← België

Ordonnantie houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 15 februari 2019 tussen de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige

GEMEENSCHAPPELIJKE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE VAN BRUSSEL-HOOFDSTAD 16 MEI 2019. - Ordonnantie houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 15 februari 2019 tussen de Vlaamse Gemeenschap, de Franse

§ 1

kan het secretariaat voor de classificatie van films bedoeld onder artikel 7, in uitzonderlijke gevallen de classificatie van een film, op vraag van de aanbieder, op zich nemen. HOOFDSTUK III. - Trailers Art. 5.§

  1. Een trailer van een film krijgt automatisch dezelfde classificatie als de film waarop de trailer betrekking heeft. Indien de film waarop de trailer betrekking heeft, nog niet is geclassificeerd, wordt de trailer voorlopig apart geclassificeerd volgens het classificatiesysteem bedoeld onder artikel
  2. Wanneer na classificatie van de film blijkt dat de film een hogere leeftijdsclassificatie heeft dan de trailer, worden de leeftijdsclassificatie en inhoudsclassificatie van de trailer aangepast aan de classificatie van de film. §
  3. De bioscoopexploitant vertoont geen trailers waarvan de leeftijdsclassificatie hoger ligt dan de leeftijdsclassificatie van de daarna vertoonde film. HOOFDSTUK IV. - Communicatie van de classificatie Art. 6.§
  4. De classificatie is publiek te consulteren via een website. §
  5. De aanbieder en de bioscoopexploitant communiceren de classificatie, conform het reglement bedoeld in artikel
  6. §
  7. Alle vermeldingen van de classificatie door de aanbieder en de bioscoopexploitant, gebeuren steeds op de wijze zoals door het secretariaat voor de classificatie van films gecommuniceerd, conform het reglement bedoeld in artikel
  8. HOOFDSTUK V. - Secretariaat voor de classificatie van films Art. 7.§
  9. Het secretariaat voor de classificatie van films wordt materieel ondergebracht bij de Vlaamse Gemeenschap. De Vlaamse Gemeenschap stelt hiervoor het nodige personeel aan. §
  10. Het secretariaat voor de classificatie van films staat in voor : 1° de opvolging van de classificatie van films ;2° de opvolging van de klachtenbehandeling ;3° het secretariaat van de klachtencommissie ;4° de coördinatie van de technische uitvoering van het samenwerkingsakkoord ;5° het samenroepen van de stuurgroep conform artikel 12 ;6° de contacten met de eigenaar van « Kijkwijzer » ;7° contacten en communicatie met de betrokken sectoren en burgers ;8° het financiële beheer van de haar ter beschikking gestelde middelen voor de uitvoering van dit samenwerkingsakkoord. HOOFDSTUK VI. - Klachtenbehandeling Art. 8.§
  11. Het secretariaat voor de classificatie van films bedoeld in artikel 7, is bevoegd om via bemiddeling een klacht zelf af te handelen binnen een termijn van vier werkdagen nadat de klacht is ingediend. § 2.

§ 1

, kan het secretariaat voor de classificatie van films klachten met betrekking tot de hierna volgende aspecten nooit zelf afhandelen : - een klacht met betrekking tot een classificatie uitgevoerd door het secretariaat voor de classificatie van films ; - een klacht met betrekking tot een overtreding die gelijkaardig is aan een overtreding waarvoor die persoon binnen een periode van drie jaar voorafgaandelijk aan de klacht reeds een bemiddelingstraject heeft afgelegd of gesanctioneerd werd door de klachtencommissie ; - een klacht met betrekking tot het doelbewust niet classificeren van een productie. Deze klachten worden behandeld door de klachtencommissie bedoeld in artikel

