stagediensten VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van koninklijk besluit dat ik de eer heb aan Uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen, heeft tot doel om erkenningscriteria uit te vaardigen voor klinisch orthopedagogen, alsook erkenningscriteria voor stagemeesters
stagediensten in de klinische orthopedagogiek
dit in uitvoering van artikel 68/2, § 2, eerste lid
artikel 68/2, § 4, vierde
zevende lid van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009275 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009277 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009276 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent sluiten betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen. Aangezien een aantal bepalingen uit het ontwerpbesluit betrekking hebben op de verwerking van persoonsgegevens, werd het besluit overgemaakt aan de Gegevensbeschermingsautoriteit, hierna GBA genoemd, die op 26 september 2018 hierover advies gaf (advies nr. 86/2018). Het is naar aanleiding van
kele opmerkingen
aanbevelingen van de Autoriteit dat ik het aangewezen achtte om in dit Verslag één
ander toe te lichten. Op 25 mei 2018 is de Verordening EU 2016/679 van het Europees Parlement
de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens
betreffende het vrije verkeer van die gegevens
tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, hierna AVG genoemd, in werking getreden. Europese verordeningen hebben rechtstreekse werking in de lidstaten
dienen niet eerst te worden omgezet in nationaal recht. Het lijdt geen twijfel dat de wetgeving van de lidstaten in overeenstemming moet zijn met de AVG. Telkens wanneer een lidstaat nieuwe regelgeving uitvaardigt moet hij zich ervan vergewissen dat hij op geen
kele manier afbreuk doet aan het wettelijk kader van de AVG. Meer nog, hij mag evenmin bepalingen uitvaardigen die de geldigheid van de AVG bevestigen omdat dit vragen zou kunnen oproepen over de rechtstreekse werking ervan. Het koninklijk besluit dat u ter ondertekening voorligt bevat geen
kele bepaling die de rechtstreekse werking van de AVG in de weg staat; de AVG kan dus integraal worden toegepast. Dit betekent echter niet dat de AVG van toepassing is op het koninklijk besluit. Niettegenstaande zowel natuurlijke personen als rechtspersonen
overheidsinstanties onderworpen zijn (toepassingsgebied ratione personae), is de AVG
kel van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens (toepassingsgebied ratione materiae). Verwerking wordt door de AVG omschreven als `een bewerking of een geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens of een geheel van persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd via geautomatiseerde procedés, zoals het verzamelen, vastleggen, ordenen, structureren, opslaan, bijwerken of wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiden of op andere wijze ter beschikking stellen, aligneren of combineren, afschermen, wissen of vernietigen van gegevens' (art.4, 2) AVG) Het uitvaardigen van regelgeving is echter geen verwerking van persoonsgegevens in de zin van art.4, 2) AVG, zelfs niet wanneer de regelgeving in een verwerking van persoonsgegevens voorziet. Uiteraard zullen de gegevensverwerkingen waarin het koninklijk besluit voorziet de beginselen van de AVG
alle rechten
plichten die hieruit voortvloeien moeten respecteren maar niet het besluit op zich. De AVG-toetsing zal met andere woorden moeten plaatsvinden op het niveau van de verwerking zelf
niet op het niveau van de regelgeving die in de verwerking voorziet. Dit is een belangrijke nuance waar de GBA in zijn advies aan voorbij gaat. Behalve dat de AVG-toetsing van het koninklijk besluit omwille van de zojuist uiteengezette argumentatie niet nodig is, is deze voor bepaalde aspecten niet wenselijk of zelfs onmogelijk. Zo merkt de GBA in hoofdstuk 3. van zijn advies (`Proportionaliteit van de verwerking') op dat de bepalingen uit het koninklijk besluit die in een verwerking van persoonsgegevens voorzien, de types of categorieën van persoonsgegevens waarop de verwerking betrekking heeft, moeten preciseren. Maar wat de verwerkingen betreft, bedoeld in de artikels 5 (iedere kandidaat moet tijdens zijn stage minstens 4 uitgeschreven
door de coördinerend stagemeester beoordeelde gevalstudies succesvol hebben afgerond), 7 (iedere kandidaat stelt met het oog op de evaluatie van de stagemeesters
stagediensten halverwege
op het einde van de stage een vertrouwelijk verslag op met betrekking tot de kwalitatieve
kwantitatieve aspecten van zijn stage)
25 (de tussentijdse evaluaties van de kandidaat door de stagemeester dienen gedocumenteerd
ondertekend te worden door zowel de stagemeester als de kandidaat waarin de vooropgestelde eindtermen
de mate van evolutie van de kandidaat zijn opgenomen) van het koninklijk besluit is het onmogelijk om van overheidswege te bepalen welke gegevens precies moeten/mogen worden verwerkt. Het is aan de verwerker van de gegevens om geval per geval te oordelen welke gegevens precies moeten worden verwerkt. Het gemeenschappelijke oogmerk van deze gegevensverwerkingen is om een kwaliteitsvolle professionele stage tot stand te brengen
op die manier de kwaliteit van de klinisch orthopedagogische zorg te waarborgen. Vanuit dit oogpunt zou het een slechte zaak zijn mocht van overheidswege uniform voor alle situaties worden opgelegd welke gegevens worden verwerkt. Hier moet de mogelijkheid worden geboden om rekening te houden met de specifieke karakteristieken van de situatie. Kwaliteitsvolle zorg vereist met andere woorden maatwerk in plaats van een one size fits all model. Het van overheidswege opleggen van types/categorieën van gegevens die worden verwerkt is niet
kel een slechte zaak voor de kwaliteit van de zorg, het gaat ook voorbij aan het proportionaliteitsbeginsel dat voorschrijft dat de maatregel die wordt genomen evenredig, relevant
beperkt tot wat noodzakelijk is ten opzichte van de doelstelling van de verwerking. Een uniform model waarbij bij koninklijk besluit wordt bepaald welke gegevens in alle soortgelijke gevallen worden verwerkt
