GEMEENSCHAPPELIJKE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE VAN BRUSSEL-HOOFDSTAD 29 MAART 2019. - Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord gesloten tussen de Franse Gemeenschap, het Waals Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de erkenning van competenties De Vergadering van de Franse Gemeenschapscommissie heeft aangenomen en Wij, het College, bekrachtigen en verkondigen hetgeen volgt : Artikel 1.Dit decreet regelt, krachtens artikel 138 van de Grondwet, een aangelegenheid als bedoeld in artikel 127 ervan. Art. 2.Er wordt ingestemd met het samenwerkingsakkoord gesloten tussen de Franse Gemeenschap, het Waals Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de erkenning van competenties. Brussel, 29 maart 2019. De voorzitter Een Secretaris De Griffier Voor het College van de Franse Gemeenschapscommissie : F. LAANAN, Voorzitster van het College D. GOSUIN, Lid van het College bevoegd voor Opleiding Samenwerkingsakkoord van 21 maart 2019 tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de erkenning van competenties Gelet op de artikelen 1, 39, 127, 134 en 138 van de Grondwet; Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 92bis, § 1, ingevoegd bij de bijzondere wet van 8 augustus 1988 en gewijzigd bij de bijzondere wetten van 16 juli 1993 en 6 januari 2014; Gelet op het samenwerkingsakkoord van 24 juli 2003 betreffende de erkenning van competenties op het gebied van de voortgezette beroepsopleiding, gesloten tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie; Gelet op het decreet II van de Raad van de Franse Gemeenschap van 19 juli 1993 tot toekenning van de uitoefening van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap aan het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie; Gelet op het decreet II van de Waalse Gewestraad van 22 juli 1993 betreffende de overheveling van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap naar het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie; Gelet op het decreet van de Franse Gemeenschap van 3 april 2014 betreffende de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap waarvan de uitoefening naar het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie wordt overgedragen; Gelet op het decreet van de Franse Gemeenschapscommissie van 4 april 2014 betreffende de overdracht van de uitoefening van de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap naar het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie; Gelet op het decreet van het Waalse Gewest van 11 april 2014 betreffende de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap waarvan de uitoefening aan het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie wordt overgedragen; Gelet op het decreet III van de Vergadering van de Franse Gemeenschapscommissie van 22 juli 1993 tot toekenning van de uitoefening van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap aan het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie; Overwegende het samenwerkingsakkoord betreffende de permanente vorming van de middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen en het toezicht op het "Institut de Formation permanente pour les classes moyennes et les petites et moyennes entreprises" (Instituut voor permanente vorming voor de middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen), gesloten op 20 februari 1995 door de Franse Gemeenschapscommissie, de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest; Overwegende het samenwerkingsakkoord van 26 februari 2015Relevante gevonden documenten type samenwerkingsakkoord prom. 26/02/2015 pub. 15/05/2015 numac 2015202342 bron waalse overheidsdienst Samenwerkingsakkoord tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapcommissie betreffende de oprichting en het beheer van een « Cadre francophone des certifications » sluiten tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de oprichting en het beheer van een "Cadre francophone des certifications", afgekort "C.F.C." (Franstalig certificeringskader); Overwegende het samenwerkingsakkoord van 29 oktober 2015Relevante gevonden documenten type samenwerkingsakkoord prom. 29/10/2015 pub. 31/12/2015 numac 2015205981 bron waalse overheidsdienst Samenwerkingsakkoord tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapcommissie betreffende de Service francophone des Métiers et des Qualifications