  1. §
  2. Indien de klacht niet binnen de termijn van vier werkdagen via bemiddeling wordt afgehandeld, maakt het secretariaat de klacht onmiddellijk over aan de klachtencommissie. Vervolgens behandelt de klachtencommissie de klacht. Art. 9.§
  3. De partijen richten samen een klachtencommissie op, die tot taak heeft ingediende klachten te behandelen. §
  4. De klachtencommissie bestaat uit achttien leden en is samengesteld uit experten in de jeugdbescherming, experten in de kinder- en jeugdpsychologie, juristen, magistraten of vertegenwoordigers van de civiele maatschappij. §
  5. De Regeringen van de Franse Gemeenschap en van de Vlaamse Gemeenschap duiden elk zeven leden aan. De Regering van de Duitstalige Gemeenschap en het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie duiden elk twee leden aan. De leden worden benoemd voor een drie keer hernieuwbare termijn van drie jaar. Art. 10.§
  6. Elke klacht die voorgelegd wordt aan de klachtencommissie, wordt behandeld door minstens drie commissieleden, in de mate van het mogelijke de linguïstische diversiteit en genderdiversiteit respecterend. §
  7. De klacht wordt binnen maximum vijf werkdagen nadat de klacht werd overgemaakt aan de klachtencommissie, behandeld. §
  8. De persoon waartegen de klacht wordt ingediend kan binnen een duidelijk vastgelegde termijn in het reglement bedoeld in artikel 11, een schriftelijk verweerschrift indienen bij het secretariaat voor de classificatie van films. §
  9. Het secretariaat voor de classificatie van films kan indien noodzakelijk, of op een gemotiveerde vraag van de klachtencommissie of van de persoon waartegen de klacht wordt ingediend, de termijnen voor de klachtenbehandeling en het verweerschrift verlengen. §
  10. De verdere uitwerking van de modaliteiten en procedures aangaande de klachtenbehandeling maken onderdeel uit van het reglement bedoeld in artikel 11 en zijn publiek consulteerbaar. §
  11. Bij een overtreding van het reglement bedoeld in artikel 11 en een verkeerde classificatie kan de klachtencommissie sancties opleggen, zoals bepaald in het reglement. HOOFDSTUK VII. - Reglement Art. 11.Het bindende reglement, opgenomen in bijlage, bepaalt de verdere regels aangaande de classificatie van films vertoond in Belgische bioscopen. De klachtenbehandeling maakt integraal deel uit van dit reglement. HOOFDSTUK VIII. - Stuurgroep Art. 12.§
  12. De partijen richten samen een stuurgroep op, bestaande uit één vertegenwoordiger van elke bevoegde administratie. §
  13. De stuurgroep: 1° ziet toe op de implementatie van dit samenwerkingsakkoord;2° stelt de nodige aanpassingen aan het samenwerkingsakkoord en aan het reglement voor;3° geeft aan wanneer wijzigingen aan het classificatiesysteem wenselijk zijn;4° staat in voor de algemene evaluatie bedoeld onder artikel 13;5° bepaalt de pictogrammen en technische voorschriften voor de classificatie van films;6° houdt toezicht op de werking van het secretariaat. §
  14. De stuurgroep wordt minstens één keer per jaar samengeroepen op initiatief van het secretariaat voor de classificatie van films. Ook de leden van de stuurgroep kunnen de stuurgroep samenroepen. HOOFDSTUK IX. - Evaluatie Art. 13.Twee volledige jaren nadat een nieuw classificatiesysteem in werking is getreden, zal een algemene evaluatie van het aanbevelende classificatiesysteem, van de toepassing ervan en van dit samenwerkingsakkoord volgen. HOOFDSTUK X. - Financiering Art. 14.§
  15. De bepaling van de bijdrage van elke partij in de financiering van de classificatie van films gebeurt op basis van twee criteria. Vijftig procent van de totale kostprijs van de classificatie van films gebeurt op basis van het aantal inwoners, en vijftig procent van de totale kostprijs van de classificatie van films gebeurt op basis van het aantal cinemazalen. Voor de opstart worden de bijdragen bepaald op basis van de officiële cijfers, gekend op het moment van ondertekening van dit akkoord. De toekomstige bijdragen worden bepaald op basis van de officiële cijfers gekend op 1 januari van het jaar in kwestie. §
  16. Het secretariaat stelt een begroting op voor het desbetreffende jaar voor de financiering van de classificatie van films en berekent de bijdrage van elke partij. De Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad betalen jaarlijks een voorschot aan de Vlaamse Gemeenschap vóór 31 maart, die daartoe een verzoekschrift tot betaling opstelt. Het resterende bedrag wordt betaald op basis van een verzoekschrift tot betaling met een berekening van de definitieve kostprijs. Indien de definitieve kostprijs lager is dan de oorspronkelijke inschatting van de jaarlijkse kostprijs, wordt het te veel betaalde voorschot proportioneel terugbetaald aan de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad. HOOFDSTUK XI. - Uitzonderingspositie Duitstalige Gemeenschap Art. 15.§