waarbij geen ruimte is om de gegevensverwerking af te stemmen op de concrete situatie, doorstaat per definitie de proportionaliteitstoets niet. Wat de aanbeveling van de GBA in hoofdstuk 5. `Verantwoordelijkheid' betreft, geldt dezelfde argumentatie als hierboven reeds werd uiteengezet: uiteraard dient voor iedere gegevensverwerking een verwerkingsverantwoordelijke te worden aangeduid; alleen is het op het niveau van de gegevensverwerking dat deze verantwoordelijke moet worden aangeduid
niet op het niveau van de regelgeving. Voor de verwerkingen bedoeld in de artikelen 5, 7
25 (zie supra) is het overigens onmogelijk voor de overheid om te bepalen wie in die situaties de verwerkingsverantwoordelijke zal zijn. Dit zal geval per geval moeten worden beoordeeld. Tot slot werd op eigen initiatief, zonder dat de GBA dit opmerkte, een bepaling aan artikel 5 van het koninklijk besluit toegevoegd die voorziet dat patiënten die het onderwerp zijn van een gevalstudie, daarmee instemmen. Dit vloeit niet
kel voort uit de AVG; ook de wet van 22 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/08/2002 pub. 26/09/2002 numac 2002022737 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid
leefmilieu Wet betreffende de rechten van de patiënt type wet prom. 22/08/2002 pub. 10/09/2002 numac 2002022684 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid
leefmilieu Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg sluiten betreffende de rechten van de patiënt bepaalt dat de patiënt het recht heeft om geïnformeerd, voorafgaandelijk
vrij toe te stemmen in iedere tussenkomst van de beroepsbeoefenaar (artikel 8, § 1). De informed consent wordt zeer ruim omschreven
heeft voor gevolg dat de patiënt niet
kel moet instemmen met de behandeling maar ook met de studie die eventueel voortvloeit uit de behandeling. De patiënt moet met andere woorden op voorhand door de kandidaat klinisch orthopedagoog op de hoogte worden gebracht van het voornemen dat zijn/haar behandeling deel uitmaakt van een studie
hij/zij moet hiermee instemmen. Het leek mij aangewezen om dit in het koninklijk besluit te verduidelijken zodat hierover niet de minste twijfel zou bestaan. Na het advies van de GBA van 26 september 2018 werd het koninklijk besluit samen met onderhavig verslag aan de Raad van State voor advies voorgelegd. De Raad van State bracht op 9 april 2019 advies uit. De Raad stelt vast dat gedeeltelijk aan het advies van de GBA werd tegemoet gekomen. Anderzijds nam de Raad kennis van dit verslag. De Raad meent echter, in navolging van de GBA, dat in de artikelen 7, 9
27 van het voorgelegde ontwerp op een limitatieve wijze de gegevens
categorieën van gegevens die worden verwerkt, moeten worden opgenomen. Ik ben als volgt aan deze opmerking van de Raad van State tegemoet gekomen: - artikel 7 wordt vervangen door een bepaling (huidig artikel 8) waarin vereisten met betrekking tot het patiëntendossier zijn opgenomen voor de kandidaat klinisch orthopedagoog als verantwoordelijke voor de verwerking. Wat betreft de verwerking van gegevens in het kader van een patiëntendossier zijn de nodige waarborgen voorzien in de wet van 22 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/08/2002 pub. 26/09/2002 numac 2002022737 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid
leefmilieu Wet betreffende de rechten van de patiënt type wet prom. 22/08/2002 pub. 10/09/2002 numac 2002022684 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid
leefmilieu Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg sluiten betreffende de rechten van de patiënt
de wet van 22 april 2019 inzake kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg; - artikel 9 wordt vervangen door een bepaling (huidig artikel 10) die identiek is aan artikel 21 van het ministerieel besluit van 23 april 2014Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 23/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014018175 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen
leefmilieu Ministerieel besluit tot vaststelling van de algemene criteria voor de erkenning van geneesheer-specialisten, stagemeesters
stagediensten sluiten tot vaststelling van de algemene criteria voor de erkenning van arts-specialisten, stagemeesters
stagediensten. Ook voor wat betreft deze bepaling is de kandidaat klinisch orthopedagoog de verantwoordelijke voor de verwerking; - artikel 27 wordt geschrapt. Ook aan de overige opmerkingen van de Raad van State werd tegemoet gekomen. Specifiek wat betreft de algemene opmerking onder punt 2 wens ik nog het volgende mee te geven. Bij een eerste erkenning moet de klinisch orthopedagoog aan een aantal erkenningscriteria voldoen. Voor het behoud van de erkenning moet de klinisch orthopedagoog aan deze initiële erkenningscriteria voldoen evenals aan een aantal bijkomende criteria die specifieke betrekking hebben op het behoud van de erkenning. Gevolg gevend aan het advies van de Raad van State werden de titels voor de afdelingen (met uitzondering van de stagediensten) geschrapt
werd telkens verduidelijkt dat het erkenningscriteria zijn om te worden erkend
om te blijven erkend. Het is evident dat de criteria die betrekking hebben op het behoud van de erkenning
kel na de initiële erkenning worden toegepast. Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige
zeer getrouwe dienaar, De Minister van Volksgezondheid, M. DE BLOCK Raad van State afdeling Wetgeving Advies 65.655/2 van 9 april 2019 over een ontwerp van koninklijk besluit `tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van klinisch orthopedagogen, alsmede van stagemeesters
stagediensten'. Op 13 maart 2019 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Sociale Zaken
Volksgezondheid,
van Asiel
Migratie verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van klinisch orthopedagogen, alsmede van stagemeesters
stagediensten'. Het ontwerp is door de tweede kamer onderzocht op 9 april 2019. De kamer was samengesteld uit Pierre VANDERNOOT, kamervoorzitter, Wanda VOGEL
Patrick RONVAUX, staatsraden, Marianne DONY, assessor,