sluiten tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de Franstalige dienst voor beroepen en kwalificaties (Service francophone des Métiers et des Qualifications, afgekort "SFMQ"); Overwegende de wet van 17 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/07/2013 pub. 14/08/2013 numac 2013011345 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende invoeging van Boek III « Vrijheid van vestiging, dienstverlening en algemene verplichtingen van de ondernemingen », in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van de definities eigen aan boek III en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan boek III, in boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht sluiten houdende invoeging van Boek III "Vrijheid van vestiging, dienstverlening en algemene verplichtingen van de ondernemingen", in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van de definities eigen aan boek III en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan boek III, in boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht; Overwegende het koninklijk besluit van 31 januari 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/01/2006 pub. 03/02/2006 numac 2006011052 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot oprichting van het BELAC accreditatiesysteem van instellingen voor de conformiteitsbeoordeling sluiten tot oprichting van het BELAC-accreditatiesysteem van instellingen voor conformiteitsbeoordeling; Overwegende de adviezen van de Raad van State 64.730/2, 64.769/2 en 64.752/2 van 9 januari 2019; Gelet op de beraadslaging van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 28 februari 2019; Gelet op de beraadslaging van de Waalse Regering van 14 maart 2019; Gelet op de beraadslaging van de Franse Gemeenschapsregering van 20 maart 2019; Overwegende dat de overheden een globale strategie voor de levenslange vorming dienen uit te stippelen gebaseerd op uitgebalanceerde burgeremancipatie- en inzetbaarheidsbeginselen; Overwegende dat die strategie wordt uitgewerkt om iedereen in de kennismaatschappij te integreren, om de toegang tot of voortzetting van het dienstverband en derhalve het economisch en maatschappelijk welzijn van iedereen te garanderen; Overwegende dat de deelname aan de kennismaatschappij inhoudt dat verworven competenties in de maatschappij kunnen worden gevaloriseerd; Overwegende dat sommige personen competenties hebben verworven door middel van werkervaring, onderwijs, beroepsopleiding of levenservaring, maar niet beschikken over diploma's of beroepskwalificaties die de erkenning daarvan formaliseren, hetgeen hun economische, sociale en culturele participatie hindert en dus een factor van uitsluiting van de arbeidsmarkt of zelfs van sociale uitsluiting is; Overwegende dat de overheden, die moeten bijdragen tot de invoering van een rechtvaardige en billijke maatschappij, er om die reden voor moeten zorgen dat die competenties kunnen worden gevaloriseerd; Overwegende dat iedereen loopbaanperspectieven moet worden aangeboden of in de werksfeer moet kunnen evolueren op grond van een door allen gedeelde erkenning van de waarde die zij in de loop van hun beroepstraject hebben verworven; Overwegende de Aanbeveling van de Raad van de Europese Unie betreffende de erkenning van niet-formeel en informeel leren, aangenomen op 20 december 2012 en de definitie van validatie als "een procedure waarmee een erkende instantie bevestigt dat de betrokken persoon leerresultaten heeft verworven die aan een relevante norm voldoen; zij bestaat uit vier fasen : identificatie - door middel van een gesprek - van relevante ervaringen van een persoon; documentatie om de ervaringen van de betrokkene zichtbaar te maken; een formele beoordeling van deze ervaringen en certificatie van de resultaten van de beoordeling, die kan leiden tot een gedeeltelijke of volledige kwalificatie"; Overwegende dat de federale overheid overeenkomstig de programmawet van 30 december 2001Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 30/12/2001 pub. 31/12/2001 numac 2001003669 bron ministerie van financien Programmawet sluiten een recht van de werknemer op de competentiebalans heeft ingesteld en dat de instrumenten voor de uitoefening van dat recht bijgevolg in de Gewesten en de Gemeenschappen dienen te worden gecreëerd; Overwegende het instellen door de federale overheid van een "individuele opleidingsrekening" overeenkomstig artikel 3 van het koninklijk besluit van 5 december 2017Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 05/12/2017 pub. 18/12/2017 numac 2017206212 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende uitvoering van afdeling 1 van hoofdstuk 2 van de wet van 5 maart 2017 betreffende werkbaar en wendbaar werk sluiten houdende uitvoering van afdeling 1 van hoofdstuk 2 van de wet van 5 maart 2017 betreffende werkbaar en wendbaar werk; Overwegende dat een erkenningsprocedure het recht van de werknemer op de competentiebalans en op de individuele opleidingsrekening, alsook op de diensten van de overheidsdiensten voor werkgelegenheid aanvult en erin bestaat om, met het oog op het beheer van de competenties op de arbeidsmarkt, de competenties van werkzoekenden en werknemers door te lichten, te vergelijken met het professionele project, met de zoektocht naar werk of het opleidingsproject van die laatste; Overwegende dat de referentiemodellen voor de erkenning van de competenties, gebundeld in het Répertoire opérationnel des Métiers et des Emplois en de Franstalige dienst voor beroepen en kwalificaties (SFMQ), in samenwerking met de overheidsdiensten voor werkgelegenheid en de sociale partners, moeten worden gecoördineerd met de referentiemodellen voor beroepen en kwalificaties in een Europese, federale, gemeenschaps- en gewestelijke optiek; Overwegende in het algemeen dat de erkenning van competenties, werkgelegenheid, onderwijs, beroepsopleiding en economie op elkaar moeten worden afgestemd om de op de arbeidsmarkt verworven competenties te valoriseren, de arbeidstrajecten of de zoektocht naar werk te faciliteren, de hervatting van studies of opleidingen (en in het bijzonder de toegang tot onderwijs- en beroepskwalificaties) mogelijk te maken, en de professionele identiteit en de eigenwaarde van de houders van een competentiebewijs te versterken; Overwegende de nood aan modernisering van het eerste samenwerkingsakkoord betreffende de erkenning van competenties op het gebied van de voortgezette beroepsopleiding, op 24 juli 2003 gesloten tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewet en de Franse Gemeenschapscommissie op basis van de lessen die de contracterende partijen getrokken hebben uit vijftien jaar ontwikkeling van het ingevoerde mechanisme; Overwegende dat het daarom van essentieel belang is dat een transparante, strikte en kwalitatief hoogstaande procedure voor de erkenning van competenties op basis van een gemeenschappelijke methode, die kan leiden tot certificering, met rechtsgevolgen, notoriëteitseffecten en onderhandelde effecten, gebaseerd is op een samenwerkingsovereenkomst tussen de Franse Gemeenschap, het Waals Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie; Overwegende tot slot dat de totstandkoming van notoriëteitseffecten en onderhandelde effecten veronderstelt dat de sociale gesprekspartners een dergelijke procedure goedkeuren; De Franse Gemeenschap, vertegenwoordigd door haar Regering in de persoon van diens Minister-President, de heer Rudy Demotte, en in de persoon van de Minister van Hoger Onderwijs, Onderwijs voor Sociale Promotie, Wetenschappelijk Onderzoek en Media, de heer Jean-Claude Marcourt; Het Waals Gewest, vertegenwoordigd door zijn Regering in de persoon van de Minister-President, de heer Willy Borsus, en in de persoon van de Minister van Tewerkstelling en Vorming, de heer Pierre-Yves Jeholet; De Franse Gemeenschapscommissie, vertegenwoordigd door haar College in de persoon van diens Voorzitter, mevr. Fadila Laanan, en in de persoon van diens Minister van belast met Beroepsopleiding, de heer Didier Gosuin; Hierna de "contracterende partijen" genoemd, Zijn het volgende overeengekomen : HOOFDSTUK 1 Definities, voorwerp, toepassingsgebied en begunstigden Artikel 1.In de zin van dit samenwerkingsakkoord wordt verstaan onder : 1° competentie : de meetbare bekwaamheid om de kennis die nodig is voor het voltooien van een taak in een arbeidssituatie in te schakelen : kennis, knowhow en gedrag;2° erkenning van de competenties : procedure in vier stappen : identificatie, documentatie, evaluatie en certificering - waarmee een bevoegde instelling bevestigt dat een persoon de competenties heeft verworven die aan een relevante norm voldoen;3° certificatie : formeel resultaat van een evaluatie- en