  17. De in Duitsland gehanteerde classificatie op basis van het Duitse classificatiesysteem, voor zover toegekend, zal toegepast worden op films waarin hoofdzakelijk Duits wordt gesproken en op in het Duits gedubde films die vertoond worden in een bioscoop die op het grondgebied van de Duitstalige Gemeenschap gesitueerd is, met uitzondering van Belgische (co-)producties waarin hoofdzakelijk Duits wordt gesproken of die in het Duits zijn gedubd. §
  18. Het classificatiesysteem, zoals bedoeld onder artikel 2, zal toegepast worden voor alle andere films die vertoond worden in een bioscoop die op het grondgebied van de Duitstalige Gemeenschap gesitueerd is, of in het geval dat de klachtencommissie, zoals bedoeld in artikel 8 van het reglement, de aanbieder verplicht de desbetreffende film te classificeren volgens dit classificatiesysteem. HOOFDSTUK XII. - Mogelijkheid tot uitbreiding naar andere media Art. 16.§
  19. Wanneer een partij het classificatiesysteem wenst uit te breiden naar de lineaire en niet-lineaire omroepen of naar eventuele andere media, kan deze hier gebruik van maken. §
  20. Indien de andere partijen dit wenselijk achten, worden de financieringsafspraken in dat geval herbekeken. HOOFDSTUK XIII. - Geschillenregeling Art. 17.De geschillen die gerezen zijn tussen de contracterende partijen met betrekking tot de uitlegging of de uitvoering van dit akkoord, worden beslecht door een rechtscollege als vermeld in artikel 92bis, § 5 en § 6, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen. HOOFDSTUK XIV. - Slotbepalingen Art. 18.§
  21. De wet van 1 september 1920Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/09/1920 pub. 08/10/2012 numac 2012205398 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet waarbij aan minderjarigen beneden 16 jaar toegang tot de bioscoopzalen wordt ontzegd. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie sluiten waarbij aan minderjarigen beneden de 16 jaar toegang tot de bioscoopzalen wordt ontzegd, wordt opgeheven. §
  22. Het samenwerkingsakkoord tussen de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad betreffende de oprichting, samenstelling en werking van de intergemeenschapscommissie voor de filmkeuring, van 27 december 1990, wordt opgeheven vanaf de inwerkingtreding van dit samenwerkingsakkoord. Art. 19.§
  23. Dit samenwerkingsakkoord treedt in werking op de dag van publicatie van de laatste instemmingsakte in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van artikel 18, § 1, dat in werking treedt 6 maanden na de publicatie van de laatste instemmingsakte in het Belgisch Staatsblad. §
  24. Dit samenwerkingsakkoord is van toepassing op alle films die voor het eerst worden vertoond in een Belgische bioscoop 6 maanden na de publicatie van de laatste instemmingsakte in het Belgisch Staatsblad. §
  25. De partijen komen overeen om na de inwerkingtreding van dit akkoord, onmiddellijk te starten met de voorbereidingen om het classificatiesysteem operationeel te maken. Art. 20.Dit samenwerkingsakkoord wordt afgesloten voor een periode van twee en een half jaar, te rekenen vanaf de publicatie van de laatste instemmingsakte in het Belgisch Staatsblad. Het is hernieuwbaar voor een periode van twee jaar via een stilzwijgende verlenging, behoudens opzegging door een partij via een schriftelijke kennisgeving aan alle bevoegde autoriteiten, zes maanden voorafgaand aan het verstrijken van de periode van twee jaar. In dit geval blijft het akkoord bindend voor de andere partijen. Opgemaakt te Brussel, op 15 februari 2019 in vijf originele exemplaren, in het Nederlands, het Frans en in het Duits, waarvan iedere partij een exemplaar ontvangt. Voor de Vlaamse Gemeenschap : De Minister-President van de Vlaamse Regering, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Media en Brussel, S. GATZ Voor de Franse Gemeenschap : De Minister-President, R. DEMOTTE De Vicepresident en Minister van Cultuur en Kleine Kinderen, A. GREOLI Voor de Duitstalige Gemeenschap : De Minister-President, O. PAASCH De ViceMinister-President en Minister van Cultuur, Werk en Toerisme, I. WEYKMANS Voor de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad : De Voorzitter van het Verenigd College, bevoegd voor de coördinatie van het beleid van het Verenigd College, R. VERVOORT De Leden van het Verenigd College bevoegd voor het beleid inzake Bijstand aan Personen, het Gezinsbeleid en de Filmkeuring, P. SMET C. FREMAULT Bijlage bij het samenwerkingsakkoord Reglement voor de classificatie van films die voor het eerst vertoond worden in een belgische bioscoop HOOFDSTUK I. - De classificatie Artikel 1.§
  26. De distributeur classificeert elke film die voor het eerst vertoond wordt in een Belgische bioscoop en waarvan hij de rechten heeft verworven, volgens het door de bevoegde overheden bepaalde classificatiesysteem. Indien het classificatiesysteem dit vereist, volgt de distributeur hiervoor vormingen, en participeert hij aan evaluaties. §
  27. Wanneer er geen distributeur betrokken is, kan de producent die over de rechten van de film beschikt, de classificatie op zich nemen. Indien het classificatiesysteem dit vereist, volgt de producent hiervoor vormingen, en participeert hij aan evaluaties. § 3.