Béatrice DRAPIER, griffier. Het verslag is uitgebracht door Stéphane TELLIER, auditeur. De overeenstemming tussen de Franse
de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Pierre VANDERNOOT. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 9 april 2019. Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het ontslag van de regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is tot het afhandelen van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of het ontwerp onder die beperkte bevoegdheid valt, aangezien de afdeling Wetgeving geen kennis heeft van alle feitelijke gegevens die de regering in aanmerking kan nemen als zij moet beoordelen of het nodig is een verordening vast te stellen of te wijzigen. Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten `op de Raad van State', gecoördineerd op 12 januari 1973, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling
de te vervullen voorafgaande vormvereisten. Wat die drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen. Voorafgaand vormvereiste De steller van het ontwerp dient zich ervan te vergewissen dat de Federale Raad voor de geestelijke gezondheidszorgberoepen bij het vaststellen van zijn advies op 8 februari 2018 correct samengesteld was
in artikel 17 van het Internationaal Verdrag `inzake burgerrechten
politieke rechten', heeft voornamelijk tot doel de personen te beschermen tegen inmengingen in hun privéleven. Dat recht heeft een ruime draagwijdte
omvat onder meer de bescherming van persoonsgegevens
van persoonlijke informatie. Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement
de Raad van 27 april 2016 `betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens
betreffende het vrije verkeer van die gegevens
tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)' (hierna: de AVG) past in diezelfde logica. Die verordening is krachtens artikel 2, tweede lid, van de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/2018 pub. 05/09/2018 numac 2018040581 bron federale overheidsdienst justitie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken
ministerie van landsverdediging 30 JULI 2018 - Wet betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens sluiten `betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens' van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens. 1.2. Krachtens artikel 22 van de Grondwet geldt voor elke verwerking van persoonsgegevens
, meer in het algemeen, voor elke schending van het recht op het privéleven, dat het legaliteitsbeginsel dient te worden nageleefd. Bijgevolg moeten de essentiële elementen van de regeling in de wet zelf worden bepaald, namelijk de doeleinden van de verwerking, alsook de gevallen waarin
de voorwaarden waaronder de persoonsgegevens verwerkt worden. De inmenging in het recht op eerbiediging van het privéleven moet in duidelijke
voldoende nauwkeurige bewoordingen worden geformuleerd zodat de gevallen waarin de wetgever een dergelijke inmenging toestaat voorzienbaar zijn. Elke inmenging in het recht op eerbiediging van het privéleven moet bovendien steunen op een redelijke verantwoording
evenredig zijn met de door de wetgever nagestreefde doelstellingen.
zevende lid, van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009275 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009277 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009276 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent sluiten `betreffende de uitoefening van de gezondheidsberoepen' (hierna: "de gecoördineerde wet van 10 mei 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009275 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009277 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009276 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent sluiten") als rechtsgrond aan. Die bepalingen machtigen de steller van het ontwerp om de criteria vast te stellen voor de erkenning van de klinisch orthopedagogen, alsook van de stagemeesters
de stagediensten. Hoewel in artikel 68/2 van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009275 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009277 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009276 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent sluiten niet uitdrukkelijk sprake is van de organisatie van de verwerking van persoonsgegevens, lijkt er evenwel redelijkerwijs van uit te kunnen worden gegaan dat de wetgever, door te voorzien in erkenningscriteria, ook een verwerking van persoonsgegevens heeft toegestaan die rechtstreeks verband houdt met de ontworpen erkenningscriteria, zoals de verplichting om informatiegegevens, inzonderheid inzake gezondheid, bij te houden of door te geven. Gelet op de aard van die bepalingen
op het feit dat ze het doel dienen van het ontworpen koninklijk besluit, namelijk het voorzien in erkenningscriteria, kan er redelijkerwijze van uitgegaan worden dat de Koning aan de machtigingen die vervat liggen in artikel 68/2, § 2, eerste lid,
, vierde
zevende lid, van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009275 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009277 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009276 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent sluiten, de bevoegdheid ontleent om die bepalingen uit te vaardigen zonder dat daardoor afbreuk wordt gedaan aan het legaliteitsbeginsel gehuldigd in artikel 22 van de Grondwet.
door de stagemeester of de coördinerend stagemeester beoordeelde gevalstudies succesvol afgerond heeft; - in artikel 9, eerste lid
stagediensten halverwege
op het einde van de stage een vertrouwelijk verslag opstelt met betrekking tot de kwalitatieve
kwantitatieve aspecten van zijn stage; - in artikel 27 wordt bepaald dat de stagemeester of de coördinerend stagemeester tussentijdse evaluaties van de opleiding uitvoert; - in artikel 41 wordt bepaald dat de FOD Volksgezondheid een lijst van erkende stagemeesters
