VLAAMSE OVERHEID Welzijn, Volksgezondheid en Gezin 4 FEBRUARI 2019. - Ministerieel besluit houdende de vastlegging voor de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg van de voorwaarden voor de toekenning van een subsidiabel urencontingent gezinszorg, vermeld in artikel 8 en 9/1, en van de ontvankelijkheidscriteria voor de aanvraag van extra uren gezinszorg, vermeld in artikel 9, van bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 24/07/2009 pub. 17/12/2009 numac 2009036117 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers sluiten betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN, Gelet op het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009, artikel 58, § 1, eerste lid, gewijzigd bij het decreet van 21 juni 2013, en tweede lid, en artikel 60, derde lid; Gelet op bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 24/07/2009 pub. 17/12/2009 numac 2009036117 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers sluiten betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, artikel 8, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 21 december 2012, 25 april 2014, 19 oktober 2018 en 25 januari 2019, artikel 9, hersteld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2019, en artikel 9/1, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2019; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 27 november 2018; Gelet op de adviesaanvraag binnen dertig dagen, die op 11 december 2018 bij de Raad van State is ingediend, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat het advies niet is meegedeeld binnen die termijn; Gelet op artikel 84, § 4, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, Besluit : Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder bijlage I: bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 24/07/2009 pub. 17/12/2009 numac 2009036117 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers sluiten betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers. Art. 2.Binnen de beschikbare begrotingskredieten behoudt een erkende dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg minstens zijn maximale subsidiabele uren, zoals toegewezen ter uitvoering van artikel 8, derde lid, van bijlage I, van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarin de extra uren gezinszorg worden toegekend. In afwijking van het eerste lid krijgt een erkende dienst waarvan de realisatie van het urencontingent gezinszorg, zoals berekend in Vesta, lager is dan 80 % in het derde en tweede kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarop het maximale aantal subsidiabele uren wordt bepaald, een urencontingent toegewezen dat gelijk is aan de hoogste realisatie van zijn urencontingent in een van die twee kalenderjaren, verhoogd met 3 %. Een erkende dienst behoudt minstens een urencontingent van 15.390 uur. Het verschil tussen het urencontingent gezinszorg dat toegewezen is voor het kalenderjaar en het urencontingent gezinszorg van het voorgaande kalenderjaar wordt toegevoegd aan de extra te verdelen uren gezinszorg. Vanaf het werkingsjaar 2022 wordt het percentage van 80 %, vermeld in het tweede lid, vervangen door 85 % en wordt de realisatie van het urencontingent en de afname van de uren gezinszorg berekend op het niveau van een regionale stad. Bij een afname van uren gezinszorg in een regionale stad behoudt de dienst minimaal 1539 uur in die regionale stad. De realisatie van het urencontingent, vermeld in het vierde lid, wordt berekend door de procentuele verhouding te nemen van de prestaties gezinszorg van de dienst op het niveau van een regionale stad ten opzichte van het urencontingent dat aan de dienst toegewezen is voor die regionale stad, van hetzelfde jaar als het jaar waarin de uren gezinszorg in de regionale stad in kwestie gepresteerd zijn. De prestaties gezinszorg op het niveau van een regionale stad bestaan uit de som van de gesubsidieerde gepresteerde uren gezinszorg, zoals berekend in Vesta, de uren dagverzorging en de gelijkgestelde gesubsidieerde uren op het niveau van die regionale stad. De uren dagverzorging, vermeld in het zesde lid, worden berekend door de uren dagverzorging, zoals geregistreerd in Vesta, te verdelen over de regionale steden in verhouding tot de gefactureerde uren dagverzorging, vermeld in artikel 53/1 van bijlage IX bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 24/07/2009 pub. 17/12/2009 numac 2009036117 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers sluiten betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers. De gelijkgestelde gesubsidieerde uren, vermeld in het zesde lid, worden verdeeld in verhouding tot de gesubsidieerde gepresteerde uren over de regionale steden waarin de dienst actief is. De gesubsidieerde gepresteerde uren gezinszorg bevatten de uren dagverzorging, vermeld in het zevende lid. Het verschil tussen het urencontingent gezinszorg op het niveau van een regionale stad, dat toegewezen is voor het kalenderjaar, en het urencontingent gezinszorg op het niveau van dezelfde regionale stad, dat toegewezen is voor het voorgaande kalenderjaar, wordt toegevoegd aan de extra te verdelen uren gezinszorg in diezelfde regionale stad. Art. 3.§ 1. Een aanvraag van extra uren gezinszorg als vermeld in artikel 9 van bijlage I, is alleen ontvankelijk als de dienst voldoet aan de criteria, vermeld in paragraaf 2 en 3. § 2. De dienst moet voldoen aan minstens twee van de vier volgende criteria: 1° minstens 30 % van zijn gebruikers aan wie gezinszorg is verleend, heeft een BEL-score van 35 punten of hoger.Per dossier wordt de gewogen gemiddelde BEL-score genomen, zoals berekend in Vesta; 2° minstens 12 % van zijn gebruikers heeft een gebruikersbijdrage gezinszorg van maximaal 4,5 euro.Per dossier wordt de gewogen gemiddelde gebruikersbijdrage genomen, zoals berekend in Vesta; 3° minstens 2 % van de gesubsidieerde gepresteerde uren gezinszorg bij gebruikers zijn onregelmatige prestaties als vermeld in artikel 11 van bijlage I;4° Bij minstens 12,5 % van de gebruikers aan wie gezinszorg is verleend, geldt een van de volgende redenen voor de opstart van hulp, zoals geregistreerd in Vesta:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.