§§ 1

en 2 kan de classificatie verricht worden door de producent, ook als een distributeur betrokken is, op voorwaarde dat de vereiste vormingen en evaluaties worden gevolgd en de aansprakelijkheid duidelijk wordt bepaald. § 4.

§§ 1

, 2 en 3 kan het secretariaat voor de classificatie van films, in uitzonderlijke gevallen de classificatie van een film, op vraag van de aanbieder die over de rechten beschikt, op zich nemen. §

  1. De classificatie, dient in een zo vroeg mogelijk stadium te gebeuren, opdat de leeftijdsclassificatie en inhoudsclassificatie publiek consulteerbaar zijn in de bioscoop en op de website, wanneer de film in première gaat. HOOFDSTUK II. - Communicatie Art. 2.§
  2. Indien de doorstroming van de classificatie naar de website niet automatisch verloopt, zal de distributeur, de classificatie binnen de zeven dagen voor de eerste vertoning in een Belgische bioscoopzaal bezorgen aan het secretariaat voor de classificatie van films. §
  3. De distributeur informeert de bioscoopexploitant over de classificatie. §
  4. De distributeur zorgt ervoor dat de classificatie vermeld wordt op alle dragers ter promotie en informatie betreffende de film, met name op affiches, aankondigingen op het internet, websites, trailers, kranten en publiciteit, en respecteert hiervoor de voorschriften van het secretariaat voor de classificatie van films opdat de classificatie duidelijk zichtbaar en herkenbaar is. De redacties zijn verantwoordelijk voor de correcte vermelding van de classificaties zoals door de distributeur doorgegeven. §
  5. Indien er geen distributeur betrokken is, is de producent die conform artikel 2, § 2, in staat voor de classificatie, verantwoordelijk voor de paragrafen 1 tot 3 van dit artikel. Art. 3.§
  6. De bioscoopexploitant communiceert de classificatie aan het publiek, opdat het publiek bij de aankoop van een ticket op de hoogte is van de classificatie. De bioscoopexploitant communiceert de classificatie van de film minstens bij de bekendmaking van de programmatie aan het onthaal, bij het fysieke verkooppunt van tickets, op de website en op de elektronische verkoopomgeving. De bioscoopexploitant respecteert hiervoor de voorschriften van het secretariaat voor de classificatie van films, opdat de classificatie duidelijk zichtbaar en herkenbaar is §
  7. De bioscoopexploitant projecteert de classificatie voorafgaand aan de vertoning van de desbetreffende film, en houdt zich hierbij aan de voorschriften van het secretariaat voor de classificatie van films, opdat de classificaties duidelijk zichtbaar en herkenbaar is. § .3 De bioscoopexploitant zorgt ervoor dat het verkopend personeel en het publiekspersoneel op de hoogte is van de classificaties en van de betekenis van het classificatiesysteem. Art. 4.§
  8. Voor de communicatie van de classificatie gebruiken de distributeur (of de producent indien van toepassing) en de bioscoopexploitant de pictogrammen en geven deze weer volgens de vastgelegde technische voorschriften zoals deze hen door het secretariaat voor de classificatie van films worden bezorgd. §
  9. De leeftijdsclassificatie wordt steeds gecommuniceerd, samen met maximum drie inhoudsclassificaties. De inhoudsclassificaties die het zwaarst doorwegen worden weergegeven. HOOFDSTUK III. - Trailer Art. 5.§
  10. De distributeur (of producent indien van toepassing) communiceert de classificatie van de trailer aan de bioscoopexploitant die de trailer zal tonen. §
  11. De bioscoopexploitant vertoont geen trailers waarvan de leeftijdsclassificatie hoger ligt dan de leeftijdsclassificatie van de daarna vertoonde film. HOOFDSTUK IV. - Klachten Art. 6.§