stagediensten bijhoudt. In haar advies 86/2018 van 26 september 2018 over de ontworpen tekst heeft de Gegevensbeschermingsautoriteit opgemerkt dat er verschillende lacunes waren wat betreft de bescherming van de persoonsgegevens van de betrokken personen
heeft ze de steller van het ontwerp verzocht om deze lacunes aan te vullen. In het besluit van haar advies wijst ze aldus op het ontbreken van : - een welbepaalde
uitdrukkelijke omschrijving van het doeleinde van de gegevensverwerking; - een opgave per doeleinde van de te verwerken types of categorieën van persoonsgegevens; - een precisering van de opslagperiodes van de persoonsgegevens; - een aanduiding als dusdanig van de respectievelijke verwerkingsverantwoordelijken. De steller van het ontwerp heeft de tekst van het ontwerp deels aangepast op basis van de opmerkingen van de Gegevensbeschermingsautoriteit
27 moet daarentegen op limitatieve wijze worden vermeld welke gegevens of categorieën van gegevens in aanmerking komen, met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel dat voortvloeit zowel uit artikel 22 van de Grondwet
artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, als uit artikel 5, lid 1, c), van de AVG. Wat artikel 7 betreft, is het zo dat, gelet op de diversiteit aan gevalstudies die aan bod kunnen komen, hetgeen ook een diversiteit aan aandoeningen veronderstelt, het erg moeilijk lijkt om niet te voorzien in het vereiste dat de identiteit van de personen die deel uitmaken van die studie anoniem moet worden gemaakt. Bovendien moet de "informed consent" van de betrokken patiënten waarvan sprake in artikel 7, § 4, niet alleen betrekking hebben op de deelname aan de gevalstudie, maar eveneens op de verwerking van de daarmee verband houdende gegevens in het kader van die gevalstudies. Ten slotte,
de Raad volgt daarbij de aanbeveling van de Gegevensbeschermingsautoriteit
geen
kel gegeven in het verslag aan de Koning levert
ige rechtvaardiging op voor het feit dat er geen verantwoordelijke voor de gegevensverwerking is aangewezen. Indien geen verantwoordelijke voor de gegevensverwerking wordt aangewezen, zou het ontwerpbesluit strijdig zijn met artikel 4, punt 7), van de AVG. 2. Verscheidene bepalingen van het ontwerp die handelen over de klinisch orthopedagogen, de stagemeesters
de stagediensten hebben slechts zin in zoverre ze het mogelijk maken na te gaan of de klinisch orthopedagogen, de stagemeesters
de stagediensten nog steeds voldoen aan de voorwaarden voor de erkenning. Het ontwerp dient aldus herzien te worden dat er een onderscheid gemaakt wordt tussen
erzijds de voorwaarden voor de toekenning van de erkenning
anderzijds die welke verband houden met de uitoefening van de activiteit van de klinisch orthopedagogen, de stagemeesters
de stagediensten zodra deze hun erkenning verkregen hebben. Dat onderscheid moet niet alleen blijken uit de opschriften van de onderafdelingen van het ontwerp, zoals dat van afdeling 4 van hoofdstuk 2, maar eveneens uit het dispositief zelf, aangezien opschriften geen regelgevende kracht hebben. Bijzondere opmerkingen Aanhef Artikel 41, dat betrekking heeft op het feit dat de FOD Volksgezondheid een lijst van stagemeesters
stagediensten bijhoudt, kan rechtsgrond ontlenen aan artikel 68, § 4, zevende lid, van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009275 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009277 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009276 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent sluiten juncto artikel 108 van de Grondwet. Er moet dan ook naar die laatstgenoemde grondwettelijke bepaling verwezen worden in een nieuw eerste lid van de aanhef. Dispositief Artikelen 2
3 In advies 65.654/2 dat de afdeling Wetgeving heden heeft gegeven over een ontwerp van koninklijk besluit `tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van de klinisch psychologen, alsmede van stagemeesters
stagediensten', is het volgende opgemerkt: "In artikel 68/1, § 4, tweede
derde lid, van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009275 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009277 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009276 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent sluiten wordt het volgende bepaald: `De verplichting om een professionele stage te volgen geldt echter niet ten aanzien van klinisch psychologen die op 1 september 2016 de klinische psychologie reeds uitoefenen. De verplichting geldt evenmin ten aanzien van de studenten klinische psychologie die op 1 september 2016 hun studie hebben aangevat of deze uiterlijk tijdens het academiejaar 2016-2017 aanvatten. (...)' Uit de lezing van die bepalingen blijkt dat de klinisch psychologen die de klinische psychologie reeds op 1 september uitoefenen
de studenten klinische psychologie die hun studie uiterlijk tijdens het academiejaar 2016-2017 hebben aangevat, vrijgesteld worden van het volgen van een professionele stage. Gelet op die vrijstelling kan a fortiori uit die bepalingen afgeleid worden dat de erkenningscriteria waarin afdeling 2 (`De professionele stage') van hoofdstuk 2 van het ontworpen koninklijk besluit voorziet, niet gelden voor de personen die in die bepalingen worden bedoeld. Op de vraag wat dan het nut is van artikel 2 van het ontwerp (in zoverre dat artikel betrekking heeft op het feit dat die afdeling 2 van hoofdstuk 2 niet op de betrokken klinisch psychologen van toepassing is)
van artikel 3 van het ontwerp gezien de voornoemde bepalingen van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009275 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009277 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009276 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent sluiten, heeft de gemachtigde van de minister het volgende geantwoord: `Artikel 68/1 voorziet in twee verschillende afwijkingen: - paragraaf 2 bevat een regularisatie voor niet-klinisch psychologen die op 1/9/2016 reeds 3 jaar beroepservaring klinische psychologie kunnen aantonen: zij worden gelijkgeschakeld met klinisch psychologen
kunnen als zodanig hun erkenning aanvragen. Hier wijkt men af van het principe dat