erkenningsprocedure, afgeleverd wanneer een bevoegde dienst verklaart dat een persoon, na een proces van onderwijs, opleiding of erkenning van competenties, de competenties bezit die aan een relevante norm voldoen;4° certificatie van onderwijs : certificatie bestaande uit een coherent en aanzienlijk geheel van leerresultaten met het oog op persoonlijke ontplooiing, het voortzetten van studies of opleiding en de toegang tot het beroepsleven;5° beroepscertificatie : certificatie bestaande uit een coherente en zinvolle reeks van leerresultaten met het oog op de voortgezette opleiding, de inschakeling in of handhaving op de arbeidsmarkt of beroepsspecialisatie.De beroepscertificatie kan desgevallend leiden tot het voortzetten of hervatten van studies mits valorisatie door het aanleren van gecertificeerde competenties in de beroepsopleiding; 6° referentiemodel : beschrijving van de onderwijs-, opleidings-, oriëntatie- en erkenningsmethodes die zowel een methodologisch naslagwerk als een instrument voor overleg vormen die, voor een organisatie, de norm bepalen die nodig is om haar activiteiten te ontplooien, te sturen en te evalueren;7° erkenningsreferentiemodel : de norm, opgebouwd op basis van het beroep, die het mogelijk maakt de beheersing van de competenties van de kandidaat voor de erkenning te evalueren en die, naast de lijst van te evalueren competenties, ook de evaluatiemethoden bevat en de nodige aanwijzingen voor het relevante gebruik van de evaluatiecriteria;8° begeleiding : de opdracht van een erkenningscentrum (of een partner waarmee het centrum een overeenkomst afsluit) bestaande uit een gesprek met de kandidaat voor en na een test voor de erkenning van competenties.Omvat meer bepaald informatie over het systeem en de tests, een prognose van de kansen op succes bij de test en advies over de mogelijke trajecten voor de kandidaat; 9° controle-instellingen : instellingen die zijn geaccrediteerd volgens het BELAC-accreditatiesysteem van instellingen voor conformiteitsbeoordeling, opgericht bij koninklijk besluit van 31 januari 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/01/2006 pub. 03/02/2006 numac 2006011052 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot oprichting van het BELAC accreditatiesysteem van instellingen voor de conformiteitsbeoordeling sluiten;10° instantie : elke instantie bedoeld bij artikel 15bis van het samenwerkingsakkoord van 20 februari 1995 betreffende de permanente vorming van de middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen en het toezicht op het `Institut de Formation permanente pour les classes moyennes et les petites et moyennes entreprises' (Instituut voor permanente vorming voor de middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen), gesloten door de Franse Gemeenschapscommissie, de Franse Gemeenschap en het Waals Gewest en meer bepaald het Institut wallon de formation en alternance et des indépendants et petites et moyennes entreprises (IFAPME) en Service formation PME van de Franse Gemeenschapscommissie (SFPME);11° de voogdijministers : de ministers die verantwoordelijk zijn voor sociale promotie, onderwijs en beroepsopleiding in het Waals Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie. Art. 2.Elke persoon kan in de loop van zijn leven vragen om competenties te erkennen, behalve schoolplichtige minderjarigen. Het directiecomité bedoeld in artikel 6 kan afwijken van de uitzondering van het eerste lid van dit artikel met instemming van de minister van Onderwijs. Art. 3.De erkenning van de competenties moet leiden tot de afgifte van een competentiebewijs zoal bedoeld in artikel 20, om de competenties te certificeren die een individu in een formele, niet-formele of informele context heeft verworven. Het competentiebewijs wordt door de contracterende partijen erkend. HOOFDSTUK 2. - Consortium voor de erkenning van de competenties Art. 4.