← België

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 april 2016 houdende de planning van bedden met een bijzon

1 MAART

  1. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 april 2016Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 15/04/2016 pub. 10/05/2016 numac 2016035736 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende de planning van bedden met een bijzondere erkenning als rust- en verzorgingstehuis type besluit van de vlaamse regering prom. 15/04/2016 pub. 10/05/2016 numac 2016035755 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende de toekenning en de erkenning van bijkomende bedden met een bijzondere erkenning als rust- en verzorgingstehuis sluiten houdende de planning van bedden met een bijzondere erkenning als rust- en verzorgingstehuis De Vlaamse Regering, Gelet op het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009, artikel 52/1, ingevoegd bij het decreet van 18 mei 2018; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 15 april 2016Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 15/04/2016 pub. 10/05/2016 numac 2016035736 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende de planning van bedden met een bijzondere erkenning als rust- en verzorgingstehuis type besluit van de vlaamse regering prom. 15/04/2016 pub. 10/05/2016 numac 2016035755 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende de toekenning en de erkenning van bijkomende bedden met een bijzondere erkenning als rust- en verzorgingstehuis sluiten houdende de planning van bedden met een bijzondere erkenning als rust- en verzorgingstehuis; Gelet op het akkoord van Vlaamse minister bevoegd voor de begroting, gegeven op 29 november 2018; Gelet op de adviesaanvraag binnen 30 dagen, die op 10 december 2018 bij de Raad van State is ingediend, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat het advies niet is meegedeeld binnen die termijn; Gelet op artikel 84, § 4 tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de zorgzwaarte in de woonzorgcentra de voorbije jaren sterk is toegenomen; Overwegende dat de Vlaamse Regering bij de opmaak van de begroting 2019 in extra middelen heeft voorzien om aan woongelegenheden in woonzorgcentra een bijkomende erkenning toe te kennen; Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin; Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.In het opschrift van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 april 2016Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 15/04/2016 pub. 10/05/2016 numac 2016035736 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende de planning van bedden met een bijzondere erkenning als rust- en verzorgingstehuis type besluit van de vlaamse regering prom. 15/04/2016 pub. 10/05/2016 numac 2016035755 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende de toekenning en de erkenning van bijkomende bedden met een bijzondere erkenning als rust- en verzorgingstehuis sluiten houdende de planning van bedden met een bijzondere erkenning als rust- en verzorgingstehuis, worden de woorden "planning van bedden met een bijzondere erkenning als rust- en verzorgingstehuis" vervangen door de woorden "planning van bedden met een bijzondere erkenning als rust- en verzorgingstehuis en van woongelegenheden erkend als woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning". Art. 2.Aan artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 februari 2017, 25 mei 2018 en 7 december 2018, wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "Het maximaal te erkennen woongelegenheden erkend als woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning wordt met ingang van 1 juli 2019 vastgelegd op 50.711 woongelegenheden". Art. 3.Aan artikel 4 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2017, wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "Artikel 2, vijfde lid, heeft uitwerking met ingang van 28 februari 2019". Art. 4.De Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 1 maart
  2. De minister-president van de Vlaamse Regering, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, J. VANDEURZEN

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.