kel personen met een diploma van universitair onderwijs in het domein van de klinische psychologie van minstens 5 jaar voltijds onderwijs/300 ECTS erkend kunnen worden als klinisch psycholoog. Het gaat met andere woorden om een afwijking op de voorwaarden voor erkenning. - paragraaf 4 voorziet daarentegen in een afwijking op de verplichting om een professionele stage te volgen. Deze verplichting geldt immers niet voor klinisch psychologen die op 1/9/2016 de klinische psychologie reeds uitoefenden
voor studenten klinische psychologie die uiterlijk academiejaar 2016/2017 hun studies hebben aangevat. De criteria voor erkenning van klinisch psychologen (hoofdstuk 2) reiken verder dan de professionele stageplicht (afdeling 2); het ontwerpbesluit legt ook opleidingseisen (afdeling 1), een competentieprofiel (afdeling 3)
criteria voor behoud van erkenning (afdeling 4) op aan eenieder die erkend wenst te worden als klinisch psycholoog. Het is niet omdat de wet in een vrijstelling voorziet van stageverplichting voor klinisch psychologen die reeds aan de slag zijn
studenten klinische psychologie die hun studies reeds hebben aangevat, dat zij ook vrijgesteld zijn van de andere erkenningscriteria. De artikelen 2
3 van het ontwerp hebben tot doel om uit te klaren hoe het ontwerp zich tot de wet verhoudt. De vrees was dat zonder explicitering, men ervan uit zou gaan dat geen van de erkenningscriteria van toepassing zijn op de bij wet van de stageplicht vrijgestelde categorieën. Terwijl het competentieprofiel
de criteria voor behoud van erkenning ook voor hen gelden. De opleidingseisen zijn wel van toepassing op de studenten maar niet op [hen] die als klinisch psycholoog aan de slag zijn. Het is immers niet ondenkbaar dat de opleiding die een klinisch psycholoog met 30 jaar professionele ervaring heeft genoten, niet aan al de eisen uit het ontwerp voldoet. Het is evenwel niet de bedoeling om in het ontwerp de wettelijke bepalingen te herhalen.' In het licht van het voorgaande blijkt evenwel dat artikel 2 (in zoverre het betrekking heeft op het feit dat afdeling 2 van hoofdstuk 2 niet op de betrokken klinisch psychologen van toepassing is)
artikel 3 een herhaling vormen van artikel 68/1, § 4, tweede
derde lid, van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009275 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009277 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009276 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent sluiten. Zowel om een herhaling van regelgeving te voorkomen als om tegemoet te komen aan de betrachting van de steller van het ontwerp om voor duidelijke regelgeving te zorgen, moet in de artikelen 2
3 gepreciseerd worden dat ze respectievelijk overeenkomstig het tweede
het derde lid van artikel 68/1, § 4, van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009275 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009277 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009276 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent sluiten gesteld zijn." Die opmerking geldt mutatis mutandis ook voor de artikelen 2
3 van het ontwerp dat in dit advies wordt onderzocht. Artikel 40 In paragraaf 2, tweede lid, dient gepreciseerd te worden dat met "de Minister" de "minister tot wiens bevoegdheid Volksgezondheid behoort" bedoeld wordt. Die opmerking geldt ook voor paragraaf 3. Artikelen 40
44 1. In artikel 40, § 3, van het ontwerp moeten de woorden "De Minister kan de voorwaarden
procedureregels vaststellen" vervangen worden door de woorden "De minister stelt de voorwaarden
procedureregels vast". Die opmerking geldt ook voor artikel
bijzondere erkenning waarvan sprake is. Dezelfde opmerking geldt voor paragraaf 2, tweede lid. De griffier, Béatrice DRAPIER De voorzitter, Pierre VANDERNOOT _______ Nota's
van huisartsen dat, in een soortgelijk dossier, het ministerieel besluit van 21 februari 2006 `tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van huisartsen' door de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigd is bij arrest nr.188.466 van 4 december 2008 inzake de VZW Brussels Dienstbetoon
Joost Rampelberg.
ministerie van landsverdediging 30 JULI 2018 - Wet betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens sluiten `betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens', Parl.St. Kamer 2017-18, nr. 3126/001, 402-456, http://www.raadvst-consetat.be/dbx/adviezen/63192.pdf; advies 63.202/2, op 26 april 2018 gegeven over een voorontwerp dat geleid heeft tot de wet van 5 september 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/09/2018 pub. 10/09/2018 numac 2018203892 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid, federale overheidsdienst financien, federale overheidsdienst beleid
ondersteuning
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand
ergie Wet tot oprichting van het informatieveiligheidscomité
tot wijziging van diverse wetten betreffende de uitvoering van verordening 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement
de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens
betreffende het vrije verkeer van die gegevens
tot intrekking van richtlijn 95/46/EG sluiten `tot oprichting van het informatieveiligheidscomité
tot wijziging van diverse wetten betreffende de uitvoering van verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement
de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens
betreffende het vrije verkeer van die gegevens
tot intrekking van richtlijn 95/46/EG', Parl.St. Kamer 2017-18, nr. 3185/001, 120-145, http://www.raadvst-consetat.be/dbx/adviezen/63202.pdf.
geen artikel 8.Dat moet worden verbeterd.
daarvoor zijn/haar toestemming geeft.Ook wordt daarin de periode van bewaring van die gegevens vastgesteld, alsook de beperkte lijst van personen die inzage hebben in die gegevens. De periode gedurende welke de persoonsgegevens bewaard mogen blijven wordt eveneens vastgesteld in de artikelen 9, tweede lid, 27, derde lid,
41, derde lid. In artikel 41, tweede lid, worden bovendien de gegevens opgesomd die opgenomen worden in de lijst van erkende stagemeesters
stagediensten.