§ 1. De contracterende partijen stellen een consortium in dat belast wordt met de organisatie van de erkenning van de competenties, hierna het "consortium " genoemd. Het consortium bestaat uit de volgende openbare instellingen : 1° de onderwijsinrichtingen voor sociale promotie, in de persoon van de Minister bevoegd voor het Onderwijs van Sociale Promotie;2° het "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi", hierna FOREm genoemd;3° het Franstalige Brusselse Instituut voor de Beroepsopleiding, hierna "Bruxelles-Formation" genoemd;4° de instanties die de permanente vorming voor de Middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen vertegenwoordigen. § 2. Het consortium heeft rechtspersoonlijkheid. Zijn maatschappelijke zetel is in Brussel gevestigd. Art. 5.Het consortium is voor al zijn activiteiten onderworpen aan de beginselen van openbare dienstverlening. Het biedt kandidaten en houders van een competentiebewijs een universele en kosteloze dienstverlening. De opdrachten van het consortium zijn : 1° de erkenning organiseren van de erkenningscentra bedoeld in artikel 13, meer bepaald de behandeling van de erkenningsaanvragen en de planning van de erkenningsaudits;2° het aanbod inzake de erkenning van competenties coördineren en de ontwikkeling ervan bevorderen, meer bepaald op grond van de strategische oriëntatienota betreffende de erkenningsprocedure bedoeld in artikel 11, tweede lid, 2° ;3° de erkenningsaanvragen opvolgen;4° de gemeenschappelijke methodologie voor de evaluatie van de competenties van de erkenningscentra vastleggen;5° de erkenningsreferentiemodellen bedoeld in artikel 19 uitwerken en afstemmen op de eventuele beroeps- en, opleidingsprofielen die in SFMQ werden vastgelegd;6° de erkenningsreferentiemodellen coördineren met de referentiemodellen inzake beroepen en kwalificaties, in samenwerken met FOREm, Actiris, de representatieve werknemersorganisaties en de representatieve werkgeversorganisaties in een Europese, federale, gemeenschaps- en gewestelijke optiek;7° op alle niveaus van de procedure het vertrouwelijke karakter garanderen van de inlichtingen die worden ingezameld tijdens de erkenningsactiviteiten, alsook de socioprofessionele inschakeling faciliteren van de persoon die bij een overheidsdienst voor werkgelegenheid is ingeschreven door hem alle gegevens mee te delen betreffende de resultaten van de begeleiding en de test, en betreffende het verwerven van het competentiebewijs dat een authentieke bron is;8° de erkenning vanuit wettelijk of normatief standpunt van de competentiebewijzen op de arbeidsmarkt, in het onderwijs, de beroepsopleiding en binnen de andere Belgische en Europese erkenningssystemen bevorderen;9° de erkenning van de competenties organiseren, promoten en beheren;10° een jaarlijks activiteitenverslag opstellen voor de contracterende partijen overeenkomstig artikel 20 van het Waals decreet van 12 februari 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200760 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende het beheerscontract en de verplichtingen tot informatieverstrekking voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 22/03/2004 numac 2004200761 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende het beheerscontract en de verplichtingen tot informatieverstrekking sluiten betreffende het beheerscontract en de verplichtingen tot informatieverstrekking aangevuld met een activiteitenverslag;dat laatste wordt ter evaluatie voorgelegd aan de raadgevende commissie bedoeld in artikel 11; 11° de in artikel 11, tweede lid, 2°, bedoelde strategische richtsnoeren opstellen en op eigen initiatief of op verzoek van de contracterende partijen adviezen uitbrengen;12° de ontwikkeling van de erkenning van competenties in bedrijven, bedoeld in artikel 16, vierde lid, ondersteunen;13° alle andere taken uitvoeren die hem door de contracterende partijen zijn toevertrouwd door middel van een uitvoerend samenwerkingsakkoord, met, in voorkomend geval, de specifieke middelen die nodig zijn om de ontwikkeling van de erkenning van competenties en de levenslange erkenning van kwalificaties te ondersteunen. De contracterende partijen kunnen de uitvoeringsregels van de opdrachten van het eerste lid verduidelijken in een uitvoerend samenwerkingsakkoord. Art. 6.Het consortium bestaat uit twee permanente organen, een directiecomité en een uitvoerende cel, alsook uit ad hoc-organen, meer bepaald de commissies voor referentiemodellen. Art. 7.