° uiterlijk binnen de vier jaar na de datum van de principebeslissing in gebruik genomen zijn." en de zin "De minister kan de termijn, vermeld in 1°, op gemotiveerd verzoek verlengen.", de zin "Een beroep bij een administratief rechtscollege schorst de termijnen, vermeld in het eerste lid, 1°, 2° en 3°. ", ingevoegd. Art. 16.In artikel 7.6.4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 september 2013Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 13/09/2013 pub. 20/11/2013 numac 2013036069 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 houdende algemene bepalingen over het energiebeleid, wat betreft de invoering van een steunregeling voor nuttige groene warmte type besluit van de vlaamse regering prom. 13/09/2013 pub. 20/11/2013 numac 2013036070 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 houdende algemene bepalingen over het energiebeleid, wat betreft de invoering van een steunregeling voor de injectie van biomethaan type besluit van de vlaamse regering prom. 13/09/2013 pub. 20/11/2013 numac 2013036071 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 houdende algemene bepalingen over het energiebeleid, wat betreft de invoering van een steunregeling voor restwarmte type besluit van de vlaamse regering prom. 13/09/2013 pub. 22/10/2013 numac 2013035957 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende de agentschapsspecifieke regeling van de rechtspositie van het personeel van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie sluiten en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 januari 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, tweede lid worden de woorden "geïnjecteerde hoeveelheid biomethaangas" vervangen door "de geproduceerde en geïnjecteerde hoeveelheid biomethaangas"; 2° in paragraaf 2, tweede lid wordt de zinsnede "van toepassing op die biomassa, zoals bedoeld in artikel 6.1.16, § 1/1" vervangen door de zinsnede `die van toepassing zijn op die biomassa als vermeld in artikel 6.1.16, § 1/
/10"; 3° in paragraaf 4, eerste lid, 3°, worden de woorden "de geïnjecteerde hoeveelheid biomethaan" vervangen door de woorden "de geproduceerde en geïnjecteerde hoeveelheid biomethaan"; 4° in paragraaf 4, eerste lid, wordt een punt 3/1° ingevoegd, dat luidt als volgt: "3/1° een lagere productie van biomethaan tijdens de eerste tien jaar na de ingebruikname van de installatie dan opgegeven in de principeaanvraag conform artikel 7.6.3, § 1, tweede lid, 8°. De teruggevorderde subsidie is in verhouding met het tekort aan geproduceerde biomethaan.". Art. 17.In titel VII van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij besluit van 23 februari 2018, wordt hoofdstuk VII, dat bestaat uit artikel 7.7.
7.7.3, vervangen door wat volgt: "HOOFDSTUK VII. Instrumenten ter ondersteuning van nuttige-groenewarmte-installaties, installaties voor de benutting van restwarmte en stadsverwarming en -koeling Afdeling I. - Algemene bepalingen Art. 7.7.1. § 1. Onder de voorwaarden vermeld in artikelen
12, en artikel 49 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening en in dit besluit, wordt steun toegekend aan instrumenten die de investeringen in nuttige-groenewarmte-installaties, installaties voor de benutting van restwarmte en stadsverwarming en -koeling in het Vlaamse Gewest bevorderen. De minister bepaalt jaarlijks het maximale bedrag van de totale steun op basis van de middelen die daarvoor op de algemene uitgavenbegroting van dat jaar ingeschreven zijn en van de middelen van het Energiefonds. Het maximale bedrag is ten hoogste 300.000 euro. Het Vlaams Energieagentschap kent de steun toe tot het budget is opgebruikt. §
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.