stagediensten FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn
hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de Grondwet, artikel 108; Gelet op de gecoördineerde wet van 10 mei 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009275 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009277 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009276 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent sluiten betreffende de uitoefening van de gezondheidsberoepen, artikel 68/2, § 2, eerste lid, gewijzigd bij wet van 10 juli 2016,
, vierde
zevende lid, ingevoegd bij wet van 10 juli 2016; Gelet op het advies van de Federale Raad voor de geestelijke gezondheidszorgberoepen, gegeven op 8 februari 2018; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën gegeven op 3 juli 2018; Gelet op het advies nr. 86/2018 van de Gegevensbeschermingsautoriteit, gegeven op 26 september 2018; Gelet op het advies nr. 65.655/2 van de Raad van State gegeven op 9 april 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van de State; Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Hebben Wij besloten
besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de erkenning van de klinisch orthopedagogen zoals bedoeld in artikel 68/2 van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009275 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009277 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009276 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent sluiten betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, hierna WUG genoemd, alsmede op de erkenning van stagemeesters
stagediensten in de klinische orthopedagogiek. Art. 2.Overeenkomstig artikel 68/2, § 4, tweede lid, van de WUG, zijn de erkenningscriteria bepaald in de artikelen 4 tot
met 11 niet van toepassing op de klinisch orthopedagoog die kan aantonen dat hij/zij op 1 september 2016 de klinische orthopedagogiek reeds uitoefende. Art. 3.Overeenkomstig artikel 68/2, § 4, derde lid, van de WUG zijn de erkenningscriteria bepaald in de artikelen 6 tot
met 11 niet van toepassing op de studenten klinische orthopedagogiek die uiterlijk tijdens het academiejaar 2016-2017 hun studies hebben aangevat. HOOFDSTUK 2. - Criteria voor de erkenning van klinisch orthopedagogen Art. 4.Om erkend te worden
erkend te blijven voldoet de klinisch orthopedagoog aan de criteria voor erkenning zoals vastgesteld in onderhavig hoofdstuk. Art. 5.§ 1 De opleiding van de klinisch orthopedagoog, omschreven in artikel 68/2, § 2, tweede lid, van de WUG is erop gericht kennis
vaardigheden aan te leren in zowel onderscheidende als niet-onderscheidende kennisdomeinen van de klinische orthopedagogiek. § 2 Niet-onderscheidende kennisdomeinen zijn domeinen die generiek zijn voor alle pedagogen
psychologen. Het gaat om de volgende domeinen: 1. Methodologie van het wetenschappelijk onderzoek, met inbegrip van statistiek, analyse
interpretatie van onderzoeksgegevens, vaardigheden met betrekking tot het opzetten, uitvoeren
evalueren van onderzoek
het interpreteren
integreren van wetenschappelijke onderzoeksgegevens;2. Biologische basis van het menselijk functioneren
handelen;3. Psychologische basis van het menselijke functioneren
handelen;4. De sociale basis van het menselijk functioneren
handelen;5. Ethiek
deontologie;
werkvelden;2. Psychopathologie
psychiatrie;3. Diagnostiek
assessment in orthopedagogische ondersteuning
hulpverlening;
andere vormen van werkveldintegratie. Art. 6.De professionele stage, hierna stage genoemd, is een praktijkstage die de kandidaat klinisch orthopedagoog alle vaardigheden, vakkundigheden
competenties wenst bij te brengen die nodig zijn om een praktijk als klinisch orthopedagoog autonoom uit te oefenen. Ze is erop gericht de kandidaat vertrouwd te maken met een zo breed mogelijk spectrum aan klinisch orthopedagogische handelingen. Art. 7.§ 1. De stage bedraagt minstens 1680 uren
kan deeltijds worden uitgeoefend met een minimum van 20% VTE. §
de Codex over het welzijn op het werk van 28 april 2017. Zij geeft, zo snel mogelijk, haar stagemeester of desgevallend coördinerend stagemeester alsook de bevoegde arbeidsgeneeskundige dienst kennis van haar zwangerschap. Zij volgt de richtlijnen van de arbeidsarts strikt op. Zij mag
kel belast worden met taken die geen risico voor haar, noch voor het ongeboren kind inhouden. Zo nodig transfereert de stagemeester of desgevallend coördinerend stagemeester, in overleg met de arbeidsgeneeskundige dienst, de zwangere kandidaat klinisch orthopedagoog uit een risicovolle omgeving naar een veilige omgeving waar zij haar stage kan voortzetten. Art. 8.De kandidaat maakt voldoende klinisch orthopedagogische patiëntendossiers op waarin hij de orthopedagogische diagnose
longitudinale opvolging documenteert
dit in de context van zijn klinisch functioneren tijdens de stage. Art. 9.Bij het einde van de stage heeft de kandidaat klinisch orthopedagoog zich bekwaamd in minstens 2 van de activiteiten die behoren tot de praktijk van klinische orthopedagogiek, zoals omschreven in artikel 68/2, § 3, eerste lid, van de WUG. Art. 10.De kandidaat klinisch orthopedagoog stelt met het oog op de evaluatie van de stagemeesters
stagediensten jaarlijks een vertrouwelijk verslag op met betrekking tot de kwalitatieve
kwantitatieve aspecten van zijn stage. Hij houdt bedoelde rapporten tijdens de opleiding
tot 2 jaar na het beëindigen van de opleiding ter beschikking van de minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort. Art. 11.Bij het einde van de stage voldoet de kandidaat klinisch orthopedagoog aan de competenties omschreven in het competentieprofiel van de klinisch orthopedagoog zoals bedoeld in artikel 12. Art. 12.Het competentieprofiel vormt het toetsingskader voor het professioneel handelen van de klinisch orthopedagoog
bevat volgende competenties: 1° Professionaliteit: de klinisch orthopedagoog stelt professionele waarden
attituden centraal in zijn/haar handelen.Hij/zij evalueert
stuurt zijn handelen bij op basis van kritische zelfreflectie. Hij/zij kent
handelt conform de gangbare deontologische