§ 1. Het directiecomité bestaat uit : 1° twee vertegenwoordigers van het onderwijs voor sociale promotie;2° twee vertegenwoordigers van FOREm;3° twee vertegenwoordigers van Bruxelles-Formation;4° een vertegenwoordiger van elke instantie. De leden bedoeld in het eerste lid zijn stemgerechtigd. Die leden, evenals hun plaatsvervanger, worden gezamenlijk benoemd door de contracterende partijen op voordracht van de betrokken openbare instellingen. Elke openbare instelling kan op eigen initiatief de vervanging voorstellen van een lid dat ze aanvankelijk voorgedragen had. Dat lid wordt daar behoorlijk over ingelicht. In afwachting van de beslissing van de contracterende partijen zetelt de plaatsvervanger van dat lid van rechtswege in het directiecomité. Daarnaast nemen een vertegenwoordiger van SFMQ, een vertegenwoordiger van Actiris en een vertegenwoordiger van FOREm als raadgever aan het directiecomité deel. Het uitblijven van aanwijzing van laatstgenoemde of hun afwezigheid op de vergaderingen van het directiecomité hebben geen gevolgen voor de geldigheid van de werking of de beslissingen van het directiecomité. Het directiecomité kan experten uitnodigen op zijn vergaderingen. § 2. Binnen de maand na zijn aanstelling wijst het directiecomité intern een voorzitter en twee ondervoorzitters aan en legt die aanwijzing aan de gezamenlijke goedkeuring van de contracterende partijen voor. Bij ontstentenis worden de voorzitter en de ondervoorzitters door de contracterende partijen aangewezen. § 3. Het directiecomité is verantwoordelijk voor de organisatie en het beheer van de erkenningsprocedure die dit akkoord instelt. Onder zijn functies vallen onder meer : 1° de opvolging van de opdrachten van artikel 5 en de operationele beslissingen die daaruit voortvloeien;2° het toezicht op de uitvoering van de erkenning van competenties;3° het uitwerken van jaarlijkse actieplannen, met inbegrip van de budgettaire en financiële aspecten;4° de uitvoering van de beslissingen van de contracterende partijen;5° de samenstelling, op eigen initiatief of op verzoek van de voogdijministers en na advies van de raadgevende commissie bedoeld in artikel 11, van commissies inzake referentiemodellen waarvan de taken zijn beperkt tot de opdrachten bedoeld in artikel 9. § 4. Het directiecomité stelt zijn huishoudelijk reglement op en legt het aan de gezamenlijke goedkeuring voor van de contracterende partijen, uiterlijk drie maanden na de inwerkingtreding van dit samenwerkingsakkoord. Het huishoudelijk reglement bepaalt : 1° de regels betreffende de bijeenroeping van het directiecomité;2° de regels voor het agenderen van onderwerpen;3° de regels voor de prerogatieven van voorzitter en ondervoorzitters;4° de regels voor het voorzitterschap van het directiecomité in geval van afwezigheid of verhindering van de voorzitter of de ondervoorzitters;5° de quorumregels om het directiecomité geldig te laten beraadslagen, en de wijze van stemming;6° de regelmaat van de vergaderingen van het directiecomité;7° de vorm van de jaarlijkse actieplannen;8° de regels volgens welke het directiecomité bepaalde specifieke taken aan de uitvoerende cel kan overdragen;9° de werkingswijze van de commissies inzake referentiemodellen, meer bepaald de vorm en de termijn waarin ze erkenningsreferentiemodellen aan het directiecomité moeten voorstellen. § 5. De bedragen van de bezoldigingen en vergoedingen voor het voorzitterschap worden vastgelegd in het uitvoerend samenwerkingsakkoord. Art. 8.De goede werking van het consortium wordt gegarandeerd door het nodige personeel dat wordt gedetacheerd door elk van de openbare instellingen bedoeld in artikel 4, § 1, overeenkomstig de bepalingen die hun statuut regelen. De uitvoerende cel bestaat uit het personeel bedoeld in het eerste lid, onder het functionele gezag van een leidinggevende, aangewezen door het directiecomité. Naast de leidinggevende bestaat de uitvoerende cel uit minstens twaalf voltijds equivalenten. Met naleving van de bepalingen die het statuut van de openbare instellingen regelen, stelt het directiecomité het organigram van de uitvoerende cel, alsook de functieprofielen van de personeelsleden en de leidinggevende van de uitvoerende cel op en legt deze ter gezamenlijke goedkeuring voor aan de voogdijministers. Elke detachering door een van de openbare instellingen gebeurt na eensluidend advies van het directiecomité. De uitvoerende cel legt verantwoording voor de handelingen van dagelijks bestuur van het consortium af bij het directiecomité. Ze neemt het secretariaat van de stuurgroep, van de commissies inzake referentiemodellen en de raadgevende commissie waar. Het directiecomité stelt de opdrachten die hun zaakgelastigde(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.