  12. Ieder persoon die een belang kan aantonen, kan klacht indienen tegen een onjuist geachte classificatie, het ontbreken van een classificatie, of een incorrecte communicatie van de classificatie. §
  13. Anonieme klachten worden niet in behandeling genomen. §
  14. De klacht wordt schriftelijk en gemotiveerd ingediend bij het secretariaat voor de classificatie van films binnen de twee weken vanaf het moment waarop de klager nadeel ondervond van een mogelijke overtreding. Art. 7.§ 1 De klachtencommissie controleert of de classificatie heeft plaatsgevonden, oordeelt of de classificatie correct is verlopen op basis van het classificatiesysteem, en of de classificatie door elke partij correct is gecommuniceerd. §
  15. De persoon die instond voor de classificatie, zal er op eigen kosten voor instaan dat de klachtencommissie kennis kan nemen van de film. Indien de film niet Nederlandstalig, Duitstalig of Franstalig is, moet deze ondertiteld of gedubd zijn in minstens één van de drie officiële landstalen. §
  16. De persoon waartegen de klacht wordt ingediend kan binnen de twee werkdagen nadat hij op de hoogte is gesteld van de klacht, een schriftelijk verweerschrift indienen bij het secretariaat. §
  17. Wanneer het secretariaat de termijnen voor de klachtenbehandeling en het verweerschrift verlengt, wordt de klager hiervan op de hoogte gesteld worden. §
  18. De beslissing na behandeling van een klacht wordt openbaar gemaakt. Art. 8.§
  19. Bij een verkeerde classificatie kan de klachtencommissie volgende sancties opleggen aan de aanbieder : - een herclassificatie ; - een publicatie van de beslissing ; - een waarschuwing ; - een boete die niet lager mag zijn dan 250 euro en niet hoger dan 3.000 euro. §
  20. Bij een incorrecte communicatie kan de klachtencommissie volgende sancties opleggen aan de aanbieder of bioscoopexploitant : - de verplichting tot correcte communicatie ; - een waarschuwing ; - een publicatie van de beslissing ; - een boete die niet lager mag zijn dan 250 euro en niet hoger dan 3.000 euro. §
  21. Indien de in Duitsland gehanteerde classificatie op basis van het Duitse classificatiesysteem, conform artikel 15 van het samenwerkingsakkoord, wordt toegepast, kan de klachtencommissie de aanbieder verplichten de desbetreffende film te classificeren volgens het classificatiesysteem, zoals bedoeld in artikel 2 van het samenwerkingsakkoord. §
  22. Aan de boete moet binnen de eerste maand volgend op de communicatie van de sanctie worden voldaan. §
  23. De geïncasseerde bedragen komen ten goede aan het secretariaat voor de classificatie van films vertoond in Belgische bioscopen. Voor de Vlaamse Gemeenschap : De Minister-President van de Vlaamse Regering, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Media en Brussel, S. GATZ Voor de Franse Gemeenschap : De Minister-President, R. DEMOTTE De Vicepresident en Minister van Cultuur en Kleine Kinderen, A. GREOLI Voor de Duitstalige Gemeenschap : De Minister-President, O. PAASCH De ViceMinister-President en Minister van Cultuur, Werk en Toerisme, I. WEYKMANS Voor de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad : De Voorzitter van het Verenigd College, bevoegd voor de coördinatie van het beleid van het Verenigd College, R. VERVOORT De Leden van het Verenigd College bevoegd voor het beleid inzake Bijstand aan Personen, het Gezinsbeleid en de Filmkeuring, P. SMET C. FREMAULT

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.