ethische richtlijnen
regelgeving met betrekking tot het beroep. 2° Relatie
communicatie: de klinisch orthopedagoog is in staat een constructieve dialoog te voeren, zowel verbaal, non-verbaal als schriftelijk, met de patiënt
erzijds
met professionele partners anderzijds.Hij/zij bouwt een vertrouwensrelatie op met de patiënt, waarin herstelgerichtheid, actieve participatie
inspraak centraal staan,
is in staat werkzame samenwerkingsrelaties met professionele partners te onderhouden
te coördineren. 3° Wetenschappelijke ingesteldheid: de klinisch orthopedagoog is wetenschappelijk georiënteerd.Hij/zij heeft inzicht in de wetenschappelijke fundamenten van de pedagogiek in het algemeen, de orthopedagogiek in het bijzonder
aanverwante disciplines
volgt de recente wetenschappelijke vak-
praktijkontwikkeling op. Hij/zij baseert zijn/haar handelen met op wetenschap gebaseerde kennis waar mogelijk, bevordert de wetenschappelijke vakkennis door het inzetten van wetenschappelijke methoden in de praktijk. 4° Maatschappelijk
gagement: de klinisch orthopedagoog (h)erkent de invloed van de maatschappelijke context in de hulpverlening.Hij/zij neemt zijn/haar maatschappelijke verantwoordelijkheid op
neemt deel aan het maatschappelijk debat. 5° Samenwerking: de klinisch orthopedagoog bouwt werkzame samenwerkingsrelaties uit met de patiënt
erzijds
met de professionele partners anderzijds vanuit de principes actieve participatie, meerzijdige partijdigheid
coördinatie. Hij/zij is vertrouwd met de aard van verstrekkingen behorende tot het domein van de andere gezondheidszorgberoepen. Hij/zij kan constructief bijdragen tot het functioneren in multidisciplinaire
interdisciplinaire teams
contexten. 6° Diagnostiek: de klinisch orthopedagoog onderzoekt
diagnosticeert opvoedings-, ontwikkelings-, leer-, gedrags-
emotionele problemen
brengt de psychosociale gevolgen ervan in kaart.Hij/zij heeft bijzondere aandacht voor protectieve
risicofactoren bij kinderen, jongeren of volwassenen
hun context. Hij/zij doorloopt systematisch de diagnostische cyclus. 7° Interventies: de klinisch orthopedagoog voert preventieve begeleidings-
behandelingsgerichte interventies uit, met het oog op het maximaliseren van de ontwikkelings-
ontplooiingskansen, de kwaliteit van leven, de maatschappelijke participatie
de zelfredzaamheid van de patiënt.Hij/zij past de interventiecyclus correct
planmatig toe. 8° Vorming: de klinisch orthopedagoog verzorgt vanuit zijn/haar eigen expertise
praktijkervaring vorming voor de patiënt
erzijds
professionele partners anderzijds.9° Organisatie: de klinisch orthopedagoog draagt vanuit zijn/haar orthopedagogische visie bij aan het beleid
de ontwikkeling van de organisatie.Hij/zij waarborgt de kwaliteit van ondersteuning
geeft richting aan een team van professionals. 10° Elektronisch gegevensbeheer: de klinisch orthopedagoog is vertrouwd met het elektronisch beheer van gegevens. Art. 13.De klinisch orthopedagoog optimaliseert zijn eigen kennis
kunde, onder meer door deelname aan intervisie
aan permanente vorming. HOOFDSTUK 3. - Criteria voor de erkenning van stagemeesters Art. 14.Om erkend te worden
erkend te blijven voldoet de stagemeester aan de criteria voor erkenning zoals vastgesteld in onderhavig hoofdstuk. Art. 15.Komt in aanmerking als stagemeester de klinisch orthopedagoog die sedert minstens 5 jaar als zodanig is erkend
die gedurende die periode een klinische orthopedagogische beroepsactiviteit heeft uitgeoefend. In afwijking van het vorige lid, komt eveneens in aanmerking als stagemeester de klinisch orthopedagoog die op datum van inwerkingtreding van dit besluit tenminste 5 jaar relevante beroepservaring kan aantonen, op voorwaarde dat de aanvraag tot erkenning als stagemeester uiterlijk op 1 juli 2021 wordt ingediend. Art. 16.§ 1. De stagemeester beschikt over didactische, klinische
organisatorische eigenschappen
heeft een opleiding gevolgd voor supervisie
evaluatie van de kandidaten. § 2. De opleiding die de stagemeester verstrekt, stoelt op een ruime wetenschappelijke basis
hij/zij zorgt ervoor dat wetenschappelijke
praktische werkzaamheden op elkaar zijn afgestemd. § 3. De stagemeester volgt jaarlijks een permanente vorming. Deze vorming wordt door universitaire instellingen of door wetenschappelijke verenigingen in samenwerking met universitaire instellingen georganiseerd. Art. 17.De stagemeester is ertoe gehouden gedurende zijn erkenning als stagemeester een reële klinische activiteit te blijven uitoefenen binnen de stagedienst of binnen iedere vestigingsplaats van de stagedienst indien deze is uitgesplitst over meerdere vestigingsplaatsen. Art. 18.De stagemeester kan zich laten omringen door medewerkers die mede instaan voor het goede verloop van de professionele stage. Deze medewerkers vormen samen met de stagemeester het stageteam. Ingeval de stagemeester wordt ondersteund door een stageteam, maakt hij/zij hiervan melding in zijn/haar erkenningsaanvraag. Art. 19.Tijdens de activiteiten van de kandidaat klinisch orthopedagoog in de stagedienst, is steeds de stagemeester of een door hem/haar gemandateerde klinisch psycholoog of klinisch orthopedagoog in de stagedienst aanwezig. Wanneer de stagemeester zelf niet aanwezig is, blijft hij/zij telefonisch bereikbaar
oproepbaar. Art. 20.De erkenning van de stagemeester geldt alleen voor de werkzaamheden die hij/zij uitoefent in de erkende stagedienst. Art. 21.Een stagemeester neemt slechts de vorming van een beperkt aantal kandidaat-klinisch orthopedagogen op zich in functie van het aantal consultaties in de stagedienst
het aantal erkende klinisch orthopedagogen in de stagedienst. Het maximale aantal kandidaat-klinisch orthopedagogen dat tegelijkertijd kan begeleid worden door de stagemeester wordt beperkt tot 4. Art. 22.Indien de kandidaat klinisch orthopedagoog de professionele stage achtereenvolgens uitoefent in meerdere stagediensten onder leiding van meerdere stagemeesters, treedt één van hen op als coördinerend stagemeester. De coördinerend stagemeester blijft tijdens de volledige stage verantwoordelijk voor de opleiding van de kandidaat klinisch orthopedagoog, ongeacht in welke stagediensten de kandidaat de stage uitoefent. Art. 23.De stagemeester of desgevallend coördinerend stagemeester
de kandidaat-klinisch orthopedagoog sluiten een overeenkomst waarin minstens de wederzijdse verplichtingen zijn opgenomen alsook de afspraken over de vergoeding van de kandidaat klinisch orthopedagoog. Art. 24.De stagemeester laat de kandidaat niet tot de opleiding toe dan nadat hij/zij zich ervan vergewist heeft dat er een gepaste verzekering voor beroepsaansprakelijkheid werd afgesloten, in hoofde van de kandidaat-klinisch orthopedagoog. Bedoelde verzekering dekt alle handelingen die de kandidaat tijdens de opleiding stelt. Art. 25.De stagemeester geeft de kandidaat-klinisch orthopedagoog de gelegenheid de voorziene vorming, voordrachten
werkgroepen bij te wonen
treft hiervoor de gepaste organisatorische schikkingen. Art. 26.De stagemeester oefent gezag uit
houdt toezicht op de werkzaamheden van de kandidaat-klinisch orthopedagogen, alsmede op de door hen opgestelde dossiers
documenten. Hij/zij voorziet per voltijdse week minstens 1 uur begeleidingscontact met de kandidaat klinisch orthopedagoog. Art. 27.De stagemeester organiseert op regelmatige basis
minstens tien keer per jaar groepsvergaderingen (seminaries, gevalsbesprekingen, bespreking van klinisch orthopedagogische publicaties,
z.). Hij/zij bevordert de contacten tussen de kandidaat-klinisch orthopedagoog
andere gezondheidszorgbeoefenaars door het organiseren van multidisciplinaire
interdisciplinaire vergaderingen. Art. 28.De stagemeester vertrouwt aan de kandidaat-klinisch orthopedagoog slechts die verantwoordelijkheid toe welke met de stand van zijn opleiding overeenstemt. HOOFDSTUK
erkend te blijven voldoet aan de criteria voor erkenning zoals vastgesteld in afdeling 2;2° de niet-reguliere stagedienst die om erkend te worden
erkend te blijven voldoet aan de criteria voor erkenning zoals vastgesteld in afdeling 3;3° de buitenlandse stagedienst die om erkend te worden
erkend te blijven voldoet aan de criteria voor erkenning zoals vastgesteld in afdeling
verscheiden, rekening houdend met de duur van de opleiding, zodat de kandidaat-klinisch orthopedagoog een ruime ervaring kan opdoen, zowel kwantitatief als kwalitatief. Art. 32.De reguliere stagedienst biedt minstens 1 van de activiteiten aan die behoren tot de praktijk van klinische orthopedagogiek, zoals omschreven in artikel 68/2, § 3, eerste lid, van de WUG. Art. 33.De reguliere stagedienst bestaat op het moment van de erkenningsaanvraag reeds minstens 3 jaar
voorziet maximaal de mogelijkheid tot multidisciplinaire
interdisciplinaire samenwerking zowel binnen de dienst als eventueel met andere diensten. Art. 34.. Met het oog op erkenning, stelt de reguliere stagedienst alle nuttige gegevens ter beschikking van de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort. Afdeling 3. - Criteria voor niet-reguliere stagediensten Art. 35.Naast de reguliere stagediensten kunnen ook niet-reguliere stagediensten worden erkend teneinde kandidaat klinisch orthopedagogen kennis te laten maken met het brede spectrum van de klinisch orthopedagogische activiteiten alsook met de diversiteit ervan. Art. 36.De niet-reguliere stagedienst is erop gericht om de kandidaat klinisch orthopedagoog bepaalde specifieke vaardigheden bij te brengen die betrekking hebben op een welbepaald
beperkt onderdeel van de beroepsuitoefening die niet kunnen worden verworven binnen een reguliere stagedienst. Art. 37.De niet-reguliere stagedienst kan slechts een onderdeel van de stage aan de kandidaat klinisch orthopedagoog aanbieden dat maximum 420 uren bedraagt. Art. 38.Wanneer een onderdeel van de stage wordt uitgeoefend in een niet-reguliere stagedienst, wordt, onverminderd artikel 23, een overeenkomst afgesloten tussen de coördinerend stagemeester, de kandidaat klinisch orthopedagoog
de stagemeester van de niet-reguliere stagedienst, waarin minstens de modaliteiten
eindtermen van de stage, de afspraken inzake de vergoeding van de kandidaat klinisch orthopedagoog evenals de modaliteiten aangaande de beroepsverzekering worden opgenomen. Afdeling 4. - Criteria voor buitenlandse stagediensten Art. 39.De kandidaat-klinisch orthopedagoog kan maximum 420 uren stage verrichten in een andere lidstaat van de Europese Unie, in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte die geen lid is van de Europese Unie, of in een Staat waarmee de Europese Unie
haar lidstaten een associatieovereenkomst afgesloten hebben die in werking is getreden
die bepaalt dat, in het kader van de toegang tot
de uitoefening van een beroepsactiviteit, hun onderdanen niet gediscrimineerd mogen worden op grond van hun nationaliteit. Art. 40.Een overeenkomst wordt afgesloten tussen de coördinerende stagemeester, de kandidaat-klinisch orthopedagoog
de persoon of de structuur die verantwoordelijk is voor de supervisie van de kandidaat-klinisch orthopedagoog in het gastland
die verbonden is aan een universiteit. HOOFDSTUK
Leefmilieu over de aanvraag om hernieuwing heeft beslist. Art. 42.De FOD Volksgezondheid houdt een lijst bij van erkende stagemeesters
stagediensten
houdt deze ter beschikking van de kandidaat klinisch orthopedagogen. Wat de erkende stagemeesters betreft, vermeldt de lijst
kel de naam
voornaam alsook de stagedienst waaraan hij/zij verbonden is. Deze gegevens worden bijgehouden tot het moment dat het stagemeesterschap wordt beëindigd. Art. 43.Wanneer de stagemeester of de stagedienst niet langer aan de vastgestelde criteria voldoet, of wanneer de stagemeester maatregelen of sancties van strafrechtelijke, disciplinaire of administratieve aard heeft opgelopen, kan de minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort de erkenning intrekken. Art. 44.De minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort, stelt de voorwaarden
procedureregels vast met betrekking tot de aanvraag tot erkenning of hernieuwing van erkenning als stagemeester
stagedienst alsook voor de intrekking van de erkenning. HOOFDSTUK
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.